Posts tagged ‘Peter Novick’

HET ANDERE NEGATIONISME

In De Standaard van vandaag 28 januari meent de heer Hans Knoop mij van antisemitisme te moeten beschuldigen. Knoop reageert daarmee op mijn opiniebijdrage in dezelfde krant van 21 januari. Dat deze Pavlovreractie van de heer Knoop niet kon uitblijven had ik verwacht, maar daarom wil ik ze nog niet onbeantwoord laten.

Hier volgt mijn antwoord aan Hans Knoop, dat De Standaard helaas niet publiceert:

Dezer dagen wordt de bevrijding herdacht van het nazi-concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz. Ondanks de overweldigende hoeveelheid materiële bewijzen en getuigenissen over de massamoord op de Joden en andere “ongewensten” die daar door de nazi’s werd bedreven blijft een franje van pseudo-historici en extreemrechtse ideologen de historische werkelijkheid ontkennen. Het negationisme is een taai verschijnsel, net als het geloof in ufo’s of de overtuiging dat de aarde plat is en Elvis leeft.

Hans Knoop, de onvermoeibare propagandist van de zionistische ideologie en de staat Israël is de vertegenwoordiger bij uitstek van een ander negationisme: dat namelijk dat de historische werkelijkheid van de vernietiging van Palestina ontkent of verzwijgt. De oprichting van de zionistische staat in een land waar de overgrote meerderheid niet-Joods en antizionistisch was kon alleen gebeuren dankzij militair geweld en een grootscheepse etnische zuivering. Dat is wat de Palestijnen de “Nakba” noemen, en wat Joodse – ook zionistische – historici bevestigen: de tragedie van de oorspronkelijke bewoners van het land die verdreven moesten worden om plaats te maken voor, overwegend Europese, Joodse settler-kolonialisten.

Geen woord daarover in de repliek van Knoop op mijn opiniebijdrage die in De Standaard verscheen onder de titel: “Hoe zionisten de holocaust ‘ontdekten.” Knoop neemt aanstoot aan dat “ontdekken,” maar merkt blijkbaar niet dat het woord tussen aanhalingstekens staat en dat het – zoals blijkt uit het artikel – slaat op de Israëlische propaganda die inderdaad pas vanaf begin jaren zestig volop de holocaustkaart trekt. Dat is geen loze bewering of “antisemitisme” zoals Knoop beweert, maar een vaststelling die door gereputeerde historici wordt bevestigd. In “The holocaust in American Life” beschrijft de Amerikaanse historicus Peter Novick hoe het onder Amerikaanse Joden in de jaren na de tweede Wereldoorlog “something of an embarassment” was om te herinneren aan de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland. Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

Dichter bij huis schreef de eminente kenner van de Jodenvervolging Gie van den Berghe al in 1990 “De uitbuiting van de Holocaust:” een gedetailleerde weerlegging van het negationisme met daaraan gekoppeld de analyse hoe verschillende Israëlische regeringen de Jodenuitroeiing hebben gebruikt om hun politiek in het Midden-Oosten te rechtvaardigen. Gie van den Berghe kreeg voor zijn werk verschillende prijzen, onder andere de Arkprijs van het Vrije woord, maar het kostte hem de eeuwige vijandschap van de zionistische lobby en het onvermijdelijke etiket van “antisemitisme.” De feiten in zijn boek werden nooit weerlegd en de Israëlische premier Netanyahu deed eerder deze week zijn best om van den Berghe gelijk te geven door de herdenking van de holocaust in Jeruzalem te gebruiken om zijn oorlogspolitiek tegen Iran te verkopen aan de aanwezige buitenlandse regeringsleiders.

De Joodse filosofe Hannah Arendt was één van de eersten die het misbruik van de holocaust voor propagandadoeleinden aan de kaak stelde. In haar beroemde – en voor sommigen beruchte – “Eichmann in Jeruzalem,” haar verslag van het Eichmannproces in 1961, laat Arendt zien hoe Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, het proces als het gedroomde vehikel zag om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël het enige middel is om een nieuwe holocaust te voorkomen. Arendt schrikt er in haar boek niet voor terug een parallel te trekken tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken.” Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt. Het is duidelijk: volgens de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Association en volgens Hans Knoop was Hannah Arendt een doortrapte antisemiet.

Johan Depoortere
28 januari 2020

January 28, 2020 at 3:53 pm 1 comment

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 3 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers