MATHILDE EST REVENUE

NF 1 FullSizeRender
Viering Nationale Feestdag

door Pietje Brel Wittevrongel

N F 2 Piet en Mathilde

sexier dan ooit maar de kunstenaar waakt: ze zal er geen been over breken/ 21.07.16

juli 22, 2016 at 9:47 am Een reactie plaatsen

Vlaanderen Vlaams?

4386489
Vlaams Minister van Wonen Liesbeth Homans vindt bereidheid om Nederlands te leren niet langer voldoende om een sociale woning te huren. Voortaan zal de (kandidaat-)huurder moeten aantonen dat hij of zij de taal machtig is zo niet zwaait er mogelijk een boete tot 5000 Euro. De wachtlijsten voor sociale woningen zijn lang. Een vreemde manier dus van de Vlaamse regering om de crisis in de sector op te lossen. De vraag is of de nieuwe eis de grondwettelijke toets doorstaat – maar los daarvan kun je je ook afvragen hoe deze maatregel te rijmen valt met het streven naar de “inclusieve samenleving” die de Vlaamse ministers zo hoog in het vaandel beweren te dragen en waaraan bij rituelen als de 11-juliviering met overgave lippendienst wordt bewezen. Linguïst Jan Blommaert wees drie jaar geleden in een artikel in Knack al op de kwalijke gevolgen van wat toen nog een voornemen was maar nu dus realiteit dreigt te worden. Lees hieronder hoe Blommaert de slogan ‘In Vlaanderen Vlaams” fileert en aantoont hoe die in werkelijkheid de ongelijkheid en onrechtvaardigheid in de Vlaamse samenleving organiseert.

Johan Depoortere

Vlaanderen Vlaams: Een Onrechtvaardige Samenleving

2014-03-16_vlaams-zangfeest-32

Door Jan Blommaert

In Vlaanderen Vlaams – deze slogan doet het weer goed. In Antwerpen hanteert het nieuwe bestuur het Nederlands als een kroonjuweel in haar welzijnsbeleid, incluis het beleid rond sociale huisvesting; de gratis tolkendiensten worden er afgeschaft. En Minister Bourgeois geeft De Wever en Homans een duwtje in de rug door te overwegen het vereiste taalniveau voor nieuwkomers in de sociale sector op te trekken van A1 tot A2. (1)

Gevraagd om uitleg trekt men de kaart van de vermoorde onschuld. “Het is toch vanzelfsprekend dat men enkel aan deze samenleving kan deel nemen wanneer men de taal spreekt”, “of:  “is dat teveel gevraagd misschien?” Het argument heeft immers iets vanzelfsprekends: juist, ja, we kunnen zaken doen met mekaar wanneer we elkaar verstaan. Dus wie kan daar nu tegen zijn?

Het antwoord is: taalkundigen zoals ik. Mensen die er hun beroep van hebben gemaakt de complexe verhoudingen tussen taal en samenleving te begrijpen en in kaart te brengen, schudden het hoofd, en wel om uiteenlopende redenen.

Een, maar al bij al minder belangrijk: de door de EU bepaalde taalniveau’s (A1, A2 enzovoort) zijn abstracties die niets te maken hebben met de realiteit van communicatie. Concreet: er is geen enkele reden waarom iemand met een lager competentieniveau geen heldere en afdoende communicatie kan hebben met iemand met een hoger taalniveau. Meer nog: dit is de regel en niet de uitzondering, want ‘het’ Nederlands is even goed een fictie.

cf3d0306faa2266e33a34c260481c990-schoolbord

Intussen beantwoordt het aanbod aan cursussen Nederlands helemaal niet aan de vraag.

In realiteit zijn er honderden afzonderlijke stukjes Nederlands, en elk van ons beheerst er een aantal zeer goed, een aantal minder, en een aantal niet. Weinig doorsnee Vlamingen zijn in staat een notariële akte te schrijven, bijvoorbeeld, wat een van de redenen is waarom die doorsnee Vlamingen behoorlijk wat geld moeten neertellen voor de taal-diensten van de notaris. Taal-ongelijkheid is de regel, ook in gemeenschappen die zichzelf als ‘eentalig’ beschouwen.

Twee, en veel belangrijker, is de evolutie van de samenleving, de tendens die we zien in de werkelijkheid. Globalisering heeft een tweezijdige ‘superdiversiteit’ geschapen, en dit proces holt aan grote snelheid vooruit. Aan de ene kant worden samenlevingen zoals de onze steeds diverser omwille van veranderende patronen van migratie, hetgeen onwaarschijnlijke dimensies van meertaligheid schept, en niet alleen meer in de grote steden. Anderzijds zijn ook de Vlaamse inboorlingen veel actiever en mobieler, en wordt de doorsnee Vlaamse leefwereld door-en-door transnationaal en dus meertalig. Zap een uurtje doorheen het televisie-aanbod en je weet waarover het gaat.

Het merkwaardige aan deze superdiversiteit is dat ze in de regel bijzonder weinig acute communicatieproblemen stelt. Mensen – doorsnee mensen – zijn immers meertalig, en ze ontwikkelen verkeerstalen die hen door complexe communicatiesituaties gidsen. Engels is een voor de hand liggend voorbeeld, maar men onderschat de cruciale rol van een soort straat-Nederlands als verkeerstaal in superdiverse stadswijken. Het geroep over ‘meer Nederlands’ gaat aan die realiteit voorbij.

00295

“In Vlaanderen Vlaams!” Wie kan daar tegen zijn?

De algemene tendens is dus een tendens naar meertaligheid, niet naar eentaligheid, en gegeven de manier waarop globalisatieprocessen werken is daar simpelweg niets aan te doen. Dat is overigens de reden waarom onze onderwijsminister, in koor met de EU, het belang van meertaligheid voor Vlaamse burgers telkens weer onderstreept. Het is ook de reden waarom academici aan Vlaamse universiteiten nu een taaltoets Engels moeten afleggen.

Die realiteit van meertaligheid verhoudt zich dus slecht tot een ideologie van eentaligheid. Het is eenvoudigweg niet juist dat men “alleen maar aan onze kan samenleving kan deelnemen” indien men Nederlands (en enkel Nederlands) spreekt. Men kan enkel aan onze samenleving deelnemen indien men verschillende talen spreekt. En die keuze van talen, de talen die men met z’n familie, vrienden en collega’s spreekt, is geen zaak voor de overheid. Het is een zaak die bepaald wordt door sociale processen, en beleid heeft daar nauwelijks een greep op.

En hier komt een derde reden. Indien men dit beleid tracht door te drukken, dan wordt het een vorm van discriminatie, een obstakel voor “deelname aan onze samenleving”, geen middel daartoe. Het optrekken van het vereiste taalniveau van A1 naar A2, bijvoorbeeld, zal geen enkel effect hebben op de echte communicatie tussen mensen. Als men bij A1 de indruk heeft van gebrekkig of houterig Nederlands, dan zal dat niet verdwijnen bij A2.

Deze ingreep lost dan ook geen enkel probleem op, maar ze schept wel een nieuw probleem: taal wordt een instrument waarmee men ongewenste doelgroepen het “deelnemen aan onze samenleving” steeds moeilijker maakt. Het effect zal voorspelbaar zijn: het wordt moeilijker om toegang te krijgen tot de welzijnsvoorzieningen van de overheid. Minder mensen zullen aanspraak kunnen maken op sociale woningen, uitkeringen, specifieke vormen van ondersteuning in het dagelijks leven.

En dit gebeurt niet omdat er in realiteit slechte communicatie heerst – dat onderzoek naar de feitelijke toestand doet men immers niet, men kent de feitelijke toestand simpelweg niet en lijkt er geen belangstelling voor te hebben. Het gebeurt omdat men zichzelf een samenleving heeft aangepraat die, in weerwil van de realiteit, eentalig zou moeten zijn. Of meer precies: een samenleving waarin wijzelf voor alles heel erg meertalig zijn en moeten zijn, terwijl we van anderen eisen dat ze een eentalig taalregime aannemen.

Zoiets heet: een onrechtvaardige samenleving.

(1) Het Vlaams parlement heeft op 30 mei 2013 het decreet over de hervorming van de integratie- en inburgeringssector goedgekeurd. Voortaan moeten inburgeraars die een inburgeringsattest willen behalen, slagen voor een examen Nederlands als tweede taal (NT2) op niveau A2 van het Europees referentiekader JD

spuwen

 

juli 11, 2016 at 3:41 pm 7 reacties

ELIE WIESEL EN DE HOLOCAUSTINDUSTRIE

559601613

Elie Wiesel, de mensenrechtenprofeet en ziener met een blinde vlek ter grootte van het Midden-Oosten.

Nobelprijswinnaar voor de vrede Elie Wiesel, is op 87- jarige leeftijd gestorven. Van de doden niets dan goed en in de media – reguliere en sociale – gonst het dan ook van de loftuitingen op de man die zowat het geweten van de wereld wordt genoemd. Alle remmen los bijvoorbeeld in een opiniestuk van Patrick De Wael in De Morgen. Mark Van de Voorde, voormalig hoofdredacteur van Kerk en Leven en speechwriter voor Yves Leterme, bestaat het om Wiesel op Facebook bezorgdheid om de Palestijnen toe te dichten en wie kritiek heeft uit te maken voor anti-semiet en Nazi. Dat Wiesel, volgens Noam Chomsky een “akelige bedrieger,” tegelijk een nooit aflatende propagandist was van de racistische apartheidsstaat Israël wordt zorgvuldig onder de mat geveegd. Meer nog: Facebook neemt de rol van censor op zich en verwijdert een post van Ludo De Brabander waarin hij dat aspect van de Nobelprijswinnaar analyseert.

2836826487-2

Elie Wiesel in Buchenwald. Er is twijfel of  de rood omlijnde man wel degelijk Wiesel is.

Elie Wiesel dankt zijn naam en faam – en zijn Nobelprijs – aan het boek “Nacht” waarin hij zijn kampervaringen beschrijft. Wiesel wordt in 1944 als 16-jarige naar Auschwitz en later naar verschillende andere kampen gedeporteerd. Zijn moeder wordt in de gaskamer vermoord, zijn vader sterft enkele maanden vóór de bevrijding. Wiesel zelf overleeft de gruwel en schrijft een eerste versie van zijn boek in het Jiddish. Pas vele jaren later wordt “Nacht” in het Frans vertaald en beginnen boek en auteur aan een tocht naar de toppen van de roem.

2899854733

Wiesel bezocht Auschwitz met president Obama. Maar hij was ook goede vriendjes met Ronald Reagan en hij spoorde George W Bush aan om een klein oorloogje tegen Irak te beginnen. Hij voerde later campagne tegen Obama’s nucleaire deal met Iran.

Nacht” is niet het enige getuigenverslag over de Nazigruwel en volgens critici lang niet het beste. Primo Levi schreef in 1947 al Si questo é un uomo – maar ook dat werk vond pas zijn weg naar het grote publiek toen het in 1958 opnieuw werd uitgegeven. Dat “Nacht” en Wiesel veel meer weerklank vonden is niet zozeer aan de literaire kwaliteiten van het werk te danken als aan het talent van de auteur voor public relations en zijn onverdroten inspanningen om de groten der aarde voor zich te winnen. Maar de heiligverklaring van Wiesel heeft vooral te maken met wat Norman Finkielstein in een even beroemd als controversieel boek “de holocaustindustrie” heeft genoemd. Met de “holocaustindustrie” bedoelt Finkielstein – zelf een zoon van slachtoffers van de genocide – de exploitatie van het Joodse lijden voor politieke doeleinden, zeg maar propaganda voor de Zionistische staat. En hier is het dat de rol van Wiesel van doorslaggevende betekenis is geweest. Wiesel werd zowat de posterboy van de holocaustindustrie.

De eerste decennia na de oorlog was er in de media en de publieke opinie nauwelijks belangstelling voor de massamoord op de Joden en het woord “Holocaust” moest nog worden uitgevonden. Daar kwam verandering in na de oorlog van 1967 die Israël overtuigend won maar die door de bezetting die erop volgde de sympathie voor de Joodse staat dreigde te ondermijnen. Voortaan begon ook het lot van de Palestijnen tot de wereldopinie door te dringen. De belangstelling voor de Holocaust, schrijft Finkielstein kwam niet zozeer doordat de overlevenden hun stem vonden maar door het lobbywerk van Amerikaanse pro-zionistische Joden die zich realiseerden dat de Holocaust het geschikte middel was om Israël de status van “moreel slachtofferschap” te verlenen ondanks de misdaden van de Zionistische staat tegen de Palestijnen. Wiesel weigerde met Finkielstein in debat te gaan en noemde zijn nemesis niet verwonderlijk een antisemiet of – minstens even erg – een zelfhatende Jood.

Maar Finkielstein is lang niet de enige die de Nobelprijswinnaar misbruik van de Holocaust verwijt. Toen Wiesel in 2014 een levensgrote advertentie in The New York Times plaatste waarin hij Israël probeerde wit te wassen van het bloedbad in Gaza antwoordden 327 overlevenden van de kampen en hun afstammelingen met een advertentie in het Israëlische blad Ha’aretz. “Wij zijn verontwaardigd en wij walgen van de manier waarop Elie Wiesel onze geschiedenis misbruikt om het onverdedigbare te verdedigen: Israëls onverdroten poging om Gaza te vernietigen en de moord op meer dan 2000 Palestijnen, onder wie honderden kinderen. Niets rechtvaardigt het bombarderen van VN-schuilplaatsen, ziekenhuizen en universiteiten. Mensen afsnijden van elektriciteit en water is door niets te rechtvaardigden.”(Ha’aretz 23 aug 2014)

Het overdedigbare verdedigen: het loopt als een rode draad door Wiesels biografie. In 1947 is hij als journalist verbonden met de organisatie Irgun die onder leiding van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachem Begin terreur zaait in Brits Palestina. Hoewel Wiesel niet als actief lid deelnam aan de terreurdaden moet hij er zeker van de op de hoogte zijn geweest: de bomaanslag op het King David hotel waarbij tientallen Britten en 15 onschuldige Joden omkwamen en het bloedbad van Deïr Yassin om alleen maar de twee meest beruchte te noemen. In het dorp Deïr Yassin in de buurt van Jeruzalem vermoordden leden van Irgun op 9 april 1948 in koelen bloede 107 burgers – volgens sommigen meer dan het dubbele daarvan – onder wie vrouwen en kinderen. Geen woord van spijt daarover kwam over Wiesels lippen. Van wie is de beroemde quote ook weer dat “neutraliteit en zwijgen altijd in het voordeel van de verdrukker speelt?”

EW_Irgun_poster_Erez_Jisrael

Propaganda voor Irgun, bestemd voor Joden in Centraal Europa. Volgens de Israëlische historicus Benny Morris zaaiden organisaties als Irgun en het nog radicalere Stern terreur onder de Palestijnse bevolking met etnische zuivering als doel.

 

Dat Elie Wiesel “ zich” volgens Mark Van de Voorde “het lot van de Palestijnen aantrok” is dan ook groot nieuws. Het zou daarom interessant zijn te vernemen waar en wanneer Wiesel zich met het gezag van een Nobelprijswinnaar heeft uitgesproken tegen de illegale bezetting door Israël van de Westbank en Gaza, tegen de Apartheid in de bezette gebieden, tegen de moorden zonder vorm van proces, tegen het vernietigen van huizen en olijfbomen van Palestijnen, tegen de invallen in buurland Libanon, tegen het stelen van de waterbronnen, tegen de vernederende behandeling van Palestijnen aan de talrijke checkpoints, tegen de illegale nederzettingen op de Westbank waar nu 420000 Joden wonen die op exclusief voor Joden voorbehouden wegen rijden, tegen de terreur van de kolonisten en ga zo maar door.

Waar was Wiesel toen de voormalige opperrabijn Mordechai Eliyahu – niet de geringste religieuze autoriteit – verkondigde dat er “absoluut geen moreel bezwaar is tegen het doden zonder onderscheid van burgers tijdens een massaal militair offensief tegen Gaza?” (The Jerusalem Post 30 mei 2007) Hebben we de grote man gehoord toen Eliyahu’s zoon verklaarde: “Als ze niet stoppen (met raketbeschietingen) nadat we er 100 hebben gedood, dan moeten we er 1000 doden. Als ze niet stoppen nadat we er 1000 hebben gedood moeten we er 10000 doden. Als ze nog niet stoppen moet we er 100000 doden, zelfs een miljoen. wat ook nodig is om ze te doen stoppen?”‬



Ja, Wiesel was bedrukt toen de Palestijnen bij bosjes werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatilla in Beiroet. Maar dat was vooral omdat de goede naam van Israël in het gedrang kwam en tenslotte “waren het niet de Israëlische soldaten die de slachtpartij hadden aangericht.” ‬En hij stortte krokodillentranen toen die arme Joodse settlers hun illegale nederzettingen in Gaza moesten verlaten. Toen was de oorlogsmisdadiger Sharon, die de terugrrekking uit taktische overwegingen had bevolen, volgens Wiesel een verrader van het Zionistische ideaal.‬ Wiesel beschreef in pakkende bewoordingen de kolonisten die door Israëlische soldaten uit hun huizen waren gezet en nu haveloos “op zoek moesten naar een bed en een tafel.”  Voor de 800000 Palestijnen die als gevolg van de etnische zuiveringen in 1948 het land ontvluchtten had Wiesel minder mededogen. Terugkeer naar het land en de huizen die hen werden afgepakt is ondenkbaar vond Wiesel: dat zou immers zelfmoord betekenen voor de Zionistische staat want “de gezichten van Palestijnse jongeren zijn verwrongen van haat.” 



Wiesel was zeer begaan met mensenrechten. Hij kwam op voor de slachtoffers van onrechtvaardigheid en geweld overal ter wereld zolang die slachtoffers maar niet de pech hadden in het land te wonen dat God aan zijn uitverkoren volk heeft beloofd.‬

Johan Depoortere

8 juli 2016

 

 

juli 8, 2016 at 7:59 pm 1 reactie

PRO-BREXIT, PRO-TRUMP EN TOCH LINKS? HET KAN!

brexit-7

Door Tom Ronse

Een spook waart door Europa en het is duidelijk niet datgene waar Marx en Engels het over hadden in hun Communistisch Manifest. Het is een zwart spook dat nationalisme predikt en xenofobie. Het wil grenzen sluiten en muren bouwen, immigranten “repatriëren”. Je zou verwachten dat het ter linkerzijde unaniem zou verafschuwd worden maar dat blijkt niet zo. Er zijn ook linksen die het spook toejuichen.

In Engeland werd de zege van Brexit niet alleen door de aanhangers van Nigel Farage en Boris Johnson gevierd maar ook door linkse vakbondsleiders zoals Mick Cash, linkse celebrities zoals Julian Assange en Tariq Ali en opiniemakers als John Pilger die Brexit  prees als “een daad van rauwe democratie”.

Naar verluidt stemde de meerderheid van de Engelse “arbeidersklasse” (hoe men die definieert is natuurlijk de vraag) voor Brexit. Volgens The Times stemde 86% van de kiesdistricten met een hoge  industriële tewerkstelling er voor. Vooral in regio’s met hoge werkloosheid had de “Leave”-campagne veel sukses. Wat die kiezers in de eerste plaats motiveerde, zo blijkt uit polls, was angst voor de toekomst: angst om door automatisering uitgestoten te worden, angst om lonen en uitkeringen te verliezen door buitenlandse concurrentie en de toevloed van miljoenen vluchtelingen,  angst door de toename van spectaculair geweld, enz.

imiagrunts

Dat zijn inderdaad goede redenen om bang te zijn maar of het VK al dan niet in de EU blijft, zal weinig aan die trends veranderen. Dit was geen referendum over automatisering of globalisering, die zullen hoe dan ook voortgaan. Over immigratie ging het evenmin. Geen haar op Boris Johnsons wilde scalp die eraan denkt om de kraan dicht te draaien of om de Polen en Pakistanen die het zwaarste werk voor de laagste lonen verrichten het land uit te zetten. Minst van al ging het over democratie. De EU mag dan een bureaucratisch monster zijn maar het VK is geen democratisch alternatief. We hebben het hier tenslotte over een land waarvan het staatshoofd (de koningin) benoemd is door God, waar een van beide kamers van het parlement (the House of Lords) bestaat uit niet verkozen edelen en bischoppen en het kiessysteem zo ondemocratisch is dat de laatste verkiezingen (2015) voor een partij (de UKIP) die 3,9 miljoen stemmen haalde één zetel opleverde terwijl een andere (de SNP) die 1,5 miljoen stemmen won 56 zetels kreeg.

Nee, niet over democratie of immigratie of globalisering ging het referendum, wel over wie de chaos het best in de hand kan houden.  Die dreigende chaos is de achtergrond van Brexit.  Als het referendum in zonniger tijden had plaats gehad dan zou men aan de uitslag niet zo zwaar getild hebben. Maar dan was de uitslag wellicht ook anders geweest. Nu werd de uitslag bepaald door een groeiend gevoel van onrust en ontevredenheid.  Een nieuwe globale recessie zou het wellicht aanwakkeren en niet alleen in Engeland.

Een golf van nostalgie

Volgens de eerder vermelde poll vinden de meeste Leave-stemmers dat het leven in Groot-Brittannië 30 jaar geleden beter was en dat de kinderen die nu opgroeien een slechter leven zullen hebben dan hun ouders. In steeds meer landen vinden steeds meer mensen blijkens opiniepeilingen dat het vroeger beter was, ongeacht het politiek regime dat toen aan de macht was. Zelfs Oostblok-regimes en brutale dictators zoals Saddam Hoessein en Khadafi wekken nostalgie op.  Pessimisme is troef. Bij gebrek aan toekomstperspectief keren de blikken zich naar het verleden. Een golf van nostalgie rolt over de wereld en maakt van de groeiende ontevredenheid vruchtbare grond voor het discours van Trump, Le Pen, Wilders en Farage.

Brexit-propaganda

Brexit-propaganda

De meeste kiesdistricten die traditioneel Labour stemden hebben voor Brexit gekozen, hoewel de partij oficieel in het Remain-kamp zat.  Dat is minder verbazingwekkend dan het misschien lijkt. Met Tony Blair aan het roer sprong Labour op de neo-liberale trein maar de vakbondsbasis van de partij bleef intussen de ontevredenheid  masseren met het verhaal waarin buitenlandse concurrentie de boosdoener is en protectionisme de oplossing.

Vandaar is de stap naar een nationalistisch wereldbeeld waarin immigranten vijanden zijn niet zo groot. Dat heeft ook Donald Trump begrepen. In zijn laatste speechen was oppositie tegen vrijhandelsverdragen zijn hoofdthema.  Dat was ook het hoofdthema van Bernie Sanders.  Volgens een Bloomberg-poll is 22 % van de supporters van Sanders van plan om voor Trump te stemmen. Trumps strategie lijkt er nu op gericht om dat percentage op te drijven. Hij hekelt de globalisering “die de elite zeer rijk heeft gemaakt  en miljoenen arbeiders in de kou liet staan”. “Hij valt Hillary Clinton aan langs links”, observeerde The New York Times.  Ook andere kranten vonden het een slimme zet, de enige manier waarop hij kan winnen.

Het ‘grootste kwaad’

In de satirische Daily Show was er onlangs een segment waarin Sanders-supporters die nu Trump steunen voor schut werden gezet als een stel idioten. Het is waar dat er op allerlei vlakken een hemelsbreed verschil is tussen Sanders en Trump. Maar de Daily Show negeerde dat er ook belangrijke raakpunten zijn tussen beiden. Genoeg volgens sommige linksen om Trumps foute standpunten door de vingers te zien.

trump 0

Een van hen is Boris Kagarlitsky. Deze publicist schreef onlangs een opiniestuk  getiteld “Who’s afraid of Donald Trump?”   dat nogal wat discussie opwekte in uiterst linkse kringen. Kagarlitsky werd bekend als een van de enige dissidenten in de USSR die het regime vanuit een marxistische invalshoek bekritiseerden. Ook in dit essay hanteert hij een soort marxisme. Tijdens de voorverkiezingen steunde hij Sanders maar nu valt hij uit tegen de tendens van links om de rangen te sluiten achter Hillary Clinton, “the lesser of two evils”. Sanders zelf heeft gezegd dat hij alles wil doen om te voorkomen dat Trump wint. Maar voor Kagarlitsky is niet Trump maar Hillary “the greater of two evils”. Zij vertegenwoordigt de neo-liberale status quo, de dominantie van het financieel kapitaal dat de wereld in 2008 in recessie dompelde en een agressieve politiek tegen de werkende bevolking voorbereidt. Trump daarentegen vertegenwoordigt de bouwsector en het industriële kapitaal die  achteruit boerden omdat hun belangen ondergeschikt werden gemaakt aan de speculatieve geldhonger van het financiële kapitaal. Net als Sanders zou Trump het financiële kapitaal dwarsbomen door de vele miljarden te blokkeren die de banken en hun omgekochte politici toelaten om te parasiteren op de  rug van de “echte” economie. Kagarlitsky ziet een globale revolte van het industriële kapitaal en juicht de trend toe. “Verandering is op komst”, voorspelt hij, “het huidige neoliberale model van kapitalisme is uitgeput. Als links er niet voor wil of kan vechten zullen het rechtse populisten zijn zoals Trump en Le Pen die het de fatale slag toebrengen”.

Trump is een kapitalist, erkent Kagarlitsky. Maar “de nederlaag van het financiële kapitaal, ongeacht wie het tot stand brengt, zou een nieuw tijdperk openen in de ontwikkeling van de westerse maatschappij, ze zou onvermijdelijk de arbeidersklasse versterken en haar organisaties nieuw leven inblazen.” Zelfs Trumps belofte om een muur te bouwen tussen de VS en Mexico vindt gratie in zijn ogen. Op zich is het “redelijk absurd”, geeft hij toe,  maar hij ziet het ook als een “keynesiaans project” dat “honderden duizenden banen zou creëren” aan beide kanten van de grens.

Wat nog maar eens toont  dat je met “marxisme” alle kanten uit kunt.  Maar het idee dat Trump een vijand is van het financieële kapitaal is ook “redelijk absurd”. Zelfs voor een marxist. De epische strijd tussen het financiële en het industriële kapitaal bestaat alleen in Kagarlitsky’s verbeelding. In werkelijkheid zijn ze innig verwoven en trekken ze aan hetzelfde touw.  Ook Hillary en Donald.

friends

Maar Kagarlitsky  heeft geen ongelijk als hij wijst op de nauwe banden tussen de Clintons en Wall Street. Hillary weigert steevast om de inhoud van de dure speechen die ze voor Wall Street kaders gaf vrij te geven. Wat daar gezegd werd is blijkbaar niet geschikt voor mijn of jouw oren. Clinton vertegenwoordigt inderdaad de status quo.  Haar campagne is niet gebaseerd op voorstellen om de problemen anders aan te pakken maar op de belofte om de huidige rotzooi kundig te beheren. Haar voornaamste argument is dat Trump het nog veel erger zou maken.

Er is het verlangen naar verandering maar er ontbreekt een toekomstperspecief.  Kagarlitsky heeft misschien gelijk: als de verandering niet van links komt, zal ze van rechts komen.  Bij gebrek aan toekomstperspectief, wint het verledenperspectief. Maar in tegenstelling tot Kagarlitsky worden we daar niet vrolijk van.

poster

Een Trump-citaat

Een Trump-citaat

juli 5, 2016 at 5:13 am Een reactie plaatsen

ZEEP & SANSEVERIA’S

 

D31_0038, 22-08-2003, 09:14,  8C, 2766x4318 (719+1586), 88%, afficheextraza, 1/120 s, R61.0, G42.2, B59.5

 

door Lucas Catherine

 
In de goeie ouwe tijd toen het werkvolk in huis nog geen kraantjes met warm water ter beschikking had, zelfs geen badkuip, werd ik iedere zaterdag gewassen in de waskuip waarin mijn moeder ook het linnen waste. Zowel het ondergoed als ikzelf werden gewassen met zunlicht zeep, onze Brabantse uitspraak van Sunlightsoap.

En die zeep kwam uit de Kongo, of toch de palmolie waarmee ze werd gemaakt. Ze was een van de producten van Baron Zeep. Zo werd in Brussel en omstreken Lord Lever (ja, de man achter het huidige Unilever) genoemd. Later werd dit een scheldwoord voor een ‘nouveaux riche’ die op slinkse manier stinkend rijk is geworden. Hij was indertijd zijn carrière begonnen in de kleine Noordengelse havenstad Sunlight, die hij zelf stichtte (bij Liverpool). Zijn fortuin maakte hij echter in de Kongo en wel dankzij ondermeer socialistenleider Emile Vandervelde die in hem een ideale paternalistische kapitalist zag. Vandervelde, groot criticus van de plundertechnieken van Leopold II verklaarde dan ook in het parlement “De dag dat Mister Lever in Kongo zal zijn, zal het een groot voordeel zijn voor de inboorlingen.” Volgens hem paste Lever perfect in zijn theorie van ‘socialistische kolonisatie’.

Zijn fortuin maakte Lever met de Huileries du Congo belge en de Raffinerie du Congo belge. En de socialisten werden beloond met een zitje in de raad van bestuur, met name de politicus Louis Bertrand, een van de stichters in 1885 van de Belgische Werkliedenpartij. De Gentse Luc Van den Bossche heeft dus een illustere voorganger als het om zetelen in geldgraaiende raden van bestuur gaat. Het werd blijkbaar een partijtraditie. Arme John Crombez!
Lord Lever en zijn bedrijven kregen grote stukken van Kongo toegewezen

Lev 2

En de Zeepbaron kreeg zelfs zijn eigen stad, Leverville (nu Lusanga). Sociaal kon je zijn kolonisatie niet noemen. Hele bevolkingen werden verplaatst naar zijn arbeidskampen. De sterftecijfers liepen daar heel hoog op en zieken moesten gewoon oprotten. Het zou tot een grote opstand leiden van de Pende, het volk rond Leverville. Die waren zo woest dat zij de lokale verantwoordelijke Maximilien Balot eerst vermoordden, dan zijn lijk in stukken sneden en uitdeelden aan de verschillende Pende-leiders.

Lev 3

 

De Raffineries du Congo belge had zijn fabriek in Baasrode aan de Schelde waar de palmolie rechtstreeks uit Kongo arriveerde.

Haar hoofdkwartier was net als dit van de Huileries en de Savonnerie en nog enkele andere firma’s van de Baron Zeep in het Brusselse Lever House. Dat hoofdkwartier werd in 1922 ingericht en bestaat nog altijd. Van buiten zie je niets dat naar Kongo verwijst. Maar zodra je in de hall komt denk je dat je in het Museum van Tervuren bent.

 Lev 4

Dezelfde vloer, de zelfde marmer tegen de muren, dezelfde nissen met beelden van Kongolezen. Bij nader toekijken merk je dat alle beelden Pende voorstellen die palmnoten oogsten.

 

 

Niet alleen is het verhaal achter de rijkdom van Lord Unilever vergeten, niemand heeft bij mijn weten ooit over dit mini-Africamuseum geschreven.

Lev 5

Tot hier het verhaal van de meest winstgevende oliehoudende plant uit Kongo, de palmnoot.

Maar ook een Kongolese vetplant werd wereldberoemd, dan toch in België.

In 1893 startte broeder Justin Gillet in Kisantu een plantentuin. Bedoeling was om zoveel mogelijk planten uit Kongo in een tuin te verzamelen. Een door iedereen nu gekende plant, waarvan niemand zich nog de Kongolese origine herinnert zal zo België bereiken na een reis via de Jardin Colonial van Leopold II in Laken en de Brusselse Plantentuin, de Sanseveria. In 2011 organiseerde de Plantentuin van Meise nog een workshop volledig gewijd aan de Sanseveria.

In Kongo worden de vezels van de bladeren gebruikt om te weven. Een bepaalde soort Sanseveria levert zelfs een sap dat gebruikt werd in gifpijltjes.

Zijn massale verspreiding is echter het werk van ‘onze’ missionarissen. Die hadden geen geld. Wanneer ze overkwamen naar België was dit om te bedelen voor de missies. Officieel arm, konden zij zich geen mooie kado’s uit Kongo veroorloven voor vrienden en familie. En daar bracht de Sanseveria redding. De plant kan het weken zonder water stellen en kon dus makkelijk de reis met de Kongoboot overleven. Een ideaal geschenk. En daardoor ging hij onze raamkozijnen, café’s en parochiezalen veroveren. Het werd een typische Belgische plant waar de Nederlanders meewarig om lachen. Het weze indertijd het Simplistisch Verbond op TV of de carnavalschlager in Breda:

Mijn sanseveria staat voor het raam
En als ik binnen kom dan gaat tie staan
Het is een plantje van een meter hoog
Maar met carnaval dan staat hij altijd droog

 

Lev 6 Sanseveria

 

Van Lucas Catherine verschijnt bij uitgeverij EPO dit najaar: Kongo, een voorgeschiedenis.

 

juni 23, 2016 at 3:08 pm 3 reacties

KNACK FOCUS ZUIGT

1264548020_you-are-not-cool

Het weekblad Knack bestaat, zoals u wellicht weet, uit drie verschillende boekjes. Het serieuze hoofdblad Knack, Knack Weekend dat zich vooral tot vrouwelijke consumenten richt en Knack Focus, voor de consumenten van de amusementsindustrie. Dit laatste lijkt soms in elkaar gedraaid door en voor schooljongens. Al heeft het blad ook journalisten die uitstekend schrijven  -ik denk onder meer aan Tine Hens, Roderik Six en Gert Meesters- de krampachtige neiging van sommige medewerkers om hip en cool over te komen door zoveel mogelijk de stijl en woordenschat van de dominante  Amerikaanse massacultuur na te apen kan behoorlijk irriterend zijn. Ik zou er niet over schrijven als het geen algemene tendens zou zijn, waar ook vele andere media zich aan bezondigen. Maar Knack Focus spant misschien wel de kroon. Neem nu de titel die Geert Zagers onlangs boven een stuk plaatste: “Fuck you back to what? Zes redenen waarom het zuigt om Chris Browns PR-agent te zijn”.

Nu ben ik bepaald  geen taalpurist die het Nederlands wil zuiveren van “vreemde” invloeden.  Onze moedertaal is verre van perfect; lacunes moeten noodgedwongen gevuld worden door te lenen van andere talen. Dat er vandaag vooral uit het Engels geleend wordt ligt voor de hand. Niet alleen omdat Engels de internationale taal is maar ook omdat in geen andere taal zo gemakkelijk nieuwe woorden ontstaan. Maar dit lijkt me toch een stapje te ver. Kon Zagers werkelijk geen Nederlands equivalent vinden voor de uitdrukking “it sucks to…”? Waarom niet: “Zes redenen waarom het niet meevalt om …”? Of als dat niet krachtig genoeg is, “… waarom het stinkt om …”. Dat is misschien ook een anglicisme maar de betekenis is tenminste duidelijk.  “It sucks” simpelweg vertalen door “het zuigt” getuigt van luiheid of taalarmoede of snobisme of een combinatie van alledrie.  Hou er mee op Geert. Of om het in jouw taaltje te zeggen:

Geert, jij zoon van een geweer, snij het uit, dit is stierestront. Geen weg dat dit koel is! Ik kinder niet, moederneuker. Maar hey, geen harde gevoelens, ik wil je het stinkoog niet geven, het is geen grote transactie.  Bij de weg:  je kunt beter doen want je hebt wat het neemt, graaf je? Je bent ver uit man! Hoge vijf!!

Tom Ronse

4632 cvbx

juni 11, 2016 at 6:34 am 1 reactie

BLOOT OP DE HIGH LINE

Door Jacqueline Goossens

1. hudson-yards-megaproject

De Hudson Yards zoals ze er in 2025 zouden uitzien

Afgelopen dinsdag werd in New York de officiële opening gevierd van de Hudson Yards, een spectaculaire, futuristisch ogende stad in de stad, gelegen aan de Far West Side van Manhattan. 10 Hudson Yards, de eerste toren van het megaproject, verwelkomde zijn eerste huurder: Coach, een merk van luxe-accessoires en lifestyle-collecties. Het 52 verdiepingen tellende gebouw ligt vlak aan de High Line. Dit immens populaire lintpark op een oude spoorwegviaduct trok vorig jaar 5 miljoen bezoekers. Een droomlocatie dus voor het hoofdkwartier van een bedrijf als Coach. Bij het binnenkomen van het gebouw kan de bezoeker niet anders dan staren naar de 9 meter-brede video-muur met reclame voor Coach. De lobby dient ook als tentoonstellingsruimte voor alle handtassen die het bedrijf ooit vervaardigde tijdens haar 75-jarig bestaan.

2. 10-Hudson-Yards-Coach-Lobby-c-Steve-Freihon-for-Related-Oxford

De nieuwe luxueuze kantoorruimte van Coach omvat onder meer een auditorium met 250 zitplaatsen en een privé-terras. Het bedrijf heeft 1.200 werknemers. Tegen het einde van de zomer zullen die allemaal verhuisd zijn naar het nieuwe hoofdkwartier. Een rustige omgeving om te werken is het bepaald niet. De Hudson Yards is een reusachtige bouwput. Tussen nu en 2025 zouden er nog elf wolkenkrabbers bijkomen, alsook een winkelcentrum, een hotel en twee parken. In het residentiële gedeelte van het project zijn 4.000 flats gepland. Dit allemaal natuurlijk op voorwaarde dat een nieuwe financiele krisis geen roet in het eten komt gooien.

Het IAC-gebouw

Het IAC-gebouw

De opening van 10 Hudson Yards illustreert hoe ingrijpend hele wijken van New York in de laatste decennia veranderd zijn. Een boeiende getuigenis daarvan is een nieuwe tentoonstelling van fotograaf Jan Staller, “Frontier New York, Then and Now”, in het IACgebouw op 555 West 18th Street, vlak naast de High Line in Chelsea. De fotograaf kontrasteert hedendaagse foto’s en video’s van de oevers van de Hudson met foto’s die hij er maakte in de jaren 1970 en 1980 toen de buurt in verval was. Het tien jaar oude IAC-gebouw waar de tentoonstelling loopt werd ontworpen door Frank Gehry en lijkt op een futuristsch zeilschip. Van op straat kun je door de glazen muur op een 36 meter-breed videoscherm een projectie zien van voorbijdrijvende ijsschotsen op de Hudson. In zijn expo toont Staller ook beelden van de tegenwoordig eindeloos lijkende stroom van wandelaars op de High Line. Te bedenken dat New Yorkers die daar zin in hadden tien jaar geleden nog in hun blootje konden paraderen op de toen overgroeide, officieel ontoegankelijke viaduct. Dat is wat drie mannelijke fotomodellen in 2006 deden voor fotograaf Kevin McDermott. Het resultaat is te zien in zijn pas gepubliceerd fotoboek “High Line Nudes”.

4. highline-nudes

“Het was een klein Eden in het midden van een van de grootste steden van de wereld”, herinnert McDermott zich. “Je had het gevoel dat je de stad ontvluchtte als je naar 10th Avenue ging. Ik had geen idee dat de hele mensheid tot hier zou dwalen”.

5. highline-nudes4

“High Line Nudes” zou je kunnen beschouwen als het finale punt achter de wilde jaren in het Meatpacking District onder wat nu de High Line is. Naast de vleesgroothandels trof je er in de jaren 1970 en ’80 gay leather sexclubs aan zoals the Mineshaft, the Vault, the Anvil, the Spike en the Hellfire. Transgender sexwerkers paradeerden er op hoge hakken door de kasseistenen straten. In 1985 werden de gay clubs op bevel van de stad gesloten in een poging om de Aids-epidemie te bestrijden. In de jaren negentig, onder druk van fatsoenrakker burgemeester Giuliani verdwenen ook de meeste straatprostitué(e)s uit het straatbeeld van Manhattan. De huren in de Meatpacking District waren in die tijd nog betaalbaar. Enkele nieuwe holebi-clubs zoals the Lure en the Clit Club gingen open, net als Hogs & Heifers, een café waar vrouwelijke klanten werden aangemoedigd om op de bar te strippen en hun beha’s achter te laten. Zelfs Julia Roberts deed het. Maar ook de nieuwe clubs moesten een voor een sluiten, onder druk van de steeds hogere huurprijzen. Hogs&Heifers sloot enkele maanden geleden voorgoed zijn deuren. Maar niet al het bloot verdween.

Het Standard hotel

Het Standard hotel

Het trendy Standard Hotel dat in 2009 opende vlak boven de High Line voerde een pikante reclamecampagne waarin het zijn gasten aanmoedigde om hun gordijnen open te laten. Met wat geluk krijgen toeristen dus toch nog een extra-attractie op de High Line.

7. gif standard

juni 6, 2016 at 2:38 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.110 andere volgers


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 1.110 andere volgers