Posts tagged ‘politiek’

SIEGFRIED ALL-R0UND

bracke

 

door Jef Coeck

Nogal wat oneerbare feiten zijn bekend over de Kamervoorzitter, voorheen VRT-journalist, en daarvoor ongetwijfeld ook iets wat hoog scoorde in financiële termen bij een andere partij. We kennen nu het verhaal (?) van zijn professioneel verleden. Dat is niet echt zo, maar laten we het gemakshalve daarbij houden. Er is maar één woord voor: leugens. Het is raar dat de Mainstream Media dit woord vermijden. Zijn ze ergens bang voor? Hun eigen carrière? De woede van N-VA? Winst/verlies van lezers/kiezers?

Wat Bracke onder druk van de omstandigheden moest toegeven was, dat hij gelogen had. De eerste Burger des lands, voorzitter van de Kamer, hoogstbetaalde politicus van België, plus schnabbelaar voor een habbekrats. En dan ontkennen. De eerste dag. De tweede dag iets bekennen wat er op lijkt. Hoe laag moet je gevallen zijn om je eergevoel eigenhandig de nek om te draaien?

michel-de-montaigne

Michel de Montaigne (1533-1592)

Ik ben geen ethicus, laat staan een Etienne Vermeersch. Er zijn andere, en oudere bronnen die ik wil aanhalen. De Essays van Michel de Montaigne (Frans filosoof, 1533-1592) blijven een bron van inspiratie. Vooreerst constateert hij dat een uitstekend geheugen samengaat met een zwak verstand. Een zwak geheugen dus met een slap verstand. Ik spreek er mij niet over uit wat hier het geval. Alleen, zowel geheugen als verstand kun je camoufleren. Met leugens.

‘Wat mij een beetje troost is in de eerste plaats dat deze kwaal mij geholpen heeft een nog groter kwaad te overwinnen, namelijk de ambitie.’ (Montaigne) Laat dit een terloopse opmerking zijn.

Of dat ook bij Bracke het geval is, die overwinning, lijkt niet zeker. Zelfs integendeel. Maar goed, ieder heeft zijn (on)deugden, daar valt mee te leven zolang het anderen, de maatschappij, geen kwaad aandoet.

Nog even de Montaigne. ‘ Ik weet dat taalkundigen een onderscheid maken tussen liegen en een onwaarheid vertellen; zij zeggen dat een onwaarheid erop neerkomt dat je een onware mededeling doet die je echter voor waar houdt, en dat het Latijnse werkwoord ‘mentiri’ waar het Franse ‘mentir’ van afgeleid is, en dat het predikaat leugenaar slechts op hen slaat die iets zeggen dat in strijd is met wat ze weten.’

‘Liegen is werkelijk een ellendige ondeugd. Alleen krachtens het woord zijn wij mens en staan met elkaar in contact. Als wij beseften hoe afschuwelijk de leugen is en wat wij ermee aanrichten, zouden wij die overtreding te vuur en te zwaard bestrijden, en met meer reden dan andere misdaden. De leugen, en in iets mindere mate de halsstarrigheid moet alle mogelijke middelen worden bestreden zodra ze de kop opsteken. Als de tong eenmaal deze kwalijke gewoonte heeft angenomen, kan hij zich er vreemd genoeg niet meer van bevrijden.’

‘Had de leugen maar net als de waarheid één gezicht, dan zouden we beter af zijn. Want dan konden we het omgekeerde van wat een leugenaar zegt voor waar aannemen.’

Misschien kan dit stukje ertoe bijdragen om in de media de juiste termen te gebruiken? Liegen is nu eenmaal liegen. Stelen is stelen. Bedriegen is bedrog. Luieren in staatsdienst is een cementblok van dit alles.

*Michel de Montaigne, De essays, Amsterdam, 2004

February 18, 2017 at 5:30 pm 2 comments

KLEINE VERKLARENDE WOORDENLIJST

a133fbda-50b8-11e5-ba54-2bbfeeea3748_web_scale_0.295858_0.295858__

Politici zijn meesters in verhullend, misleidend en Orwelliaans taalgebruik. Met dat laatste wordt bedoeld dat woorden van politici vaak net het tegenovergestelde betekenen van wat ze beweren.

In het vluchtelingendebat spat het Orwelliaans taalgebruik van de muren.

Daarom deze Kleine Verklarende Woordenlijst, die voor aanvulling vatbaar is. Suggesties welkom.

Johan Depoortere

media_xl_4515834

Vluchtelingencrisis: crisis veronderstelt een tijdelijke problematische toestand. Vluchtelingen zijn van alle tijden en overal ter wereld.

Gemeenschapsdienst: verplichte tewerkstelling, dwangarbeid (De nazis gebruikten hetzelfde woord in die betekenis)

Antwerpen/Doornik/Vlaanderen/ België is vol

variant:

De limiet van ons absorptievermogen is bereikt: Rot op

Rechten en plichten, integratie: Aanpassen of oprotten

Ik ben geen racist, maar…: Ik zal nooit toegeven dat ik een racist in hart en nieren ben

Er zijn grenzen aan de solidariteit: Dat ze het zelf uitzoeken

September 1, 2015 at 4:50 pm 6 comments

DE ZWAKTE VAN POETIN

2968

Een week of zo geleden zond Terzake een reportage uit over Tsjetsjenië, de Russische provincie die in een niet zo ver verleden in twee bloedige oorlogen haar onafhankelijkheid probeerde te bevechten. Het pakte anders uit. Vandaag is Tsjetsjenië het privédomein van dictator Ramzan Khadirov, die gedwee aan de leiband van zijn grote meester Poetin loopt. De personencultus ter ere van Khadirov en Poetin neemt in Tsjetsjenië stalinistische proporties aan. Dat zou het zoveelste bewijs kunnen lijken van de onaantastbaarheid van Poetin. Deze omhoog gevallen KGB-ambtenaar lijkt op het toppunt van zijn macht te staan. Hij kan straffeloos de Krim annexeren en oorlog voeren in Oekraïne en in eigen land lijkt hij moeiteloos een diepe economische crisis en een boycot door het Westen te overleven. Toch is niets wat het lijkt, schrijft Amanda Taub op de Amerikaanse blog “Vox.” In werkelijkheid is de korte-termijn sterkte van Poetin op lange termijn zijn zwakte. Hier volgt een samenvatting van haar analyse. De volledige Engelse tekst lees je hier.

In maart van dit jaar verdween de Russische president Vladimir Poetin enkele dagen van het toneel. Dat was genoeg om een geruchtenmolen op gang te brengen: Was Poetin ziek? Was er een staatsgreep gebeurd in het Kremlin? Toen Poetin een paar dagen later wat bleekjes weer in het openbaar verscheen gaf hij geen enkele uitleg en de geruchtenmolen verstomde. Maar de geruchten zelf waren een aanwijzing van de nervositeit onder de heersende elite – ze gaven aan hoezeer het regime – en dus ook de privileges van de elite – afhankelijk zijn van één man en dus kwetsbaar. Poetin poseert met ontbloot bovenlijf, hij annexeert straffeloos de Krim, voert oorlog in het Oosten van Oekraïne en heeft de oppositie in eigen land monddood gemaakt. Poetin lijkt onaantastbaar. In werkelijkheid zijn net het machtsvertoon en het machogedrag van de Russische leider zijn zwakheid op lange termijn.

putin.0

STABILITEIT NU VERBERGT ZWAKTE OP TERMIJN

Gesprekken in Moskou draaien algauw uit op dramatische voorspellingen over op handen zijnde rampen: van economische catastrofe tot burgeroorlog. Dergelijke overspannen dramatiek is niet ongewoon in Rusland maar ze geeft uiting aan een wijdverspreid gevoel van onzekerheid, namelijk dat het regime als los zand aaneen hangt en dat de gevolgen dramatisch zullen zijn als het ineenstort. De tactiek van Poetin verzekert hem van de macht op korte termijn maar creëert ernstige en mogelijk onoplosbare problemen voor Rusland op de langere termijn. Dat heeft tot nu toe gewerkt: de macht van Poetin is onbedreigd. Maar hoe vaker Poetin het machtspel moet spelen hoe ernstiger de toekomstige neveneffecten.

POETINS CRISIS: HIJ ONTDEKT DAT DE MACHT HEM KAN ONTGLIPPEN

In december 2011 trokken duizenden Russen door de straten van Moskou uit onvrede met het regime. De aanleiding voor de “Sneeuwrevolutie” waren de gemanipuleerde parlementsverkiezingen van dat jaar. Maar de betogers protesteerden ook tegen de corruptie, de schijndemocratie en tegen Poetin zelf. Een paar weken eerder werd Poetin – toen premier – uitgejouwd toen hij in de ring trad om een winnende bokser te feliciteren die zijn Amerikaanse rivaal had verslagen. Het boegeroep was dank zij de live uitzending op tv in heel het land te horen. Dat had Poetin nooit eerder meegemaakt, en het kwam net op het moment toen hij na een periode als eerste minister weer president wilde worden. Vier jaar later lijkt het incident totaal onbetekenend. De leiders van de protestbeweging zitten in de gevangenis of zijn naar het buitenland gevlucht. De Russische elite blijft pal achter Poetin staan en wat er nog overbleef van de burgerlijke vrijheden is zo goed als verdwenen. Maar Poetin zelf lijkt begrepen te hebben dat zijn greep op de macht niet absoluut is. Net daarom ziet hij zich verplicht de Russen de duimschroeven verder aan te draaien. “Als ik een beetje toegeef kan Rusland ernstig worden gedestabiliseerd” zou hij aan een voormalige politicus hebben gezegd.putin5.0

WAT ALS ZIJN BONDGENOTEN ZICH TEGEN HEM ZOUDEN KEREN?

In Rusland worden de gebeurtenissen in Oekraïne vorig jaar, druk besproken, met name de protestbeweging op de Maidan die tot het ontslag heeft geleid van de pro-Russische president Viktor Janoekovitsj. Algemeen wordt aangenomen dat Janoekovitisj van het toneel verdween niet zozeer onder druk van de demonstranten maar doordat de heersende elite hem liet vallen. Toen Yanoekovitsj buitensporig geweld tegen de betogers gebruikte zorgde dat voor een scheuring binnen zijn politieke achterban. Zijn bondgenoten in het parlement keerden zich tegen hem en de veiligheidsdiensten kwamen tot de conclusie dat de president niet meer in staat was hun belangen te verdedigen. Voor Poetin is de les dat protestbewegingen wellicht niet in staat zijn het regime te doen vallen maar wel dat ze de heersende elite ertoe kunnen aanzetten zich van hun beschermheer af te wenden. Poetin is voor zijn macht afhankelijk van machtige facties in de veiligheidsdiensten, de zakenwereld en de politieke elite. Zij steunen Poetin niet uit ideologische maar uit pragmatische overwegingen. Als zij voelen dat Poetin de controle verliest of dat hij hun belangen niet langer kan verdedigen zullen ze hem laten vallen net zoals de elites in Oekraïne Janoekovitsj hebben laten vallen. Poetins tekenen van macht – zijn bereidheid om geweld te gebruiken tegen protestbewegingen, zijn militaire avonturen – zijn in werkelijkheid defensieve maatregelen: een wanhopige poging om alles te verhinderen wat het vitale bondgenootschap met de politieke top, de zakenelite en de veiligheidsdiensten in het gedrang zou kunnen brengen. Want als de elites tot de conclusie komen dat Poetin tussen hen en hun belangen staat zullen ze hem verwijderen en streven naar een Poetinregime zonder Poetin.putin2.0

DE OPLOSSING: BUITENLANDSE DREIGINGEN TEGEN BINNENLANDSE ONRUST.

Poetins antwoord op de golf van protest was nationalisme. De grootheid van Rusland en haar plaats in de wereldpikorde was het ordewoord. De banden met de Orthodoxe kerk werden aangehaald. Het lukte wonderwel. Poetin liet hard optreden tegen de “godslastering” toen de meidengroep Pussy Riot een act opvoerden in de kathedraal in Moskou en hij maakte het homoseksuelen en transgenders nóg moeilijker. Zo kon Poetin het sociaal-conservatieve Russen ervan overtuigen dat zij het “echte Rusland” zijn en liberalen en voorvechters van homorechten “fundamenteel on-Russisch.” En zo kon hij ook de “zuivere,” traditionele waarden van de Russen afzetten tegen die van het decadente Westen dat de ondergang van Rusland wil. Hoe meer de Russische economie achteruit ging, hoe harder Poetin op zijn anti-westerse retoriek leunde. De crisis in Oekraïne en Poetins beslissing om de Krim te annexeren deden zijn populariteit als een raket omhoog schieten, ook al kostte hem dat de goede relaties met het Westen die hij in zijn twee eerste ambtstermijnen had opgebouwd en ook al deden de economische sancties pijn. Maar de elites die het hardst door de sancties worden getroffen zijn nerveus. Zij voelen zich bedreigd in hun “stabiliteit.” Hoe harder Poetin dus in de vlucht vooruit zijn heil zoekt en zijn populariteit hoog houdt, hoe riskanter het wordt voor de groep op wie hij het meeste steunt: de elites. En hier zit Poetin met een dilemma: zich terugtrekken uit Oekraïne zou zijn populariteit schaden, maar het hoge aantal slachtoffers en de verslechterende verhouding met het Westen kunnen tot desastreuze spanningen leiden.

HET PROBLEEM KADYROV

Kadyrov.0

Poetin is er tot nu toe in geslaagd de tegenstrijdige belangen van de verschillende sectoren in zijn achterban te verzoenen. Maar de strategieën die hij daarvoor aanwendt beginnen met elkaar in conflict te komen. De achillespees is Tsjetsjenië. Ramzan Kadyrov is de onbetwiste leider van de provincie die een decennium geleden een bittere oorlog voerde tégen Rusland en vóór onafhankelijkheid. Nu loopt Poetins zetbaas Kadyrov gedwee aan de leiband van het Kremlin. Of toch niet helemaal. In april van dit jaar gaf Kadyrov, die een terreurbewind voert tegen al wie het niet met hem eens is, zijn veiligheidsdiensten bevel te schieten op “al wie zonder uw medeweten op uw turf komt.” Kadyrov bedoelde duidelijk leden van de Russische federale politie, militairen en agenten van de FSB, de Russische opvolger van de KGB. Poetins deal met Kadyrov bestaat erin dat die laatste de vrije hand heeft om op zijn manier en met massaal veel roebels uit Moskou “vrede” en “stabiliteit” te waarborgen in ruil voor de garantie dat de separatistische oprispingen in het landsdeel zullen worden onderdrukt. Het is een overeenkomst waarmee de Russische veiligheidsdiensten, die uitgesloten worden van operaties in dat deel van Rusland, het steeds moeilijker hebben. Kadyrov is namelijk met Russische hulp alsmaar rijker en machtiger geworden. Zijn eigen milities, getraind en bewapend door de federale regering krijgen meer militaire steun dan het federale leger en de veiligheidsdiensten lief is. Zolang Kadyrov zijn winstgevende criminele activiteiten tot Tsjetsjenië beperkte werden die met de mantel der liefde bedekt, maar nu hij steeds meer op Russisch terrein opereert dreigt het conflict met de FSB in de openbaarheid los te barsten. De loyauteit van Kadyrov tegenover Poetin staat buiten twijfel. De vraag is of Poetin de belangen van de Russische veiligheidsdiensten en die van Kadyrov in balans kan blijven houden.

WAT NA POETIN?

Wat als Poetin de controle verliest. Veel critici van de Russische sterke man vrezen voor chaos, rellen of zelfs burgeroorlog als zijn regime zou instorten. Poetin zelf schijnt daarop te speculeren. Het Kremlin suggereert wel vaker: “Wij zijn slecht, maar zij die na ons kunnen komen zijn nog slechter.” Op de oppositie moet in geval van het instorten van het Poetinregime niet worden gerekend: ze is verdeeld, politiek zwak en ongeorganiseerd. Poetin is erin geslaagd alle tegenstand te marginaliseren. Hij is de enige die “het systeem” in stand houdt. De mogelijke scenario’s bij een eventueel verdwijnen van Poetin zullen niet lijken op dat van Oekraïne, maar veeleer dat van Libië of Egypte. Ook daar ontbrak het aan een politiek capabele oppositie. Toen de dictators vielen volgden in Egypte jaren van geweld en instabiliteit en uiteindelijk een terugkeer naar de dictatuur. In Libië leidde de val van Khadaffi tot burgeroorlog en chaos. Rusland en de Arabische wereld verschillen in veel opzichten, maar het punt is dat een plotselinge implosie van het regime tot een heel gevaarlijke toestand kan leiden. Denk maar aan de enorme bevolking van Rusland met een machtig militair apparaat en duizenden rechts-extremisten gehard in de strijd in Oekraïne, en niet te vergeten het Russisch kernarsenaal. De ineenstorting van het Poetinregime lijkt niet voor morgen. Maar in Rusland leeft de vrees voor een implosie – misschien een gevolg van de “donkere Rusissche ziel” of een herinnering aan de chaotische jaren 90. Maar als de vrees realiteit zou worden is het niet simpelweg de vraag of Poetin dan naar zijn datsja terugkeert om de rest van zijn levensdagen te slijten. De vraag is of er een catastrofe kan volgen die niet allen Rusland maar de rest van wereld meesleurt.

 

http://www.vox.com/2015/7/8/8845635/putin-is-weak#ooid=M1cW5wdTo0hjJCQUV71cvVzLEUmvd1y5

August 22, 2015 at 8:42 am 3 comments

Let op je woorden: Een kleine handleiding voor de tegenkracht

Orwell wist het al: woorden zijn zelden neutraal. Ze dienen om te verhelderen, maar tegelijk ook vaak om te verhullen en de vlag dekt maar zeer ten dele de lading. Politici en economen maken handig gebruik van die eigenschap van woorden om een verborgen boodschap over te brengen. “Strategisch taalgebruik” noemt Jan Blommaert dat. Blommaert weet waarover hij spreekt: hij is sociolinguist en doceert aan de universiteit van Tilburg als hoogleraar taal, cultuur en globalisering.  Onderstaande tekst uit november 2013 blijft vandaag meer dan actueel.

Johan Depoortere 

Afbeelding

Jan Blommaert

 

Het taalspel

Politiek is een taalspel. Zowat elke politieke handeling houdt een dimensie in van strategisch taalgebruik, waarin woorden welbepaalde betekenissen toegewezen krijgen en waarin er naast de ‘pure’ betekenis ervan nog een reeks suggestieve betekenissen worden aan toegevoegd. Hier zou nu een lange lijst van voorbeelden kunnen worden gegeven, maar ik beperk met tot een enkele illustratie.

Links is radicaal. In de modale pers en burgerlijke goegemeente (de twee zijn vaak synoniem) staat links gedachtegoed vrijwel automatisch voor ‘radicaal’ en ‘extremistisch’ gedachtegoed. We zien dat in het Engels, waar het woord ‘radical’ in, bijvoorbeeld, ‘a radical intellectual’ of ‘radical thought’ enkel slaat op linkse intellectuelen en linkse gedachten. Rechts is vanuit dat kader vrijwel altijd ‘gematigd’, en wanneer men het etiket ‘radicaal’ of ‘extremistisch’ hanteert voor rechtse politiek, dan betekent dit dat die rechtse politiek – denk nu even aan Vlaams Belang en dergelijke – niet langer eerbaar of respectabel is vanuit de burgerlijke gematigdheid. Links is antiburgerlijk en derhalve automatisch niet eerbaar en respectabel, het is per definitie ‘radicaal’.

Noteer terloops de sterke morele dimensie van dit spel. Termen zoals ‘radicaal’ of ‘extremistisch’ zijn niet puur beschrijvend – ze zijn geen objectieve beschrijvers, wel subjectieve. Want deze termen drukken een moreel oordeel uit, een morele evaluatie als ‘slecht’, ‘kwaad’. Het is binnen dit kader niet goed wanneer je radicaal bent; het goede situeert zich in de matiging, het compromis, de haalbaarheid. Dit moreel kadertje van goed en kwaad beheerst de burgerlijke opvatting over politiek.

Paradoxen

Dat schept eigenaardige situaties. Een partij die oproept tot, ik zeg maar wat, een etnisch geordende samenleving met een helder onderscheid tussen eerste- en tweede-klasse burgers; tot de verlaging van de minimumlonen; de afbouw van het gratis onderwijs en de betaalbare gezondheidszorg; de repressie van werkloze mensen en minderheidsgroepen; de afschaffing van vakbonden; de bestraffing van alledaags gedrag dat niet binnen ongespecifieerde regeltjes valt – zo’n partij is niet meteen ‘radicaal’. Neen, hier zullen media en burgerij de vraag stellen naar de ‘haalbaarheid’ of ‘opportuniteit’ van zo’n maatregelen, niet naar het moreel gewicht van zo’n voorstellen binnen een kader van goed en kwaad in de samenleving.

Een partij die daarentegen oproept tot een meer rechtvaardige samenleving, met fiscale rechtvaardigheid en de beperking van uitbuiting, speculatie en privileges voor de elites; die gratis onderwijs en gezondheidszorg voorstaat; die pleit voor pensioenen die ouderen een menswaardig leven laten leiden; die de gelijkheid van alle mensen predikt – zo’n partij wordt binnen datzelfde kadertje van goed en kwaad in de hoek van het kwaad gezet.

Schermafbeelding 2015-05-25 om 11.33.18De paradoxale aard van dit soort snelle kwalificaties kwam onlangs duidelijk aan het licht in Groot-Brittannië, toen de Daily Mail uitpakte met een aanval op de (in 1994 overleden) Marxist Ralph Miliband, vader van de huidige Labourleider. De krant beweerde dat ‘Rooie Ralph’ een landverrader was en bovendien als Marxist onmogelijk het beste kon voorhebben met de Britten. De boemerang keerde snel terug. Commentatoren met een historisch bewustzijn wisten te melden dat Lord Rothermere, de oprichter van de Daily Mail, in de jaren 1930 een notoir fascist was, die zich graag liet voorstaan op zijn persoonlijke contacten met Adolf Hitler. Miliband daarentegen vocht met de Royal Navy tegen Hitler; de kwestie landverraad was dan ook snel beslist.

Wat het tweede punt betrof – Miliband als een kleine Britse Stalin: ook daar keerde de boemerang snel terug. Mensen die het werk van Miliband kenden lieten weten dat Miliband nu net een resoluut tegenstander was van de Stalinistische interpretatie van het Marxisme, en dat hij een reeks zaken voorstond waar men als moreel wezen moeilijk bezwaren tegen kon uiten. Miliband stond voor rechtvaardigheid en gelijkheid, voor een samenleving waarin ieder naar vermogen bijdroeg en naar behoefte ontving, voor een maximale democratie die niet wordt gedomineerd door de privileges van kleine groepen; dat hij zich heftig verzette tegen armoede, ongelijkheid en uitbuiting, en telkens weer hamerde op de menswaardigheid en de vrijheid van elk individu.

De conclusie van het debat was dan ook – tot spijt van de Daily Mail – dat een Marxist als Miliband het eigenlijk goed meende met de Britten. Meer nog: men kwam tot de bevinding dat het ‘radicalisme’ en ‘extremisme’ van iemand zoals Miliband – een streng socialist – best wel goed zou kunnen zijn voor de samenleving, en zelfs voor de wereld. Het kadertje van ‘goed’ en ‘kwaad’, waarbij links vrijwel meteen bij het ‘kwaad’ wordt gerangschikt, blijkt bij nadere inspectie van de bewijslast geen steek te houden: de verhouding is precies omgekeerd.

Hoe kan dat nu? Wel, dat kan omdat de kwalificatie van ‘radicaal’ niet van Gods hand komt, maar wordt toegekend door specifieke actoren in de samenleving. De aanval op Miliband kwam vanuit een zeer rechtse hoek – de Daily Mail ademt nog steeds de geest van z’n stichter en is de spreekbuis van de aristocratie en het patronaat, en van de rechtse Conservatieven in Groot-Brittannië. Ze zijn dus geen neutrale kwalificaties maar politieke kwalificaties, een weergave van het standpunt van een belangengroep die een welbepaalde positie in de samenleving inneemt.

Een methodologisch principe

We kunnen uit het voorgaande een methodologisch beginsel halen. Ik schets het in enkele punten.

  1. Woorden die politiek worden gebruikt zijn nooit neutraal, ze geven altijd een politieke positie weer.
  2. Een onderzoek van woorden en hun gebruik is dan ook een onderzoek naar de politiek die deze woorden gestalte heeft gegeven.
  3. Dat betekent dat we ons bij elke term die als ‘neutraal’ wordt voorgesteld de vraag moeten stellen: wiens woord is dit?
  4. En dat we terzelfder tijd moeten nagaan voor welke concrete realiteit dat woord wordt gebruikt.
  5. Op die manier kunnen we bepalen welke politieke positie dat woord eigenlijk dekt, en kunnen we onze eigen politieke positie daar tegenover bepalen. Dat woord kan ons niet langer manipuleren.

Het is via dit laatste dat de Britten hun paradox ontdekten: iemand die z’n leven riskeerde op de Normandische stranden van D-Day kan je moeilijk een ‘landverrader’ noemen, en iemand die vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit bepleitte kan je moeilijk bestempelen als iemand die het slecht voor heeft met de mensen.

Dit methodologisch beginsel heeft enorme gevolgen. Telkens men iets leest of hoort stelt men zich de vraag: van uit welke hoek in de samenleving komt dit? Voor wie is dit een waarheid? En waarom? Het eenvoudige principe van kritiek dat ik hier voorstel schept met andere woorden een reusachtige ruimte van analyse, waarin men via uitspraken telkens weer op zoek moet gaan naar de politieke posities in de samenleving, de bewegingen er tussen, de veranderingen er in.

Het spreekt vanzelf dat iemand die deze kritiek gedisciplineerd toepast weinig geloof hecht aan termen zoals ‘de publieke opinie’, omdat ook daar de vraag moet gesteld worden: wiens publieke opinie bedoelt men hier? Het is dus via dit eenvoudige beginsel dat men afscheid neemt van wellicht de grootste mythe – of leugen, zo U wil – die ons beheerst: die van een homogene samenleving die in eenzelfde richting denkt, praat en handelt. Zoals Bourdieu zo vaak beklemtoonde: dit is net de visie van de macht, van degenen die de macht in handen houden, want enkel zij zijn ermee gediend elke vorm van tegenkracht weg te denken en te minimaliseren, en ‘hun’ samenleving voor te stellen als unaniem in haar steun aan hun macht.

De tegenkrachten zelf verliezen via deze mythe elke legitimiteit – elke rebel voelt zich alleen tegenover een overweldigende meerderheid van mensen die het eens zijn met datgene wat hij of zij afwijst en bestrijdt. De voorstelling van de samenleving als een solied en eensgezind geheel is dan ook een van de krachtigste instrumenten om het verzet tegen de macht te marginaliseren en plat te drukken.

Het principe toegepast: ‘economie’

Wie het principe toepast bevindt zich daarentegen in een heel andere maatschappij: een maatschappij die bestaat uit een mozaïek van heel diverse groepen, die zich vanuit hun specifieke positie in de samenleving groeperen rond hun eigen belangen, en van daaruit politiek handelen. Het spreekt vanzelf dat dit beeld een enorm veel waarachtiger en precieze weergave is van de realiteit.

Goed, laat ons dit principe nu  even toepassen op de retoriek van vandaag, de retoriek over de zogenaamde ‘crisis’.  Ik zet dit woord prompt tussen haakjes, want ook hier rijst de vraag: wiens crisis? Voor wie is er een crisis? Wel, al zeker niet voor het stijgend aantal miljonairs in ons land en elders, en al evenmin voor de CEO’s van grote bedrijven, die hun salaris de afgelopen jaren fors hebben zien stijgen.  Het woordje ‘crisis’ zelf is dus al iets wat om kritische analyse schreeuwt.

Het centrale begrip in zowat alle retoriek over de crisis is ‘de economie’. Het is de economie die in crisis is, en het is dan ook de economie die opnieuw moet aangejaagd worden. Drie opmerkingen horen hier bij.

  1. De economie wordt systematisch voorgesteld als een autonoom iets, dat volkomen los staat van de rest van de samenleving, en daardoor ook immuun is voor de wetten en behoeften van die samenleving.
  2. De economie wordt stelselmatig gebruikt als eenvoudig synoniem voor kapitalisme
  3. En vaak nog iets specifieker, als synoniem voor bedrijven.

Onthoud deze drie punten goed, en roep ze op telkens je het woord ‘economie’ hoort. Men zegt “de economie is in crisis”, en denk meteen “het kapitalisme is in crisis”; je hoort “we nemen economische relance maatregelen”, en je denkt meteen “we nemen maatregelen die het kapitalisme een relance moeten geven”; en je hoort “we moeten zuurstof aan onze economie geven” en je denkt “we moeten zuurstof (geld, dus) geven aan onze bedrijven”.

Je hebt nu eigenlijk een analyse uitgevoerd. Want je begrijpt dat, telkens men het woord ‘economie’ gebruikt, men

(a) spreekt over een zeer specifiek economisch stelsel – dus over slechts een van een reeks mogelijke economische stelsels; het is niet om het even welke economie die in crisis is, wel de kapitalistische economie. Dat betekent dat de oorzaken daarmoeten gezocht worden – in de structuren van het kapitalisme, en dat de oplossingen eveneens op dat niveau liggen.

(b) Tevens spreekt men over een zeer specifieke reeks economische actoren, ondernemingen, die vooral als begunstigde synoniem gesteld worden voor de ‘economie’. Inspanningen voor de ‘economie’ – een relancepact, een concurrentiepact – zijn dan ook geen inspanningen ten voordele van iedereen, wel ten voordele van een heel bepaalde belangengroep binnen de (echte) economie.

(c)  En wat dat laatste betreft: als de economie zich heeft losgerukt uit de samenleving en weigert zich door die samenleving te laten sturen en beïnvloeden, dan weten we nu dat dit gelijk staat aan kapitalistische ondernemingen die zich aan elke vorm van sociale en overheidscontrole willen onttrekken, en dus niets minder dan de droom van Friedman en Hayek willen verwezenlijken: de enige echt relevante politieke kracht worden. Dit is een ideologische bevinding.

voor-alle-werknemers

Werdgevers of werknemers?

De losmaking van de economie uit de samenleving – ik ga daar nog even op door – is een ideologisch standpunt; het heeft niets objectiefs, het is een machtsgreep die wordt voorgesteld als logisch en vanzelfsprekend. In werkelijkheid omvat de ‘economie’ immers de gehele samenleving, dat is: het hele samenspel tussen diverse actoren, zoals bedrijven en kapitalisten, de arbeidende bevolking, de consumenten, de overheden, de ambtenaren, de werklozen – dat samen is ‘de economie’. De economie vernauwen tot slechts diegenen die goederen en kapitaal verhandelen slaat nergens op, en indien men enkel dieactoren steunt in een ‘economisch’ beleid, dan voert men een kreupel beleid. De ‘economie’ groeit dan, maar de samenleving verarmt. Ik ga daar straks wat dieper op in, want dat is precies wat er thans gebeurt.

De ‘arbeidsrelatie’

Een tweede illustratie van het principe gaat over een reeks begrippen die de verhouding binnen het arbeidsproces weergeven. En laat ons beginnen met het meest voor de hand liggende: werkgever versus werknemer.

Er is van alles heel erg fout aan dit begrippenpaar.

  1. Werk wordt niet gegeven maar aangekocht binnen een contractuele relatie op de arbeidsmarkt;
  2. Ondernemingen verschaffen dan ook geen werk; ze scheppen een marktvraag voor werk.
  3. In dat opzicht zijn de ondernemingen de echte ‘klanten’ van de arbeidsmarkt, niet de arbeidende bevolking.

De relatie tussen werk ‘geven’ en werk ‘nemen’ wordt nu voorgesteld als een relatie waarin een partij iets ‘schenkt’ dat de andere ‘ontvangt’; de bevoorrechte en bevoordeelde partij zou dan de ‘werknemer’ zijn; de partij die een inspanning doet is dan de ‘werkgever’. In realiteit gaat het om een transactie, waarin de ‘werkgever’ (de ondernemer) iets vraagt en het ook verkrijgt aan een bepaalde prijs, het loon.

4. De relatie tussen ‘geven’ en ‘nemen’ is dan ook in wezen precies omgekeerd: het is de arbeider die ‘werk geeft’ (aan een bepaalde prijs) aan de ondernemer, die het ‘werk neemt’ en het omzet in kapitaal.

Het is die fictieve verhouding tussen een ‘weldoener’ – de ‘werk-gevende’ ondernemer – en een ‘begunstigde’ – de ‘werk-nemende’ arbeider – die bijzonder veel debatten over sociaaleconomische thema’s vergiftigt. Binnen het systeem van arbeidsverhoudingen hebben beide partijen elkaar immers nodig om tot resultaten te komen. Er kan niets worden geproduceerd zonder de arbeid van ‘werknemers’, dus zonder dat ‘werknemers’ werk geven, en deze ‘werknemers’ kunnen niet leven zonder het loon dat ze voor hun arbeid ontvangen.

Dit brengt ons bij een tweede reeks begrippen in dit verband: begrippen die we zeer vaak horen wanneer het gaat om lonen: ‘loonlasten’, ‘loonhandicap’, ‘loonkloof’.

Alle drie de begrippen zijn schoolvoorbeelden van hoe woorden specifieke posities vertolken: voor wie is loon eigenlijk een ‘last’? Ik ken weinig loontrekkenden die hun loon ervaren als een last; ik ken er eveneens weinig die hun loon ervaren als een ‘handicap’. Deze begrippen vertolken dan ook uitsluitend het perspectief van zij die lonen betalen, niet dat van zij die ze ontvangen. Laat ons ook op dit punt enkele zaken op een rijtje zetten.

  1. Deze termen worden enkel gehanteerd wanneer het gaat om de lonen van ‘gewone’ werknemers. De toplonen van CEO’s en hogere kaderleden worden nooit betrokken in discussies over ‘loonlast’ of ‘loonkloof’, ook al zouden deze begrippen uitstekend toegepast kunnen worden op, bijvoorbeeld, de kloof tussen de lonen van de gemiddelde arbeider en die van de hogere kaderleden binnen een bedrijf. De begrippen worden, kortom, selectief gehanteerd (door de CEO’s bijvoorbeeld).
  2. ‘Loonkloof’ en ‘loonhandicap’ slaan op het feit dat lonen (de lonen uit punt 1, wel te verstaan) in ons land hoger liggen dan in de naburige landen. Althans, dit is de enige richting waarin deze begrippen gehanteerd worden: wij hebben een handicap omdat arbeiders elders nog minder verdienen dan wij. Men kan het ijkpunt moeiteloos omkeren: het probleem is niet dat arbeiders hier meer verdienen, wel dat arbeiders elders minder verdienen.
  3. Loon kan weliswaar als ‘last’ of als ‘handicap’ worden ervaren door zij die het moeten uitbetalen; ze moeten echter enkele dingen goed beseffen: (a) loon uitbetalen is geen vorm van liefdadigheid maar een contractueel overeengekomen plicht; (b) waarvoor ze eveneens iets terugkrijgen: arbeid, en via die arbeid kapitaal. Lonen worden steeds volledig terug verdiend via de prijs van het afgewerkte product.
  4. Wie toch blijft insisteren op de logica van ondernemers die ‘loonlast’ ervaren, kan even goed spreken van consumenten die ‘prijslast’ ervaren; ik ben namelijk ook de mening toegedaan dat ik veel te veel moet betalen voor mijn elektriciteit, gas, benzine, enzovoort.

‘Groei’ en ‘competitiviteit’

Twee andere termen verdienen onze aandacht, omdat ze net als de vorige uitermate frequent worden gehanteerd in de debatten over de sociaaleconomische politiek.

“Groei” is een oud begrip en het geeft het basismechanisme van een kapitalistisch systeem aan: het permanente streven naar de verhoging van de winsten.  Groei betekent dus in wezen ook enkel dat: de groei van de winsten van kapitalistische bedrijven, doorgaans gemeten door de waarde van de aandelen ervan.

Groei kreeg echter een ruimere definitie doorheen het ‘sociaal pact’ dat de naoorlogse West-Europese welvaartsstaat kenmerkte. Ook de arbeidersbeweging en de sociaaldemocratie schaarde zich achter het beginsel van de groei, want economische groei zou zorgen voor de algehele tewerkstelling – niemand zou werkloos zijn – en zou daardoor de algemene welvaart verhogen, want in een situatie van algehele tewerkstelling zouden de lonen een hoog peil moeten bereiken.

Noteer – en dit is uiterst belangrijk – dat de arbeidersbewegingen zich achter het streven naar groei schaarden omdat groei tewerkstelling zou scheppen. Ook vandaag de dag hoort men dit argument, dat groei intiem verweven is met de toename van de tewerkstelling. Niets is echter minder waar: door de transformaties van het kapitalisme in de afgelopen decennia zien we dat groei van de waarde van aandelen geen verband meer heeft met tewerkstelling, dan, doorgaans, een negatief verband. De waarde van aandelen van bedrijven stijgt wanneer er massale afdankingen binnen dat bedrijf plaats vinden. Economische groei staat op dit ogenblik volkomen los van het scheppen van arbeidsplaatsen.

Hetzelfde geldt voor de relatie tussen groei en de hoogte van de lonen: precies het omgekeerde mechanisme is nu de regel. Er is maar groei in zoverre de lonen zeer laag worden gehouden, de arbeidsmarkt verregaand wordt ‘geflexibiliseerd’ (d.w.z. dat de economische onzekerheid afgewenteld wordt op de arbeider, die alle controle verliest over perioden van tewerkstelling, duur van tewerkstelling, vorm van tewerkstelling en voorwaarden voor tewerkstelling), en het volume van ‘vaste’ en ‘beschermde’ werknemers afgebouwd wordt ten voordele van het volume aan tijdelijke en deeltijdse werknemers, of ten voordele van onderaannemers.

“Groei” is vandaag dan ook een woord dat staat voor sociale afbraak, verarming en verhoogde uitbuiting, en wie streeft naar ‘groei’ – in deze betekenis – kan moeilijk een vriend van de linkerzijde zijn.

Idem met “competitiviteit”. Onze bedrijven zijn niet “competitief”, het “concurrentievermogen” van “onze economie” gaat in dalende lijn, en de “loonlasten” zijn daarvoor verregaand aansprakelijk. Zonder een verhoging van de “concurrentiekracht” van ondernemingen kunnen er ook geen arbeidsplaatsen geschapen worden.

De betekenis van “competitiviteit” is eenvoudig: een bedrijf is “competitief” wanneer het zijn concurrenten verslaat; dat wil concreet zeggen: wanneer het hogere winsten maakt dan de concurrenten. Het wordt heeft geen enkele andere betekenis in het publieke debat over deze zaken. Wanneer men ten voordele van de “concurrentiekracht” of “competitiviteit” van onze ondernemingen de belangen van een gehele samenleving wil opofferen, dan moet die samenleving goed beseffen dat zij daar in overgrote meerderheid geen belang bij heeft. De band met tewerkstelling en verloning hebben we al besproken – bedrijven maken slechts meer winsten in de huidige conjunctuur door de kost van de aangekochte arbeid te verlagen. Een concurrentiebeleid  houdt dan ook haast onvermijdelijk (a) een toename van de werkloosheid, (b) een toename van precaire arbeidsvormen – interim, deeltijds enz., en (c) een verlaging van de lonen in. Zowel ‘groei’ als ‘competitiviteit’ zijn dan ook begrippen die volkomen het standpunt van de ondernemingen vertolken, niet dat van de rest van de samenleving.

Kromtaal recht trekken

Zoals gezegd, het beginsel is eenvoudig. Stel gewoon de vraag: ‘wiens woorden zijn dat?’ het effect van die vraag is een hele analyse waarin je kromtaal niet enkel blootlegt, maar ook op een aantoonbare manier kan weerleggen.

Die kromtaal is immers verbijsterend absurd. Ik geef twee voorbeelden. Enkele maanden terug kwam oud-premier Yves Leterme, nu hoge pief bij de OESO, ons meedelen dat de lonen in dit land nog altijd veel te hoog lagen (niet die van CEO’s uiteraard, zie eerder), en dat het openbaar vervoer in dit land veel te goedkoop was. Ons land zou er dus, volgens Leterme en zijn OESO, op vooruitgaan wanneer (a) de mensen minder verdienen en (b) meer moeten betalen voor bepaalde basisbehoeften zoals transport. Minder verdienen en meer uitgeven: in mijn wereld betekent dat verarming. En die verarming zou ik dan als ‘vooruitgang’ of ‘verbetering’ van de toestand moeten begrijpen?

epa03163537 (08/18) Local residents look for food in a pile of garbage at Perama, 25 km west of Athens, Greece, 22 March 2012. From 10 to 24 March the municipality of Perama was full of piles of garbage because the gas stations who supply the municipality vehicles were unpaid for several months. The unemployment in the town of Perama has exceeded 60 per cent while in the small shipyards and the significant Shipbuilding and Repair Zone of the area has hit 95 per cent. The social fabric of the town of Perama faces the threat of collapse as thousands of families live below the poverty level.  EPA/ORESTIS PANAGIOTOU PLEASE SEE ADVISORY epa03163529 FOR FULL FEATURE TEXT

Griekenland op de goede weg?

media_xl_1100243Het tweede voorbeeld sluit erbij aan. Onlangs liet de Trojka die de Eurocrisis moet bezweren weten dat Griekenland ‘op de goede weg’ was en ‘tekenen van herstel’ vertoonde. In diezelfde week kondigden drie grote Griekse universiteiten aan dat ze hun deuren moesten sluiten wegens tekort aan financiering. Enkele maanden eerder was (op aanbeveling van de Trojka) de Griekse openbare omroep al gewapenderhand stilgelegd. De enorme toename van de werkloosheid, de zeer grote inleveringen op loon van de Griekse werknemers, de drastische verlagingen van pensioenen en uitkeringen, het stilvallen van de basisgezondheidszorg, het huisvestingsprobleem – al die zaken zullen de Trojka beslist niet zijn ontgaan. Maar toch zijn net deze feiten ‘tekenen van herstel’. Ik slaag er niet in te begrijpen hoe de totale instorting van een samenleving als teken van herstel kan worden gezien – herstel waarvan? En wiens herstel?

We hebben in de delen hierboven een reeks begrippen uitgekleed, ze herleid tot hun werkelijke betekenis, en aangetoond dat ze ons manipuleren wanneer wij hen een objectieve en feitelijke waarde toekennen. We hebben die begrippen de afgelopen jaren miljoenen keren op ons afgevuurd gezien; velen onder ons zijn dan ook gewend geraakt aan hun manipulatief gebruik, en zijn ze zelf ook gaan gebruiken in die manipulatieve betekenis, ook al is dat regelrecht in strijd met de eigen belangen. Zo heb ik mensen horen pleiten voor “de stabiliteit van de Euro”, terwijl zij steeds minder van die Euro’s in bezit hadden.

Een tegenkracht moet intellectueel zijn als ze politiek wil zijn; ik bedoel ‘intellectueel’ hier niet in elitaire zin, integendeel. Ze moet intellectueel zijn omdat ze gedragen wordt door het kritische denkwerk van iedereen, jong en oud, man en vrouw, groot en klein in de samenleving. Iedereen moet in staat zijn creatief en kritisch analyses te maken en die goed beargumenteerd door te geven. De kritiek van woorden is daarbij een zeer belangrijke zet en een krachtig instrument, dat al bij al ook makkelijk te hanteren is.

Dat deze taalstrijd bij sommigen als ‘radicaal’ wordt ervaren nemen we er graag bij. We weten immers dat ‘radicaal’ meer zegt over degene die het woord gebruikt dan over degene op wie het wordt toegepast. En we weten ook dat onze kritiek vaak op eenvoudige common sense neerkomt. Via welke merkwaardige logica moet ik anders aanvaarden dat mijn toestand erop vooruit gaat wanneer ik armer word? Of dat mijn bedrijf gered wordt doordat ik mijn baan verlies?

Jan Blommaert

Deze tekst is gebaseerd op de slottoespraak van Jan Blommaert op de derde dag van het Socialisme, 2 november 2013.

May 25, 2015 at 9:50 am 2 comments

MIJN AMERIKA

Amerika is van iedereen, maar duizenden Vlamingen en Nederlanders hebben een speciale band met het land: omdat ze er werken en wonen/gewoond hebben, omdat ze weg zijn van de Amerikaanse Way of Life – het optimisme, de zelfredzaamheid, de openheid van de Amerikanen, omdat ze dol zijn op de Amerikaanse film en om nog honderden redenen méér. Een aantal van hen beschrijven hun band met Amerika in een reeks opstellen, gebundeld onder de titel hierboven en samengesteld door Jo Detavernier. Het zijn niet de minsten: oude vertrouwden zoals mijn vriend Tom Ronse en ex-collega bij de openbare omroep Bert De Vroey, de onvermijdbare Rik Torfs, filmmaker Jan Verheyen en homo universalis, ex- premier, ex-minister van Buitenlandse Zaken en veelschrijver Mark Eyskens. De opsomming is niet volledig en dan zijn er nog een reeks min of meer bekende Nederlanders: correspondente Helène Schilders, “Amerika-experts” Hans Veldeman en Frans Verhagen – ook hier is de lijst niet volledig.

Het moest, aldus de inleider, “een uitgesproken positieve bundel” worden “waarin het beste van de Verenigde Staten aan bod komt.” De lezer weze dus gewaarschuwd: wie een kritische kijk op de wereldmacht verwacht moet een ander boek kopen. De keuze is in dit verkiezingsjaar overweldigend. Dat wil niet zeggen dat in “Mijn Amerika” elke kritische noot ontbreekt. Zo beschrijft Rik Vanwalleghem op onderhoudende manier hoe hij “zijn Amerika” heeft zien veranderen van zijn El Dorado – in alles de tegenpool van zijn Westvlaamse geslotenheid en bescheidenheid – tot een land waar sinds 9/11 de paranoia om elke hoek loert. Ook Tom Ronse besluit het verhaal van zijn haat-liefdeverhouding met het land en New York met de vaststelling dat de veiligheidsmanie ertoe heeft geleid dat de NYPD – de New Yorkse politie – zich in de “minder begoede wijken, waar de armoede weer toeneemt, (..) als een bezettingsleger gedraagt.” De historicus Walter Prevenier tenslotte wijst op de hypocrisie van de talloze kerken die grossieren in “ideologische hardship (sic) en religieus puritanisme” en het “fake puritanisme van vele Amerikaanse politici en bijbelfanatici.”

hagee

Pastor John Hagee Warns America About Obama Re-election

In “Mijn Amerika” vind je geen nieuwe inzichten, geen analyse van de politieke en economische realiteit van vandaag. Niet dat er uit deze verzameling opstellen niets over Amerika – en de auteurs – te leren zou zijn. De bijdrage van Bert De Vroey over het – niet bestaande – hoofddoekendebat en over hoe Amerika met taaldiversiteit omgaat zou verplichte lectuur moeten zijn voor de nationalisten onder ons – ik denk aan de Gravensteengroep. Johan Van Overtveldt, de voormalige hoofdredacteur van Knack, wordt her en der in onze media opgevoerd als objectieve economische expert. Hier komt hij uit de kast als een onversneden aanhanger van Milton Friedman en diens marktfundamentalisme dat als economische doctrine omarmd werd door de Pinochetdictatuur in Chili en later zoveel onheil zou aanrichten in miljoenen Amerikaanse gezinnen.

In welhaast lyrische bewoordingen analyseert Jo Detavernier de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, inderdaad een revolutionaire en visionaire tekst. Maar hoewel Detavernier terloops vermeldt dat het “all men are created equal” alleen gold voor mensen met een blanke huid, gaat hij voor de rest volkomen voorbij aan het feit dat de geestelijke vader van die begeesterende tekst een slavenhouder was die op zijn minst vier kinderen verwekte bij één van zijn slavinnen en die als president een embargo afkondigde tegen Haïti, het eerste land waar slaven zichzelf hadden bevrijd. rough_finalLife Liberty and the pursuit of Happiness: het moet voor  duizenden land- en tijdgenoten van Jefferson – zwarten en halfvrije (indentured) blanken – als een bittere grap hebben geklonken. Het argument dat in de 18e eeuw slavernij onomstreden was snijdt geen hout. Het volstaat bijvoorbeeld “Rough Crossings” van Simon Shama te lezen om te beseffen hoe hevig het debat over slavernij ten tijde van de Amerikaanse Revolutie woedde. Jefferson stond – in de praktijk zo niet ideologisch – aan de verkeerde kant.

Over slavernij en etnische zuivering – de twee erfzonden van Amerika – in dit boek overigens nauwelijks een woord. Mark Eyskens schrijft: “slavernij brak de Amerikanen zuur op, want toen president Lincoln besloot die te verbieden, brak een secessieoorlog uit tussen Noord en Zuid die een paar honderdduizenden mensen het leven kostte maar uiteindelijk leidde tot een versterkt en meer humanistisch land, dat geleidelijk aan de rassendiscriminatie zou wegwerken.” Dat is om meer dan één reden historische onzin.

Lincoln had een dubbelzinnige houding ten opzichte van de slavernij en schafte die met de Emancipation Declaration pas af in 1863, twee jaar ná het begin van de burgeroorlog. Hij deed dat niet zozeer uit morele dan wel politiek-strategische overwegingen.

civil war

“Een paar honderdduizenden” doden waren er  in werkelijkheid volgens recente tellingen ten minste 750000 (op een bevolking van 31 miljoen), méér dan in de twee wereldoorlogen en Vietnam samen.

Voorts heeft het nog méér dan honderd jaar gekost om de “rassendiscriminatie geleidelijk” weg te werken en ook vandaag is het werk niet af ook al heeft een man van Afrikaanse afkomst het Witte Huis veroverd. De Senaat bijvoorbeeld is nog steeds een exclusief blank bolwerk.

Ook over de toenemende armoede in het land van de hoop word je na de lectuur van  “Mijn Amerika” nauwelijks wijzer. In een kromme zin – niet de enige – wijst  Mark Eyskens erop dat een “structurele aanpak van dit probleem in de Verenigde Staten weinig politiek succes heeft.”  Dat moet het understatement van de eeuw zijn. In de voorbije verkiezingscampagne sprak geen van beide kandidaten het woord “armoede” nog maar uit en de vertegenwoordiger van de zakenbelangen, Mitt Romney, zei zelfs uitdrukkelijk dat de “armen hem niet interesseren.” Het was interessant geweest te lezen hoe integendeel de politiek van Reagan over  Bush I en II  tot Clinton en  Obama de armoede in het land heeft georganiseerd: oorlog tegen de armen – niet tegen de armoede.

Een boek met bijdragen van een paar dozijn auteurs kan niet anders dan ongelijk van kwaliteit zijn. Ook stilistisch is het een grabbelton. Wat doe je met een stuk dat begint met: “Als documentairemaker was het de fictie die ….” Dan heb ik een onbedwingbare aandrang om de rest van het verhaal maar aan de vergetelheid prijs te geven. Het leven is te kort om slecht geschreven stukken te lezen. Maar meestal lezen de bijdragen in “Mijn Amerika” lekker weg. Ideaal als tussendoortje bij de tsunami aan Amerikaboeken die deze herfst op ons af is gekomen.

Johan Depoortere

Mijn Amerika

Jo Detavernier (red.)

208 blz

2012 Pelckmans Kalmthout

December 1, 2012 at 11:43 am Leave a comment

ABSURD THEATER IN RUSLAND

Poetin slaat, Poetin zalft.  Rechtsbedeling in het Rusland van de nieuwe tsaar lijkt op een absurde grap. Vandaag lees ik in de krant dat Poetin vindt dat de drie vrouwen die terechtstaan voor majesteitsschennis een milde straf mogen krijgen. De drie zijn lid van een punkgroep die in de bombastische kathedraal van Christus de Verlosser in Moskou tot de Heilige Maagd hadden gebeden om de verwijdering van Poetin. Is het allemaal om te lachen of om te huilen, vraagt Aleksander Skorobogatov zich af. Deze Russische schrijver van werken met een absurdistische inslag als  “Sergeant Bertrand” en “Aarde zonder water” plaatste bedenkingen over het Rusland van tsaar Poetin in DE MORGEN. De onverkorte versie lees je hier.

Johan Depoortere

Rusland op haar knieën: Bidden onder Poetin

v.l.n.r.: Ekaterina Samoutsevitch, Nadejda Tolokonnikova en Maria Alekhina
AFP

Welke gevangenisstraf kun je krijgen voor een gebed? Een irrelevante vraag, aangezien niemand achter de tralies vliegt vanwege een gebed? Bijna juist, maar niet helemaal: het juiste antwoord is 7 jaar effectief. Mits een aantal voorwaarden weliswaar: in Rusland wonen, een jonge vrouw zijn, aan feministisch activisme doen, lid zijn van een punkgroep, en het ergst van al: de plaats van de gebedsdienst niet zorgvuldig kiezen en de inhoud van je gebed niet op voorhand laten censureren.

Een gebedje te veel

De jonge vrouwen van de Russische feministische punkgroep met de ontroerende naam ‘Pussy Riot’ zijn dit laatste vergeten te doen, namelijk de plaats en inhoud van hun gebed controleren op political correctness.

Op 21 februari dit jaar, tijdens de golf van volksprotest tegen het Poetin-regime, hielden ze een ondertussen beroemde ‘punkgebedsdienst’ in de Christus Verlosserkathedraal van Moskou. De ludieke gebedsdienst duurde nauwelijks enkele minuten omdat de vrouwen al snel werden weggevoerd door de security. De muzikanten hebben niets vernield of beschadigd, niemand van de omstanders werd hoe dan ook bedreigd door de actie. De leden van de band hebben enkel wat gedanst en gezongen.

Maar de tekst van de punkdienst bevatte een gebedje, gericht tot Onze Lieve Vrouw, met de vraag om Poetin te verjagen. En dit was duidelijk een gebedje te veel. Eentje dat 7 jaar gevangenisstraf waard is. Voorlopig althans zit die kans erin: sinds hun arrestatie op 3 maart (Maria Alyochina en Nadezjda Tolokonnikova) en op 16 maart (Ekaterina Samutsevitch) zitten de jonge vrouwen al maanden in voorlopige hechtenis op verdenking van hooliganisme, waar in Rusland tot 7 jaar celstraf op staat.

Absurditeit voorbij

Volgens de onafhankelijke experts werd er tijdens de actie geen enkele wet overtreden. Maar in zijn quest naar de criminele feiten ging het Openbaar Ministerie zo ver dat het de Kerkelijke wetten aanhaalde, aangenomen door de Kerkenraad van Laodicea (363-364 n.C.) en door de Kerkenraad in Trullo (692 n.C.)! En dit terwijl Rusland een seculiere staat is en zich probeert te positioneren als een volwaardig lid van de Europese familie. Een van de centrale beschuldigingen klinkt als volgt: ‘Het verminderen van de spirituele basis van de staat.’ De officier van justitie die deze groteske nonsens bij elkaar heeft gesprokkeld, werd gepromoveerd.

Het klinkt misschien als een misplaatste grap, maar het is jammer genoeg een gangbare juridische praktijk in Poetins Rusland, waar Themis niet enkel blind is, maar ook doofstom en bovendien volstrekt ongeletterd.

Prisoners of conscience

Ondertussen erkende Amnesty International de vrouwen als prisoners of conscience (gewetensgevangenen). Er is dus niet alleen geen grond voor zo’n zware aantijging als hooliganisme (met zijn onmenselijke straf van 7 jaar), maar evenmin voor het maandenlange voorarrest. En toch werd hun voorarrest nog eens een half jaar verlengd, blijven de jonge vrouwen (onder wie twee jonge moeders) achter de tralies, en geeft het regime noch de Kerk tekenen van enige versoepeling van hun houding.

De harde houding van de Russische Orthodoxe Kerk zal haar imago trouwens niet ten goede komen. Nu al klaagt vooral de intelligentsia dat de Kerk louter het zoveelste manipulatie-instrument in handen van Poetin is. Zijn blinde supporter en zelfs trouwe handlanger. De onwil van de Kerk om de jonge vrouwen te vergeven roept beschuldiging van wreedheid op en keert de mensen af van de Kerk.

Terwijl de Russische publieke opinie zwaar verdeeld is en de jonge vrouwen naast verdedigers ook gezworen vijanden hebben, die zelfs die 7 jaar een veel te milde straf vinden, is een aantal zaken toch wel duidelijk. De meedogenloze vervolging is niet zodanig gericht tegen die jonge punkmoeders in kwestie: enkele luttele broze feministen vormen uiteraard voor niemand een gevaar. Het doel van het Poetinregime ligt in het bang maken, demoraliseren, uiteendrijven, in de kiem smoren van elke mogelijke protestbeweging. En zelfs van een absoluut burlesk protest zoals dat van de punkgebedsdienst à la Pussy Riot.

Verdediging: 30 seconden per pagina

Op eis van het Openbaar Ministerie heeft de rechter de termijn voor de beschuldigden om het dossier in te kijken drastisch ingekort. Terwijl de jonge vrouwen zeggen dat ze drie minuten inzagetijd per pagina krijgen, is hun advocaat nog pessimistischer: hij krijgt naar eigen zeggen 30 seconden per pagina. Zo verliest de zaak elke schijn van rechtvaardigheid en wordt het een volbloed-gerechtelijke farce van het laagste niveau. Onvoorstelbaar in eender welke beschaafde rechtsstaat, maar dagelijkse kost in het huidige Rusland, waar elke tegenstander van Rusland in feite vogelvrij is in een gerechtsgebouw.

Vladimir Poetin

Protestlam

Komen de jonge feministen vrij, dan gebeurt dat enkel met de toestemming van Poetin. Krijgen ze een zware straf, dan gebeurt dat ook weer op bevel van Poetin. Hoe dan ook, hoe zwaar de straf ook moge zijn, het is hoogst onwaarschijnlijk dat het regime erin zal slagen om aan de hand van repressie en bangmakerij het Russische volksprotest lam te leggen op lange termijn. Elke actie veroorzaakt een reactie, en met (en dankzij) de repressie groeit het verzet. De dag van vandaag bereikt het regime zijn kortetermijndoel: mensen afschrikken en verdeeldheid zaaien. De aloude formule ‘verdeel en heers’ heeft meermaals haar efficiëntie bewezen. Het werkt. Het heeft altijd gewerkt. Althans tijdelijk. Vroeg of laat wordt het punkgebed door de Heilige Maagd toch wel gehoord. Zeker weten. Vooral als de Moeder Gods punkrock weet te appreciëren.

© Aleksandr Skorobogatov

http://www.skorobogatov.com/

De auteur is een Russische schrijver. Hij woont al twintig jaar in Antwerpen en is lid van het Vlaamse PEN-centrum.

August 3, 2012 at 6:40 am 1 comment

MEXICO, EEN SOAP DRAMA

Mexico behoort tot één van de gevaarlijkste landen ter wereld”  Zo begon de Terzake reportage van vrijdag 29-06 over de Mexicaanse verkiezingen die vandaag zondag plaats vinden. Niet alleen op het vlak van zorvuldig taalgebruk was er op de uitzending een en ander aan te merken, vindt radiocorrespondent in Mexico, Frank Silkens.  De reportage legde de nadruk op het geweld en de drugsoorlog in het Noorden van Mexico. Silkens miste een aantal achtergronden die ook volgens mij volstrekt noodzakelijk zijn om iets van de situatie in Mexico te snappen. Hier volgen  zijn opmerkingen en aanvullingen.

Johan Depoortere

1)     Niet alleen kritische Mexicaanse media maar ook de Britse krant The Guardian hebben uitvoerig gedocumenteerd dat de PRI-kandidaat Enrique Peña Nieto, de gedoodverfde winnaar van deze verkiezingen, een marketingstunt is van Televisa, het grootste Mexicaanse particuliere televisienetwerk, dat ook in andere Spaans-Amerikaanse landen een steeds groter marktaandeel heeft. Als beloning voor haar steun aan Peña Nieto verwacht Televisa uiteraard een versterking van haar monopoliepositie in het Mexicaanse medialandschap. Peña Nieto is niet alleen getrouwd met een soapactrice van Televisa, maar beantwoordt ook zelf helemaal aan de clichés van een soapacteur.

Enrique Peña Nieto

2)     De onafhankelijkheid van de grote commerciële Mexicaanse enquêtebureaus, die wereldwijd rondbazuinen dat Peña Nieto een grote voorsprong heeft in hun peilingen, wordt steeds meer in vraag gesteld.

3)     De partij van Peña Nieto, de Partido Revolucionario Institucional (PRI), was tot het jaar 2000 gedurende meer dan 70 jaar onafgebroken aan de macht. Na 12 jaar oppositie hoopt deze partij niet alleen opnieuw aan de macht te komen, maar veel Mexicanen vrezen ook dat de PRI niet nog eens de “fout” zal begaan om deze macht ooit opnieuw uit handen te geven.

4)     Miljoenen jonge Mexicanen gaan morgen zondag voor het eerst naar de stembus. In tegenstelling tot hun ouders en grootouders zoeken zij hun informatie meer op sociale netwerken op het internet dan op de televisie. “Televisa-kandidaat” Peña Nieto is al zo vaak uitgejouwd op meetings met jongeren dat hij zich de afgelopen maanden op jongerenmeetings steevast heeft laten verontschuldigen.

5)     De kandidaat van de centrum-linkse PRD, Andrés Manuel López Obrador, die in 2006 de presidentsverkiezingen “nipt verloor” van de huidige conservatieve president Calderón, is de grote favoriet van de jonge Mexicanen die morgen voor het eerst gaan stemmen, omdat ze iemand van een “niet-traditionele partij” aan de macht willen hebben. Deze nieuwe “internet-generatie” is zeker in een land als Mexico (met meer jongeren dan ouderen) niet verwaarloosbaar.

Andrés Manuel López Obrador

6)     Als Andrés Manuel López Obrador  de presidentsverkiezingen opnieuw “nipt verliest”, is het hek helemaal van de dam, en zullen we straatprotesten zien waarbij die van 2006 verbleken.

Frank Silkens

VRT-correspondent in Mexico

July 1, 2012 at 6:29 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers