Posts filed under ‘Israel’

ISRAEL: NEPVERKIEZINGEN IN EEN NEPDEMOCRATIE

Door Johan Depoortere

Morgen (9 april) worden parlementsverkiezingen gehouden in het land dat zich graag “de enige democratie in het Midden Oosten” noemt. Dat Israël een democratie zou zijn geldt voor een deel van de bevolking: de 75% Joden. Voor de Palestijnen, een kwart van de inwoners van het land, is de “democratie” een lege doos en voor velen een bittere grap. Want de Palestijnen in Israël – dat wil zeggen zij die binnen de grenzen van 1948 na de grootschalige etnische zuiveringen zijn overgebleven – hebben weliswaar stemrecht en verkozenen in de Knesseth, de kamer van volksvertegenwoordigers, maar echte politieke macht ontlenen ze daar niet aan. De partijen van de zionistische meerderheid piekeren er niet over coalities te sluiten met één van Arabische partijen die bovendien steeds het risIco lopen van het verkiezingsproces te worden uitgesloten. Israël is niet het land van al zijn inwoners. De wet die sinds vorige zomer het land definieert als de “natiestaat van het Joodse volk” heeft dat prinicpe in beton gegoten en premier Netanyahu heeft het voor alle duidelijkheid onlangs nog eens herhaald: “Israël is niet het land van zijn bewoners.” Het is zelfs niet het land van zijn Joodse bewoners maar van alle Joden ter wereld.

Benjamin Netanyahu

Partijen en politici die ervoor pleiten van Israël het land te maken van al wie daar woont lopen het risico te worden uitgesloten. Het exclusief Joodse karakter van het land ontkennen wordt in Israël gelijkgesteld met terrorisme. Dat was onlangs nog het geval toen twee Arabische partijen (‘Balad’ en de ‘Verenigde Arabische Lijst’ samen met een Joodse professor op de Arabische partij ‘Hadash’) op vraag van Likoed, de partij van premier Netanyahu, van deelname aan de verkiezingen werden uitgesloten. Netanyahu reageerde tevreden op de beslissing van het verkiezingscomité met de woorden: “Verdedigers van terrorisme hebben geen plaats in de Knesseth.” Tegelijk met de uitsluiting van de Palestijnse partijen – die later door de rechtbanken werd teruggedraaid – keurde de kiescommissie de deelname goed van de extreemrechtse partij  Otzma Yehudit (Joodse Macht), door de liberale krant Haaretz “Joods fascisme” genoemd. Niet alleen neemt deze partij deel aan de verkiezingen, Netanyahu gaat met hen in coalitie naar de stembus en beloofde hun kabinetsposten als hij de verkiezingen wint. Otzma Yehudit pleit openlijk voor segregatie en gebruik van geweld om de Palestijnse minderheid uit het land te verdrijven.

Benny Gantz, de andere Netanyahu

Voor de Palestijnen in Israël ziet de toekomst er somber uit en hun animo om aan deze pseudo-verkiezingen deel te nemen is dan ook bijzonder klein. Zij beseffen dat ze nooit als volwaardige burgers in de Joodse staat zullen worden erkend. Van Netanyahu en de andere rechtse partijen krijgen ze voortdurtend de verdachtmaking te horen dat ze “een vijfde kolonne” zijn. Ooit werden ze door een militaire opperbevelhebber vergeleken met “kakkerlakken” en een hoge ambtenaar noemde ze “een kanker in het lichaam van de staat.” Van de andere Joodse kandidaat die kans maakt op een verkiezingsoverwinning hebben ze evenmin iets goeds te verwachten: Benny Gantz, een ex-generaal die opkomt met de nieuwe partij “Blauw-Wit.” Gantz, die ooit door Netanyahu tot opperbevelhebber van het leger werd benoemd, gaat er praat op dat hij op zijn minst even flink is als zijn rivaal als het op het onderdrukken van de Palestijnen aankomt. In een campagnevideo wordt hem militaire lof toegezwaaid omdat onder zijn bevelhebberschap Gaza tot puin werd herleid in een campagne die onder andere 500 kinderen het leven heeft gekost. De video schalde met tevredenheid uit dat “Gaza naar het stenen tijdperk werd gebombardeerd.”

De keuze tussen Netanyahu en Gantz is met andere woorden voor de Palestijnen – en niet te vergeten ook voor een minderheid van progressieve Joden in Israël – een keuze tussen de pest en de cholera. In een laatste verkiezingsstunt kondigde Netanyahu aan dat hij grote delen van de bezette Westelijke Jordaanoever bij Israël zal voegen – een zoveelste blijk van minachting voor het internationaal recht en internationale verdragen. Benny Gantz heeft zich allesbehalve van dat voornemen gedistantieerd. In een bijdrage aan het VRT-journaal prevelde hij een paar vrome woorden over “vrede” en liet onmiddellijk daarop volgen dat de veiligheid van Israël zijn voornaamste zorg is. Codetaal voor het vaste besluit om de controle over de bezette gebieden op geen moment los te laten. Gantz verschilt van Netanyahu door zijn halfslachtige poging om ten behoeve van de Westerse bondgenoten de schijn van oprechte vredeswil hoog te houden. Voor Netanyahu, die de onvoorwaardelijke steun van de Amerikaanse president Trump geniet, is die hinderlijke schijnvertoning al lang overbodig.

Voor de Palestijnen in de bezette gebieden zijn deze verkiezingen meer nog dan voor hun broeders en zusters binnen de zogenaamde “driehoek” – het Israël vóór de oorlog van 1967 – een bittere farce. De 330 000 Palestijnen die in het geannexeerde Oost-Jeruzalem wonen zijn officieel inwoners van Israël maar hebben helemaal geen stemrecht. De 2,6 miljoen Palestijnen van de bezette Westelijke Jordaanoever zijn eveneens van het kiesproces uitgesloten. Israël en het militaire bestuur bepalen vrijwel alle aspecten van het leven in dat gebied: wegeninfrastructuur, de plaats waar je wel en niet mag wonen, wat je wel of – meestal – niet mag bouwen, hoe en waar je je mag verplaatsen en wie de wetten schrijft. Over dat alles hebben de Palestijnse inwoners – in tegenstelling tot de meer dan een half miljoen Joodse kolonisten die zich daar illegaal hebben gevestigd – niet de minste zeg. De bijna twee miljoen Palestijnen in Gaza komen vanzelfsprekend helemaal niet in het verkiezingsverhaal voor, hoewel ook daar Israël vrijwel alle aspecten van hun leven bepaalt: welke goederen in -en uit mogen, wie buiten en binnen mag, waar de vissers hun netten mogen uitlaten, over hoeveel water en elektriciteit ze mogen beschikken en of de ambtenaren al dan niet worden betaald.

Alles samen hebben van de  6,5 miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven in gebieden die geheel of gedeeltelijk door Israël worden gecontroleerd slechts 1,5 miljoen – dat is 24% percent of minder dan één op vier – stemrecht. Fraaie democratie.

April 8, 2019 at 7:18 pm Leave a comment

TUSSEN HAMER EN AAMBEELD

Betoging in Jabaliya tegen prijsstijgingen

Door Tom Ronse

In dit salon nemen we geen blad voor de mond als het over de misdaden van de Israelische staat gaat. We kunnen dus ook niet zwijgen over de misdaden van Hamas. Het Palestijnse volk zit tussen hamer en aambeeld.

Israel bezet land van de Palestijnen en heeft van de Gaza-strook een groot Palestijns ghetto gemaakt. De bezetter is uit Gaza vertrokken maar Gaza kreeg een andere in de plaats. Hamas, een politieke partij die een administratie werd, een leger, een geheime dienst en een wanstaltig groot politieapparaat dat de orde handhaaft in Gaza.

Hoe ziet die orde eruit?

Ik sprak onlangs met een VN-ambtenaar die Gaza verschillende keren bezocht. Ze beschreef mensonterende levensomstandigheden. Hoge werkloosheid, vooral bij de jongeren (70%). Electriciteit die om de haverklap uitvalt. Vervuiling en honger. Geen wonder dat een recente beslissing van Hamas om de taksen te verhogen op bonen, brood, tabak en andere consumptiewaren niet welkom was. Het protest begon op 14 maart in Jabaliya en spreidde zich uit naar verschillende steden (‘kampen’ worden ze nog steeds genoemd) tot in Rafah in het zuiden. Via Facebook en andere sociale media werd de oproep gedeeld met slogans als “De mars van de hongerigen”, “Weg met de prijsverhogingen” en “Wij willen leven”. Palestijnse gele hesjes, zeg maar. Al waren ze niet eens zo radicaal als hun franse collega’s die het ontslag van Macron eisten. “Wij wilden Hamas niet omverwerpen”, zei Amin Abed die het protest in Jabaliya hielp organiseren, aan een reporter van de New York Times, “we vroegen enkel aan dezen die ons regeren om de last van het dagelijks leven te verlichten”.

Maar dat is een radikale eis in Gaza.

Hamas-politie

De reactie van Hamas doet Macrons repressie van de gele hesjes op een picknick lijken. Honderden politieagenten ranselden en schoten de betogingen uiteen. In de dagen daarna kregen zo’n duizend mensen die gemanifesteerd hadden de politie op hun dak. Velen werden aangehouden en gefolterd. Sommige werden met zware verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Soms deelden hun familieleden in de klappen. Onder de arrestanten waren er volgens Human Rights Watch minstens 17 journalisten. Foto’s van de gewonden circuleerden in Gaza en verwekten zoveel verontwaardiging dat Hamas-baas Yehya Sinwar zich verplicht voelde om zijn excuses aan te bieden.

Het is waar dat de ellendige situatie in Gaza niet alleen de schuld van Hamas is. De hoofdschuldigen zijn Israel en Egypte die al sinds 2007 een ekonomische blokkade tegen Gaza handhaven. Maar niemand van Hamas lijdt daar honger door. De Hamas-kaders leiden een leven van privilege terwijl de gewone Palestijnen het steeds slechter hebben.

De brutale repressie van eigen volk is overigens niets nieuw. Ook in 2017 trad Hamas medogenloos op tegen Palestijnen die betoogden voor goedkopere electriciteit. Human Rights Watch publiceerde afgelopen october een rapport waaruit blijkt dat het arresteren en folteren van critici en tegenstanders van Hamas geen uitzondering maar routine is in de mini-staat Gaza. Vaak gaat het over korte aanhoudingen tijdens de welke de arrestanten onderworpen worden aan een barrage van fysiek en psychisch geweld met de kennelijke bedoeling om hen de schrik op het lijf te jagen.

Dat werkt, tot het niet meer werkt omdat mensen niets meer te verliezen hebben. Dan moet de aandacht dringend worden afgeleid. Dus legde Hamas de afgelopen dagen bussen in om jongeren naar de afsluiting van Gaza te voeren om te protesteren tegen Israel. En daar bediende het Israelische leger Hamas op zijn wenken door alweer enkele Palestijnen neer te knallen.

Zo blijven de machthebbers aan de macht, aan beide kanten van de afsluiting. En zo blijven de gewone Palestijnen gekneld tussen hamer en aambeeld.

Zie ook:

https://www.hrw.org/news/2019/03/20/another-brutal-crackdown-hamas-gaza

March 31, 2019 at 6:03 am Leave a comment

ZIONISME EN ANTISEMITISME

 

Door Johan Depoortere

Netanyahu en Macron in 2017 bij de herdenking van de “Rafle du Vel d’hiv”

De Israëlische premier Netanyahu omarmt drie extreem-rechtse partijen om zich op die manier van een meerderheid te verzekeren na de verkiezingen die op 9 april moeten plaats vinden. “Joods fascisme” noemt de liberale krant Haaretz  de nieuwe coalitiepartners die de premier al een post in de volgende regering heeft beloofd. De Franse president Macron misbruikt de golf van – waarschijnlijk – extreem-rechts antisemitisme in Frankrijk om antizionisme te criminaliseren en dat heeft veel te maken met de binnenlandse Franse politieke situatie. In beide gevallen – Macron en Netanyahu – zien we regeringsleiders naar de noodrem grijpen om het voortbestaan te verzekeren van hun politieke macht die nu op een precaire basis berust. Netanyahu hangt een proces wegens corruptie boven het hoofd. Macron slaagt er niet in de sociale onrust en de fronde van de gele hesjes onder controle te krijgen.

Shlomo Sand

Het is niet de eerste keer dat Macron zijn “vriend Bibi” naar de mond praat. In 2017 was Netanyahu op uitnodiging van Macron aanwezig bij de herdenking van de “rafle du Vel d’Hiv” de grote razzia waarbij de Nazis in 1942 met hulp van de Franse politie meer dan 10 000 Joden oppakten en daarna naar de concentratiekampen doorstuurden. Toen al noemde Macron “antizionisme een heruitgevonden vorm van het antisemitisme.” In een open brief die de Israëlische historicus Shlomo Sandtoen aan de Franse president schreef vroeg die zich af of “deze voormalige filosofiestudent en assistent van Paul Ricoeurzo weinig boeken over geschiedenis heeft gelezen dat hij niet weet dat zoveel Joden zich altijd tegen het zionisme hebben verzet zonder antisemitisch te zijn.”

De bankier Nathan Rothschild, één van de vele bekende Joden die zich al vroeg tegen het zionisme verzetten.

Sand citeert onder andere de beroemde bankier Nathan Rotschild, voorzitter van de Unie van Synagogen in Groot-Brittannië en de eerste Jood die de titel van Lord kreeg in het Verenigd Koninkrijk. In 1903 schrijft de bankier aan Theodore Herzl, de stichter van het zionisme: “Ik huiver bij het idee om een Joodse kolonie te stichten in de volle zin van het woord. Zo een kolonie zou een ghetto worden, met alle nadelen van een ghetto. Een heel heel kleine Joodse staat die devoot en niet liberaal zou zijn en die de christen en de vreemdeling zou verwerpen.” Nathan Rotschild, een antisemiet?

Bertzalel Smotrich: organiseerde een “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade in Jeruzalem

Eén van de partijen in de coalitie die Netanyahu heeft gesmeed, “Joods Tehuis” (HaBayit HaYehudi) is fanatiek antihomo. Betzalel Smotrich, één van de kopstukken van de partij, organiseerde in Jeruzalem de “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade daar. Hij verklaart zich een voorstander van de segregatie van Joden en Palestijnen, niet alleen in de nederzettingen, maar ook in ziekenhuizen. Hij tweette: “Het is normaal dat mijn vrouw niet naast iemand zou willen liggen die zopas een baby ter wereld heeft gebracht die over een jaar of twintig haar baby zal willen vermoorden.” Smotrich wordt genoemd als de toekomstige onderwijsminister na de verkiezingen.

Moti Yogev: “Het Hooggerechtshof bulldozeren”

Moti Yogev, een ander parlementslid van “Joods Tehuis,” verklaarde dat het Hooggerechtshof beter met een bulldozer wordt platgegooid. Het Hooggerechtshof is in de ogen van veel extreme zionisten veel te toegeeflijk voor Palestijnse eisen en klachten en veel te links. “Otzma Yehudit” (“Joodse Macht”) – volgens Haaretz de Joodse tegenhanger van het Britse fascistische Nationaal Front – is de opvolger van de Kachpartij die door Meir Kahane werd opgericht . De Verenigde Staten plaatsten Kahane op de lijst van gewelddadige terroristen en ontzegden hem toegang tot het grondgebied. In Israël werd hij in 1989 gearresteerd nadat hij had opgeroepen “de Arabieren te doden” en nadat een menigte twee Palestijnse toevallige voorbijgangers had proberen te lynchen. “Joodse Macht” protesteerde in het verleden tegen “gemengde huwelijken” (tussen Joden en niet-Joden) hield provocerende optochten door Palestijnse wijken in Jeruzalem en organiseert jaarlijks herdenkingen voor Baruch Goldstein, de Joodse extremist en aanhanger van rabbijn Kahane, die in 1994 29 Palestijnen in een moskee doodschoot.

Meir Kahane, een terrorist met volgelingen tot vandaag.

De partij van Kahane, “Kach,” werd uiteindelijk in 1988 wegens racisme verboden. Wat niet belet dat de kleinzoon van de rabbijn ervan verdacht wordt aan het hoofd te staan van een clandestiene groep kolonisten die verantwoordelijk zijn voor een golf van aanslagen tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever met onder meer de steniging van een moeder van negen. Veel ideeën van deze extremistische partijen worden door een grote groep Joodse Israëlis gedeeld. Uit een recente opiniepeiling blijkt dat bijna de helft er voorstander van is om alle Palestijnen in Israël – nu zo een 20% van de bevolking – uit te wijzen. Dat heet “transfer” een idee dat zo oud is als het zionisme zelf en dat nu gepromoot wordt door onder andere de ministers van Joods Tehuis in de huidige en wellicht toekomstige regering Netanyahu. 

Kahane had nog een reeks maatregelen voor zijn niet-Joodse landgenoten in petto: slavernij voor Arabieren en andere niet-Joden, verbod op contact tussen Joden en Arabieren met inbegrip van seksuele relaties, gesegregeerde stranden, ontbinding van gemengde huwelijken, verbod op huisvesting van niet-Joden in Joodse buurten en het uitwijzen van alle niet-Joden uit Jeruzalem. Dat laatste is intussen werkelijkheid geworden: uit het Joodse West-Jeruzalem zijn zo goed als alle Palestijnen verdreven en zelfs in het overwegend Palestijnse Oost-Jeruzalem worden de Palestijnen systematisch weggepest. In een  opiniepeiling in 2006 verklaarden 68% van de Israëlische Joden dat ze niet in een appartementsgebouw willen wonen met Palestijnse buren. 

Wie niet uitdrukkelijk afstand neemt van antisemieten – zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld van de zwarte leider Farakhan – kan terecht het verwijt krijgen zelf antisemitisch te zijn. Wat te denken van Netanyahu die geen van de racistische ‘heldendaden” van zijn huidige en nieuwe coalitiepartners veroordeelt? De premier, die overal in Europa met respect wordt ontvangen, laat niet alleen na het extremisme in zijn land te veroordelen, hij versterkt het en maakt het mainstream. Niet te verbazen dat de Israëlische premier zoete broodjes bakt met antisemieten als zijn Hongaarse tegenhanger Orban, en bijvoorbeeld ook de eerste was om de nieuwe Braziliaanse president Bolsonaro – ook niet vies van antisemitisme – geluk te wensen.

Netanyahu wil volgens de liberale Haaaretz graag vergeleken worden met Churchill, maar de vergelijking met Milosovic is méér op zijn plaats. Ook de Servische leider werd als een gematigde nationalist beschouwd tot hij zich uit cynische berekening op één lijn zette met de extreemste bondgenoten en zijn land in een bloedige oorlog stortte. Hoe kan je geloofwaardig verklaren dat antizionisme gelijk staat met antisemitisme – zo besluit de krant – als de Israëlische premier met de antisemieten aan tafel gaat zitten.

Niet alleen in Frankrijk kent de criminalisering van antizionisme een hoge vlucht. Sinds hij aan het hoofd kwam van de Britse Labourpartij wordt Jeremy Corbin door de Blairites in zijn partij en vrijwel alle mainstream media in het Verenigd Koninkrijk gedemoniseerd als antisemiet. Een echo daarvan was vorige zomer in ons land te bespeuren toen de filmmaker Ken Loach, een vriend van Corbyn, een eredoctoraat kreeg aan de Vrije Universiteit Brussel. Loach kreeg daarvoor stevig de wind van voren uit de zionistische hoek, die daarin werd gesteund door premier Michel. Gelukkig kwam er ook tegenreactie van progressieve Belgische Joden die Loach erkenden voor wat hij is: iemand die zijn hele leven lang tegen racisme en antisemitisme heeft gestreden en die ook net als Corbyn een lange staat van dienst heeft in de verdediging van de elementaire rechten van de Palestijnen.

Kenneth S. Stern, auteur van de IHRA “niet bindende definitie van antisemitsme” waarschuwt tegen heksenjacht.

Bij Jean-Jacques De Gucht evenwel is de boodschap nog niet aangekomen. De Gucht slaagde erin de senaat een resolutie te laten goedkeuren waarin kritiek op Israël gelijk wordt gesteld met antisemistisme en krijgt daarbij luidruchtig applaus van Joods Actueel, het blad van Michael Freilich, kandidaat op de NVA-lijst voor de Kamer. De resolutie strekt ertoe “bovenop de wettelijke definitie, de niet juridisch bindende werkdefinitie zoals voorbereid door de International Holocaust Remembrance Alliance te implementeren.” Aangezien de ‘werkdefinitie’ van het IHRA inderdaad ‘niet bindend’ is blijft het onduidelijk wat dat “implementeren” precies inhoudt. Wél duidelijk is dat de resolutie gebruikt kan worden om critici van de Israëlische staatsdoctrine, het zionisme, de mond te snoeren. Laat dat nu net de grote bezorgdheid zijn van één van de voornaamste auteurs van de IHRA-definitie, de Amerikaanse jurist Kenneth S. Stern. In een verklaring vóór het Amerikaanse congres veroordeelde Stern, overigens een overtuigde zionist en zeker geen linkse rakker, het aan het McCarthyisme herinnerende gebruik van de definitie om de vrijemeningsuiting aan banden te leggen.

Jean-Jacques De Gucht: auteur van een resolutie in de Belgische senaat die kritiek op Israël gelijk stelt met antisemitisme.

Ook in de Verenigde Staten woedt volop de discussie over antizionisme en antisemitisme. In 26 staten is nu al wetgeving van kracht die deelname aan de BDS-beweging tegen Israël (Boycot, Divestment, Sanctions) criminaliseert. Meestal gaat het om wetten die het de overheid mogelijk maken contracten te weigeren met personen of bedrijven die weigeren een verklaring te ondertekenen dat ze op geen enkele manier Israël zullen boycotten. Ook op federaal niveau liggen verschillende wetsvoorstellen klaar om deelname aan BDS te bestraffen, met in één geval tot 1 miljoen dollar en een minimum van 250 000 dollar en twintig jaar gevangenisstraf. Tot dusver heeft geen van die voorstellen een meerderheid achter zich gekregen, maar ze blijven op tafel.

De verklaring voor die opstoot van strijd tegen het antizionisme ligt in het succes van de BDS-beweging die vooral op Amerikaanse campussen aanslaat bij jongeren maar ook op een ruimer vlak bij liberale democraten. Recente opiniepeilingen laten zien hoe in dat segment van de Democratische partij – de basis die het meeste geneigd is op te komen bij de voorverkiezingen en geld te storten – de sympathie voor de Palestijnse kant van het conflict de laatste jaren scherp is toegenomen. De Israëlische reactie is massaal. Campagnes om BDS-activisten te discrediteren worden vanuit de Israëlische ambassade aangestuurd. De website “Canary Mission,” volgens een documentaire van Al Jazeera in het leven geroepen door de Joodse financier Adam Milstein, publiceert constant foto’s en biografische gegevens van al wie met de boycot te maken heeft. De site doet er alles aan om de pro-Palestijnse studenten in dezelfde zak te steken als de blanke supremacisten en racistisch extreem-rechts. De methodes die daarbij worden gebruikt lijken rechtstreeks uit het McCarthytijdperk te komen. 

John Hagee, felle zionist en antisemiet: “Joden moeten zich bekeren om ten hemel te worden opgenomen.”

Het kan niet genoeg herhaald worden: antizionisme is geen antisemitisme. Niet alle Joden zijn zionisten, niet alle zionisten zijn Joden. De fanatiekste zionisten vind je onder de Amerikaanse evangelische christenen, vaak de échte antisemieten. Eén van hen, pastor John Hagee is de leider van de Cornerstone Church, één van de grootste mega-televisiekerken in de Verenigde Staten, met lokale tv-stations in heel het land. Ik kon Hagee enkele jaren geleden interviewen in zijn kerkcomplex in San Antonio Texas. Een weekend lang werd ik ondergedompeld in een orgie van zionistische propaganda in de vorm van toneel, gezangen en gebeden. Hagee is ook één van de bekendste vertegenwoordigers van de rapture-beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken en dat de gelovigen – de goede christenen – dan fysiek ten hemel zullen worden opgenomen, en de ongelovigen in een poel van vuur en ellende vernietigd. “Het kan zo dadelijk gebeuren,“ zei Hagee me, ‘op het moment dat ik deze kamer verlaat.” Op de vraag wat dan met de Joden zal gebeuren was het antwoord: “Ze zullen zich op het ultieme moment bekeren tot Christus.”  John Hagee, een vurige Trumpaanhanger, was één van de eregasten op de ceremonie waarbij Trump officieel de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem overbracht. 

26-02-2019

Shlomo Sand is auteur van “The invention of the Jewish People” Verso 2010

Franse filosoof 1913-2005

February 26, 2019 at 4:16 pm Leave a comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

Onder Israël ligt Palestina en onder Tel Aviv ligt Jaffa.

Door Lucas Catherine

Over Witte en Zwarte steden.

Tijdens de kolonisatie heeft Europa zijn cultuur opgedrongen aan de landen en volkeren die het overheerste. Dat is ook te merken aan de koloniale architectuur. Europa exporteerde zijn toenmalige architectuur naar Afrika en het Midden-Oosten. Dit gebeurde op verschillende manieren, maar grotendeels kwam het hier op neer: Vaak negeerde men de bestaande lokale stad en bouwde er een nieuwe witte, Europese stad naast. Kon men de lokale cultuur niet echt negeren dan vond men volgens de koloniale ideologie die minderwaardig of onvolmaakt en men ging de stad een nieuw, ‘mooier’ uitzicht geven. Vooral de Fransen waren hierin actief. In Noord-Afrika bouwden ze volledig nieuwe steden, meestal in Art Deco, zoals Dakar, Kenitra of Casablanca. Casablanca telt nu nog 2.000 art-deco gebouwen.

Art Deco Dakar

 

Casablanca

Kenitra

Maar ze bouwden ook in Arabiserende stijl, Arabisances. Dat kwam zo: Gustave Le Bon, de eerste grote Franse specialist in Arabische kunst schreef in 1884 La Civilisation des Arabes. Hij vond dat de Arabische kunst, en dus ook de architectuur verstard was en moest vernieuwd worden. Die beschaving moest weer op gang worden getrokken en dat was dan ook de taak van de Fransen. En zo ontstond Arabisances. In Rabat, maar ook in Tunis zijn er talrijke voorbeelden van. In feite is het een vorm van Art Deco maar de decoratieve elementen gaat men zoeken in de architectuur van het Midden-Oosten. Zo vind men in Rabat gebouwen met gevels geïnspireerd op vroegere Egyptische architectuur. Zelfs benzinestations werden in die stijl gebouwd.

Rabat

Een ander voorbeeld van zo’n mengeling tussen Art Deco en Arabisances is Heliopolis door de Belg Empain naast Cairo gebouwd. De Belgen zelf hielden het in Congo bij gewone Art  Deco

Heliopolis

Kinshasha Leopoldville

 De Britten hebben minder architecturaal ingegrepen in hun kolonies, alhoewel. Zo vonden zij dat Zanzibar te Swahili en te Indiaas was en te weinig Arabisch. De meest Arabisch uitziende gebouwen in die stad zijn dan ook van de hand van J.H.Sinclair (°1871) en Majoor E.A.T. Dutton. Zij bouwden ondermeer het Kibweni Paleis en Beit el Amani.

Beit el Amani Zanzibar

 

Zowel de Fransen, de Britten als Empain zondigden hierbij tegen basisregels van de Arabische architectuur: geen ramen aan de buitengevels en gaanderijen liepen langs de binnenkoeren, niet langs de straatkant. Al deze Witte steden zijn ondertussen overgenomen door de voorheen gekoloniseerden en de kolonisator heeft zijn greep op de stad verloren.


Er is een uitzondering: de Witte Stad, Tel Aviv die de vroegere ‘zwarte’ stad Jaffa opslorpte en die nog altijd typevoorbeeld is van hoe de Europese zionisten Palestina koloniseerden. Jaffa was de politieke en economische hoofdstad van de Palestijnen.Tel Aviv begon als een voorstad van Jaffa. Het werd pas in 1934 een aparte stad.

Jaffa, of de Bruid van de Zee verkracht

أذكر يوماُ كنت بيافا

خبرنا خبر عن يافا

Ik herinner mij dat ik ooit in Jaffa was

Vertel mij over Jaffa…

(Chanson van Fairuz, op de LP Al Quds fi al Bal, Jeruzalem in mijn gedachten)

Jaffa was in de negentiende eeuw in volle expansie. Het was een van de belangrijkste havens in het Midden-Oosten. De Palestijnen noemden haar Urus al Bahr, Bruid van de ZeeVanaf 1850 installeren Russische, Franse, Britse en Duitse consuls zich in het land. Zij geven ons een tamelijk heldere beschrijving van de economie. Uit hun rapporten blijkt dat Palestina nogal wat producten uitvoert. Vanuit Jaffa vertrekken zeep, olijfolie, fruit en groenten naar Egypte; sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk, gierst naar Groot-Brittannië en wordt er verder ook nog geëxporteerd naar Syrië, Griekenland, Italië en Malta. De Palestijnse economie kent in de jaren 1850 een sterke opgang in de graanteelt, in de jaren 1860 gevolgd door de katoenteelt.

En dan zijn er de sinaasappels. Vanaf de achttiende eeuw stond Palestina echt bekend om zijn sinaasappelen. Na het einde van de Krimoorlog in 1856 raakte de export van appelsienen in een stroomversnelling. Jaffa zelf had grote plantages (zie kaart uit 1905) maar was ook de uitvoerhaven voor de plantages in heel de streek tot Gaza, vandaar dat dit de merknaam werd. In 1873 – het zionisme moest nog worden uitgevonden – telde de streek rond Jaffa al 420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Na 1875 veroveren de Jaffasinaasappelen onder die merknaam de Europese markt. In een rapport uit 1880 noteert de Britse consul in Jeruzalem dat de beste belegging in Palestina de citrusplantages zijn. In 1886 vestigt de Amerikaanse consul Henry Gillman in een rapport aan Washington de aandacht op de geavanceerde enttechnieken van de Palestijnse boeren: ‘Het zou nuttig zijn dezelfde technieken in Florida toe te passen.’ Een andere Britse consul rapporteert in 1893: ‘De sinaasappelbomen uit Palestina zijn superieur aan die in de andere kolonies. Zowel in Zuid-Afrika als in Australië zou men er goed aan doen boompjes uit Jaffa te importeren.’

In 1858 bedroeg de waarde van de export uit Jaffa 12.244 Turkse pond (Palestina was tot WO I onderdeel van het Turks-Ottomaanse Rijk). In 1882 was dit verdrievoudigd tot 37.802 Turkse pond. En de bevolking groeide aan. De haven bood werk. Er ontstonden nieuwe wijken in de stad. Ten noorden, rond de haven groeide vanaf WO I de wijk Manshieh. Ze ontwikkelde zich in het duinengebied langs de zee.

Er arriveerden zelfs Europese christelijke sekten. De Duitse protestantse sekte van de Tempeliers sticht in 1871 haar eerste kolonie, Sarona net ten noordoosten van Jaffa en nu ook onderdeel van Tel Aviv (Hakiryat). Zij kwamen uit Schwaben en noemden zich naar de Orde der Tempeliers die aan de kruistochten deelnamen.

Maar er arriveerden ook de eerste Europese joden. Zij vestigden zich eerst binnen de stad Jaffa in wijken die ze hebreeuwse namen gaven: Neve Zedek (Huis der Rechtvaardigen,1887) en Neve Shalom (Huis van Vrede). Die grensden aan Manshieh. Wanneer na 1897 de eerste Europese zionistische kolonisatoren arriveren kopen die van groot-grondbezitters tuinen en plantages op die meer landinwaarts lagen, achter de duinen. Een spilfiguur hierbij was de in Jaffa geboren bouwondernemer, Yosef Chelouche. Er arriveerden ook Jemenitische joden, aangetrokken door de economische bloei van Jaffa. Zo ontstond in 1904 de meest noordelijke joodse wijk, Mahane Israël (nu Kerem Hateimanim, ‘De Jemenitische Wijngaard’). Het was een soort buitenwijk van Manshieh. Hier lag de basis van wat later Tel Aviv zou worden. De mythe zal later willen dat het een andere wijk was, het vijf jaar later gestichte Ahuzat Bayit. (zie infra).

De Witte stad, gebouwd op de Duinen.

De eerste joodse wijk in wat later Tel Aviv zou worden was dus de Jemenitische wijk van Manshieh. In 1906 stichten Europees-joodse kolonisten de vereniging Ahuzat Bayit (Thuis-stad). Zij zullen via stromannen om de Ottomaanse overheid te misleiden, een strook land van 4ha aankopen en de 60 plots onder elkaar verloten. Daarvoor hadden zij inderdaad duinengebied uitgekozen. Alhoewel, de plek heette in het Arabisch Karm Jebali (Wijngaard op de Heuveltop) en het heeft drie jaar geduurd eer de bedoeïenen die er semi-permanent verbleven konden worden weggewerkt. Deze wijk Ahuzat Bayit slorpte in 1909 drie voorheen gestichte kolonies op: Neve Tzedek, Neve Shalom en Mahane Yehuda (Het Joodse Kamp) en de nieuwe entiteit koos voor de naam Tel Aviv.

Wat het huidige Tel Aviv betreft is het duidelijk als je kaarten uit 1898, 1905 en 1917 vergelijkt dat het grootste gedeelte van het oude Tel Aviv is gebouwd op wijngaarden, tuinen en boomgaarden en dat Arabisch Manshieh op duinzand werd gebouwd. De Israëlische architect Sharon Rotbard heeft het overtuigend aangetoond in zijn boek White City, Black City waaruit ik trouwens ook erg veel andere informatie heb gehaald.

Baedecker 1905

De kaart van Baedecker is erg duidelijk, waar collines de sablestaat kwam Arabisch Manshieh daarachter lagen vignobles/wijngaarden en verder grote stukken brande/schorren. Schorren zijn begroeide, overstromingsgevoelige stukken land waarop aan landbouw of veeteelt kan worden gedaan. Denk aan het Brusselse Schaarbeek dat eigenlijk (en in het Brussels nog altijd) Schorrebeek heet. Het dorp Summeil en zijn tuinen lag op zo’n schorre en ook het gehucht Abdel Nebi. De citrusplantages lagen rond het dorp Abu Kebir.

Onder het Ottomaans bewind waren er nog geen grote problemen omdat de overheid de Europese kolonisatie afremde. De problemen kwamen er echt nadat de Britten na WOI het bestuur over Palestina overnamen en de zionistische kolonisatie officieel steunden. Toen ontstond ook het eerste verzet. In 1909 was in Jaffa trouwens al de antizionistische krant Filastin verschenen. Er volgden revoltes tegen de kolonisatie in de jaren 1920 en 1930. Telkens was Jaffa één van de centra.

Daarop besloten de kolonisten om Tel Aviv van Jaffa de facto af te scheiden. De immigratie werd opgedreven en in de jaren 1920 vertwintigvoudigde de bevolking van Tel Aviv (van 2.804 naar 42.000 inwoners). Ze begonnen ook met de aanleg van een eigen haven, apart van Jaffa.

Na WOII wilden de zionisten niet langer een staat in de staat zijn, maar hun eigen staat creëren. Dat gebeurde met geweld en moord. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest en de bevolking verdreven. En Tel Aviv deed mee. In 1948 slorpte de stad alle Arabische buurdorpen van Jaffa op: Summeil, Ajami, Jabaliya, Abu Kebir en Sheikh Muwanis. Al die dorpen werden grondig verwoest en gebulldozerd, nadat hun Palestijnse inwoners manu militari werden verjaagd, net zo in Jaffa, dat in 1954 een deelstad van Tel Aviv werd.

Summeil-Masudiya

Die aanval tegen de buurdorpen werd al ingezet, nog voor de staat Israël op 15 mei werd uitgeroepen en ondanks het feit dat die dorpen zich alles behalve vijandelijk opstelden. In december 1947 vergaderden de mukhtars (burgemeesters) van onder meer Sheikh Muwanis en Summeil met de zionistische militie en stelden zich vriendschappelijk op. Toch werden deze dorpen in februari 1948 al vernietigd en etnisch gezuiverd. Op de plek waar eens Sheikh Muwanis lag staat nu de Universiteit van Tel Aviv.

De eerste dichtbevolkte wijk van Jaffa, Al Manshieh werd vanaf 25 april veroverd door Etzel, de zionistische militie die sympathiseerde met Mussolini en die onder leiding stond van de latere premier Menahem Begin.

Manshieh 1948

Abu Kabir

Daarna volgde Jaffa zelf dat voor 75% werd gebulldozerd en de inwoners verdreven, op zo’n 3.650 na die werden samengedreven in de zuidelijke wijk Ajami. In 1954 werd Jaffa herleid tot een hippe wijk van Tel Aviv.Van Jaffa blijven nu nog enkele kleine relicten over, voor toeristisch gebruik: De Sint-Pieterkerk, de moskee, het kanon van Napoleon, de Andromeda-rots en een pseudo-historische wijk, eerder een tourist-trap. De verovering van Jaffa verliep erg gewelddadig. Zwaar mortiergeschut dat hele woonwijken plat bombardeerde. Massaal gebruik van terreur: vanaf de heuvels werden ‘barrel bombs’ naar beneden gerold. Zo rolden twee leden van Etzel, Chelbi ben David en Shaul Bador zo’n bomvat binnen in café Venezia naast de Al Ahamra-cinema die veertig burgerdoden maakte. Die terroristen zijn nu Israëlische nationale helden.Dan volgde het plunderen. Om mij te beperken tot een zionistische bron:

De Irgun (Etzel) soldaten begonnen te plunderen. Eerst kleren, bloesjes en juwelen voor hun liefje, maar daarna begonnen ze systematisch te plunderen, alles wat maar kon meegezeuld worden: meubels, tapijten, schilderijen, huisraad, serviezen, bestek… en wat ze niet konden meenemen werd systematisch vernietigd: ramen, piano’s, lusters, een ware vernielorgie.“ Jon Kimche, Seven Fallen Pillars, Londen 1950.

Sheikh Muwanis is nu Ramat Aviv, Salama: Kfar Shalem, Manshieh: the City, Summeil: Givat Amal en Jamassin: Bavli.Ter eer en glorie van deze fascistische Etzel-militie werd Etzel House opgericht op het puin van het enige overblijvende huis van Arabisch Manshihe. Over het puin werd een grote glazen kubus gebouwd.

Etzel House, het museum van de overwinnaars.

Om de tekst te citeren op de gedenkplaat binnen: “from the shattered walls of the old building grow dark glass walls… An attempt to freeze the special moment and time of the day that Jaffa was liberated.” Maar over hoe Jaffa werd ‘bevrijd’ geen woord. Sharon Rotbard vergelijkt het architectonisch concept van dit museum met de Ruinenwerttheorie “Waarde van Ruïnes”-theorie van Albert Speer. En concludeert over dit Etzel-museum: “Never before in the history of architecture has such an ugly truth been displayed in such a false, spruced up manner.”

De Bauhaus-stad

 

In 2003 voegde Unesco Tel Aviv toe aan de lijst van het Werelderfgoed: “The White City of Tel Aviv is a synthesis of outstanding significance of the various trends of the Modern Movement in architecture and townplanning in the early part of the 20th century.”

Daarop lanceerde men in Israël de mythe dat Tel Aviv niet alleen een witte stad was, maar ook een Bauhaus-stad, een stad van de International Style. De witte elite van Israël bestaat vooral uit Askenazi joden, en dat woord betekent in het Hebreeuws: Duits. In het jiddish-Duits heten ze Yekkes. Het zijn zij die in 1933 met de nazi’s een samenwerkingsakkoord afsloten waarin een transfer van mensen en kapitaal werd vastgelegd. ‘Transfer’ is in het Hebreeuws ‘ha’avara’. Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Zij werden de economische elite. Een van de bedrijven die ze oprichtten was de Nesher cementfabriek, de grootste industrie van toenmalig Palestina. Nesher is Hebreeuws voor Adler, Adelaar. Alles wat Duits is, is kwaliteit vinden de Yekkes en zij schreven dan ook de geschiedenis van Tel Aviv. Een Witte Stad met Duitse origine, dankzij een link met Bauhaus, de befaamde architectuurschool in Dessau. En het verhaal dat Tel Aviv een soort annex van de Duitse cultuur zou zijn werd in Duitsland zelf gretig overgenomen.

Maar klopt dat? Tel Aviv zou een witte stad zijn, maar eigenlijk is het een blanke stad. Veel wit zie je niet. Toen de bekende Franse architect Jean Nouvel in 1995 de stad bezocht was hij zwaar ontgoocheld: Men heeft mij verteld dat dit een witte stad is. Zie jij ergens wit? Ik niet.” Het is een grijze, vale stad.

Is het een Bauhaus stad? Nu zijn er wel vier Israëli’s die aan de Bauhaus-school hebben gestudeerd: Shlomo Bernstein, Munio Weinraub-Gitai, Shmuel Mechtekin en Aryeh Sharon. Maar zij hebben nooit een groep gevormd of samen gewerkt onder de naam Bauhaus, want zei Aryeh Sharon in een interview: “Bauhaus is geen concept, laat staan een uniforme instelling.” En vooral, ze werkten na WO II, terwijl de gebouwen die nu in Tel Aviv “Bauhaus-Style” worden gecatalogiseerd dateren uit de jaren 1920.

Maar de overgrote meerderheid van de architecten die volgens de “Bauhaus Style” in Tel Aviv actief waren hebben in Frankrijk of België gestudeerd en werden niet door Bauhaus beïnvloed maar door de Franse koloniale architectuur van ondermeer Le Corbusier, daarom dat Tel Aviv zo gelijkt op Algiers of Casablanca. In België studeerden: Haim Casdan (Brussel), Benjamin Ankstein (Brussel) en een van de bekendste Israëlische architecten, Dov Karmi (Universiteit Gent, 1929.)

Om tot slot nog eens Sharon Rotbard te citeren: “In tegenstelling tot Tel Aviv zijn de witte regeerders uit Casablanca, Algiers of Dakar vertrokken en blijven nog alleen hun gebouwen over. In Tel Aviv overheerst nog altijd de cultuur van de witte regeerders en nu meer dan ooit. Tel Aviv is dan ook een voorbeeld tot wat Casablanca, Algiers of Dakar waren geworden als de Franse kolonisatie was blijven verder duren.”

 

Lucas Catherine, vanuit zijn art-deco appartement in Brussel.

December 20, 2018 at 11:51 am Leave a comment

ISRAËLISCHE WETGEVING GIET APARTHEID IN BETON

Door Johan Depoortere

“Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten,” het is een refrein dat de propaganda van de zionistische staat niet aflaat erin te hameren. De werkelijkheid ziet er anders uit. De Palestijnse minderheid in het land (20% van de bevolking) heeft weliswaar stemrecht en is vertegenwoordigd in de Knesset, het Israëlische parlement, maar wordt op allerhande wettelijke en semi-wettelijke manieren van reële invloed – laat staan macht – afgehouden. De feitelijke apartheid waarmee de niet-Joodse bevolking wordt gediscrimineerd wordt nu binnenkort ook wettelijk verankerd. De Knesset spreekt zich in een van de volgende zittingen uit over de “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk.” Dat de wet wordt goedgekeurd lijdt weinig twijfel: het voorstel is ingediend door een lid van Benjanmin Netanyahu’s regeringspartij Likoed.

Feitelijke apartheid

Bijna twee miljoen Palestijnse inwoners van Israël leven nu al in een situatie van feitelijke apartheid. Zij zijn tweederangsburgers in eigen land. Palestijnse steden en dorpen hebben te maken met dagelijkse onderbrekingen in de stroom- en watertoevoer, het ontbreken van stadsplanning en infrastructuur, een nooit aflatende confiscatie van gronden voor exclusieve Joodse bewoning, armoede en werkloosheid, vernietiging van olijfgaarden en woningen.

De vredesactivist Miko Peled wordt in Israël gearresteerd bij een protestdemonstratie.

Miko Peled, de zoon van een legendarische generaal in het Israëlische leger en nu een mensenrechtenactivist, tekende een treffend voorbeeld op van de dagelijkse discriminatie waaronder zijn Palestijnse landgenoten te lijden hebben. Hij sprak met Khaled, een invloedrijke Palestijn die in de gemeenteraadsverkiezingen van oktober aanstaande kandidaat-burgemeester is voor Qalansawe, een Arabische stad van 23000 inwoners in de zogenaamde “Driehoek” – Palestijns gebied in Israël binnen de grenzen van 1948.

Palestijnse huizen in Israël kun je onder andere herkennen aan de watertanks op het dak. In tegenstelling tot Joodse Israëlis moeten de Palestijnen voorzorgen nemen om de dagelijkse onderbrekingen in de watertoevoer door de Israëlische watermaatschappij Mekorot op te vangen. Vandaar die tanks. Khaled vertelt Miko Peled dat hij ook zo een tank op het dak van zijn huis heeft. Om de stand van de watervoorraad af te lezen heeft hij een vlotter nodig, zoals je vindt in de waterbak van een wc. Om het ding te kopen begaf zich naar een winkel in een Joods-Israëlische stad. De verkoper vroeg hem waar hij wel vandaan kwam dat hij zo iets nodig had. “Dat is het verschil tussen een Joodse en een niet-Joodse inwoner van Israël,” zei Khaled.

Discriminatie in cijfers

In theorie en op papier zijn Joodse en niet-Joodse staatsburgers in Israël gelijkwaardig. De praktijk is anders. Er bestaan in Israël twee financieringsbronnen voor basisinfrastructuur, voor land, water, en openbare werken: “de regering die voor alle staatsbrugers werkt of ze nu Joods of Palestijns zijn, en de “Nationale Instellingen” die alleen voor Joodse dorpen en steden werken”1

Die Nationale Instellingen zijn de zionistische organisaties Joods Nationaal Fonds en Het Joods Agentschap die zoals bepaald in hun charter in het toekennen van grond en voorzieningen verplicht moéten discrimineren ten voordele van alle Joden ter wereld en ten nadele van de Palestijnse burgers van Israël.

Het Joods Nationaal Fonds bezit 93% van de grond in Israël die daardoor  ontoegankelijk is voor niet-Joden. Het gevolg van de dubbele financieringsbron is dat de zogenaamde “Arabische sector” in Israël het wat voorzieningen als water, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid met heel wat minder moet stellen dan de “Joodse sector.”

“Het analfabetisme ligt driemaal hoger bij Palestijnen dan bij Joden (15,8 procent tegenover 4,9 procent. Palestijnen hebben geen eigen Arabische universiteit (…) Hoewel de Palestijnen zo een 20 procent van de bevolking uitmaken, is maar 1,5 procent van de ingenieurs Arabier.” Palestijnen in Israël scoren hoger in de werkloosheidstatistieken  en lager in die van de inkomens. De sociale gevolgen zijn voorspelbaar: “7,6 procent van de Palestijnen leeft met meer dan drie personen in één kamer, bij de Joden is dat slechts 0,6 procent. De criminaliteitscijfers zijn meer dan dubbel zo hoog bij de Palestijnen: 16,1 promille tegenover 7,6 promille bij de Joden. Israël besteedt slecht 2 procent van zijn gezondheidsbudget aan de Israëlische Palestijnen, die toch 20% van de bevolking uitmaken. Daardoor is de kindersterfte bij de Palestijnen vier keer hoger dan bij de Joden.”3

Apartheid in beton gegoten

Israël is niet het land van zijn inwoners maar van alle Joden ter wereld. Dat wil zeggen dat iemand die als Jood is geboren in Antwerpen, Brooklyn of Buenos Aires automatisch de Israëlische nationaliteit kan krijgen. Een Palestijn die in Palestina geboren en getogen is maar in 1948 buiten de grenzen van het huidige Israël verbleef is voor eeuwig en altijd van de Israëlische nationaliteit uitgesloten en kan er nooit wettelijk verblijven.

Parlementsleden van drie Palestijnse partijen wilden daar een einde aan maken met een wetsvoorstel dat van Israël de “staat” zou maken van “al zijn inwoners.” De zionistische partijen in de Knesset hebben ervoor gezorgd dat het voorstel geen enkele kans maakt, meer nog dat het te gevaarlijk is om te worden besproken. De juridische adviseur van de Knesset, Eyal Yanon verklaarde waarom: “Het voorstel bevat verschillende artikelen die het karakter van Israël zouden veranderen van een nationale staat voor het Joodse volk tot een staat die gelijke status zou verlenen aan Joden en Arabieren.

De Knesset maakt daarmee zonder meer duidelijk dat een Joodse staat onmogelijk ook democratisch kan zijn. Een democratische staat maakt het immers mogelijk een regime met vreedzaame middelen te veranderen. De zionistische meerderheid zorgt er voor dat Israël een land blijft met een onaantastbare eenheidsideologie: het zionisme en dat de Palestijnen, 20% van de bevolking, voor eeuwig en altijd tot een tweederangspositie zijn veroordeeld.

De “Basiswet Israël als Natiestaat van het Joodse Volk” zal die apartheidsstatus van de Palestijnen nog steviger betonneren. Eén van de bepalingen van dat wetsvoorstel zou het wettelijk mogelijk maken om “exclusieve gemeenschappen” in stand te houden. Dat gaat zelfs de Israëlische president Reuven Rivlin te ver. Hij riep de parlementsleden op het artikel te schrappen omdat het de mogelijkheid zou creëren om uit Joodse nederzettingen Ultra-orthodoxe Joden, Druzen of LGBTpersonen te weren. Dat Palestijnen nu al in feite uitgesloten worden uit Joodse steden en dorpen en dat de wet die vorm van apartheid wettelijk zou verankeren lijkt voor de president de minste van zijn zorgen.

1Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie Lucas Catherine EPO 2017De cijfers in deze paragraaf zijn aan hetzelfde werk ontleend.

2Ibid

3Ibid

July 18, 2018 at 11:51 am 2 comments

NIETS DAN DE WAARHEID

Caravaggio, Het offer van Isaak (1603)

Door Gie van den Berghe 

www.serendib.be

Onwaarheden, roddel, nepnieuws – ze zijn van alle tijden. Maar nu worden ze nog sneller verbreid door de a-sociale media, door de vervlakking en commercialisering van ‘het’ nieuws, door de zogenaamde democratisering van kennis. Pastoor, dokter en professor hebben de waarheid niet langer in pacht.

Geen waarheden zonder onwaarheden. De één zijn waarheid is niet zelden de ander zijn onwaarheid. Van kleuren en geuren tot ideologische, religieuze en politieke visies. Maar om waar te zijn, moet iets vatbaar zijn voor weerlegging. Onbetwistbare waarheden zijn valse waarheden. God bijvoorbeeld. Een waarheid die geen tegenspraak duldt, is weinig meer dan een vooroordeel.

Evidente waarheden als de Holocaust mogen dus betwist worden. Wie dat verbiedt, speelt in de kaart van ontkenners en twijfelaars want censuur lijkt aan te geven dat iets het daglicht niet veelt. Bij analyse en weerlegging van negationistische argumenten blijkt trouwens dat sommige aspecten van het stereotiepe Holocaustverhaal voor betwisting vatbaar zijn.

Neem de benaming Holocaust, Grieks voor ‘wat volledig verbrand moet worden’. In het Bijbelboek Genesis stelt God Abraham op de proef. Hij moet zijn geliefde zoon Isaak ten offer brengen. Abraham bereidt zich voor, bewijst godvrezend te zijn en mag daarom een ram in plaats van zijn zoon offeren. God belooft hem rijkelijk te zullen zegenen met een talrijk nageslacht dat al zijn vijanden zal verslaan.

Eind jaren 1970 voerden religieusmystieke joden de Bijbelse slachtofferterm Holocaust in als benaming voor de jodenuitroeiing door de nazi’s. De Binding van Isaak werd een metafoor voor de miljoenen joden die werden geofferd voor de wederopstanding van het joodse volk en Israël. Het offer, dat door sommige exegeten vergeleken wordt met de offerdood van Jezus, is niet tevergeefs geweest. Het onzegbare leed is verwerkt. Israël is het zoenoffer voor de jodenuitroeiing in Europa.

Seculiere joden zagen dit Holocaustbegrip niet zitten. Maxime Steinberg, een Belgisch jood en historicus wiens moeder in Auschwitz werd vermoord, noemde het in 1985 “een belediging van de miljoenen slachtoffers van de genocide, een besmeuring van de herinnering aan mijn moeder”. Zij was immers geen “instemmend slachtoffer van een nieuw liturgisch ritueel waarin de SS de plaats zou ingenomen hebben van de offerpriesters. Ze hebben haar ook niet vermoord om een of ander lot van het joodse volk te rechtvaardigen”. De in deze context “schaamteloze term ‘holocaust'”, vervolgde Maxime, “heeft niets met geschiedenis te maken maar alles met de mythes veroorzaakt door de catastrofe”.

Mede door de Amerikaanse televisieserie Holocaust uit 1978 – een serie die ondanks of dankzij haar soapgehalte nog aan populariteit wint – en de eind vorige eeuw uit de grond rijzende Holocaustmusea, wordt het Holocaust-slachtofferbegrip ondertussen wereldwijd gebruikt, ook door historici.

Alleen maar een kwestie van woorden? We weten toch met zijn allen waarover het gaat?! Gespecialiseerde historici wel, maar het grote publiek kent vooral het stereotiepe Holocaustverhaal. En dat is, zoals veel ingeburgerde verhalen, sterk vereenvoudigd, deels onjuist en onwaar.

Niemand kan alles kennen. Veel van wat we denken te kennen is een oppervlakkige, vereenvoudigde en al te samenhangende versie van de werkelijkheid. U en ik kunnen niet anders dan de beperkte informatie waarover we beschikken beschouwen als alles wat er over een bepaald iets te kennen valt. Met de beschikbare informatie bouwen we een verhaal en als dat goed is, geloven we het, wordt het waarheid.

Kennis is een eiland in een oceaan van onwetendheid.

Vast staat dat meer dan vijf miljoen joden werden vermoord. Maar hoe is het zo ver kunnen komen?Hoe werden mensen als u en ik volkenmoordenaars? Waarom keken we met zijn allen weg? Hoe uniek is de jodenuitroeiing?

Holocaust verwijst naar slachtoffers, niet naar daders. Deze laatsten hadden het over Endlösung der Judenfrage. Eindoplossing – er was dus voordien al sprake van een jodenprobleem. En inderdaad, de diaspora, de verspreiding van joden over de hele wereld, werd in veel landen en kringen als probleem ervaren. De discriminatie, vervolging en verdrijving van deze migranten werd eeuwenlang godsdienstig en antisemitisch gerechtvaardigd.

Gustave Doré  “Le Juif errant” Gekleurde houtsnede in Le Journal pour Rire, Paris, 1852

De eeuwige jood – titel van een antisemitische nazi-propagandafilm uit 1940 – was geen bedenksel van nazi’s maar van katholieken. Het verhaal van de wandelende of dolende jood dateert uit de middeleeuwen. Jezus, zo luidde het, vroeg op weg naar Golgota, gebukt onder het kruis, aan een jood om even op zijn dorpel te mogen rusten. De jood weigerde of bespotte Jezus, waarop die zei: “ik zal rusten, maar gij zult ronddolen over de aarde zonder te kunnen rusten, tot de dag van het laatste oordeel”. Moraal van het verhaal: wie Christus, de christelijke leer verwerpt, moet op geen verlossing rekenen.

Toen het naziregime begin 1933 de macht kreeg, vaardigde het meteen anti-joodse maatregelen uit. Joden moesten door pesterijen, boycots, discriminatie en beroepsverbodenhet land uit gedwongen worden. Maar de rest van de wereld had geen boodschap aan nog meer joden. De VS had al in 1924 beslist dat dergelijke ‘inferieure rassen’ niet langer welkom waren.

Duitsland zat met zijn joden opgescheept. Toch dacht de eerste acht jaar van het nazibewind niemand aan uitroeiing. Die begon pas in de tweede helft van 1941, samen met de inval in de Sovjet-Unie. Eén en ander ging dus heel wat geleidelijker in zijn werk dan het stereotiepe Holocaustverhaal wil.

Niet dat het nazibewind terugschrok voor gewelddaden en massamoord. Lang voor iemand aan jodenuitroeiing dacht, werden talloze mensen van eigen bloed gesteriliseerd en geëuthanaseerd – Ariërs met een mentale of fysieke handicap. Tot het einde van de oorlog werden in totaal 360.000 mensen gesteriliseerd.

Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog begon de zogenaamde euthanasie-actie, de moord op minstens 70.000 mensen met een handicap.De actie lekte uit, een bisschop hield een opgemerkte preek en de operatie werd officieel stopgezet maar ging achter de schermen door.

Tegen de uitroeiing van de joden kwam ook van katholieke zijde nooit protest. Integendeel, na de oorlog hielp het Vaticaan verscheidene topnazi’s ontkomen naar Zuid-Amerika.

Ook wat sterilisatie en uitroeiing van zogenaamd minderwaardige mensen betreft, heeft het naziregime weinig uitgevonden. De gedachte dat fysieke, mentale en morele kenmerken erfelijk zijn en het dus verstandig is de gezondste, sterkste en meest begaafde mensen aan elkaar te koppelen, is van alle tijden. Plato, Aristoteles, Thomas Morus en tal van verlichtingsfilosofen en wetenschappers hebben daarvoor gepleit.

In 1883 bedacht Francis Galton, een vindingrijk wetenschapper en neef van Charles Darwin, de term eugenics : goede genese, goede geboorte. Darwin viel hem bij : de evolutie van de mens is door toedoen van mens en beschaving vrijwel tot stilstand gekomen. De mens, schreef hij in 1871 in De afstamming van de mens, kan maar vooruitgaan als hij onderworpen blijft aan harde strijd. Alleen dan komen de besten boven drijven. De voortplanting van gewenste individuen zou bevorderd moeten worden en die van ongewensten belemmerd, ware het niet dat zulks in beschaafde naties uit den boze is.

In de VS werd vanaf 1920 al op relatief grote schaal gesteriliseerd. Ook in het democratische Weimar-Duitsland gingen toen stemmen op om zogenaamd levensonwaardig leven te beëindigen. Karl Binding en Alfred Hoche, een jurist en een psychiater, pleitten in Die Freigabe der Vernichtungvoor gedeeltelijke opheffing van het verbod te doden. Twee jaar na de nederlaag in de Grote Oorlog vergeleken ze een slagveld bezaaid met lichamen met een instelling waar idioten met de grootste zorg werden omringd. Tegenbeelden van mensen, zonder wil tot leven of sterven. Levens van negatieve waarde rekken is meedogenloos; ze geen zachte dood gunnen is wreed en een zware belasting voor verwanten en maatschappij. Dergelijke levens doden is geen misdaad of immorele handeling, maar nuttig en geoorloofd.

Nog in 1920, stuurde een directeur van een Saksische verpleeginstelling voor zwakzinnige kinderen een vragenlijst naar de ouders. Zou u instemmen met een pijnloze levensbekorting als vast staat dat uw kind ongeneeslijk idioot is? Of alleen als u niet meer voor uw kind kunt zorgen, na uw dood bijvoorbeeld? Of alleen als uw kind fysiek of psychisch zwaar afziet? En tot slot: wat vindt uw vrouw hiervan? 73 % van de 162 ouders antwoordde ‘ja’ op alles, 27% ‘neen’ op sommige vragen. Nogal wat ouders voegden eraan toe dat ze liever van niks geweten hadden: ‘niet vragen, doen!’.

Het is, voor wie er even bij stil staat, best merkwaardig dat het nazibewind eigen volk steriliseerde en ombracht voordat het joden massaal begon uit te roeien. Blijkbaar zagen ze in joden, anders dan in gehandicapten, toch nog de mens, zij het van een concurrerend ras.

Enkele stappen uit de escalatie tot genocide.

Tien dagen na de aanhechting van Oostenrijk (maart 1938), toen de pers bol stond van nazi-gruweldaden – terwijl de nazi’s door veel Oostenrijkers enthousiast werden verwelkomd – grendelde de beschaafde wereld zijn grenzen verder af.

In juli 1938 overlegden vertegenwoordigers van een dertigtal landen in het mondaine Evian-les-Bains. Alleen de Dominicaanse republiek wou joden opnemen. Australië verklaarde tegen antisemitisme en racisme te zijn en wou die problemen onder geen beding importeren.

Op 5 oktober 1938 ging het nazibewind in op het verzoek van de Zwitserse regering om een rode J te plaatsen op paspoorten van Duitse joden.

Ook Polen weigerde joden op te nemen. Daarom deporteerde Duitsland eind oktober 1938 15.000 Poolse joden naar een niemandsland aan de grens met Polen. Onder hen ook de familie van Herschel Grynszpan. Die pleegde op 7 november een aanslag op een ambtenaar van de Duitse ambassade in Parijs. Duitsland reageerde met een pogrom, de Reichskristallnacht. Talloze synagogen en joodse zaken gingen in vlammen op. Twintigduizend joden werden in concentratiekampen opgesloten, kampen waar tot dan voornamelijk politieke gevangenen zaten. Enkele honderden joden overleefden dit niet, maar de anderen werden na enkele maanden vrijgelaten.

De wereld bleef wegkijken. Eigen volk eerst.

Het slachtofferperspectief berooft ons van inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de Endlösung der Judenfrage.

Hitler hield van honden en kinderen. Hoe waar ook, de bewering druist in tegen onze waarheid. Wij mensen denken makkelijk in absolute goed-kwaad tegenstellingen, in slachtoffer-dader termen. Genocidaire daders worden gedemoniseerd, onherkenbaar gemaakt als mens. We ontmenselijken ze zoals zij met gehandicapten en uiteindelijk ook met joden deden. Wie dehumaniseert verheft zich boven de ander, wordt dader in potentie.

Daderbronnen zoals Hitlers Mein Kampf, de memoires van Auschwitzcommandant Rudolf Höss of die van Adolf Eichmann; de fotoalbums die SS’ers maakten van de ontruiming van het Warschau getto of van de aankomst van een jodenkonvooi in Auschwitz – dit soort daderbronnen maakt duidelijk dat veel daders dachten het goede of toch het noodzakelijke te doen. Ze doodden voor een goed doel: het Volkslichaam zuiveren van biologisch ballast en het jodenprobleem definitief oplossen. Kwaad om bestwil.

Ella Lingens-Reiner, een Oostenrijks arts die wegens hulp aan joden in Auschwitz belandde, zei daar tegen Fritz Klein, de SS-arts met wie ze moest samenwerken, dat ze zich schaamde tot de Duitsers gerekend te worden. Klein, volgens Lingens-Reiner een beschaafd man, begreep dat niet. Hoe kun je, vroeg ze hem toen, meewerken aan de uitroeiing van joden, heb je als arts dan geen respect voor menselijk leven? Natuurlijk wel, antwoordde Klein, “uit respect voor menselijk leven moet ik de rotte appendix uit het zieke lichaam verwijderen en joden zijn de rotte appendix in het Europees lichaam”. Een daderperspectief.

Fritz Klein was een meedogenloze antisemiet. De man ook die kort na de oorlog in Bergen-Belsen gefotografeerd werd in een ‘ravijn’ van lijken, een massagraf dat de Britse bevrijders moesten graven om de in het kamp heersende tyfus te bestrijden.

Bergen-Belsen 24 april 1945

 

Epiloog

In 1931, zeven jaar voor het nazi-bewind de rode J invoerde, introduceerde België in Rwanda etnische identiteitskaarten met daarop het grotendeels fictieve onderscheid Hutu – Tutsi – Twa. Omdat niet iedereen op het oog herkenbaar was, werd bepaald dat wie tien of meer koeien bezat, Tutsi was. Zo gebeurde het dat de ene broer Tutsi en de andere Hutu werd. Tijdens de Rwandese genocide in 1994 werden de racistische identiteitskaarten een dodelijk hulpmiddel bij identificaties aan wegversperringen.

Ook bij deze genocide keek de hele wereld weg, België op kop.

De analogieën met hedendaagse toestanden en houdingen kunnen u niet ontgaan zijn.

Lezing gehouden op 9 juni 2018 in het Liberaal Archief te Gent, in het kader van een lezingencyclus over waarheid en onwaarheden, voor een honderdtal vrijmetselaars (zelf behoort Gie tot geen enkel genootschap, laat staan een geheim).

July 14, 2018 at 4:33 am 2 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers