Posts filed under ‘Israel’

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

juli 18, 2018 at 11:51 am 1 reactie

NIETS DAN DE WAARHEID

Caravaggio, Het offer van Isaak (1603)

Door Gie van den Berghe 

www.serendib.be

Onwaarheden, roddel, nepnieuws – ze zijn van alle tijden. Maar nu worden ze nog sneller verbreid door de a-sociale media, door de vervlakking en commercialisering van ‘het’ nieuws, door de zogenaamde democratisering van kennis. Pastoor, dokter en professor hebben de waarheid niet langer in pacht.

Geen waarheden zonder onwaarheden. De één zijn waarheid is niet zelden de ander zijn onwaarheid. Van kleuren en geuren tot ideologische, religieuze en politieke visies. Maar om waar te zijn, moet iets vatbaar zijn voor weerlegging. Onbetwistbare waarheden zijn valse waarheden. God bijvoorbeeld. Een waarheid die geen tegenspraak duldt, is weinig meer dan een vooroordeel.

Evidente waarheden als de Holocaust mogen dus betwist worden. Wie dat verbiedt, speelt in de kaart van ontkenners en twijfelaars want censuur lijkt aan te geven dat iets het daglicht niet veelt. Bij analyse en weerlegging van negationistische argumenten blijkt trouwens dat sommige aspecten van het stereotiepe Holocaustverhaal voor betwisting vatbaar zijn.

Neem de benaming Holocaust, Grieks voor ‘wat volledig verbrand moet worden’. In het Bijbelboek Genesis stelt God Abraham op de proef. Hij moet zijn geliefde zoon Isaak ten offer brengen. Abraham bereidt zich voor, bewijst godvrezend te zijn en mag daarom een ram in plaats van zijn zoon offeren. God belooft hem rijkelijk te zullen zegenen met een talrijk nageslacht dat al zijn vijanden zal verslaan.

Eind jaren 1970 voerden religieusmystieke joden de Bijbelse slachtofferterm Holocaust in als benaming voor de jodenuitroeiing door de nazi’s. De Binding van Isaak werd een metafoor voor de miljoenen joden die werden geofferd voor de wederopstanding van het joodse volk en Israël. Het offer, dat door sommige exegeten vergeleken wordt met de offerdood van Jezus, is niet tevergeefs geweest. Het onzegbare leed is verwerkt. Israël is het zoenoffer voor de jodenuitroeiing in Europa.

Seculiere joden zagen dit Holocaustbegrip niet zitten. Maxime Steinberg, een Belgisch jood en historicus wiens moeder in Auschwitz werd vermoord, noemde het in 1985 “een belediging van de miljoenen slachtoffers van de genocide, een besmeuring van de herinnering aan mijn moeder”. Zij was immers geen “instemmend slachtoffer van een nieuw liturgisch ritueel waarin de SS de plaats zou ingenomen hebben van de offerpriesters. Ze hebben haar ook niet vermoord om een of ander lot van het joodse volk te rechtvaardigen”. De in deze context “schaamteloze term ‘holocaust'”, vervolgde Maxime, “heeft niets met geschiedenis te maken maar alles met de mythes veroorzaakt door de catastrofe”.

Mede door de Amerikaanse televisieserie Holocaust uit 1978 – een serie die ondanks of dankzij haar soapgehalte nog aan populariteit wint – en de eind vorige eeuw uit de grond rijzende Holocaustmusea, wordt het Holocaust-slachtofferbegrip ondertussen wereldwijd gebruikt, ook door historici.

Alleen maar een kwestie van woorden? We weten toch met zijn allen waarover het gaat?! Gespecialiseerde historici wel, maar het grote publiek kent vooral het stereotiepe Holocaustverhaal. En dat is, zoals veel ingeburgerde verhalen, sterk vereenvoudigd, deels onjuist en onwaar.

Niemand kan alles kennen. Veel van wat we denken te kennen is een oppervlakkige, vereenvoudigde en al te samenhangende versie van de werkelijkheid. U en ik kunnen niet anders dan de beperkte informatie waarover we beschikken beschouwen als alles wat er over een bepaald iets te kennen valt. Met de beschikbare informatie bouwen we een verhaal en als dat goed is, geloven we het, wordt het waarheid.

Kennis is een eiland in een oceaan van onwetendheid.

Vast staat dat meer dan vijf miljoen joden werden vermoord. Maar hoe is het zo ver kunnen komen?Hoe werden mensen als u en ik volkenmoordenaars? Waarom keken we met zijn allen weg? Hoe uniek is de jodenuitroeiing?

Holocaust verwijst naar slachtoffers, niet naar daders. Deze laatsten hadden het over Endlösung der Judenfrage. Eindoplossing – er was dus voordien al sprake van een jodenprobleem. En inderdaad, de diaspora, de verspreiding van joden over de hele wereld, werd in veel landen en kringen als probleem ervaren. De discriminatie, vervolging en verdrijving van deze migranten werd eeuwenlang godsdienstig en antisemitisch gerechtvaardigd.

Gustave Doré  “Le Juif errant” Gekleurde houtsnede in Le Journal pour Rire, Paris, 1852

De eeuwige jood – titel van een antisemitische nazi-propagandafilm uit 1940 – was geen bedenksel van nazi’s maar van katholieken. Het verhaal van de wandelende of dolende jood dateert uit de middeleeuwen. Jezus, zo luidde het, vroeg op weg naar Golgota, gebukt onder het kruis, aan een jood om even op zijn dorpel te mogen rusten. De jood weigerde of bespotte Jezus, waarop die zei: “ik zal rusten, maar gij zult ronddolen over de aarde zonder te kunnen rusten, tot de dag van het laatste oordeel”. Moraal van het verhaal: wie Christus, de christelijke leer verwerpt, moet op geen verlossing rekenen.

Toen het naziregime begin 1933 de macht kreeg, vaardigde het meteen anti-joodse maatregelen uit. Joden moesten door pesterijen, boycots, discriminatie en beroepsverbodenhet land uit gedwongen worden. Maar de rest van de wereld had geen boodschap aan nog meer joden. De VS had al in 1924 beslist dat dergelijke ‘inferieure rassen’ niet langer welkom waren.

Duitsland zat met zijn joden opgescheept. Toch dacht de eerste acht jaar van het nazibewind niemand aan uitroeiing. Die begon pas in de tweede helft van 1941, samen met de inval in de Sovjet-Unie. Eén en ander ging dus heel wat geleidelijker in zijn werk dan het stereotiepe Holocaustverhaal wil.

Niet dat het nazibewind terugschrok voor gewelddaden en massamoord. Lang voor iemand aan jodenuitroeiing dacht, werden talloze mensen van eigen bloed gesteriliseerd en geëuthanaseerd – Ariërs met een mentale of fysieke handicap. Tot het einde van de oorlog werden in totaal 360.000 mensen gesteriliseerd.

Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog begon de zogenaamde euthanasie-actie, de moord op minstens 70.000 mensen met een handicap.De actie lekte uit, een bisschop hield een opgemerkte preek en de operatie werd officieel stopgezet maar ging achter de schermen door.

Tegen de uitroeiing van de joden kwam ook van katholieke zijde nooit protest. Integendeel, na de oorlog hielp het Vaticaan verscheidene topnazi’s ontkomen naar Zuid-Amerika.

Ook wat sterilisatie en uitroeiing van zogenaamd minderwaardige mensen betreft, heeft het naziregime weinig uitgevonden. De gedachte dat fysieke, mentale en morele kenmerken erfelijk zijn en het dus verstandig is de gezondste, sterkste en meest begaafde mensen aan elkaar te koppelen, is van alle tijden. Plato, Aristoteles, Thomas Morus en tal van verlichtingsfilosofen en wetenschappers hebben daarvoor gepleit.

In 1883 bedacht Francis Galton, een vindingrijk wetenschapper en neef van Charles Darwin, de term eugenics : goede genese, goede geboorte. Darwin viel hem bij : de evolutie van de mens is door toedoen van mens en beschaving vrijwel tot stilstand gekomen. De mens, schreef hij in 1871 in De afstamming van de mens, kan maar vooruitgaan als hij onderworpen blijft aan harde strijd. Alleen dan komen de besten boven drijven. De voortplanting van gewenste individuen zou bevorderd moeten worden en die van ongewensten belemmerd, ware het niet dat zulks in beschaafde naties uit den boze is.

In de VS werd vanaf 1920 al op relatief grote schaal gesteriliseerd. Ook in het democratische Weimar-Duitsland gingen toen stemmen op om zogenaamd levensonwaardig leven te beëindigen. Karl Binding en Alfred Hoche, een jurist en een psychiater, pleitten in Die Freigabe der Vernichtungvoor gedeeltelijke opheffing van het verbod te doden. Twee jaar na de nederlaag in de Grote Oorlog vergeleken ze een slagveld bezaaid met lichamen met een instelling waar idioten met de grootste zorg werden omringd. Tegenbeelden van mensen, zonder wil tot leven of sterven. Levens van negatieve waarde rekken is meedogenloos; ze geen zachte dood gunnen is wreed en een zware belasting voor verwanten en maatschappij. Dergelijke levens doden is geen misdaad of immorele handeling, maar nuttig en geoorloofd.

Nog in 1920, stuurde een directeur van een Saksische verpleeginstelling voor zwakzinnige kinderen een vragenlijst naar de ouders. Zou u instemmen met een pijnloze levensbekorting als vast staat dat uw kind ongeneeslijk idioot is? Of alleen als u niet meer voor uw kind kunt zorgen, na uw dood bijvoorbeeld? Of alleen als uw kind fysiek of psychisch zwaar afziet? En tot slot: wat vindt uw vrouw hiervan? 73 % van de 162 ouders antwoordde ‘ja’ op alles, 27% ‘neen’ op sommige vragen. Nogal wat ouders voegden eraan toe dat ze liever van niks geweten hadden: ‘niet vragen, doen!’.

Het is, voor wie er even bij stil staat, best merkwaardig dat het nazibewind eigen volk steriliseerde en ombracht voordat het joden massaal begon uit te roeien. Blijkbaar zagen ze in joden, anders dan in gehandicapten, toch nog de mens, zij het van een concurrerend ras.

Enkele stappen uit de escalatie tot genocide.

Tien dagen na de aanhechting van Oostenrijk (maart 1938), toen de pers bol stond van nazi-gruweldaden – terwijl de nazi’s door veel Oostenrijkers enthousiast werden verwelkomd – grendelde de beschaafde wereld zijn grenzen verder af.

In juli 1938 overlegden vertegenwoordigers van een dertigtal landen in het mondaine Evian-les-Bains. Alleen de Dominicaanse republiek wou joden opnemen. Australië verklaarde tegen antisemitisme en racisme te zijn en wou die problemen onder geen beding importeren.

Op 5 oktober 1938 ging het nazibewind in op het verzoek van de Zwitserse regering om een rode J te plaatsen op paspoorten van Duitse joden.

Ook Polen weigerde joden op te nemen. Daarom deporteerde Duitsland eind oktober 1938 15.000 Poolse joden naar een niemandsland aan de grens met Polen. Onder hen ook de familie van Herschel Grynszpan. Die pleegde op 7 november een aanslag op een ambtenaar van de Duitse ambassade in Parijs. Duitsland reageerde met een pogrom, de Reichskristallnacht. Talloze synagogen en joodse zaken gingen in vlammen op. Twintigduizend joden werden in concentratiekampen opgesloten, kampen waar tot dan voornamelijk politieke gevangenen zaten. Enkele honderden joden overleefden dit niet, maar de anderen werden na enkele maanden vrijgelaten.

De wereld bleef wegkijken. Eigen volk eerst.

Het slachtofferperspectief berooft ons van inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de Endlösung der Judenfrage.

Hitler hield van honden en kinderen. Hoe waar ook, de bewering druist in tegen onze waarheid. Wij mensen denken makkelijk in absolute goed-kwaad tegenstellingen, in slachtoffer-dader termen. Genocidaire daders worden gedemoniseerd, onherkenbaar gemaakt als mens. We ontmenselijken ze zoals zij met gehandicapten en uiteindelijk ook met joden deden. Wie dehumaniseert verheft zich boven de ander, wordt dader in potentie.

Daderbronnen zoals Hitlers Mein Kampf, de memoires van Auschwitzcommandant Rudolf Höss of die van Adolf Eichmann; de fotoalbums die SS’ers maakten van de ontruiming van het Warschau getto of van de aankomst van een jodenkonvooi in Auschwitz – dit soort daderbronnen maakt duidelijk dat veel daders dachten het goede of toch het noodzakelijke te doen. Ze doodden voor een goed doel: het Volkslichaam zuiveren van biologisch ballast en het jodenprobleem definitief oplossen. Kwaad om bestwil.

Ella Lingens-Reiner, een Oostenrijks arts die wegens hulp aan joden in Auschwitz belandde, zei daar tegen Fritz Klein, de SS-arts met wie ze moest samenwerken, dat ze zich schaamde tot de Duitsers gerekend te worden. Klein, volgens Lingens-Reiner een beschaafd man, begreep dat niet. Hoe kun je, vroeg ze hem toen, meewerken aan de uitroeiing van joden, heb je als arts dan geen respect voor menselijk leven? Natuurlijk wel, antwoordde Klein, “uit respect voor menselijk leven moet ik de rotte appendix uit het zieke lichaam verwijderen en joden zijn de rotte appendix in het Europees lichaam”. Een daderperspectief.

Fritz Klein was een meedogenloze antisemiet. De man ook die kort na de oorlog in Bergen-Belsen gefotografeerd werd in een ‘ravijn’ van lijken, een massagraf dat de Britse bevrijders moesten graven om de in het kamp heersende tyfus te bestrijden.

Bergen-Belsen 24 april 1945

 

Epiloog

In 1931, zeven jaar voor het nazi-bewind de rode J invoerde, introduceerde België in Rwanda etnische identiteitskaarten met daarop het grotendeels fictieve onderscheid Hutu – Tutsi – Twa. Omdat niet iedereen op het oog herkenbaar was, werd bepaald dat wie tien of meer koeien bezat, Tutsi was. Zo gebeurde het dat de ene broer Tutsi en de andere Hutu werd. Tijdens de Rwandese genocide in 1994 werden de racistische identiteitskaarten een dodelijk hulpmiddel bij identificaties aan wegversperringen.

Ook bij deze genocide keek de hele wereld weg, België op kop.

De analogieën met hedendaagse toestanden en houdingen kunnen u niet ontgaan zijn.

Lezing gehouden op 9 juni 2018 in het Liberaal Archief te Gent, in het kader van een lezingencyclus over waarheid en onwaarheden, voor een honderdtal vrijmetselaars (zelf behoort Gie tot geen enkel genootschap, laat staan een geheim).

juli 14, 2018 at 4:33 am 2 reacties

DE ZIONISTISCHE PARADOX

Door Johan Depoortere

Voor wie ook maar oppervlakkig de Palestijns-Israëlische kwestie bestudeerd heeft zijn de feiten en de namen bekend: Theodore Herzl, Sykes-Picot, Balfour, verdelingsplan, de oorlogen, het verzet. Toch is het goed en nuttig dat Lucas Catherine en Jef Coeck de geschiedenis van het Zionistische koloniale project weer onder de aandacht brengen. Zie de vorige aflevering van Het Salon van Sisyphus: PALESTINA BESTAAT MAAR NIET ALS STAAT.

Terreuraanslag in Mogadishu

Het conflict dat aan de basis ligt van heel veel wat in het Midden-Oosten en ver daarbuiten fout gaat dreigt namelijk ondergesneeuwd te worden door de actualiteit van terrorisme en oorlog: een ver-van-mijn-bed-show behalve als de bommen in ons eigen postzegelgroot landje ontploffen. Dat in Mogadishu 500 doden vallen in een terreuraanslag veroorzaakt nauwelijks een rimpeling in onze mainstream media. En toch is er ook tussen deze afgrijselijke terreurdaad en het conflict in het Midden Oosten een lijn te trekken. Het Arabische nationalisme als antwoord op de zionistische expansie is grotendeels gemuteerd tot politiek islamfundamentalisme met alle uitwassen vandien. Over de oorzaken daarvan zijn bibliotheken vol te schrijven, maar in dat verhaal nemen de oorlogen in Irak en Afghanistan een centrale plaats in.

De geschiedenis van Israël en het Palestijnse verzet is rijk aan paradoxen. Lord Balfour, die de Joden een land beloofde dat niet van hem was, stond bekend als een anti-semiet net zoals zijn premier Lloyd George. Diens regering geloofde vast in de wijdverspreide mythe dat “het internationale jodendom” de wereld beheerste en door de belofte van een “joodse staat” zouden ze dat internationale jodendom ertoe kunnen bewegen de wereldoorlog te doen kantelen in het voordeel van de geallieerden. (http://foreignpolicy.com/2010/09/08/how-anti-semitism-helped-create-israel-2/). Paradoxaal maar misschien ook niet. Zionisme en antisemitisme zijn immers elkaar spiegelbeeld. Zionisme kan niet zonder antisemitisme, de vijand aan wie het zijn bestaan te danken heeft. Niet voor niets zien hedendaagse zionisten overal ter wereld het antisemitisme heropleven. Premier Netanyahu probeerde na de aanslagen in Parijs Franse joden ervan te overtuigen dat ze slachtoffers zijn van dat “nieuwe antisemitisme” en dat ze dus beter naar Israël kunnen emigreren. Het publiek in de Parijse Grote Synagoge reageerde op Netanyahu’s speech door spontaan de Marseillaise in te zetten.

Bart De Wever met de burgemeester van Haifa. De Wever ondertekende een samenwerkingsakkoord met de zionistische staat.

Nog een paradox: de geestelijke erfgenamen van het vooroorlogse fascisme en antisemitisme zijn nu de fanatiekste verdedigers van Israël. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever reageerde negatief toen zijn voorganger de joodse gemeenschap excuses aanbood voor de rol van zijn stad bij de jodenvervolging onder de Nazibezetting. Maar De Wever ziet er geen graten in om Israël met een officiële delegatie te bezoeken en op die manier zijn steun te betuigen aan het zionistische apartheidsregime. In een interview met Joods Actueel blaast De Wever uitvoerig de loftrompet:“De prestatie die Israël levert om vanuit dat absolute nulpunt dit land in korte tijd te ontwikkelen tot op het huidige niveau (is) ongeëvenaard impressionant.” Daarmee herhaalt hij een klassieke meme van de zionistische propaganda. Over de Palestijnen geen woord laat staan over de oorlogen tegen Gaza, de repressie, de diefstal van water en grond, de moorden zonder vorm van proces, het buldozeren van huizen, het vernietigen van olijfgaarden en de onwettige bezetting van de Westbank.

Pastor John Hagee, leider van de Cornerstone Church

Niet alle joden zijn zionisten en niet alle zionisten zijn joden. Amerikaanse christelijke fundamentalisten behoren tot de fanatiekste verdedigers van Israël. Tijdens een bezoek aan de Cornerstone Church in San Antonio (Texas) kon ik een weekend lang genieten van kitscherig politiek toneel (gebracht door een gezelschap uit Israël), gezang en gebed alles in het teken van Israël. De Cornerstone Church is één van de grootste Amerikaanse mega-televisiekerken. De leider van de kerk, pastor John Hagee is een aanhanger van de “Rapture-”beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken. “Het kan gebeuren op het moment dat ik dit bureau verlaat,” zei pastor Hagee me in een interview. De gelovige christenen zullen dan fysiek ten hemel worden opgenomen. De achterblijvers wacht een ellendig einde. Maar wat dan met de joden? “Die zullen zich op het fatale moment massaal tot het christendom bekeren,” verzekerde Hagee me. Ziedaar hoe christendom en zionisme te verzoenen zijn!

oktober 23, 2017 at 4:53 pm Plaats een reactie

CHOMSKY VALT AAN

 

Noam Chomsky

 

Door Tom Ronse

“Wie regeert de wereld?” is de originele titel van het pas door EPO uitgegeven boek “De Chomsky papers”. Het antwoord op die vraag is minder evident dan pakweg twintig jaar geleden. De VS is nog altijd de dominante supermacht maar die macht is in verval, meent Chomsky. Net daardoor wordt ze volgens hem nog gevaarlijker. De “Doomsday Clock” staat op drie voor twaalf”, waarschuwt hij.

Noam Chomsky is een fenomeen. Hij staat bekend als de vader van de moderne linguistiek en een pionier van de cognitieve wetenschap. Daarnaast  was en is hij een politieke activist en auteur van een hondertal boeken en nog veel meer artikels. Kritiek op de Amerikaanse buitenlandse politiek en media is zijn hoofdthema. Hij wordt veel gelezen, wereldwijd. Door de enen wordt hij op de handen gedragen, door anderen verguisd. The Observer noemde hem “the world’s greatest public intellectual”, Der Spiegel “de ayatollah van de anti-Amerikaanse haat”.

De star quality van de auteur is vermoedelijk de reden waarom EPO de titel van het boek veranderde in “De Chomsky papers” (eerder gaf EPO al “De essentiële Chomsky” en drie andere Chomsky-boeken uit). Het  boek is een verzameling van eerder gepubliceerde essays, waarvan het oudste dateert van 1966. Helaas heeft de auteur geen poging ondernomen om lang geleden geschreven essays te actualiseren of om de herhalingen die in hoofdstuk na hoofdstuk opduiken te schrappen.

Het boek verscheen in het Engels in 2016. EPO’s versie bevat een nawoord, geschreven na de verkiezing van Trump. Chomsky verwacht uiteraard dat die het nog veel erger zal maken.  De feiten geven hem gelijk.  Trump lijkt vastbesloten om de opwarming van de planeet te versnellen, de bewapeningsuitgaven drastisch te verhogen, de belastingen van de rijksten te verlagen en te besparen op de rug van de armen, de ouderen en de zieken. Wat dat laatste betreft, krijgt hij nog wat tegenwind maar de noodzaak om nog meer uit te geven om Amerika’s militaire suprematie te handhaven wordt in het Congres niet in vraag gesteld. De bereidheid van de bevolking om de nodige offers daartoe te aanvaarden steunt op een brede aanvaarding van de premisse dat de Amerikaanse militaire macht een noodzakelijke en goedaardige rol speelt in de wereld. De wijsheid van een militaire interventie mag betwijfeld worden maar niet de goede bedoelingen.  Het is die mythe die Chomsky onderuit schopt.

Zo contrasteert hij de bewering dat de Amerikaanse buitenlandse politiek zich tot doel stelt om vrijheid en democratie te verspreiden met vele voorbeelden die net het omgekeerde tonen.  Washington steunt een democratisering als dat de belangen van het Amerikaanse kapitaal dient, zo toont hij aan, maar als dat niet het geval is aarzelt ze niet om verkozen regeringen omver te werpen en dictators te steunen. Verkiezingen worden geprezen maar als een bevolking “verkeerd” kiest, zoals de Palestijnen in Gaza, dan wordt ze daarvoor gestraft.

Terwijl hij de vele Amerikaanse militaire interventies overloopt, fileert Chomsky de hypocrisie van de propaganda die ze begeleidde. Achter de humanitaire slogans schuilt vaak een kille onverschilligheid voor de gruwelijke gevolgen voor de burgerbevolking. Hij hekelt de verloedering van het woord “terrorisme”, dat nu in heel de wereld gebruikt wordt om de acties van vijanden te beschrijven maar niet die van bondgenoten.  Washington gaf het voorbeeld toen het de bomaanval op de kazerne van de Amerikaanse mariniers in Beiroet in 1983 terrorisme noemde maar de slachtpartij die kort daarvoor met steun van Israel plaatsgreep in Sabra en Shatila niet. Nochtans was het doelwit in het eerste geval militair en in het tweede de burgerbevolking. De vervaging van dat onderscheid is gevaarlijk omdat ze aanslagen op burgerbevolking even legitiem maakt als acties tegen militaire tegenstanders.

Over selectieve verontwaardiging  heeft Chomsky een heel hoofdstuk.  De wijze waarop gebeurtenissen worden voorgesteld in de media vormen en misvormen onze kijk op de wereld. Ook onze eigen mainstream media laten zich vaak leiden door de selectieve woede van Washington. Chomsky geeft daar treffende voorbeelden van.

Te simpel

Chomsky wil een globaal portret schilderen maar slaagt daar niet echt in. Door zijn grotendeelse focus op het Midden-Oosten, Europa en Rusland en Oost-Azië, blijft de rest van de wereld buiten zijn gezichtsveld.

Voor hem lijkt er maar één imperialistisch land te bestaan. De VS is de enige boosdoener, de rest zijn handlangers of slachtoffers. De misdaden van anderen blijven buiten zijn gezichtsveld.

Volgens Chomsky wordt het wereldgebeuren gedreven door politici. Hij ziet enkel Washington, in dienst van een superrijke, hebzuchtige elite. De onderliggende omwentelingen in de economie en samenleving blijven buiten zijn gezichtsveld. De schaalvergroting van de economie, de IT-revolutie en vele andere ingrijpende veranderingen spelen geen rol in zijn verhaal.

Ingewikkeld maakt hij het niet. De globalisering reduceert hij tot “de bewuste, zelfgekozen ondermijning van eigen krachten” (van de VS). De eindeloze crisis van het Midden-Oosten is de schuld van het Sykes-Picot akkoord (1916) dat  artificiële grenzen creërde, plus Amerikaans imperialisme, en daarmee is de kous af.  Chomsky’s analyse blijft oppervlakkig.  Hij ontmaskert “the good guys”, ze blijken “the bad guys”. De rollen zijn omgekeerd. De “baddest” van al is de Republikeinse partij, “de gevaarlijkste organisatie uit de wereldgeschiedenis”, want ze “heeft zich tot doel gesteld zo snel mogelijk elke vorm van georganiseerd menselijk leven op aarde te vernietigen.”

Dit boek is een aanklacht, een polemiek. Maar een diepgravende analyse van de oorzaken van de huidige ellende is het niet en evenmin biedt het een perspectief om eruit te geraken. Toch is het het lezen waard. Chomsky wrijft het zand uit onze ogen, dat er door propaganda is ingestrooid.

 

Noam Chomsky, De Chomsky papers, EPO, € 24.95

 

(Dit stuk verscheen woensdag in De Morgen)

 

juli 7, 2017 at 3:31 am Plaats een reactie

TRUMPS AMBASSADE

 

Zal Trump de VS ambassade in Israël onverwijld naar Jeruzalem verhuizen?

Door Lukas Catherine

trumpnetanyahu

Donald Trump met de Israëlische premier Netanyahu

Na zijn eedaflegging vrijdag zal President Donald Trump een weekendje vrij nemen en drie dagen later beginnen met wat hij allemaal beloofd heeft om op dag één van zijn presidentschap te doen. En dat is veel, u heeft over de meeste beloftes gelezen. Eentje is in onze media niet aan bod gekomen. De Israëlische pers heeft er wel ruim aandacht aan besteed. Hij wil de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem verhuizen. Onverwijld zoals zijn woordvoerster Kellyanne Conway het aan de Israël-lobby in de VS beloofde.

Dat zou wel belangrijke politieke en diplomatieke implicaties hebben, ook voor een eventuele oplossing van het conflict. Tot op vandaag is tel Aviv de officiële hoofdstad van Israël en alle Westerse landen hebben daar hun ambassade, ook de VS. Israël wou dit veranderen na de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967. In 1988 selecteerde de zionistische staat een stuk land waarop de Amerikanen hun ambassade zouden kunnen bouwen. Het waren de terreinen van de voormalige Allenby kazerne van de Britten. Generaal Allenby was de man die op het einde van de Eerste Wereldoorlog Jeruzalem voor de Britten op de Ottomanen veroverde.

allenbyvroeger

Allenby Kazerne vroeger

Tijdens de laatste dagen van zijn bewind (op 18 januari 1989) sloot president Ronald Reagan een huurcontract af voor 99 jaar tegen een symbolische 1 $ met Moshe Gatt van de Israël Land Authority. Dat organisme beheert alle in 1948 gestolen Palestijnse grond in Israël. Het betrof een groot deel van de grond waarop de voormalige Allenby kazerne stond.

Maar er gebeurde niets.

In 1995 vaardigde president Clinton The Jerusalem Embassy Act uit. En er gebeurde niets.

Daar is een goede reden toe.

De Britten waren zachtere kolonisatoren dan de Israëli’s. Zij stalen geen grond maar huurden dit van Palestijnen. Het ging om 109.774m². Zo had de Allenby kazerne op 15 mei 1948 toen het zionistische leger West-Jeruzalem en de Palestijnse wijk Talbia veroverde 67 eigenaars. Talbia werd omgedoopt tot Talpiot en de grond van de 67 eigenaars gestolen. Volgens internationaal recht zijn zij nog altijd eigenaars en een van die eigenaars is zelfs God. Want in 1724 had Sheikh Muhamed bin al sheikh Muhamad al Khalili zijn eigendom tot waqf laten verklaren. Waqf valt te vergelijken met onze kerkfabriek. De schenker en zijn erfgenamen blijven formeel eigenaar maar alle opbrengsten gaan naar God en zijn goede doelen. In zijn geval naar de zawiya (gebedshuis) van de Qadiri soefi’s verbonden aan de al Aqsa moskee.

Toen de VS de verhuisplannen voor zijn ambassade openbaar maakte schoten de erfgenamen van de rechtmatige eigenaars van de grond in aktie. Dat waren er ondertussen 137.1 Was het de moeite om daar rekening mee te houden? Het respect voor het internationaal recht van zowel Israël als de VS kennende natuurlijk niet.

Maar… Toen bleken zo’n 90 van die erfgenamen in de VS te wonen als Amerikaans staatsburger. En er was een precedent. Op 12 maart 1996 was de Helms-Burton Act van kracht geworden en die veroordeelde ‘the wrongful confiscation or taking of property belonging to US. Nationals and the subsequent exploitation of this property at the expense of the rightful owners.’ Alleen ging die act over geconfisceerd land van Amerikaanse burgers in Cuba. Maar toch…

allenbyvroeger

Op dit braakland stond de Allenbykazerne.

Op 28 oktober 1999 lieten de Palestijnse erfgenamen van het terrein Secretary of State Madeleine Albright weten dat ze op hun rechten als eigenaars stonden.

Een mogelijk proces van Amerikaanse staatsburgers tegen hun eigen administratie behoorde nu ook tot de mogelijkheden, naast problemen met het internationaal recht.

En vanaf de regeerperiode van Bill Clinton zocht men naar excuses om naar een andere locatie te zoeken. Een van de officiële redenen was dat er teveel hoogbouw rond het terrein stond en dat het daarom ongeschikt was.

Als je het lijstje overloopt van Amerikaanse presidenten die het voor Trump hebben geprobeerd: Reagan – Bush sr. – Clinton – Bush jr. en Obama dan rijst toch de twijfel of Donald Trump dit onverwijld zal verwezenlijken.

Lucas Catherine

1 Een uitgebreid overzicht over hoe de erfgenamen hun eigendom konden bewijzen is te vinden in: “Walid Khalidi, The Ownership of the U.S. Embassy site in Jerusalem,” pp. 80-101 van The Journal of Palestine studies Volume XXIX, number 4 (uitgegeven door the University of California Press, Berkeley, US

januari 21, 2017 at 5:46 pm Plaats een reactie

ISRAELS TRUMPMOMENT

img_0477

Jonathan Cook

Op 3 januari werd de Israelische soldaat Elor Azaria door een militaire rechtbank schuldig bevonden aan doodslag. Azaria, een verpleger in het leger schoot in maart vorig jaar in Hebron een Palestijn door het hoofd, die gewond en weerloos op de grond lag. Het proces en de veroordeling veroorzaakten een schokgolf in de Israelische samenleving. Sympathisanten van de veroordeelde soldaat dreigden met geweld en richtten hun woede niet alleen tegen de legerleiding maar tegen de hele gevestigde orde en de “elite” in het algemeen. Het klinkt, na de Brexit en de verkiezing van Trump vertrouwd in de oren. Een “Trumpmoment” noemt de Britse journalist Jonathan Cook het dan ook.
Cook is een kritische waarnemer van Israel, de enige buitenlandse correspondent in Palestijns-Israelisch gebied.

De volgende bijdrage verscheen eerder in The National (Abu Dhabi) en in het Amerikaanse Counterpunch.
Johan Depoortere

ISRAELS TRUMPMOMENT

Door Jonathan Cook
Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn Brexit. De Verenigde Staten hebben president Trump. En Israel heeft nu Elor Azaria. Nee het klinkt niet hetzelfde, maar ook hier zou het wel eens om een keerpunt kunnen gaan met verstrekkende gevolgen.

Israeli soldier Elor Azaria, who was caught on video shooting a wounded Palestinian assailant in the head as he lay on the ground, sits during a hearing at a military appeals court in Tel Aviv during which he was charged with manslaughter on April 18, 2016. Prosecutors presented the indictment to a military court over the March 24 killing, which occurred minutes after the Palestinian had stabbed another soldier and lay prone on the ground wounded by gunfire, according to Israeli authorities. He was also charged with conduct unbecoming of his rank and position in the army. / AFP / JACK GUEZ (Photo credit should read JACK GUEZ/AFP/Getty Images)

Elor Azaria is de Israelische soldaat die op 24 maart vorig jaar in Hebron een gewonde Palestijn die weerloos op de grond lag met een kogel in het hoofd doodschoot. Het incident werd gefilmd en vorige week werd Azaria door een militaire rechtbank schuldig bevonden aan doodslag. Dat vonnis gaf aanleiding tot twee verschillende foute interpretaties.

Volgens de enen is Azaria de rotte appel, een soldaat die zijn moreel kompas verloor onder de druk van zijn stresserende opdracht in Hebron. De andere verklaring, die populair is bij liberale Israelis, luidt dat het vonnis net bewijst dat Israel een stevige rechtsstaat is. Zelfs een soldaat die over de schreef gaat wordt door het “meest morele leger” ter wereld tot de orde geroepen.

In werkelijkheid kunnen we van de publieke reactie op het vonnis meer leren dan van de rechterlijke beslissing zelf.

Er waren verschillende dichte rijen soldaten nodig om te voorkomen dat de rechters door de massa buiten werden gelyncht. Topgeneraals van het leger kregen lijfwachten. Het geroep om annulering van het vonnis klinkt oorverdovend en het wordt aangevoerd door premier Netanyahu.

Azaria is geen “rotte appel.” Hij is de lieveling van het publiek. Dat zijn daad niets uitzonderlijks heeft blijkt uit de reactie van zijn collega’s die compleet onverschillig toekeken toen hij de trekker overhaalde. Uit opiniepeilingen blijkt dat Azaria enorme populariteit geniet – 84% – onder de 18- tot 24jarigen, de leeftijd van de dienstplicht in Israel.

Het proces zelf was intussen geen bewijs van israelisch ontzag voor de wet – het is twaalf jaar geleden dat de laatste soldaat, een bedoein, veroordeeld werd voor doodslag. Het toonde alleen aan dat de druk op Israel toeneemt. Camera’s en smartphones maken het moeilijker om de misdaden van soldaten toe te dekken. Voor de veroordeling van Azaria was het gefilmd bewijsmateriaal doorslaggevend en Israel hoopt met het proces een onderzoek door het Internationaal Strafhof te voorkomen.

Ook de verdediging van Azaria sloeg de plank mis zoals de Israelische columnist Nahum Barnea opmerkte. Gesteund door een golf van publieke verontwaardiging beschuldigden ze Azaria’s oversten van leugens en intimidatie. De aanklagers hadden de klacht al teruggeschroefd van moord tot doodslag. Het hof zou er wellicht mee hebben volstaan een berouwvolle Azaria te veroordelen voor het onterecht gebruik van een vuurwapen. Maar gezien de taktiek van de verdediging hadden de rechters de keuze tussen partij kiezen voor de soldaat of voor het leger.

Net als de Brexit en Trump legde de zaak Azaria niet alleen een diepe sociale kloof bloot, maar was het ook een overgangsmoment. Zij die een deugdelijk systeem zien dat een rotte appel straft zijn ver in de minderheid ten opzichte van hen die een verrot systeem zien dat een held slachtoffert.

Opiniepeilingen laten zien dat het vertrouwen van het Israelische publiek in de meeste instellingen keldert: gaande van justitie tot de media die, hoe onzinnig ook, door “extreem links” heten te worden gedomineerd. Alleen het leger staat nog torenhoog in aanzien.

Dat komt ten dele omdat Israelische ouders er hun zonen en dochters aan moeten toevertrouwen. Het leger in twijfel trekken zou neerkomen op twijfelen aan de stichtingslogica van Israel als versterkte vesting: namelijk dat alleen het leger tussen hen en de “barbaren” staat die de poorten van de vesting bestormen.

img_0476

Naftali Bennett, leider van de kolonistenpartij en minister van onderwijs.

Maar er is meer: in tegenstelling tot die verachte instellingen heeft het leger zich sneller aangepast en geconformeerd aan de ruimere veranderingen in de Israelische samenleving.
Het gaat al langer niet meer om de kolonisten – de bewoners van de illegale nederzettingen – maar om “kolonisme.” Er zijn veel meer kolonisten dan de 600000 die in de nederzettingen wonen. Naftali Bennett, de leider van Joods Tehuis , de partij van de kolonisten, en minister van onderwijs, woont in Ranana, een stad in Israel en niet in een nederzetting.

Kolonisme is een ideologie, een die gelooft dat de Joden een “uitverkoren volk” zijn met Bijbelse rechten die de rechten van Palestijnen en niet-Joden overtroeven. Uit opiniepeilingen blijkt dat 70% van de Israelische Joden denken dat ze door God verkozen zijn.

De kolonisten hebben het leger overgenomen – zowel demografisch als ideologisch. Zij domineren nu het officierenkorps en bepalen de politiek op het terrein.

Het getuigenis van Azaria toont hoe diep hun invloed verankerd is. Zijn eenheid brengt met de commandanten vaak vrije tijd door in het huis van Baruch Marzel, een leider van Kach, een groep die in de jaren 90 buiten de wet werd gesteld wegens zijn genocidaal anti-Arabisch programma. Azaria beschreef Marzel en de kolonisten in Hebron als “familie” van de soldaten.

Bezettingslegers zijn van nature meedogenloos repressief. Decennia lang heeft de legerleiding haar soldaat de vrije hand gegeven tegen de Palestijnen. Maar met de toename van het aantal kolonisten is ook het beeld van het leger zelf veranderd.

Van een leger van burgers die de nederzettingen beschermen is het verveld tot een militie van de kolonisten. Het middenkader dicteert nu de moraal van het leger, niet langer het hoogste echelon zoals defensieminister Moshe Yaalon vorig jaar moest vaststellen toen hij zich tegen het rijzende tij probeerde te verzetten en de bons kreeg.

Het leger voelt zich niet langer in het minst geremd door de zorg om zijn “moreel” imago, noch door de bedreiging van internationaal strafrechterlijk onderzoek. Het trekt zich nauwelijks iets aan van wat de wereld denkt, net zo min als de huidige generatie politici die zich pal achter Azaria opstellen.

Het proces van de soldaat was verre van een triomf voor de rechtsstaat maar integendeeld de doodsreutel van een stervende orde. Over enkele dagen wordt de strafmaat bepaald en die zal naar alle waarschijnlijkheid, om het publiek te sussen, licht uitvallen. Als het vonnis teniet wordt gedaan door gratieverlening zal de overwinning van de kolonisten totaal zijn.

januari 16, 2017 at 9:41 pm 1 reactie


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.471 andere volgers