FOUTE GESCHIEDENIS

Door Gie van den Berghe

Imperialisme, kolonialisme en dekolonisatie zullen eindelijk opgenomen worden in de Vlaamse eindtermen en zestig jaar na de onafhankelijkheid van Congo komt er zowaar een parlementaire commissie over het Belgische kolonialisme. Ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Congo betuigde koning Filip enigszins omfloerst zijn diepste spijt voor de misdaden en krenkingen. Hoog tijd, want in maart 2020 wees een Brits onderzoek (https://yougov.co.uk/topics/international/articles-reports/2020/03/11/how-unique-are-british-attitudes-empire) uit dat 23% van de Belgen eerder trots dan beschaamd zijn over het koloniaal verleden. Eenzelfde percentage voelde zich veeleer beschaamd. Meer dan de helft van de bevraagden reageerde onverschillig. De Belgen deden het bij vergelijking niet eens zo slecht: de helft van de Nederlanders verklaarde trots te zijn en slechts 6% had enige schaamte. 

Petitio principii

Het mooi vormgegeven Wit-zwart in zwart-wit had met zijn 136 foto’s uit het door Belgen ontgonnen en vertrappelde Congo een prachtig boek kunnen zijn, maar dat wordt tenietgedaan door de tendentieuze, belerende, manipulatieve aanpak en drammerige tekst van Paul Van Damme, een geschiedenisleerkracht die meewerkt aan handboeken voor Vlaamse leerlingen. 

Tijdens de kolonisatie van Congo werden volgens Van Damme miljoenen foto’s gemaakt. Hij koos voor beelden waar zwart en wit samen op staan. Etnische afbeeldingen, die hij ‘vaak heel erotisch getint’ vindt en ‘idyllische beelden genre negertje voor zijn hut’ liet hij links liggen. Zo kon hij 80% van de collectie aan de kant schuiven, ‘want zwart en wit staan meestal niet samen op de foto, er heerste ook fotografisch apartheid’. Van Damme wou ‘zwart en blank in hun onderlinge relaties’ tonen en die ‘getuigen vaak van sociale ongelijkheid’. Zeker, er werd serieus gediscrimineerd, maar de schande waarover hij schrijft valt niet zomaar af te leiden uit zijn beeldmateriaal, laat staan uit alle door Belgen in Congo gemaakte foto’s. 

Van Damme heeft die miljoenen foto’s natuurlijk niet allemaal bekeken en ook de resterende 20% heeft hij niet bestudeerd. In tal van publicaties waaruit hij putte zitten behoorlijk wat beelden die zijn eenzijdige stelling ontkrachten. Hij selecteerde in functie van zijn conclusie. 

In scène gezet

Van Damme denkt nochtans dat hij objectief te werk ging. De foto op de kaft van zijn boek – een zwart jongetje in een vogelkooi tussen twee witte meisjes (zie hieronder) – mag volgens hem niet gebruikt worden omdat er geen achtergrondinformatie over bestaat. De meisjes vinden het leuk, speculeert hij, het zwarte jongetje niet. Een doelbewuste vernedering of een onschuldig spel? Hoe dan ook, de fotograaf tilde niet aan ‘deze gratuite foto’. Gratuit is veeleer dat Van Damme het beeld toch opnam en als uithangbord gebruikt. In een interview deed Knack (20 mei) er nog een schepje bovenop: ‘Belgische kinderen amuseren zich met kinderen [meervoud] van het zwarte huispersoneel’ [beklemtoning door GvdB]. Enkele weken later plaatste F1-wereldkampioen Lewis Hamilton het beeld op Instagram (16,7 miljoen volgers). Goed zo, vond Van Damme in Knack (16 juni), eraan toevoegend dat hij de foto als cover heeft gebruikt ‘omdat dit het paternalistische, racistische koloniale denken weerspiegelt zonder de wreedheden te tonen.’

Dat de fotograaf geen graten zag in de scène hoeft niet te verwonderen. Het is een geënsceneerde, geposeerde foto: beide meisjes zitten op een bankje, houden een hand op de kooi, één van hen kijkt in de lens, het andere meisje lijkt iets te zeggen tegen het zwarte kindje, mogelijk een woord van troost. Speculatie, zeker, maar wel in overeenstemming met de vijftig andere beelden waar deze foto deel van uitmaakt en waar Van Damme met geen woord over rept. 

Het beeld komt uit een fotoalbum van de familie Van de Meerssche die in de jaren 1950-60 in Belgisch Congo verbleef. Het SOMA weet verder niets over Van de Meerssche of het album, maar een beetje historicus had de collectie beschreven en een en ander kunnen uitzoeken over de familie. Zoveel Van de Meerssches zullen er in Belgisch-Congo niet rondgelopen hebben.

De door Van Damme misbruikte foto is ook de enige die als denigrerend of racistisch geïnterpreteerd kan worden. In het album schreef iemand er Nasukya ya mutoto bij (‘gekleurd kind’ in het Swahili?). Bij alle andere kiekjes staan enkele woordjes in het Nederlands, genre ‘Vertrek in Melsbroek’.

Mensbeelden

Van Damme haalt zonder context ergens een merkwaardig citaat aan: ‘Een vrouw van een koloniaal vraagt aan haar boy hoe de zwarten over de blanken denken, waarop de boy spontaan antwoordt: 

‘Ze zeggen, mevrouw, dat er niets zoo leelijk is als een blanke: hij ziet eruit als een gepelde rups en hij stinkt als een lijk. Zijn aangezicht is afschuwelijk misvormd; een normaal mensch heeft een platten neus; hoe platter de neus, hoe flinker de mensch. De blanken hebben geen platten neus, ze zijn te leelijk om te bedonderen…’ Hoe de vrouw hierop reageerde, vermeldt het reisverslag niet’ (de woorden in het vet werden door Van Damme gecursiveerd).

Dit fragment is afkomstig uit Een Vlaming op reis door Kongo (1929), een reisverslag van A.B. Van der Weerelt die in opdracht van het Museum van Tervuren fetisjen verzamelde. Zijn verslag getuigt van veel sympathie en respect voor de zwarten, hun culturen, mens- en wereldbeelden. Van der Weerelt beklemtoont dat zwarten allesbehalve wilden zijn. Natuurlijk hebben ze over van alles en nog wat een andere mening dan wij Europeanen, maar ‘we waren niet in staat om door te dringen tot de diepere kern van hun wezen en denken. Daarom vonden we er niet beter op dan ze als wilden voor te stellen. Onwaardig voor mensen die er prat op gaan een hogere beschaving te bezitten’. Geen woord hierover bij Van Damme.

De vrouw uit het citaat zegt niet te kunnen verdragen ‘dat er met minachting over de inheemschen wordt gesproken’. Ze heeft al te vaak witten horen zeggen dat de zwarte ‘lui is, dom is en stinkt’. Daarom beantwoordt ze dat soort beweringen altijd als volgt: 

‘Ik had reeds zoo dikwijls het oordeel van de Europeanen over de zwarten gehoord, dat ik het oordeel van de negers over de blanken wou leeren kennen. Ik had daarom mijn boy opdracht gegeven, telkens wij in een nieuw dorp aanlandden, zijn ooren te spitsen om te vernemen wat de inlanders over ons, blanken, zooal zeiden. […] Maar mijn boy keek altijd verlegen naar den grond en sprak slechts na herhaaldelijk aandringen…’ 

Hierop volgt Van Dammes citaat. (1)

Erotisering

Bij twee foto’s (zie hieronder) van twee zwarte rekruten die in 1939 medisch gekeurd werden, schrijft Van Damme: 

‘De onderofficier houdt het medische dossier in zijn handen. Hij kijkt noch naar de rekruut, noch naar zijn papieren. Zijn blik lijkt te zijn gefixeerd op iets of iemand links buiten het beeld. Van deze scène maakte de fotograaf verschillende opnames. Heel snel na elkaar. Op een andere foto uit die reeks wordt duidelijk wat de aandacht van de onderofficier trekt. Links buiten beeld staan de vrouwen van de rekruten. Net als hun mannen halfnaakt…’.

Je moet over behoorlijk wat fantasie beschikken om de blik van de onderofficier op die manier te volgen.

Van Damme besteedt behoorlijk wat aandacht aan naakte vrouwenborsten. Hij wijt deze keuze aan de kolonisten die meestal ‘aantrekkelijke vrouwen fotografeerden die met een zekere schroom naakt voor de lens poseren en waarbij de fotograaf focust op borsten en billen’. De foto’s zorgen volgens hem ‘voor de verspreiding van het beeld van de Afrikaanse vrouw als zedeloos, gewillig en genotziek. Naakt wordt zo gepresenteerd dat de zwarte vrouw het seksuele lijkt uit te lokken: zij wil het, denkt de blanke man dan. Slachtoffer wordt dader. De klassieke kronkel. De rechtvaardiging van “het in bezit nemen”.’

De zogenaamde schroom van de zwarte vrouwen heeft vermoedelijk te maken met hun onbekendheid met en wantrouwen van de fotografie. Velen geloofden dat een foto je van je ziel kon beroven. Elders in het boek haalt Van Damme trouwens een zwarte aan die er niet aan twijfelt dat als witten foto’s maken ‘er veel mensen heel snel zullen sterven’.

‘Kledij versus naaktheid is een klassieke truc om de superioriteit van het ene ras tegenover de inferioriteit van het andere te affirmeren’. ‘Zo naakt mogelijk’, schrijft Van Damme, terwijl in zijn boek niet één volledig naakte vrouw of man te vinden is. Hij heeft het ook steeds over ‘ontblote borsten’, alsof zwarte vrouwen speciaal voor de gelegenheid uit de kleren gingen. 

Dat westerlingen mooie halfnaakte vrouwen aantrekkelijk vonden en er minstens aanvankelijk door werden geprikkeld, valt licht te begrijpen. Maar de erotisering, het voyeurisme is voor hun en Van Dammes rekening. Uit enkele van de door Van Damme gebruikte bronnen blijkt dat veel auteurs het destijds normaal vonden dat in een tropisch klimaat man en vrouw alleen het onderlichaam bedekten. Van der Weerelt bijvoorbeeld, juicht toe dat ze ‘weinig of geen Europese lompen dragen’ die ‘inlanders vaak het uitzicht van schoelies geven’. De ‘nationale paan [rokje uit kweekgras] is hier nog in eere. Zoo mag ik de negers best; zoo zijn ze wat ze zijn: gezonde, schoone natuurkinderen.’ In Wit-zwart staan overigens verscheidene kiekjes van zwarte vrouwen die, zoals Van Damme aanstipt bij een foto uit 1917, een zedig alles verhullend kleed dragen dat de missionarissen in Congo hebben geïntroduceerd’.

Bij één van de foto’s in het album van Van De Meerssche staat de legende Wit en zwart. Dat kan de auteur van een boek met die titel niet ontgaan zijn. Maar de foto past niet in zijn verhaal. Het beeld toont een westers geklede zwarte man die het rechterhandje van een huilend, westers gekleed, zwart jongetje vasthoudt, met op een meter afstand een halfnaakt wit jongetje het piemeltje bloot (SOMA, nr 149870, het witte jongetje heeft vermoedelijk snoep in de hand, iets wat het zwarte jongetje niet kreeg). Van Dammes denkwijze volgend: zwart voyeurisme, laatdunkend te kijk zetten van een wit kindje.

Manipulatie

Bij een foto uit 1921 waarop ‘een boy te zien is die zijn meester door het moeras draagt, meer bepaald Dr. R.L. Shantz en zijn boy Kolemerengo’, merkt Van Damme op dat ‘de schoenen van de Amerikaanse wetenschapper niet nat mogen worden. Die van de boy Kolemerengo wel’. De Amerikaanse botanicus Homer Leroy Shantz doorkruiste van 1919 tot 1924 Afrika van zuid naar noord en maakte 3500 foto’s van planten, dieren, landschappen, dorpen, hutten, zwarten en witten die van groot respect getuigen (zie bijvoorbeeld deze foto: http://uair.library.arizona.edu/item/284287. Er zitten slechts een paar foto’s bij van halfnaakte vrouwen, de meeste dames zijn prachtig gekleed (zie bijvoorbeeld de foto ‘Typical native women’ http://uair.library.arizona.edu/item/284239). 

Van Damme legt Emile Vandervelde, destijds de grote baas van de Belgische Werkliedenpartij, slordig of slinks het volgende in de mond: 

‘Je kan voor of tegen kolonisatie zijn, maar van zodra je het principe van kolonisatie aanvaardt, moet je er de consequenties bijnemen. In Congo zijn we met iets meer dan tweeduizend blanken, te midden van vele miljoenen inlanders, die ons haten. Zij willen maar één iets: ons doden. Indien we hier de doodstraf niet zouden toepassen, zouden we ten onder gaan. Wij zijn hier als veroveraars. Wij houden ons hier recht dankzij de terreur. Een inlander ophangen lijkt wreed, maar is broodnodig.’

Kort voor de overname van de kolonie door België trok Vandervelde inderdaad naar Congo. In Les derniers jours de l’état du Congo: journal de voyage (1908) stelt hij onder meer vast dat er in de missieposten enige vooruitgang is geboekt. Tijdens een discussie met enkele kolonisten nam niemand het nog op voor de rubberwinning, maar sommigen vonden dat dwangarbeid soms verantwoord en noodzakelijk was. Vandervelde was het daarmee niet helemaal eens. Iemand bracht een ramp met een stoomschip ter sprake. Vijf van de zes witte opvarenden die aan wal geraakten, werden gedood door zwarten. Die werden gearresteerd en opgehangen. Volgens de kolonisten kon Afrika absoluut niet zonder de doodstraf. Hierop volgt wat Van Damme toeschrijft aan Vandervelde maar dat is overduidelijk een uitspraak van een kolonist. Vandervelde vraagt hierop aan een substituut of er gratie verleend kan worden, maar dat blijkt het privilege van de koning te zijn. In België werd de doodstraf overigens pas in 2005 afgeschaft.

Alle door Van Damme gebruikte citaten controleren is ondoenbaar. Dat is ook niet altijd nodig, soms legt hij de eigen vooringenomenheid bloot. Over Congo – land en volk (1926), een werk van de liberaal Louis Franck, de Belgische minister van Koloniën van 1918 tot 1924, schrijft hij dat het ‘iemand was met een oprechte interesse voor het land en zijn bevolking. Uiteraard, zonder de focus op de economische mogelijkheden uit het oog te verliezen’. Franck meende dat 

‘Kolonisatie een ‘recht’ [is] en [dat] ons beschavingswerk inhoudt dat de Congolees wordt gevormd tot een ‘werklustigen neger’, [dat] is de rechtvaardiging en het doel. […] Het recht van het blanke ras, op dien vermeerderden rijkdom van de wereld, is het heiligste aller rechten: het recht van den schepper op het geschapene, van den arbeider op zijn werk!’

(Met ‘schepper’ en ‘geschapene’ doelde ex-minister Franck op de industriële ontginning van Congo door België).

Hierop laat Van Damme volgen: 

‘Wij wenschen, in andere woorden, geen zwarte Belgen te vormen, maar een beteren Congoleeschen inlander, dat wil zeggen een krachtigen, gezonden, werklustigen neger die fier is op goeden arbeid, fier ook op zijn volk en zijn ras, die plichten voelt tegenover dat volk en die plichten niet onvervuld wil laten. Het is een zeer moeilijk werk; het moet zich over verscheidene geslachten uitstrekken’. Het eerste citaat staat op pagina 8 van Francks boek, het tweede op pagina 245. De rest wordt verzwegen.

Francks boek is nochtans een verdienstelijk overzicht van de stichting van Congo-Vrijstaat, Belgisch-Congo, de inlandse bevolking en hun gebruiken, het leven van de kolonisten, bestuur, vervoer, landbouw, handel, nijverheid, openbare gezondheid, godsdienst, onderwijs, taalkwesties en rechtspraak. Franck keurt de vroegere paternalistische houding tegenover ‘onze Afrikaansche onderdanen’ duidelijk af. We moeten ze de Europese cultuur en beschaving niet opdringen, het zijn geen wilden. Ze moeten opgeleid worden volgens hun eigen natuur, ras en taal. Bij het onderwijs moet de nadruk gelegd worden op handenarbeid, praktijk en landbouwonderricht, aangepast aan de inlandse omgeving. Hierop volgt het door Van Damme uit zijn verband gerukte citaat, met weglating van de laatste zin: ‘Eerbied voor de inlandsche instellingen is de grondslag van deze opvatting.’ 

Volgens Van Damme keken witten ook neer op pygmeeën. Ze lieten zich graag met hen fotograferen, niet om het verschil in grootte te illustreren maar omdat het ‘hun gevoel van suprematie versterkte’, kwestie van ‘het dwerg-zijn van de pygmeeën extra in de verf te zetten’, ze te herleiden ‘tot vergissingen van de natuur. Anomalieën. Boskabouters’. Grof taalgebruik van de kolonisten, beweert Van Damme. Ik vond dat niet meteen terug in zijn bronnen. Van der Weerelt heeft het over ‘Boschjesmannen’, een dwergvolk van 1m40 tot 1m55, al bekend in de oudheid. Ze verafschuwen innerlijke twisten en oorlogen, zijn geen kannibalen en sterven helaas uit.

Nogal wat zaken die Van Damme beweert, zijn niet of ternauwernood te zien op de foto’s. De vele veronderstellingen (misschien, het kan, waarschijnlijk’) slaan bij deze historicus snel om in zekerheden. De tekst staat vol insinuaties, tenenkrommende commentaren, drammerige herhalingen, clichés, ver gezochte speculaties en merkwaardige redeneringen. Racisme bijvoorbeeld, noemt hij ‘uiteraard nonsens’ omdat ‘volgens dezelfde redenering alle vrouwen van nature minder intelligent zouden zijn dan mannen, omdat ze gemiddeld een kleiner hoofd hebben’. Blijkbaar ontgaat het hem dat seksisten lange tijd dit soort onzin gespuid hebben. 

Wetens en willens

In zijn nawoord komt de aap uit de mouw, Wit-zwart is een afrekening met de koloniale loftuigingen die de jonge Van Damme te horen kreeg in de schoot van een familie die een aantal oud-kolonisten in haar rangen telde. Hij erkent dat in Belgisch Congo ook verdienstelijk werk werd verricht, maar dat mag ‘geen excuus zijn om wat fout was in het verleden goed te praten of te verzwijgen’. Het waren andere tijden, geeft hij toe, maar dat is geen excuus voor het choquerend kolonialisme, paternalisme en racisme. 

Van Damme lijkt ziende blind. In zijn nawoord staat dat hij het woord ‘fout’ zoveel mogelijk vermeden heeft omdat het ‘te berispend, te moraliserend, de gratuit is’. Bovendien ‘spreken de foto’s voor zich’ en is het ‘aan de lezer om zijn conclusies te trekken’. Van Damme laat dat niet toe. Hij selecteert, dirigeert en dicteert.

In zijn voorwoord schrijft hij dat de relaties tussen wit en zwart zeer gevarieerd waren en het dus om een verhaal gaat met veel nuances, ‘zoals ieder geschiedenisverhaal zou moeten zijn’. Achterin erkent hij de ‘relaties tussen zwart en blank met een eigentijdse blik’ bekeken te hebben, in het bijzonder ‘foto’s die haaks stonden op de koloniale zeemzoeterigheid die ook ik heb meegekregen in mijn kinderjaren’. Allesbehalve verkeerd, vindt hij, hij is er zich immers van bewust. Zo kan elk misdrijf goed gepraat worden. Wit-zwart is geschiedschrijving op zijn slechtst: waardeoordelen en gemoraliseer in plaats van objectieve beschrijving en analyse.

Van Damme, Paul – Wit-zwart in zwart-wit. Samen en toch apart: foto’s en verhalen uit Belgisch-Congo, Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2020, 199 blz., 49,95 €

Foto’s: copyright SomaCeges. Het SOMA kent de herkomst van de foto’s van Van de Meerssche niet. Indien rechthebbenden van deze foto’s zich in deze publicatie herkennen kunnen zij contact opnemen met de auteur.

  1. Na publicatie van dit artikel werd ik gecontacteerd door historicus Davy Verbeke (UGent) die me feliciteerde met het artikel en er mijn aandacht op vestigde dat A.V. Van der Weerelt ‘een pseudoniem met een kwinkslag was waarachter taalkundige Amaat Burssens schuilgaat’. Davy Verbeke heeft over de man een mooi persoonslemma geschreven (https://www.ugentmemorie.be/personen/burssens-amaat-1897-1983). Daarin wordt duidelijk dat mijn inschatting van Van der Weerelts/Burssens positieve houding tegenover Congolezen volkomen juist was – een inschatting op basis van diagonale lectuur van diens boek dat ik in de bibliotheek van de UGent raadpleegde omdat ik wat Van Damme erover schreef niet meteen geloofde (in dit exemplaar van de bibliotheek geen verwijzing naar Burssens). Bij nazicht van Van Dammes boek blijkt dat hij wist dat Van der Weerelt en Burssens één en dezelfde persoon zijn, al vermeldt hij het nergens, integendeel hij moffelt het al dan niet bewust weg. Hij haalt Van der Weerelt twee keer aan, één keer met diens naam in de tekst, een tweede keer alleen via een eindnoot. Amaat Burssens staat in zijn persoonsregister met geboorte- en sterftejaar, Van der Weerelt staat daar niet in. Deze laatste staat dan wel weer in de bibliografie zonder verwijzing naar Amaat Burssens.

July 1, 2020 at 11:38 am 2 comments

Je ziet toch ook geen standbeeld van Adolf Hitler in Berlijn ?

 Door Miel Clement

Leopold II en Congo Vrijstaat

Logisch dat de veertienjarige Noah N.L. de vraag stelt: Je ziet toch ook geen standbeeld van Adolf Hitler in Berlijn ?(De Standaard  03.06.2020).

Leopold II Foto: De Wereld Morgen

In de twee laatste decennia van vorige eeuw wierpen publicaties van J. Marchal (schuilnaam A.M. Delathuy) en D. Vangroenweghe een fundamenteel ander licht op het beleid van Leopold II in Congo-Vrijstaat. Zijn nietsontziende rooftocht kostte minstens een derde van de bevolking het leven. Het werd een hard ontwaken uit de Belgische amnesie over het koloniale verleden.” (Bart Brinckman, De Standaard 01.05.2018).                                                                                                                                                            

Het vernieuwde Afrikamuseum in Teruvren

In dit debat, dat werd heropgestart in het vooruitzicht van de heropening eind 2018 van het Afrikamuseum, moeten wij ons oor uiteraard ook bestendig te luisteren leggen bij Afrikaanse auteurs zoals bijvoorbeeld I. Ndaywel è Nziem en J. Omasombo Tshonda en bij de Diaspora.  Na Marchal en Vangroenweghe steekt het negationisme bij ons tot op vandaag nog altijd de kop op.                                                                                                                                                                                        

G. De Weerd, de auteur van “L’Etat Indépendant du Congo. A la recherche de la vérité historique” (Ed. Dynamédia, 2015), laat zich negatief uit over de in 2003 overleden Jules Marchal en over Vangroenweghe en rekent aldus ook af met A. Hochschild – de auteur van “King Leopold’s Ghost. A story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa” (Houghton Mifflin Company, 1998).  Hij degradeert  J. Marchal tot “de nijdige documentalist van Hochschild. Voor hem zijn de geschriften van Marchal  hoogstens een mengsel van interessante informatie gesprokkeld in het archief van het ministerie en van negatieve beschouwingen telkens als hij markante en verdienstelijke personaliteiten vermeldt.”   In de bibliografie van zijn zoektocht naar de historische waarheid vermeldt De Weerd ook slechts het tweede en derde van de zes boeken die J. Marchal van 1985 tot 1994 aan Congo Vrijstaat wijdde [1].  D. Vangroenweghe (“Rood Rubber, Leopold II en zijn Kongo“, Elsevier, 1985) vernoemt hij er helemaal niet, terwijl beide auteurs nochtans nieuw feitenmateriaal aanbrachten dat door een historicus niet kan worden genegeerd.    

Zijn nawoord bij A.M. Delathuy -“Missie en Staat 1880 – 1914 in Oud –Kongo. Redemptoristen, trappisten, norbertijnen, priesters van het H. Hart, paters Mill Hill” (1994) opende pater J. Steffen SCJ, missionaris te Ubundu en Yangambi van 1959 tot 1983, als volgt: (…) “Waarom die oude geschiedenis nog een keer uit de sloot halen (…) Zou het niet beter zijn al die dingen te vergeten ?  (…) Ik denk van niet. Ik ben zelfs overtuigd dat de boeken van Dr. Jules Marchal op de duur een genezende werking zullen hebben op de verhoudingen tussen Blank en Zwart. En dat er een tijd zal komen, dat wij Europeanen hem zullen danken voor de moed, die hij toont door dit hete ijzer aan te pakken.”                                                                                                                                                                   

Weliswaar in het besef dat “de verantwoordelijkheid  voor de misdaden die onder zijn bewind werden gepleegd door agenten van concessiemaatschappijen  – ja zelfs van de Staat –  nog lang op de schouders van Leopold II zullen rusten,” pleit J.-P. Nzeza Kabu Zex-Kongo in “Léopold II, le plus grand chef d’Etat de l’histoire du Congo” (L’Harmattan, 2018) uitdrukkelijk voor een rehabilitatie van het beeld en de actie van deze absolute monarch.            

Gelukkig hebben verschillende auteurs recent het debat over Congo Vrijstaat opnieuw op scherp gesteld en verder in de juiste richting geduwd: J.-L. Vellut – “Congo. Ambitions et  désenchantements 1880 – 1960 ” (Karthala, 2017), P.-L. Plasman –   ‘’Léopold II, Potentat Congolais. L’action royale face à la violence coloniale‘’ (Racine, 2017), L. Renders – ‘’Koloniseren om te beschaven. Het Nederlands-talige Congoproza van 1596 tot 1960‘’ (Gramadoelas, 2019), M.Z. Etambala – ‘’Veroverd Bezet Gekoloniseerd Congo 1876 – 1914’’ (Sterck & De Vreese, 2020) en Lucas Catherine – “Het dekoloniseringsparcours. Wandelen langs Congolees erfgoed in België” (Epo, 2019).  Blank geldgewin, nietsontziend machtsmisbruik, buitensporig geweld, misprijzen voor de lokale bevolking en hun cultuur zijn in de geschriften van deze vijf auteurs sleutelwoorden.                                                                                                                                                      

George Washington Williams Foto: Wikipedia

Graag memoreer ik in de context van dit debat  – zeker nu wij moeten focussen op Black lives matter –  de Afro-Amerikaan George Washington WILLIAMS (1849 – 1891), militair, predikant, journalist, historicus,  politicus, lobbyist en schrijver. Hij  was de auteur van “History of the Negro Race in America from 1619 to 1880: Negros as Slaves, as Soldiers and as Citizens” (1882) en van “History of Negro Troops in the War of the Rebellion” (1887). Beide historische werken werden resp. in 1968 en 1969 herdrukt en in laatstgenoemd jaar werd “The Chronological History of the Negro in America“, van P.M. Bergman, opgedragen aan de herinnering van Williams.    

In 1889 woonde Williams als waarnemer, lobbyist en journalist de anti-slavernijconferentie te Brussel bij en in  1890  vertrok hij naar Congo. Datzelfde jaar – dus nog voor de oprichting van de rubbermaatschappijen Anversoise en ABIR (1892) en van het al even beruchte Kroondomein (1893) –  schreef  hij vanuit Stanley Falls (Boven-Congo) op 18 juli 1890 een open brief aan Leopold II . Hij zorgde ervoor dat zijn open brieven en rapporten over  Congo Vrijstaat in Europa verspreid raakten. In zijn open brief van 18 juli 1890 formuleerde hij twaalf aanklachten en besloot als volgt: “Tegenover bedrog, fraude, beroving, brandstichting, moord, slavenjachten, en een algemene politiek van wreedheid van de regering van uwe Majesteit ten opzichte van de inheemse bevolking , staat hun verleden van ongelooflijk geduld, een houding van langdurig lijden en een geest van vergevingsgezindheid, welke de opgehemelde beschaving en de zogenaamde godsdienst van de regering van uwe Majesteit tot schande strekt (…) Alle misdaden begaan in Congo zijn begaan in uw naam, en u moet antwoorden voor de rechtbank van de publieke opinie voor het wanbestuur van een volk, wiens levens en lot aan u waren toevertrouwd door de doorluchtige Conferentie van Berlijn, 1884 – 1885. Ik doe nu een oproep tot de Naties die deze jonge Staat aan de zorg van uwe Majesteit hebben toevertrouwd, en tot de grote staten die het internationale erkenning gaven; en wier majestueuze wet u hebt geminacht en vertrapt, om een Internationale Commissie samen te roepen om in naam van de Mensheid, Handel, Constitutioneel Bestuur en Christelijke Beschaving de beschuldigingen hierin naar voor gebracht te onderzoeken. (…) [2].”                                                                                                                                                                                                                                                                             

Het is toch vanzelfsprekend dat de namen van Jules MARCHAL (1924 – 2003) en George Washington WILLIAMS (1849 – 1891) in aanmerking worden genomen voor de (her)benaming van straten in België ?

Halle, 09.06.2020                                                                                                                          

Miel CLEMENT (Halle, 1947)publiceerde, samen met R. Sennelle (1918 – 2013),  Léopold II et la Charte Coloniale. De l’Etat Indépendant du Congo à la Colonie Belge’’, ed. Mols, 2009 ;was van 1970 tot 1973 werkzaam als leraar (sociale school en lyceum voor meisjes) te Lisala (R.D. Congo resp. Zaïre); vervulde van 1999 tot 2009 meerdere zendingen in Centraal-Afrika, in opdracht van internationale organisaties (UNDP, IPU en AWEPA)  en van de Kamer van volksvertegenwoordigers van België.

[1]  J. Marchal / schuilnaam A.M. Delathuy  – publicaties over Congo Vrijstaat (1985 – 1994) 

  •  E. D. Morel tegen Leopold II en de Kongostaat, 1985 *
  •  Jezuïeten in Kongo met zwaard en kruis, 1986
  •  De Kongostaat van Leopold II:  het verloren paradijs, 1876-1900, 1988 *
  •  De Geheime documentatie van de Onderzoekscommissie in de Kongostaat, 1988
  •  Missie en staat in Oud-Kongo, 1880-1914. Witte paters, scheutisten en jezuïeten, 1992                                                                                        
  • Missie en Staat in Oud-Kongo, 1880-1914. Redemptoristen, trappisten, priesters van het H. Hart, paters van Mill Hill, 1994                                                                                                                                                                                                  (* nadien ook in het Frans vertaald).

[2] –  L. Renders, op.cit., blz. 160 – 162;                                                                                                                                                    –  A.M. Delathuy, “De Kongostaat van Leopold II: het verloren paradijs 1876 – 1900”, blz. 180 – 223.

.

June 26, 2020 at 10:54 am 2 comments

KINDEREN VAN DE REKENING 2

Door Johan Depoortere

Met een aflevering gewijd aan de historische omkadering werd de serie “Kinderen van de Holocaust” (9 juni 2020) afgesloten. Die omkadering was hoogstnodig want ze ontbrak grotendeels in de vorige afleveringen waarin de slachtoffers van de gruwel getuigden. (Zie: “Kinderen van de Rekening” door Gie van den Berghe in dit Salon.) Die getuigenissen waren moedig, indringend en noodzakelijk, al kwamen ze rijkelijk laat: 75 jaar na het einde van de oorlog. Dat verklaart waarom van de getuigen enkel twee volwassenen als kind of adolescent zelf de kampen hebben overleefd. De anderen waren familieleden of inderdaad kinderen van: de generatie die opgroeide met de verhalen – of het zwijgen – van de ouders die het allerergste hadden meegemaakt. Ook hun getuigenis is bijzonder waardevol en noodzakelijk om inzicht te krijgen in de grootste misdaad en tragedie van de vorige eeuw.

Toch laat de serie na afloop een onbevredigd gevoel na, want ondanks de poging om op de valreep het geheel te kaderen blijf je als kijker met een groot aantal vragen zitten. Hoe is het zover kunnen komen? Wat bezielde de daders en vooral – de opdrachtgevers? Was de genocide op de Joden vooraf gepland, te voorzien en te voorkomen? Welke rol speelde wat we tegenwoordig de “internationale gemeenschap” noemen?  Op een groots opgezette internationale conferentie in de Franse badplaats Evian in juli 1938 weigerden vrijwel alle westerse landen Joodse vluchtelingen op te nemen. Lieten ze Hitler daardoor geen andere keus dan de “Endlösung” om Duitsland “Judenrein” te maken?

Vertegenwoordigers van Westerse landen wendden hun blik af van de Joodse vluchtelingen en sloten hun grenzen.

Zelfs na de vreselijke pogrom van de Kristallnacht in november van datzelfde jaar bestond er geen plan om de Joden uit te roeien, wel om ze naar het Oosten te verdrijven. In 1938-39 slaagden nog 120000 Joden erin uit Duitsland weg te komen weliswaar met achterlating van een groot deel van hun bezittingen. Wat de motieven van de daders – de uitvoerders – betreft doen de historici in de laatste aflevering een poging om erachter te komen hoe ze psychologisch werden bewerkt om hun natuurlijke afkeer van het moorden – het bloed, de stank, de paniek – te overwinnen.  Maar hoe het moorden paste in het bredere ideologische kader van het nazisme komt nauwelijks aan bod.

Nog vóór er van “Endlösung” sprake was waren in Duitsland geesteszieken, gehandicapten en andere “minderwaardige” Duitsers het slachtoffer geworden van de naziplannen om het “Arische ras” te verbeteren. Het begin van het systematische uitroeien van de Joodse bevolking valt samen met de inval van de nazitroepen in de Sovjetunie in juni 1941. De oorlog tegen de Sovjetunie was het sluitstuk van Hitlers Grote Schema dat als einddoel had de wereld te bevrijden van het “judeo-bolsjevistische juk.” De oorlog tegen Stalin was niet alleen bedoeld om “Lebensraum” te creëren voor het Arische superras, het was ook een ideologische kruistocht tegen het communisme dat in de geest van Hitler en de nazi-ideologen vrijwel samenviel met “het Jodendom.”  In “Mein Kampf” had Hitler de strijd tegen het marxisme als prioriteit nummer één uitgeroepen en die strijd viel nagenoeg samen met de strijd tegen “het Jodendom” omdat volgens hem “de kwalen van het marxisme en van het ‘Jodendom” zo intens met elkaar verweven zijn dat ze één geheel vormden. Hitler zag de oorlog tegen de Sovjetunie als de ultieme strijd op leven en dood tussen het door het Duitse “Herrenvolk” gedomineerde Europa en de barbarij van het Aziatische “judeo-bolsjevisme.” De Joods-Amerikaanse historicus Arno J. Mayer trekt daarom terecht de parallel tussen de Russische veldtocht van de nazilegers en de middeleeuwse kruistochten die eveneens een ideologisch doel hadden: de overwinning van het christendom waarbij de kruisvaarders op weg naar Jeruzalem en passant behalve moslims ook duizenden Joden in het Rijnland en verder oostwaarts over de kling joegen.

In het kader van die oorlog tegen “het judeo-bolsjevisme” kwam het moorden op industriële schaal op volle toeren toen de Duitse troepen in hun veroveringstocht vóór Moskou waren blijven steken en het verzet van het Rode Leger taaier bleek dan de nazi’s in hun propaganda hadden voorspeld. De nazilegers werden tot de terugtocht gedwongen en leden daarbij ontzettende verliezen door aanvallen van het Rode Leger en de partizanen. De vele Joodse dorpen in Oekraïne waren de voornaamste slachtoffers van de Duitse wraak. Joden en “rode commissarissen” werden zonder onderscheid verantwoordelijk gesteld voor de guerrilla- aanvallen die het de terugtrekkende Duitse troepen knap lastig maakten. De “Einsatzgruppen” van de SS hadden de opdracht alle communistische functionarissen en Joden zonder onderscheid af te maken. Maar ook de “Wehrmacht,” de reguliere Duitse troepen lieten zich – in tegenstelling tot de na-oorlogse legende – niet onbetuigd. (https://www.dw.com/de/die-wehrmacht-und-der-holocaust-auf-freiem-feld/a-53354087) De eerste massale slachtingen van duizenden Joodse onschuldige burgers vonden in Oekraïne plaats met als triest maar voorlopig dieptepunt de moordpartij bij de ravijn van Babi Jar in de buurt van Kiev. Van daar naar de gaskamers was het slechts een stap.

Het eeuwenoude historische antisemitisme (of anti-judaïsme) van religieuze oorsprong – dat in Duitsland overigens niet méér maar veeleer minder wortel had geschoten dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland – hielp wellicht om de vervolging van de Joden door het grote publiek te laten verteren. Maar het is zeer de vraag of de overgrote meerderheid van de Duitsers op de hoogte was van de omvang van de gruwel en de schaal van de massamoord. Het is niet toevallig dat van de zes uitroeiingskampen er niet één op Duits grondgebied lag: het moorden gebeurde hoofdzakelijk in het Oosten, wat uiteraard geen verontschuldiging is voor de medeplichtigheid en het wegkijken door een deel van de Duitse bevolking die in eigen land ten overvloede voorbeelden had gezien van de misdaden en de wreedheden van de nazi’s.

Heinrich Himmler en Reinhard Heydrich, de architecten van de Endlösung. Foto: Wikicommons

De uitzending had terecht veel aandacht voor de psychologische processen die van een brave burger, een “gewoon mens,” een massamoordenaar maken. Van de ideologische achtergrond en de motieven van de opdrachtgevers was in de “Kinderen van de Holocaust” weinig of niets te bespeuren. De namen van Heydrich of Himmler, nochtans de architecten van de Endlösung, hoorde ik nergens vernoemen. Evenmin werd veel aandacht besteed aan de manier waarop Hitler de staatsmacht veroverde en aan de medeplichtigheid van de “fatsoenlijke” conservatieve, nationalistische en katholieke partijen. In de laatste aflevering wordt de mythe herhaald dat Hitler “na democratische verkiezingen” aan de macht is gekomen. Dat is hooguit ten dele waar. Bij de verkiezingen van 6 november 1932 ging de nazipartij achteruit – ze verloor twee miljoen van haar kiezers (ten opzichte van juli) en haalde nog 33,1% van de stemmen, minder dan communisten en sociaaldemocraten samen. Dat Hitler rijkskanselier werd had hij behalve aan de verdeeldheid van links te danken aan de conservatieven en reactionairen onder leiding van de Junker Franz von Papen die ervan uitging dat de plebejer Hitler wel blij zou zijn tot het walhalla van de heren te worden toegelaten en dat hij door ze “in het bad te trekken” de nazi’s wel zou temmen. Von Papen en zijn aristocratische vrienden droomden hardop van een autoritair regime waarin zij – niet de nazi’s – het voor het zeggen zouden hebben en waarvoor ze Hitler wel meenden tijdelijk te kunnen gebruiken.

 

Franz von Papen. Foto: Wikicommons

Het omgekeerde gebeurde. Hoewel Hitler slechts drie van zijn partijgenoten in zijn kabinet had opgenomen slaagde hij erin in binnen de drie maanden de macht volledig naar zich toe te trekken. Hij kreeg daarbij de welwillende hulp van de Duitse politieke, economische en militaire elite. “Zowel de burgerlijke administratie als het leger werkten op alle echelons mee” schrijft Mayer in De Hakenkruistocht. “Dat gold eveneens voor de meeste industriemagnaten, bankiers, grootgrondbezitters, intellectuelen, academici en voor de clerus. Samen met rechters en advocaten hielden zij hun mond bij de meest gruwelijke schendingen van burgerrechten- en vrijheden, zowel voor als na Hitlers machtsovername begin 1933.“

Frank Seberechts bracht de rol in herinnering die Vlaamse en Waalse SS-ers speelden in de massamoord op de Joden.

Het is prijzenswaardig dat de makers van de reeks er niet voor zijn teruggeschrokken de rol te belichten die Vlaamse en Waalse collaborateurs hebben gespeeld bij de uitvoering van de massamoord op de Joden. Daarvoor haalden ze enkele van de meest misselijk makende fragmenten uit interviews van gewezen collaborateurs van onder het stof. Het is alweer bijna veertig jaar geleden dat Maurice De Wilde erin is geslaagd deze unverfroren Vlaamse nazi’s voor de camera te halen. Dat ze in deze tijden van heroplevend fascisme en antisemitisme te kijk worden gezet kan een les zijn voor de jonge dwepers van vandaag, al is het twijfelachtig of de les tot het brein van de hardleerse vrienden van Van Langenhove en Van Grieken zal doordringen.

Ook op een andere manier probeerde het programma een link te leggen naar vandaag of  het recente verleden. Er waren beelden te zien van de gruwelijke genocide in Rwanda en Srebrenica, van de onderdrukking van de Rohinjya en van de Oeigoeren in China. Wat in het lijstje ontbrak is de onderdrukking en discriminatie van de Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het land dat nu Israël heet. Is er een wezenlijk verschil tussen enerzijds de jacht op de Rohinjya en anderzijds de etnische zuivering van Palestina met de vernietiging van meer dan 500 dorpen en het verdrijven van 750000 Palestijnen nu 72 jaar geleden? Ik kan me levendig voorstellen hoe de makers van het programma hebben zitten tobben en brainstormen over de ongemakkelijke vraag: “Wat doen we met Israël?”

Het antwoord daarop was te zien in een vorige aflevering van “De kinderen van de Holocaust.” Een aantal van de getuigen uit de serie heeft na de oorlog zijn of haar toevlucht gezocht in Israël, het enige land ter wereld waar Joden geacht worden ‘zich veilig te voelen’ maar met als hoge prijs de verdrukking van een ander volk, de discriminatie van 20% van de bevolking, een buitensporige militarisering, oorlogen tegen buurlanden, een uitzichtloze bezetting en een samenleving getekend door religieus fanatisme, apartheid en racisme. “Ik wil niet in een huis wonen waar twee soldaten met mitrailletten voor de deur staan om mij rustig te laten eten” zei David Wagman, één van de getuigen, in zijn prachtige, wat archaïsche, Nederlands: een perfecte metafoor voor de situatie in het huidige Israël. Wagman was een verademing in een uitzending die voor de rest bol stond van de zionistische clichés en de mythes die de oprichting van de Joodse staat moeten legitimeren: de “terugkeer” van de Joden naar hun “vaderland” uit Bijbelse tijden, de Palestijnen die de “verkeerde leiders” hebben, de Arabieren die de “Joden in de zee willen drijven” etc. etc.

Op deze open vlakte tussen Jaffa en Tel Aviv bevond zich tot de lente van 1948 de Palestijnse volkswijk Al Manshieh met 70000 inwoners. Het enige Palestijnse gebouw dat vandaag (gedeeltelijk) overeind bijft is nu het “Etzel House” een museum gewijd aan de overwinnaars: de paramilitaire terreurgroep Etzel (of Irgun) van de latere premier Menachim Begin. https://forward.com/culture/380340/how-jaffas-etzel-house-stands-at-odds-with-history/

De enigen die in de zee werden gedreven zijn de 70000 Palestijnse bewoners van Jaffa die in de lente van 1948 door de aanvallende Joodse strijdkrachten en de terroristische bendes Etzel en Lehi werden opgejaagd en alleen de zee als uitweg hadden. Honderden – misschien duizenden – verdronken in hun poging om via een boot uit de omsingeling weg te komen. De aanval op Al Manshieh, de dicht bewoonde volkswijk van Jaffa en de omliggende dorpen begon al op 9 april 1948, bijna anderhalve maand vóór de onafhankelijkheidsverklaring door Ben Gurion en de interventie van de Arabische legers die de Palestijnen te hulp kwamen. Ook dat spreekt de “David en-Goliathlegende” tegen die wil dat de machtige Arabische buren het zwakke Israël wilden vernietigen. De Israëlische architect en historicus Sharon Rotbart schrijft daarover in White City, Black City: “Of all the numerous, unwarranted times the phrase ‘push them into the sea’ has been flippantly bandied around in the context of the Arab-Israeli conflict, this may well be the only instance in history when the expression has literally taken form.”

Kun je van overlevenden van de massamoord op de Joden en hun nabestaanden verwachten dat ze oog en begrip hebben voor de slachtoffers van de slachtoffers? Het is een moeilijke en pijnlijke vraag waar de zionistische ideologie slechts één antwoord op weet te bedenken: de uniciteit van de Shoah die elke vergelijking met andere massale schendingen van de mensenrechten verbiedt. Het lot van de Palestijnen afwegen tegen dat van de Joden is daarom alleen al taboe en volgens de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance zelfs antisemitisme. Nee, de etnische zuivering van Palestina is niet hetzelfde als de gigantische onderneming om alle Europese Joden met industriële middelen te vermoorden, de schaal en de gebruikte methoden verschillen maar het doel is gelijklopend: de overheersing van één etnische groep, bij de nazi’s door uitroeiing, bij de zionisten door “transfer,” een codewoord voor etnische zuivering. Ook in de mechanismen die tot dat eindresultaat leiden zijn gelijkenissen te ontwaren: de geleidelijke ontmenselijking van een groep, het wij-zij-denken, het opofferen van morele overwegingen aan een “hoger doel:” geenszins het monopolie van één historische periode of van een één misdadige politieke beweging. Zonder dat inzicht is de roep “Nooit meer” een holle slogan.

June 15, 2020 at 4:26 pm Leave a comment

WAAROM WE NIET KUNNEN ADEMEN

 

door Tom Ronse

 

Die afschuwelijke beelden navertellen is overbodig. Iedereen heeft ze gezien. Ze werden meteen een krachtig symbool dat over de hele wereld resoneerde: “We houden onze knie op je nek totdat je krepeert”, leken ze te zeggen. Bijna negen minuten lang. Al snel bleek dat velen de druk van die knie op hun nek voelen. De druk van vernedering en discriminatie, de druk van beroofd te worden van een toekomst. De druk van repressie en intimidatie. Voor de tweede keer werd de wanhopige kreet van een man die door de politie werd vermoord omdat hij de handelsregels had overtreden, door duizenden kelen overgenomen: “I can’t breathe !!!”

Maar nu is hij veel luider en weerklinkt hij in zevenhonderd Amerikaanse steden en in de hele wereld. Want ook de symboliek van die kreet resoneert krachtig. “We can’t breathe” is een bijzonder toepasselijke slogan voor vandaag.

We kunnen niet ademen omdat jij haat en geweld, racisme, nationalisme en xenofobie aanwakkert om ons te verdelen zodat jij kunt regeren;

We kunnen niet ademen omdat je onze middelen wegneemt om een fatsoenlijk inkomen te verdienen en onze hoop voor de toekomst keldert terwijl je de rijken steeds rijker maakt;

We kunnen niet ademen omdat je onze omgeving vergiftigt, omdat je het leven op aarde vernietigt voor winst;

We kunnen niet ademen omdat je pandemieën faciliteert en ons dan opsluit en de laagstbetaalden onder ons, vaak zwarte of bruine mannen en vrouwen, doet werken in onveilige omstandigheden;

We kunnen niet ademen omdat, terwijl jij de vrijheid bewierookt, je staat een octopus wordt die zijn ontelbare armen uitsteekt naar alle aspecten van het leven; je bespioneert ons, je politie is een leger, getraind om lastig te vallen, om te jagen en te doden en vooral om ons te intimideren, om ons klein te houden;

We kunnen niet ademen, want terwijl jij de mensenrechten in je vaandel voert, zweet je onrecht uit elke porie. Hoe meer je systeem in crisis zakt, hoe meer corruptie, onderdrukking, uitbuiting, haat, discriminatie en geweld het veroorzaakt.

Wat deze wereldwijde kreet zegt, ook al zijn de meeste mensen die hem roepen er zich misschien niet bewust van, is dit: kapitalisme, je verstikt ons.

Behalve de burgemeester van een gat in Mississippi die er niets verkeerds in zag, veroordeelde de hele regerende klasse de moord snel en unaniem. Zelfs de meest verstokte supporters van de politie waren ‘geschokt’, ‘ontsteld’, ‘verontwaardigd’, etc. ‘Hij is niet een van ons ! “, haastten ze zich om te zeggen, ‘Kijk, we hebben hem al achter tralies!’ En inderdaad, nog nooit eerder werd een killer cop zo snel ontslagen en gearresteerd. Dat danken we niet in het minst aan de alomtegenwoordigheid van smartphones. Als hij niet was gefilmd, zou deze moord slechts een lokale tragedie zijn geweest. Een statistiek. De Amerikaanse politie doodt jaarlijks gemiddeld ongeveer 1100 mensen, de meerderheid zwart en bruin. George Floyd was niet de eerste zwarte man die door Derek Chauvin werd vermoord. Evenmin was de manier waarop de agent doodde uitzonderlijk; zijn “choking technique” wordt door de politie over de hele wereld gebruikt.

Hier wordt de ‘techniek’ toegepast op een Palestijnse demonstrant

Zij die ons regeren wilden geen olie op het vuur gooien, maar het vuur verspreidde zich niettemin. De beweging barstte los als een vulkaan, onvoorspeld door de politieke seismologen. De politie werd gemobiliseerd om de lava in te dijken. Er zijn 700.000 politieagenten in de VS. In de afgelopen decennia werden ze uitgerust met militaire hardware en training. Aanvankelijk hielden ze zich in. Het leek niet slim om te proberen een beweging die werd veroorzaakt door politiegeweld te onderdrukken met meer politiegeweld. Maar toen de spanningen toenamen, maakte de terughoudendheid vaak plaats voor meedogenloze vormen van crowd control. Talloze demonstranten werden geslagen, enkelen zelfs doodgeschoten. Traangas, pepperspray en rubberen kogels werden in overvloed gebruikt. De eigenaren van de bedrijven die dit spul produceren, moeten het met plezier hebben bekeken.

Soms zagen we politieagenten hun wapenstok neerleggen en met de demonstranten marcheren, hun vuist opsteken of solidair ‘een knie nemen’. Maar terwijl deze ‘good cops’ de betogers geruststelden, stonden hun zwaar bewapende collega’s om de hoek, klaar om schedels te kraken.

De politie was niet genoeg: de (militaire) National Guard werd in 32 staten gemobiliseerd, vier reguliere legereenheden stonden paraat, allerlei andere ordehandhavers zoals ICE (immigratiepolitie), de DEA (drugpolitie) en de oproerpolitie van het Federale Bureau voor Gevangenissen werden in de strijd geworpen. De militaire politie werd opgeroepen om het Witte Huis te helpen verdedigen. De avondklok werd ingesteld (niet erg succesvol). Toch namen de protestdemonstraties toe. En ook de plunderingen namen toe.

Zij die ons regeren waren opnieuw unaniem in hun veroordeling van de plunderingen, maar hun houding varieerde. Voor rechts was het een gelegenheid om het verhaal te veranderen: de moord op George Floyd werd een voetnoot, het echte verhaal was nu niets minder dan “een strijd tussen beschaving en barbarij”, zoals Tucker Carlson, een ‘pratend hoofd’ op Fox News, het formuleerde. Een ijzeren vuist is wat nodig is. De opperhater in het Witte Huis, nadat hij uit zijn bunker ontsnapte, deed mee. Hij dreigde het leger in te zetten, ‘kwaadaardige honden’ los te laten; hij verklaarde Antifa1 een “terroristische organisatie” (Antifa, als die een organisatie zou zijn, zou op haar beurt zijn regering een terroristische organisatie moeten verklaren); hij droeg de lokale autoriteiten op om “de straten te domineren”; hij liet zich met traangas een weg banen om voor een kerk met een bijbel te zwaaien, enzovoort. Het is duidelijk dat hij hoopt herkozen te worden als de kandidaat van law and order, de onversaagde sheriff, de onverzoenlijke sterke man die we nodig hebben in deze tijd van toenemende angst en chaos.

Voor links (om deze term heel breed te gebruiken) bleef het protest tegen de moord op George Floyd het hoofdverhaal. De meeste mainstream media en politici maakten een scherp onderscheid tussen ‘de vreedzame demonstranten’ en ‘de gewelddadige marginalen’. Ze brandmerkten deze laatsten als sinistere buitenstaanders, professionele onruststokers, bloedzuigers van de beweging en spoorden de demonstranten aan om van hen weg te blijven en verandering te zoeken met vreedzame middelen, zoals stemmen en bidden. Maar de op één na populairste slogan van de beweging is: “No Justice, No Peace!” “Geen gerechtigheid, geen vrede!” Hoe kan de beweging vreedzaam zijn en tegelijkertijd vrede weigeren? Met ‘vreedzaam’ bedoelen de Democraten en anderen ongevaarlijk voor het kapitalisme, respectvol voor zijn regels. Ze willen dat we geloven dat een beter, menselijker kapitalisme mogelijk is als we maar op hen stemmen. Ze zetten de realiteit op zijn kop: de kapitalistische samenleving is niet onmenselijk vanwege slechte agenten en slechte politici, de laatste zijn het product van een systeem dat in zijn kern onmenselijk is.

Wat de plunderingen betreft, is enige context vereist. Het kapitalisme is gebaseerd op plundering. Vanaf zijn ontstaan tot vandaag heeft het de menselijke arbeid en de hulpbronnen van de aarde meedogenloos geplunderd om winst te accumuleren. Het recente stimuleringsprogramma van de Amerikaanse regering, dat honderden miljarden dollars schenkt aan de grootste kapitaalbezitters ten koste van de gemeenschap, is daar een voorbeeld van. De knie van het Amerikaanse kapitalisme heeft het hardst gedrukt op de nek van de Afro-Amerikanen, eerst door slavernij, dan door Jim Crow-terreur en in onze tijd, ietwat subtieler, door een bestraffingssysteem dat resulteert in de massale opsluiting van zwarte jongeren. Laten we dus proberen om de zaken in proportie te houden.

Daarom laat ik geen traan als het politiebureau van de killer cops van Minneapolis in vlammen opgaat, als de ramen van de bank van Amerika en Manhattan Chase verbrijzeld worden, als de politie bekogeld wordt en patrouillewagens verbrand worden, als grote ketens zoals Target (met zo’n naam, ze vroegen erom) die hun personeel onderbetalen en hun klanten te veel aanrekenen geplunderd worden, als jongelui die amper genoeg hebben om te overleven vrolijk luxewinkels als Dior en Louis Vuitton leegmaken.

Ze verdienen wat ze krijgen.

Maar er is ook het zinloze geweld, zoals de aanvallen op de kleine winkels, restaurants, kapperszaken enz., waarvan vele eigendom zijn van zwarten of immigranten die soms, bij het verdedigen van hun winkels, werden geslagen en zelfs doodgeschoten. Daar is geen excuus voor. Dat is laf, harteloos, dom. In arme wijken van Minneapolis werden de enige plaatsen waar voedsel werd verkocht vernietigd. De busdienst is er gestopt door de coronakrisis, zodat de mensen daar nu in een voedselwoestijn leven.

Wie zijn de plunderaars?

Velen zijn jongeren die werkloos zijn of een miserabel loon trekken en nu de kans grijpen om dingen gratis te bekomen, zelfs dingen waarvoor ze nooit genoeg zouden kunnen sparen om ze te kopen. Het zijn scholieren die genieten van een duizelingwekkend moment van vrijheid. Het zijn mensen die eten, schoenen, kleding en (natuurlijk!) toiletpapier meenemen, omdat ze die nodig hebben of kunnen verkopen om te overleven.

Dan zijn er de professionele criminelen die een buitenkans zien. Ze komen goed georganiseerd in teams, met koevoeten, grendelsnijders en vuurwapens; ze laden bestelwagens vol terwijl hun handlangers elke eventuel weerstand breken. Soms concurreren ze over plunderzones met andere gangs.

Verder zijn er misleide antikapitalisten die geweld romantiseren en verwoesten voor het plezier van verwoesten, in de ijdele overtuiging dat dit het systeem zal ondermijnen. In de praktijk zijn ze moeilijk te onderscheiden van de blanke supremacisten die verlangen naar een rassenoorlog en willen dat Trump herkozen wordt en geloven dat chaos aan beide doeleinden zal bijdragen. De blanke mannen die door de arme wijken van Atlanta reden en bakstenen uitdeelden aan tieners, zouden zowel tot de ene groep als tot de andere kunnen behoren. En wie waren de lui die in Davenport al schietend rondreden en een betoger dood knalden? Zelden worden ze geïdentificeerd zoals gebeurde in het geval van een Twitter-account met de naam ANTIFA_US die tweette: “ALERT Tonight’s the night, Comrades Tonight we say “F**k The City” and we move into the residential areas… the white hoods…. and we take what’s ours #BlacklivesMaters #F**kAmerica.”

Vele rechtsen hebben die tweet geretweet, waaronder Donald Trump jr. die er een bewijs in zag dat pa Antifa terecht een terroristische organisatie had genoemd. Dan kwam aan het licht dat ANTIFA-US een nepaccount was, opgezet door blanke racisten.

Aanvankelijk leek de politie zich vaak afzijdig te houden van de plunderingen. Ze concentreerde zich op de betogingen. Politieagenten werden in hun auto’s geobserveerd terwijl ze niets deden, hoewel er onder hun ogen werd geplunderd. We kunnen alleen speculeren over hun motieven. Waren ze bang (niet onredelijk), wachtend op back-up die niet kwam? Waren ze boos omdat ze voor alles de schuld kregen? Wilden ze dat de plunderingen gebeurden in de hoop dat die de hele beweging in diskrediet zouden brengen? Of wilden ze tonen aan “de mensen met een belang in de samenleving” (om nog een uitdrukking van Tucker Carlson te lenen) hoe zeer ze de politie nodig hebben?

Demonstranten begonnen zich steeds meer te verzetten tegen plunderingen en moedwillige vernietigingsacties. De meesten van hen vinden die verkeerd en zinloos en vooral contraproductief, ze leiden de aandacht af van hun zaak.

Maar wat die zaak, het doel van de protestgolf, juist is, is vaag. Natuurlijk vindt iedereen dat de moordenaars van George Floyd moeten worden gestraft, en de autoriteiten zullen hen graag opofferen als dat de gemoederen bedaart. Ze geven ook grif toe dat de politie beter moet worden opgeleid, al kan dat in de praktijk vooral betekenen dat ze meer bewust worden gemaakt van hoe ze overkomen wanneer ze gefilmd worden. Ze verhoogden de aanklachten tegen de hoofdschuldige en dienden aanklachten in tegen zijn medeplichtigen. Wat wil je nog meer?, leken ze te vragen. Maar toch namen de protesten toe.

Wat willen we? We weten het niet zeker. Meer dan dit. Vrijheid. Respect. Verlost worden van zorgen over hoe te overleven. Blijven de vreugde beleven van samen, zwart, wit en bruin, geloven in en vechten voor onze gemeenschappelijke toekomst. Dat is wat we willen, samen zijn, samen vechten voor een andere wereld. Vertel ons niet dat we weer naar binnen moeten gaan, dat we moeten terugkeren naar het normale, dat we moeten stemmen en bidden.

Maar samen zijn brengt risico’s met zich mee. We beleven een ongekende samenloop van omstandigheden: een explosieve verspreiding van sociale ontevredenheid én een explosieve verspreiding van een pandemie. De pandemie speelde een rol in de gebeurtenissen (en omgekeerd). Enerzijds heeft ze het protest op verschillende manieren aangewakkerd. Het onevenredig grote aantal Covid-19-slachtoffers onder zwarte en bruine mensen voedde de woede. Het richtte de schijnwerpers op de onderfinanciering van de gezondheidszorg in arme stedelijke gebieden, op de ongezonde levensomstandigheden daar en op het feit dat veel essentiële arbeiders gedwongen werden te werken zonder adequate bescherming. Het is geen toeval dat in New York bijvoorbeeld het rijkste stadsdeel (Manhattan) het laagste aantal Covid-doden per capita heeft en het armste stadsdeel (de Bronx) het hoogste. Een andere factor is de relatieve leegte van de straten die het voor de demonstranten gemakkelijker maakt om ze te bezetten (en voor de plunderaars om hun ding te doen). Verder speelde de drang van veel mensen, vooral de jongeren, om na maanden van relatieve opsluiting de straat op te gaan, hun isolement te beëindigen en bij anderen te zijn. Voor velen is de vreugde van samen te strijden een opwindende ervaring die ze niet gauw zullen vergeten.

Sociale afstandspraktijken gingen door het raam. Hoe kan het ook anders? Toch houdt de angst voor infectie velen weg van het protest, vooral ouderen. De overgrote meerderheid van de deelnemers is jonger dan 35 jaar. De meesten dragen maskers maar staan heel dicht bij elkaar. Vooral als ze worden gearresteerd en opgesloten in overvolle gevangenissen, zoals duizenden overkwam. Dan is er het traangas, zo overvloedig gesproeid: het kan de longen beschadigen en mensen kwetsbaarder maken voor het virus.

Al voor het protest begon waarschuwden gezondheidsdeskundigen dat een tweede golf van infecties waarschijnlijk is, omdat verschillende staten de economie met onvoorzichtige haast begonnen te ‘heropenen’, in hun gretigheid om de winstmachine weer aan de praat te krijgen. Dat is de belangrijkste reden waarom infecties weer zullen toenemen, omdat het risico het grootst is in binnenruimtes. Maar wanneer deze tweede golf zich voordoet, zal Trump ongetwijfeld de schuld geven aan de demonstranten.

 

Zoals hier in Louisville maakten witte vrouwelijke betogers vaak “een schild’ op de kop van de betogingen, in de hoop dat dit het politiegeweld zou matigen

De straatprotesten zullen eindigen. Zal dat een terugkeer naar normaal betekenen?

De deelnemers aan deze wereldwijde beweging zullen tenminste een aantal waardevolle lessen mee naar huis nemen.

Een daarvan is een les in empowerment. Dat is een engels woord waarvoor geen nederlands equivalent bestaat maar dat zoveel betekent als ‘bewustwording van je (potentiele) macht’. De deelnemers aan deze beweging leerden dat ze door samen te strijden de staat in het defensief kunnen dringen en ieders aandacht op hun zaak kunnen richten. Een nieuwe generatie heeft de kracht en vreugde van collectieve strijd ontdekt. En die zal niet ontsporen door raciale verdeeldheid. Er is waarschijnlijk nooit een sociale massabeweging geweest in de Amerikaanse geschiedenis die zo divers was in haar raciale samenstelling. En ze liet zich niet vangen door organisaties en leiders die in haar naam spraken, al is het ook zo dat het ‘Black Lives Matter’-netwerk, dat in veel steden afdelingen heeft en financieel gesteund wordt door enkele grote bedrijven, een niet onbelangrijke organisatorische en ideologische rol speelt. Toch waren de meeste acties spontaan, niet omlijnd. Er zijn geen vaste eisen, de doelpalen zijn verplaatsbaar. Maar tot nu toe zijn ze niet verder gegaan dan de eis om een einde te maken aan de mishandeling van raciale minderheden door de politie. De afgelopen dagen zijn de eisen om de politie op droog zaad te zetten (“de-fund the police”) en zelfs om ze af te schaffen (“abolish the police”)’ luider geworden.

Sommige politici, zoals de burgemeesters van New York en Los Angeles, hebben de defunding-campagne hun steun betuigd, maar wat ze daarmee bedoelen is dat een bescheiden hoeveelheid stadsgeld zal worden overgeheveld van het politiebudget naar een aantal sociale programma’s. Gezien de gigantische omvang van de politiebudgetten in de VS (115 miljard dollar in 2017, volgens het Urban Institute; het budget van de New Yorkse politie alleen al -6 miljard dollar- is groter dan dat van de Wereld Gezondheid Organisatie) zou dat weinig veranderen.

De eis om de politie af te schaffen is interessant omdat die ons aanmoedigt om ons een andere sociale orde voor te stellen. Hoe zou een wereld zonder politie eruit zien? MPD150, een groep in Minneapolis die deze eis promoot met de steun van een deel van de gemeenteraad, legt uit dat het een stapsgewijs proces zou zijn dat zou leiden tot “het strategisch opnieuw toewijzen van middelen, financiering en verantwoordelijkheid, van de politie naar gemeenschapsmodellen van veiligheid, ondersteuning en preventie.” Maar het is zinloos om de politie te willen afschaffen zonder ook het kapitalisme af te schaffen. Het probleem met deze en andere radicaal klinkende plannen, zoals de Green New Deal of open grenzen, is dat ze tegelijk te timide en utopisch zijn. Op zichzelf lossen ze niets op en zijn ze ook onmogelijk te realiseren binnen het kapitalisme. Ik wil ook de politie afschaffen, grenzen openen, productie die niet vervuilt. Maar dit zijn geen optionele onderdelen van de kapitalistische maatschappij die je zo kunt wegsnijden. We moeten de stier bij de hoorns vatten.

Deze beweging is een grote stap vooruit, maar er ligt nog een lange weg voor ons. Er zullen nog veel illusies moeten sneuvelen. Wie verwacht dat als gevolg van deze beweging de politie aardig zal worden, de armen met respect zullen worden behandeld en rassendiscriminatie zal eindigen, zal ruw wakker geschud worden. Natuurlijk zal iedereen respect betuigen aan het idee dat “black lives matter”. Vrijwel elke groot Amerikaans bedrijf doet het, vrijwel elke politicus doet het. Maar in werkelijkheid zijn levens in het kapitalisme alleen van belang voor zover ze nuttig zijn voor de accumulatie van waarde. Vele miljoenen in deze wereld zijn dat niet, en hun leven maakt niet veel uit. Dat verandert niet. Het kapitalisme heeft bovendien altijd racisme en xenofobie gebruikt om het armste deel van de arbeidersklasse van de rest af te sluiten. Dat verandert ook niet.

Het normale waar we na deze beweging naar terugkeren, is een wereld van pijn en ellende. Het kapitalisme maakt het onmogelijk om de menselijke creatieve krachten rechtstreeks voor de menselijke behoeften te gebruiken. Breed genomen wordt er alleen aan de behoeften voldaan als dat winstgevend is. Maar dat winstmechanisme draait vierkant. Het kapitalisme is crisis en zal ook na de huidige pandemie in crisis blijven. Het normale dat ons te wachten staat, is een wereld van gaarkeukens, huisuitzettingen, angst en depressie, hoge werkloosheid terwijl de sociale rijkdom van de arbeidersklasse naar de rijken wordt versluisd en de regeringen van de grootmachten zich voorbereiden op oorlog.

Armoedemisdrijven zullen toenemen. Bedenk waarvoor de twee mannen van wie de laatste woorden – “I can’t breathe” – nu zo beroemd zijn, gearresteerd werden. Eric Garner werd beschuldigd van het verkopen van losse sigaretten (het stelen van belastinggeld van de staat) en George Floyd van het betalen in een supermarkt met een vals biljet van 20 dollar (heiligschennis). Armoedemisdrijven. Ze stierven omdat ze arm en zwart waren.

De sociale onrust zal toenemen. De klassentegenstellingen zullen scherper worden.

En de politie zal de politie zijn. Ondanks de hervormingen die nu eventueel zullen worden goedgekeurd, ondanks de nieuwe wetten die worden bekokstoofd, ondanks de standbeelden van zuiderse generaals die tegen de vlakte gaan, zal de politie doen wat ze moet doen, de kapitalistische wet en orde beschermen. Daarvoor bestaat ze. En het zal gewelddadig zijn. En het zal brutaal zijn.

Wat ik hoop dat zal gebeuren, nadat deze beweging ten einde loopt, is dat velen weigeren om terug te keren naar het normale. Dat de strijdlust de massademonstraties overleeft.

Wat ik hoop is dat het besef zal groeien dat rassendiscriminatie, armoede en politiegeweld pas zullen ophouden als het kapitalisme ophoudt te bestaan.

Wat ik hoop is dat de strijd zich zal verspreiden van de straten naar de fabrieken, kantoren en andere werkplaatsen. Alleen dan zal hij de kracht verwerven om de wereld te veranderen.

Wat ik hoop is dat de pure absurditeit van de huidige wereldorde de verbeeldingskracht zal prikkelen tot het punt waarop we gedwongen zijn een collectieve vraag te stellen: hoe ziet de wereld eruit waarin we willen leven en en die we willen achterlaten?

 

Noot:

1Antifa is een los netwerk van antifacistische aktivisten die zich toespitsen op het (vaak letterlijk) bevechten van uiterst rechts. Antifa heeft geen website, geen organisatiestructuur, geen leiders of woordvoerders maar is dankzij Trump nu wereldberoemd.

 

June 11, 2020 at 9:33 pm 1 comment

EINDE VAN EEN TIJDPERK?

De coronacrisis opent onze ogen voor een paar ongemakkelijke waarheden: onze kwetsbaarheid en die van de natuur, ons vals gevoel van veiligheid, het besef dat we niet eeuwig kunnen doorgaan met roofbouw plegen op de planeet. De vraag is: welke lessen zullen we trekken uit deze crisis. Is de pandemie een epochmakende gebeurtenis, te vergelijken met de wereldoorlogen of de financieel-economische krach van 1929? Gaat ons huidig maatschappijmodel op de schop?  Maken we de zwanenzang mee van het neoliberalisme dat nu al ruim veertig jaar ons openbare leven beheerst? Het antwoord is neen, als het van de verdedigers van de bestaande orde afhangt. Het economisch relancecomité dat de Vlaamse regering heeft opgericht bestaat uitsluitend uit profeten van de status quo ante: een nationalistische burgemeester, een rechtse arbeidssocioloog, een vermogensbeheerder – pardon econoom – die ook klimaatscepticus is en andere adepten van de neoliberale consensus. Zo gauw mogelijk terug naar “het normale” is het devies.

En toch is de bestaande toestand – het “normale” – met de toenemende ongelijkheid, de dreigende klimaatcatastrofe, de wanhoop van de miljoenen uitzichtlozen in de vluchtelingenstromen overal ter wereld op termijn onhoudbaar. Tot voor kort leek het alsof opstand en rebellie op het punt stonden een nieuwe wereld te baren: de gele hesjes in Frankrijk en België, de klimaatbetogers, de rebellen in Hongkong en Libanon, de straatprotesten in Chili: het joeg de hartslag omhoog bij al wie smacht naar verandering. “Wat mij betreft wordt 2020 inderdaad het jaar van de anti-neoliberale revolutie” schreef de financieel geograaf Ewald Engelen in een optimistische opwelling. Dat was eind vorig jaar. Toen kwam de coronacrisis. Of die de revolutie dan wel de contrarevolutie zal bevorderen moet nog blijken.

Milton Friedman was populair bij opeenvolgende Amerikaanse presidenten en bij de Britse premier Margret Thatcher. Onderaan rechts: Thatcher en Reagan in Camp David. Foto’s: Wikicommons

In een recente uiterst informatieve reeks uitzendingen ging het Duits-Franse Arte dieper in op verleden, heden en toekomst van het neoliberalisme. De oorsprong van de marktreligie die nu al vier decennia ons bestaan regelt, is te vinden in de economische theorieën van Friedrich Hayek, Milton Friedman en Ludwig von Mises, de grondleggers van wat later de Chicago school of de Chicago boys werd genoemd. Hun analyse van het nazisme vormde de grondslag voor hun wantrouwen tegenover alles wat met staatsinterventie te maken heeft. Ze waren ervan overtuigd dat het naziregime de verre erfenis was van de ontluikende welvaartsstaat onder Bismarck (1815-1895) en dat elke bemoeienis van de staat om armoede en ongelijkheid te bestrijden tot dictatuur moest leiden. Het systeem van sociale voorzieningen zoals dat in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog door de socialist William Beveridge werd uitgebouwd was hun een gruwel omdat het de kiemen van de dictatuur in zich droeg: socialisme leidt tot nationaalsocialisme.

Ronald Reagan: het gezicht van het neoliberalisme Foto: Wikicommons

Het neoliberalisme is meer dan een economische doctrine het is een ideologie, een filosofie die vrijwel alle aspecten van het maatschappelijk leven is gaan overheersen: van mobiliteit tot gezondheidszorg, van kunst en cultuur tot onderwijs en media. Het is een geloof, een religie als het ware. Het politieke doel van de neoliberale ideologen was volgens Michel Foucault heel duidelijk: de vernietiging van marxisme en communisme, de notie van een maatschappij waarin sociale klassen bestaan. De ambitie was – aldus de Franse filosoof en econoom Frédéric Lordon – niet minder dan de creatie van “de nieuwe mens,” naar analogie van wat de Sovjetunie nastreefde: niet de homo sovieticus maar de homo oeconomicus. 

De proletariër verdwijnt, de werknemer die door de kapitalist van zijn tijd en arbeidskracht werd beroofd is nu zelf een kapitalist. Hij biedt zijn kapitaal: zijn tijd, zijn vaardigheid, zijn werkkracht en zijn talent op de vrije markt aan, onderhandelt over de juiste prijs. Elke consument wordt een ondernemer en sluit een contract af met een andere ondernemer. Van collectieve actie geen sprake meer: het is ieder voor zich. De atomisering van het industrieproletariaat wordt wel eens de grootste overwinning van het neoliberalisme genoemd. De politieke consequenties zijn evident. Het neoliberalisme kon pas overwinnen waar de linkse politieke partijen overgenomen werden door pro-kapitalistische krachten, zoals Labour in het Verenigd Koninkrijk (De “Derde Weg” van Blair) of de Democraten in de VS met Clinton en Obama.

Dictator Augusto Pinochet van Chili Foto: Socialisme.nu

Hoe paradoxaal dat Milton Friedman en de Chicago Boys, de grote voorvechters van de Vrijheid, een dictatuur nodig hadden om hun neoliberale theorieën in de praktijk te brengen. Friedman werd door dictator Pinochet in Chili uitgenodigd voor het eerste grootschalige experiment met neoliberalisme. De dictatuur had de gunstige voorwaarden gecreëerd voor een ongebreideld marktfundamentalisme: de vakbonden verboden, de pers gelijkgeschakeld, de media aan banden en politieke opponenten “verdwenen,” vermoord, gevangengenomen of verbannen. Het was wachten op Thatcher en Reagan voor het vervolg. Ook onder hen was de eerste stap de Kaltstellung van de vakbonden: de mijnwerkers in Groot-Brittannië, de verkeersleiders in de VS. Thatcher en Reagan zouden de nieuwe eenheidsgedachte in een paar treffende citaten samenvatten: “There is no such thing as society” voor Thatcher, “Government is the problem, not the solution” voor Reagan. Daar bovenop: TINA, “There is no alternative,” dat laatste ook in het plaatselijk dialect vertaald door de burgemeester van een dorp aan de Schelde. 

Veertig jaar na Thatcher en Reagan is de overwinning van het neoliberalisme totaal. Tegelijk komen de contradicties scherper dan ooit in beeld: toenemende ongelijkheid, dreigende klimaatcatastrofe en daar bovenop nu een pandemie die het hele economische raderwerk tot stilstand brengt en miljoenen mensen (opnieuw) in extreme armoede dreigt te storten.  De vermaledijde staat treedt weer op de voorgrond: de regeringen worden verzocht om de zwaarste gevolgen van de crisis – gezondheid en klimaat – op te vangen: privatisering van de winsten, socialisering van de kosten. Het verzet groeit en het neoliberale gebouw davert op zijn grondvesten. Maar met de natiestaat is ook het extreme nationalisme terug. De economisch historicus Arnaud Orin gelooft dat het ultraliberalisme zal blijven gelden voor de arbeidsmarkt en voor diensten binnen de natiestaat, maar dat de natiestaten meer en meer tegenover elkaar komen te staan. Einde van de globalisering dus.

Maarten Schinkel Foto: Maartenonline

De Nederlandse econoom Maarten Schinkel vergelijkt onze tijd met de vooravond van de eerste Wereldoorlog. Ook toen was er sprake van een geglobaliseerde wereld waarin ondernemers maar ook arbeiders elkaar over de grenzen heen vonden. En ook toen had de wereld een lange periode van vrede achter de rug. De oorlog verbrokkelde de wereld opnieuw en het zou tot 1990 duren eer hetzelfde niveau van globalisering werd bereikt. Niemand kon geloven dat de oude tribale reflexen van “de stam, het eigene” in een oogwenk als bij toverslag zouden terugkeren. Hetzelfde lijkt nu te gebeuren. Sinds het uitbreken van de pandemie gingen In een mum van tijd de grenzen dicht. Het America First van Trump krijgt navolging, ook in de EU. Om zijn eigen verantwoordelijkheid voor de coronaravage in zijn land te ontvluchten haalt Trump zwaar uit naar China en schuwt daarbij het rauwe racisme niet.

We zien een explosie van de militaire budgetten, vooral in de marine. Conflicten om schaarse grondstoffen en het beschermen van de afzetmarkten hangen in de lucht. De confrontatie tussen China en de kwijnende grootmacht Amerika is niet langer een schrikbeeld in de toekomst. De incidenten tussen Chinese en Amerikaanse vaartuigen in de Zuid-Chinese zee nemen toe, net als de kans op gewapende confrontaties. De toenemende welvaartskloof kan door de coronacrisis tot explosieve situaties leiden. Er zijn altijd economische motieven geweest voor oorlog zegt de Duitse econoom Fritz Helmedag. Als mensen vertwijfeld zijn grijpen ze naar geweld. “Wie geen stuk brood in zijn hand heeft pakt een steen.”

Johan Depoortere

29 mei 2020

May 29, 2020 at 11:18 am 1 comment

KINDEREN VAN DE REKENING

Door Gie van den Berghe

 

Foto kazernedossin.eu

De eerste aflevering van Kinderen van de Holocaust bracht sterke getuigenissen (‘In de bek van de wolf’, Canvas, 28.4.2020). De getuigen schetsen een doordringend beeld van het begin van de discriminatie en vervolging van joden in België. Hun aangrijpende getuigenissen maken inleving mogelijk, het onvoorstelbare bijna voorstelbaar.

Anders dan bij de vorige Kinderen van (de collaboratie, het verzet) dekt de titel de lading niet helemaal. De meeste getuigen zijn geen kinderen van de Holocaust maar overlevenden van de jodenvervolging. De programmamakers wilden ‘de laatste kroongetuigen van de Holocaust voorrang verlenen’. Onder de getuigen twee volwassenen die Auschwitz hebben overleefd, de anderen ontkwamen als kind of adolescent aan het allerergste, twee werden na de oorlog geboren.

De eerste aflevering begon met wat een dader tegen Simon Wiesenthal (gevangene in Mauthausen) zei: “Als je het ooit overleeft dan zal niemand je geloven. ‘Maar wij, de kinderen van de Holocaust,”  repliceert de in 1941 geboren Norbert Vos, “hebben het overleefd en wij zijn hier om te vertellen wat jullie gedaan hebben.”

Ook Primo Levi, die Auschwitz overleefde, vervolledigt dit in De verdronkenen en de geredden: “niet één van jullie zal getuigenis kunnen afleggen, maar zelfs als iemand het zou overleven, dan nog zal de wereld hem niet geloven. Misschien zullen er vermoedens, discussies en onderzoek door historici zijn, maar geen zekerheden want we zullen de bewijzen samen met jullie vernietigen. En zelfs als er enkele bewijzen zouden overblijven en sommigen overleven, dan zullen de mensen zeggen dat de gebeurtenissen die jullie beschrijven te monsterlijk zijn om geloofd te worden: ze zullen zeggen dat het overdrijvingen zijn van de geallieerde propaganda en zullen ons geloven, wij die alles zullen ontkennen. Wij, niet jullie, zullen de geschiedenis van de kampen dicteren.” Ontelbare getuigenissen en geschiedkundige studies hebben het tegendeel bewezen.

Onderzoek leert dat getuigenissen vele jaren na datum, ook over traumatische gebeurtenissen, niet waterdicht zijn, dat ook niet kunnen zijn. Herinneringen worden hoe dan ook aangevuld, bijgekleurd en herdacht door wat men nadien heeft meegemaakt, door wat van anderen en uit andere bronnen vernomen werd, door iemands persoonlijke en de maatschappelijke evolutie (Loctus, Schacter, Wagenaar). Let wel, wat deze getuigenissen betreft, is dit slechts een theoretische vaststelling – aan de waarachtigheid van deze getuigen en het ‘waarheidsgehalte’ van hun getuigenis hoeft geen seconde getwijfeld te worden. Niets dan lof overigens voor de wijze waarop de programmamakers de getuigen in beeld hebben gebracht.

Helaas laat de historische omkadering te wensen over, ook al kwam die tot stand met de medewerking van Kazerne Dossin, en sparen Christophe Busch (voormalig directeur van dit museum) en Herman Van Goethem in het persdossier de superlatieven niet.

Van bij de machtsovername door de nazi’s probeerden talloze joden aan hun klauwen te ontkomen. Europa werd overspoeld door vluchtelingen. In juni 1938 beslisten beschaafde naties op een conferentie in het mondaine Evian-les-Bains eensgezind de grenzen af te grendelen voor joden. In Kinderen van de Holocaust zegt een getuige hierover dat de nazi’s zo carte blanche kregen om met de joden te doen wat ze wilden. De programmamakers koppelen hier zonder enige duiding een flard aan uit een toespraak die Adolf Hitler op 30 januari 1939 tot de Rijksdag hield: “Als het internationale Finanzjudentum binnen en buiten Europa er zou in slagen de volkeren nogmaals in een wereldoorlog te storten, dan zal het resultaat niet de bolsjewisering van de aarde en daardoor de zege van de joden zijn, maar de vernietiging van het joodse ras in Europa!”

Deze ontstellende intentieverklaring wordt wel vaker gebruikt als bewijs dat Hitler van het begin af aan en zeker begin 1939 (dus voor de Tweede Wereldoorlog begon) de joden wou uitroeien. Daarom wordt de passage die hieraan voorafging doorgaans weggelaten: ‘Europa kan maar tot rust komen als de joodse kwestie uit de weg geruimd is. De wereld heeft genoeg vestigingsruimte, maar er moet definitief gebroken worden met de mening dat het joodse volk door de lieve god zou voorbestemd zijn om in een bepaald percentage te profiteren van het lichaam en de productieve arbeid van andere volkeren. Het jodendom zal zoals andere volkeren moeten wennen aan een solide, constructieve bezigheid of er komt vroeg of laat een crisis van onvoorstelbare grootte’. 

De komplottheorie die Duitsland en Ariërs presenteert als slachtoffers van een almachtige vijand – jodendom, bolsjewisme, plutocratie – komt in tal van toespraken en geschriften van nazi-bonzen voor, te beginnen met Mein Kampf. Hitler wou de joden kwijt, discrimineerde en vervolgde meedogenloos, maar de wereld bleef toekijken. Begin 1939 wou en kon Hitler de joden niet uitroeien, zijn intentieverklaring was een laatste drukkingsmiddel op de wegkijkende wereld.

Hitlers voorlaatste drukkingsmiddel wordt in het programma niet eens vermeld: de nochtans beruchte Kristallnacht van 9-10 november 1938, vijf maand na de Evianconferentie en voorafgaand aan die toespraak van Hitler. Bij deze centraal georganiseerde Reichspogrom werden in Duitsland en (het ondertussen gewillig aangehechte) Oostenrijk ettelijke joodse bezittingen vernield en vele joden gemolesteerd. Minder bekend is dat op staande voet twintig- tot dertigduizend joden in concentratiekampen werden opgesloten (Schutzhaft heette dat: gevangenschap om vijanden van het volk te beschermen tegen de gerechtvaardigde volkswoede!). Enkele honderden joden overleefden de terreur in de kampen niet, maar alle anderen werden binnen het jaar vrijgelaten.

De aankomst van gedeporteerden in Auschwitz

Het drukkingsmiddel had enig effect. Van eind november 1938 tot het begin van de oorlog verleende Groot-Brittannië asiel aan meer dan tienduizend joodse kinderen uit Duitsland, Oostenrijk, Polen, Tsjechoslowakije en de vrije stad Danzig (Refugee Children’s Movement, vaak ‘kindertransport’ geheten). De meeste kinderen zagen hun ouders nooit terug. Joden konden overigens tot augustus 1941 Duitsland en door nazi’s bezette gebieden verlaten, met achterlating van hun hele bezit en op voorwaarde dat ze asiel kregen in een ander land. Niet dus. Een paar rijken en machtigen uitgezonderd.

Dit alles komt in deze aflevering van Kinderen van de Holocaust niet aan bod. Er is alleen even sprake van de ‘Antwerpse Kristallnacht’, de plunderingen en vernielingen die extreemrechtse bendes aanrichtten na de vertoning van de virulent antisemitische propagandafilm De Eeuwige Jood op 14 april 1941.

Na de beelden uit de toespraak van Hitler (30 januari 1939) springt het commentaar zonder overgang naar de jodenuitroeiing. Beweerd wordt dat ‘het onafgebroken moorden [vanaf juni 1941 bij de inval in Rusland, maar ook dit blijft onvermeld] voor mentale problemen bij de daders zorgde en het immense aantal lijken steeds moeilijker weg te werken viel. De nazitop dacht na over hoe ze de joden efficiënter konden uitroeien’. Meteen hierna komt de lijst in beeld die werd opgesteld voor de Wannseeconferentie (20 januari 1942), een optelsom van de uit te roeien Europese joden: meer dan elf miljoen (met inbegrip van joden in landen die de nazi’s nooit zouden veroveren, zoals Groot-Brittannië: 330.000, Rusland: 5 miljoen). Hierop, vervolgt het commentaar, werden in ijltempo ‘uitroeiingscentra gebouwd in bezet Polen, onder meer Birkenau bij Auschwitz’.

Geschiedkundig gezien is dit een rommeltje. Neem de daders. Dat waren niet alleen SS’ers maar ook gewone soldaten en (reserve)politielui. Bitter weinigen onttrokken zich aan hun taak en ze gingen doorgaans systematisch en gedisciplineerd te werk. Wie plezier schepte in het doden, zich door jodenhaat liet meeslepen, ‘nodeloze’ gruwelijkheden beging of plunderde, kon gestraft worden (wat af en toe gebeurde). Heinrich Himmler, hoofd van de SS en de Duitse politie, herinnerde hieraan in een urenlange toespraak die hij op 6 oktober 1943 hield voor SS- en politiegeneraals: ‘Wij hebben het morele recht, we hebben tegenover ons volk de plicht, dit volk, dat ons ombrengen wil, om te brengen. Maar we hebben niet het recht, ons persoonlijk te verrijken met een bontjas of een uurwerk, met een mark of met een sigaret, of wat dan ook. We zullen toch niet, omdat we een bacil uitroeien, erdoor besmet worden en sterven. Ik zal niet dulden dat zich ook maar een kleine rotte plek vormt of zich vastzet. Waar ze zich vormt, zullen we ze samen uitbranden. Maar alles samen kunnen we toch zeggen dat we deze zwaarste opgave in liefde voor ons volk volbracht hebben. En ons innerlijk, onze ziel, ons karakter hebben daarbij geen schade opgelopen’. Zo bleek, ook na de oorlog (Welzer).

Gevormd door en doordrenkt van decennialang antisemitisme, opgezweept door tien jaar nazipropaganda, zagen de meeste daders geen mensen meer in joden maar bacillen die het Arische Volkslichaam bedreigden. De ‘veldtocht tegen het judeo-bolsjewisme’, schreef generaal-veldmaarschalk Walter Von Reichenau op 10 oktober 1941 in een bevelschrift, gaat om meer dan eenvoudige soldatenplicht, het is een ideologisch rechtvaardige oorlog. De soldaat aan het oostfront is ‘meer dan een strijder volgens de krijgskunst, hij is tevens drager van een onverbiddelijk volks idee en wreker van alle beestachtigheden die het Duitse volk en daaraan verwante volkeren werden aangedaan. Daarom moet de soldaat volledig begrip tonen voor de noodwendigheid van de harde maar gerechtvaardigde straf voor het joodse Untermenschentum’. Erich von Manstein, één van de bekwaamste en meest invloedrijke officieren van de Wehrmacht (het reguliere Duitse leger) vulde aan: “Het jodendom heeft de sleutelposities in handen van politieke leiding, bestuur, handel en nijverheid, en vormt de kiem van alle onrust en eventuele opstanden. Het joods-bolsjewistische systeem moet eens voor al worden uitgeroeid. Nooit meer mag het in ons Europees Lebensraum vaste voet krijgen.”

Primo Levi onderstreepte dat de daders geen sadisten waren maar mensen die uit hetzelfde hout gesneden waren als wij. Gewone menselijke wezens, gemiddeld intelligent, gemiddeld boosaardig. Op enkele uitzonderingen na geen monsters, mensen als wij en daarom des te gevaarlijker.

De massale moordpartijen waren voor de meeste daders minder belastend dan het bloed en de stank die ermee gepaard gingen. Bij slachtpartijen in de omgeving van steden was dikwijls sprake van ‘executietoerisme’. Duitsers van allerlei slag kwamen kijken en kiekjes maken. Honderden van die foto’s zijn bewaard gebleven (Hamburger Institut für Sozialforschung, Welzer).

Ook de Wehrmacht deed enthousiast mee met de uitroeiing van de Europese joden Foto: murks-manege.com

Om de vele joden vlugger, massaler en met minder mankracht uit te roeien, werden allerhande methodes uitgeprobeerd. Met explosieven, vergassingswagens, dieselmotoren en uiteindelijk met blauwzuurgas (Zyklon B).

Birkenau (Auschwitz-II) was niet het eerste uitroeiingskamp. Begin december 1941 al werden in Chelmno joden massaal vermoord met uitlaatgassen van stationair draaiende vrachtwagens. Die speciaal hiervoor omgebouwde wagens waren in een vroegere fase rijdend gebruikt; de uitlaatgassen werden in de met mensen volgestouwde laadruimte binnen gevoerd. In maart, mei en juli ’42 begonnen de vergassingen in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka (met uitlaatgassen geproduceerd door speciale motoren). 

Eén van de getuigen zegt dat de nazi’s iemand als jood beschouwden als hij of zij een joodse moeder had. Dat is de stelregel van het jodendom, maar niet die van de nazi’s. Die trokken genealogisch na hoeveel grootouders iemand had met ‘joods bloed’ in de aders (Neurenbergerwetten, september 1935). Om na te gaan of de grootouders joden waren, gingen de nazi’s er gemakshalve vanuit dat wie het joodse geloof aanhing ‘voljood’ was.

Tabel ter verduidelijking van de Nürenberger Gesetze (“Rassenwetgeving”) Foto publiek domein

Over de onteigening van joodse handelszaken – door de bezetter ‘ontjoodsing van de economie’ genoemd – luidt het in dit programma dat ‘slechts 3% van de winkels echt winstgevend was’. Er niet bij verteld wordt dat dit percentage afkomstig is uit het eindrapport van de Duitse militaire bezetter, een verslag dat werd opgesteld na de terugtrekking uit België. Het gaat dus niet om winstgevende handelszaken maar om zaken waar de Duitsers munt uit konden slaan.

In België viel bij de joden, waaronder veel recente armoedige vluchtelingen, niet veel te rapen. Heel wat minder dan het antisemitische stereotype van de van geld bulkende jood het wil. In België erkende de bezetter goed zevenduizend ondernemingen als joods, waarvan 70% kleine familiale en artisanale ondernemingen die volgens de Duitse bezetter minder dan tienduizend Belgische frank konden opbrengen (en ook verkocht werden). Om en bij de negenhonderd grote ondernemingen gingen geheel of deels over in Duitse handen. De liquidatie van middelgrote en kleine ondernemingen bracht 150 miljoen Belgische frank op en de Duitse deelname aan handelszaken die (nog) niet ontjoodst waren nog eens 1.250 miljoen frank (Steinberg).

Bij leed vereenzelvigt vrijwel iedereen zich met slachtoffers, niet met daders. Dat levert een slachtoffervisie op daders op. Zo valt met geen mogelijkheid te doorgronden wat daders bezielde. Jammer dus dat de indrukwekkende getuigenissen niet aangevuld en bijgesteld werden door indrukwekkende geschiedkundige inzichten.

Summiere bibliografie

Hamburger Institut für Sozialforschung (Hg.) – Verbrechen der Wehrmacht. Dimensionen des Vernichtungskrieges 1941-1944 (Ausstellungskatalog), Hamburg, Hamburger Edition, 2002 (http://www.verbrechen-der-wehrmacht.de/docs/ausstellung/ausstellung.htm)

Levi, Primo – The drowned and the saved, London, Michael Joseph, 1986

Loftus, Elizabeth & Ketcham, Katherine – Witness for the Defense. The accused, the eywitness, and the expert who puts memory on trial, New York, St. Martin’s Press, 1991

Loftus, Elizabeth & Ketcham, Katherine – Graven in het geheugen. De mythe van de verdrongen herinnering, Antwerpen/Amsterdam, Veen, 1995

Schacter, Daniel L. – How the mind forgets and remembers, London, Souvenir Press, 2007

Steinberg, Maxime – La question juive 1940-1942, Bruxelles, Vie Ouvrière, 1983

van den Berghe, Gie – Met de dood voor ogen. Begrip en onbegrip tussen overlevenden van nazi-kampen en buitenstaanders, Antwerpen, Epo, 1987

van den Berghe, Gie – Gott mit uns, Antwerpen, Hadewijch, 1995

Wagenaar, Willem A – Identifying Ivan. A case study in legal psychology, NewYork/London, Harvester – Wheatsheaf, 1988 (Het herkennen van Iwan, Swets & Zeitlinger, 1989)

Welzer, Harald – Daders. Hoe heel normale mensen massamoordenaars worden, Amsterdam, Anthos, 2006

May 8, 2020 at 11:25 am 1 comment

LIEFDE EN KAPITAAL

“Filosofen hebben de wereld alleen maar op verschillende manieren geïnterpreteerd, het komt erop aan hem te veranderen.” Karl Marx

Door Johan Depoortere

Karl Marx, voor de enen de grote revolutionair en het genie van de sociale wetenschappen, voor de anderen de baarlijke duivel, was ook een liefhebbende – zij het niet volmaakte – echtgenoot, vader en grootvader. De vrouwen in zijn leven: zijn echtgenote, de adellijke Jenny von Westphalen en zijn drie dochters speelden een enorme rol niet alleen in het persoonlijke leven maar ook in het werk van Marx. Dat weten we dankzij “Love and Capital” het boek van Mary Gabriel die de biografie van Marx schreef, gezien door het prisma van die vrouwen: behalve Jenny dus, zijn dochters Jennychen, Laura en Eleonora beter bekend als “Tussy.”

Klassiek portret van Karl Marx op rijpere leeftijd. Iedereen noemde hem “Mohr”

Dat Karl Marx, zoon van een Joodse advocaat en Jenny, de dochter van een lokale baron, elkaar vonden heeft veel met de geschiedenis en met Napoleon te maken. Hun vaders waren bevriend, ze waren beiden enthousiaste aanhangers van de ideeën van de Franse Revolutie die Napoleon tijdens de Franse bezetting had binnengebracht in West-Pruisen waar hun beider geboortestad Trier toe behoorde. Karls vader Heinrich was vanzelfsprekend geporteerd voor het Napoleontische regime dat de Joden in het door Frankrijk bezette Duitsland had geëmancipeerd. Dankzij Napoleon kon hij als Jood het beroep van advocaat uitoefenen. Na de Franse bezetting moest Heinrich zijn Joodse achtergrond afzweren en zich tot het protestantisme bekeren om zijn beroep te kunnen voortzetten onder het regime van de oerconservatieve Pruisische koningen. Ludwig, de progressieve baron en vader van Jenny, zag veel in de getalenteerde zoon van zijn Joodse vriend. Hij moet zowat de eerste zijn geweest die bij de jonge Karl Marx de zaadjes van het socialisme plantte. 

Jenny von Westphalen

Jenny werd smoorverliefd op de vier jaar jongere Karl en de verliefdheid was geheel wederkerig. Ze liet haar adellijke en vrij welgesteld milieu achter voor een leven van ontbering en soms bittere armoede met haar geliefde Karl, die ze trouw volgde van Trier naar Keulen, van Parijs naar Brussel en uiteindelijk tot Londen, waar ze in Soho terecht kwamen, één van de armste en smerigste buurten van de hoofdstad waar alle politieke schipbreukelingen uit Europa aanspoelden. Tot haar dood op 67-jarige leeftijd bleef Jenny Karl door dik en dun steunen: ideologisch maar ook menselijk en materieel. Dat het gezin het hoofd (met grote moeite) boven water hield was vaak te danken aan het zilverwerk met het familie-embleem van de von Westphalens dat Jenny naar het pandjeshuis bracht. Zonder de gulle bijdragen van Friedrich Engels – over hem later meer – had zelfs dat niet volstaan om het vege lijf te redden. Dan nog verloren Karl en Jenny drie van hun kinderen aan ziekte en ontbering.

Jenny was méér dan de persoonlijke secretaresse van Marx, die als enige zijn onmogelijke handschrift kon ontcijferen en kopieerde om het aan de uitgevers te bezorgen. Ze was ook zijn ideologische klankbord en zij voerde een uitgebreide correspondentie met al wie in Europa van betekenis was op het vlak van de sociale strijd. Marx bewonderde haar politiek inzicht en zelf schreef ze behalve theaterrecensies een aantal politieke teksten. Dat haar halfbroer Ferdinand er uiterst conservatieve ideeën op na hield deerde haar niet. Zelfs toen Ferdinand minister was geworden in de reactionaire regering van de Pruisische koning Frederik Willem IV en spionnen naar Londen stuurde om het gezin van zijn revolutionaire zus in de gaten te houden bleef Jenny een warme familiale band met haar halfbroer onderhouden.

Eleonora Marx, “Tussy”

Van de drie overlevende dochters van Karl en Jenny was het vooral de jongste, Eleonora, die in de politieke voetsporen van haar vader trad. Eleonora – Tussy – was Karls tweede ik. Op zesjarige leeftijd gaf ze al blijk van een fenomenaal geheugen. Ze kende hele dialogen van Shakespeare van buiten, las Engels en Duits en gedroeg zich intellectueel als “de gelijke niet alleen van haar tien jaar oudere zussen maar ook van haar 43-jarige vader. Ze las samen met hem dezelfde boeken die ze met hem besprak.” Tussy schreef brieven naar Abraham Lincoln, de door Karl bewonderde Amerikaanse president. Karl deed de brieven niet op de post maar bewaarde ze als kostbaar aandenken. 

Als jong volwassene stond Tussy in de voorste rij bij stakingen en betogingen in Londen. Ze speelde een grote rol bij de lange en bittere dokwerkersstaking in 1889 en werd ei zo na vertrappeld bij de grote betoging op Trafalgar Square die de geschiedenis zou ingaan als Bloody Sunday. Via Engels en diens Ierse vriendin, het fabrieksmeisje Mary Burns, kwam ze in contact met de Ierse onafhankelijkheidsstrijd en werd ze een vurige voorvechtster van de Ierse zaak en de “Fenians,” de Ierse revolutionaire nationalisten. Tussy speelde een leidende rol in de organisatie van socialistische partijen in het Verenigd Koninkrijk en in de rest van Europa. Na de dood van Karl beheerde ze in samenwerking met Engels zijn geschreven nalatenschap en zorgde ze voor de uitgave van het derde deel van “Het Kapitaal.” Haar persoonlijk leven was een drama. Marx verzette zich tegen een huwelijk met haar eerste liefde, Hippolyte-Prosper Lissagaray, een overlevende en geschiedschrijver van de Parijse commune. Haar latere jarenlange relatie met de socialist Edward Aveling, een man van twijfelachtig karakter, eindigde met haar zelf gekozen dood op 43-jarige leeftijd in 1898.

Jenny Marx, “Jennychen”

De levensweg van de andere twee zussen liep evenmin over rozen. Jennychen, de oudste, stierf op 38-jarige leeftijd aan kanker. Van haar zes kinderen bereikten slechts drie de volwassen leeftijd. Ook Jennychen zette het werk van haar vader voort. Ze was zijn secretaresse voor de International Working Men’s Association, (de Eerste Internationale) en correspondeerde met de leidende figuren van de beweging in heel Europa. Net als Tussy later stortte ze zich met hartstocht op de Ierse onafhankelijkheidsstrijd. In een reeks artikelen in de het Franse linkse dagblad La Marseillaise stelde ze de onmenselijke omstandigheden aan de kaak waarin Ierse nationalisten gevangen werden gehouden. De ophef die daarover in Engeland ontstond dwong premier Gladstone tot het instellen van een openbaar onderzoek dat leidde tot de vrijlating van enkele gevangenen. Jennychen trouwde met Charles Longuet, één van de stamvaders van het socialisme in Frankrijk. Het was geen gelukkig huwelijk.

Laura Marx

Ook Laura, de tweede dochter van Karl en Jenny, trouwde met een Franse socialist: Paul Lafargue. Marx had weinig politiek vertrouwen in zijn schoonzoon net zo min als in de meeste Franse socialisten die volgens hem nog steeds besmet waren met het utopische en idealistische gedachtengoed van Proudhon. Paul en Laura gaven de socialistische beweging in Frankrijk wel een kickstart maar als echtelingen groeiden ze steeds verder uit elkaar. Later kwamen ze elkaar weer dichterbij en samen kozen ze voor de dood door vergiftiging al is het niet zonder meer duidelijk dat Laura helemaal vrijwillig mee stapte in de collectieve zelfmoord.

Helene Demuth, “Lenchen”

Een andere vrouw die in het leven van Marx een grote rol speelde is grotendeels door de geschiedenis vergeten: Helene Demuth, alias Lenchen, de huishoudster die het gezin in de meest erbarmelijke omstandigheden overeind hield. Tijdens een afwezigheid van Jenny, die geld probeerde los te peuteren van haar rijke oom Philips in Holland, maakte Marx, de voorbeeldige familievader, Lenchen zwanger. Zoals steeds in hoge nood was Engels nodig om de situatie te redden. Dit keer nam hij – om een schandaal te vermijden – de rol van vader op zich en de zoon die Lenchen baarde werd aan een Londens arbeidersgezin uitbesteed, uiteraard op kosten van de vermeende vader. Het is onduidelijk of Jenny ooit heeft geweten wie de echte vader was van “Freddy Demuth” die overigens een goede relatie had met zijn halfzussen. Maar ook Laura en Tussy vernamen de waarheid pas na de dood van hun vader. Jennychen was toen al gestorven. Freddy was de enige van Marx’ nakomelingen die de Russische revolutie heeft meegemaakt. Hij stierf in 1929. Stalin gaf opdracht zijn naam diep in de archieven te begraven.

“Liefde en Kapitaal” brengt het beeld van de grote denker en revolutionair tot menselijke proporties. Ja Karl, was een liefhebbende vader, dol op zijn kinderen en kapot van verdriet toen hun achtjarig zoontje Edgar stierf. Gabriel beschrijft de hilarische scènes waarbij de grijzende Karl Marx paardje speelde en de kinderen achterop op een rij stoelen in de “omnibus” voorttrok. Ze schildert een menselijke – wellicht al te menselijke – Karl Marx. Maar echte sympathie voel je na het lezen van dit boek – behalve voor Jenny en de vrouwen in het verhaal – toch in de eerste plaats voor die buitengewone Friedrich Engels: de industrieel die de revolutie predikte, de intellectueel die een grote inbreng had in de opvattingen en de geschriften van Marx. Met zijn boek The Condition of the Working Class in England confronteerde Engels zijn vriend Karl met de onvoorstelbaar grauwe werkelijkheid waarin het Engelse proletariaat leefde. Tijdens een gezamenlijke reis naar Manchester kon Marx ook met eigen ogen die werkelijkheid vaststellen: het was de eye opener voor een man die tenslotte uit de burgerlijke klasse afkomstig was en geen idee had van de manier waarop de onderklasse leefde of beter gezegd nauwelijks overleefde. Engels en Marx schreven elkaar bijna dagelijks een brief en Engels trok telkens als het moest – en dat was bijna voortdurend – de buidel open om Marx en zijn gezin financieel boven water te houden. Toen Engels zijn belangen in de textielfabriek in Manchester verkocht kon hij Marx een jaargeld toestoppen waarmee diens financiële problemen definitief opgelost waren. Na de dood van Marx beheerde Engels zijn literaire nalatenschap en hij zorgde voor de vertaling en de (her)uitgave van Marx’ baanbrekend theoretisch werk. Je kunt je moeilijk voorstellen hoe er zonder Engels een Marx was geweest. 

21 april 2020

Mary Gabriel, LOVE AND CAPITAL Karl and Jenny Marx and the birth of a revolution, Little, Brown & Cie, 2011

Mary Gabriel, Liefde en Kapitaal. Karl en Jenny Marx en de geboorte van een revolutie, Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker, 2012, 908 p.

 

 

 

 

April 21, 2020 at 9:08 pm Leave a comment

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (3)

Hans Holbein: de kapitalist en de dood

De vorige aflevering staat hier

door Tom Ronse

Verzet

Terwijl de pandemie zich verspreidde, hebben staten over de hele wereld hun capaciteit getoond om de bewegingen van de bevolking te sturen en te beheersen. Met het argument dat we ons als het ware in oorlogstijd bevinden, hebben ze het leger ingezet, de politie extra-bevoegdheden gegeven om mensen voor onbepaalde tijd vast te houden, controle verscherpt (daarvoor samenwerkend met telecombedrijven en platformbedrijven zoals Google en Facebook), en grondwettelijke rechten zoals vrijheid van meningsuiting en vergadering opgeschort. Een aantal van deze draconische stappen hebben niets te maken met de gezondheidscrisis. Je moet je afvragen of ze allemaal zullen verdwijnen als de noodsituatie voorbij is. Er zijn geen ‘sunset clausules’ die een eindduur van deze maatregelen bepalen. De trend van het opbouwen van repressiecapaciteit en biocontrole over elk individu dateert van vóór de pandemie en zal ongetwijfeld aanhouden.

Afgezien van de noodsituatie op gezondheidsvlak, heeft de heersende klasse daar goede redenen voor. De pandemie kan heel goed worden gevolgd door een golf van klassenstrijd. Vele miljoenen mensen vragen zich nu af hoe ze gaan rondkomen. Ze zien de overheid op hun kosten het kapitaal bedienen, ze zien speculanten miljarden verdienen door de aandelenmarkt te “shorten”, ze zien de werkloosheid stijgen, armen aan hun lot overgelaten, ze zien ziekenhuizen die gedwongen worden tot rantsoenering en triage, ze zien bejaarden die in rusthuizen als vogels voor de kat worden achtergelaten, ze zien arbeiders die gedwongen worden om zonder de nodige bescherming te werken…

Er broeit wat.

Ondanks het feit dat de noodzaak om sociale afstand te houden een enorm obstakel is voor collectieve actie zijn er in maart talrijke klassenconflicten uitgebroken. Er waren protesten tegen de gevaarlijke gezondheidsomstandigheden in en buiten gevangenissen en detentiecentra voor migranten in Italië, Iran, Canada en de VS. Er waren tal van stakingen van ‘niet-essentiële’ arbeiders die ondanks het gevaar gedwongen werden om te gaan werken. Schreeuwend ‘Non siamo carne da macello’ – wij zijn geen slachtvlees – dwongen arbeiders fabrieken te sluiten in heel Italië. Om dezelfde reden braken in Noord-Amerika veel wilde stakingen uit. Arbeiders in onder meer autofabrieken, scheepswerven en callcenters weigerden te werken, hielden sit-ins, sick-outs enz.

Amazon stakers in New York

Er waren ook veel verzetsdaden van arbeiders die essentieel worden geacht maar die onvoldoende bescherming (maskers, ontsmettingsmiddel) enz.) en geen gevarenpremie kregen. Alleen al in de VS heeft dit geleid tot stakingen en protesten van gezondheidswerkers in de frontlijn van de pandemie, personeel van het openbaar vervoer, fastfood, vleesverpakking, vuilnisophaling en ander gemeentepersoneel, thuiszorg- en supermarktpersoneel.

Vorige week braken wilde stakingen uit bij Amazon in New York en bij Instacart, een winkel-en-thuisbezorgingbedrijf dat nu fantastische winsten maakt terwijl de meeste van zijn werknemers minder dan 9 dollar per uur verdienen. Voor een vollediger overzicht, volg deze link.
Om dezelfde redenen legden de postbodes in het VK, alsook buschauffeurs en anderen in de publieke sector in Frankrijk, het werk neer. Er zijn ongetwijfeld nog veel meer voorbeelden van collectief verzet over de hele wereld. Het is niet verrassend dat ze ondergerapporteerd worden door de grote media.

Er wordt een huurstaking georganiseerd. Er wordt gesproken van een algemene staking. Zelfs Britney Spears loopt er warm voor. Het is onwaarschijnlijk dat dit snel zal gebeuren, maar het feit dat het idee rondgaat, is significant. Het is hartverwarmend om deze levenswil te zien, deze weigering om als lammeren geslacht te worden op het altaar van het kapitaal.

Een instorting in slow motion

Ondanks de snelheid van de pandemie en van haar economisch impact, neemt de structurele crisis van het kapitalisme de vorm aan van een slow motion-depressie. Telkens als de wereldeconomie de afgrond nadert, trekt een enorme geldstroom haar terug en herstelt een normaliteit die bij elke nieuwe ronde van deze gekke carrousel absurder wordt, meer in tegenspraak met de bevrediging van menselijke behoeften. Bij elke nieuwe ronde wordt massale dood omwille van de economie acceptabeler in de hoofden van de heersende klasse. Trump, toen hij zijn wens uitsprak om de dingen tegen Pasen weer ‘normaal’ te maken, wat had kunnen leiden tot de dood van miljoenen, of Boris Johnson, toen hij overwoog de Britse bevolking ‘ kudde-immuniteit’ te laten verwerven ( en zo de zwakken te elimineren), zijn hun tijd misschien net een beetje vooruit.

Bij elke nieuwe ronde probeert het kapitaal meer balast te verliezen. Het is een terugtrekking in slow motion van alles wat niet winstgevend is, van de verantwoordelijkheid om het sociale loon uit te betalen (gezondheidszorg, pensioenen, enz.); een in de steek laten van de massa die niet meer winstgevend aan het werk kan worden gezet. Het probeert dat zo geleidelijk te doen dat de kikker niet uit het heter wordende water springt; zodat de arbeidersklasse niet in opstand komt.

Het trekt zich tendentieel terug uit de sociale ruimte, zowel letterlijk als figuurlijk. Maar dit is ook een kans om die ruimte in te nemen. Nogmaals, letterlijk en figuurlijk. Letterlijk: terwijl ik dit schrijf, worden sommige leegstaande woningen in Los Angeles overgenomen door daklozen. Veel andere ruimtes worden lege schelpen die smeken om gebruikt te worden om in te leven, als plaatsen om elkaar te ontmoeten, om in te spelen en te werken. Ze zullen bezet worden, ook al staat de wet dat niet toe. De tendentiele terugtrekking van de staat en zijn instellingen van verantwoordelijkheid voor de sociale reproductie dwingt ons tot zelforganisatie. In de huidige noodtoestand hebben we het enorme potentieel van solidariteit gezien dat tot zelforganisatie leidt. Zoveel mensen hebben spontaan de uitdaging aangegaan. We zien gepensioneerde dokters en verpleegsters in de bres springen ondanks de risico’s voor hun eigen veiligheid, we zien mensen die spontaan maskers naaien, voor hun buren winkelen, eten uitdelen en verschillende vormen van wederzijdse hulp organiseren, collectief verzet organiseren.

Naarmate het systeem verder ineenstort, zal de nood aan solidariteit en verzet alleen maar toenemen. Niet alleen zal de door het kapitaal ontruimde sociale ruimte worden bezet, de productiepunten zullen door de arbeiders moeten worden overgenomen en voor menselijke behoeften aangewend. Er is in de arbeidersklasse – de overgrote meerderheid van de bevolking – een enorm reservoir aan talent en creativiteit om een nieuwe wereld op te bouwen. De vaardigheden, de kennis en de middelen zijn er, meer dan we ons realiseren. De sociale netwerken om hen te activeren zijn er nog niet, of nog maar embryonaal, of nog slapend. De nood aan hen zal hen wakker maken.

April 8, 2020 at 7:37 am 3 comments

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (2)

door Tom Ronse 

(Lees deel 1 HIER )

Een recessie die onvermijdelijk was

Dus zitten we nu in een diepe recessie. Economen beweren dat die een V-vorm zal hebben, wat zou betekenen dat het herstel snel zal zijn. Zodra de ziekte onder controle is en we onze huizen kunnen verlaten, zal de opgekropte vraag de geldtrein in een mum van tijd weer op de rails zetten. Dat veronderstelt dat de wereldeconomie vóór de pandemie gezond was en gewoon kan doorgaan waar ze was gebleven. Maar dat was ze niet. Grote landen zoals Duitsland en Japan waren al in recessieterritorium. De trend was overal neerwaarts. De opwaartse curve van de schuldenlast en de neerwaartse curve van de modale winstvoet kruisten elkaar opnieuw. De pandemie was de speld die de ballon deed knallen. Ze maakte de terugkeer van de recessie veel brutaler en scherper, maar veroorzaakte ze niet.

Niet-presterende schulden (die geen rentebetalingen meer opleveren) veroorzaakten de financiële crisis in 2008. Banken in de Verenigde Staten en Europa stonden op instorten. Alleen door massale reddingsoperaties van de overheid hielden ze zich overeind. Om de wereldeconomie van de rand van de afgrond weg te trekken, leenden de overheden zwaar van de toekomst. De wereldeconomie kende een moeilijk decennium – een wereldwijde ‘grote recessie’ gevolgd door aanhoudende stagnatie in Europa, trage groei en toenemende ongelijkheid in de VS en andere landen. Het zou veel erger zijn geweest zonder de wanhopige maatregelen van de centrale banken en China’s weergaloze uitgavenorgie.

In dat decennium is de wereldwijde schuld gestegen tot 250 biljoen dollar (van 84 biljoen in 2000 en 173 biljoen in 2008) (Voor de duidelijkheid: biljoenen in het Nederlands, trillions in het Engels). Dat is 320% van het wereldwijde BNP, 50% meer dan 10 jaar eerder. De wereldwijde overheidsschuld is met 77% gestegen, de wereldwijde bedrijfsschuld met 51%. Niemand die bij zijn volle verstand is gelooft dat deze schuld ooit zal worden afbetaald. Integendeel, ze zal blijven groeien, aangezien veel bedrijven en overheden moeten lenen om rente te betalen op hun eerder aangegane schuld. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat de rentetarieven zo laag mogelijk worden gehouden. Maar zelfs de laagste tarieven konden niet voorkomen dat de schuldenlast zou stijgen en de winsten zouden dalen. “Het verleden verslindt de toekomst”, schreef Thomas Piketty. Een blik op de toestand van de twee grootste economieën aan de vooravond van de huidige recessie maakt dit duidelijk.

Tien jaar geleden had China twee decennia van sterke economische groei achter de rug. Ze was er in geslaagd om die grotendeels te financieren zonder schulden aan te gaan. Sindsdien is de totale schuld van China vervijfvoudigd. Ze omvat meer dan de helft van de uitstaande schuld van de hele ‘opkomende wereld’. China’s particuliere sector is verantwoordelijk voor 70 procent van alle nieuwe schulden die sinds de crisis van 2008 in heel de wereld zijn aangegaan. De schuld van huishoudens bedroeg toen slechts 18,8 procent van China‘s BNP. Dat aantal is tien jaar later bijna verdrievoudigd tot 51%. De bedrijfsschuld steeg tot 65% van het BNP, de snelste stijging van alle grote economieën. Ondertussen daalden de winsten. In het jaar vóór de crisis bedroeg de totale nettowinst van de Chinese economie 726 miljard dollar. Tien jaar later vertoonde de balans een verlies van 34 miljard. Dus zelfs voordat de pandemie zijn lelijke kop opstak, werd een golf van faillissementen in China onvermijdelijk.

In de VS zag het plaatje er iets anders uit. Ook hier zijn zowel de staatsschuld als de schuld van niet-financiële ondernemingen meer dan verdubbeld. In de Verenigde Staten is de winstvoet in dit decennium echter gestegen, mede als gevolg van de stagnerende lonen. Maar deze stijging was bijna uitsluitend te danken aan het succes van de 10% grootste bedrijven, terwijl de winstmarges van bedrijven in de onderste helft grotendeels negatief bleven. De bedrijven in het hoogste deciel domineren de sectoren waarin ze actief zijn. Grotendeels afgeschermd van concurrentie konden ze het zich veroorloven relatief weinig uit te geven aan productieve investeringen, wat hun kosten verlaagde en dus hun winst verhoogde (en de lage uitgaven voor productiviteitsverhogende technologie zorgden ook voor meer werkgelegenheid). De andere bedrijven investeerden meer. Hun schuldenlast is fors gestegen, terwijl die van top 10 procent nagenoeg gelijk is gebleven.

Een groot aantal bedrijven in de onderste helft van de VS en China kreeg de bijnaam “zombiebedrijven”. Ze zijn levende doden, die geen mensenvlees vreten zoals in griezelfilms, behalve op een metaforische manier, maar zich op de been houden met goedkoop geld, met meer schulden. En zo blijft het verleden de toekomst verslinden.

Een analyse van andere landen zou tot dezelfde conclusie leiden: een recessie was op komst, met of zonder pandemie.

Arturo Ventura

Schud die boom

Maar de pandemie maakte het erger. Op het eerste zicht lijkt een algemene onderbreking van alle niet- essentiële productie niet zo schadelijk voor een economie die in bijna alle sectoren met overproductie kampt. Laten we een pauze nemen, onze voorraden consumeren en daarna opnieuw beginnen. En om de condities voor winstgevende groei te herstellen, zou het bovendien helpen als alle onrendabele bedrijven en de schulden die ze dragen van het toneel zouden verdwijnen. Behalve dat dit tot een grote ontrafeling zou leiden. De keten van betalingen die alle kapitalen met elkaar verbindt, zou op ontelbare plaatsen breken. De pandemie zou een pandemonium worden. Dit zal de heersende klasse natuurlijk nooit laten gebeuren. Zo lang ze nog kan.

Maar ze heeft geen nieuwe oplossingen. Dus wat kan ze anders doen dan wat ze deed tijdens de vorige recessie: de geldboom schudden, nog krachtiger dan toen, want het gevaar is nog veel groter. Dus regent het weer biljoenen zodat de bedrijven hun schulden kunnen blijven betalen, zodat de consumenten kunnen blijven consumeren. De centrale banken hervatten hun Quantitative Easing (het massaal opkopen van schulden). Afspraken over begrotingstekort-limieten tellen niet meer. Zo wordt een depressie voorlopig voorkomen. Maar hoe duizelingwekkend de hoeveelheden nieuw geld ook zijn, voor veel bedrijven die aan de rand staan, zullen ze “too little, too late” blijken. En de werklozensteun en eenmalige bonussen zullen niet voorkomen dat een groot deel van de bevolking zal verarmen.

Tot zover de V-vorm van deze recessie. Het zal in het beste geval een L-vorm zijn. Of een nog uit te vinden letter. De nasleep kan in grote mate lijken op wat er na de vorige recessie is gebeurd, maar dan erger. De kloof tussen arm en rijk wordt nog groter, aangezien grote kapitalen het gros van het nieuwe geld en het goedkoopste krediet krijgen. Het feit dat ze rijk zijn, maakt hen rijker, bewijst dat ze een veilige haven zijn voor geld. Intussen zullen al de nieuwe schulden die nu gemaakt worden regeringen dwingen om een harde bezuinigingspolitiek te voeren. De gaten in het zogenaamde sociale vangnet worden steeds breder. Op militaire uitgaven en politie wordt uiteraard niet bezuinigd, gezien de internationale conflicten en stijgende sociale spanningen.

 Deze boom is niet voor jou en mij

“Er is geen magische geldboom”, zei de Britse premier Theresa May toen ze haar bezuinigingen op de gezondheidszorg en het onderwijs rechtvaardigde. Nu blijkt dat er wel zo’n boom is, alleen, jij mag hem niet schudden.
Niet eerlijk !, protesteren linkse stemmen, als zoveel geld uit het niets kan worden gecreëerd, waarom waren de bezuinigingen dan nodig? Waarom krijgt het kapitaal het grootste deel van het nieuw geld en de rest van ons slechts een schijntje? Waarom niet die geldboom schudden voor de gezondheidszorg en het onderwijs, de huisvesting, de lonen en het milieu?

De meeste economen zouden daarop antwoorden dat zoveel geld scheppen voor de noden van de bevolking de hoeveelheid geld in de algemene circulatie buitenmatig zou verhogen wat de inflatie zou doen oplaaien en de rentetarieven tot verlammende niveaus zou opdrijven. De magische geldboom kan worden geschud, is wat ze zeggen, maar hij moet op de juiste manier worden geschud.

En wat is de ‘juiste’ manier? Het doel moet zijn om de prikkel om te produceren, om waarde te creëren, in stand te houden. Dat is wat het systeem eist, dat het accumulatieproces doorgaat. Als de prikkel wegvalt, beweegt er niets meer. Aangezien de prikkel winst is, moet het geld van de magische boom in de eerste plaats dienen om de winstgevendheid van kapitaal te herstellen. De overtuiging dat productie geld in meer geld verandert, dat geld in waarde stijgt wanneer het wordt uitgeleend, moet ten koste van alles worden gehandhaafd. Alle maatregelen die nu zijn genomen, de enorme subsidies en leningen en het opkopen van schulden, dienen dat doel. Belastingverlagingen, loonsverlagingen en de afschaffing van milieuregelgeving zijn ook nuttig. Een deel van de winst die deze strategie oplevert, kan dan worden besteed aan het welzijn van de bevolking. Of niet. Daar kan eindeloos over gedebatteerd worden. Daar dienen de parlementen voor.

Hebzucht, eigenbelang, solidariteit van de heersende klasse, corruptie en wreedheid spelen ongetwijfeld allemaal een rol in de verdeling van de enorme hoeveelheid geld die nu wordt gecreëerd. Maar op de keper beschouwd, zolang de context kapitalisme is, is het argument van rechts correcter dan dat van links. Om aan de top te blijven in de moordende, door crisis geteisterde kapitalistische wereld, moet de winstgevendheid van nationaal kapitaal worden verdedigd ten koste van de bevolking. Anders vlucht het kapitaal of verliest het zijn prikkel om te produceren. In deze wereld, waar dakloosheid met de minuut groeit, waar elke 10 seconden een kind sterft van de honger, is het logisch om geld te geven aan de rijken. Underdaad, dit is absurd. Maar dat komt omdat het kapitalisme zelf een absurditeit is geworden.

Dat is wat de kapitalistische linkerzijde niet ziet of niet wil zien. Kapitalistisch links verwerpt de excessen van het kapitalisme, het wil het systeem hervormen om het rechtvaardiger te maken, het wil dat de staat geld creëert om aan de behoeften van de bevolking te voldoen, om de klimaatverandering te stoppen en nog veel meer. Het ziet in de huidige crisis een leermoment, een kans om het ‘neoliberalisme’ terug te dringen. Kijk eens, wat de staat kan doen! Stel je voor wat ze zou kunnen doen onder progressieve leiders! Ze willen niet zien dat het hervormen van het systeem zijn koers niet verandert zolang dat systeem kapitalistisch blijft. De onderliggende basis waarop het kapitalisme opereert, impliceert een beleid dat zowel links als rechts moeten uitvoeren. Hoeveel geld er ook wordt gecreëerd om de armen te helpen, de onderliggende basis dikteert een logica die steeds meer rampen zal veroorzaken. Meer armoede, meer mensen die op de vlucht zijn voor honger en oorlog, meer angst en wanhoop, meer pandemieën en milieurampen, meer crisis. Niet het systeem hervormen  maar het beëindigen, moet het doel zijn.

 

MORGEN: VERZET

 

April 7, 2020 at 5:57 am 1 comment

HET VIRUS EN DE GELDBOOM (1)

 

door Tom Ronse

De virale crisis is gemuteerd in een wereldwijde krisis van sociale reproductie en het einde is niet in zicht. Door de sluiting van fabrieken, kantoren, scholen en talloze andere instellingen, worden vele miljoenen mensen over de hele wereld geconfronteerd met verlies van inkomen, huisvesting en toegang tot elementaire overlevingsmiddelen. Ondertussen woedt de dodelijke pandemie verder en breidt ze uit naar de armere landen van de wereld, die nog minder in staat zijn om ze in te dammen. De hele wereld is geschokt. Het vertrouwen in de wijsheid van de managers van de wereldorde en in hun vermogen om de gevaren van vandaag te beheersen, lijdt grote schade. De imposante marmeren zuilen van de tempels van Geld en Gezag zien er niet meer zo stevig uit. Er ontstaat een gevoel dat dit allemaal kan instorten. Velen zijn bang. Velen doen paniekaankopen (vooral toiletpapier wordt gestockeerd, wat doet vermoeden dat TP de post-apocalyptische munt zal worden ☺). Sommigen, op zoek naar een doelwit voor hun angst, mishandelen Aziatische mensen. Maar veel meer anderen zorgen voor de meest kwetsbaren, helpen elkaar, tonen solidariteit met de gezondheidswerkers en de zieken. Deze spontane reacties geven de tegengestelde richtingen aan die de wereld kan inslaan.

 

Dit is een crisis van het kapitalisme

Het kapitalisme heeft dit virus niet gecreëerd. Het was niet ontworpen als een biologisch wapen, het ontsnapte niet uit een geheim laboratorium zoals hier en daar beweerd wordt. Fantasieën zijn niet nodig, de realiteit is al fantastisch genoeg. Het is lang niet de eerste zoönose (ziekte die van niet-menselijke dieren op mensen springt). Er zijn talloze zoönosen; sommige, maar niet de meeste, veroorzaken epidemieën. Er zijn in de afgelopen twee decennia verschillende zoönotische pandemieën geweest (de belangrijkste SARS, MERS en nu Covid-19). Deze dingen gebeuren gewoon, onze meesters verzekeren ons dat niemand daar schuld aan treft. De pandemie en al zijn gevolgen zijn ‘een daad van God’, zoals een orkaan. We moeten allemaal schuilen tot het weer verandert.

Maar hoewel het kapitalisme geen verantwoordelijkheid draagt voor het bestaan van het virus, heeft het omstandigheden geschapen die de opkomst van zoönosen en hun snelle verspreiding bevorderen.

Zijn dwang om te groeien, om winst te zoeken waar het die ook kan vinden, om alle hulpbronnen van de aarde in handelswaren te veranderen en intussen wat niet kan verhandeld worden te vernietigen, veroorzaakt niet alleen catastrofale klimaatverandering, maar vergroot ook de kans op virusinfectie van tropische wilde dieren, zoals epidemiologen al jaren waarschuwen. Ontbossing is een belangrijke factor. Het vermindert het leefgebied van soorten die nog nooit met mensen in aanraking zijn gekomen en die virussen dragen waarvoor we geen immuniteit hebben ontwikkeld. Nieuwe wegen door de resterende bossen werken zowel het kappen van nog meer bomen als het schieten van wilde dieren voor voedsel in de hand. Een deel van de wilde dieren wordt lokaal gegeten en vervangt voedselbronnen die verloren zijn gegaan naarmate de ontbossing vorderde; jagers profiteren ook van de nieuwe wegen om hun buit naar stedelijke markten te brengen. Het is goedkoper dan gewoon vlees en veel mensen zijn arm. Maak het sommetje. Het verlies van habitat decimeert ook vele diersoorten en doet sommige uitsterven. De vaak schadelijke diertjes waar zij op jaagden, kennen een wildgroei. Klimaatverandering en pandemieën zijn geen twee afzonderlijke kwesties; ze zijn hetzelfde probleem, ze hebben dezelfde oorzaak, de meedogenloze dwang van het kapitalisme om meer te exploiteren, om meer waarde te accumuleren. Het ‘meer’ kan nooit stoppen. De huidige pandemie zal uiteindelijk afnemen. Er zullen vaccins en betere behandelingen worden ontwikkeld. Maar er zullen nieuwe pandemieën volgen. Net als de terugkerende overstromingen en bosbranden zullen ze deel gaan uitmaken van het ‘nieuwe normaal’, hoewel er niets normaals aan is.

 

Zoals al vaak is opgemerkt, werd de snelle verspreiding van Covid-19 mogelijk gemaakt door de globalisering van de economie die de afgelopen decennia zo versnelde. Het kapitalisme heeft een mondiale wereld gecreëerd. De wereldwijde connectiviteit zal niet verdwijnen. We leven erin, we moeten omgaan met de wereldwijde uitdagingen en gevaren die ermee gepaard gaan. De huidige pandemie laat dit duidelijk zien. Maar het kapitalisme is niet in staat om een wereldwijde crisis aan te pakken. Omdat het gebaseerd is op concurrentie, kan het geen globale oplossing bedenken tegen de globale ziekte. Elke natie probeert haar eigen grondgebied te beschermen door haar grenzen te sluiten, staten voeren een konkurrentiestrijd voor ventilators, maskers en andere medische middelen en, (hoewel er enige internationale samenwerking is in de research) proberen de eerste te zijn om een vaccin te ontwikkelen vanwege de megawinst die dat zal opleveren.

De pandemie zet ook het klassekarakter van de kapitalistische samenleving in de schijnwerpers. Hoe rijker je bent, hoe beter je jezelf kunt beschermen. Managers werken thuis. Degenen die als essentiële werknemers worden beschouwd, gaan nog steeds naar hun werk, ondanks de gezondheidsrisico’s, vaak zonder de nodige beschermingsmiddelen en aan een minimumloon. Vele miljoenen anderen zijn ontslagen. Terwijl ze in de rijkere landen een werkloosheidsuitkering krijgen, krijgen ze in de armere landen meestal niets. Zelfs in de VS verliezen veel ontslagen werknemers hun ziektekostenverzekering. Vele miljoenen zullen hun hypotheek, huur en andere rekeningen niet kunnen betalen. De lager betaalde werknemers zijn ook kwetsbaarder voor het virus zelf omdat aandoeningen van de luchtwegen bij hen vaker voorkomen. De meest kwetsbaren zijn de miljoenen daklozen en de massa’s in de vluchtelingenkampen, die op het bevel om thuis te blijven alleen kunnen antwoorden: “Ik wou dat ik kon …”

Terwijl ik dit schrijf is het nog steeds onduidelijk hoe diep de pandemie in de armere delen van de wereld zal reiken, maar het is waarschijnlijk dat daar de ziekte het meest destructief zal zijn. Niet alleen is de gezondheidszorg er compleet niet in staat om een vloed van patiënten op te vangen, niet alleen missen vele mensen er basisvoorzieningen zoals stromend water, zodat de richtlijn van veelvuldig handen wassen er onmogelijk te volgen is, niet alleen is ‘sociale afstand nemen’ vrijwel ondoenbaar in de overbevolkte sloppenwijken, de werkstop berooft ook miljoenen van hun inkomsten, zodat ondervoeding, die de weerstand van het immuunsysteem tegen infectie verzwakt, bovenop de pandemie komt. Miljoenen dreigen om te komen. De heersers van de wereld zullen een traantje of twee voor hen wegpinken en wat hulp sturen, terwijl ze zich niet al te verdrietig voelen over “het uitdunnen van de kudde”.

Fouten of keuzes?

Er is veel geschreven en gezegd over de fouten van diverse regeringen die tot de huidige crisis hebben geleid. En inderdaad, er zijn er veel geweest. Maar wat wordt beschreven als een falen, een fout of een blunder, is in feite vaak een keuze. Het schrappen van budgetten voor onderzoek naar epidemieën, de onderfinanciering van de gezondheidszorg, de verdwijnende ziekenhuisbedden, het ontbreken van testkits, ventilatoren, maskers, enz., het negeren van waarschuwingen van experts, het algemene gebrek aan planning en paraatheid zou een kolossaal falen zijn als het welzijn van de bevolking de prioriteit van de heersende klasse zou zijn. Maar in feite staat die erg laag op haar ‘to do’-lijst. Overheden over de hele wereld hebben de afgelopen decennia het mes gezet in de gezondheidszorg en andere sociale uitgaven. Zowel linkse als rechtse regeringen hebben dat gedaan, Democraten en Republikeinen, Labour en Conservatieven, socialisten en nationalisten. Ze hebben dit gedaan om kosten te besparen om het nationale kapitaal winstgevender te maken. Dat is hun prioriteit. Dat de bezuinigingen in de gezondheidszorg nu een dure zaak blijken te zijn die de winst ondermijnt, verandert niets aan die prioriteit. Sommigen in de heersende klasse, inclusief Trump, staan te trappelen om de productie te hervatten, ongeacht de gevolgen voor de gezondheid. De luitenant-gouverneur van Texas was misschien een tikkeltje te eerlijk toen hij, in zijn haast om de winstmachine weer aan de praat te krijgen, oude mensen opriep om zich op te offeren voor de economie.

Voor de bedrijfswereld is het welzijn van de bevolking evenmin een prioriteit. De ziekenhuisindustrie en de grote farmaceutische bedrijven hebben dit maar al te duidelijk aangetoond. Wat Big Pharma bijdraagt aan het menselijk welzijn is slechts een bijproduct van wat ze werkelijk produceert: winst. En er valt blijkbaar weinig winst te rapen in het ontwikkelen van nieuwe antibiotica en antivirale middelen want van de 18 grootste farmaceutische bedrijven hebben 15 dit terrein volledig verlaten. In plaats daarvan concentreerden ze zich op rijke mensen-ziekten, verslavende kalmeringsmiddelen en impotentiedrugs, terwijl ze de verdediging tegen ziekenhuisinfecties, opkomende ziekten en tropische moordenaars verwaarloosden.

In het verleden was dat niet anders. De ergste pandemie in de moderne geschiedenis, de ‘Spaanse griep’ van 1918-1919 (die ‘de Kansas-griep’ zou moeten worden genoemd, aangezien ze in Kansas begon), heeft ten minste 50 miljoen mensen gedood door keuzes, niet door fouten. Toen de uitbraak begon, kozen beide partijen in de interimperialistische oorlog ervoor om de bescherming van de bevolking niet tot hun prioriteit te maken, en al hun middelen, inclusief medische middelen, in te zetten voor de oorlog. Uiteindelijk vond meer dan de helft van de sterfgevallen plaats in India, waar de meedogenloze opeising van graan voor export naar Groot-Brittannië in combinatie met droogte voedseltekorten veroorzaakte. De sinistere synergie tussen ondervoeding en de virale pandemie betekende massale dood. Dat kan nu opnieuw gebeuren. Geconfronteerd met menselijk lijden op grote schaal, blijken onze kapitalistische heersers onvoorstelbaar wreed.

VERVOLGT HIER

April 6, 2020 at 5:39 am 1 comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,701 other followers