Posts tagged ‘toerisme’

CUBA TUSSEN TWEE WERELDEN

Wie tegenwoordig onderdak zoekt in de Cubaanse hoofdstad Havana kan voor een slordige 450 euro terecht in het onlangs geopende Kempinski hotel in het historische hart van de stad. Het hotel maakt deel uit van een even luxueus shopping centrum in het Manzano de Gomez complex, voltooid in 1917 maar nu schitterend gerestaureerd. Daar kan de toerist met gevulde portefeuille, maar ook de groeiende klasse van Cubaanse nieuwe rijken terecht voor speeltjes als de nieuwste Canon Eos camera voor 7542,01 dollar of het Bulgarihorloge voor de peuleschil van 10.200. De verkoopster die “acacia eau de toilette” a rato van 95,2$ per flesje aan de man of vrouw brengt verdient zelf 12,5 dollar – 11 euro – per maand.

Een jonge Cubaanse maakt een selfie vóór de etalage van de luxe shopping mall annex hotel “Manzana de Gomez.”

Deze jongste injectie van capitalismo in de Cubaanse geleide staatseconomie zorgt voor wrevel en onbegrip bij Cubalovers en niet in het minst bij de meerderheid van de Cubanen zelf die ondanks de zegeningen van de revolutie de grootste moeite ter wereld hebben om met hun officiële maandinkomen van ongeveer 20 euro de eindjes aan elkaar te knopen. Het is ook een oogverblindende illustratie van de toenemende ongelijkheid op het eiland waar de nu bijna zestig jaar oude Revolutie de ambitie had om niets minder dan de “nieuwe mens” te creëren. Nu klinken de revolutionaire slogans die op heel het eiland op grote borden de voorbijganger toeschreeuwen holler dan ooit. “Socialisme o muerte” – “Socialisme of de dood: “Wat is het verschil?” vragen de meer cynisch ingestelde Cubanen zich af.

Het Kempinski, de kapitalistische etalage in de Cubaanse hoofdstad wordt gerund door het leger dat zijn appetijt voor marktaandeel in de boomende toeristische industrie sinds de machtsovername door legerleider Raúl Castro alsmaar meer bevredigd ziet. Wie in Cuba de historische steden bezoekt kan er niet naast kijken: hotels, toerbussen, autoverhuur – allemaal onder de merknaam Gaviota of Cimex, de toeristische zakenarm van het Cubaanse leger. De haven Mariel – een paar decennia geleden nog beroemd en berucht door de massale exodus van ongewenste Cubanen naar de VS – wordt met Braziliaans kapitaal de kern van een toeristische groeipool helemaal in handen van de militaire zakensector. Onlangs hebben de militairen ook de bank overgenomen die de meeste buitenlandse transacties controleert.

Toerisme is – samen met de geldstortingen door Cubanen in Miami ter waarde van 2,5 miljard per jaar – de reddingsboei voor de Cubaanse economie die steeds minder kan rekenen op inkomsten uit de traditionele suikersector en die na het verdwijnen van de Sovjetunie drijvende werd gehouden door olie uit Venezuela. Nu ook daar het “socialistische” regime van Maduro onder zware druk staat en de economie op apegapen ligt zijn de Cubanen meer dan ooit op zichzelf en de buitenlandse bezoekers aangewezen. Het herstel van de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten en de versoepeling van de reisbeperkingen voor Amerikanen heeft een toeristische boom veroorzaakt en de verwachting is dat die alleen maar zal toenemen. Havana, dat nu al kreunt onder het massatoerisme bereidt zich voor op een vreedzame invasie uit het noordelijke buurland dat tot voor kort in de officiële propaganda als vijand nummer één stond gebrandmerkt. De vraag is of de stad en het land daarvoor zijn toegerust. Het antwoord is neen, zoals ik zelf tijdens mijn recentste bezoek aan het eiland herhaaldelijk kon vaststellen.

Marina Hemingway een reliek van vóór de Revolutie

Marina Hemingway is een magneet voor zeilers uit Noordamerika en de rest van de wereld. Het is een wat vervallen toeristisch complex met twee hotels, restaurants, zwembad en winkels, allemaal daterend van de jaren vijftig en sindsdien nauwelijks aangepast aan de tijd. Ik was er in april voor de derde keer in vier jaar tijd en de drukte is er almaar toegenomen, net als de voortschrijdende verloedering van het geheel. Eén van de twee hotels “El Viejo y el Mar” staat al jaren leeg en wordt naar het schijnt gerenoveerd – niemand weet wanneer het weer open gaat. De sanitaire voorzieningen van het andere hotel “El Acuario” kun je vinden afgaande op de stank. De internetvoorziening is een bron van voortdurende ergernis. Voor een wifiverbinding moet je een kaartje kopen à 3,5 euro per uur. De kaartjes zijn er soms wel soms niet en zelfs als je er een kunt bemachtigen kun je van geluk spreken als de verbinding langer dan een paar minuten werkt. Skype en Whatsapp worden door de Cubaanse autoriteiten geblokkeerd, evenals de telefoonverbinding met satelliettelefoons. Een Franse collega zeiler had bij aankomst met een vlucht uit Parijs zijn satelliettelefoon bij de immigratie op de luchthaven moeten afgeven. Het heeft hem anderhalve week en interventie van de Franse ambassade gekost om zijn toestel terug te krijgen toen hij per boot het land wou verlaten.

Cruiseschepen zetten ladingen toeristen af. Hier in de haven van Santiago

Vorig jaar heeft een recordaantal van 4 miljoen toeristen, onder wie 270000 Amerikanen het eiland bezocht. De prijzen zijn door de komst van die massa’s toeristen de pan uitgerezen. Een inreisvisum kostte twee jaar geleden 25 euro – nu is het tarief verdrievoudigd tot 75. Twee jaar geleden was er uit Marina Hemingway een gratis busje naar het centrum van Havana. Nu rijdt het busje slechts een paar haltes verder en ben je praktisch verplicht een taxi te nemen voor 15 tot 20 euro. De gulheid waarmee Amerikanen gewend zijn fooien uit te delen heeft de verwachtingen aangescherpt en Cubanen die een graantje willen meepikken van de toeristische boom lijken allemaal dollartekens in de ogen te hebben. Ray, een jonge taxichauffeur die ons naar de luchthaven brengt is geobsedeerd door de prijzen van vastgoed en auto’s. Hij wil ons zijn huis verkopen, of althans een verdieping die we “makkelijk kunnen verhuren aan toeristen.”

De kwalijke neveneffecten van het massatoerisme zijn legio: prostitutie, corruptie en wat de Cubanen “toerisme-apartheid” noemen: het feit dat ze niet welkom zijn in de grote internationale hotels en resorts in bijvoorbeeld Varadero – die zijn exclusief voor de buitenlandse bezoekers. Een ander gevolg is de dualiteit in de Cubaanse samenleving: de kloof tussen wie wel en wie niet toegang heeft tot van het manna van het toerisme. Die toenemende ongelijkheid is de rot in het revolutionaire ideaal. Het dubbele muntsysteem heeft twee economieën geschapen: die van de “peso nacional” en die van de “peso convertible,” de CUC de munt waar de toeristische sector op draait. Eén CUC is ongeveer 25 peso waard. Het doorsneesalaris bedraagt 500 peso wat neerkomt op 20 CUC of ongeveer 20 Euro. Basisproducten zoals brood, rijst of kip worden in peso betaald en zijn met het rantsoeneringsboekje (de “libreta”) belachelijk goedkoop, maar alles wat wordt ingevoerd moet in CUC worden betaald en die munt is voor de Cubanen alleen bereikbaar via diensten aan toeristen. Het gevolg is dat het uitstekende Cubaanse onderwijssysteem dokters, ingenieurs, leraars, architecten en andere hoogopgeleiden aflevert die hun vak massaal laten voor wat het is en aan de kost komen als taxichauffeur, restauranthouder of toeristengids of die (een deel van) hun woning verhuren als B&B.

Verval op een boogscheut van de luxe.

De hervormingen van Raúl Castro hebben een klasse nieuwe rijken voortgebracht maar ook het leven van vele anderen uiterst precair gemaakt. In september 2010 liet Raúl een half miljoen mensen in overheidsdienst ontslaan met het voornemen dat aantal op termijn nog te verdubbelen. “Cuba kan niet het enige land ter wereld zijn waar mensen kunnen leven zonder te werken,” zei Raúl – Margaret Thatcher had het niet beter kunnen formuleren. De ontslagen werknemers moesten voortaan aan de bak zien te komen in de toen nog nauwelijks bestaande privésector. Ook de ontslagregeling lijkt helemaal uit het neoliberale boekje te zijn afgekeken; één maand loon als ontslagvergoeding voor tien jaar dienst met een maximum van vijf maanden voor 25 jaar dienst. Veel Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen terecht te komen: die van de communistische verzorgingsstaat en die van de markt. Geen wonder dat bijna zestig jaar na de overwinning van de Revolutie de armoede op Cuba lang niet is uitgebannen. Een wandeling door het Oude Havana maakt duidelijk hoe naast de fraai gerestaureerde gebouwen nog honderden gezinnen in de meest miserabele omstandigheden wonen.

Hoe het verder moet met de Cubaanse revolutie is de vraag van één miljoen. Of Donald Trump aan de andere kant van de Straat van Florida de toenaderingspolitiek van zijn voorganger zal voortzetten is alles behalve zeker al kun je ook verwachten dat de vastgoedmagnaat in de president begerig uitkijkt naar een nieuwe markt voor zijn hotels en belangen in de toeristische sector.

De injectie van een dosis kapitalisme in de Cubaanse economie heeft een onstuitbare dynamiek op gang gebracht die leidt naar méér markt en méér ongelijkheid. Fidel Castro is dood maar de generatie van de “historicos” die nog samen met Fidel in de Sierra Maestra heeft gevochten klampt zich vast aan de macht. De 85-jarige Raúl Castro heeft beloofd in 2018 af te treden, maar hij blijft secretaris van de Communistische partij die alle macht in handen houdt. Pessimisten vrezen een evolutie naar Chinees model: economisch liberalisme in het kader van een autoritaire staatsstructuur onder leiding van de Communistische partij en met een economische bovenlaag die haar privileges met hand en tand zal verdedigen. Maar dat is tot dusver koffiedikkijken.

Johan Depoortere

23-05-2017

 

May 24, 2017 at 3:48 pm 7 comments

BONAIRE: DE ROT IN HET PARADIJS

Bonaire, bekend als duikersparadijs, is een Nederlands eiland in de Caraïbische Zee, sinds 2010 bestuurd als een Nederlandse gemeente. Lang niet alle 15000 inwoners van het eiland zijn gelukkig met het nieuwe statuut dat honderden nieuwe immigranten uit Nederland heeft meegebracht. Zoals Antilliaanse jongeren in Nederland voor overlast zorgen in de grote steden zo zorgen de nieuwe Nederlandse immigranten voor grote spanningen op Bonaire. De donkere kant van een tropisch paradijs.

Continue Reading January 7, 2014 at 11:28 pm 4 comments

GRENADA DERTIG JAAR LATER

In 1983, bijna  dertig jaar geleden, stuurde de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan een troepenmacht naar het Caraïbische eiland Grenada. Het eiland was in crisis na de moord op de revolutionaire leider Maurice Bishop. De militaire invasie was een groot succes: de Amerikaanse troepen behaalden een schitterende overwinning op het 1500 man tellende Grenadese leger  en het communistische gevaar was bezworen. Bijna dertig jaar later is Grenada weer een Caraïbisch eiland als de andere: met torenhoge werkloosheid, armoede en uitzichtloosheid.

_62889137_grenada_maurice_bishop_bbc

Maurice Bishop

Henry, de taxichauffeur die ons in minder dan een dag het hele eiland rondrijdt was tien toen Bishop werd vermoord. Hij herinnert zich nog de protestmanifestaties van vooral jongeren en de chaos kort vóór de Amerikaanse invasie. Henry vertelt met tegenzin over de revolutionaire periode: “Het is allemaal zo lang geleden,” maar hij herinnert zich wel dat zijn familie achter Bishop en zijn New Jewel Movement stond. Er is weinig op Grenada dat nog aan de revolutie van de jaren 70 en 80 herinnnert. Een zeldzame keer zie je een foto van Bishop op een muur geschilderd, soms paradoxaal genoeg in het gezelschap van Eric Gairy, zijn aartsvijand die hij met een staatsgreep ten val bracht.De nationale luchthaven heet nu Maurice Bishop International Airport en de weg ernaar toe de Maurice Bishop Highway.

Die luchthaven was één van de grote projecten van Bishop, die toeristen naar het eiland wou halen. Hij werd gebouwd door Cubaanse technici en met Cubaanse steun en was daarom een steen des aanstoots voor de Amerikaanse regering. Reagan beweerde dat de landingsbaan moest dienen om Cubaanse of Russische troepen en tanks aan te voeren en op die manier het hele Caraïbische gebied in handen te krijgen. Amerika werd bedreigd door een landje met minder dan 100000 inwoners!

eric_gairy

Eric Gairy was geobsedeerd door UFO’s en voerde gesprekken met buitenaardse wezens

Grenada werd in 1974 onafhankelijk van Groot-Brittannië en kreeg in de plaats van het koloniale bewind meteen een corrupte en dictatoriale heerser: Eric Gairy, een  nachtclubbaas die gesprekken voerde met buitenaardse wezens en occulte praktijken beoefende. Giary was niet van oppositie en dissidenten gediend en hield er daarom een privémilitie op na: de Mongoose Gang, die gelijkenissen vertoonde met de beruchte Tontons Macoutes in het Haïti van de Duvaliers. In één van de demonstraties tegen Gairy werd Bishop’s vader doodgeschoten, waarschijnlijk door een lid van de gangl. Gairy kon het overigens uitstekend vinden met de Chileense dictator Pinochet.

bishop castro

Maurice Bishop en Fidel Castro

Maurice Bishop was een briljante student die in Londen zijn diploma van barrister haalde en daarna als advocaat op Grenada de kleine man verdedigde. Daarnaast werd hij een welbespraakte en populaire politieke activist.  New Jewel Movement heette de partij die zich verzette tegen Gairy en streefde naar echte onafhankelijkheid.  Het was eind jaren zestig, begin jaren zeventig en Bishop sloot aan bij de heersende ideologie van de dekolonisatie en antiracisme in wat tot voor kort Westerse kolonies waren. Black Power, Malcolm X, het “Afrikaanse socialisme”van Julius Nyerere in Tanzania, de bevrijdingsideologie van Frantz Fanon en de Algerijnse bevrijdingsstrijd en pas later ook de Cubaanse revolutie van Fidel Castro, het maakte allemaal deel uit van de inspiratie van Bishop en zijn tijdgenoten.

Eric Gairy was in 1979 voor een zitting van de Verenigde Naties in New York  – waar hij over zijn buitenaardse ervaringen sprak – toen Bishop met een groep medestanders de macht greep. Het revolutionaire bewind onder Bishop zwoer bij een soort basisdemocratie naar Cubaanse model, maar andere politieke partijen werden verboden, de pers werd aan banden gelegd en er volgden willekeurige arrestaties en gevangenneming zonder vorm van proces. Jongeren werden gedwongen gerecruteerd voor de “revolutionaire strijdkrachten.” Bishop nationaliseerde de grond maar liet voor de rest privé-eigendom grotendeels ongemoeid en zag in het opkomende toerisme toekomst voor het eiland dat tot dan toe vooral leefde van de opbrengst van één produkt: muskaatnoot.

Binnnen de eenheidspartij groeide intussen de oppositie tegen de gematigde koers van Maurice Bishop. Vier jaar na de revolutie greep een groep onder leiding van Bishops jeugdvriend Bernard Coard de macht. Bishop werd onder huisarrest geplaatst. Het precieze verloop van de gebeurtenissen die daarop volgden blijft ook nu nog gedeeltelijk in het duister gehuld. Jongeren en aanhangers van Bishop kwamen massaal op straat en slaagden er ook in hun leider te bevrijden.

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

Op deze plek werden Maurice Bishop en vijftien anderen doodgeschoten

_DSC0050

Een verweerde gedenkplaat herinnert aan de tragische gebeurtenissen van oktober 83

Om onduidelijke redenen trok Bishop toen met een aantal topfiguren die samen met hem aan de dijk waren gezet naar het 18e eeuwse fort Rupert, het hol van de leeuw. Daar wachtte hen opnieuw gevangenneming door de militairen die zich achter Coard hadden geschaard en die Bishop en 15 van zijn medestanders vrijwel onmiddellijk standrechterlijk executeerden.

Het eiland was ten prooi aan chaos, reden genoeg vond Reagan om in te grijpen en schoon schip te maken met – na Cuba – een tweede communistische buur in Amerika’s achtertuin. Een expeditiemacht van 7000 marines en Rapid Deployment Forces viel op 25  oktober 1983 Grenada binnen.  Nominale steun van de Caraïbische buurlanden Jamaica en Barbados maakte van de invasie een “internationale inventie.”  De invasie onder de codenaam Operation Urgent Fury kwam er officieel op verzoek van de Organisation of Eastern Caribbean Countries. De New York Times kon aantonen dat de tekst van het “verzoek” in Washington was opgesteld. Directe aanleiding was voor Reagan de aanwezigheid van een aantal Amerikaanse studenten aan de medische faculteit van St George’s die zogenaamd gegijzeld werden en in levensgevaar verkeerden. Hoewel de studenten lieten weten dat ze veilig waren en niet vreesden voor hun leven werd de mythe zorgvuldig in stand gehouden. Dat was des te gemakkelijker omdat de internationale pers tijdens de gebeurtenissen van het eiland werd geweerd.

_62889132_grenada_us_prisoners2_apDe militaire operatie kostte aan  160 Grenadezen en 19 Amerikanen het leven. Het contingent vermeende “Cubaanse militaire adviseurs” dat op het ogenblik van de invasie op het eiland aanwezig was bestond uit 700 man, volgens Bob Woodward bijna allen geaccrediteerde diplomaten en hun familie. De Cubanen hadden bevel gekregen niet aan de strijd deel te nemen. Toch kwamen  25 van hen om. Operation Urgent Fury was in hoge mate geïmproviseerd en amateuristisch voorbereid. De meeste Amerikaanse doden vielen ten gevolge van een bombardament van hun eigen luchtmacht die verondersteld werd de grondtroepen te ondersteunen. De invasietroepen moesten zich oriënteren met landkaarten voor toeristen en de communicatie  was desastreus. Het verhaal gaat dat de Amerikaanse opperbevelhebber, vice-admiraal Joseph Metcalf III, in een restaurant in de hoofdstad St George’s de telefoon opeiste om met het Pentagon te bellen.

Het blijft de vraag waarom Reagan het nodig vond een onbetekenend eiland in de Caraïben met militair geweld binnen te vallen. De Koude Oorlog verklaart voor een deel de heersende paranoia. Operatie Urgent Fury was de eerste buitenlandse militaire operatie van de VS sinds het einde van de oorlog in Vietnam. Na dat debacle hadden de Amerikanen behoefte aan een overwinning – al was het dan de overwinning van de olifant op de mug. Een andere gebeurtenis kort óór de inval in Grenada kan een deel van de verklaring vormen. Zes dagen eerder waren bij een zelfmoordaanslag tegen de Amerikaanse troepenmacht in Beiroet 299 Amerikaanse militairen omgekomen – de ultieme vernedering van de supermacht. Maar bovenal was de bedoeling van de invasie duidelijk te maken wie de baas is in het Caraïbisch gebied. Tegen een correspondent van de New York Times zei een hoge Amerikaanse ambtenaar dat het bedoeling was aan te tonen dat Amerika na Vietnam nog steeds een machtige natie was: “What good are manoeuvres and shows of force, if you never use it?”

Na de Amerikaanse “overwinning” verdween Grenada uit het internationale nieuws en dat is tot vandaag niet anders.

coard

Bernard Coard bij zijn vrijlating in 2009

De leiders van de coup tegen Bishop en de verantwoordelijken voor zijn executie en die van zijn medestanders kregen de doodstraf, maar die werd later omgezet in levenslang. Ze zijn intussen vrijgelaten. De luchthaven, onder Bishop begonnen, werd afgewerkt met Europese steun. Toeristen stroomden toe en sterrenwichelaar Gairy kwam terug, maar kon via verkiezingen de macht niet meer heroveren. Een deel van de bevolking juichte de Amerikaanse invasie toe, de meesten waren vooral opgelucht dat er een einde kwam aan een woelige periode. De politieke erfgenamen van Bishop kregen in opeenvolgende verkiezingen daarna geen voet aan de grond en zijn vandaag van het politieke toneel verdwenen. Grenada werd een off-shore paradijsje voor banken, witwasserij van zwart geld en belastingontduiking. De Wall Street Journal schreef: “St. George’s has become the Casablanca of the Caribbean, a fast-growing haven for money laundering, tax evasion and assorted financial fraud…”

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

De schade veroorzaakt door orkaan Ivan is nog steeds niet hersteld.

_DSC0057

Een nog grotere ramp bezocht het eiland in 2004 toen de orkaan Ivan voor miljoenen schade aanrichtte en vooral de muskaatnootplantages vernietigde. 90% van de bomen gingen verloren en daarmee ook de voornaamste bron van inkomsten. Toerisme is gedeeltelijk in de plaats gekomen, maar is voor de boeren die van de muskaatnoot leefden geen alternatief. Hun zonen en dochters werken in de resorts en de marina’s die de laatste jaren steeds populairder worden bij Amerikaanse en Europese bezoekers: yachties en andere vakantiegangers die de noordelijke winter ontvluchten. Ook de security business kent een gestage opkomst. Maar de werkloosheid – officieel 25% – is enorm en voor veel jongeren zit er niets anders op dan hun heil te zoeken in emigratie naar de VS of Groot-Brittannië. Hier en daar zie je luxueuze villa’s met af en toe een Hummer of een andere peperdure SUV voor de deur: “Grenadezen die het gemaakt hebben in het buitenland. Op het eiland rijk worden is uitgesloten!” zegt Victor, een buschauffeur, met een schaterlach.

Modern invaders

De nieuwe invasie van Grenada: cruiseschepen

Taferelen van stuitende armoede zie je niet op Grenada: geen krottenwijken, geen bedelaars op straat zoals in veel derde-wereldlanden (en in grote Amerikaanse steden). Huisvesting en verwarming zijn in dit klimaat niet echt een probleem  en ook de armsten komen niet van honger om omdat de natuur hier zo weelderig is. Bananen en tropisch fruit groeien aan de kant van de weg, er is vis uit de zee en bijna iedereen heeft wel een paar kippen of een geit lopen. In de supermarkten waar alleen buitenlanders en toeristen komen zie je bijna niets dan ingevoerde producten: sla en tomaten uit Californië, sinaasappelsap uit Florida, wasproducten en de meeste non food: allemaal made in the USA en peperduur. Het is de parallelle economie voor de buitenlanders en de bovenklasse. Gewone Grenadezen kopen in de stalletjes op straat of de boerenmarkt op vrijdag en zaterdag. Oh ja, de rum is plaatselijk en van uitstekende kwaliteit – maar ook de rietsuikerproductie is grotendeels met Ivan verdwenen en de meeste  rumproducenten voeren nu de melasse in uit Venezuela en Columbia.

Johan Depoortere

7 december 2012

December 7, 2012 at 3:38 pm 2 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,731 other followers