Posts tagged ‘Tony Judt’

ZEG, DIE SPLITSING, KOMT DAAR NOG WAT VAN?

Relativity

door Jef Coeck

Waarom is België, na welhaast een eeuw van onverdroten inspanning, nog altijd niet uiteengevallen en zal het dat behalve bij natuur- of andere grote rampen ook nooit doen? De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt (1948-2010) wijdde er in zijn bekende standaardwerk ‘Na de oorlog’ vele bladzijden aan. België lag hem nauw aan het hart en hij kende het vrij goed. Zijn vader was geboren in Antwerpen en hijzelf bezocht geregeld familie en vrienden in ons land. Judts argumentatie luidt als volgt.

‘Er zijn drie factoren die een rol spelen in de onwaarschijnlijke overleving van België en meer in het algemeen van alle staten in West-Europa. Ten eerste verloor de separatistische zaak in de loop van de generaties en door invoering van allerlei constitutionele hervormingen aan kracht. De oude communautaire ‘zuilen’, hiërarchisch georganiseerde sociale en politieke netwerken die de plaats innamen van de staat, waren al steeds minder belangrijk aan het worden. Een jongere generatie Belgen bleek veel minder vatbaar voor verleidingen op basis van sektarische voorkeur, ook al kregen oudere politici dat maar heel langzaam door.

‘De terugloop van het praktiseren van religieuze gebruiken, de beschikbaarheid van hoger onderwijs en de trek van het platteland naar de steden leidden ertoe dat de traditionele partijen minder greep op de samenleving kregen. Dat was om voor de hand liggende redenen extra waar voor de ‘nieuwe’ Belgen, de honderdduizenden  tweede- en derdegeneraties-immigranten uit Italië, Joegoslavië, Turkije, Marokko en Algerije. Net als de nieuwe Basken hadden die mensen heel eigen zorgen en weinig belangstelling voor de stoffige doelstellingen van ouder wordende separatisten. In de loop van de jaren negentig lieten opiniepeilingen steeds weer zien dat de meeste mensen, zelfs in Vlaanderen, hun eigen zorgen belangrijker vonden dan de regionale kwesties en de taalstrijd.

‘Ten tweede was België rijk. Het goed zichtbare verschil tussen België en andere minder fortuinlijke delen van Europa waar nationalisten er wel in slaagden gemeenschapsgevoeligheden te exploiteren is, dat verreweg de meeste inwoners van het moderne België een vredig leven in materiële welstand leiden. Het lang leeft in vrede – misschien niet helemaal met zichzelf, maar wel met de rest van de wereld – en dezelfde welvaart die het ‘Vlaamse wonder’ voortbracht verminderde ook de politiek van het taalkundige ressentiment. Deze waarneming is met evenveel kracht van toepassing op Catalonië en zelfs op delen van Schotland, waar de extreme voorstanders van de zaak voor nationale onafhankelijkheid hun argumenten steeds weer onderuitgehaald zagen worden door de ontwapenende invloed van een nog niet eerder gekende welvaart.

‘De derde reden voor de overleving van België, en ook van andere intern verdeelde natiestaten, had minder vandoen met economie dan met geografie, hoe nauw die twee ook met elkaar verbonden zijn. Dat Vlaanderen of Schotland uiteindelijk op comfortabele wijze deel van België of het Verenigd Koninkrijk kon blijven uitmaken, kwam niet doordat de intensiteit van het nationale sentiment er minder was dan die welke in de voormalige communistische landen de kop weer had opgestoken. Integendeel,  het verlangen naar zelfbestuur was in bijvoorbeeld Catalonië  voelbaar sterker dan in Bohemen en de kloof die de Vlamingen van de Walen scheidde aanzienlijk breder dan die tussen de Tsjechen en de Slowaken, en zelfs dan die tussen de Serviërs en de Kroaten. Het verschil was dat de staten van West-Europa niet langer losstaande nationale eenheden met een absoluut monopolie op het gezag over hun inwoners waren. Ze waren ook – en werden steeds meer – onderdeel van iets groters.
Het formele mechanisme van de overgang naar een volledige Europese Unie werd in werking gezet…’

EN NU?

Op een paar details na blijft Judts analyse, die hij neerschreef in 2005, volledig valabel. Het is waar, er zijn de afgelopen 7-8 jaar wat onvoorziene dingen gebeurd . Maar die verminderen niet de kracht van de argumentatie, in sommige gevallen is het tegendeel waar.

Judt heeft geen rekening gehouden met de bankencrisis – in de wereld en in België – die in 2005 niet te voorspellen was. Maar. Punt twee, de rijkdom van België is er genendeels door aangetast. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de algemene welstand in sommige West-Europese landen, waaronder België, is toegenomen. Dat ook de armoede in relatieve (maar veel kleinere mate) is toegenomen, ligt aan het beleid. Of beter: het gebrek daaraan. De crisis heeft bovendien als ‘collateral damage’ een nuttig effect: studenten, professoren, politici en journalisten hebben zich aan het rekenen gezet en uitgeknobbeld dat de splitsing van België een onbekende maar grote som geld zal kosten aan alle inwoners. Dat maant tot voorzichtigheid annex vertraging. Het is geen toeval dat de N-VA geen datum wil plakken, zelfs niet bij benadering, voor de door haar begeerde ‘souvereine staat Vlaanderen’.

Judt heeft ook niet voorzien dat één Vlaamse nationalistische partij electoraal een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt – terwijl een andere zwaar gedecimeerd is. Het blijft ten volle waar dat ‘de separatistische zaak aan kracht heeft verloren’ – hoewel sommigen trachten ons van het tegendeel te overtuigen. De grote thema’s bij de aanstaande verkiezingen van mei, zullen de werkgelegenheid, de pensioenen en de zorg in het algemeen zijn. Niet de Vlaamse onafhankelijkheid. Zelfs niet het lot van de monarchie.

Op haar voorbije driedaags congres heeft de N-VA laten zien waar het haar om te doen is: tijdwinst. Zij wil tijd winnen tot de publieke opinie, moegetergd door de eindeloze herhaling van het gebrek aan argumenten, uiteindelijk zal zeggen: vooruit dan maar. Confederalisme? Onafhankelijkheid? Vlaanderen Grootmacht? ‘Kom maar en hou op met dat gezeur.’
Kortom, la guerre d’usure, de uitputtingsslag. Anders gezegd: de Pyrrhusoverwinning.

Daarom is de titel van De Morgen vandaag volkomen juist: ‘De Wever vreest dat zijn kerk leeg zal lopen als hij zijn ware bedoelingen onthult.’ Die ware bedoelingen werden al eens onthuld bij de fameuze regeringsvorming van 500+ dagen. Na de verkiezingen van 25 mei, als de N-VA niet op tram 3 kan springen, zal het geen 500 dagen maar 5 jaar duren voor er nog eens een kansje komt om de theorie van Tony Judt te verbrijzelen. Maar ik durf er mijn pekzwarte ziel op verwedden dat dat niet zal gebeuren.

Bloemen verwelken, scheepjes vergaan,
Maar België blijft eeuwig bestaan
– of althans langer dan de N-VA.

*Tony Judt, Na de oorlog, Een geschiedenis van Europa sinds 1945, uitgeverij Contact, 2006

February 3, 2014 at 2:07 pm 1 comment

DE RAKETTEN VAN OKTOBER

door Jef Coeck

Het voorbije weekend is een gebeurtenis van vijftig jaar geleden vrijwel onopgemerkt gebleven. Dat is des te merkwaardiger omdat in menig hand- en geschiedenisboekje valt te lezen dat de wereld toen aan de rand van een kernoorlog stond. Op 26, 27 en 28 oktober 1962 – net als dit jaar een vrijdag, zaterdag en zondag – viel het beslissende hoogtepunt van de zogenaamde ‘Cubacrisis’ tussen de VS en de Sovjet-Unie, met als alerte toeschouwers hun respectieve bondgenoten en buitenstaanders, kortom de hele wereld. De mensen waren al aan het hamsteren geslagen. Een halve eeuw geleden greep dus het Non-Event van de eeuw plaats: er kwam géén wereldwijd gewapend atoomconflict.

Hoe het toch nog goed afliep en of we hier al of niet te maken hebben met een historische hype, trachten we in dit stuk te achterhalen voornamelijk aan de hand van enkele befaamde en deskundige auteurs. Het zijn met name Tony Judt (TJ), de te vroeg overleden Brits-Amerikaanse historicus en publicist. En de deskundige stem van de insider, journalist en researcher Tim Weiner (TW), die een autoriteit is inzake Amerika’s geheime diensten, vooral de CIA. Occasioneel worden nog andere experts opgevoerd. De gewone feitelijkheden putten we uit kranten en publicaties van de betrokken periode, met name het Winkler Prins (WP) Jaarboek uitgave 1963. We puzzelen een stuk wereldgeschiedenis weer ineen. (Boekgegevens onderaan)

Wat vooraf ging

Op 1 januari 1959 werd de macht op Cuba overgenomen door de linkse guerillero Fidel Castro en zijn manschap. Dictator Batista werd verdreven. De VS verloren daarmee een leuk Pleasure Island op vaarafstand van Florida en een bron van illegale inkomsten aan gok-, prostitutie-, drugs- en witwasactiviteiten. President Eisenhower probeerde de meubelen nog te redden door Fidel niet onmiddellijk te demoniseren.
Dat gebeurde pas door John F. Kennedy, die in januari 1961 aantrad als nieuwe president. Een van zijn eerste beleidsdaden was een invasie in de Cubaanse Varkensbaai. De slechte voorbereiding door de CIA plus de zwaar onderschatte weerstand van de Cubaanse bevolking, maakten deze actie tot een lachwekkend fiasco. Van dan af ging Castro zich openlijk ‘communist’ noemen, hoewel hij dat toen zeker niet was, en hij zocht steun bij de Sovjet-Unie. Die vroeg en kreeg, in mei 1962,  de Cubaanse toestemming om in het geheim Russische atoomraketten op het eiland te installeren.

Kennedy had zwaar imagoverlies geleden en zon op revanche. In alle stilte werd een nieuwe inval, de operatie ‘Mongoose’ gepland. Nu was het wachten op een goede gelegenheid. Die leek zich voor te doen op 14 oktober 1962: een Amerikaans U-2 spionagevliegtuig ontdekte dat de Russen begonnen waren met het bouwen van raketbases op Cuba. Dat was ongetwijfeld een zware bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid – zo zwaar was nu ook weer niet nodig geweest. De operatie Mongoose werd stilgelegd en in de plaats kwam er crisisoverleg met de stafchefs, geheime diensten, diplomaten en adviseurs. En natuurlijk de President met zijn onafscheidelijke broer Robert Kennedy, die toen net benoemd was tot Attorney-General, noem het minister van Justitie maar dan met aanzienlijk meer macht. Een spannende tijd lag in het verschiet. Laten we er een 7-daagse van maken.

Maandag 22 oktober – De Cubaanse crisis treedt in volle openbaarheid door een felle rede van president Kennedy, waarin de eis wordt gesteld van de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. Een blokkade op offensieve militaire goederen naar dit eiland wordt aangekondigd. (WP)

“Dat aan de stationering van de MRBM’s en de IRBM’s zo zwaar werd getild kwam door hun bereik. Ze waren niet ontworpen om aanvallende vliegtuigen uit te schakelen maar om doelen tot diep in de VS te raken. Een MRBM van de Sovjet-Unie kon destijds vanaf Cuba dus Washington DC treffen, terwijl een IRBM op het uiterste noordwesten na vrijwel de hele Verenigde Staten kon bereiken. Als verdedigingswapens waren deze raketten nutteloos, ze hadden uitsluitend betekenis als offensieve wapens of als afschrikwekkend middel tegen een eventueel offensief van anderen. Dus toen de U-2 op 14 oktober over westelijk Cuba vloog en ter hoogte van San Cristobal drie raketbases in aanbouw waarnam, en men vervolgens in Washington vaststelde dat die bases identiek waren aan de bekende MRBM-bases in de Sovjet-Unie zelf, trokken president Kennedy en zijn adviseurs de voor de hand liggende conclusie: ze waren voorgelogen en hun waarschuwingen waren in de wind geslagen, de Sovjet-Unie was bezig offensieve raketten in Cuba te plaatsen, raketten die uitsluitend op doelen in de VS konden worden afgevuurd. De Cubacrisis was een feit.” (TJ)

Dinsdag 23 oktober – Alle verloven in de Sovjet-Unie worden ingetrokken. De Veiligheidsraad komt in spoedzitting bijeen. (WP)

“John F. Kennedy liet drie aanvalsplannen voorbereiden: nummer een, het vernietigen van de raketbases door de luchtmacht of door bommenwerpers van de marine; nummer twee, het initiëren van een veel grotere luchtaanval; nummer drie, het binnenvallen en veroveren van Cuba. ‘We voeren in elk geval nummer een uit’, zei hij. ‘We maken die raketten onschadelijk.’ De vergadering werd ’s middags om één uur beëindigd nadat Bobby Kennedy voor een algehele invasie had gepleit.” (TW)

“De gezamenlijke stafchefs waren voorstander van de meest extreme aanpak, maar daar kregen ze onder de burgerleden van ExComm (een door Kennedy samengesteld Executive Committee, waarvan de gesprekken in het geheim werden opgenomen en later gepubliceerd zijn in het boek The Kennedy Tapes/jc) maar weinig steun voor. Niemand was voorstander van het negeren van de militaire opbouw en voortgaan zoals tot dan gebeurd was. ExComm discussieerde vijf dagen lang terwijl drie essentiële gegevens onbekend waren: hoeveel raketten al geplaatst waren en of die al operationeel waren, hoe de bondgenoten van de NAVO op een onvoldoende dan wel overdreven reactie van de Verenigde Staten zouden reageren en hoe Chroestsjov op de verschillende Amerikaanse maatregelen zou reageren.” (TJ)

Woensdag 24 oktober – Om drie uur wordt de blokkade van kracht. De Organisatie van Amerikaanse Staten schaart zich achter Kennedy. Oe Thant doet een beroep Chroestsjov en Kennedy. Geruchten circuleren dat Sovjet-schepen, op weg naar Cuba, hun koers wijzigen. (WP)

“De president overdacht nu het vraagstuk van een atoomoorlog op Cuba. Het begon tot hem door te dringen hoe weinig hij van de Sovjet-leider begreep. ‘We zaten er wat betreft de vraag wat hij probeert te doen in elk geval naast’, zei de president. ‘Weinigen van ons verwachtten dat hij middellangeafstandsraketten op Cuba zou plaatsen.’ Waarom had Chroestsjov dat gedaan? vroeg de president. ‘Wat is er het voordeel van? Het zou precies hetzelfde zijn als wij opeens een groot aantal middellangeafstandsraketten in Turkije zouden plaatsen’, zei hij. ‘Dat zou toch verrekte gevaarlijk zijn, zou ik zo denken?’
Er viel een akelige stilte. ‘Maar dat hebben we gedaan, meneer de president’, zei Bundy.” (TW) (McGeorge Bundy was de veiligheidsadviseur van Kennedy en van zijn opvolger Lyndon Johnson/jc)

“McGeorge Bundy stelde later vast dat het niet de Amerikaanse superioriteit, maar uitsluitend het gevaar van een kernoorlog was dat Chroestsjov ervan weerhield nog hoger spel te spelen. Dat kon president Kennedy, die onder zijn legerleiding niet erg geliefd was en voor wie een maand later tussentijdse verkiezingen op het programma stonden, natuurlijk niet hardop zeggen. Robert Kennedy herinnerde zich later dat hij hierover op het hoogtepunt van de crisis iets tegen zijn broer had gezegd: ‘Als je niet had ingegrepen, zou je afgezet zijn.’ De president zou bij het horen van die uitspraak instemmend geknikt hebben. De uitspraak was een voor de licht ontvlambare jongere broer kenmerkende overdrijving, maar de inhoud ervan zal in de beslissingen van de president wel een rol hebben gespeeld.” (TJ)

Donderdag 25 oktober – De antwoorden van Kennedy en Chroestsjov aan Oe Thant zijn verzoenend van toon. De Sovjetpremier wil de wapenzendingen stopzetten; de Amerikaanse president wil eerst controle, dan pas kan er van opheffing der blokkade sprake zijn. Het eerste Sovjetschip wordt aangehouden, maar mag doorvaren. (WP)

Destroyer USS Joseph P Kennedy, genoemd naar de vroegtijdig overleden oudste Kennedybroer, en ingezet bij de blokkade van Cuba: All in the Family!

“Die nacht begon er een uitvoerig bericht van Moskou binnen te komen. Het kostte meer dan zes uur het telegram te versturen en te ontvangen. Het betrof een persoonlijke brief van Nikita Chroestsjov waarin hij zich uitsprak tegen ‘de catastrofe van een thermonucleaire oorlog’ en – zo leek het – een uitweg voorstelde. Als de Amerikanen beloofden Cuba niet binnen te vallen, zouden de Sovjets de raketten verwijderen.” (TW)

“Beïnvloed door de stelling van Barbara Tuchman in haar boek over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (De kanonnen van augustus), dat die oorlog misschien vermeden had kunnen worden door onderhandelingen, nam de president een eerder voorzichtige houding aan.” (De Belgische historicus Dr. Yvan Vanden Berghe in ‘De Koude Oorlog’).

Vrijdag 26 oktober – Concentratie van Amerikaanse luchteenheden in Florida. Er gaan geruchten dat de raketbases op Cuba zullen worden gebombardeerd. Chroestsjov geeft alle Sovjetschepen opdracht de blokkadevloot te mijden en stuurt drie niet-gepubliceerde brieven naar Kennedy. (WP)

“Op vrijdag 26 oktober stuurde Chroestsjov een lang en weinig samenhangend privébericht aan Kennedy, waarin hij zei te betreuren dat ze in de richting van een oorlog aan het afglijden waren: ‘Mocht er inderdaad oorlog uitbreken, dan zijn wij niet in staat die te stoppen, want dat is nu eenmaal de logica van een oorlog. Ik heb aan twee oorlogen deelgenomen en ik weet dat een oorlog pas ten einde komt als die door steden en dorpen getrokken is, als overal dood en verderf is gezaaid.’ Hij stelde ook een oplossing voor. ‘Alles werd onmiddellijk anders wanneer de president en de regering van de Verenigde Staten ons verzekeren dat de VS zelf niet aan een aanval op Cuba zal deelnemen en anderen van acties in die richting zullen weerhouden, als u uw vloot terugroept. (…) Dan zou de noodzaak van aanwezigheid van onze militaire experts op Cuba niet langer bestaan. (…) Meneer de President, wij en u moeten nu niet aan touwtjes gaan trekken waar u een oorlogsknoop in hebt gelegd, want hoe harder wij trekken, hoe strakker de knopen gaan zitten. En dan kan er een moment komen waarop die knoop zo strak zit dat zelfs degene die hem gelegd heeft hem niet meer los zal kunnen krijgen, en dan moet de knoop worden opengesneden. Het is niet aan mij om uit te leggen wat dat zou betekenen, want u begrijpt zelf uitstekend over welke vreselijke krachten onze landen beschikken.’” (TJ)

Zaterdag 27 oktober – Kennedy wijst een nieuw voorstel van Chroestsjov af, waarin deze verklaart de bases op Cuba te willen ontmantelen in ruil voor de ontmanteling van NATO-bases in Turkije. Reservisten zullen worden opgeroepen. (WP)

“De brief van Chroestsjov, die voortkwam uit de toenemende angst in het Kremlin dat Kennedy op het punt stond Cuba aan te vallen en op een confrontatie aanstuurde, kan heel goed de doorslaggevende angel uit de crisis hebben gehaald. De dag erna, op zaterdag 27 oktober, volgde er een openbare en formelere brief waarin elke vorm van een overeenkomst afhankelijk van een ruil werd: de offensieve raketten op Cuba zouden worden teruggetrokken als de NAVO zijn kernkoppen uit Turkije zou weghalen.” (TJ)

“Op zaterdag 27 oktober, om tien uur ’s morgens begon McCone (directeur Centrale Veiligheidsdiensten van de CIA/jc)de vergadering op het Witte Huis met het beroerde nieuws dat de raketten binnen zes uur operationeel konden zijn. Hij had zijn rapportage nog maar net voltooid toen president Kennedy een bericht van het Amerikaanse persbureau onder ogen kreeg: PREMIER CHROESTSJOV LIET KENNEDY GISTEREN WETEN BEREID TE ZIJN AANVALSWAPENS UIT CUBA TERUG TE TREKKEN ALS DE VERENIGDE STATEN HUN RAKETTEN UIT TURKIJE WEGHALEN.
De vergadering raakte in alle staten. Niemand wilde aanvankelijk iets van dat idee weten – behalve de president en McCone. ‘Laten we onszelf niet voor de gek houden’, zei Kennedy. ‘Ze doen een heel goed voorstel.’
McCone was het daarmee eens: het was duidelijk, serieus en het kon onmogelijk worden genegeerd. De woordenwisseling over hoe er moest worden gereageerd, sleepte zich de hele dag voort, onderbroken door huiveringwekkende momenten. Eerst dwaalde er een U-2 af tot in het luchtruim van de Sovjets voor de kust van Alaska, een voorval dat ertoe had geleid dat er straalvliegtuigen van de Sovjets in opperste staat van paraatheid waren gebracht. Vervolgens, tegen zessen die middag, meldde McNamara (toenmalig minister van Defensie/jc) opeens dat er een andere U-2 boven Cuba was neergeschoten, waarbij majoor Rudolf Anderson van de luchtmacht was gedood.
De stafchefs adviseerden nu met klem dat er binnen zesendertig uur een algehele aanval op Cuba moest worden ingezet.” (TW)

“Uiteindelijk werd besloten om de brief van Chroestsjov te beantwoorden, en de reactie kwam erop neer dat het Russische voorstel werd geaccepteerd. Intussen had Robert Kennedy op zaterdagavond een ontmoeting met ambassadeur Dobrynin, om hem van het belang van een overeenkomst te overtuigen en om vertrouwelijk een ‘rakettenruil’ te regelen.” (TJ)

Zondag 28 oktober – Keerpunt in de Cubaanse crisis. Radio Moskou maakt om 15 uur (West-Europese tijd) bekend, dat de Sovjet-Unie gevolg zal geven aan de eis, die president Kennedy aan het begin van de Cubaanse crisis heeft gesteld, nl. de ontmanteling van de Sovjet-raketbases op Cuba. (WP)

“Op zondag 28 oktober zond radio Moskou het bericht uit dat Chroestsjov de officiële voorwaarden van de VS voor beëindiging van de crisis accepteerde: ‘De regering van de Sovjet-Unie (…) heeft een nieuwe opdracht gegeven om de door u als offensief bestempelde wapens te ontmantelen, in te pakken en naar de Sovjet-Unie terug te vervoeren.’
Met die werkzaamheden werd onmiddellijk begonnen. Er dienden nog wel een aantal details te worden uitgewerkt, zoals een exacte lijst van het te verwijderen materieel, de voorwaarden waaronder de werkzaamheden ter plaatse mochten worden geobserveerd (waar een woedende Castro zich hevig tegen verzette) en de geheime ontmanteling van in Turkije gestationeerde NAVO-raketten.
Kennedy had binnenskamers al erkend dat de lichte IL-28-bommenwerpers geen serieuze bedreiging vormden, maar toch waren de Verenigde Staten zo onvoorzichtig de verwijdering van die toestellen te eisen. Ook daar kwam Chroestsjov echter aan tegemoet, en daarom werd de blokkade op 20 november opgeheven. Op 6 december werd de laatste bommenwerper verscheept. In april 1963 werd aan de officieuze eis van de verwijdering van de NAVO-raketten uit Turkije tegemoetgekomen.” (TJ)

Epiloog


“Waarom werd daar dan zo geheimzinnig over gedaan? Waarom bleven McNamara, Bundy, Rusk (minister Buitenlandse Zaken/jc) en al die anderen in de jaren daarna steeds maar tegen het Congres liegen dat er geen overeenkomst was afgesloten (waarmee ze Kennedy en passant als opvallend onredelijk en weerbaristig afschilderden)? Dat deden ze enerzijds om de gevoeligheden van hun bondgenoten te beschermen, en anderzijds om het imago van JFK en het beeld van de totale overwinning in stand te houden. En als we Anatoly Dobrynin mogen geloven gebeurde dat ook om de toekomstige presidentiële ambities van Kennedy’s broer te beschermen. ‘In kleine kring had Robert Kennedy wel eens losgelaten dat hij heel misschien ooit ook nog een keer wilde proberen om president te worden, en de vooruitzichten in die richting zouden een flinke knauw krijgen als de geheime overeenkomst over de raketten in Turkije zou uitkomen.’ Het geheim werd pas in het begin van de jaren tachtig, toen George Ball (gewezen minister en ambassadeur bij de VN/jc) en anderen er in hun memoires naar verwezen, ontsluierd. Het is opvallend dat de leiding in de Sovjet-Unie, die er toch alle belang bij had om de zaak bekend te maken, nooit tot openbaarmaking is overgegaan.” (TJ)

Epiloog II


Tot slot nog een Europese stem met enig gezag in de zaak. De voormalige Britse diplomaat Sir William Hayter, lange tijd Brits ambassadeur in Moskou, schrijft quasi terloops over de Cubacrisis in zijn boek ‘Rusland en de wereld’, uit 1970 – minder dan tien jaar na de feiten:
“Pas na de Cubaanse crisis beseften beide partijen de omvang van de gevaren die hun confrontatie zo helder belicht had. Toen begon dan ook de befaamde ‘ontspanning’ die ook het verdrag van 1963 tot stopzetting van atoomproeven in de dampkring omvatte. De personen die toen aan het hoofd van beide staten stonden, bevorderden dit proces. De regering-Kennedy was diep onder de indruk geweest van de alarmerende crisis in 1962, terwijl Chroestsjovs specialiteit, ‘goulash-communisme’ met een minimale hoeveelheid ideologie, een waarlijk vreedzame coëxistentie met het Amerikaanse kapitalisme scheen toe te laten. Chroestsjov zelf schijnt inderdaad, zij het bij tussenpozen, gewerkt te hebben in de richting van een dergelijke modus vivendi. Maar het feit dat Kennedy en Chroestsjov achtereenvolgens van het toneel verdwenen, maakte aan deze fase een einde.”

Wij kennen intussen de afloop van de Koude Oorlog – voor zover die afgelopen is. Of staat de wereld nog steeds, zoals toen, op het punt om een Grote Sprong Voorwaarts te maken vanaf de rand van de afgrond? L’histoire se répète? Jamais. (jc)

De enige overlevende hoofdrolspeler

LECTUUR

* Tony Judt, De vergeten twintigste eeuw, Nieuwe wereldgeschiedenis, Uitgeverij Contact, 2008

* Tim Weiner, Een spoor van vernieling, De geschiedenis van de CIA, De Bezige Bij, 2007

* Yvan Vanden Berghe, De Koude Oorlog 1917-1991, Acco, 2002

* Sir William Hayter, Rusland en de wereld, Het Spectrum, 1971

* Ernest May en Philip Zelikow, The Kennedy Tapes:Inside the White House during the Cuban Missile Crisis, Harvard University Press, 1997

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/10/19/wat-50-jaar-rakettencrisis-cuba-zegt-over-de-media-vandaag

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121018_00339972

October 29, 2012 at 11:10 am 1 comment

EEN NIEUWE SPIL-TIJD: HEBZUCHT IS ONRECHT

Liberty leading the People, Delacroix, Paris 1830

door Jef Coeck

Als het oproer kraait van Kaïro over Tunis tot Tel Aviv, van de Spaanse Costa’s over Amsterdam tot Brussel, van Chili tot Zuid-Afrika, van de Jemenitische woestijn tot in hartje Wall Street, ja, dan moet er wel iets wereldwijds aan de hand zijn. Maar wat is het? – vraagt de conservatieve columnist Thomas Friedman (The New York Times) zich af.

(http://www.nytimes.com/2011/10/12/opinion/theres-something-happening-here.html?_r=1&nl=todaysheadlines&emc=tha212 ) Hij is met name ongerust over de beweging Occupy Wall Street. In Europa heten de OWS-gezinden ‘indignados’ (verontwaardigden) en op andere plaatsen in de wereld gewoon ‘verzet’, maar dat ontgaat deze pundit. Amerika IS toch de wereld?

Friedman heeft twee boeken bij de hand, een ‘negatief’ (1) en een ‘positief’ (2), en voor hem houden die elkaar mooi in evenwicht. Dus geen paniek, beste beursadepten, de wereldrevolutie van Marx is nog niet in aantocht laat staan uitgebroken. Dat is de toon van het stuk. Nu de inhoud.

Een eerste theorie om de globale onvrede annex verzet te verklaren is ‘The Great Disruption’, de Grote Ontwrichting. Onze huidige door groei geobsedeerde wereld heeft zijn financiële en ecologische grenzen bereikt. Het systeem vreet zichzelf op en steeds meer mensen beseffen dat, ook al omdat steeds meer mensen er het slachtoffer van worden.
De tweede theorie is die van ‘The Big Shift’, de Grote Verschuiving. We zitten in de beginfase van een globalisering plus revolutionaire technologisering. Omdat alle begin moeilijk is, zal het vanaf nu steeds beter gaan met de wereld en dus met Amerika. Nieuwe kansen, meer groei en welvaart liggen in het verschiet. Er ontstaan steeds meer stromen waaruit we kunnen putten en dat moeten we dan maar doen.

Friedmans voorkeur gaat uit naar de tweede theorie maar de eerste mag niet genegeerd worden. Ze is volgens hem alleen in schijn negatief. Want ook uit de Grote Verstoring brengt het menselijk vernuft wel weer iets goeds voort: groei, welvaart, democratie. Misschien niet voor iedereen, misschien zelfs voor een kleine minderheid? 1 Procent of zo?
‘You decide’, besluit hij als een volleerde Pilatus.

Thomas Friedman mist, denk ik, de essentie van de zaak. Niet ‘bezit is diefstal’, wat sommige anarchisten ook gezegd mogen hebben. Het is de bezitterigheid-in-al-haar-vormen die de wereld naar de kelder helpt. En daartegen is in wezen het wereldwijd verzet gericht.

ADAGIUM

Het boek wat ik er tegenover wil plaatsen heeft ook ‘groot’ in de titel: De grote transformatie, van de Britse auteur Karen Armstrong. Zij is dé experte in wereldgodsdiensten. Zij heeft met gezag en kennis van zaken geschreven over alle grote religies en hun nevenverschijnselen. Fundamentalisme is zo’n verschijnsel, oorlog is er een ander.

Religie is trouwens maar een klein en eerder toevallig onderdeel van dit verhaal. De theorie die Armstrong ontwikkelt is gebaseerd op de inzichten van de Duits/Zwitserse filosoof Karl Jaspers (+1969). Hij zag een ‘Achse der Weltgeschichte’, een spil-tijd in de betekenis van scharnier, tussen 900 en 200 v.C. In deze relatief korte periode deden zich wereldwijd grote veranderingen voor in het menselijk denken en gedrag.

Het speelde zich quasi simultaan af in vier gebieden waar de grote wereldtradities van de mensheid gevestigd waren en grotendeels nog zijn: confucianisme en taoïsme in China, hindoeïsme en boeddhisme in India, monotheïsme in Israël en filosofisch rationalisme in Griekenland.  In deze streken waren geniale spirituele en filosofische denkers bezig de weg te bereiden naar een volkomen nieuw soort menselijke ervaring.

Profeten, filosofen, dichters, kunstenaars in de Spiltijd ontwikkelden radicale en voor toen schokkende visies. De meesten hadden bv. geen enkele belangstelling voor doctrines of metafysica, laat staan voor theologie. Sommigen, zoals de Buddha, weigerden zelfs over theologie te praten, omdat die de aandacht afleidde en schadelijk was. Anderen voerden aan dat het onvolwassen, onrealistisch en pervers was om te zoeken naar absolute zekerheden.

Het ging niet om geloven maar om sociaal gedrag. Tot dan had onbetwist het adagium ‘oog om oog, tand om tand’ geheerst. Dat was de vorm van overleven bij uitstek. In de Spiltijd werd nu een samenleving van compassie gepredikt, van empathie in plaats van wraakzucht en geweld. De nieuwe ethos luidde: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Met die ‘ander’ werd niet langer alleen de eigen omgeving maar heel de wereld bedoeld. De holbewoners, die aggressief het eigen nest beschermden, werden omgeturnd tot open en begripvolle kosmopolieten. Dat is de theorie.

Die evolutie ging, hoe kan het anders, gepaard met veel tegenkanting,  geweld en onderdrukking. Maar, aldus nog steeds het duo Jaspers/Armstrong, het raakte toch ingeburgerd, o.m. als uitgangspunt voor nieuwe tradities die uit de Spiltijd ontstonden: het rabbijnse jodendom, het christendom en de islam. En de Verlichting maar die komt in dit boek nauwelijks aan bod. Het proces in zijn algemeenheid wordt De Grote Transformatie genoemd – ook als de theorie vaak contradictorisch lijkt en door niet weinig denkers in zijn onderdelen wordt betwist.

MINDEREN

Maar stel dat de grote lijnen kloppen, dat de mensheid een kwantumsprong in het denken kan maken, dat de evolutie op nog niet achterhaalde wijze in vrij korte tijd (700 jaar) een mentale revolutie in de geesten teweeg kan brengen. Dan is dit proces dus voor herhaling vatbaar. Wat gebeurd is, gebeurt.

Dan zou het dus best kunnen dat we sinds enkele jaren volop bezig zijn aan onze Nieuwe Grote Transformatie? Deze keer gaat het niet rechtstreeks om leven en dood (‘gij zult niet moorden’), maar onrechtstreeks natuurlijk wel. In termen van de Tien Geboden bv.,  zou het allesoverheersende thema nu zijn: ‘gij zult niet stelen’, annex ‘begeer nooit iemands goed’. Een dubbele waarschuwing tegen het vergaren van al te veel macht, bezit, status, invloed, en het aanwenden van al te veel list, leugen en bedrog – altijd ten koste van de medemens. Want een zogenaamde win-win-situatie waarbij iedereen voordeel heeft, bestaat niet. Er is altijd minstens één verliezer, die vaak onbekend blijft, dat wel.

Het codewoord is minderen. Minder macht voor Arabische en andere absolute heersers, minder onderdrukking door zich democratisch noemende staatsapparaten, minder geldzucht bij de banken en sommige van hun klanten, minder priviliges voor wie al rijk en machtig is, minder ambitie om het te worden bij wie nog arm en machteloos ronddoolt, minder opgedrongen consumentisme, minder energieverspilling, minder ecologische vernieling. Kortom, minder eigen-belang.

Het is jammer dat een man als Tony Judt ons vroegtijdig, zij het schrijvend tot zijn laatste snik heeft verlaten. Ik had graag willen weten hoe hij had gereageerd op OWS en indignado’s en Tahrir-opstanden. Maar zijn werk is duidelijk genoeg, zelfs Thomas Friedman moet zich aangesproken voelen door een paragraaf als deze: ‘Hoe graag liberale bewonderaars van de globalisering ook anders beweren, het is niet waar dat een steeds verder geglobaliseerde economie tot een eerlijker verdeling van de rijkdom leidt. De ongelijkheid tussen landen zal er inderdaad wel door worden verminderd, maar binnen die landen worden de verschillen tussen arm en rijk juist groter. Bovendien garandeert een langdurige economische groei op zichzelf gelijkheid noch voorspoed; het is niet eens een betrouwbare graadmeter voor de economische ontwikkeling.’ (4)

Laat ik het voorlopig laatste woord aan Karen Armstrong zelf. ‘Door onze technologie is een mondiale cultuur ontstaan van samenlevingen die in elektronisch, militair, economisch en politiek opzicht onderling verbonden zijn. We zullen een mondiaal bewustzijn moeten ontwikkelen, omdat we in één wereld leven, of we het nu leuk vinden of niet. De Wijzen (van de Spiltijd/jc) hebben eerder ingezien dat we onze sympathie niet kunnen beperken tot onze eigen groep.’

Noemen we dat dan (r)evolutie? Of Tweede Grote Transformatie? Of gewoon logica?
Who cares?

———————————-

(1) Paul Gilding, The Great Disruption, Bloomsbury Publishing, 2011

(2) John Hagel, John Seely Brown & Lang Davison, The Power of Pull, Basic Books, 2010

(3) Karen Armstrong, De grote transformatie, De Bezige Bij, Amsterdam, 2005

(4) Tony Judt, Het land is moe, Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2011

October 25, 2011 at 2:23 pm 4 comments

PALESTINA : Twee Staten of Eén Staat?

door Lucas Catherine

 
Na de speech van de Amerikaanse president Obama heeft iedereen het weer over de stichting van twee staten als oplossing voor het Palestijnse probleem. Om te oordelen of dit nu het probleem echt zal oplossen, moet men ook de andere mogelijkheid onderzoeken: één gemeenschappelijke staat (democratisch of binationaal). En de keuze die men maakt moet een echte oplossing bieden voor alle componenten van dit probleem. Wat is nu de kern van dit probleem? De kolonisatie van Palestina door de zionistische beweging. (zie ook het stuk hieronder: De speech die Obama had moeten geven).

De zionistische beweging was een antwoord op de situatie waarin de Oost-Europese joden toen verkeerden. Ze stelden zich de vraag: wat doen we tegen het antisemitisme en zijn wij een religieus-culturele groep of een Natie?

De officiële stichter van de zionistische beweging is Theodor Herzl, een Oostenrijkse jood die in 1895 Der Judenstaat schrijft en twee jaar later, in 1897 het eerste Zionistische Wereldcongres bijeen roept in Basel. Voertaal is het Duits. De beweging ontstaat trouwens, en zal tot nu toe geleid worden door joden afkomstig uit Oost-Europa die als omgangstaal het jiddish-Deutsch gebruiken. De zionistische beweging is dan ook het kind van wat er dan leeft in Oost-Europa, in wat gemeenzaam ook Jiddisch Land wordt genoemd.

Theodor Herzl

Oost-Europa kende toen een grote opstoot van antisemitisme, met tussen 1881 en 1884 grote gewelddadige vervolgingen (pogroms) in Kiev, Warschau en Odessa. En deze golf van antisemitisme verspreidt zich ook naar West-Europa. Het zionisme zal hier een reactie op zijn, een bizarre reactie want in feite geven zij de antisemieten gelijk wanneer die beweren dat joden hier niet thuis horen.

Hun antwoord op het antisemitisme is kolonialisme: namelijk weg trekken uit Europa naar het mythische vaderland dat tweeduizend jaar geleden bestond en daar gaan koloniseren.

De negentiende eeuw is ook de eeuw waarin het nationalisme als ideologie wordt geboren: In Duitsland met Johann Gottlieb Fichte, Rede an die Deutsche Nation (1808), in Frankrijk met Ernest Renan en zijn “Qu’est-ce qu’un nation” (1882) en de oprichting van nationale staten zoals in België of Griekenland (1830). De zionisten beslisten toen om zich niet louter als een religieus ‘Gods Volk’ te beschouwen, maar als een aparte nationaliteit. Een mythische nationaliteit die verloren is gegaan twee duizend jaar geleden en die tot wat de antisemieten noemen een ‘onnatuurlijk volk’ heeft geleid. Die oude natie moet worden heropgebouwd.

De mythe van de joden als natie werd overtuigend weerlegd door ondermeer de Israëlische professor hedendaagse geschiedenis, Shlomo Sand in zijn “Comment le peuple juif fut inventé”, Fayard 2008.

De mythe van de verloren gegane natie proberen de zionisten in stand te houden door ondermeer hun oorspronkelijke Oost-Europese naam te verloochenen en een nieuwe, zelf gekozen hebreeuwse naam te verzinnen. Zo heet Tzipi Livni oorspronkelijk Benozovitsj; Shimon Peres, Persky; Ariel Sharon, Schönerman, enz…En daar wordt demagogisch gebruik van gemaakt. Zo vertelde Benjamin Netanyahu in zijn speech tot de delegatie van de European Friends of Israël in Jeruzalem op 7 februari 2011 dat hij in zijn kantoor een zegelring bewaart die werd opgegraven naast de klaagmuur en die dateert van 2700 jaar geleden. “Weet u welke naam daarop in het hebreeuws staat?  Netanyahu. Wel dat is mijn familienaam.” Onzin, zijn vader en grootvader droegen de naam Mileikowsky. De naam Netanyahu hebben ze pas zelf verzonnen toen ze naar Palestina immigreerden.

De vorming van deze nieuwe Joodse natie willen ze verwezenlijken door de kolonisatie van hun zogezegde thuisland Palestina.

Het zionisme bezit dus drie componenten: een reactie op het antisemitisme, een negentiende-eeuws nationalisme en kolonialisme. Hiervan is het aspect kolonialisatie dominant omdat het zogezegd een oplossing biedt voor de twee andere componenten.

+++

Shlomo Sand

De eerste stap die het Zionisten Congres dan ook zette was de oprichting van de Jüdische Colonial Bank, later de Jewish Colonial Trust en nog later omgedoopt tot Bank leUmi leIsraël. Palestina is dan nog (tot 1918) onderdeel van het Ottomaanse Rijk en de zionisten zoeken voor hun kolonisatie steun bij de Ottomaanse Sultan. Die heeft daar geen oor naar. Daarop keert Herzl zich in 1898 tot de Duitse Keizer, een bondgenoot van de Ottomanen tot in de Eerste Wereldoorlog, voor patronage. Ook dat lukt niet.
De Britten zullen wel toehappen. Herzl wordt als leider opgevolgd door de Britse jood en chemicus Haim Weizman. Die had tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld bij de aanmaak van chemische wapens voor het Britse leger. Samen met de bankier Lord Rothschild zullen zij van de Britten bekomen dat die het koloniaal experiment van de zionisten steunen.
De Brit die hierbij een grote rol heeft gespeeld is Lord Balfour. Balfour was in 1905 eerste minister en had toen de Aliens Act laten goed keuren. Die was vooral gericht tegen de toevloed van Oost-Europese joden naar Engeland, als gevolg van nieuwe pogroms in hun thuisland. Die Aliens Act wou al die vluchtelingen buiten Groot-Brittannië houden. Balfour verklaarde in het House of Commons toen ondermeer “er is het land een immens ongeluk overkomen door deze immigratiegolf die vooral uit joden bestaat.” En ook nog: “Zij blijven een volk dat zich apart houdt. Ze belijden niet alleen een andere religie dan de overgrote meerderheid van onze landgenoten, maar huwen ook alleen maar onder elkaar”. Hierop had het 7de Zionisten Congres hem uitgeroepen tot “openlijk antisemiet en vijand van heel het joodse volk.”

Deze lord Balfour werd in 1917 minister van Buitenlandse Zaken en zal in een naar hem genoemde Balfour Declaration de zionisten Britse hulp aan bieden bij hun kolonisatie van Palestina, dat net door Britse troepen was veroverd. In 1922 kreeg Groot-Brittannië van de Volkenbond officieel het mandaat om het land als kolonie te besturen.
Hierbij speelden nog andere belangen, dan het ‘wegwerken van ongenode joden uit Oost-Europa’. Engeland zag in de zionisten “een zelfgeorganiseerde groep Europese kolonisten die daar onder Britse bescherming het land konden bezetten.” Zoals Balfours voorganger Lord Chamberlain het formuleerde. En die de strategische route naar India, het Suez-kanaal konden mee bewaken.

En er was – toen al – de olie. Vanaf 1900 waren de oliereserves van Irak bekend. De Britten hadden in 1912 de Turkish Petroleum Company opgericht. Irak viel toen nog onder Turks-Ottomaans bestuur en de Engelsen droomden van een pijpleiding van Mosul (Irak) naar Haifa (Palestina) om zo de aardolie via de kortste weg naar Europa te krijgen. Iets wat ze in 1934 verwezenlijken.

De Britten zullen de zionisten toestaan om een eigen regering te vormen in Palestina, het Jewish Agency en die zal eerst eigen milities, later een eigen leger uitbouwen. Wanneer de Palestijnen in opstand komen tegen het Britse bestuur en de zionistische kolonisatie – en dit gebeurt al direct na de officiële machtsovername door de Engelsen in 1922 – zullen die zionistische milities ingezet worden tegen het Palestijns Verzet. Wanneer tijdens de jaren 1936-1939 de grote Palestijnse revolte om onafhankelijkheid op gang komt, zal het weer het zionistische leger, de Hagannah zijn die als hulptroepen aan de zijde van de Britten vechten. En na de Tweede Wereldoorlog zullen die Europese kolonisten zich sterk genoeg voelen om tegen de Britten, en het Verdeelplan van de Verenigde Naties in, het grootste deel van Palestina militair te veroveren. In 1948 waren de zionisten er maar in geslaagd om slechts 6,7% van de grond op te kopen. De rest van wat de staat Israël werd veroverd met militair geweld, 418 Palestijnse dorpen vernietigd en hun bewoners verdreven. En die kolonisatie gaat nog iedere dag door, in Jeruzalem, in de Jordaanvallei en op de rest van de Westelijke Jordaanoever.

De zionistische kolonisatie heeft drie feiten gecreëerd:

 

* De massale landonteigening van de autochtone Palestijnse bevolking:

Israël binnen de grenzen van 1948 controleerde reeds 78% van historisch Palestina.   Nu is iets meer dan de helft van de Westbank in handen van joodse kolonies, dat maakt dat er voor de Palestijnen maar 10% van hun oorspronkelijk land overblijft.

*De reductie van de meerderheid der Palestijnen tot vluchtelingen door hen de   nationaliteit van hun land te ontnemen. Volgens Badil zijn er nu 7,6 miljoen Palestijnse vluchtelingen, waarvan 4,6 miljoen geregistreerd door de UNO.

* De creatie van een nieuwe hebreeuwstalige natie.

Elke oplossing voor het Palestijns-Israëlisch probleem moet een oplossing bieden aan deze drie feitelijke toestanden.

+++

De Twee Staten-oplossing

 

Een Twee Staten-oplossing houdt maximaal rekening met de rechten van deze nieuwe hebreeuwstalige natie.

Zij biedt geen oplossing voor het grondprobleem: tachtig of meer procent van het land zal zo nog in handen blijven van de 5,7 miljoen joden en de Palestijnen die nog ter plekke wonen, 5,3 miljoen zullen het met het restant moeten doen. De grondrechten van de vluchtelingen die nu buiten historisch Palestina wonen, worden al helemaal vergeten. Trouwens, de Twee Staten-oplossing biedt ook geen oplossing voor het vluchtelingenprobleem. De 7,6 miljoen vluchtelingen zijn afkomstig uit wat nu Israël is en een ‘terugkeer’ zal slechts gedeeltelijk mogelijk zijn naar de Westoever, niet naar hun dorpen en steden van origine. Ook compensatie –zoals voorzien in de Uno-resolutie –  wordt niet ter sprake gebracht binnen de Twee Staten-oplossing.

De Twee-Statenoplossing is slechts ter sprake gekomen na een reeks nederlagen van het Palestijns Verzet (Verdrijving uit Jordanië in 1970-71; Verdrijving uit Libanon)

Daarvoor was het objectief: Een democratische staat met gelijke rechten voor moslims,christenen,joden.

Deze oplossing werd pas afgevoerd in 1988 toen de Palestijnse Nationale Raad de onafhankelijkheid uitriep van de mini-staat Palestina. Iets wat nooit gevolgen heeft gehad op het terrein. Maar toch wordt die oplossing volgehouden vanaf het zogenaamde Vredesproces dat in 1993 in Oslo begon tot nu.

De Een-staat oplossing  

Vreemd genoeg is dit een idee dat in de jaren 1925-1933 door sommige joden werd verkondigd. De twee bekendste hiervan zijn Judah Magnes, de latere president van de Hebreeuwse Universiteit en zijn vriend Albert Einstein.

Judah Magnes schreef toen: “Ik verkies een samenleven met de Arabieren op basis van een redelijke overeenkomst waarbij we beslissen om samen in vrede te leven. Liever dat dan een Joodse Staat.” En Albert Einstein, in zijn autobiografie, Out of My Latter Years: “Judaisme is tegen het idee van een Joodse Staat, met grenzen, een leger en wereldlijke macht.”De zionistische milities hebben hun bedoelingen onmogelijk gemaakt.

Een argument tegen de Een Staat-oplossing is dat dit een terugdraaien is van de geschiedenis naar 1947 en je kan de geschiedenis niet terugdraaien.

Inderdaad, je kan de geschiedenis niet terugdraaien, maar de verdedigers van de Twee Staten-oplossing vergeten dat ook zij de geschiedenis willen terugdraaien, weliswaar naar 1967, maar dat is nu ook al 42 jaar geleden en in die 42 jaar zijn er onomkeerbare feiten gecreëerd :

De feitelijke Een Staat

Israël controleert nu al 42 jaar in de bezette gebieden de grond, het water (daardoor dat het dagelijks verder kolonies kan oprichten), maar ook de financiën via de Civil Administration (geleid door Israëlische militairen), de grenzen, het luchtruim, en de militaire situatie via eigen troepen en via de 13 ‘veiligheidsdiensten’ van de Palestijnse autoriteit (40.000 man!), gecoördineerd door de Amerikaanse Lt. Gen. Keith Dayton (vroeger actief in ex-Joegoslavië).
Daarnaast zijn er de 130 kolonies en 120 Mizpe (look-outs) met 500.000 kolonisten, met elkaar verbonden door 800km joodse wegen, bruggen, tunnels en viaducten. De

kolonisatie zit letterlijk vast gebeiteld in beton. Ook dat kan je niet terugdraaien. Dat zal zo blijven.
Een spiegelpatroon herkennen we in Israël waar 160 Arabische dorpen en steden verbonden zijn door ‘oude’ wegen, dit wil zeggen nog door de Ottomanen en de Britten aangelegd, met tussen hen in joodse dorpen verbonden door joodse wegen. En er is nog steeds een meerderheid van Palestijnen in Noord-Israël met in centraal-Galilea zelfs een meerderheid van 85%. Daarnaast zijn er grote Palestijnse bevolkingsconcentraties in het centrum : Umm al Faham, Kafr Qassam, de Arabische wijken van Jaffa, Ramla, Lydda, Haifa en dan nog eens een concentratie in het zuiden, ten oosten van Beersheba met Palestijnse bedoeïenen.
Ook een reeks fundamentele economische factoren vallen niet te scheiden:

de waterhuishouding: een groot deel van het ‘Israëlische’ water komt uit de grote grondwatervoorraad van Cisjordanië, de markt voor voedings- en andere producten, milieu, tewerkstelling, wegen, havens en luchthavens zijn materie waar enkel een gezamelijke staatsstructuur een oplossing kan voor bieden.

Ook het beheer over Jeruzalem en het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen kunnen maar vanuit een gezamenlijk politiek worden geregeld.

Lord Balfour

Het probleem is dat de bezetter, Israël, nu al deze factoren controleert. Een gezamenlijke staat moet de bezetting opheffen, en zo ruimte scheppen voor de oplossing van deze fundamentele problemen die de kolonisatie van Palestina heeft geschapen.

Er zijn drie types van mogelijkheden binnen de Een Staat-oplossing:

 

De seculiere democratische staat op basis van one man, one vote.Die maakt weinig kans omdat hierbij beide partijen hun etnische, religieuze en nationale identiteiten ondergeschikt moeten maken aan de seculiere staat en er enkel als individuen rechten genieten.

De binationale staat waarin twee etnische groepen een staatstructuur delen, maar verder etnisch en cultureel een grote eigen identiteit blijven bewaren. Voorwaarden hierbij zijn dat:

Politieke vertegenwoordigers van beide groepen samenwerken.

Dat iedere groep een veto behoudt over essentiële zaken.

Een grote autonomie zowel op individueel vlak als voor de groep als geheel.

Iets concreter zou dit kunnen zijn: Palestijns gezag in Gaza, de Westoever en Galilea en joods-Hebreeuws gezag over de rest, terwijl er een economische unie is, een federale paritaire regering en het recht van iedere burger om zich te gaan vestigen in het gebied van de andere en er te werken, maar met respect voor de regionale verordeningen. En tenslotte een gezamenlijk overeengekomen oplossing voor de hierboven opgesomde problemen.

Marwan Barhouti

Een derde, en misschien de meest realistische optie is het ontbinden van de Palestijnse Autoriteit, de annexatie van de bezette gebieden door Israël waar na de Palestijnen dan de strijd kunnen aangaan voor gelijke nationale rechten, zoals de gevangen Fatah leider Marwan Barghouti in 2004 al voorstelde.

Bekende voorstanders van deze Een-Staat oplossing(en) aan joodse kant zijn voormalig minister Moshe Arens, Meron Benvenisti (ex-burgemeester van Jeruzalem) en aan Amerikaans-joodse zijde: Daniel Lazare en de pas overleden Tony Judt, beiden boegbeelden van het immer belangrijker wordende J Street. Een tendens binnen het Amerikaanse jodendom dat zijn identiteit niet langer wil baseren op identificatie met Israël, maar zelf een Amerikaans-joodse identiteit uitbouwen op basis van het humanistisch gedachtegoed dat binnen het jodendom tijdens de Haskala ontstond.

Aan Palestijnse kant zijn dit, buiten Marwan Barghouti, intellectuelen en academici als Saree Makdisi, Sari Nusseibeh en George Bisharat. Ook binnen de Palestijnse gemeenschap in Israël is de gedachte sterk aanwezig.

Welke van de drie varianten ook. De Een Staat-oplossing is de enige die de drie componenten van het probleem grondig kan oplossen: Palestijnse ontheemding, grondroof en wat met de uit kolonisatie ontstane nieuwe Hebreeuws-joodse natie? Het is de enige oplossing die de voor beide groepen essentiële economische belangen kan vrijwaren zonder dat er nog dominantie, onderdrukking  of bezetting is.

 

Wie kan deze oplossing doordrukken?

Het probleem is indertijd ontstaan in Oost-Europa en vanuit het Westen hebben wij tot vandaag deze kolonisatie al dan niet oogluikend toegelaten. Het is dan ook Europa dat het als morele taak heeft deze oplossing door te drukken. Zij hebben er alle (economische) drukkingsmiddelen toe. Israël is immers de facto lid van de Europese Unie.

De Arabische lente die we nu recentelijk mee maken zal zowel de VS als de EU verplichten hun politiek in de regio te herzien en meer druk op Israël uit te oefenen. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de joodse gemeenschappen in het Westen, vooral dan de grootste in de VS. En daar zien we inderdaad ook hoopvolle verschuivingen, waar onder invloed van wijlen Tony Judt en anderen J Street een belangrijk nieuw factor is geworden in zo verre dat ze hun joodse identiteit niet langer willen bepalen door identificatie met Israël en zijn politiek, maar op zoek gaan naar een eigen identiteit gestoeld op de humanistische waarden, die sinds de Haskala/Bildung (Verlichting) binnen het Europese jodendom waren opgedoken.

Lucas Catherine

Israel Defense Force (IDF)

May 24, 2011 at 7:30 pm 2 comments

Israel zonder clichés

"From Israel with love"

(Tom Ronse)

Praten over Israel, kan dat zonder terug te vallen op versleten cliché’s, op rituele kritiek en tegenkritiek? Het MOET kunnen, anders is een zinnig gesprek onmogelijk. Daarom moeten de geijkte pro- en contra -argumenten kritisch onderzocht worden. Dat is wat Tony Judt doet in de New York Times van vandaag. Hij wikt en weegt zes klassieke (tegen-)stellingen:

1. Israels bestaansrecht staat (niet) op het spel

2.Israel is (g)een democratie

3. Het is (niet) Israels schuld

4.Het is (niet) de schuld van de Palestijnen

5.Het is (niet) de schuld van de Israelische lobby in Washington

6. Kritiek op Israel is (niet) anti-semitisch.

Hoewel ik het niet over heel de lijn eens ben met Judt sta ik 100 % achter zijn pleidooi voor een ontluistering van de mythologie van beide kampen. Lees Judts essay hier:

http://http://www.nytimes.com/2010/06/10/opinion/10judt.html?ref=opinion

Israeliers rouwend

June 10, 2010 at 8:12 pm 7 comments

VLAANDEREN BOVEN?

Zal het land dat ik april verliet nog bestaan als ik er in augustus terug kom? In anderhalve maand België zag ik de regering vallen over het al dan niet splitsen van een kieskring. Wat later zag een bekend journalist die zich graag als links populistisch voordoet (voordeed?) het nationalistische licht en stapte over naar een partij die droomt van het verdwijnen van België en die in de vorige verkiezingen succes boekte met de demagogische slogan: Vlaanderen, uitrit uit de crisis. Wat bezielt mijn landgenoten? Is het nationalistische virus niet meer tegen te houden en wat houdt het in petto voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen?

In zijn magistrale Postwar, beschrijft de Amerikaanse (en half Belgische)  historicus Tony Judt (zie Salon van 3 jan 2010), het resultaat van wat bij ons institutionele hervormingen heet als comically cumbersome – lachwekkend gecompliceerd. Hij voegt er aan toe: A high price was thus paid to mollify the linguistic and regional separatists. (…) It was not by chance that by the end of the twentieth century Belgium had the highest ratio of public debt to gross domestic product in Western Europe. Het ziet er niet naar uit dat we onze les hebben geleerd. Integendeel, als er een compromis over Brussel Halle Vilvoorde uit de bus komt zal de doolhof van de instellingen nog een stuk komischer en absurder – en wellicht ook duurder – worden.

Postwar geeft meer voorbeelden van wat nationalisme in het na-oorlogse Europa heeft aangericht. Het drama in Joegoslavië had wellicht veel oorzaken, maar de voornaamste was de cynische beslissing van Milosevic om de communistische mantel te vervangen door die van een virulent nationalisme. In Baskenland is de “vrijheidsstrijd” van ETA ontaard in politieke, of gewone criminaliteit. De Liga Nort in Italië (oorspronkelijk Lombardische Liga) is ontstaan uit protest tegen de “transfers” van het rijke Noorden naar het arme Zuiden – klinkt vertrouwd. Maar de Liga had haar regeringsdeelname alleen te danken aan Berlusconi die telkens weer verkozen werd dank zij de stemmen van de zo verachte boerenkinkels uit dat arme Zuiden.

In Letland  heeft de taalstrijd licht absurde vormen aangenomen. Ik herinner me de taxichauffeur – een Let van Russische afkomst – die in zijn wachttijden ernstig Lets aan het studeren was ter voorbereiding van zijn taalexamen. Als hij niet zou slagen was hij zijn taxilicentie kwijt.

Kraainem was ooit een Vlaamse gemeente, nu zijn de Franstaligen er de overgrote meerderheid. De gemeenteraad verloopt er in een soort kartonnen Nederlands – een taal die de meerderheid van de raadsleden niet of  nauwelijks machtig is. Elders wordt de Brusselse rand in snel tempo meertalig – met Nederlands in de minderheid. Voor de nationalisten gaat “Vlaams grondgebied” op die manier verloren en daar zullen ze op alle mogelijke manieren tegen vechten: Geen morzel Vlaamse grond! Maar hoe kun je met democratische middelen beletten dat anderstaligen in Vlaamse gemeenten gaan  wonen, er uiteindelijk de meerderheid gaan vormen en dus de rechten van de meerderheid gaan opeisen?

Kun je het ze kwalijk nemen? Kun je van de Frans- Engels- of Duitstalige ouders in Wezenbeek-Oppem of Tervuren verwachten dat ze hun kinderen naar een Vlaamse school sturen? Moet anderstalig onderwijs dan verboden worden?  De Vlaamse burgemeesters in de rand die de inwijking van anderstaligen met dubieuze praktijken proberen af te remmen slaan in binnen-en buitenland een belabberd figuur. Hoeft het te verbazen dat België en Vlaanderen de risee van Europa zijn geworden?

Al of niet wettelijke (of andere) dwang gebruiken: voor de nationalisten waar ook ter wereld een onoplosbaar dilemma. In Baskenland spreekt één op vier Baskisch . De meerderheid van de twee miljoen Basken komt van elders en voelt er niets voor om het aartsmoeilijke Euskera, de Baskische taal,  te leren of hun kinderen naar een school te sturen in die voertaal. Een kleiner wordende minderheid Baskische nationalisten sympathiseert met ETA en het steeds zinlozer wordend geweld, de meerderheid moet noodgedwongen water in de nationalistische wijn doen. Zelfs onder de achterban van de traditionele Baskische Nationale Partij (PNV) is slechts 18% te vinden voor een onafhankelijk Baskenland.

Na het verdwijnen van de Sovjetunie vierde het nationalisme in de Baltische republieken hoogtij, meest van al in Letland waar de Letten zich als volk bedreigd voelden door de Russische meerderheid en de Letse taal in hun ogen het gevaar liep te verdwijnen. In Letland is slechts 54% van de bevolking etnisch Lets. In de steden werd, toen Letland in 1989 onafhankelijk werd overwegend Russisch gesproken. Conform de politiek van Stalin om de geannexeerde gebieden te russificeren kwamen na 1945  Russische militairen, ambtenaren en arbeiders in de Baltische staten wonen. De meesten zijn gebleven.  Rigoureuze taalwetten moeten nu het Lets redden en het Russisch terugdringen. Zelfs een taxichauffeur moet een taalexamen afleggen. Russische nationalisten, zoals Joeri Loezjkov de  burgemeester van Moskou, zien  in het lot van hun taalgenoten een zware discriminatie en schending van de mensenrechten. De pot verwijt de ketel natuurlijk, maar hebben de Russen hier geen punt?

De nieuwbakken nationalist Bracke gelooft in een onafhankelijk Vlaanderen, als “staat in Europa.”  Voor sommigen is het blijkbaar al zo ver. Inhet weekendmagazine van The New York Times staat  in een advertentie voor cultuurevenementen in Europa, Flanders tussen Germany, Holland en France met tussen haakjes in kleine letters: Belgium. De staat Vlaanderen met Antwerpen als hoofdstad, De Wever premier en Bracke of  Bourgeois als president? Nee dank u. Misschien moet ik politiek asiel aanvragen in de Bahamas.

Johan Depoortere

June 6, 2010 at 10:53 pm Leave a comment

NIGHT by Tony Judt

Het zal weinigen verbazen: met Kerst is niet alle ellende gelenigd. Hierbij nog wat mensenleed, zonder zelfbeklag maar met veel introspectie, van een groot academicus en schrijver. De eigen aftakeling geobserveerd alsof het een Oscar-winnende film betrof. (jc)


De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt (1948) lijdt aan ALS (amyotrophic lateral sclerosis). Deze neuro-musculaire ziekte is dodelijk maar heeft als kenmerken onder meer dat ze geen extra pijn veroorzaakt en dat ze de zintuigelijke waarnemingen ongemoeid laat. ‘Zodoende is de patiënt geheel vrij om ontspannen en met minimaal ongemak zijn eigen catastrofale aftakeling gade te slaan’, aldus Judts getuigenis in het jongste nummer van The New York Review of Books. Het is een staaltje van volgehouden zelfobservatie.

In toenemende mate is de ALS-lijder de gevangene van zijn eigen lichaam. Eerst vallen er een paar vingerfuncties uit, dan een lidmaat, vervolgens alle vier de ledematen. De spieren in het bovenlichaam gaan verkrampen – een probleem voor de spijsvertering en vervolgens ook voor de ademhaling. Levensbedreigend, de zuurstofpomp wordt noodzakelijk. In een volgend stadium wordt slikken, spreken en het bewegen van de kaaksbeenderen onmogelijk. ‘Zover is het bij mij nog niet, anders had ik deze tekst niet kunnen dicteren.’

‘Als mijn armen en benen zich in een bepaalde positie bevinden, moeten ze daar blijven tot iemand ze voor me beweegt. Hetzelfde geldt voor mijn bovenlichaam. Rugpijn, druk en permanente irritatie zijn het gevolg. Omdat ik mijn armen niet kan bewegen, kan ik niet krabben waar het jeukt, mijn bril goed zetten, voedselkruimels verwijderen of al die andere dingen die een normaal mens – u zelf – ondoordacht vele keren per dag doet. Om het zacht uit te drukken, ik ben extreem en compleet afhankelijk van de goede wil van buitenstaanders.
Overdag kan ik tenminste nog vragen om te krabben, me wat te laten drinken of simpelweg even mijn benen te verleggen. Immers, absolute onbeweeglijkheid is niet alleen fysiek maar ook psychisch een zware belasting, op het ondraaglijke af. 

Dan komt de nacht. Met de rolstoel waarin ik achttien uur heb doorgebracht, word ik de kamer ingerold. Niet zonder moeite word ik in mijn bed gepropt, rechtop in een hoek van 110° en gesteund met kussens en opgevouwen handdoeken. Dit is een uiterst nauwkeurig werkje. Als een lidmaat verkeerd geplaatst wordt, of het middenrif niet in het verlengde van armen en benen ligt, zal ik ’s nachts hellepijnen doorstaan.

Ik word een laatste keer gekrabt op wel tien plaatsen tussen kop en tenen waar het intussen jeukt. In mijn neusgaten wordt de dubbele beademingsdarm gepropt en vastgesnoerd – zodat hij niet weg kan glippen. Mijn bril wordt afgenomen en daar lig ik dan: ingekokerd, blind en onbeweeglijk als een moderne mummy, alleen met mijn gedachten in de gevangenis van mijn lichaam. Natuurlijk is er een laatste redmiddel voorzien: de babyphone, die de hele nacht aan blijft staan. Aanvankelijk was mijn nood om te gaan schreeuwen haast onbedwingbaar. Maar intussen heb ik geleerd om de meeste nachten uitsluitend te vullen met het soelaas van mijn denkproces. 

Mijn oplossing is om door mijn leven te bladeren, door gedachten, fantasieën, herinneringen, vermeende herinneringen en aanverwante dingen, tot ik stoot op gebeurtenissen, mensen, verhalen die ik kan gebruiken om mijn geest los te maken van het lichaam waarin hij is opgesloten. Zo’n mentale oefeningen moeten interessant genoeg zijn om mijn aandacht af te wenden van jeuk en ongenoegen, maar ze moeten tegelijk voldoende saai en voorspelbaar zijn als middeltje om in slaap te vallen. Het heeft een tijd geduurd voor ik dit systeempje tegen de slapeloosheid had ontwikkeld en het werkt ook lang niet altijd. Maar het lukt me doorgaans wel om ’s ochtends fysiek en geestelijk in dezelfde staat te verkeren waarin ik ’s avonds ben achtergelaten. Dat vind ik al een hele prestatie.

Het zal u wellicht niet verbazen dat ik dit mijn ‘kakkerlakbestaan’ noem. Dat is natuurlijk een allusie op Kafka’s verhaal ‘Metamorfose’, waarin de protagonist op een ochtend ontwaakt als insect. De story is vooral het antwoord en het onbegrip van zijn familie maar ook zijn eigen gewaarwordingen. De gedachte is niet te onderdrukken dat zelfs de bestmenende en attentvolle vriend of familielid ooit maar iets zal kunnen opvangen van de totale isolatie en gevangenheid die de patiënt ervaart. Hulpeloosheid is zelfs op tijdelijke basis vernederend. Maar ALS is levenslang en leidt tot de doodstraf, hoewel straf in dit geval beter ‘verlossing’ zou heten.

Intussen lijken mijn nachten min of meer op die van andere mensen: ik maak me klaar voor het slapengaan, ik ga naar bed, ik sta op (althans, ik WORD opgestaan). Maar wat daartussen ligt is, net als de ziekte zelf, onuitspreekbaar.

Ik heb er wel wat aan te danken: mijn goed getraind geheugen, omdat ik alles moet onthouden bij gebrek aan notities. Maar verlies blijft verlies en dat wordt niet anders als je het een mooiere naam geeft.

Mijn nachten zijn fascinerend. Maar ik zou best zonder ze kunnen.’

Dit is het eerste deel van een serie reflecties door
Tony Judt http://en.wikipedia.org/wiki/Tony_Judt
Zeker lezen van zijn hand:
* Na de Oorlog, Een geschiedenis van Europa sinds 1945, Uitgeverij Contact, 2006
* De vergeten twintigste eeuw, Nieuwe wereldgeschiedenis, Contact, 2008

http://www.nybooks.com/articles/23531

January 3, 2010 at 11:44 am 4 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers