Posts tagged ‘Zesdaagse Oorlog’

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

DE NIEUWE GESCHIEDENIS VAN DE ARABIEREN

|INHOUD
|————
|1. Recensie ‘De Arabische Revolutie’, nieuw boek van Jef Lambrecht (1)
|2. Fragmenten uit het boek
|3. Naschrift over de ‘Palestijnse revolutie’

door Jef Coeck

De titel boven dit stuk is een referentie aan een der boeiendste geschriften uit het begin van onze tijdrekening. Flavius Josephus (37-ca.100) was een joodse studax die de Romeinse bezetting van zijn land aangreep om naar het New York van die tijd te emigreren en er zich op te laden aan het beste intellectueel en artistiek patrimonium dat toen beschikbaar was.

Flavius Josephus

Hij bracht zijn Romeinse dagen niet in ledigheid door, deze Joseph. Ruimschoots gebruik makend van de reismogelijkheden, frequenteerde hij ‘welingelichte kringen’ naast nederige bronnen en getuigen. Schrijven kon hij ook. Zijn teksten houden het midden tussen wat wij nu bestempelen als journalistiek, literatuur en historiografie. Hij was ooggetuige van gebeurtenissen die door andere – meer ‘ernstig’ geheten auteurs – met fantasie en de nodige dosis Hineininterpretierung te boek zijn gesteld, met andere objectieven dan het achterhalen van de ware toedracht.

We denken bv. aan de verhalen van het christelijk Nieuwe Testament, die door ‘evangelist’ genoemde auteurs zowat een eeuw na de feiten voor het eerst werden opgeschreven – en nadien talloze keren ‘herwerkt’. Flavius Josephus heeft dat tijdsgewricht zelf nog in Palestina beleefd. Hij was geen christen of anti-christen en had er dus geen belang bij deze feiten te misvormen in religieus/ideologische zin.

Zijn faam als schrijver was in Rome zo groot, dat hij door de autoriteiten verzocht werd ‘De Oude Geschiedenis van de Joden’ – wat wij het Oude Testament noemen – nu eens verstaanbaar op te schrijven (2). Want aan die verhalen van bloed, wraak en melo konden ze in de multiculturele hoofdstad van de wereld kop noch staart krijgen. Zelfs zij niet.

Josephus kweet zich van zijn taak en eindigde dus met een welhaast ‘gazettair’ verslag van zijn eigen tijd over grote en kleine gebeurtenissen, in Main Street zowel als Wall Street, in de Dorpstraat en de Wetstraat.

In bepaalde opzichten (en elke vergelijking loopt gelukkig mank) is Jef Lambrecht de hedendaagse Flavius Josephus, maar dan inzake Arabieren ipv joden. Lambrecht heeft een drietal boeken op zijn naam over de Arabische geschiedenis in het licht van hedendaagse gebeurtenissen: 9/11, Irak, het moslimterrorisme. Hij is een van de weinige Belgische auteurs – naast Lucas Catherine – die écht geïnteresseerd is in de nu zowat 300 miljoen Arabieren ter wereld, verspreid over het Nabije en het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De Arabische diaspora laten we even buiten beschouwing.

(R)EVOLUTIE?

Lambrecht Josephus

Lambrechts nieuwe boek noemt hij zelf  een ‘voorzichtige poging tot een eerste geschiedschrijving, in de hoop dat ze voor de lezer een documentatiebron mag zijn en een bron van inzicht’. Over de titel, of term tout court, Arabische Revolutie is hij formeel: ‘De gebeurtenissen in het ene Arabische land beïnvloedden die in een ander. Daardoor was het een waarachtig Arabische revolutie, een die zich voltrok in een homogeen taalgebied geteisterd door dezelfde koloniale erfenissen en problemen van willekeur en machtswellust.’

Goed, dat verklaart het ‘Arabisch’ karakter. Geografisch komen ze wel allemaal aan bod, in volgorde van kalendergebeuren en/of belangrijkheid: Tunesië, Egypte, Algerije, Libië, Syrië, Jemen, Marokko, Oman, en ik vergeet er wellicht een paar. Niet-Arabische maar toch belangrijke regionale spelers: Turkije, Iran, krijgen eveneens aandacht.

De onderliggende vraag, of al deze min of meer simultane en in elk geval ingrijpende gebeurtenissen ook een Revolutie (met hoofdletter) kunnen heten, wordt helaas maar onvermijdelijk niet afdoende beantwoord. Lambrecht focust op de overeenkomsten. Dat mag, maar de verschillen zijn wellicht even groot, zoniet groter. Daarbij komt dat een aanvaardbare, laat staan aanvaarde definitie van wat een ‘revolutie’ is, door de auteur niet wordt meegeleverd.  Om van een geslaagde revolutie – dus Revolutie tout court – te kunnen spreken is volgens mij minstens een fundamentele regimewissel vereist.  Lambrecht toont nu op overtuigende wijze aan dat dat in geen enkel van deze landen (voorlopig) het geval is. We kunnen de titel van zijn boek (met hoofdletters) dan ook alleen maar ironisch interpreteren.

Daarom niet getreurd. Hier wordt in krap 300 pagina’s een even bewogen als verbrokkeld jaar vertaald, samengevat, geduid, aan de hand van – laten we gissen – kranten en weekbladen, tv- en radioverslaggeving, persoonlijke contacten en belevenissen, voorkennis, niet-openbre bronnen, burgerjournalistieke ingrijpens, ‘sociale’ netwerken, satellietverbindingen, van al-Jazeera tot en met Fox-News via het VRT-Journaal. Het voordeel van dit boek is dat de concrete bronnen per gebeuren niet of nauwelijks traceerbaar zijn. Dat is meteen ook een nadeel – in het licht van een latere langetermijn geschiedschrijving. In elk geval kunnen we leren hoe kort ons geheugen wel is en/of hoe slecht onze waarneming – ondanks de overvloedige verslagen en duiding van het afgelopen jaar.

Documentair wordt het belang van het boek aanzienlijk verminderd door het ontbreken van een register. Toch nuttig is de Tijdslijn per land (niet grafisch), die aan het eind wordt weergegeven. Merkwaardig genoeg komt ‘Palestina’ in de lijst niet voor – in het boek zijn er wel enkele paragrafen aan gewijd. Maar laten we de auteur zelf aan het woord, over diverse reacties in de wereld op deze Arabische Revolutie.
|———–

DE ANGST VAN JASMIJN

door Jef Lambrecht

“Het Europese antwoord op de revolutie was eerst aarzelend en daarna gekenmerkt door hoop, overmoed, emotie, blunders, gemiste kansen, verregaande onwetendheid, populariteitsscores en angst voor de fundamentalisten. Er was geen gebrek aan ronkende verklaringen en die kwamen er ook uit het Witte Huis. Maar de praktische antwoorden kwamen uit de oude doos. Ze bleven als in het verleden verdacht van eigenbelang en getuigden niet van een nuchter inzicht in de natuur en de dynamiek van de omwenteling. Alleen de VS waren vernieuwend en verkozen het internet boven bombardementen, wapenleveranties en ijdele beloftes.

“Het blok van de BRICS-landen, de nieuwe economische groeipolen, onder aanvoering van China, Rusland en India, was aanvankelijk even verrast als het Westen door de omwentelingen, maar na enige aarzeling bepaalde de argwaan tegenover het Westers ‘expansionisme’ de koers en koos het blok uit zelfbehoud tegen interventie. (..)

“Turkije dat als niet-Arabisch land gespaard bleef van de omwentelingsgolf, bouwde zijn sterke positie in de regio verder uit. (..) Tot de grote paradoxen behoorde dat Qatar even weinig voelde voor omwentelingen als de andere rijke vorstendommen aan de Golf maar ze voluit steunde elders. Het bleef niet bij woorden. Het machtige zwaard van de emir van Qatar was al-Jazeera. Zijn medium en dus hijzelf trok in de oorlog met de potentaten systematisch aan het langste eind. Daarom weerde Syrië, na de val van Moebarak, de zender uit Qatar, samen met de andere internationale persbedrijven. Maar het kwaad was intussen geschied en al-Jazeera had ook in syrië het zaad van de opstand gezaaid. (..)

“De jasmijnrevolutie in Tunesië en die in Egypte waren vreedzaam en van het volk. Daarin verschilden ze van de tweede golf in Libië, Jemen, Bahrein en Syrië, waar het beeld veel troebeler was en de inmenging flagrant. De buitenlandse bemoeienis beroofde het volk van zijn revolutie. Het geweld dat door de heersers werd aangewend was meer verbeten en duwde de betrokken landen naar burgeroorlogen, behalve in Bahrein waar het protest met stilzwijgende instemming in de kiem werd gesmoord. Alle mogelijke belanghebbenden trokken lessen zodra ze waren bekomen van de totale verrassing van die eerste wilde weken waarin de koppen rolden in Tunesië en Egypte. Buitenlandse mogendheden wierpen zich op als de verdedigers van de volkswil of van belaagde leiders. Grootmachten als China en Rusland zetten zich schrap tegen een besmetting door het revolutionaire virus en remden de verspreiding ervan af.

“Het uitblijven van een onmiddellijke verbetering in de situatie van de armsten in Egypte en Tunesië was een zwaard van Damocles en kon, samen met de buitenlandse interventies, een domper zetten op de omwentelingswil in de rest van de Arabische wereld. Israël was tijdens de revoluties geen thema, al had het de politiek van de regio decennialang beheerst, maar dat kon snel veranderen.” (jl)

—————–

NASCHRIFT JC: De Palestijnse Revolutie
|———————–|——————————-|

De echte Arabische revolutie is natuurlijk al zo’n halve eeuw oud en heeft nog steeds haar beslag niet gekregen. Die revolutie begon toen er een eerste generatie Palestijnse jongeren was ontstaan die buiten hun land of in het bezette deel ervan waren geboren. Zij leefden in kampen of vervallen wijken, hadden geen werk en geen vooruitzicht op een betere toekomst. Het enige waar ze konden naar streven was een terugkeer naar het land dat ze nog steeds als het hunne beschouwden: Palestina van voor 1948, ontstaansdatum van de staat Israël.

Sedertdien verbleven de meeste Palestijnen als vluchtelingen en/of landlozen in modderige tentenkampen in Jordanë, Syrië, Libanon, of in de verwaarloosde wijken van Arabische steden op de Westelijke (Israëlische) Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Wat ze kenden, buiten hun ellende, waren de verhalen van hun ouders en familieleden over hoe goed het was in dat oude Palestina.

Na de Zesdaagse oorlog van 1967, die eindigde op een Arabische nederlaag, gingen nog eens grote stukken land van Syrië, Jordanië en Egypte als oorlogsbuit naar Israël.  Een Palestijnse terugkeer lag minder dan ooit in het verschiet. De jonge ‘tentgeneratie’ begon zich te organiseren voor een met de wapens bedongen terugkeer naar het moederland. Aan wapens komen was niet moeilijk, in een regio waar je vanouds bij elke stap struikelt over de meest diverse ‘handelaren des doods’.

Toen ik in 1968 voor het eerst de Arabische buurlanden van Israël bereisde, in opdracht van de BRT-radio, bestond er al een tiental kleine en grotere groepen van ‘fedayeen’ – zo noemden ze zichzelf naar een term die in het Arabisch ‘verlossing door zelfopoffering’ betekent. Voor de duidelijkheid: het had toen niets vandoen met de begrippen ‘jihad’ of ‘zelfmoordaanslag’. De algemene politieke strekking was links tot extreem-links en seculier. Islam of religieus fundamentalisme speelde vrijwel geen enkele rol, behalve bij enkele groepjes die aanleunden bij de Moslimbroeders of soortgelijke verenigingen.

Logo El Fatah

Al Fatah was lange tijd de grootste en bekendste groep, maar ook Al Saïqa, PFLP, PDFLP, El Ansar, en andere Volksfronten deden van zich horen met aanslagen, kapingen en guerilla-acties. De tegenstanders noemden ze terroristen, voorstanders verkozen de term Bevrijdingsbeweging. Allen hadden ze hun eigen bondgenoten in het buitenland, annex geldschieters en wapenleveranciers. (3)

Omdat de Arabische broederlanden veelal uit eigenbelang het Palestijns probleem onder de mat schoven, namen de Palestijnen dus het eigen lot in eigen hand. Trainingskampen ontstonden, eerst gecamoufleerd binnen de grote vluchtelingenkampen, later als aparte entiteiten in moeilijk toegankelijke gebieden. Het was Aboe Ammar, beter bekend als Yasser Arafat, die de versplinterde groepjes (bijna) allemaal wist samen te brengen in de door hem opgerichte koepelorganisatie PLO, Palestijnse Bevrijdingsorganisatie.

Yasser Arafat aka Abu Ammar

De doelwitten van de Fedayeen waren aanvankelijk alleen militair, binnen bezet Israël. Dat was lastig en vergde vaak meer slachtoffers onder de aanvallers dan onder de geviseerde militaire entiteit. Al snel werd het accent verlegd naar spectaculaire acties buiten Palestina, die konden rekenen op een grote publiciteit in de wereldpers. Toppunt van dit soort acties was de simultane kaping van vier internationale lijnvliegtuigen door het Democratisch Volksfront van George Habbash. De toestellen werden veilig neergezet in de Jordaanse woestijn, de passagiers keurig opgevangen, waarna blinkende vogels-der-vooruitgang met een lading explosieven weer de lucht ingingen.

Dat was 1970 en reken maar dat de aandacht van de wereldpers voor de fedayeen met de week groeide. Dat was niet naar de zin van de wereldleiders, evenmin als van de Arabische machthebbers. De Jordaanse koning Hoessein verdreef de Palestijnse tentenkampbewoners uit zijn land, door ze vanaf de heuvels te beschieten met artillerie. Dat werd nadien de Zwarte September genoemd. De Palestijnen waren in hun militaire en terugkeerambities goed geknakt. Het restant van de leiding, onder wie Arafat, verplaatste zijn geo-strategisch zwaartepunt naar Libanon. Dat het daar binnen de kortste keren weer fout zou gaan, stond in de sterren geschreven.

Om kort te gaan: de oude leiding van de Palestijnen werd op diverse manieren geliquideerd. Israël, de VS, de Libanese rechtse falangisten en wie zal ooit zeggen wie verder nog allemaal, zorgden dat het Palestijns verzet ontmanteld werd. De reden waarom Arabische machthebbers zo enthousiast meewerkten aan dit opzet, was puur eigenbelang.

Leila Khaled, de bekendste Palestijnse vliegtuigkaper ooit

Door hun gedurfde optreden, door hun scholing, met hun discussietechnieken, en met de overtuigingskracht van het ‘goede voorbeeld’ (verlossing door opoffering), waren de Fedayeen voor niet weinig leden van de Arabische intelligentsia niet minder dan een revolutionaire voorhoede gaan vormen in Egypte, Libanon, Jordanië, Syrië, aan de Golf en in andere landen tot in Noord-Afrika toe. Menigmaal toonden gesprekspartners in die tijd, nadat ik hun vertrouwen gewonnen had, pro-Palestijnse documenten uit hun lade en Fatah – of PLO- ‘pins’ aan de onderkant van de jaskraag, om hun sympathie met de Palestijnse Revolutie te betuigen.

Er was een Arabische Revolutie in wording. Ze was seculier en links, op gang gebracht door de Palestijnen, geïnspireerd door Guevara en de Vietnamoorlog, door mei ’68, door het (Euro-)communisme. Maar vooral natuurlijk door het voortdurend neo-kolonialisme in hun eigen landen, de uitbuiting, de groeiende kloof tussen arm en rijk, de met elke liter olie groeiende corruptie, de brutaliteit van de politieke en politie-repressie, het gebrek aan vrijheid.

Het zijn de kinderen en kleinkinderen van die eerste Arabische Revolutie, denk ik, die nu op het Tahrirplein en andere symbolische plaatsen hun ongenoegen uiten. Want veel ten goede is er niet veranderd. Niet voor de Palestijnen, een ‘aparte’ mensensoort, maar evenmin voor de gewone Arabieren die wel participeren in de globaliserinsgolf. Maar aan een echte Revolutie zijn ze, naar mag worden gevreesd, nog niet toe. (jc)

————–

(1) Jef Lambrecht, De Arabische Revolutie, Van het offer van Bouazizi tot de val van Kadhafi, Leuven, Van Halewyck, 2011, 302 pag., 18,5 euro

(2) Flavius Josephus, De Oude Geschiedenis van de Joden, 3 vol., Baarn/Antwerpen, Ambo/Kritak, 1997-98. En ook : Flavius Josephus, De Joodse Oorlog & Uit mijn leven, Baarn, 1992

(3) Men leze (alleen nog antiquarisch te verkrijgen) Harry van Mierlo & Krikor Guvlekjian, De Palestijnen, Bussum, De Haan uitg., 1972

Ergens Libië, ergens afgelopen jaar

January 16, 2012 at 12:49 pm Leave a comment


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers