Posts tagged ‘terrorisme’

EEN ZALM DIE STROOMAFWAARTS ZWEMT

Het totemdier van De Morgen is de zalm, een vis die ervoor bekend staat dat hij onbevreesd tegen de stroom in zwemt. Helaas treft men in de krant vaak vissen in aan die met de stroom meedrijven; die braafjes de school volgen.

Een recent voorbeeld daarvan is een artikel in De Morgen van 31 oktober, breed getiteld “Anarchistische terreur steekt weer de kop op”. Daar boven: “Drie Belgische defensiebedrijven in brand gestoken, inlichtingendiensten verwachten nog aanvallen”.

Laat ons met de titel beginnen. Wat is terreur? Het woord wordt meestal gebruikt in uitdrukkingen als ‘terreur zaaien’ en terreurbewind”, wat betekent geweldpleging om angst, paniek en onderwerping te veroorzaken. De aanslagen gepleegd door groepen als Isis, Al Qaida  en de bende van Nijvel vallen daar duidelijk onder. De Saoedische, Westerse en Russische bombardementen in Afghanistan, Yemen, Syrië, enz., eveneens.  Maar de “aanslagen” waarover dit artikel gaat niet.

Laat ons aannemen dat de auteur, Yannick Verberckmoes, “terreur” als synoniem voor “terrorisme” gebruikt. Over het politiek gebruik – of beter misbruik- van dat woord heeft Noam Chomsky in zijn recent door EPO uitgegeven boek een mooi hoofdstuk geschreven. Wat onderscheidt terrorisme van militaire acties? Dat burgers het doelwit zijn, is geen bruikbaar criterium, want in oorlogen is dat ook steevast het geval. Dat het geweld politieke doeleinden heeft, eveneens.  Wat er overblijft is wie het geweld pleegt: als een staat het doet, zijn het “militaire acties”of “klandestiene operaties”, als de geweldpleger geen staat is (maar het meestal hoopt te worden) is het terrorisme. Tenzij de geweldplegers aan onze westerse, christelijke kant staan; dan zijn het geen ‘terrorists’ maar ‘freedom fighters’. Journalisten die deze Newspeak overnemen, papegaaien Big Brother.

Alleen al het woord “defensiebedrijven” dat in dit artikel wordt gebruikt om de wapenindustrie te omschrijven is Newspeak. De bedrijven in kwestie maken tanks, raketten die dienen om steden te verwoesten in het Midden Oosten, niet om België te verdedigen. Met defensie heeft dat niets te maken. Vroeger was men eerlijker, toen heette het ministerie van Defensie nog ministerie van Oorlog.

Maar terug naar de “terreur” waarover deze zalm gaat. De aanleiding voor het artikel is een brand eind september in een loods van een bedrijf in een industrieterrein in Mechelen. Dat bedrijf, Varec, maakt rupsbanden voor tanks en andere militaire voertuigen. Er waren geen slachtoffers (van de brand, wel te verstaan, hoeveel slachtoffers vielen door de wapens die Varec hielp maken weten we niet). De “aanslag” werd niet opgeeist, niet door anarchisten noch door iemand anders. Er is geen spoor van een dader. Sterker nog, het is helemaal niet zeker dat er een dader was. Ondanks de stelligheid waarmee Verberckmoes in zijn boventitel spreekt van brandstichting, vindt hij niemand die zijn hypothese wil bevestigen. Hij gaat aankloppen bij het federale parket, bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie maar iedereen houdt zich op de vlakte. Het verst komt hij bij Nele Poesmans van het Mechelse parket die zegt dat de mogelijkheid dat de brand gesticht werd “niet uit te sluiten” valt. Gazet van Antwerpen schrijft: “Over de oorzaak is volgens de lokale politie nog niets bekend”.

Hoe die brand is ontstaan weet ik niet. Maar ik weet wel dat een journalist die een vermoeden voorstelt als een feit een grove beroepsfout maakt. Hij maakt ‘fake news’.

Waarop steunt Verberckmoes zich om de brand een anarchistische aanslag te noemen? Zijn eerste argument is dat er in dezelfde periode nog een brand was in een wapenbedrijf. En bij Thales Belgium, een bedrijf dat raketten en andere offensief oorlogstuig maakt (wat Verberckmoes verzuimt te vermelden), werd een geimproviseerde bom aangetroffen die zonder problemen werd verwijderd. Tussen die drie feiten moet er een verband bestaan, vindt Verberckmoes en dat verband kan volgens hem alleen “anarchistische terreur” zijn.  Zijn bewijs: De Franse website “Info Libertaire” tweette: “Genk, Herstal, Mechelen: mooi hoe panden van de militaire industrie in rook opgaan”.  Meer bewijs heeft onze onderzoeksjournalist niet nodig.

Om zijn wankele stelling te ondersteunen gaat hij te raad bij “experten” die zijn opinie over “de weer oplaaiende terreur van extreem-links” onderschrijven. Dat zijn Ben West, een analist van Stratfor, een geopolitiek consulting bedrijf dat ook bekend staat als “the Shadow CIA” en nauw aanleunt bij de echte CIA en het State Department, en Claude Moniquet, een ex-“veiligheidsagent” van de Franse CIA, de DGSE. Die trekken een lijn tussen de “aanslagen” in België en gebeurtenissen in Frankrijk, zoals het in brand steken van politiewagens en zien internationale netwerken die dat orchestreren.

Moniquet krijgt het laatste woord. “Voorlopig hebben die groepen enkel nog infrastructuur vernietigd maar het risico dat ze zich op personen gaan richten is reëel.” Voel je de koude rillingen over je ruggegraat lopen?

Men wil ons bang maken.

 

Tom Ronse

Dit is slechts één voorbeeld van hoe journalistiek propaganda, en meer specifiek, bangmakerij wordt.  Ik beweer niet dat dit artikel De Morgen in zijn geheel typeert; de krant publiceert ook uitmuntende journalistiek. Ik stond mee aan de wieg van De Morgen en heb er heel lang voor gewerkt en hoop er ook in de toekomst nog af en toe aan mee te werken. Of dat nog kan na een stuk als dit? We zien wel.

 

 

 

November 17, 2017 at 7:21 am Leave a comment

ELIE WIESEL EN DE HOLOCAUSTINDUSTRIE

559601613

Elie Wiesel, de mensenrechtenprofeet en ziener met een blinde vlek ter grootte van het Midden-Oosten.

Nobelprijswinnaar voor de vrede Elie Wiesel, is op 87- jarige leeftijd gestorven. Van de doden niets dan goed en in de media – reguliere en sociale – gonst het dan ook van de loftuitingen op de man die zowat het geweten van de wereld wordt genoemd. Alle remmen los bijvoorbeeld in een opiniestuk van Patrick De Wael in De Morgen. Mark Van de Voorde, voormalig hoofdredacteur van Kerk en Leven en speechwriter voor Yves Leterme, bestaat het om Wiesel op Facebook bezorgdheid om de Palestijnen toe te dichten en wie kritiek heeft uit te maken voor anti-semiet en Nazi. Dat Wiesel, volgens Noam Chomsky een “akelige bedrieger,” tegelijk een nooit aflatende propagandist was van de racistische apartheidsstaat Israël wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Meer nog: Facebook neemt de rol van censor op zich en verwijdert een post van Ludo De Brabander waarin hij dat aspect van de Nobelprijswinnaar analyseert.

2836826487-2

Elie Wiesel in Buchenwald. Er is twijfel of  de rood omlijnde man wel degelijk Wiesel is.

Elie Wiesel dankt zijn naam en faam – en zijn Nobelprijs – aan het boek “Nacht” waarin hij zijn kampervaringen beschrijft. Wiesel wordt in 1944 als 16-jarige naar Auschwitz en later naar verschillende andere kampen gedeporteerd. Zijn moeder wordt in de gaskamer vermoord, zijn vader sterft enkele maanden vóór de bevrijding. Wiesel zelf overleeft de gruwel en schrijft een eerste versie van zijn boek in het Jiddish. Pas vele jaren later wordt “Nacht” in het Frans vertaald en beginnen boek en auteur aan een tocht naar de toppen van de roem.

2899854733

Wiesel bezocht Auschwitz met president Obama. Maar hij was ook goede vriendjes met Ronald Reagan en hij spoorde George W Bush aan om een klein oorloogje tegen Irak te beginnen. Hij voerde later campagne tegen Obama’s nucleaire deal met Iran.

Nacht” is niet het enige getuigenverslag over de Nazigruwel en volgens critici lang niet het beste. Primo Levi schreef in 1947 al Si questo é un uomo – maar ook dat werk vond pas zijn weg naar het grote publiek toen het in 1958 opnieuw werd uitgegeven. Dat “Nacht” en Wiesel veel meer weerklank vonden is niet zozeer aan de literaire kwaliteiten van het werk te danken als aan het talent van de auteur voor public relations en zijn onverdroten inspanningen om de groten der aarde voor zich te winnen. Maar de heiligverklaring van Wiesel heeft vooral te maken met wat Norman Finkielstein in een even beroemd als controversieel boek “de holocaustindustrie” heeft genoemd. Met de “holocaustindustrie” bedoelt Finkielstein – zelf een zoon van slachtoffers van de genocide – de exploitatie van het Joodse lijden voor politieke doeleinden, zeg maar propaganda voor de Zionistische staat. En hier is het dat de rol van Wiesel van doorslaggevende betekenis is geweest. Wiesel werd zowat de posterboy van de holocaustindustrie.

De eerste decennia na de oorlog was er in de media en de publieke opinie nauwelijks belangstelling voor de massamoord op de Joden en het woord “Holocaust” moest nog worden uitgevonden. Daar kwam verandering in na de oorlog van 1967 die Israël overtuigend won maar die door de bezetting die erop volgde de sympathie voor de Joodse staat dreigde te ondermijnen. Voortaan begon ook het lot van de Palestijnen tot de wereldopinie door te dringen. De belangstelling voor de Holocaust, schrijft Finkielstein kwam niet zozeer doordat de overlevenden hun stem vonden maar door het lobbywerk van Amerikaanse pro-zionistische Joden die zich realiseerden dat de Holocaust het geschikte middel was om Israël de status van “moreel slachtofferschap” te verlenen ondanks de misdaden van de Zionistische staat tegen de Palestijnen. Wiesel weigerde met Finkielstein in debat te gaan en noemde zijn nemesis niet verwonderlijk een antisemiet of – minstens even erg – een zelfhatende Jood.

Maar Finkielstein is lang niet de enige die de Nobelprijswinnaar misbruik van de Holocaust verwijt. Toen Wiesel in 2014 een levensgrote advertentie in The New York Times plaatste waarin hij Israël probeerde wit te wassen van het bloedbad in Gaza antwoordden 327 overlevenden van de kampen en hun afstammelingen met een advertentie in het Israëlische blad Ha’aretz. “Wij zijn verontwaardigd en wij walgen van de manier waarop Elie Wiesel onze geschiedenis misbruikt om het onverdedigbare te verdedigen: Israëls onverdroten poging om Gaza te vernietigen en de moord op meer dan 2000 Palestijnen, onder wie honderden kinderen. Niets rechtvaardigt het bombarderen van VN-schuilplaatsen, ziekenhuizen en universiteiten. Mensen afsnijden van elektriciteit en water is door niets te rechtvaardigden.”(Ha’aretz 23 aug 2014)

Het overdedigbare verdedigen: het loopt als een rode draad door Wiesels biografie. In 1947 is hij als journalist verbonden met de organisatie Irgun die onder leiding van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachem Begin terreur zaait in Brits Palestina. Hoewel Wiesel niet als actief lid deelnam aan de terreurdaden moet hij er zeker van de op de hoogte zijn geweest: de bomaanslag op het King David hotel waarbij tientallen Britten en 15 onschuldige Joden omkwamen en het bloedbad van Deïr Yassin om alleen maar de twee meest beruchte te noemen. In het dorp Deïr Yassin in de buurt van Jeruzalem vermoordden leden van Irgun op 9 april 1948 in koelen bloede 107 burgers – volgens sommigen meer dan het dubbele daarvan – onder wie vrouwen en kinderen. Geen woord van spijt daarover kwam over Wiesels lippen. Van wie is de beroemde quote ook weer dat “neutraliteit en zwijgen altijd in het voordeel van de verdrukker speelt?”

EW_Irgun_poster_Erez_Jisrael

Propaganda voor Irgun, bestemd voor Joden in Centraal Europa. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris zaaiden organisaties als Irgun en het nog radicalere Stern terreur onder de Palestijnse bevolking met etnische zuivering als doel.

 

Dat Elie Wiesel “ zich” volgens Mark Van de Voorde “het lot van de Palestijnen aantrok” is dan ook groot nieuws. Het zou daarom interessant zijn te vernemen waar en wanneer Wiesel zich met het gezag van een Nobelprijswinnaar heeft uitgesproken tegen de illegale bezetting door Israël van de Westbank en Gaza, tegen de Apartheid in de bezette gebieden, tegen de moorden zonder vorm van proces, tegen het vernietigen van huizen en olijfbomen van Palestijnen, tegen de invallen in buurland Libanon, tegen het stelen van de waterbronnen, tegen de vernederende behandeling van Palestijnen aan de talrijke checkpoints, tegen de illegale nederzettingen op de Westbank waar nu 420000 Joden wonen die op exclusief voor Joden voorbehouden wegen rijden, tegen de terreur van de kolonisten en ga zo maar door.

Waar was Wiesel toen de voormalige opperrabijn Mordechai Eliyahu – niet de geringste religieuze autoriteit – verkondigde dat er “absoluut geen moreel bezwaar is tegen het doden zonder onderscheid van burgers tijdens een massaal militair offensief tegen Gaza?” (The Jerusalem Post 30 mei 2007) Hebben we de grote man gehoord toen Eliyahu’s zoon verklaarde: “Als ze niet stoppen (met raketbeschietingen) nadat we er 100 hebben gedood, dan moeten we er 1000 doden. Als ze niet stoppen nadat we er 1000 hebben gedood moeten we er 10000 doden. Als ze nog niet stoppen moet we er 100000 doden, zelfs een miljoen. wat ook nodig is om ze te doen stoppen?”‬



Ja, Wiesel was bedrukt toen de Palestijnen bij bosjes werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla in Beiroet. Maar dat was vooral omdat de goede naam van Israël in het gedrang kwam en tenslotte “waren het niet de Israëlische soldaten die de slachtpartij hadden aangericht.” ‬En hij stortte krokodillentranen toen die arme Joodse settlers hun illegale nederzettingen in Gaza moesten verlaten. Toen was de oorlogsmisdadiger Sharon, die de terugrrekking uit taktische overwegingen had bevolen, volgens Wiesel een verrader van het Zionistische ideaal.‬ Wiesel beschreef in pakkende bewoordingen de kolonisten die door Israëlische soldaten uit hun huizen waren gezet en nu haveloos “op zoek moesten naar een bed en een tafel.”  Voor de 800000 Palestijnen die als gevolg van de etnische zuiveringen in 1948 het land ontvluchtten had Wiesel minder mededogen. Terugkeer naar het land en de huizen die hen werden afgepakt is ondenkbaar vond Wiesel: dat zou immers zelfmoord betekenen voor de Zionistische staat want “de gezichten van Palestijnse jongeren zijn verwrongen van haat.” 



Wiesel was zeer begaan met mensenrechten. Hij kwam op voor de slachtoffers van onrechtvaardigheid en geweld overal ter wereld zolang die slachtoffers maar niet de pech hadden in het land te wonen dat God aan zijn uitverkoren volk heeft beloofd.‬

Johan Depoortere

8 juli 2016

 

 

July 8, 2016 at 7:59 pm 1 comment

NUIT DEBOUT: OPSTAND VAN DE JEUGD ZONDER TOEKOMST.

Na onder andere de Indignados in Spanje en Occupy Wall Street in de VS komen nu ook in Frankrijk jongeren en ouderen in verzet tegen de neoliberale platwals. Is de Nuit Debout-beweging een blijver of is het de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om de onmacht van links te doorbreken?

Continue Reading May 12, 2016 at 1:03 pm 5 comments

BRUSSEL 23 MAART 2016 – Een impressie

BrusselBrussel-3Brussel-2

 

Brussel-19

March 28, 2016 at 4:45 pm 1 comment

Waarom aanslagen geen aanval op “onze waarden” zijn

 

kobani Jan 2015

Willem Schinkel schrijft in de Nederlandse journalistieke site decorrespondent.nl:

Nog geen week voordat premier Mark Rutte verklaarde dat we ‘in oorlog’ zijn met IS, gaven verschillende Kamerfracties blijk van sympathie voor het PvdA-voorstel Defensie te ‘depolitiseren.’ Daarmee bedoelden ze het vastleggen van de begroting van Defensie voor meerdere jaren zonder tussentijdse herziening omdat – bijvoorbeeld na verkiezingen – politieke voorkeuren anders liggen. In de context van aanslagen in Europa vormen een oorlogsverklaring en de depolitisering van de oorlogsmachinerie een gevaarlijke combinatie.

De depolitisering van oorlogsvoering blijkt uit het vooralsnog beperkte vocabulaire om met aanslagen in West-Europa om te gaan door regeringsleiders. De constante erin is het depolitiseren. Oorlog wordt zo voorgesteld als iets onvermijdelijks, iets waar politieke afwegingen niet voor nodig zijn.

En dat is een slechte zaak. Want van regeringsleiders mogen, nee moeten, we meer verwachten dan de vreemde combinatie van emotie (die blijkt uit de stoere oorlogstaal) en technocratie (die blijkt uit de oplossing: bommen gooien in plaats van politieke reflectie op de contraproductieve werking daarvan).

Want hoe reageert de politiek tot nu toe? Vijf elementen keren terug.

 

  1. De aanslagen heten een ‘aanval op onze waarden’

Dat is het frame dat gehanteerd wordt door regeringsleiders als Mark Rutte, David Cameron en François Hollande. Maar voor wie met enige afstand naar de geopolitieke ontwikkelingen kijkt, is een duidelijk verband zichtbaar tussen de aanslagen in West-Europa en de aanvallen door West-Europese legers in Irak en Syrië. De terroristen zeggen letterlijk: val ons aan en je krijgt aanslagen.

Het is duidelijk dat het in het belang van de regeringsleiders is om die keten van causaliteit af te kappen voorbij noties als ‘gefrustreerde jongeren,’ want het zijn hun beslissingen geweest die terroristen nu als reden aanvoeren voor hun daden,

Terwijl, dit was geen aanval op onze waarden, dit was een aanval op onze mensen. Net zoals nu al geruime tijd aanvallen op mensen uitgevoerd worden in Irak en Syrië. De dag dat dit geweld zich in Nederland voordoet, is dan ook de dag om Mark Rutte persoonlijk verantwoordelijk te houden. Ervoor kiezen te bombarderen, wetende dat precies dat aanleiding geeft tot aanslagen en dan, als men inderdaad terugslaat, de waardigheid van slachtoffers ondermijnen door te zeggen dat het niet mensen maar waarden waren die aangevallen werden, hoe bedenk je het? Erger nog: de achtergrond van het ontstaan van IS is de door het Westen gecreëerde chaos in Irak.

Maar dat was geen chaos die we niet zagen aankomen. Miljoenen mensen hebben die chaos voorspeld en hebben gedemonstreerd tegen de oorlog in Irak. Naar hen is niet geluisterd. Ook nu vriend en vijand toegeeft dat George W. Bush en Tony Blair fout zaten, blijven westerse landen kiezen voor bombarderen. En om de irrationaliteit daarvan compleet te maken, krijgen we als alternatieve probleemdiagnose voorgeschoteld: ze hebben een probleem met onze waarden. Ook binnen de staat is dat een leugen: weinig generaals en veiligheidsexperts zullen een ‘aanval op onze waarden’ serieus als oorzaak hanteren als ze inschatten hoe de geweldsdynamiek zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

 

  1. Onze ‘vrijheid’ is leeg

 

Om welke waarden gaat het volgens onze regeringsleiders dan? Om met Mark Rutte te spreken: het ging om ‘onze manier van leven’ en die bestaat uit het op een terras zitten, naar een restaurant gaan, een concert bezoeken en naar een voetbalwedstrijd gaan. Bekijk hier de persconferentie waarin Rutte die uitspraken deed. Bedoelde Rutte nu te zeggen dat het ging om een aanval op onze horeca en entertainmentindustrie? Vast niet, maar dat hij het niet anders deed, illustreert de ontstellende leegte die ‘onze waarden’ markeert.

Het punt is dat onze regeringsleiders niet in staat zijn om de zogenaamde fundamentele waarden die ‘ons’ kenmerken op een andere manier te verwoorden dan onze vrijheid tot horecabezoek en niet in staat zijn de daar achterliggende waarden uit te drukken. Rutte was al niet verder gekomen dan de definitie van vrijheid als de vrijheid om in je eigen huis op je eigen bank te zitten – hij probeerde die vrijheid fundamenteler te verwoorden, maar er stond een olifant in de weg. Lees hier meer over Ruttes vrijheidsconcept.

Inmiddels is er tenminste een uitgaanselement aan toegevoegd, maar is het werkelijk niet mogelijk te beschrijven wat fundamenteel is voorbij de trivialiteit van de consumptie? Niet alleen wordt gedaan alsof mensen in het Midden-Oosten niet naar restaurants, concerten en voetbalwedstrijden gaan – het gaat daarbij immers om ‘onze manier van leven’ – die ‘manier van leven’ wordt ook nog eens als volstrekt leeg gepresenteerd.

Dat is natuurlijk de kern van de huidige neoliberale vrijheid: leegte. Geen enkele substantiële kijk op het leven mag aangehangen worden; de vrijheid is een vrijheid in vorm, niet in inhoud. De neoliberale burger wordt door die leegte gekenmerkt en alleen consumptie – die altijd vliedend is en direct vervangen moet worden door iets nieuws – mag hem of haar tijdelijk vullen.

Hetzelfde zagen we bij de aanslag op Charlie Hebdo. De ‘vrijheid van meningsuiting’ werd naar vorm gewaardeerd, maar moest een lege huls blijven. Meningen mochten nooit tot overtuigingen stollen, dat zou te veel substantie, te veel inhoud zijn voor de lege vorm die het vrijheidsconcept kenmerkt. Gevaarlijke mensen hebben overtuigingen; de rest heeft meningen. En alleen gevaarlijke mensen denken dat woorden daden zijn, bijvoorbeeld dat ze geweld kunnen uitoefenen en kunnen beledigen.  In dit artikel leg ik het verschil tussen meningen en overtuigingen verder uit.

Neoliberale taal is onschuldig, want leeg. De neoliberale vrijheid van meningsuiting is de vrijheid tot volstrekt consequentieloze uitingen. Je moet wel onredelijk zijn, primitief religieus bijvoorbeeld, om te denken dat taal niet onschuldig is. Zo leeg en consequentieloos als de vrijheid van meningsuiting die begin 2015 werd gevierd, zo leeg en consequentieloos zijn de ‘waarden’ die ‘onze manier van leven’ kenmerken eind 2015. Wie zo redeneert, is nog niet begonnen te begrijpen waarmee hij eigenlijk vecht.

 

  1. De daders heten ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’

 

De duistere ondertoon van de geopolitieke wereldgeschiedenis is hoorbaar wanneer neoliberalen als Rutte, Hollande en Cameron ineens gewichtig doen over ‘beschaving’ en over ‘barbaren.’ Willen ze de klok 2.000 jaar terugzetten door zo’n klassiek Grieks vocabulaire te hanteren?

Vast niet, want dan wisten ze dat zulk pathos gevaarlijk was omdat het tot hybris, overmoed, leidt. En lafaards, werkelijk? Is het laffer jezelf op te blazen dan op afstand vliegtuigen of drones te sturen om bommen te werpen op mensen die je nooit in de ogen hoeft te kijken? Of zijn het dan ‘gekken,’ die Frankrijk duidelijk maken dat ze precies die bombardementen betaald komen zetten?

En als het ‘gekken’ zijn, moeten we dan niet maar meteen toegeven dat preventie in welke zin ook onmogelijk is omdat gekte fundamenteel onvoorspelbaar is? Is het misschien omgekeerd? Zijn de terroristen hier rationeler dan hun verklaarders van staatswege? Zijn ze, ook al zijn het veelal jongens uit verwaarloosde buurten in het hart van Europa, misschien moediger met hun ‘weapons of the weak’ omdat ze niet de technologie hebben om zich lafheid te veroorloven?

Uiteindelijk, denk ik, brengen oordelen als ‘lafaards,’ ‘gekken’ en ‘barbaren’ ons geen stap verder. Alle pathos over lafaards en barbaren, over beschaving en over waarden zorgt er vooral voor dat de politieke dimensie systematisch ondergesneeuwd raakt. Het feit dat aanslagen voortkomen uit politieke keuzes om bommen te gooien; keuzes die met belangen in het Midden-Oosten te maken hebben.

 

  1. We denken dat oorlog ‘daar’ gebeurt

 

Een van de terugkerende elementen in reacties op aanslagen lijkt een oprecht ongeloof te zijn over het feit dat hier, bij ‘ons,’ geweld plaatsvindt. Het lijkt het bevattingsvermogen te boven te gaan dat oorlogsgeweld twee kanten op gaat. Oorlogsgeweld, lijkt de aanname, gebeurt ‘daar.’ In de chaos bij ‘dat soort mensen,’ bij die lui die hun democratische zaakjes niet op orde hebben. Wie zo denkt, heeft zich een neo-imperialistische denkstijl eigen gemaakt.

Gedurende enkele decennia die we ‘Koude Oorlog’ noemen, was het inderdaad zo dat het gebruik van wapens elders niet tot het gebruik van wapens thuis leidde. Die tijd is voorbij, en daarmee is een historisch veel gangbaarder conditie hersteld.

Laten we vooral niet vergeten dat het niet meer dan logisch is dat mensen die gebombardeerd worden, geneigd zijn geweld te gebruiken tegen de landen die hen bombarderen. De waan van immuniteit die spreekt uit de verbazing over geweld op eigen bodem komt voort uit een misplaatste ‘sense of entitlement.’

Alsof ons privilege, dat bestaat uit de minieme kans op oorlogsgeweld, een natuurlijke en terechte toestand is. Dat is het pas als we werkelijk kunnen rouwen om de dood die elders geleden wordt en daar werkelijk politieke consequenties uit kunnen trekken door ook anderen de relatieve veiligheid te gunnen die momenteel ons privilege is.

 

  1. ‘Terrorisme’ en ‘militair ingrijpen’ worden te makkelijk gescheiden

 

Augustinus vroeg zich al af wat het verschil is tussen Alexander de Grote en een piraat. En ook nu is de vraag of de terrorist zich niet verhoudt tot de terreur die op Irak en Syrië is losgelaten. Want dat is wat bombarderen uit de lucht is: een terreurwapen. Ondanks alle welbekende filmpjes over ‘precisie-aanvallen’ is bombarderen het militaire equivalent van het opereren op een lichaam met een hakbijl. Geen oorlog is duurzaam gestopt (ook die met Japan in de Tweede Wereldoorlog niet) en geen democratie is gevestigd door middel van bombardementen.

Dat voor bombarderen gekozen wordt, heeft alles te maken met de reden die ook steekt achter de inzet van gewapende drones: geen ‘boots on the ground’ betekent geen ‘body bags’ die terug naar huis komen. En dat betekent minder zichtbaarheid en dus urgentie voor een democratie om de inzet van grootschalig geweld te controleren.

Wat weten we eigenlijk van de inmiddels maandenlange inzet van bommenwerpers in Irak en Syrië door westerse mogendheden? Dagelijks worden daarmee mensen gedood. Wat een onvoorstelbare onvoorstelbaarheid is het dan dat het ons, met alle beperkte maar niettemin gruwelijke middelen, betaald wordt gezet?

LEES HET VERVOLG HIER:

https://decorrespondent.nl/3651/Waarom-aanslagen-geen-aanval-op-onze-waarden-zijn-en-politici-ons-dat-wel-willen-doen-geloven/292936944465-d90da540

 

March 26, 2016 at 3:35 am 6 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers