Posts tagged ‘Spanje’

CATALONIË: DE VERSCHROEIDE AARDE

Door Johan Depoortere

Wat ging er om in het hoofd van Carles Puigdemont en zijn medestanders in de Catalaanse regering toen ze besloten een omstreden en illegaal referendum over onafhankelijkheid te houden en later om op basis van een twijfelachtige meerderheid in het regionale parlement de onafhankelijkheid uit te roepen? Van naïviteit kun je de heren en dames nauwelijks verdenken: het zijn allen door de wol geverfde politici. Wat dan zou de strategische berekening van Puigdemont en de zijnen kunnen zijn geweest? Zouden ze van de Spaanse rechtse regering hebben verwacht dat die haar bezwaren zou inslikken en passief zou toezien hoe een deel van het land zich afscheurt? Hadden ze gehoopt op steun van Europa? Hadden ze erop gerekend feiten op de grond te creëren die niet meer waren terug te draaien. Of hadden ze een strategie van de verschroeide aarde: – een crisis zonder weergaande in het leven roepen en dan maar hopen dat uit de fall-out toch iets als een onafhankelijk Catalonië zou oprijzen: la politque du pire.

Carles Puigdemont zingt de Catalaanse nationale hymne in het parlement dat net de onafhankelijkheid heeft verklaard

Als dat de bedoeling was van de separatisten dan werden ze door Madrid op hun wenken bediend. Door zijn gewapende horden van para-militairen op vreedzame betogers en kiezers af te sturen en politieke leiders de cel in te draaien gaven premier Mariano Rajoy en zijn semi-franquistische Partido Popular de Catalaanse independentistas op een zilveren dienblad het cadeau waarvan ze alleen hadden kunnen dromen. Voortaan hoefde niet meer over de zwakke argumenten voor onafhankelijkheid te worden gedebatteerd: Catalonië had zijn martelaren. Dat uit alle opiniepeilingen, referenda en stembusgangen blijkt dat minder dan de helft van de Catalanen voor het idee van onafhankelijkheid zijn gewonnen verdwijnt nu naar de achtergrond. Het referendum van 1 oktober dat aan geen enkel criterium van een geldige volksraadpleging voldeed wordt geligitimeerd door het geweld van de Guardia Civil en op de sociale media gebruiken de aanhangers van de onafhankelijkheid hun particuliere wiskunde om over een grote overwinning te kunnen gewagen: meer dan 700000 stembrieven zijn immers door de Guardia Civil in beslag genomen en die worden voor het gemak in gelijke proportie met de getelde bij de ja-stemmen gerekend.

Puigdemont en de Spaanse premier Mariano Rajoy in betere tijden

De afgezette Catalaanse minister-president is nu in België ondergedoken om te ontsnappen aan het Spaanse gerecht dat hem beschuldigt van rebellie en nog een paar misdrijven. Zijn collega-minsters zijn intussen opgepakt en tegen Puigdemont is een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Puigdemont is er om evidente redenen niet op gebrand om kennis te maken met de binnenkant van een Spaanse gevangenis. Zijn vlucht naar België is uit menselijk oogpunt dan ook begrijpelijk, heldhaftig zeker niet. Nadat hij het huis in de fik heeft gestoken verdwijnt de brandstichter door de achterdeur. Om nog meer olie op het vuur te gooien pleit de Leuvense professor in de politieke wetenschappen Bart Maddens er in De Standaard voor om in Brussel – of wie weet Antwerpen – een Catalaanse regering in ballingschap te gedogen. Na de rellen in de Brederodestraat voorwaar een geniaal idee van de professor om een buitenlands conflict te importeren.

Bart Maddens, professor en nationalistische activist

Puigdemont is het slachtoffer van een crisis die hij zelf heeft opgepookt. Nu is hij blijkbaar tot het besef gekomen dat een harde opstelling nergens toe leidt en dat in een tweegevecht tussen twee ongelijke partijen de zwakste uiteindelijk het recht van de sterkste ondergaat. De voormalige minister-president heeft namelijk verklaard dat hij de uitslag van de verkiezingen die door Madrid worden uitgeschreven zal aanvaarden. Hoezo? Catalonië was toch onafhankelijk ? Hoe kan een onafhankelijk land zich neerleggen bij verkiezingen die worden opgedrongen door een bezettende macht – zo immers zien de Catalaanse independentistas de beslissingen uit Castilië. Betekent dat nu dat Puigdemont de onafhankelijkheidsverklaring niet al te ernstig neemt? Daar moeten zijn aanhangers maar een antwoord op geven. Eerder al – toen de minister-president zelf van plan was verkiezingen uit te schrijven om daarmee de toestand te ontmijnen – werd hij door zijn radikale achterban voor verrader uitgekreten. Puigdemont haalde bakzeil, zwichtte voor de radikalinskis in zijn eigen regering en riep de onafhankelijkheid uit. Nu stapt hij mee in het plan dat door Madrid is uitgedokterd. Zijn terugkeer tot de redelijkheid, of – zijn capitulatie voor wie dat zo bekijkt – komt dus redelijk laat. Gelukkig voor de minister-president in ballingschap is er alweer de stupiede reactie van Madrid die van hem een politieke vluchteling en een martelaar maakt. En een martelaar kan zelfs capitulatie vergeven worden.

November 3, 2017 at 9:44 am Leave a comment

NUIT DEBOUT: OPSTAND VAN DE JEUGD ZONDER TOEKOMST.

Na onder andere de Indignados in Spanje en Occupy Wall Street in de VS komen nu ook in Frankrijk jongeren en ouderen in verzet tegen de neoliberale platwals. Is de Nuit Debout-beweging een blijver of is het de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om de onmacht van links te doorbreken?

Continue Reading May 12, 2016 at 1:03 pm 5 comments

TWINTIG VRANKE VROUWEN IN AL ANDALUS

Alhambra Granada

Alhambra Granada

door Jef Coeck

Onze medewerker Lucas Catherine is u bekend als begenadigd verteller van brokken vergeten geschiedenis. Dat mag België zijn, of Congo, of Afrika maar liefst van al schrijft hij over Arabische en/of moslimlanden. Dat is zijn fort en zijn core. Hij heeft er veel gereisd en gewoond. Het aantal boeken dat hij erover publiceerde loopt in de tientallen. Toch zullen we er nooit zoveel over weten als hij, daarom blijft hij boeien. ‘Een Arabische zomer’ gaat over twintig uizonderlijke vrouwen in Andalusia, Zuid-Europa dus. Maar meteen gaat het over een tijdspanne van bijna 1000 jaar in de Europese en dus wereldgeschiedenis.
Andalus 2 Califat-de-Cordoue
Zevenhonderd jaar lang, van 711 tot 1492 was er een Arabisch politiek gezag aanwezig in Spanje, meer bepaald in Andalusia dat een ruimer gebied besloeg dan wat wij er nu onder verstaan. De laatste moslims werden pas na 900 jaar, in 1614, verdreven. In onze historische clichétrommel is Andaloesië dus het land van de convivencia, het vredelievend samenleven van de drie grote religies: joden, christenen en moslims. Eigenlljk was het veel ingewikkelder: een alliantie tussen de volksgroepen Berbers, Arabieren en Goten, plus een feitelijke toestand van vredelievend-tot-hatelijk onderling negeren van de Grote Drie, de monotheïstische geloven.

Dat werkte wel, onder moslimbestuur, tot ongeveer het einde van de 11de eeuw. In 1086 viel de grootste Arabische stad Toledo in christenhanden. Toen begon een burgeroorlog, die uiteindelijk gewonnen werd door de troepen van de zeer katholieke Vorsten Albrecht en Isabella. In 1614 worden de laatste Morisco’s – afstammelingen van Noord-Afrikaanse bewoners – op schepen richting Marokko gezet. Tenminste, de Morisco’s die alle slachtingen en etnische zuiveringen overleefd hadden.  Zover een korte historische situering.

Albrecht en Isabella

Albrecht en Isabella

CORDOBA

Al Andalus heeft dus eeuwenlang een periode van vrede en welvaart onder islamitisch bestuur gekend. Het gaat met name om de steden Cordoba, Sevilla, Granada, Toledo en ook Valencia, ver buiten het Andaloesië van vandaag.

Droegen de vrouwen in toenmalig Andalusia een boerka? Liepen ze gesluierd? Foto’s hebben we natuurlijk niet, zelfs geen betrouwbare tekeningen. Maar we weten wel wat sommige van die vrouwen te vertellen hadden of wat ze gedaan hebben – en dat is vaak niet gering. De auteur laat twintig ‘vranke vrouwen’ uit voormalig moslim-Europa aan het woord. We kunnen ze niet allemaal opsommen. Toch een paar: prinses Wallada vond in de 11de eeuw de literaire Salon uit, Saida al Horra organiseerde in de 16de eeuw een oorlogsvloot tegen Spanje.

Veel dichteressen waren er bij die vrouwen, de literatuur stond hoog in aanzien. Cordoba, een stad van variërend 300.000 tot 1 miljoen inwoners (tien maal groter dan het toenmalige Parijs) telde 70 bibliotheken, waarvan de grootste een half miljoen boeken bezat. De grootste christelijke bibliotheek was toen die van Sankt Gallen, 60.000 boeken.
Andalus 4 Cordoba

Cordoba heeft de oudste universiteit van Europa. De auteur wordt lyrisch van deze stad:
‘De meest schizofrene ervaring kan je in de grote moskee opdoen. Vooral als je die voor tien uur ’s ochtends bezoekt. Je arriveert op een voorplein met massa’s sinaasappelbomen en in het midden een ablutiefontein. Vervolgens stap je de moskee binnen. Het is alsof je een woud van palmbomen betreedt. Stenen palmbomen. Meer dan driehonderd zuilen schoren een enorme hal. Vanuit het kapittel van elke kolom vertrekken dubbele bogen , uitgevoerd in afwisselend rode en witte steen. Elke zuil met zijn vier gestreepte halfbogen evoceert een palmboom, het lievelingssymbool van de eerste Omayyadenkalief. Midden in dit stenen woud heeft men na de conquista tientallen zuilen gerooid en er een kathedraal tussen gebouwd. Als je binnen in de kathedraal staat oogt die enorm, met reusachtige beuken, maar van buiten bekeken verdrinkt ze in de moskee. Het effect is hallucinant.’

Andalus 5 Mezquita_(panorama)
De beroemdste Andaloesische dichteres is Wallada. In haar paleis in Cordoba organiseerde ze literaire Salons. Daar werden niet enkel gedichten voorgedragen, er traden ook danseressen en zangeressen op en er werd nogal wat gedronken. De jonge Wallada zat die salons ongesluierd voor en op de mouwen van haar kleed had ze verzen geborduurd. Op de linker stond:
Bij God, Ik streef naar eer en glorie,
en ga heel trots mijn eigen weg.
En op de rechtermouw:
Mijn vrijer bied ik mijn wangen,
en mijn lippen geef ik wie ze wil.

Haar bekendste minnaar was Ibn Zaydun. Het paar werd het symbool van de romantische liefde. Die affaire begon dan wel mooi maar verzuurde door overspel. Zaydun legde het aan met de zwarte kamermeid, waarna Wallada haar woede van zich afschreef:
Je bent een man met zes namen
Die je heel je leven zullen achtervolgen:
Homo, pederast en klootzak,
Hoorndrager, dief en makro.

And that was the end of the affair. Zaydun probeerde nog zijn retour te maken, onder meer in versvorm, maar het lukte hem niet. Wallada leefde de rest van haar leven – ze werd 90 – samen met een Cordobese minister.

POGROMS IN VALENCIA

In Sevillla werd de wasvrouw Itimad door een toevallige ontmoeting verheven tot koningin. Haar vorst en lover Mutamid werd poëtisch door haar geïnspireerd, een soort poëzie dat expliciet en weinig suggestief is:

Ik ben jaloers op het liefdesbriefje
Dat ik je stuurde
Want dat heeft je gezichtje gezien.
Wat wou ik dat ik net als hij,
Je kon zien, maar dan van kop tot teen.

Andalus 6

Omdat Valencia nu een afzonderlijke regio is, naast de autonome regio Andaloesië, wordt al eens vergeten dat deze streek ook tot Al Andalus behoorde. Het was zelfs het gebied met de langstdurende officiële moslimaanwezigheid. Valencia is de stad van El Cid (Arabisch: Sidi), die we kennen uit de latere literatuur. Corneille schreef het toneelstuk, Massenet de opera, Charlton Heston speelde de filmrol.

Valencia is in 1275 het toneel van de eerste pogroms tegen de moslims. De situatie verslechtert nog met de val van het laatste moslim gezag in Granada (1492) en het aan de macht komen van de katholieke koningen Albrecht en Isabella (1598-1621). ‘De Arabieren worden verplicht om discriminerende blauwe kledij te dragen. De christenen zagen het blauw als de kleur van de vijand omdat de laatste grote Andaloesische dynastie, de Almohaden, Berbers uit het zuiden van Marokko waren die, net als de Toearegs, blauwe kledij droegen. Arabieren moeten voortaan ook een speciale moslimtaks betalen, de besant-belasting, die per huisgezin wordt geheven. Verder is er nog een speciale taks op moslimslagerijen en op baden en bakovens.’

GRANADA

We zijn nu wel even afgedreven van de poëtisch of anderszins vranke vrouwen. Daar waren trouwens geen christelijke dames bij, wel een joodse, de uit Granada stammende Qasmuna (12de eeuw). Ze wordt in de poëzie opgeleid door haar vader en grootvader. Deze laatste had in versvorm zijn educatieve principes verwoord:
Sla je vrouw iedere dag, mijn zoon,
zodat ze niet de baas over je speelt en haar kop opsteekt.
Wees, mijn zoon, niet de vrouw van je vrouw,
En laat haar niet toe de man te zijn van haar man.

Andalus 8 mujeres_al_andalus_g1

Granada is de stad waar het Arabisch karakter het duidelijkst bewaard is. Bij de verbouwing van Granada zaten de nieuwe katholieke heersers met een probleem: ze hadden geen eigen kunst die de moeite waard was. Een van hun oplossingen was om Morisco’s – de verplicht bekeerde moslims – gebouwen te laten optrekken in Moorse stijl, de zogenaamde mudejar-stijl. Overal in Granada kun je die zien.

Een tweede oplossing was om een beroep te doen op Italiaanse renaissance-artiesten – Spanje heerste toen ook over het grootste deel van Italië – en op hun Flamenco-onderdanen uit de Nederlanden. Generaties van schilders, retabelmakers en glazeniers uit onze streken zijn rijk geworden door leveringen aan de Spaanse kroon. Namen die zijn terug te vinden in Granada: Dirk Bouts, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Johan Van Camp, Theodoor van Holland, Ambrosius Van Wyck, Frans Heylen.

Andalus 7 Alhambra_-_Granada_1

De meest mythische plek van Granada is natuurlijk het Alhambra. Zo mythisch dat zelfs Lucas Catherine zich er niet aan waagt ze te beschrijven. Dat laat hij over aan een hedendaagse Arabische dichteres, Maram al Masri:

Hoe kan een gedicht
je stenen vatten in woorden
je kleuren beschrijven met letters
en je stilte meten met punten en komma’s?
….
Hoeveel bloed is opgedroogd op je grond?
Hoeveel tranen zijn er uit opgeschoten als bloemen?
Hoeveel sinaasbomen prezen je schoonheid?
Hoeveel moewashasa’s zongen je glorie?
Hoeveel wingerds,
Hoeveel blaren,
Hoeveel kussen?

Het Alhambra slaapt nooit
haar ogen staren wijd open
naar de wind en de maan.
Zij praat met de hemel, speelt met de sterren,
vraagt de Slaap die haar verlaat;
Keer terug…

In 1769 werd de laatste clandestiene moskee opgedoekt in Cartagena.
Overigens zijn er ook vandaag nog wel vranke vrouwen in Andaloesië. En elders.
Andalus 9 burka

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2009/07/11/morisco-flamenco/

Lucas Catherine, Een Arabische zomer, Twintig vrouwen in Al Andalus, EPO, Berchem, 2013

March 13, 2013 at 11:26 am Leave a comment

DE KATHOLIEKE KERK, GROOTSTE MAKELAAR VAN SPANJE

Barcelona – Weinig instellingen zijn zo crisisbestendig als de Spaanse katholieke kerk. Volgens de lokale bisschoppen heeft dat niets te maken met een vermeende bevoorrechte positie en dus moeten we de oorzaak zoeken in een deskundig en verantwoord management. Neem de moskee van Córdoba.

door Lex Rietman

Dit gebouw werd tussen 780 en 785 door Abderramán I neergezet in de binnenstad van Córdoba. Toen de rechtmatige eigenaren zo’n zeven eeuwen later het pand verlieten, ontfermde de katholieke kerk zich over de moskee. Nog weer een paar eeuwen later, in 2006, laat de kerk het monument inschrijven in het kadaster als haar wettige eigendom. Met de operatie is een bedrag van dertig euro gemoeid, de kosten van de inschrijving in het kadaster. Geen gekke prijs voor een optrekje van 23.400 vierkante meter.

Dankzij de hypotheekwet van Aznar uit 1998 kan de kerk zich openbare gebouwen toe-eigenen, ook al behoren die tot het gemeenschappelijke erfgoed. Daarvoor hoeft de bisschop in kwestie alleen maar te verklaren dat het pand van de kerk is. In dit geval is dat bijzonder aantrekkelijk, want jaarlijks ontvangt de moskee van Córdoba meer dan een miljoen bezoekers. De entree van acht euro per persoon heft de kerk. Dat is pure winst. Restauraties en onderhoud worden door de staat betaald en zelfs van de onroerendgoedbelasting is de katholieke kerk vrijgesteld. Volgens schattingen loopt de Spaanse staat daardoor drie miljard per jaar mis. In tijden van snoeiharde bezuinigingen is dat geen te verwaarlozen bedrag.

Maar de kerk geeft niet alleen het goede voorbeeld door een verstandig financieel beleid te voeren. Zo gaf de bisschop Francisco Javier Martínez van Granada onlangs ook nuttige wenken voor een hoognodige mentaliteitsverandering. ‘We moeten af van de subsidiecultuur’, zei hij. De wens van veel Spaanse jongeren om ambtenaar te worden bekritiseerde hij als een ‘maatschappelijke ziekte’. Misschien ziet bisschop Martínez hier iets over het hoofd. De helft van de Spaanse jongeren is werkloos en de andere helft werkt op ‘wegwerpcontracten’. Dat jongeren in zo’n situatie van vrijwel totale inkomensonzekerheid het ambtenarenbestaan idealiseren, is niet heel vreemd.

Maar hoe moeten we de kritiek van kerkelijk topambtenaar Martínez op de subsidiecultuur opvatten? Is hij voorstander van afschaffing van de tien miljard euro subsidie die de kerk jaarlijks ontvangt uit de Spaanse staatskas? Erg waarschijnlijk lijkt dat niet. Bisschop Martínez houdt van het goede leven. Sinds hij in 2003 bisschop van Granada werd, nam de schuld van het bisdom toe van 1,2 tot 28 miljoen euro.

http://www.groene.nl/commentaar/2012-03-13/de-katholieke-kerk-de-grootste-makelaar-van-spanje

 

March 16, 2012 at 10:40 am 2 comments

DE OBAMA’S IN SPANJE OF COCAGNE?

Ook Vlaamse ‘kwaliteitskranten’, die een stevige reputatie bezitten in het afschrijven van de verkeerde stukken uit vaak goede buitenlandse media, hebben – doorgaans zonder bronvermelding – bericht over het vakantiegebeuren van Barack, Michelle, Sasha en Malia. En ja, ook Bo ontsnapt niet aan het kritisch oog van de oplettende Vlaamse persluizen. De presidentiële hond zou, naar verluidt, met een apart vliegtuig zijn overgevlogen voor een korte vakantie in Maine.

Waar zijn we mee bezig? Dat vraagt ook de Amerikaanse columniste Anne Applebaum, lid van de hoofdredactie van The Washington Post, zich af. Sommigen zeggen dat het, zoals veel in de States, de schuld van de Kennedy’s is.

I don’t know for certain, but I’m blaming the Kennedys, whose photogenic touch-football games and elegant yachts set a standard to which later presidents could only aspire. They did have precursors: Franklin Roosevelt was photographed fishing in Florida, riding horseback, even swimming on a pebbly beach. And there are many, many pictures of his distant cousin Theodore holding up his hunting trophies in exotic forests.’

De Roosevelts en Kennedy’s hadden de ingestelheid waarop ook de Romeinse keizer Vespasianus zich beriep: ‘pecunia non olet’, geld stinkt niet. Geld wordt onder meer vertaald in even riante als elegante buitenverblijven, waar het plebs slechts bij revoluties van walgt maar door de week naar opkijkt. Sinds de eerste Roosevelt is het een gevestigde traditie dat Amerikaanse staatshoofden samen met hun verkiezing het recht, versta de plicht, verwerven op een buitenmatige luxe – die ze trouwens niet zelden ook al voor hun verkiezing hadden.  

Of course, the Kennedys and the Roosevelts had a huge advantage in the holiday stakes. Like the Bushes and the Reagans, they owned beautiful, tasteful country properties to which they could retire in serene elegance. Better still, these properties reflected their personalities in an electorally advantageous way. Kennedy’s passion for sports established him as youthful and energetic. Reagan’s California ranch lent him a cowboy gloss. Bush senior’s retreat echoed his New England roots. Bush junior’s house in Crawford firmed up his link to Texas—as opposed to New England—and gave him the good-old-boy credentials he lacked. ‘

In de recente geschiedenis waren er slechts twee presidenten die in vakantietermen niet tot de bezittende klasse behoorden. Bill Clinton voelde zich genoopt om het exclusieve eiland Martha’s Vineyard zo goed als helemaal af te huren om te kunnen ontsnappen aan de rat race, de heksenketel van Washington. Foei, Elitair!, riepen zijn (toen nog vaak) rijkere tegenstanders. En dat schreeuwden ook de Obamahaters toen Barack & Fam. (niet-blank, niet-Iers, niet-katholiek, niet-rijk?) vorig jaar korte tijd het eiland frequenteerden voor officiële vakantiedoeleinden.

‘Only two presidents in recent memory have not had vacation homes of their own: Bill Clinton and Barack Obama. Not coincidentally, it is their vacation choices that have been most heavily criticized. When he was down in Crawford, George W. Bush surrounded himself with likeminded friends and admirers. Away from the cameras, he had a break from constant public surveillance and the Washington rat race. But when Clinton went to Martha’s Vineyard to surround himself with likeminded friends and admirers (and to enjoy a break from constant public surveillance and the Washington rat race), he was damned as an elitist. So was Obama, who went there last year for exactly the same reasons.’

Merkwaardig toch, dat de huur van een vakantiehuis als meer elitair wordt ervaren dan het bezit ervan? Waarom is Martha’s Vineyard meer snob dan een eigen privé-ranch in Texas (Bush jr.)? Zo lijkt dat nu eenmaal te werken. En dat is ook de reden waarom de Clintons zich verplicht voelden tot een ‘publieke vakantie’ in Jackson Hole, een gat in Wyoming, waar de geëigende ‘pers’ haar kiekjes kon maken. Daaruit moest blijken dat de familie Clinton ‘gewone Amerikanen’ waren. Wat ze duidelijk niet zijn. Geen enkele verkozen president wordt ooit nog een ‘normale Amerikaan’, gesteld dat hij het ooit geweest is.

‘Why, exactly, is borrowing or renting someone’s house more elitist than owning one? Why is Martha’s Vineyard snobbier than Kennebunkport, Hyannis Port, or even a private Texas ranch? I don’t know, but that’s what everyone said, and thus were the Clintons forced to take a pretend “vacation” in Jackson Hole, Wyo. During this “vacation,” they had to provide photo opportunities to the press, in order to prove that they really were normal Americans—which, of course, they patently were not. No president, once elected, is ever a normal American again.’

Nu overkomt het Obama, eigenlijk in omgekeerde zin. Zijn niet-bezit van een permanent buitenverblijf wordt hem als dubbel elitair aangerekend.  Hij heeft Martha’s Dinges aangedaan, en het Yellowstone Park, en de Grand Canyon, en al die plaatsen waar ‘doorsnee’ Amerikanen zeggen dol op te zijn. Het heeft hem geen zier vooruit geholpen.

‘The same fate has now befallen Obama, whose lack of a permanent country residence has also inexplicably made him appear more elitist. Having done the Martha’s Vineyard thing last year, and been duly criticized, he has made up for it with visits to Maine, Yellowstone, the Grand Canyon, and North Carolina, all places that “average” Americans like to go.’

Maar als Michelle de gotspe heeft om er even tussenuit te glippen naar Spanje, daarbij een lunch (niet eens een diner!) met de plaatselijke monarch plichtmatig in haar programma opnemend, dan breekt zowat de hel los. Vroeger lagen monarchen goed in de Amerikaanse markt, kennelijk is daar door de crisis of godweetwat verandering in gekomen. En toegegeven, dat geminigolf van de Obama’s aan de kust van Florida, waar toen toevallig geen spoor van vervuiling viel te filmen, was simply disgusting. Maar dat Barack en Michelle het voor hun plezier hebben gedaan, dat zal niet. (Bo misschien nog wel.)

‘But then, a few weeks ago, Michelle slipped off to Spain and had lunch with the king. I suspect this was a rather jolly affair, especially for Sasha, but it went down badly with Americans who used to like it when their first ladies had lunch with kings but don’t any more. In penance, the Obamas set off this week for Panama City, Fla., where they played mini-golf in front of the cameras and talked about the clean water. Golly, that must have been really relaxing—about as relaxing as appearing on prime-time television, making a speech to a vast audience, or performing onstage for a large crowd. Of course it’s a good thing for the Obamas to tour the Gulf Coast and to be photographed on beaches that are not, in fact, covered with black oil slicks. It’s great that they are promoting tourism in a region that needs it. But why do they have to pretend that they are on vacation? Why do Americans now demand that they “relax” in politically acceptable surroundings?’

We beseffen allemaal dat het opgezet spel is, die vakanties van presidenten. Zijn we misschien verslaafd aan de fictionele realiteit? Waarom verkiezen we Hollywood en de televisiehumbug boven de werkelijkheid?  Waarom vragen we van een president dat hij niet enkel het land bestuurt maar in zijn vrije tijd ook nog de nar uithangt? Laat hij gewoon een balletje in de basket gooien, als hij daar zin in heeft. Laat zijn vrouw een goed boek lezen en lunchen met wie ze wil. Waarom laten we de Obama’s niet hun vakantiegangetje gaan, in plaats van te willen bepalen wat die gang moet zijn?

En by the way, waarom profiteren we niet meer van onze eigen vakanties? Omdat ze opgezet spel zijn?
Of omdat we ook op vakantie onszelf meenemen?  Met dank aan Alain de Botton, die de menselijke vakantiedriften meesterlijk gehekeld heeft in The Art of Travel. Dieren gaan nooit met vakantie. Het trekken van sommige vogel- en vissoorten is meer instinctieve slavernij. Vakantie daarentegen… Of? Nuja.  

‘We all know that it’s phony, that it’s not really a vacation, and that it’s not really fun to play mini-golf on television. Yet so addicted have we become to orchestrated “reality”—reality television, cooked-up celebrity stories, Hollywood’s fictionalizations of historical events—that we now want our president to play along with a made-up narrative. Not only are they supposed to run the country, they have to pretend to be average. This is ridiculous.

Let the Obama family go on vacation. Let them go wherever they want. Let them do whatever they want. Let the president work out, play basketball. Let the first lady read a good novel, have lunch with whomever she pleases. Let’s not talk about them for a few weeks. This is what mid-August is for. Why do we need to think about them when we’re on vacation, too?’

Het ongeschonden stuk van Anne Applebaum kan u hier lezen:

(http://www.slate.com/id/2264066/)

Obama's op weg naar het vakantiekamp

Dutch by jc

 

August 22, 2010 at 7:07 pm Leave a comment

VIJANDELIJKE HONDEN

VREEMDE BOUWSELS IN HET GROOTSTE PARK VAN BRUSSEL, ZONDER PROTEST VAN DE OMWONENDEN

door Walter Zinzen

Soms is het jammer dat we niet over een teletijdmachine beschikken. Dan zouden we kunnen zien hoe over pakweg 100 jaar wordt gereageerd op de bouw van boeddhistische tempels door Chinese migranten, die zich massaal in onze gewesten gevestigd zullen hebben. Het verzet tegen de tempels zal geïnspireerd zijn door de aan onze streken vreemde architectuur ervan. ‘Kerktorens en minaretten’, zo zal de redenering luiden, ‘horen tot onze cultuur, maar die bizarre tempels met hun rare halfnaakte bedienaren, die willen we hier niet.’ Zo zal het zijn als de tekenen niet bedriegen. De aanwezigheid van moslims en hun moskeeën zal de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld zijn geworden. Want zo is het ook met het christendom gegaan. Daarvoor hebben we geen teletijdmachine nodig. Het volstaat een geschiedenisboek open te slaan.

Het christendom is, net als de islam, uit het Midden-Oosten tot ons gekomen. Toen de stichter ervan in Palestina rondwandelde, vereerden onze voorouders de Germaanse goden en sneden druïden maretakken in de onmetelijke wouden. Ierse missionarissen (vreemdelingen!) brachten ons de Ene en Ware Boodschap. Ze bekeerden eerst de keizers en koningen, die vervolgens de nieuwe godsdienst aan hun onderdanen oplegden. De druïden werden vervangen door religieuzen, die de klederdracht uit het Midden-Oosten overnamen: hoofddoeken voor de nonnen, lange tot aan de grond reikende rokken voor de priesters. Pas de laatste decennia is hun kledij wat meer afgestemd op onze volksaard. Naarmate de tijd verstreek vervaagde de herinnering aan onze eigen goden. Ze leven nog alleen voort in de namen van enkele weekdagen. Zo vatte de idee post dat het christendom iets van hier is, zeker toen we onze kerken met torens begonnen te bouwen, die in niets meer leken op de tempel in Jeruzalem. Toen kwam een grote edelmoedigheid over ons: de hele wereld moest delen in ons geluk, de arme heidenen moesten op de weg naar de hemel worden gezet. Vlaanderen zond zijn zonen en dochters uit. In het donkere Afrika pootten zij neogotische kerken neer. ‘s Middags klepte de klok het Angelus, net zoals dat in de Vlaamse heimat de gewoonte was. Op 11 juli speelden bebaarde scheutisten de Vlaamse Leeuw op het kerkorgel en dat allemaal om zoveel mogelijk zwarte zieltjes te redden. En niet één Afrikaan die riep dat er een verbod op kerktorens met hun hinderlijk klokkenlawaai moest komen.

Waarom zou hij ook? Uit de geschiedenislesjes, hem door de vrome leerkrachten uit het Beschaafde Westen bijgebracht, wist de Afrikaan dat hel en verdoemenis het lot waren van ieder die niet rechtzinnig in de leer was. Ongelovigen, ketters en afvalligen werden op de brandstapel gezet. Toen een augustijner monnik de bijbel wilde omzetten in de volkstaal en daarmee de oekazen van de Paus overtrad, ontketende hij ongewild de godsdienstoorlogen, die vele duizenden doden maakten. Joden die, in tegenstelling tot de christenen, dachten dat de Messias nog moest komen, werden vervolgd en gediscrimineerd. Zij waren immers verantwoordelijk voor de dood van onze eigen Verlosser en werden daarom in kerkelijke teksten ‘perfide’ genoemd. Gelukkig konden wij, Vlamingen, ons verheugen in de heerschappij van de zeer katholieke koning van Spanje, zodat onze protestantse voorvaderen haastig terugkeerden naar de Ware Schaapstal — of uitweken naar Nederland. Ha, de Spanjaarden! Wat zouden wij zonder de Spanjaarden zijn! Terwijl de Hertog van Alva hier orde en recht deed heersen en onwillige edelen als Egmont en Hoorn de kop afsneed — zij het dat hij nog geen videocamera’s had — brachten zijn landgenoten het Woord Gods naar wat we nu kennen als Latijns Amerika. De tempels van de Indianenvolkeren werden vernield en op de puinhopen verschenen roomse kerken, zo uit Spanje overgeplant. De boeken, die heidense wetenschappers hadden geschreven, werden verbrand, de paleizen van de heersers met de grond gelijk gemaakt, hun goud met tonnen naar Spanje verscheept. En op dit alles, zo geloofden de Spaanse geweldenaars heilig, rustte de zegen van de Allerhoogste. Want hoe kun je anders verklaren dat 168 Spanjaarden het 80.000 man sterke leger van Incakeizer Atahuallpa in de pan hakten? Een Spaanse priester, Vicente de Valverde geheten, was naar de keizer gestapt met in zijn ene hand een kruisbeeld, in de andere een Bijbel. De keizer weigerde evenwel het heilige boek in te kijken en smeet het op de grond. Daarop richtte de priester zich tot de Spaanse soldaten met de woorden: ‘Kom tevoorschijn, christenen! Val aan deze vijandelijke honden die de goddelijke zaken verwerpen. Trek tegen hen ten strijde want ik geef u de absolutie!’ Toen de avond viel lagen 6 à 7000 ongewapende Indianen dood neer. Bij een nog veel groter aantal waren armen afgehakt of andere wonden toegebracht. (Het verhaal is ontleend aan ‘Zwaarden, Paarden & Ziektekiemen’ van Jared Diamond.)

Het is lang geleden, zeker. En de feiten zijn, ik geef het toe, een beetje subjectief geselecteerd. Maar wie zijn inspiratie zoekt in zo’n beladen verleden, zou misschien beter zijn tong eerst twee keer ronddraaien voor hij anderen verwijt dat ze minaretten op hun moskee willen.

Dit artikel verscheen in De Standaard van 5 december
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=9O2J23K0&word=Walter+Zinzen

Mia Doornaert, voormalig journalist en thans cabinetard, reageerde in De Standaard van 7 december. Zij houdt niet van geschiedenis en kijkt meteen in het hart van de Zwitsers.
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=UG2J7ASF&kanaalid=143

Naschrift JC:


Wat Zwitserland betreft, wil ik graag herinneren aan de quote over dat land in de film ‘The Third Man’ (1949) van Carol Reed.
Orson Welles zegt: “In Switzerland they had brotherly love – they had 500 years of democracy and peace, and what did that produce? The cuckoo clock.”

December 8, 2009 at 2:19 pm 1 comment

MORISCO & FLAMENCO

1 gulden-sporen
Andalousië en Vlaanderen vroeger en nu

door Jef Coeck

Wanneer wordt een migrant een ingezetene? Hoeveel tijd gaat erover heen om van een allochtoon een autochtoon te maken? Eén jaar, vijf jaar, vijf generaties, duizend jaar? Het enig juiste antwoord luidt: ‘nooit’. Er is altijd wel een meetlat te vinden om de uitkomst te vervalsen, om de verschillen in vetjes te zetten op de papieren van voormalige sans-papiers.

In de 17de eeuw bestond een groot deel van de plattelandsbevolking in Spanje uit Morisco’s. Dat zijn Spanjaarden van Arabische afkomst, die een variant van de islam beleden. Negenhonderd jaar lang leek de integratie van de Moorse afstammelingen min of meer behoorlijk te zijn geslaagd. Tot de zeer katholieke vorst Filips II de troon besteeg. Hij ontwaarde een ‘Moriscoprobleem’, uiteraard in de naam van God.

Met de hulp van de ook bij ons gerenommeerde Hertog van Alva werden plannen tot ‘eindoplossing’ gesmeed. Een van die plannen ging aldus. Alle moslims zouden op schepen worden gezet, richting Noord-Afrika. Maar, omdat daar al zoveel ‘ongelovigen’ woonden werd er een fase-2 aan toegevoegd. Eens in volle zee zou men gaten in de kielen slaan, zodat de opvarenden naar de kelder gingen. Dit voornemen van uitdrijving bleek onuitvoerbaar vanwege ambitieuze  militaire plannen: de hele vloot moest worden ingezet om de opstand in de Nederlanden te bedwingen. Schepen waren zelfs voor de rijke Spaanse koning te kostbaar om mee te morsen.  

Uitstel is geen afstel. Zoon Filips III pikte het plannetje weer op en voerde het uit, zonder fase-2 maar wel met een precisie die vergeleken is met de jodenjacht onder de nazi’s. Morisco’s kregen een overall verbod, op hun godsdienst, op taalgebruik, muziek, klederdracht – de hoofddoek incluis. ‘Aanpassen of opkrassen’, was de kreet van de Vorst – een man die kennelijk voor was op zijn tijd.

 Over heel Spanje ging het om 908 dorpen. In sommige van die dorpen waren maar drie cristianos viejos (niet-verplicht bekeerde christenen): de pastoor, de notaris en de kroegbaas-herbergier. De rest moest grotendeels verwijderd worden, op wat werkkrachten na. Voor het Vaderland. En ook kinderen onder de vier mochten blijven. Die waren nog bekeerbaar. Voor de Heer.

Mythes

De etnische zuivering duurde zo’n drie maanden. Het landleger verzamelde de Morisco’s in de dorpen en groepeerde ze in colonnes. De slachtoffers moesten een uitvoerbelasting op hun goederen betalen en zelf opdraaien voor kost en logies onderweg. Ook de lonen van de troepen waren voor hun rekening. Ze moesten bovendien betalen ‘voor het water dat ze drinken uit de beken en de schaduw die ze genieten onder de bomen’.

Alle pittige details zijn bekend uit de geschriften van Ahmad al Hajari, een van de laatst overgebleven Morisco’s van de zuivering in 1609. Hij schreef een soort autobiografie. 
Die heeft Lucas Catherine als uitgangspunt genomen voor zijn jongste boek, een historische tocht door al Andalus, met veel en interessante cultureel-politieke zijpaden.

Terloops worden onze vooroordelen bijgevijld. De onzin van een term als ‘joods-christelijk’ in verband met onze cultuur, bijvoorbeeld. ‘Een mythe’, noemt de Amerikaans-joodse Talmoedspecialst Jacob Neusner dat.

2 senda_de_los_moriscos
En is het niet de huidskleur die de wet bepaalt, dan wel de godsdienst, of een grote neus of scheve ogen. Als het tenminste niet gewoon om de spelling van een naam gaat of om – godbetert – de uitspraak van een gutturale medeklinker. Het verschil tussen ‘sch’ en ‘sk’ kan levensbepalend zijn.

Daar maken ze dan later een nationale feestdag van. Prettige 11 juli.

*Lucas Catherine , ‘Morisco’s/ Een vergeten etnische zuivering in Andalousië’, EPO, Berchem, 2009

July 11, 2009 at 6:24 am 1 comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers