Posts tagged ‘zionisme’

HET ANDERE NEGATIONISME

In De Standaard van vandaag 28 januari meent de heer Hans Knoop mij van antisemitisme te moeten beschuldigen. Knoop reageert daarmee op mijn opiniebijdrage in dezelfde krant van 21 januari. Dat deze Pavlovreractie van de heer Knoop niet kon uitblijven had ik verwacht, maar daarom wil ik ze nog niet onbeantwoord laten.

Hier volgt mijn antwoord aan Hans Knoop, dat De Standaard helaas niet publiceert:

Dezer dagen wordt de bevrijding herdacht van het nazi-concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz. Ondanks de overweldigende hoeveelheid materiële bewijzen en getuigenissen over de massamoord op de Joden en andere “ongewensten” die daar door de nazi’s werd bedreven blijft een franje van pseudo-historici en extreemrechtse ideologen de historische werkelijkheid ontkennen. Het negationisme is een taai verschijnsel, net als het geloof in ufo’s of de overtuiging dat de aarde plat is en Elvis leeft.

Hans Knoop, de onvermoeibare propagandist van de zionistische ideologie en de staat Israël is de vertegenwoordiger bij uitstek van een ander negationisme: dat namelijk dat de historische werkelijkheid van de vernietiging van Palestina ontkent of verzwijgt. De oprichting van de zionistische staat in een land waar de overgrote meerderheid niet-Joods en antizionistisch was kon alleen gebeuren dankzij militair geweld en een grootscheepse etnische zuivering. Dat is wat de Palestijnen de “Nakba” noemen, en wat Joodse – ook zionistische – historici bevestigen: de tragedie van de oorspronkelijke bewoners van het land die verdreven moesten worden om plaats te maken voor, overwegend Europese, Joodse settler-kolonialisten.

Geen woord daarover in de repliek van Knoop op mijn opiniebijdrage die in De Standaard verscheen onder de titel: “Hoe zionisten de holocaust ‘ontdekten.” Knoop neemt aanstoot aan dat “ontdekken,” maar merkt blijkbaar niet dat het woord tussen aanhalingstekens staat en dat het – zoals blijkt uit het artikel – slaat op de Israëlische propaganda die inderdaad pas vanaf begin jaren zestig volop de holocaustkaart trekt. Dat is geen loze bewering of “antisemitisme” zoals Knoop beweert, maar een vaststelling die door gereputeerde historici wordt bevestigd. In “The holocaust in American Life” beschrijft de Amerikaanse historicus Peter Novick hoe het onder Amerikaanse Joden in de jaren na de tweede Wereldoorlog “something of an embarassment” was om te herinneren aan de massamoord op de Joden in nazi-Duitsland. Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

Dichter bij huis schreef de eminente kenner van de Jodenvervolging Gie van den Berghe al in 1990 “De uitbuiting van de Holocaust:” een gedetailleerde weerlegging van het negationisme met daaraan gekoppeld de analyse hoe verschillende Israëlische regeringen de Jodenuitroeiing hebben gebruikt om hun politiek in het Midden-Oosten te rechtvaardigen. Gie van den Berghe kreeg voor zijn werk verschillende prijzen, onder andere de Arkprijs van het Vrije woord, maar het kostte hem de eeuwige vijandschap van de zionistische lobby en het onvermijdelijke etiket van “antisemitisme.” De feiten in zijn boek werden nooit weerlegd en de Israëlische premier Netanyahu deed eerder deze week zijn best om van den Berghe gelijk te geven door de herdenking van de holocaust in Jeruzalem te gebruiken om zijn oorlogspolitiek tegen Iran te verkopen aan de aanwezige buitenlandse regeringsleiders.

De Joodse filosofe Hannah Arendt was één van de eersten die het misbruik van de holocaust voor propagandadoeleinden aan de kaak stelde. In haar beroemde – en voor sommigen beruchte – “Eichmann in Jeruzalem,” haar verslag van het Eichmannproces in 1961, laat Arendt zien hoe Ben Goerion, de eerste Israëlische premier, het proces als het gedroomde vehikel zag om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël het enige middel is om een nieuwe holocaust te voorkomen. Arendt schrikt er in haar boek niet voor terug een parallel te trekken tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken.” Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt. Het is duidelijk: volgens de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Association en volgens Hans Knoop was Hannah Arendt een doortrapte antisemiet.

Johan Depoortere
28 januari 2020

January 28, 2020 at 3:53 pm 1 comment

HOLOCAUST EN PROPAGANDA

Door Johan Depoortere

De doden spreken niet. De miljoenen Joden die door de nazi’s werden vermoord protesteren dus ook niet als ze worden gebruikt om een ander onrecht goed te praten: het settlerkolonialisme dat een heel volk van zijn huis en grond heeft verdreven en een regime dat discriminatie en Apartheid in wet heeft gebeiteld. Dat is nochtans wat N-va politicus André Gantman doet in zijn recent interview in De standaard als hij  het tragische lot van zijn familie en van alle Joden inroept om antizionisme gelijk te stellen met antisemitisme, Jodenhaat. Dat betekent dat de zes miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven en die het zionisme verwerpen gebrandmerkt worden als Jodenhaters. Dat betekent dat een volk dat part noch deel had aan de uitmoording van de Europese Joden door de nazi’s lijdzaam de prijs moet betalen voor die misdaad of van antisemitisme beschuldigd worden. De Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet, haten het zionisme niet omdat ze de Joden haten maar omdat het in naam van die ideologie is dat ze van hun huis en grond werden verdreven, als vluchtelingen en staatlozen of als tweederangsburgers in eigen land moeten leven. Het zionisme heeft hun dorpen vernietigd (en gaat daar tot vandaag mee door), heeft hen beroofd, niet alleen van hun materiële bezittingen maar ook van hun identiteit, hun geschiedenis en hun taal, het Arabisch dat van officiële taal gedegradeerd werd tot “taal met een speciale status”. Hun zelfbeschikkingsrecht is hun bij wet ontnomen.

Resten van Ikrit, één van de meer dan 600 Palestijnse dorpen die Israël sinds 1948 heeft vernield en van de kaart geveegd.

Dat de vermoorde Joden voor de kar worden gespannen van een ideologie waar ze in grote mate tegenstanders van waren is een gotspe en een ongehoorde belediging aan het adres van de slachtoffers van de massamoord. Tot aan de opkomst van de nazi’s en de uitroeiing van de Europese Joden was het zionisme de ideologie van een minderheid onder hen.  (Joden in de Arabische wereld kwamen er helemaal niet aan te pas.) De felle kritiek op het zionisme kwam tot aan de eerste wereldoorlog meer uit de hoek van Joden dan van niet-Joden. De beweging die Theodor Herzl in 1897 had opgericht kreeg zware tegenwind niet alleen van de liberale Joodse bovenlaag in de westerse landen, maar ook van religieuze hervormers en orthodoxe en ultra-orthodoxe Joden. De seculiere Joden, in tsarisctisch Rusland ter linkerzijde in grote meerderheid verenigd in de Bund, en later de communisten waren felle tegenstanders van het zionisme dat ze als een reactionaire, kleinburgerlijke en utopische beweging bestreden. Zij verweten de zionisten onder andere dat ze het antisemitisme in Europa in de hand werkten. Niet ten onrechte. Herzl zelf schreef in zijn dagboek: “De antisemieten zullen onze meest betrouwbare vrienden zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de Joden.

Norman Finkelstein

De Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein heeft net als André Gantman het drama van de Jodenmoord in eigen familie meegemaakt. Zijn beide ouders overleefden weliswaar de vernietigingskampen Auschwitz en Majdanek, alle andere familieleden werden door de nazi’s vermoord. Maar Finkelstein trekt heel andere conclusies uit de tragische geschiedenis van de twintigste eeuw. In zijn boeken, conferenties en journalistiek werk hekelt hij de misdaden van Israël, de voortdurende schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht, de onderdrukking van de Palestijnen en de bij wet vastgelegde Apartheid. Hij noemt de behandeling van de bevolking van de Gazastrook door Israël “één van de meest afschuwelijke en aanhoudende campagnes van collectieve straffen in de moderne geschiedenis.” Maar het is vooral zijn aanklacht over het misbruik van de Holocaust door Israël die hem tot bête noire van de zionisten en tot persona non grata in dat land heeft gemaakt.

Dat de “Holocaust” nu zo een centrale plaats inneemt in de apologie en de propaganda van de zionistische staat is relatief nieuw. De populariteit van het woord hebben we te danken aan de gelijknamige Amerikaanse TV-serie uit 1978 met Meryl Streep  die in aanzienlijke mate heeft bijgedragen tot de beeldvorming over wat in de Joodse traditie de “Shoah” wordt genoemd.

De miniserie Holocaust kwam in verschillende talen op het scherm. Ze bepaalde de beeldvorming in de westerse wereld over de massamoord op de Joden in Europa.

In de eerste jaren na de oorlog was de massamoord op de Europese Joden een taboe in Israël. In zijn boek “The Seventh Million” beschrijft de Israëlische historicus Tom Segev hoe de overlevers van de judeocide na de oorlog allesbehalve welkom waren in Israël. Ben Goerion, de vader des vaderlands, noemde ze “slechte mensen:” als ze de genocide overleefd hadden dan moesten het ofwel collaborateurs zijn of profiteurs die hun hachje hadden gered ten koste van anderen. Een erger verwijt was dat ze zich niet verzet hadden: ze moesten zwakkelingen zijn die zich als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden. En dat in tegenstelling tot de pioniers van de staat Israël die de “nieuwe Joodse mens” zouden creëren die sterk is en zich niet langer laat onderdrukken. Er was een ruim verspreid scheldwoord dat voor de overlevers van de kampen werd gebruikt, zegt Segev in een BBC-interview. Dat woord was “zeep.”

Ook de invloedrijke Amerikaanse Joden wilden in de jaren na de oorlog niet aan de massamoord in Duitsland herinnerd worden. In het boek “The Holocaust in American Life” beschrijft de historicus Peter Novick hoe ook hier de Koude Oorlog de geesten beheerste. Spreken over de pogingen van Hitler om de Joden uit te roeien zou in de kaart van de communisten spelen in hun strijd tegen de herbewapening van Duitsland. Herinneren aan de Holocaust was – zo schrijft Novick “something of an embarrassment.” Toen in de late jaren 40 plannen werden gemaakt voor een Holocaustmonument in New York kwam er eensgezind verzet van invloedrijke Joodse organisaties als The American Jewish Committee, The anti-Defamation League en andere officiële Joodse stemmen. Ze waren het er allemaal over eens: “zo een memoriaal zou een eeuwig herdenkingsmonument betekenen voor de zwakheid en de weerloosheid van het Joodse volk.”

De verandering kwam in het begin van de jaren zestig toen Eichmann in Argentinië werd ontdekt en naar Israël werd ontvoerd. Het Eichmanproces confronteerde de Joods-Israëlische gemeenschap met een geschiedenis die ze het liefst van al wou vergeten. Maar voor Ben Gurion was het de gedroomde gelegenheid om de wereld ervan te overtuigen dat steun aan Israël onontbeerlijk is om een nieuwe Holocaust te voorkomen. Volgens de Joodse filosofe Hannah Arendt was dat de propagandistische bedoeling van het proces. In haar beroemde – en jawel controversiële – verslag Eichmann in Jerusalem gaat ze in tegen het beeld van Eichmann als “het antisemitische monster waartegen alleen de staat Israël bescherming kan bieden.” Ze noemde hem de verpersoonlijking van de “banaliteit van het kwaad.” En ze ging een stap verder: ze zag een parallel tussen het zionisme en de nazi’s. Een moderne staat mag volgens haar niet worden gevestigd op de Joodse identiteit, omdat daarmee de menselijke pluraliteit wordt ontkend. De genocide op de Joden was volgens haar eveneens een poging tot vernietiging van de menselijke pluraliteit. “Net als de zionisten wilden de nazi’s hun staat vestigen op grond van ras en zij konden daarom in onderlinge samenwerking hun idealen verwezenlijken” (1)

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967, die niet langer werd gezien als een “verdedigingsoorlog” verloor Israël een goed deel van de sympathie die het tot dan vrijwel onverdeeld had genoten van links en rechts in de westerse wereld.  De propagandawaarde van de mythe van “David tegen Goliath” – het kleine Israël tegen zijn machtige Arabische buren – leek uitgewerkt. Vanaf dat moment speelden de Israëlsche propaganda en de verdedigers van het zionisme ongeremd de Holocaustkaart. Ook in ons land – zie Gantman, zie de conflicten over het “Memoriaal en Museum Kazerne Dossin” waar de zionistische lobby het exclusieve recht opeist om de Jodenmoord ten behoeve van de propaganda ideologisch te interpreteren.

  1. Eichmann in Jerusalem. A Report on the Banality of Evil, Londen: Penguin Books 2006 p. 41-42. Arendt vergelijkt ook de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s uit 1935, op grond waarvan huwelijken tussen Duitsers en Joden verboden waren, met de wetgeving in Israël die alleen huwelijken tussen Joden mogelijk maakt (Arendt 2006, p. 7)

Dit is de uitgebreidere versie van een bijdrage die onder licht gewijzigde vorm als opiniestuk in De Standaard van 21 januari 2020 is gepubliceerd.

 

January 21, 2020 at 5:25 pm 3 comments

WAAAROM DE OPENBARE OMROEP HET SONGFESTIVAL MOET BOYCOTTEN

Op 18 mei wordt in Tel Aviv de finale gevierd van het Songfestival, een organisatie van EBU, de koepel van Europese openbare omroepen. Het gebeuren vindt plaats in een stadion in Ramat Aviv, een stadsdeel dat gebouwd is op de ruïnes van het voormalige Palestijnse dorp Sheikh Muwanis. In 1947, nog vóór het uitbreken van de zogenaamde “Israëlische onafhankelijkheidsoorlog” werd het dorp aangevallen door de troepen van de Joodse militie Irgun onder leiding van de latere premier van Israël en Nobelprijslaureaat voor de vrede Menachim Begin. De bijna 2000 inwoners werden verjaagd en hun huizen opgeblazen. Op het op die manier vrijgekomen terrein werd later de universiteit van Tel Aviv gebouwd.

Ikrit, één van de meer dan 600 dorpen die vernietigd werden voor de vestiging van de Joodse staat.

Tussen 1948 en vandaag ondergingen meer dan 600 Palestijnse dorpen hetzelfde lot: één van de meest grootschalige etnische zuiveringen van de 20eeeuw. 800 000 mensen werden van hun huis en goed verdreven om plaats te maken voor een etnisch zuivere Joodse staat. Hun terugkeer of herstelbetalingen worden tot vandaag onmogelijk gemaakt,  een oorlogsmisdaad volgens internationaal recht. Het huidige Israël doet er alles aan om dat gewelddadige ontstaan van de Joodse staat uit het collectieve geheugen te wissen. Populaire cultuur kan daarbij helpen. Een evenement als het Eurovisie Songfestival is voor de Israëlische propaganda een uitgekiend middel om het land voor te stellen als een normaal, democratisch en Europees land.

Dat is de Joodse staat niet. De kerngedachte van het zionisme, de officiële staatsideologie van Israël, is dat internationaal recht, internationale verdragen, universele mensenrechten en zelfs de vonnissen van Israëlische rechtbanken ondergeschikt zijn aan de belangen en de “veiligheid” van één etnisch-religieuze groep, namelijk de Joden. Dat is Apartheid – een variant van de Zuidafrikaanse racistische ideologie. Het is deze ideologie die de Israëlische regering in staat stelt voortdurende oorlogsmisdaden, buitensporig geweld in Gaza, militaire bezetting, het opsluiten van kinderen, het gebruik van verboden wapens en munitie, discriminatie van de niet -Joodse bevolking, het doden van ongewapende betogers onder wie kinderen, hulpverleners, gehandicapten en journalisten te verantwoorden.

Na de zoveelste raketaanval tegen Palestijnse burgers in Gaza

Deze ideologie, die de grondslag uitmaakt van de staat Israël, is vorig jaar nog in verscherpte vorm in een nieuwe wet gegoten: de wet die Israël definieert als de “natiestaat van het Joodse volk.” De huidige premier van Israël, Benjamin Netanyahu, heeft onlangs nog in  niet mis te verstane woorden uitgelegd wat die wet betekent: “Israël is niet het land van zijn bewoners, maar uitsluitend van de Joden.” Hoewel de wet niets nieuws is – alleen de bevestiging van de bestaande ideologie – valt te vrezen dat hij voor de 1,8 miljoen Palestijnen in Israël – 20% van de bevolking – méér repressie, méér discriminatie en méér apartheid zal betekenen. De wet is ook een aansporing voor de meest extreme zionisten, de “settlers” van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, om met nog meer aandrang de annexatie te eisen van bezet gebied. Een eis die meer en meer gehoor vindt bij de extreem-rechtse regering Netanyahu en haar beschermheer in Washington, president Donald Trump.

In deze omstandigheden een propagandashow, vermomd als liedjesfestival, organiseren is een zoveelste provocatie en uitdaging aan het adres van de internationale publieke opinie die zich meer en meer bewust wordt van het ware karakter van de “Joodse staat.” Door deel te nemen aan het festival kiezen de openbare omroepen partij in een conflict dat al meer dan 70 jaar aansleept en ze kiezen voor de partij die zich herhaaldelijk aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van de mensenrechten schuldig maakt. Onlangs nog stelde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat Israël mogelijk oorlogsmisdrijven of misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan door zonder onderscheid ongewapende betogers in Gaza te doden. Daarom hebben de openbare omroepen in Europa de morele plicht hun stem te verheffen tegen de apartheid en tegen het culturele witwassen van discriminatie en oorlogsmisdaden. Wie zwijgt stemt toe.

Johan Depoortere

5 mei 2019

KIJK OP ZATERDAG 18 MEI ONLINE LIVE NAAR GLOBALVISION MET DE PALESTIJNSE RASHA NAHAS IN PLAATS VAN HET EUROVISIESPEKTAKEL:

 

https://guestlist.net/article/94260/why-we-should-watch-globalvision-not-eurovision-on-saturday-18th-may?fbclid=IwAR0U1bmiCkk3bQSWCtHRtmnlFTmE2jYqMOD8YcpfEt8jODj6I7FWvbh8tVQ

 

Een versie van dit artikel verscheennin De Morgen van 7 mei 2019

May 8, 2019 at 9:55 am 1 comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

July 18, 2018 at 11:51 am 2 comments

ISRAEL EN DE PALESTIJNSE ENDLÖSUNG

Door Johan Depoortere

Wie wint de eerste prijs in politiek cynisme: de burgemeester van Antwerpen die Israël feliciteert de dag waarop dat land een massamoord aanricht of de premier van dit land die de Israëlische ambassadeur op het matje roept in het overduidelijke besef dat zijn gebaar evenveel effect zal hebben als dat van de muis die brult tegen de olifant? Pro memorie: die ambassadeur, Simone Frankel, noemde de meer dan honderd dodelijke slachtoffers van de Israëlische scherpschutters en de duizenden gewonden allemaal “terroristen,” inclusief de kinderen, journalisten en hulpverleners. In Terzake “nuanceerde” de ambassadeur haar woorden: “als ze geen terroristen waren dan waren ze gemanipuleerd door Hamas.”

Dat premier Michel protesteerde tegen die verklaringen mag verbazing wekken. Immers de premier en wij allen zouden de ambassadeur dankbaar moeten zijn voor haar openhartigheid. We mogen aannemen dat de woorden van mevrouw Frankel een correcte weergave zijn van het standpunt van haar regering. Zelden gaf een Israëlische diplomaat zo duidelijk inzicht in de strategie en denkwijze van de leiders van de zionistische staat. Terroristen moeten – in die visie – zonder vorm van proces worden gedood. Als kinderen en babies “terroristen” zijn – al dan niet gemanipuleerd – dan moet de hele bevolking van Gaza, de 2 miljoen Palestijnen die daar wonen, onder die noemer vallen en dus in aanmerking komen voor vernietiging. De Israëlische regering geeft zichzelf op die manier een “license to kill” en brengt die meteen ook in de praktijk.

We horen onze beleidsmakers alweer vrome zinnen prevelen die het “buitensporig geweld betreuren.” Minister van Buitenlandse Zaken Reynders verzoekt de Israëlische regering om “in zekere limieten te blijven.” Wat zouden die “limieten” in de ogen van Reynders dan wel zijn: 10 doden, 1 dode? Minister Reynders heeft anderhalve maand nodig gehad om tot het besef te komen dat de “limieten” overschreden zijn. Toen op één dag 14 doden vielen, of 10 was dat volgens Reynders blijkbaar binnen de limiet – althans hij vond het toen niet nodig om te protesteren.

Nee het gaat niet om “buitenproportioneel geweld,” het Israëlische leger maakt zich niet schuldig aan “excessen.” Wat in Gaza gebeurt is de uitvoering van een project, dat al vóór de oprichting van de staat Israël in de leidende zionistische kringen werd bediscussieerd. Met het “Plan Dalet,” door de toenmalige zionistische leider David Ben Goerion goedgekeurd, kreeg het leger de opdracht verschillende strategieën toe te passen om de Palestijnen uit hun land en huizen te verdrijven: “intimidatie op grote schaal, belegering van en bombardementen op bevolkingscentra, het platbranden van huizen en eigendommen, uitdrijving, afbraak en mijnen plaatsen in het puin om terugkeer van de verdreven bewoners te verhinderen.” 1

Benny Morris

Ondanks die maatregelen bleef de zionistische staat tot chagrijn van de opeenvolgende regeringen met een Palestijnse minderheid – nu zo een 20% van de bevolking – zitten. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris was dat de grootste fout van de legendarische Ben Goerion. Morris is geen antizionist, integendeel. Hij heeft de terreur van de zionisten tegen de Palestijnse dorpen en steden in 1948 grondig gedocumenteerd, maar hij betreurt dat Ben Goerion en het leger toen maar half werk hebben geleverd. Morris is één van de toonaangevende intellectuele voorstanders van “transfer” zoals het deporteren van de Palestijnse bevolking en de etnische zuivering nu worden genoemd. 60% van de Israëlis zijn het volgens opiniepeilingen met hem eens.

Nu de Amerikaanse regering van Donald Trump elke schijn van onpartijdigheid in haar “bemiddelingsrol” in het Israëlisch-Palestijns conflict heeft afgelegd en een verbond is aangegaan met het middeleeuwse regime in Saudi-Arabië, de militaire dictatuur in Egypte en Israël is er voor Netanyahu en zijn regering van ultras geen enkele belemmering meer voor de uitvoering van de Endlösung van het Palestijnse vraagstuk. Wat met de etnische zuivering in 1948 begonnen is kan nu zijn voltooiing krijgen. Het werk van Ben Goerion en de stichters van Israël kan nu worden afgemaakt.

In de Israëlische regering, maar ook in het leger en in grote delen van de media is de settlerideologie nu dominant: de extreme invulling van de zionistische leer zoals die beleden wordt in de beweging van de kolonisten. Eén van hen, Betzalel Smotrich, zegt het onverbloemd: de bedoeling moet zijn om de Palestijnen “alle hoop te ontnemen.” Smotrich is geen verdwaalde extremist. Hij is de vice-voorzitter van de Knesset, het Israëlische parlement. In zijn “Onderwerpingsplan” 2krijgen de Palestijnen in Israël drie keuzes. Ze kunnen verdwijnen of in Israël blijven wonen als onderklasse (“resident alien”) omdat er volgens de Joodse wet, aldus Smotrich, “altijd een zekere inferioriteit moet zijn.” Ofwel kunen ze kiezen voor verzet “en dan weten de Israëlische strijdkrachten wat hun te doen staat.” Smotrich grijpt naar een bijbels antecedent om ten overvloede duidelijk te maken wat hij precies bedoelt. Joshua geeft in het gelijknamige boek de inwoners van Canaan dezelfde drie opties. De niet-Joden die niet op de vlucht sloegen moesten een beperkt regime opgelegd krijgen “zodat ze zouden worden misprezen en onderdrukt en het hoofd niet zouden oprichten.” Als ze zich verzetten dan moest “geen levende ziel onder hen overblijven.”

Ook nu krijgen de Palestijnen in de geest van een invloedrijke groep in de Israëlische samenleving de keuze tussen transfer, apartheid of genocide. Smotrich is lang niet de enige die genocide als een aanvaardbare optie voorstelt. Een regeringslid, minister van onderwijs Naftali Bennettvermeldde trots dat hij in zijn leven “veel Arabieren heeft gedood” en dat daar “niets mis mee is.” Een andere Israëlische minister, Gilad Erdan vergeleek de gedode Palestijnen in Gaza met Nazis: “Het aantal doden betekent niets, net als het aantal gedode Nazis in de oorlog…”

Amitai Ben-Abba

Het is een sentiment dat in brede Israëlische kringen wordt gedeeld. Er zijn ongetwijfeld tegenkrachten in de Israëlische maatschappij die zich tegen de ideologie van de genocide verzetten. Maar hun stem wordt gesmoord door de kreten van hen die de Israëlische scherpschutters toejuichen. “Israel is ideologisch klaar voor een Palestijnse Shoah (Holocaust),” schrijft de Israëlische auteur Amitai Ben-Abba, wiens familie in de Holocaust omkwam: “Israëlische menigten vieren de vrijlating van moordenaars zolang de slachtoffers Arabieren zijn. Bij de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem scdandeerde de menigte: ‘verbrand ze , schiet ze neer, doodt ze.” Ben-Abba is er zich van bewust dat de vergelijking met de massamoord door de nazis een pijnlijk taboe is voor joden. Maar als afstammeling van overlevenden van de Holocaust is hij ervan overtuigd dat de vergelijking gemaakt moét worden en dat er gehandeld moet worden om de uitvoering van de genocideplannen te voorkomen.

Voor Israël zijn de beelden van doodbloedende jongeren en kinderen naast die van de champagneslurpende elite in Jeruzalem waar onder de begeleiding van vrome platitudes uitgesproken door notoir anti-semistische Amerikaanse pastors de ambassade werd ingehuldigd een public relations disaster. Israël en het voetvolk van de zionistische propaganda, bij ons Mia Doornaert, Luckas Vander Taelen en andere Michael Freilichs, zoeken daarom wanhopig naar een middel om dat beeld te keren en de schuld bij Hamas te leggen. De groteske bewering dat Israël zijn grenzen verdedigt tegen een dreigende invasie mist elke geloofwaardigheid en wordt door de beelden van stenengooiende jongeren tegenover een tot de tanden gewapend leger tegengesproken. Maar zolang onze regering in koor met die van de meeste westerse landen zich beperkt tot “betreuren” en “veroordelen” zal Israël voortgaan op het pad van de Endlösung.

1Ilan Pappe The Ethnic Cleansing of Palestine, 2006

2Haaretz 16 mei 2017 Why Religious Zionism Is Growing Darker

May 26, 2018 at 4:56 pm 5 comments

DE ZIONISTISCHE PARADOX

Door Johan Depoortere

Voor wie ook maar oppervlakkig de Palestijns-Israëlische kwestie bestudeerd heeft zijn de feiten en de namen bekend: Theodore Herzl, Sykes-Picot, Balfour, verdelingsplan, de oorlogen, het verzet. Toch is het goed en nuttig dat Lucas Catherine en Jef Coeck de geschiedenis van het Zionistische koloniale project weer onder de aandacht brengen. Zie de vorige aflevering van Het Salon van Sisyphus: PALESTINA BESTAAT MAAR NIET ALS STAAT.

Terreuraanslag in Mogadishu

Het conflict dat aan de basis ligt van heel veel wat in het Midden-Oosten en ver daarbuiten fout gaat dreigt namelijk ondergesneeuwd te worden door de actualiteit van terrorisme en oorlog: een ver-van-mijn-bed-show behalve als de bommen in ons eigen postzegelgroot landje ontploffen. Dat in Mogadishu 500 doden vallen in een terreuraanslag veroorzaakt nauwelijks een rimpeling in onze mainstream media. En toch is er ook tussen deze afgrijselijke terreurdaad en het conflict in het Midden Oosten een lijn te trekken. Het Arabische nationalisme als antwoord op de zionistische expansie is grotendeels gemuteerd tot politiek islamfundamentalisme met alle uitwassen vandien. Over de oorzaken daarvan zijn bibliotheken vol te schrijven, maar in dat verhaal nemen de oorlogen in Irak en Afghanistan een centrale plaats in.

De geschiedenis van Israël en het Palestijnse verzet is rijk aan paradoxen. Lord Balfour, die de Joden een land beloofde dat niet van hem was, stond bekend als een anti-semiet net zoals zijn premier Lloyd George. Diens regering geloofde vast in de wijdverspreide mythe dat “het internationale jodendom” de wereld beheerste en door de belofte van een “joodse staat” zouden ze dat internationale jodendom ertoe kunnen bewegen de wereldoorlog te doen kantelen in het voordeel van de geallieerden. (http://foreignpolicy.com/2010/09/08/how-anti-semitism-helped-create-israel-2/). Paradoxaal maar misschien ook niet. Zionisme en antisemitisme zijn immers elkaar spiegelbeeld. Zionisme kan niet zonder antisemitisme, de vijand aan wie het zijn bestaan te danken heeft. Niet voor niets zien hedendaagse zionisten overal ter wereld het antisemitisme heropleven. Premier Netanyahu probeerde na de aanslagen in Parijs Franse joden ervan te overtuigen dat ze slachtoffers zijn van dat “nieuwe antisemitisme” en dat ze dus beter naar Israël kunnen emigreren. Het publiek in de Parijse Grote Synagoge reageerde op Netanyahu’s speech door spontaan de Marseillaise in te zetten.

Bart De Wever met de burgemeester van Haifa. De Wever ondertekende een samenwerkingsakkoord met de zionistische staat.

Nog een paradox: de geestelijke erfgenamen van het vooroorlogse fascisme en antisemitisme zijn nu de fanatiekste verdedigers van Israël. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever reageerde negatief toen zijn voorganger de joodse gemeenschap excuses aanbood voor de rol van zijn stad bij de jodenvervolging onder de Nazibezetting. Maar De Wever ziet er geen graten in om Israël met een officiële delegatie te bezoeken en op die manier zijn steun te betuigen aan het zionistische apartheidsregime. In een interview met Joods Actueel blaast De Wever uitvoerig de loftrompet:“De prestatie die Israël levert om vanuit dat absolute nulpunt dit land in korte tijd te ontwikkelen tot op het huidige niveau (is) ongeëvenaard impressionant.” Daarmee herhaalt hij een klassieke meme van de zionistische propaganda. Over de Palestijnen geen woord laat staan over de oorlogen tegen Gaza, de repressie, de diefstal van water en grond, de moorden zonder vorm van proces, het buldozeren van huizen, het vernietigen van olijfgaarden en de onwettige bezetting van de Westbank.

Pastor John Hagee, leider van de Cornerstone Church

Niet alle joden zijn zionisten en niet alle zionisten zijn joden. Amerikaanse christelijke fundamentalisten behoren tot de fanatiekste verdedigers van Israël. Tijdens een bezoek aan de Cornerstone Church in San Antonio (Texas) kon ik een weekend lang genieten van kitscherig politiek toneel (gebracht door een gezelschap uit Israël), gezang en gebed alles in het teken van Israël. De Cornerstone Church is één van de grootste Amerikaanse mega-televisiekerken. De leider van de kerk, pastor John Hagee is een aanhanger van de “Rapture-”beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken. “Het kan gebeuren op het moment dat ik dit bureau verlaat,” zei pastor Hagee me in een interview. De gelovige christenen zullen dan fysiek ten hemel worden opgenomen. De achterblijvers wacht een ellendig einde. Maar wat dan met de joden? “Die zullen zich op het fatale moment massaal tot het christendom bekeren,” verzekerde Hagee me. Ziedaar hoe christendom en zionisme te verzoenen zijn!

October 23, 2017 at 4:53 pm Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,637 other followers