Posts tagged ‘Yitzhak Rabin’

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

DE LEUGENS VAN HET “MEEST MORELE LEGER TER WERELD”

Het Israëlische leger gaat er prat op het “meest morele leger ter wereld” te zijn. Wat daarmee bedoeld wordt is niet duidelijk: een leger dat geweld schuwt, dat burgerslachtoffers probeert te vermijden, dat de waarheid hoog in het vaandel voert? De feiten vertellen een ander verhaal: bombardementen op woonwijken in Gaza waarbij de bewoners met strooibiljetten gewaarschuwd worden dat ze vijf minuten krijgen om aan dood en vernieling te ontsnappen, moord zonder vorm van protest op Palestijnse militanten, pesterijen en mishandeling aan de talrijke checkpoints , bulldozeren van huizen en olijfgaarden– de lijst is eindeloos. Ook dat van de “waarheid hoog in het vaandel” is een meer dan twijfelachtige claim zoals blijkt uit het onderstaande stuk van Jonathan Cook, de enige buitenlandse journalist die in Israëlisch-Arabisch gebied woont en er verslag uitbrengt.

Door Jonathan Cook

Jonathan Cook woont en werkt in Nazareth, een Israëlisch-Palestijnse stad.

Voor hen die nog steeds geloven dat Israël het meest morele leger ter wereld heeft was het een slechte paar weken. Enkele voorbeelden van recente gevallen waarbij het leger loog over incidenten waarvan Palestijnen het slachtoffer waren:

Een jongen die vreselijk werd gewond door soldaten werd opgepakt en met terreur gedwongen een valse verklaring af te leggen als zou hij zijn gewond in een fietsongeluk. Van een man die van dichtbij werd neergeschoten, daarna afgetuigd door een bende soldaten en voor dood achtergelaten werd beweerd dat hij stierf door het inademen van traangas. Soldaten gooiden een traangasgranaat naar een Palestijns koppel toen die zich met een baby in de armen in veiligheid probeerden te brengen na een militaire invasie van hun dorp.

In het begin van de jaren 2000, toen de sociale media nog in hun kinderschoenen stonden deden de Israëlis het gefilmde bewijs van beestachtig optraden van de soldaten meestal af als “fake.” “Pallywood,” zo werd het genoemd: een samentrekking van Palestijns en Hollywood. In werkelijkheid waren het niet de Palestijnen maar de Israëlische militairen die er behoefte aan hadden om de werkelijkheid in hun voordeel te verfraaien. Recent moesten Israëlische ambtenaren toegeven dat het leger een groep Palestijnse verslaggevers had opgesloten en afgetroefd als onderdeel van het officiële beleid om journalisten te beletten verslag uit te brengen over misbruiken door soldaten.

Mer Khamis diende in Jenin in het Israëlische leger, later probeerde hij via het theater Joden en Palestijnen bij elkaar te brengen. Hij werd – wellicht daarom – in 2011 in Jenin vermoord.

Israël heeft een lange traditie van geschiedenisvervalsing. De jonge Juliano Mer-Khamis, die later één van de populairste Israëlische acteurs werd, kreeg in de jaren 70 de opdracht met een zak wapens deel te nemen aan de militaire operaties in het vluchtelingenkamp van Jenin op de Westelijke Jordaanoever. Als Palestijnse vrouwen en kinderen omkwamen liet hij bij het lichaam een wapen achter. In één bepaald incident vuurden soldaten “spelenderwijs” van op de schouder een raket naar een ezel bereden door een 12-jarig meisje. Mer-Khanis kreeg de opdracht explosieven aan te brengen op de resten.

Dat was vóór de Palestijnen in de late jaren 80 voor de eerste keer massaal in opstand kwamen tegen de bezetting. De toenmalige minister van defensie Yitzhak Rabin – die later door Hollywood werd herschapen in een vredesapostel – riep de troepen op de Palestijnen “de botten te breken” om hun bevrijdingsstrijd een halt toe te roepen. Deze wanhopige en soms zelfvernietigende pogingen van de Israëlis om hun imago op te fleuren leidden hen er onlangs toe om de 15-jarige Mohammed Tamimi in een nachtelijke raid van zijn bed te lichten. Toen ze zijn dorp Nabi Saleh in december vorig jaar binnenvielen schoten soldaten Mohammed in het gezicht. Artsen konden zijn leven redden maar hij moet voortaan voort met een misvormd hoofd en zonder een deel van de schedel. Het tragische lot van Mohammed kwam in de media als nevenbedrijf bij een groter drama. Kort nadat hij was beschoten was op een video te zien hoe zijn nicht, de 16-jarige Ahed Tamimi een soldaat in het gezicht sloeg toen die haar huis binnenkwam. Ahed zit nu in afwachting van haar proces in de gevangenis maar ze was daarvóór al een ikoon van het Palestijnse verzet. Nu is ze ook het symbool geworden van de manier waarop Israël kinderen tot slachtoffers maakt. En dus zetten de Israëlis zich aan het werk om het verhaal een andere draai te geven en Ahed als terrorist en provocateur voor te stellen. Een regeringslid, minister Michael Oren, bleek zelfs een geheim comité te hebben opgezet in een poging om te bewijzen dat Ahed en haar familie in werkelijkheid geen Palestijnen zijn maar acteurs die betaald werden om “Israël er slecht te laten uitkomen.” De Pallywoodmythe op steroïden.

Mohammed Tamimi. Gevallen met de fiets?

Kort daarop kregen de gebeurtenissen nog een andere wending toen Mohammed samen met andere familieleden werd opgepakt, ook al is hij nog zwaar ziek. Hij werd in een cel gegooid waar hij werd ondervraagd zonder bijstand van een advocaat of familielid. Al spoedig kon Israël met een ondertekende bekentenis zwaaien waarin Mohammed verklaarde dat zijn verwondingen niet op het conto van Israël moeten worden geschreven, maar het gevolg zijn van een fietsongeluk. Yoav Mordechai, de hoogste chef in bezet gebied bazuinde het uit als een bewijs van een “Palestijnse cultuur van leugens en opruiïng.” Niet te verbazen dat de Israëlische media er als de kippen bij waren om te laten weten dat Mohammeds verwondingen “fake news” waren.

Ahed Tamimi in een Israëlische militaire rechtbank.

Nu Ahed geen excuus meer heeft voor haar mep in het gezicht van een Israëlische soldaat kan ze door de miliataire rechters achter slot en grendel worden gegooid. Vervelend alleen dat getuigen, telefoonopnames en ziekenhuisdocumenten met inbegrip van hersenscans allemaal aantonen dat Mohammed werd neergeschoten. Dat alles is gewoon een zoveelste aflevering van de Israëliwoodproducties die automatisch alle schuld bij de Palestijnen leggen. Honderden kinderen in de productielijn van de Israëlische gevangenisindustrie moeten elk jaar bekentenissen ondertekenen of strafvermindering pleiten om kortere gevangenisstraffen te krijgen van rechtbanken die in 100% van de gevallen veroordelingen uitspreken. Het is meer Kafka dan Hollywood.

Een ander hallucinant legersprookje werd een paar weken geleden door de waarheid achterhaald. Op bewakingscamera’s was te zien hoe de 35-jarige Yasin Saradih bij een invasie van Jericho van dichtbij werd beschoten en hoe hij vervolgens toen hij gewond op de grond lag onbarmhartig door de soldaten werd afgetroefd en tenslotte werd achtergelaten tot hij ter plaatse doodbloedde.

Yasin Saradih: doodgeslagen en achtergelaten.

Het verhaal is niet uniek. Amnesty International noteerde vorige maand in een rapport dat tientallen Palestijnen die in 2017 werden gedood het slachtoffer lijken te zijn van executies zonder proces.

Vóór de publicatie van de filmbeelden waarop te zien is hoe Saradih aan zijn einde kwam bracht het leger een aantal valse verklaringen naar buiten, onder andere dat hij gestorven was door traangas in te ademen, dat hij eerste hulp had gekregen en dat hij gewapend was met een mes. In de video is niets daarvan te zien. In de afgelopen twee jaar zijn tientallen Palestijnen, ook vrouwen en kinderen, in gelijkaardige omstandigheden doodgeschoten. Het leger verklaart daarbij onveranderlijk dat ze gedood werden omdat ze soldaten aanvielen met een mes – Israël noemt deze periode van onrust zelfs de “mes-intifada.” Gaan de soldaten op pad met een zak messen zoals Mer-Khamis een paar decennia geleden?

Een halve eeuw bezetting heeft niet enkel een generatie van Israëlische tiener-soldaten gecorrumpeerd die hun gang mogen gaan en meester mogen spelen over de Palestijnen. Ze heeft ook een industrie van leugens en zelfbedrog nodig gemaakt om ervoor te zorgen dat het geweten van de Israëlis geen moment wordt verstoord door de twijfel en de gedachte dat hun leger misschien toch niet zo moreel hoogstaand is.

Vertaling door Johan Depoortere

Dit artikel verscheen eerder in The National van 4 maart 2018 en in Counterpunch

March 15, 2018 at 6:03 pm 3 comments


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,566 other followers