Posts tagged ‘VS’

BIJ DE DOOD VAN GODS HANDELSREIZIGER

Door Johan Depoortere

Wij verkopen het machtigste product ter wereld. Waarom zouden we we het niet even goed promoten als een stuk zeep?


De woorden zijn van Billy Graham, de beroemde Amerikaanse megapredikant die vorige maand op 99-jarige leeftijd is overleden. Billy Graham was de handelsreiziger van God en wellicht de meest succesvolle ooit, niet het minst gemeten aan de kapitalen die hij in de loop van meer dan een halve eeuw prediken heeft verzameld. De “Billy Graham Evangelical Association” – nu geleid door zijn zoon Franklin Graham – zit op een hoop geld van honderden miljoenen dollar, geschonken door donoren over heel de wereld.

Nog indrukwekkender wellicht is de stempel die Graham op de Amerikaanse politiek van de afgelopen decennia heeft gedrukt. Dat “Religieus Rechts” nu zoveel invloed heeft op het beleid is voor een groot deel aan hem te danken. Hij was de grondlegger voor de politieke rol van de “Evangelische Christenen” en dat mag op het eerste gezicht paradoxaal lijken: Graham predikte zieleheil door persoonlijke redding (“Salvation”) met behulp van Jezus natuurlijk, maar wars van politiek activisme en rebellie. Graham predikte gehoorzaamheid en respect voor het wereldlijke gezag en hij zocht – en vond meestal – de vriendschap van een hele reeeks presidenten – van Eisenhower tot Bush junior en Obama. Zijn zoon Franklin zet de traditie voort en prees de huidige president Donald Trump als “de standvastigste verdediger van het Christelijk geloof die ik ooit heb gekend.”

Franklin Graham op een verkiezingsmeeting van Donald Trump

Billy Graham citeerde graag uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen:

Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt: ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dat gezag verzet verzet zich tegen een instelling van God en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af.” (Romeinen 13)

De afkeer van Graham voor wie zich bijvoorbeeld tegen de oorlog in Vietnam verzette had dus zijn grond in de bijbel, al is het ver van zeker dat die passage niet is toegevoegd door Romeinse senatoren met heel andere dan religieuze belangen. Voor Graham was het voldoende om te buigen voor de heersende macht waar ook ter wereld, zelfs als die macht uitging van het goddeloze communisme.

Zo was Graham niet te beroerd om tijdens zijn bezoek aan Moskou in het Regantijdperk de Moskouse politie te prijzen toen die een vrouw had gearresteerd omdat ze een spandoek met een christelijke boodschap had proberen op te hangen. Hij verkoos de door God gewilde autoriteit boven de burgerlijke ongehoorzaamheid van een gelovige. “Regeringen doen het werk van God,” legde hij uit aan zijn toehoorders in Moskou.

Billy Graham met Ronald Reagan

Het product dat Graham aan de man en vrouw bracht was angst, schrijft zijn kritische biografe Cecil Bothwell: vrees voor een wrekende god, vrees voor bekoring, vrees voor communisten, socialisten en vakbonden, vrees voor katholieken en homo’s, vrees voor rassenstrijd en vooral angst voor de dood. Alles wees er volgens Graham op dat het einde der tijden nabij was. De zondige opstand van de mens tegen God leidde tot geweld in de steden, verkrachting en overvallen. De communistische dreiging kan een einde maken aan de vrijheid in de wereld en daarom steunde Graham de hysterische communistenjacht van senator Joe McCarthy. Rassenongelijkheid leidt tot uitbarstingen van haat en geweld vond Graham en daarom verzette hij zich (meestal maar niet altijd) tegen raciale scheiding van het publiek bij zijn massabijeenkomsten, maar weigerde hij tegelijk een duidelijk standpunt in te nemen over de grote kwestie van zijn tijd: de strijd voor gelijke burgerrechten.

Graham met Martin Luther King

Aanhangers van Graham vertellen vandaag graag over zijn beweerde vriendschap met dat andere ikoon van de jaren zestig: Martin Luther King, die ooit zou gezegd hebben dat hij “zonder Billy Graham en diens voorbeeld nooit zoveel had kunnen bereiken.” Maar de boodschap van King stond haaks op die van Graham die de acties van King veroordeelde: demonstraties, sit-ins en marsen zouden alleen tot meer geweld leiden, vond hij. Burgerlijke ongehoorzaamheid was voor Graham zoveel als een opstand tegen de door God gewilde orde. Ook al verzette Graham zich tegen de ergerlijkste  uitwassen van het Jim Crowsysteem in het Zuiden en ook al kreeg hij daarvoor kritiek van de in die jaren machtige Ku Klux Klan, over de rassensegregatie in het Zuiden van de Verenigde Staten sprak hij zich nooit duidelijk en prinicipieel uit: “in de bijbel staat niets over segregatie of desegragatie” zei hij ooit tegen een Zuiderse krant.

I have a dream

Vandaag eisen zowel links als rechts de erfenis op van Martin Luther King en de media verkopen een gesaniteerde versie van de radicale dominee. Ook Barack Obama tooide zich met de mantel van King, maar deed weinig of niets tegen de diep gewortelde achterstelling van zwart Amerika of tegen het racistische politiegeweld. De radicale boodschap van de nagenoeg heilig verklaarde King wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Geen wonder dus dat ook christelijk rechts vandaag zijn populariteit probeert te recupereren. De website “Christianity Today” doet het voorkomen alsof Graham en King dezelfde “droom” hadden voor een Amerika waar blank en zwart zonder onderscheid zouden samenleven. Maar in werkelijkheid stond het wereldbeeld van de megaprediker mijlenver af van dat van de legendarische zwarte dominee. King was méér dan een voorstander van rassengelijkheid. Hij was ervan overtuigd dat het economische systeem van uitbuiting en winsthonger de bron was van racisme, segregatie en apartheid. Daarom riep hij op tot protest en burgerlijke ongehoorzaamheid. Voor Graham waren wetten en gezag door God gegeven en daarom onaantastbaar.

Met Eisenhower

Met Kennedy

Met Nixon

King verzette zich tegen militarisme en oorlog en steunde de massale protestbeweging tegen de oorlog in Vietnam. Graham zegende de troepen die naar Vietnam werden gestuurd en probeerde in het gevlei te komen van de presidenten Johnson en Nixon. Hij spoorde Nixon aan om de dijken in het Noorden van Vietnam te bombarderen, wat tot de dood van een miljoen burgers had kunnen leiden. Bush senior vertelde hoe Graham hem een “messias” noemde die geroepen was om de wereld te bevrijden van Saddam Hoessein, de antichrtist. Billy Graham steunde alle oorlogen onder  alle presidenten van Eisenhower tot Bush junior. Al in 1950 blies Graham de oorlogshysterie aan. Toen Noord-Koreaanse troepen het Zuiden van het schiereiland binnenvielen riep hij in een telegram de toenmalige president Truman op om “de confrontatie aan te gaan met het communisme” en hij bekritiseerde Truman toen die de populaire generaal Douglas McArthur ontsloeg nadat die had opgeroepen tot een invasie van China.

Gods handelsreiziger had méér dan een “machtige boodschap” in zijn valies: hij was ook de gedroomde loopjongen van de wapenhandelaars.

Meer over Gods handelsreiziger:

https://edition.cnn.com/2018/02/22/us/billy-graham-mlk-civil-rights/index.html

https://www.christianitytoday.com/edstetzer/2018/january/celebrating-life-with-great-mission.html

https://consortiumnews.com/2018/02/21/billy-graham-an-old-soldier-fades-away/

March 5, 2018 at 11:43 am 1 comment

CUBA TUSSEN TWEE WERELDEN

Wie tegenwoordig onderdak zoekt in de Cubaanse hoofdstad Havana kan voor een slordige 450 euro terecht in het onlangs geopende Kempinski hotel in het historische hart van de stad. Het hotel maakt deel uit van een even luxueus shopping centrum in het Manzano de Gomez complex, voltooid in 1917 maar nu schitterend gerestaureerd. Daar kan de toerist met gevulde portefeuille, maar ook de groeiende klasse van Cubaanse nieuwe rijken terecht voor speeltjes als de nieuwste Canon Eos camera voor 7542,01 dollar of het Bulgarihorloge voor de peuleschil van 10.200. De verkoopster die “acacia eau de toilette” a rato van 95,2$ per flesje aan de man of vrouw brengt verdient zelf 12,5 dollar – 11 euro – per maand.

Een jonge Cubaanse maakt een selfie vóór de etalage van de luxe shopping mall annex hotel “Manzana de Gomez.”

Deze jongste injectie van capitalismo in de Cubaanse geleide staatseconomie zorgt voor wrevel en onbegrip bij Cubalovers en niet in het minst bij de meerderheid van de Cubanen zelf die ondanks de zegeningen van de revolutie de grootste moeite ter wereld hebben om met hun officiële maandinkomen van ongeveer 20 euro de eindjes aan elkaar te knopen. Het is ook een oogverblindende illustratie van de toenemende ongelijkheid op het eiland waar de nu bijna zestig jaar oude Revolutie de ambitie had om niets minder dan de “nieuwe mens” te creëren. Nu klinken de revolutionaire slogans die op heel het eiland op grote borden de voorbijganger toeschreeuwen holler dan ooit. “Socialisme o muerte” – “Socialisme of de dood: “Wat is het verschil?” vragen de meer cynisch ingestelde Cubanen zich af.

Het Kempinski, de kapitalistische etalage in de Cubaanse hoofdstad wordt gerund door het leger dat zijn appetijt voor marktaandeel in de boomende toeristische industrie sinds de machtsovername door legerleider Raúl Castro alsmaar meer bevredigd ziet. Wie in Cuba de historische steden bezoekt kan er niet naast kijken: hotels, toerbussen, autoverhuur – allemaal onder de merknaam Gaviota of Cimex, de toeristische zakenarm van het Cubaanse leger. De haven Mariel – een paar decennia geleden nog beroemd en berucht door de massale exodus van ongewenste Cubanen naar de VS – wordt met Braziliaans kapitaal de kern van een toeristische groeipool helemaal in handen van de militaire zakensector. Onlangs hebben de militairen ook de bank overgenomen die de meeste buitenlandse transacties controleert.

Toerisme is – samen met de geldstortingen door Cubanen in Miami ter waarde van 2,5 miljard per jaar – de reddingsboei voor de Cubaanse economie die steeds minder kan rekenen op inkomsten uit de traditionele suikersector en die na het verdwijnen van de Sovjetunie drijvende werd gehouden door olie uit Venezuela. Nu ook daar het “socialistische” regime van Maduro onder zware druk staat en de economie op apegapen ligt zijn de Cubanen meer dan ooit op zichzelf en de buitenlandse bezoekers aangewezen. Het herstel van de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten en de versoepeling van de reisbeperkingen voor Amerikanen heeft een toeristische boom veroorzaakt en de verwachting is dat die alleen maar zal toenemen. Havana, dat nu al kreunt onder het massatoerisme bereidt zich voor op een vreedzame invasie uit het noordelijke buurland dat tot voor kort in de officiële propaganda als vijand nummer één stond gebrandmerkt. De vraag is of de stad en het land daarvoor zijn toegerust. Het antwoord is neen, zoals ik zelf tijdens mijn recentste bezoek aan het eiland herhaaldelijk kon vaststellen.

Marina Hemingway een reliek van vóór de Revolutie

Marina Hemingway is een magneet voor zeilers uit Noordamerika en de rest van de wereld. Het is een wat vervallen toeristisch complex met twee hotels, restaurants, zwembad en winkels, allemaal daterend van de jaren vijftig en sindsdien nauwelijks aangepast aan de tijd. Ik was er in april voor de derde keer in vier jaar tijd en de drukte is er almaar toegenomen, net als de voortschrijdende verloedering van het geheel. Eén van de twee hotels “El Viejo y el Mar” staat al jaren leeg en wordt naar het schijnt gerenoveerd – niemand weet wanneer het weer open gaat. De sanitaire voorzieningen van het andere hotel “El Acuario” kun je vinden afgaande op de stank. De internetvoorziening is een bron van voortdurende ergernis. Voor een wifiverbinding moet je een kaartje kopen à 3,5 euro per uur. De kaartjes zijn er soms wel soms niet en zelfs als je er een kunt bemachtigen kun je van geluk spreken als de verbinding langer dan een paar minuten werkt. Skype en Whatsapp worden door de Cubaanse autoriteiten geblokkeerd, evenals de telefoonverbinding met satelliettelefoons. Een Franse collega zeiler had bij aankomst met een vlucht uit Parijs zijn satelliettelefoon bij de immigratie op de luchthaven moeten afgeven. Het heeft hem anderhalve week en interventie van de Franse ambassade gekost om zijn toestel terug te krijgen toen hij per boot het land wou verlaten.

Cruiseschepen zetten ladingen toeristen af. Hier in de haven van Santiago

Vorig jaar heeft een recordaantal van 4 miljoen toeristen, onder wie 270000 Amerikanen het eiland bezocht. De prijzen zijn door de komst van die massa’s toeristen de pan uitgerezen. Een inreisvisum kostte twee jaar geleden 25 euro – nu is het tarief verdrievoudigd tot 75. Twee jaar geleden was er uit Marina Hemingway een gratis busje naar het centrum van Havana. Nu rijdt het busje slechts een paar haltes verder en ben je praktisch verplicht een taxi te nemen voor 15 tot 20 euro. De gulheid waarmee Amerikanen gewend zijn fooien uit te delen heeft de verwachtingen aangescherpt en Cubanen die een graantje willen meepikken van de toeristische boom lijken allemaal dollartekens in de ogen te hebben. Ray, een jonge taxichauffeur die ons naar de luchthaven brengt is geobsedeerd door de prijzen van vastgoed en auto’s. Hij wil ons zijn huis verkopen, of althans een verdieping die we “makkelijk kunnen verhuren aan toeristen.”

De kwalijke neveneffecten van het massatoerisme zijn legio: prostitutie, corruptie en wat de Cubanen “toerisme-apartheid” noemen: het feit dat ze niet welkom zijn in de grote internationale hotels en resorts in bijvoorbeeld Varadero – die zijn exclusief voor de buitenlandse bezoekers. Een ander gevolg is de dualiteit in de Cubaanse samenleving: de kloof tussen wie wel en wie niet toegang heeft tot van het manna van het toerisme. Die toenemende ongelijkheid is de rot in het revolutionaire ideaal. Het dubbele muntsysteem heeft twee economieën geschapen: die van de “peso nacional” en die van de “peso convertible,” de CUC de munt waar de toeristische sector op draait. Eén CUC is ongeveer 25 peso waard. Het doorsneesalaris bedraagt 500 peso wat neerkomt op 20 CUC of ongeveer 20 Euro. Basisproducten zoals brood, rijst of kip worden in peso betaald en zijn met het rantsoeneringsboekje (de “libreta”) belachelijk goedkoop, maar alles wat wordt ingevoerd moet in CUC worden betaald en die munt is voor de Cubanen alleen bereikbaar via diensten aan toeristen. Het gevolg is dat het uitstekende Cubaanse onderwijssysteem dokters, ingenieurs, leraars, architecten en andere hoogopgeleiden aflevert die hun vak massaal laten voor wat het is en aan de kost komen als taxichauffeur, restauranthouder of toeristengids of die (een deel van) hun woning verhuren als B&B.

Verval op een boogscheut van de luxe.

De hervormingen van Raúl Castro hebben een klasse nieuwe rijken voortgebracht maar ook het leven van vele anderen uiterst precair gemaakt. In september 2010 liet Raúl een half miljoen mensen in overheidsdienst ontslaan met het voornemen dat aantal op termijn nog te verdubbelen. “Cuba kan niet het enige land ter wereld zijn waar mensen kunnen leven zonder te werken,” zei Raúl – Margaret Thatcher had het niet beter kunnen formuleren. De ontslagen werknemers moesten voortaan aan de bak zien te komen in de toen nog nauwelijks bestaande privésector. Ook de ontslagregeling lijkt helemaal uit het neoliberale boekje te zijn afgekeken; één maand loon als ontslagvergoeding voor tien jaar dienst met een maximum van vijf maanden voor 25 jaar dienst. Veel Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen terecht te komen: die van de communistische verzorgingsstaat en die van de markt. Geen wonder dat bijna zestig jaar na de overwinning van de Revolutie de armoede op Cuba lang niet is uitgebannen. Een wandeling door het Oude Havana maakt duidelijk hoe naast de fraai gerestaureerde gebouwen nog honderden gezinnen in de meest miserabele omstandigheden wonen.

Hoe het verder moet met de Cubaanse revolutie is de vraag van één miljoen. Of Donald Trump aan de andere kant van de Straat van Florida de toenaderingspolitiek van zijn voorganger zal voortzetten is alles behalve zeker al kun je ook verwachten dat de vastgoedmagnaat in de president begerig uitkijkt naar een nieuwe markt voor zijn hotels en belangen in de toeristische sector.

De injectie van een dosis kapitalisme in de Cubaanse economie heeft een onstuitbare dynamiek op gang gebracht die leidt naar méér markt en méér ongelijkheid. Fidel Castro is dood maar de generatie van de “historicos” die nog samen met Fidel in de Sierra Maestra heeft gevochten klampt zich vast aan de macht. De 85-jarige Raúl Castro heeft beloofd in 2018 af te treden, maar hij blijft secretaris van de Communistische partij die alle macht in handen houdt. Pessimisten vrezen een evolutie naar Chinees model: economisch liberalisme in het kader van een autoritaire staatsstructuur onder leiding van de Communistische partij en met een economische bovenlaag die haar privileges met hand en tand zal verdedigen. Maar dat is tot dusver koffiedikkijken.

Johan Depoortere

23-05-2017

 

May 24, 2017 at 3:48 pm 7 comments

TRUMP, RECHTS EN EXTREEMRECHTS

_90921553_pepe-trump

De duistere kanten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn genoegzaam bekend. Om er maar enkele te noemen: de buitenproportionele invloed van het grote geld, de lobbygroepen, partijdigheid van de media, de hertekening van de kiesdistricten in het voordeel van de zittende meerderheid, de wollige beloften en de persoonlijkheidscultus, de machinaties om grote groepen (meestal gekleurde) kiezers uit te sluiten. Maar de campagne van de vastgoedmagnaat en “reality”- showfiguur Donald Trump heeft de grenzen mijlenver verlegd in de richting van het voorheen ondenkbare. De laatste weken, nu de campagne van Trump het spoor lijkt bijster te zijn, gaat het in een steeds onrustbarender richting: nauwelijks bedekte doodsbedreigingen aan het adres van zijn democratische rivaal Hillary Clinton en toenemende invloed van groepen en figuren, die min of meer openlijk uitkomen voor racisme en antisemitisme, voor de ideologie van de blanke superioriteit, voor totalitaire staatsvormen en het verwerpen van de democratie.

Onlangs verving Trump zijn controversiële campagneleider Paul Manafort door de niet minder controversiële Stephen Bannon. Manafort slaagde er niet in om de chaotische campagne weer op het spoor te krijgen na een reeks rampzalige blunders van Trump die het onder andere bestond om de islamitische familie van een gesneuvelde oorlogsheld te schofferen. Officieel waren het zijn duistere lobby-activiteiten ten voordele van pro-Russische Oekraïeners, maar ook figuren als Mobutu en de voormalige Filippijnse dictator Marcos die Manafort de das omdeden. In werkelijkheid zou Trump zijn campagneleider de bons hebben gegeven omdat die vergeefse pogingen deed om zijn baas ertoe te bewegen minder onberekende en wilde uitspraken te doen en zijn toon te matigen.

2559

Stephen Bannon, Trumps nieuwe campagneleider is een oudgediende van Goldman-Sachs en uitgever van de extreemrechtse blog Breitbart News.

Manaforts vervanger Stephen Bannon was tot voor kort uitgever van de extreemrechtse internetpublicatie Breitbart News. Deze blog is zowast het verzamelpunt geworden van wat zich alt-r noemt, voluit: “alternative right,” alternatief rechts dat de tea-party gedeeltelijk overlapt en vervangt als uitdager van rechts voor het Republikeinse establishment. Alt-r moet niets hebben van de traditionele conservatieven die smalend “cuckservatives” worden genoemd – naar “cuckold,” ”hoorndrager” – en die, machteloos en corrupt, al te zeer bereid zouden zijn om compromissen te sluiten met de multiculturele samenleving en de democratie: verraders als het ware van de authentieke rechterzijde. Huffington Post probeert deze definitie: “hard-core racisten die geloven in een globale samenzwering en die zich verzetten tegen de gangbare politieke processen en instellingen. Ze verwerpen beide politieke partijen die ze als een bedreiging zien voor de nationale veiligheid en de Eurocentrische tradities van de natie en die medeverantwoordelijk zijn voor de ‘blanke genocide”. Ze hebben met Europees extreem rechts hun afkeer gemeen van immigratie en globalisering. Iemand als de Britse populist en anti-immigratie goeroe Nigel Farage, was – niet te verbazen – eregast op één van de verkiezingsbijeenkomsten van Trump.

Screen Shot 2016-08-31 at 11.38.50

The Daily Stormer, één van de tientallen internetfora van alt-r.

Alt right is geen gestructureerde beweging maar een amorf geheel van voornamelijk internetactivisten en Trump zou wel gek zijn om het etiket op zijn campagne te laten plakken. Maar de bijval die hij uit die hoek krijgt is onmiskenbaar. Zo verzette Trump zich eerst niet dan wel tegen de steun van David Duke, de voormalige “grand wizard” van de Ku Klux Klan. Andere figuren uit de hoek van alt right zijn onder andere de neo-Nazi Andrew Anglin, uitgever van de Daily Stormer (“The World’s most visited Alt-right website”) met bijdragen als: “Rejoice! Anti-semitism is on the rise”. Een andere voormalige “klansman,” Don Black, (what’s in an name) is oprichter van de website “Stormfront,” een internetforum met tentakels in Vlaanderen en Nederland. De website die tegenwoordig geblokkeerd lijkt noemt zich de spreekbuis van de “White Nationalist Community” en is volgens het Southern Poverty Law Center de eerste grote haatsite op het internet met – in mei vorig jaar – meer dan 300000 geregistreerde leden. Het publiek dat dagelijks Breitbart en andere alt-r internetfora bezoekt evenaart volgens de New York Times dat van gevestigde media als The Washington Post en Yahoo. Ontevreden medewerkers die Breitbart de rug hebben toegekeerd verwijten Bannon dat hij nog vóór hij door Trump in dienst werd genomen de website had omgevormd tot een campagne-instrument voor de Republikeinse kandidaat.

Dat Trump de meest extreme programmapunten van alt-right, instelling van een erfgelijke monarchie bijvoorbeeld, publiekelijk tot de zijne zou maken is onwaarschijnlijk, maar hij laat bewust onduidelijkheid bestaan door warm en koud te blazen over campagnethema’s als immigratie, het massaal verwijderen van illegalen uit de VS, toegang tot het grondgebied weigeren voor moslims en zo meer. Hillary Clinton hamert er niet ten onrechte op dat Trump met zijn retoriek de thema’s en de filosofie van alt-right acceptabel maakt voor een groot publiek. “”Hij smokkelt– zo zei ze tegen Anderson Cooper op CNN – “”de haatbeweging de mainstream binnen.”

20877980465_12fbc1c4c4_z

Donald Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News.

Voor de protagonisten van alt-r zelf is Trump ondanks zijn vaak tegenstrijdige stellingnames de voornaamste hoop op het realiseren van hun doelstellingen. Of zoals één van hen het uitdrukte: “Donald Trump zou wel eens de laatste president kunnen zijn die goed is voor het blanke volk.” Maar velen in alt-r kijken nu al verder dan de komende presidentsverkiezingen. Een nederlaag van Trump wordt met de dag waarschijnlijker, maar dat is voor alt-r verre van het einde. Plan b lijkt de vorming van een Trump media-imperium met Trump TV en met de internetaanwezigheid waar alt-r nu al sterk in staat. Het behoeft weinig verbeeldingskracht om te zien hoe Trump TV het nu al zo invloedrijke Fox News in ranzigheid en leugens zal overtreffen. Er lijkt overigens een samenwerking in de maak tussen Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News die moest opstappen vanwege beschuldigingen over seksueel wangedrag. Ailes is nu één van de adviseurs van Trump. De agenda van een Trump media-conglomeraat laat zich makkelijk raden: de Republikeinen verder laten opschuiven naar rechts en een systematische aanval tegen immigranten, vakbonden en alles wat naar progressieve ideeën ruikt: feminisme, gezinsplanning, homorechten, rassengelijkheid en democratie. De Washington Post waarschuwde niet voor niets in een hoogst uitzonderlijke stellingname dat Trump noch min noch meer een gevaar is voor de Amerikaanse democratie.

Johan Depoortere

31-8-2016

 

September 1, 2016 at 8:32 am 1 comment

NUIT DEBOUT: OPSTAND VAN DE JEUGD ZONDER TOEKOMST.

Na onder andere de Indignados in Spanje en Occupy Wall Street in de VS komen nu ook in Frankrijk jongeren en ouderen in verzet tegen de neoliberale platwals. Is de Nuit Debout-beweging een blijver of is het de zoveelste tot mislukken gedoemde poging om de onmacht van links te doorbreken?

Continue Reading May 12, 2016 at 1:03 pm 5 comments

OPKOMST EN ONDERGANG VAN HET AMERIKAANSE RIJK

 

Anyone who tells you that America is in decline or that our influence has waned, doesn’t know what they’re talking about.

Barack Obama State of the Union 2012

Na de implosie van de Sovjetunie bleven de Verenigde Staten van Amerika als enige supermacht op het wereldtoneel over. Een kwarteeuw later is dat beeld helemaal veranderd. Washington blijft  militair oppermachtig maar moet economisch en politiek nieuwe spelers laten voorgaan.  De rampzalige oorlog in Irak die definitef een einde moest maken aan het Vietnamsyndroom heeft het Amerikaanse prestige een stevige knauw toegebracht, nog gezwegen van de humanitaire catastrofe die er het gevolg van was. In Afghanistan waar Amerika al 13 jaar oorlog voert is het onvermogen van de grootste militaire mogendheid ter wereld gebleken. Straks moet Amerika met lede ogen toezien hoe ondanks reusachtige militaire uitgaven en duizenden doden de oude vijanden terugkeren. Recent blijkt de Amerikaanse onmacht in de conflicten in Oost-Europa (Oekraïne)  en het Midden-Oosten waar Washington er niet in slaagt zijn wil op te dringen of met succes te bemiddelen.  (1)

Fluiten in het donker, dat lijkt dus wel wat Obama doet met zijn uitspraak hierboven. Niets Amerikaanse neergang, zegt hij samen met een hele reeks pundits en beleidsmakers. Maar de discussie over The Great American Decline dateert niet van gisteren: het was al een thema in de presidentsverkiezingen die John F Kennedy aan de macht brachten. Kennedy won, onder andere door de Amerikanen bang te maken met de Missile Gap: Amerika was de bewapeningswedloop aan het verliezen beweerde Kennedy. Later bleek de Missile Gap inderdaad te bestaan, maar dan in het voordeel van Amerika.

Sinds het Kennedytijdperk zijn er bibliotheken over volgeschreven, maar nog komen de Amerikanen er niet uit: is en blijft Amerika een wereldmacht of zit de mot erin en moet Uncle Sam nederig buigen voor de nieuwe economische tijgers uit het Oosten en het Zuiden? De breuklijn in de publieke opinie – of althans onder de academische en intellectuele opiniemakers – volgt grofweg het tracé van de links-rechts tegenstelling, voor zover die termen in de Amerikaanse context toepasselijk zijn. Liberale opiniemakers – de believers – luiden de alarmklok, conservatieven, de non-believers, vinden dat het allemaal wel zo een vaart niet loopt. Met zijn uitspraak in de State of the Union twee jaar geleden plaatste president Barack Obama zich duidelijk in dat laatste kamp.

fareed

Fareed Zakaria

Links van de kloof die de Amerikaanse pundits verdeelt vind je bijvoorbeeld de publicist Fareed Zakaria, volgens het eerbiedwaardige maandblad Esquire, de invloedrijkste adviseur buitenlandse politiek van zijn generatie. Van Zakaria verscheen – niet toevallig in 2008, het jaar van de grote financiële crisis – The Post-American World dat op korte tijd een internationale bestseller werd. Het gaat in dat boek vooral over de rise of the rest, de opkomst van de anderen, waarmee landen als China, India en Brazilië worden bedoeld. Sinds de verschijning van het boek zijn de ontwikkelingen die erin worden beschreven alleen maar versneld en verdiept, zegt de omslagtekst bij de laatste editie. De centrale rol die Amerika in de wereld speelde is verder ingekrompen.

Wat we meemaken, zegt Zakaria, is de derde grote verschuiving in de wereldmacht in de laatste vijfhonderd jaar. Na de opkomst en ondergang van het Britse imperium en de opkomst van de Verenigde Staten als wereldmacht is het nu de beurt aan de VS om zich te beraden over een meer bescheiden rol in een wereld beheerst door de opkomende markten uit het Oosten en het Zuiden. Van politieke hegemon die zijn wil kon opleggen aan de wereld moet Washington vervellen tot een pragmatische bemiddelaar, macht delen en mee de globale agenda proberen te bepalen.

Het is een boodschap die bepaald niet in goede aarde valt bij de generatie denkers en adviseurs die meestal onder de noemer neocon worden gelabeld en die nu net een meer gespierde buitenlandse politiek van Amerika bepleiten. Een aantal neocons, of anti-declinists zoals ze ook worden genoemd, erkennen ten dele de economische oorzaken van de vermeende neergang van de Verenigde Staten: uit de hand lopende tekorten op de begroting en de handelsbalans, afnemende economische macht op het internationale toneel, zwakke positie in domeinen als research and development, onderwijs, investeringen en het produceren van ingenieurs en wetenschappers. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Samuel Huntington – beroemd en berucht van de Clash of Civilizations. Maar – zo Huntington – die economische zwakheden zijn juist de aanleiding voor een vernieuwingsbeweging die begonnen is en die Amerika op termijn weer de plaats zal geven die haar toekomt.

Samuel P. Huntington - World Economic Forum Annual Meeting Davos 2008

Samuel Huntington (1927-2008)

Huntington’s optimistische boodschap verscheen onder andere in een bijdrage in Foreign Affairs in 1989 toen de rampzalige gevolgen van de Reagonomics duidelijk werden. Voodo-economics had Reagans vice-president en opvolger George H.W. Bush die politiek genoemd, die hij zelf mee had uitgevoerd. Voor Huntington is het duidelijk: de economische kwalen van het moment waren aan de foute politieke beslissingen van Reagan toe te schrijven, maar – zo luidde het – Reagan had in zijn tweede ambtsperiode al correcties aangebracht en zijn opvolgers zouden de economie weer op de goede weg helpen en het leiderschap van Amerika herstellen. Huntington erkent dat de voorspellingen over de neergang van Amerika hun nut hebben: net door hun alarmkreten zetten de pessimisten politieke mechanismen in werking die leiden tot vernieuwing en herstel. Het zelfvernieuwende vermogen van de Amerikaanse samenleving doet de rest

Van recentere datum is een essay van de bekende neocon Robert Kagan in het tijdschrift New Republic dat vaak een tribune biedt aan de rechtervleugel van de Democraten. Kagan buigt zich over de vraag of de Amerikaanse wereldorde zoals we die sinds de Tweede Wereldoorlog hebben gekend een zaak is van het verleden. En zie: het antwoord is neen. De opkomst en ondergang van een groot rijk is niet in een paar jaar of zelfs een paar decennia beklonken, schrijft Kagan. De Amerikaanse economie heeft al vaker periodes van neergang en depressies meegemaakt, maar is er telkens sterker en robuuster weer uitgekomen en dat zal nu niet anders zijn, is de redenering. Niet alleen economisch maar vooral ook militair blijven de VS op ongenaakbare hoogte.

200px-Robert_Kagan_Fot_Mariusz_Kubik_02

Robert Kagan

Kagan ziet evenwel een groot gevaar: het geroep over de American Decline zou wel eens een selffulfilling prophecy kunnen zijn. Met andere woorden: als de Amerikanen er collectief van overtuigd zijn dat het met hun land de verkeerde kant opgaat dan maken ze de neergang inderdaad onafwendbaar. En hier komt de neocon-aap uit de mouw: de vrees dat het geloof in de onafwendbare neergang voor de Amerikanen een prima excuus wordt om zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid voor de rest van de wereld en zich te bevrijden van de morele en materiële last die op hen weegt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.

tavis-talks
Toenemende armoede onder de Amerikaanse middenklasse

De discussie tussen believers en non-believers speelt zich grotendeels af boven de hoofden van de meeste Amerikanen. Wat Bill met de pet bezig houdt is de decline in zijn eigen levensomstandigheden. De Harvard Business professor Michael Porter vergelijkt het succes en het mislukken van landen niet aan de hand van het BNP (Bruto Nationaal Product) maar van de SPI: de Social Progress Index, die gegevens in rekening brengt over bijvoorbeeld zelfmoord, toegang tot gezondheidszorg en onderwijs, attitudes ten aanzien van immigranten en minderheden, infrastructuur. Hoewel de Verenigde Staten kunnen bogen op het op één na hoogste per capita BNP scoren ze slechts 16e op de SPI. Voor gezondheid komen ze op de 70e plaats, op de 39e voor basisonderwijs. 33 landen doen beter op het vlak van toegang tot water en sanitair en 30 op het stuk van persoonlijke veiligheid. Maar de VS komen op de eerste plaats voor het aantal gedetineerden per hoofd van de bevolking, obesitas bij volwassenen en het geloof in engelen.

queue_21938a

In dat licht bekeken ziet de toekomst er voor de overgrote meerderheid van de bewoners in het rijkste land ter wereld niet bepaald rooskleurig uit. Het afgelopen decennium vloeide 95 % van de toegenomen welvaart naar de rijkste 1% van de bevolking. Niets wijst erop dat die trend in de nabije komst wordt omgebogen. De Amerikaanse democratie staat door de toenemende ongelijkheid onder druk. Chris Hedges, een voormalige topjournalist van de New York Times ziet het somber in: Onze zieltogende democratie wordt vervangen door een robuuste nationale-politiestaat. De elite trekt zich terug achter hekken en veiligheidscamera’s in wijken waar ze toegang hebben tot veiligheid, goederen en diensten die voor de meeste anderen onbetaalbaar zijn. Tientallen miljoenen zullen onder niets ontziende controle in armoede leven. Ziedaar de ware American Decline.

Johan Depoortere

8 augustus 2014

(1) Zie over de veranderende wereldorde de uitstekende bijdrage van Jan Baljauw in deredactie.be

Een versie van dit artikel verscheen eerder ook in deredactie.be

August 8, 2014 at 1:07 pm 2 comments

CUBA SÍ, CUBA NO

Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, is omgeven door mythes en romantiek. Na meer dan een halve eeuw spreekt de Cubaanse revolutie nog steeds tot de verbeelding. De figuren van Fidel Castro en Che Guevara, de strijd van een David tegen de oppermachtige Goliath, de overwinning in de Varkensbaai, de onverzoenlijke vijanden van de revolutie in Miami: het is allemaal stof voor legende. De werkelijkheid op het eiland, het dagelijkse leven van de massa Cubanen is veel minder bekend en de realiteit wordt vaak door de legende vertroebeld. Na ruim vier jaar rondzwerven in het Caraïbisch gebied met onze zeilboot “Eventually” zijn we  – Mien en ik – dit jaar na onder meer Haïti en Jamaica (zie: De trek naar Het Zuiden) ook op Cuba aanbeland. Onze tocht leidde van Santiago in het Oosten tot Los Morros in de Westelijke provincie Pinar del Rio en van daar langs de Noordkust van het eiland tot Havana. We waren in Cuba als toeristen, maar de journalistieke kriebel kon ik toch niet helemaal onderdrukken. Vandaar dit verslag in woord en beeld over Cuba vandaag.

Johan Depoortere

 

_DSC0004

Bienvenidos a Cuba Socialista staat in reuzenletters op een muur te lezen bij het binnenvaren van de machtige baai van Cienfuegos. Maar de letters zijn vervaagd en het woord Cuba is nauwelijks nog te onderscheiden. Zoals de verf van de slogans zo lijkt ook het revolutionaire enthousiasme in het land van Che en Fidel met de tijd te zijn getaand. Guevara-kitsch alom, maar tegelijk ook overal tekenen van het sluipende kapitalisme dat deze Caraïbische revolutionaire voorpost lijkt te veroveren.

_DSC0093

De heilige Che Guevara op ansichtkaarten, petjes, vlaggen en muren

 

_DSC0033

Een kwart eeuw geleden kon Fidel Castro in een vlammende toespraak op het plein vóór de historische Moncadakazerne in Santiago de Cuba de massa’s nog tot staande en loeiende ovaties brengen. Het was 1988 en ik was met een cameraploeg in Cuba voor een Panoramareportage. In de Sovjetunie was het de tijd van Glasnost en Perestroika en de bedoeling was na te gaan hoe bondgenoot Cuba daarop zou reageren. Fidel maakte dat in zijn toespraak in Santiago zonneklaar: van die nieuwigheden lustten de Cubanen geen pap. Integendeel, de schroeven werden aangedraaid, de controle door de Communistische partij en de CDR, buurtcomités voor de Verdediging van de Revolutie, nog aangescherpt. Kortom het Cubaanse antwoord op Perestroika was Castroika, het spiegelbeeld van het Russische origineel.

De Cubanen betaalden een zware prijs voor de volharding in de leer. Voor de bevolking trad na het wegvallen van de royale steun van het Russische broedervolk een periode aan van tekorten en harde tijden in het algemeen. Vandaag denken de Cubanen met afgrijzen terug aan die tijd die toen “speciale periode” werd genoemd, een oorlogssituatie in vredestijd met drastische rantsoenering en rampzalige tekorten. “We maakten hamburgers van pompelmoesschillen, we maakten schoon met citroen-en sinaasappelzuur en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen voor makeup en haarverf,” vertelt een verpleegster aan Marc Frank*, een Amerikaanse journalist die al tientallen jaren in Cuba woont en zelf met een Cubaanse verpleegster is getrouwd. Voor de Cubanen in Miami leek het einde van het Castrotijdperk eindelijk aangebroken en de Amerikaanse regering onder Clinton bereidde actief het post-Castrotijdperk voor. Het Einde van het Einde van de Revolutie blokletterde The New York Times enigszins dubbelzinnig in 2006.Fotostream jun. 2014 - 01

_DSC0072

De affiches zijn verbleekt net als de revolutionaire idealen

 

_DSC0071

Het regime overleefde de zwaarste crisis sinds de machtsovername door Fidel in 1959 dank zij de deus ex machina uit Venezuela: Hugo Chavez, die olie leverde onder de marktprijs en daardoor gedeeltelijk het wegvallen van de sovjethulp compenseerde. Maar de revolutionaire idealen kwamen niet ongeschonden uit de crisis. Eerst werd de dollar als officieel betaalmiddel ingevoerd en het toerisme nam stilaan de plaats in van suiker als bron van deviezen. Met de buitenlandse toeristen kwamen prostitutie, winstbejag en ongelijkheid het eiland binnen. Toen werd de basis gelegd voor de dubbele economie zoals de Cubanen die vandaag kennen. Al gauw werd de dollar vervangen door de CUC, de convertibele peso voor de buitenlanders, maar ook de rijkere Cubaan. Daarnaast blijft de “moneda nacional” de peso voor de rest van de bevolking. Met de CUC – ongeveer ter waarde van 80 eurocent – kun je terecht in de luxueuze supermarkten (de vroegere “dollarwinkels”) waar vrijwel alle producten uit de kapitalistische wereld te koop zijn. Met de moneda nacional (ongeveer 4 eurocent) kun je basisproducten kopen in de treurige staatswinkels en op de alom tegenwoordige agromercado’s: de markten waar boeren nu hun producten rechtstreeks aan de consument kunnen verkopen. Een munt voor het kapitalisme en een munt voor het communisme. Werknemers worden betaald in peso, luxeproducten – vrijwel alles behalve de basisbenodigdheden – zijn alleen te koop met CUCs. “Economische Apartheid,” zoals critici van het regime het noemen of pragmatisme om te overleven.

_DSC0002

De markt in Cienfuegos

_DSC0360

Boerenmarkt in Santiago de Cuba

In tegenstelling tot wat we een kwarteeuw geleden – nog vóór de ineenstorting van de sovjetunie – in Cuba zagen is nu vrijwel alles te koop, al blijven de staatswinkels een troosteloze lege aanblik bieden. De boerenmarkten zijn goed voorzien van alle mogelijke verse groenten, fruit en vlees en Cubanen zijn uiterst bedreven in het bedenken van oplossingen om te vinden wat niet direct voorhanden is. In Santiago zochten we vergeefs naar eieren tot onze taxichauffeur een man met een karton eieren op straat zag lopen. Voor we het goed doorhadden waarom we stopten was onze chauffeur aan het onderhandelen over de prijs en werd de transactie afgesloten: een dozijn eieren voor een paar CUCs._DSC0371

Vandaag zijn de ergste materiële noden gelenigd maar de prijs is toegenomen ongelijkheid in de Cubaanse samenleving. In 88 was het Cubanen verboden de internationale hotels en supermarkten zelfs maar te betreden. Nu spenderen rijke Cubanen er dikke bundels CUCs aan luxeproducten als smartphones, Hollandse kaas, Ierse whisky en zelfs naast de lokale variant – het Amerikaanse embargo ten spijt – ook échte Coca-Cola. Het gevolg is dat iedereen aan CUCs probeert te komen – een vlucht uit de nationale munt. In Santiago de Cuba vonden we Osmar, een 35-jarige leraar lichamelijke opvoeding die de gelukkige eigenaar was van een veertig jaar oude Russische Moskvitsj. Osmar heeft zijn baan als leraar opgegeven en is nu taxichauffeur met officiële licentie. Hij bracht ons dagelijks met zijn gammele, maar betrouwbare Moskvitsj, van de marina naar het centrum van de stad, zo een twintig kilometer verder. We betaalden ongeveer tien CUC voor de rit: Osmar verdiende per dag een veelvoud van zijn vroegere maandloon als leraar.

_DSC0538

De staatswinkels bieden nog altijd dezelfde troosteloze aanblik. Dit is Marea del Portillo op het Cubaanse platteland.

 

_DSC0427

Staatswinkel in Trinidad

_DSC0565

Bevoorrading op het platteland

Cubanen hebben het nu ongetwijfeld veel beter dan 25 jaar geleden en onvergelijkbaar veel beter dan in de zogenaamde “speciale periode,” de crisis na de terugtrekking van de sovjets. Toch blijft het leven hard voor de meeste Cubanen, ondanks de vele voorzieningen, het gratis onderwijs en de voortreffelijke medische infrastructuur. Er is door het Amerikaanse embargo een tekort aan geneesmiddelen,ook al verkoopt Cuba patenten op geneesmiddelen in het buitenland. Sigrid, een Vlaamse solozeilster, moest met ernstige brandwonden in een ziekenhuis in Santiago worden opgenomen waar haar verwondingen bij gebrek aan geneesmiddelen met alcohol werden verzorgd. 

_DSC0630

Taxi!

_DSC0419

Openbaar vervoer (Santiago)

_DSC0475

_DSC0004

De bus: “Guagua” in het Cubaanse slang.

Het openbaar vervoer is nog steeds een ramp al zie je meer en meer Chinese bussen. Zo een overvolle bus waar een rit een paar cent kost is een hele luxe in vergelijking met de veel talrijker “camiones:” omgebouwde vrachtwagens waar passagiers in de laadbak worden gestouwd. Paard en kar zijn buiten Havana een vertrouwd beeld in de stad en op het platteland. Fietstaxis zijn overal populair ook in de hoofdstad en de Amerikaanse vintage cars uit de jaren zestig zijn een speciale attractie voor de toeristen. Ook hier weer een dubbele economie: officieel erkende taxis en particulieren die legaal of – meestal – illegaal een graantje proberen mee te pikken van de toeristische bonanza. Toen de politie ons in een illegale taxi (een rode Buick 1956!) tegenhield betaalde de chauffeur zonder verpinken de boete van 120 CUC (100 Euro) en reed fluitend verder.

_DSC0003

Fietstaxi in Havana

 

_DSC0581

Trinidad

_DSC0055

Havana: armoede en verval springen in het oog

_DSC0573

Ook het kleinste dorp heeft een school.

Licht en schaduw. De revolutionaire overheid zorgt voor de burgers, niemand lijdt honger of is dakloos. Onderwijs is gratis van kleuterklas tot universiteit. Op het eiland Granma bij Santiago zien we overal nieuwe daken op de bescheiden woningen. Daar heeft de overheid kosteloos voor gezorgd na de verwoestende doortocht van de orkaan Sandy in 2012. Een bejaarde alleenstaande man die zijn huis verloor woont sinds die tijd in de polikliniek van het dorp in afwachting van een nieuwe woning. Een zwaar gehandicapte man neemt ons mee in zijn fietstaxi in Cienfuegos. Dank zij de gratis openbare gezondheidszorg heeft hij na een ongelukkige zware val maandenlang kunnen revalideren. Nu kan hij weer, zij het met moeite, lopen maar hij ziet zich verplicht om zich voor een schamel inkomen in de tropische hitte met de fietstaxi af te beulen. 

Santiago Selectie - 2439

Santiago

Cuba heeft een alfabetiseringsgraad van 99,8% en met 78,3 jaar is de gemiddelde levensverwachting hoger dan die van de Verenigde Staten en de kindersterfte lager. Vergelijk dat met Haïti waar een man gemiddeld 59 jaar oud wordt, een vrouw 63 en waar op 1000 geboorten 80 kinderen niet de leeftijd van vijf jaar bereiken – in Cuba sterven 7 kinderen op 1000 vóór die leeftijd. Toch is klagen een nationale sport in Cuba. “Hier is geen vrijheid,” zucht een fietstaxirijder in Cienfuegos, zonder op details in te gaan. Een jongeman in Santiago zou graag emigreren maar kan niet, niet omdat het niet mag blijkt als we doorvragen, maar omdat hij geen visa krijgt van de landen waar hij naartoe wil: Ecuador of de Verenigde Staten. 

_DSC0164

Elisa en (onder) haar familie in Cienfuegos

In Cienfuegos ontmoeten we een bejaarde pianolerares met haar dochter en kleindochters op een zondagmiddagwandeling. Elisa – niet haar echte naam – klaagt dat het “vroeger” allemaal zoveel beter was. Bedoelt ze dan vóór de Revolutie? “Nee zeker niet,” haast ze zich te verduidelijken,“maar vóór de ‘speciale periode,” vóór de dramatische jaren 90 dus, toen de Russen de Cubaanse economie kunstmatig overeind hielden. Zoals veel Cubaanse families weet die van Elisa een zekere levensstandaard aan te houden dank zij hulp van familieleden in het buitenland. Haar zoon is muzikant in een orkest op een Canadese Cruiselijn en stuurt geregeld geld naar het eiland. Anna, de vijftienjarige kleindochter heeft zoals veel van haar leeftijdgenoten de smartphone binnen handbereik. Een luxe die ze zich nauwelijks zou kunnen veroorloven met het salaris van haar moeder die econome is in een staatsbedrijf en maandelijks 17 dollar in het huishoudelijk budget binnenbrengt. 

_DSC0167

Dubbele economie, dubbele moraal. Cubaanse vrouwen maken de buitenlandse man duidelijk dat ze beschikbaar zijn, moeders prijzen half grappend, half ernstig hun dochter aan. Een buitenlandse man of minnaar is een bron van deviezen en die zijn nodig voor luxeproducten als zeep, shampoo, schoenen. Het is allemaal te krijgen, als je maar CUCs hebt, convertibele pesos. En dus is de jacht op de toerist en zijn CUCs open. Sinds de kapitalistische koerswending is samen met de opkomst van privé-restaurants en kamerverhuur het fenomeen van de jinotero en jinotera explosief toegenomen. De jinotero (van het Spaanse woord voor jockey) of zijn vrouwelijke evenknie is de man of vrouw die je op straat aanklampt om zijn of haar diensten aan te bieden. Het gaat niet noodzakelijk – in het geval van de mannen meestal niet – om seks, maar de bedoeling is in de meeste gevallen om je mee te tronen naar een café of restaurant of een kamer in een B&B aan te bevelen. De klant betaalt dan iets meer en de jinotero/jinotera strijkt het verschil op. De al of niet officiële horeca is overigens een reusachtige bron van inkomsten voor individuele Cubanen en voor de staat. In toeristische steden als Santiago, Trinidad, Cienfuegos en Havana is er geen straat zonder tientallen paladares (restaurant in een particulier woonhuis) of arienda divisas (Bed and Breakfast) met een grote keus van luxueus tot zeer eenvoudig – nogmaals soms legaal, soms illegaal.

_DSC0512De Cubanen zijn zonder meer het vriendelijkste volk ter wereld. Tientallen boeken en reisverhalen vertellen sinds Columbus tot nu wat wij zelf ook ervaren hebben: de warmte en de gastvrijheid die je op het eiland aantreft vind je nergens anders. “Het mooiste eiland dat mensenogen ooit aanschouwd hebben,“ schreef Columbus. Met een bevolking die een sfeer van spontane goedmoedigheid uitstraalt wars van elke agressiviteit – ook dat is een reusachtig verschil met Haïti. Je komt in een godvergeten dorp en de mensen bieden je koffie aan of een borrel añejo – Cubaanse rum. Vissers die we onderweg op zee tegenkwamen “verkochten” kreeft en vis voor een Canvaspetje of een oude T-shirt, geld interesseert ze nauwelijks. Dat neemt niet weg dat de jinoteros – vooral in Havana – knap lastig kunnen worden al reageren ze meestal met de glimlach en Caraïbische zorgeloosheid als ze worden afgewezen. Decennia tekorten hebben van de Cubanen meesters in het overleven gemaakt. Wie geen convertibele peso’s kan bemachtigen zoekt bij de toerist op straat wat hij niet in de winkel vindt. Deuren – en harten – gaan open voor een flesje shampoo of parfum, voor ballpoints en afgedragen schoenen.

_DSC0262

Weekend in Cienfuegos

_DSC0268_DSC0287Cuba is in volle transformatie. De generatie die de tijd van vóór de revolutie heeft meegemaakt is aan het verdwijnen. Jongeren hebben de revolutionaire idealen verwisseld voor games, smartphones, alcohol en rock ‘n roll. Raúl Castro heeft de deur op een kier gezet voor internet (nu nog strikt gecontroleerd door de staat) en een dosis vrije markt en kapitalisme. Het gevolg is een hybride economie en een samenleving met grote verschillen in welvaart, met nieuwe rijken en relatieve armoede. De essentie van de Revolutie lijkt nog overeind maar de kapitalistische geest is uit de fles en niemand durft te voorspellen wat er zal gebeuren als de gebroeders Castro definitief van het toneel verdwijnen.

Johan Depoortere

* Marc Frank

CUBAN REVELATIONS

Behind the Scenes in Havana

University Press of Florida , 2013

June 21, 2014 at 3:49 pm 1 comment

GRENADA: ZELFMOORD VAN EEN REVOLUTIE

10_25_2013_paratroopersOp 25 oktober was het dertig jaar geleden dat de Amerikaanse president Reagan een bezettingsmacht van 6000 man naar het Caraïbische eiland Grenada stuurde. De invasie betekende het definitieve einde van het linkse revolutionaire bewind dat vier jaar daarvóór was begonnen met de staatsgreep van de New Jewel Movement tegen het dictatoriale regime van Eric Gairy. Maar in werkelijkheid had de revolutie al een week eerder zichzelf de das omgedaan met de moord door een extreem-linkse factie op de populaire Bishop en zeven van zijn medestanders. Het merkwaardige verhaal van de zelfvernietiging van een redelijk succesvolle revolutie.

De staatsgreep van 13 maart 1979 was niet het directe gevolg van een massale volksopstand maar het werk van een kleine groep onder leiding van de jonge advocaat Maurice Bishop. De coupplegers slaagden er tot hun eigen verbazing in om in enkele uren tijd en zonder bloedvergieten het staatsapparaat in handen te krijgen. Ze maakten daarbij handig gebruik van de afwezigheid van de bizarre Eric Gairy die op het podium van de Verenigde Naties een pleidooi hield voor het bestuderen van UFO’s.

Eric_Gairy

Eric Gairy

Eric Gairy, de eerste leider van Grenada na de onafhankelijkheid in 1974, was begonnen als radicale en populaire vakbondsleider en nog onder het Britse koloniale bestuur was hij opgeklommen tot premier. In de loop van de jaren zeventig had Gairy door zijn autoritaire bewind, zijn financiële en seksuele escapades en zijn clowneske gedragingen vrijwel alle groepen op het eiland tegen zich in het harnas gejaagd: van de vakbonden over de katholieke kerk tot de kleine zakenelite. De New Jewel Movement van Maurice Bishop weerspiegelde die heterogene samenstelling van de oppositie. In haar beginselverklaring van 1973 was de beweging niet openlijk “socialistisch” – laat staan “Marxistisch” – maar had vooral aandacht voor de concrete problemen van huisvesting, gezondheid, en onderwijs. Ze eiste een programma van landhervorming, gratis onderwijs en gezondheidszorg en de nationalisatie van de bank – en verzekeringssector.  

maurice-bishop

Maurice Bishop

Bishop zelf stamt uit de middenklasse van het eiland. Hij was een briljante student die in Londen rechten kon gaan studeren en naar het eiland terugkeerde als een radicale hervormer. Ook zijn medestander en latere rivaal Bernard Coard behoorde tot de intellectuele elite van het eiland. Hij studeerde economie aan de befaamde Brandeisuniversiteit in Boston en in Sussex. Beiden ondergingen de sterke invloed van de Black Power-beweging, de Négritude van Senghor, de antikoloniale ideologie van de Algerijnse revolutie verwoord door Frantz Fanon,  en  van diens landgenoot Aimé Césaire, de dichter, filosoof en politicus uit het nabije Martinique.

De jaren zestig en zeventig waren in heel het Caraïbisch gebied een tijd van grote sociale beroering en verzet tegen het kolonialisme of de nieuwe heersende neokoloniale klasse: de “Rodney riots” in Jamaica, de “februarirevolutie” van 1970 in Trinidad en natuurlijk de Cubaanse Revolutie.   Ook in Grenada groeide het verzet tegen het regime van Gairy, die alleen nog van de Chileense dictator Pinochet wapens en steun kreeg. De “Moongoose gangs” – milities in de trant van de beruchte Tontons Macoute op Haïti – zaaiden terreur. Tijdens een van de protestbetogingen tegen Gairy midden jaren 70 werd de vader van Bishop vermoord.

De ontevredenheid van vrijwel heel de bevolking verklaart allicht het gemak waarmee een veertigtal coupplegers in 1979 het regime op de knieën kregen.  Aanvankelijk kon de “Revolutionaire Volksregering” (PRG of “People’s Revolutionary Government”) op aanzienlijke successen bogen. “In 1979 was de economie van het onafhankelijke Grenada er niet beter aan toe dan die van de kolonie in 1973,” schrijft Gordon K. Lewis, de erkende autoriteit van het Caraïbisch gebied. Het was een typisch koloniale economie gebleven, steunend op de export van landbouwproducten als kruiden, muskaatnoot, bananen en cacao waarvan de (lage) prijzen werden bepaald op de exportmarkt terwijl al de rest tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen in valuta moest worden ingevoerd. Eén derde van de bevolking was ongeletterd, blindheid was wijdverspreid, maar er waren geen oogklinieken. Tandverzorging was onbestaande behalve voor de middenklasse die zich in Trinidad of Barbados kon laten behandelen. Het lager onderwijs was op het platteland van een deplorabel niveau en werkgelegenheid buiten de landbouw uiterst beperkt. Méér beter opgeleide Grenadezen werkten in het buitenland dan op het eiland zelf en de anderen zochten hun toevlucht in illegale immigratie naar Trinidad of werkten als schoonmakers en keukenpersoneel in Londen, Boston of New York.  

De vier jaren van de revolutie waren in de woorden van Lewis “een heroïsche poging tot economische reconstructie en hervorming.” In een tijdspanne van drie jaar kwamen er nieuwe wegen, betere watervoorziening, een nieuw telefoonnet, een radiozender, een asfaltfabriek en diepvriesinstallaties voor de visserij. De openbaren financiën werden gezond gemaakt – een succes dat werd erkend door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Er werden vorderingen gemaakt op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs met een alfabetiseringscampagne naar Cubaans model.  

In de eerste jaren van de revolutie leek Grenada méér de weg van de sociaaldemocratische welvaartsstaat op te gaan dan die van de radicale Marxistische revolutie. De lokale zakenklasse kreeg een erkende rol in het nieuwe regime, waar de Kamer van Koophandel nauw samenwerkte met de regering, vooral op het vlak van het opkomende toerisme en met als centraal project de bouw van een nieuwe internationale luchthaven. Radicaal linkse waarnemers noemden het nieuwe regime in St George’s daarom een “kleinburgerlijke hervormingsregering,” een doodzonde in de ogen van de echte Marxist-Leninisten.  

Er waren schaduwzijden. Politieke oppositie werd niet gedoogd. Tegenstanders kwamen in de gevangenis terecht waar ze volgens getuigenissen van slachtoffers niet bepaald zachtzinnig werden behandeld. Ook de vrije meningsuiting werd aan banden gelegd en verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op buitenlands vlak gleden de Grenadezen willens nillens in het sovjetkamp. De Koude oorlog woedde in volle hevigheid en tot ontsteltenis van veel vrienden van de revolutie stemde de revolutionare regering tegen de veroordeling in de Verenigde Naties van de Sovjetinval in Afghanistan. Het moet gezegd dat Bishop lik op stuk kreeg toen hij eerder naar toenadering met de VS en een ontmoeting met president Reagan viste.  

Waarom het uiteindelijk lelijk misliep met de revolutie op Grenada is een vraag waarop historici en politicologen dertig jaar later geen definitief antwoord hebben. Lewis, die in 1986 een voorlopige balans opmaakte, stelt dat de persoonlijke en ideologische tegenstellingen tussen Bishop en Coard en hun respectieve volgelingen vanaf het begin de kiem van de ondergang in zich droegen. Vanaf 82, drie jaar na de staatsgreep, lijkt het revolutionaire elan gebroken. De economische moeilijkheden nemen toe in plaats van af, de productie voor de exportmarkt stagneert, er is algemene revolutiemoeheid bij de bevolking, de partij is in crisis, de discipline is zoek. Een groep onder leiding van Coard zoekt de oplossing in de vlucht vooruit. Heilige marxistische teksten worden ingeroepen om de partij om te vormen in strikt Leninistische zin.

images_Caribbean_coard_bishop_000008741

Coard (links) en Bishop

In de zomer van 1983 wordt het conflict ten top gedreven. Bishop, tot dan het onbetwiste boegbeeld van de revolutie wordt gedwongen het leiderschap van de partij (en dus het land) te delen met Coard. Bishop weifelt maar weigert uiteindelijk, met als gevolg dat hij onder huisarrest wordt geplaatst. Uit protest komen op 19 oktober in de paar steden die Grenada telt duizenden mensen op straat. In de hoofdstad St George’s bevrijden de manifestanten Bishop die met een groep aanhangers naar het hooggelegen Fort Rupert trekt. Daar ontstaat een vuurgevecht met regeringstroepen, tientallen burgers komen om. Bishop en zeven anderen worden gevangen genomen door Coard-loyalisten en in koelen bloede vermoord. grenada-tm

Vijf dagen later vallen Amerikaanse troepen met eenheden uit Barbados en Jamaica het eiland binnen en bezegelen definitief het lot van een op sterven na dode Grenadese revolutie. De invasie onder de codenaam “Urgent Fury” was in werkelijkheid al weken of maanden voorbereid. 1  

De suicidale ondergang van de revolutie is niet enkel te verklaren door de persoonlijke tegenstellingen tussen de protagonisten. Achteraf is Maurice Bishop voorgesteld als de “gematigde” tegen de radicaal Bernard Coard. In werkelijkheid was Bishop net als de anderen verantwoordelijk voor de successen en het falen van de revolutie. Hij verroerde geen vin toen persoonlijke vrienden van hem om ideologische redenen in de gevangenis terechtkwamen, hij stemde net als de anderen in met de onvoorwaardelijke pro-sovjet koers en al was hij geen ideologische scherpslijper, hij verzette zich pas laat – té laat – tegen de Marxistisch-Leninistische ultra’s.

Bishop was in de ogen van de volksmassa’s (voor zover je daarover kan spreken in de context van een eiland met 100000 inwoners) de onvoorwaardelijke held. De vrees van de radicalen dat de revolutie zou ontsporen tot een populistisch éénmansregime was niet helemaal onterecht. Bishop van zijn kant was er zich van bewust dat de “voorhoede” zover vooruit liep dat de troepen – de meerderheid van de bevolking – niet meer volgden. Het was – zo schrijft Lewis – op miniatuurschaal een herhaling van het debat aan het begin van vorige eeuw tussen Lenin en de Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg. Voor Luxemburg was de voornaamste rol in de revolutie weggelegd voor de rebellerende massa’s, Lenin gaf prioriteit aan de gedisciplineerde communistische partij als revolutionaire voorhoede. We weten intussen waartoe dat heeft geleid.  

Nu, dertig jaar later is Grenada, net als de rest van de Amerikaanse achtertuin in het Caraïbisch bassin, weer veilig teruggekeerd tot de ware schaapstal van het ongebreidelde kapitalisme met een vleugje neo-liberalisme. Elk jaar wordt de Amerikaanse invasie op 25 oktober herdacht als “Thanksgiving Day.” De invasie was naakte agressie maar dat de meerderheid van de bevolking de Amerikanen als bevrijders verwelkomden lijdt nauwelijks twijfel: de revolutie was ontaard in een gangsterregime onder leiding van een tot generaal gepromoveerde voormalige gevangenisbewaarder. De “gematigde” Maurice Bishop is in de Amerikaanse mythologie van het gebeuren na zijn dood nagenoeg heilig verklaard. De internationale luchthaven werd in 2009 tot Maurice Bishop International Airport herdoopt.

Wie nu door het eiland reist ziet geen abjecte armoede, al blijven de problemen van dertig jaar geleden onopgelost. Bijna alle Grenadezen hebben op het platteland een stukje vruchtbare grond die genoeg opbrengt om te overleven maar voor velen is emigratie is nog altijd de enige uitweg. Vrucht van de revolutie of niet: het onderwijs is op behoorlijk niveau en in St George ‘s en Grenville – de tweede stad – lopen de straten vol jongens en meisjes in hun aandoenlijke Britse schooluniform.

De orkaan Ivan heeft in 2004 de economie rake klappen toebedeeld en de muskaatnootproductie, tot dan het voornaamste exportproduct, bijna totaal vernield. Toerisme is nu de belangrijkste bron van inkomsten met watersport voorop. Het eiland is een magneet voor zeilers, met goed opgeleide technici in enkele moderne scheepswerven en marina’s. Veiligheid is hier in tegenstelling tot veel andere eilanden nauwelijks een probleem.

_DSC0022

Grenada Marine – één van het half dozijn jachthavens en scheepswerven op het eiland


_DSC0020

“Greene,” één van de uitstekende boottechnici

_DSC0055

Traditionele visserij is voor veel Grenadezen een manier om te overleven

Was de revolutie op Grenada een interludium in de koloniale en neokoloniale geschiedenis van het Caraïbisch gebied of heeft ze ondanks alles een blijvende betekenis? De revolutionaire periode was te kort om blijvende sporen na te laten. Revolutie in een land met de bevolking van een kleine Amerikaanse provinciestad met een achterlijke economie en infrastructuur was wellicht van meet af aan tot mislukken gedoemd. Daarom is de blijvende betekenis van de Grenadese revolutie volgens auteur Lewis hooguit van symbolische aard: de heroïsche strijd van een David tegen een oppermachtige Goliath, te vergelijken met de slavenopstand die op Haïti tot de eerste zwarte republiek ter wereld leidde, of de Filipijnse revolte die aan het begin van vorige eeuw het land bevrijdde van de Amerikaanse kolonisator. De Grenadese David daarentegen leed een pijnlijke nederlaag.

Johan Depoortere

  “Grenada, The Jewel Despoiled” Gordon K. Lewis   1986 Johns Hopkins University Press

November 17, 2013 at 4:02 pm Leave a comment

KEITH HARING: EEN KUNSTENAAR MET EEN BOODSCHAP

_DSC0078Keith Haring was net geen 32 toen hij in1990 stierf aan de gevolgen van Aids, maar in zijn korte kunstenaarscarrière had hij bij leven al een stevige internationale reputatie opgebouwd. Samen met Andy Warhol en Roy Lichtenstein was hij  een icoon van de pop art: kunst in het tijdperk van de reproduceerbaarheid en kunst voor de massa. Hij was pas 28 toen hij werd uitgenodigd op de artistieke hoogmis Documenta in Kassel.

Zelf scheen hij zich toen te hebben afgevraagd of hij daarmee was gerecupereerd door “het systeem,” dat hij jarenlang had bevochten in zijn graffiti, tekeningen, collages, en installaties. Haring was – kom daar tegenwoordig nog eens om –  een wereldverbeteraar, maker van kunst met een niet mis te verstane boodschap: tegen het kapitalisme, de dwang van de religie, de verdwazing van de massamedia, de kernoorlog, het consumentisme. Hij nam actief deel aan acties tegen de Apartheid in Zuid-Afrika en aan campagnes voor veilige seks. Dat alles in de context van de Reaganjaren, op een moment dat geëngageerde kunstenaars zeldzaam worden.

Haring verliet het schildersatelier en maakte kunst op straat en in de metro. Hij werkte ontzettend snel en dat moest ook wilde hij de politie vóór zijn als hij in de metrogangen van New York zijn graffiti aanbracht. De middelen die hij gebruikt staan in fel contrast tot de overmacht van de reclame en de massamedia: pen, papier, krijt, simpele symbolen (als pictogrammen of volgens Le Monde: hiëroglyfen) die voortdurend terugkeren in telkens andere composities. Hij weigert te schilderen op doek en gebruikt in plaats goedkoop geplastifieerd zeildoek en hij werkt samen met anonieme straatkunstenaars.

Naarmate – oh contradictie – de sponsors toestromen en de middelen toenemen  maakt  hij grotere en grotere installaties: op autowegen, op de campus van de universiteit of op de gevel van een ziekenhuis – niet alleen in de VS maar ook in Italië, Spanje en Frankrijk, waar hij reusachtig populair was en is. Van het overweldigend oeuvre dat hij naliet  is nu een retrospectieve tentoonstelling te bezichtigen  in Parijs, onder de duidelijke titel: “Keith Haring, The Political Line.

Johan Depoortere

_DSC0066

De meeste werken van Haring hebben geen titel: de interpretatie staat de toeschouwer vrij, maar de boodschap laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

_DSC0076-001

_DSC0052

_DSC0067

David van Michelangelo in de interpretatie van Haring. Een iconisch beeld uit de kunstgeschiedenis wordt graffitikunst

_DSC0075

Hetzelfde gebeurt met etnische kunstvoorwerpen als Afrikaanse maskers of faraograven.

_DSC0063

_DSC0051_DSC0052

_DSC0036

_DSC0037

“De Tien Geboden”

_DSC0041

_DSC0033

Haring’s geliefkoosde thema’s komen terug in zijn monumentale structuren: de hond als symbool van agressie, het doorboorde individu.

_DSC0065

_DSC0032

De tentoonstelling in Parijs is op twee plaatsen te vinden: Het Musée d’Art Moderne en het kunstencentrum 104 waar de grotere werken zijn tentoongesteld.  Nog tot 18 augustus.

April 23, 2013 at 2:12 pm Leave a comment

OBAMA’S EIGEN MOORDBRIGADE (deel 2/sluipwapens)

door Johan Depoortere

President Barack Obama, laureaat van de Nobelprijs voor de vrede, buigt zich op geregelde tijdstippen – zowat één keer per week –  over een lijst met namen. Hij kiest uit die namen wie zal leven en wie zal sterven. De wijze van executie is in de meeste gevallen:  dood door drone – een aanval met een onbemand vliegtuigje ver buiten de grenzen van de Verenigde Staten. De veroordeelden krijgen geen proces en mét hen sterven al wie de pech heeft zich in de buurt te bevinden, ook kinderen en onschuldige naasten of buren. Obama is met andere woorden behalve opperbevelhebber ook oppermoordenaar, zo schrijft blogger Tom Engelhardt in Tom Dispatch,  en dat is de keuze waar de Amerikanen in november vóór staan:  wie wordt de volgende president en de volgende oppermoordenaar.

Dat Obama het laatste woord heeft bij de opstelling van de kill list weten we dank zij The New York Times die het op zijn beurt te weten is gekomen via een lek uit het Witte Huis. Niet zo maar een lek. Dit is een verkiezingsjaar en de regering Obama heeft er blijkbaar behoefte aan met de spieren te rollen. Kijk eens, de president is geen watje. Obama mag dan de vredesprijs hebben gekregen als het erop aan komt is hij even flink als Mitt Romney of welke Republikeinse ijzervreter ook.  De New York Times, die “liberale” krant,  schrijft met sympathie, soms zelfs in juichende bewoordingen, over deze flinkheid van de president en met veel begrip voor zijn morele dilemma. Volgens de auteurs van het stuk in de Times is  Obama overigens ook mee verantwoordelijk voor de frauduleuze body count: de bijgewerkte statistieken over slachtoffers, waarin omstaanders en andere onschuldigen zijn weggezuiverd.

De aanvallen met drones zijn niet nieuw – zie een vorige post in Het Salon – ze zijn een erfenis van de regering Bush, maar het programma is onder Obama drastisch uitgebreid. Op de wekelijkse bijeenkomsten, door de ingewijden Terror Tuesdays genoemd, bekijken een honderdtal topfunctionarissen via videoconferentie PowerPointdia’s met namen, foto’s, biografieën en andere details van “terreurverdachten”. Een short list gaat naar het Witte Huis en het laatste woord over leven of dood heeft de president.  Zijn macht is op dat punt onbeperkt, democratische controle of juridische beperkingen onbestaande. Om op de dodenlijst terecht te komen volstaat het dat het kandidaat-doelwit zich schuldig heeft gemaakt aan “verdachte gedragspatronen” op het terrein in Jemen, Somalië of Pakistan. De president kan elke aanval, terreurdaad of moord op die manier tegenhouden, maar niemand kan de president tegenhouden.

Het slachtoffer op de dodenlijst kan van willekeurig welke nationaliteit zijn, de Amerikaanse niet uitgezonderd. Het Vijfde Amendement van de grondwet van de Verenigde Staten bepaalt dat “geen Amerikaan kan beroofd worden van leven, vrijheid of eigendom zonder geëigend wettelijk proces.” Maar het ministerie van Justitie onder Obama paste daar een mouw aan. Een geheim memorandum stelt dat “interne beslissingen door de uitvoerende macht” voldoen aan de eis van wettelijk proces voor moord door drone op een Amerikaanse burger in een land waarmee de VS niet in oorlog zijn.  Barack Obama, de voormalige hoogleraar grondwettelijk recht laat zich niet hinderen door de grondwet in die gevallen waar hij en hij alleen Amerikaanse burgers benoemt tot kandidaat voor dood door robot.

Priester van de dood

De titel van het stuk in de New York Times zegt het helemaal: “Geheime Dodenlijst test voor Obama’s Principes en Wilskracht. ” In welhaast religieuze termen wordt Obama voorgesteld als een moreel  iemand, die zich wijdt aan een “rechtvaardige oorlog” volgens de teksten van religieuze figuren als Thomas van Aquino en de Heilige Augustinus en die elke dode als een morele last op zijn schouders neemt. Zijn topmedewerker voor terrorismebestrijding, John Brennan, die in zijn CIA-periode tot over de oren betrokken was in het folterschandaal, wordt in het artikel tot twee keer toe letterlijk “priester des doods” genoemd.

Na lezing van het stuk in de Times krijg je de indruk dat dood door robot een obsessie is geworden voor dit Witte Huis en dat alle betrokkenen er zich met religieuze toewijding op toeleggen. We staan wellicht aan de vooravond, zo schrijft Engelhardt, van een nieuwe door de staat geleide en op het idee van nationale veiligheid gegrondveste Religie van de Mechanische Dood, met als theologische  basis  het feit dat we in een “gevaarlijke wereld” leven en dat de veiligheid van de Amerikanen de allerhoogste waarde is. De president en zijn apostelen belijden – zo lijkt het – hun geloof in de Kerk van de Heilige Drone. Natuurlijk kun je die “Terror Tuesdays in het Oval Office ook anders bekijken: niet als een tafereel uit een of ander kloosterconcilie of kerkelijke synode, maar als een mafiabijeenkomst met de president als de Godfather die met een hoofdknik aangeeft wie het volgende slachtoffer zal worden van zijn moordbrigade.

In de ambtsperiode van twee presidenten zijn we dus zover gekomen: Moord als way of life is een instituut geworden en volkomen genormaliseerd als een redelijke oplossing voor Amerika’s problemen in de wereld en als thema in een presidentscampagne.

Op naar de cyberoorlog

Na een lang verhaal over de interne verwikkelingen in het Witte Huis komt The New York Times tot de conclusie dat “zowel Pakistan als Jemen nu wellicht minder stabiel zijn en vijandiger ten opzichte van de Verenigde Staten staan dan vóór Obama president werd.” De twee landen die de meeste drone-aanvallen te verduren kregen zijn er nu dus slechter aan toe en gevaarlijker dan in 2009. Hoe machtig en gesofisticeerd de drones ook mogen zijn, ze hebben de lokale bevolking in die landen geradicaliseerd ook al hebben ze nog zoveel bad guys (en kinderen) van de aardbodem doen verdwijnen.

Wat de Times niet vermeldt is dat ook de Amerikaanse Democratie tot de slachtoffers behoort. Erger nog: het proces dat  grotendeels buiten het gezichtsveld van de meeste Amerikanen op gang is  gebracht, is niet meer te stoppen en leidt tot andere en nog meer sinistere vormen van geheime oorlogvoering.  Sinds kort blijken we in het  Witte Huis niet alleen een opermoordenaar te hebben maar ook een cyber-krijgsheer, die er niet voor terugdeinst  een nieuwsoortig oorlogswapen in te zetten, een hoogst geavanceerde computerworm, tegen een land waarmee Amerika niet eens in oorlog is. Dat is een daad van ongelooflijke roekeloosheid voor een land dat zo afhankelijk is van computersystemen en daardoor uiterst kwetsbaar voor een gelijksoortige tegenaanval.

De Founding Fathers, James Madison, Thomas Jefferson, George Washington en de anderen wisten wat oorlog is, maar ze waren geen aanhangers van de 18e-eeuwse equivalent van de Kerk van de Heilige Drone. Ze waren er zich evengoed als wie dan ook  in de huidige Nationale-veiligheidsstaat van bewust in een gevaarlijke wereld te leven, maar dat was geen excuus om één enkel individu de bevoegdheid te verlenen om eigenmachtig over oorlog en vrede te beslissen.  Dat was het gevaar waartegen ze de nieuwe republiek probeerden te beschermen, maar dat is net het soort presidentschap en het soort regering die we nu hebben, wie er in november ook verkozen wordt.

Johan Depoortere – vrij naar “Assassin-in-Chief” door Tom Engelhardt

Zie ook: “Hope Burning”  door Robert Scheer

June 21, 2012 at 9:47 am Leave a comment

RATZINGER IN MEXICO

Joseph Ratzinger – ook bekend onder zijn artiestennaam Benedictus XVI – was vorig weekend in Mexico (op weg naar Cuba). Het was het eerste bezoek van deze paus aan dat land, en slechts het tweede aan Latijns Amerika. Opvallend was dat Benedictus een wijde bocht maakte om de hoofdstad Mexico, nochtans een beroemd bedevaartsoord en het belangrijkste katholieke centrum van het land. Officieel heette het dat de 84-jarige Ratzinger de smog en de vervuiling van de miljoenenstad niet kon hebben. De werkelijke reden is complexer en van politieke aard, zegt journalist Paul Imison.

Reisdoel als politiek statement

In plaats van Mexico stad koos Ratzinger de staat Guanajuato als reisdoel – een conservatieve staat waar de huidige rechtse president Felipe Calderón op een grote aanhang kan rekenen. Mexico-stad daarentegen is een bolwerk van links, waar de Democratisch Revolutionaire Partij aan de macht is.  Het is de enige regio in het land waar homohuwelijk en abortus gelegaliseerd zijn.

In Guanajuato betreurde Ratzinger de kwalen die het land teisteren: “geweld, corruptie en gebrek aan moraal,”  maar hij zweeg over de oorzaken: de schreeuwende sociale ongelijkheid en de onstilbare honger naar drugs ten Noorden van de grens met de VS. De laataste vijf jaar  zijn meer dan 50000 doden gevallen in de drugsoorlogen en het aantal slachtoffers is drastisch toegenomen sinds de huidige superkatholieke president Calderón in 2006 in de strijd tegen de drugkartels het leger inschakelde. De katholieke kerk staat pal achter Calderón’s drugsoorlog al wordt die veroordeeld door mensenrechtenorganisaties en een beweging van burgerlijk verzet die vorig jaar voor een massabetoging in Mexico-stad 200 000 mensen op de been bracht.

Mei vorig jaar: Honderdduizenden tegen het drugsgeweld


Er zijn duidelijke bewijzen van de banden tussen de Mexicaanse kerk en criminele milieus. In 1993 kwam kardinaal Juan Jesus Posadas Ocampo om in een vuurgevecht tussen rivaliserende drugsbenden. Zijn banden met de Orellano-Felix familie in Tijuana zijn wel bekend en goed gedocumenteerd. In de stad Pachuca, Hidalgo, liet de plaatselijke drugsbaron, kennelijk met goedkeuring van de kerkelijke autoriteiten, een kapel bouwen annex mausoleum, waar hij later begraven wil worden.

Seksschandaal: het grote zwijgen

Tijdens zijn bezoek aan Mexico zweeg paus Ratzinger in alle talen over het seksschandaal dat ook in de Mexicaanse kerk zware ravages heeft aangericht. Toevallig of niet verscheen tijdens het bezoek een boek geschreven door een groep priesters die in 1998 als seminaristen werden misbruikt door Marcial Maciel, de stichter van het “Legioen van Christus.” Ze tonen overtuigend aan dat het Vatikaan meer wist dan het wil toegeven. Pas in 2005 riep Ratzinger de extreem-rechtse militant Maciel tot de orde.

Marcial Maciel krijgt de zegen van Ratzinger's voorganger

Niet alle priesters en bisschoppen in Mexico zijn kinderverkrachters of extreem-rechtse fanaten. De bekendste dissident is Jose Raul Vera Lopez, bisschop van Saltillo in de staat Coahuila, een stad die zwaar heeft te lijden onder het drugsgeweld. Vera Lopez laat niet na aan te klagen dat de georganiseerde misdaad samenvalt met de Mexicaanse staat en hij ziet geen verschil tussen de “veiligheidsdiensten ” en de criminele onderwereld. Geen wonder dat Vera Lopez zowel door de drugskartels als door die veiligheidsdiensten herhaaldelijk  met de dood is bedreigd.

Viva Cristo Rey

De strijd tussen kerk en staat is een terugkerend thema in de Mexicaanse geschiedenis. Het hoogtepunt kwam in de jaren twintig toen de rooms-katholieke kerk met de zogenaamde Cristero oorlog in verzet kwam tegen de revolutionaire grondwet van 1917 die de macht van de kerk probeerde aan banden te leggen. Toen de bisschoppen het op een akkoord gooiden met de staat om een einde te maken aan het conflict gingen katholieke ultra’s hun eigen weg en stichtten uit protest de PAN-partij die sinds 2000 aan de macht is. Toen veroverde Christus Koning in de figuur van Coca-Colabaas Vicente Fox het presidentschap. In 2006 werd hij opgevolgd door zijn partijgenoot Felipe Calderón wiens beleid wordt gekenmerkt door economische stagnatie, stijgende werkloosheid, civiel protest en een desastreuze “oorlog tegen drugs.”

Felipe Calderón

De timing van het pauselijk bezoek is geen toeval.  Volgens de linkse krant La Jornada wil het vatikaan zijn agenda versterken in het land met de op één na grootste katholieke  bevolking ter wereld en het doet dat door de PAN een steuntje in de rug te geven op een moment dat de partij in de opiniepeilingen de linkse PRD en de aloude regeringspartij PRI moet laten voorgaan. De leiders van de drie partijen zaten vooraan tijdens de mis die Ratzinger opdroeg, maar voor de meeste Mexicanen speelt de kerk niet langer een rol in hun politieke keuze. Zij hebben andere problemen om zich zorgen over te maken dan abortus en  homohuwelijk.

Johan Depoortere

Dit is de samenvatting van een artikel door de Australische journalist Paul Imison, eerder verschenen in Counterpunch. De originele versie leest u hier.

March 27, 2012 at 11:44 pm Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,731 other followers