Derk Jan en The Donald

4134_detail

Derk Jan Epping in Terzake

In “De Afspraak” liet “Amerikakenner” Derk-Jan Eppink gisteravond zijn licht schijnen over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Eppink stak daarbij zijn sympathie voor Donald Trump niet onder stoelen of banken en verklaarde zelfverzekerd dat Trump zo een 60% kans heeft om president te worden. Eppink is niet de enige die Trump al in het Witte Huis ziet. Filmmaker Michael More, die je moeilijk van sympathie voor de vastgoedtycoon kunt verdenken, schreef eerder al hetzelfde. En er zijn tenslotte de peilingen die inderdaad meer en meer in de richting gaan van een mogelijke overwinning voor Trump. Dat Trump een gevaar is voor de democratie en de wereldvrede, daar ligt Eppink evenwel niet wakker van. Het Amerikaanse systeem zit immers vol “checks and balances,” aldus Eppink, en de onberekenbare Trump zal ongetwijfeld in toom worden gehouden door het Congres, zijn adviseurs en de buitenlandse bondgenoten.

Zou het? Trump is tot dusver volkomen immuun gebleken voor de pogingen van zijn entourage die hem probeerde “presidentieel” te laten overkomen door de rem te zetten op zijn wilde taalgebruik, zijn ongebreideld narcisme en zijn flagrante leugens. De campagneleider die de kandidaat probeerde in het gareel te krijgen moest zelf de aftocht blazen en hij werd vervangen door een extreem-rechtse hardliner die te situeren valt in de hoek van de racistische en antisemitische, homofobe en islamofobe franje van de Republikeinse partij. Hoe zou de man die in zijn campagne alle regels van politiek fatsoen en elementaire waarheidsgetrouwheid aan zijn laars lapt dan in te tomen zijn als hij, met een mandaat van het volk, de beschikking heeft over alle instrumenten van de macht?donald-trump

Het is goed daarbij te bedenken dat de heer Eppink verre van een onbevooroordeelde laat staan objectieve waarnemer integendeel een rechts-populistische politieke militant is. Eppink zat van 2009 tot 2014 in het Europees parlement als megafoon voor Jean-Marie Dedecker, de brulboei uit Oostende. Nu is hij “senior fellow” bij het London Policy Center, een rechtse denktank in New York. Zelf omschrijft Eppink zijn werkgever als “een denktank die Republikeinse presidentskandidaten van advies voorziet op buitenlands beleid en defensie.” Tot zover deze onbevooroordeelde “Amerikakenner.”

Ook bij de verkiezingen van 2012, toen de Republikein Mitt Romney het opnam tegen de zittende president Obama mocht Eppink in een eindeloze reeks actualiteitsmagazines opdraven als “Amerikakenner.” In “Reyers Laat” liet de waarnemer-politicus zich helemaal gaan in zijn sympathie voor de Republikeinse kandidaat. Op een moment dat een groot deel van de stemmen al geteld was en de overwinning van Obama overduidelijk stelde Eppink dat Romney het zou halen met 315 kiesmannen tegenover 223 voor Obama. “Het wordt niet helemaal een triomftocht, maar veel zal het niet schelen,” waren de woorden van de expert die zijn wensdromen al te nadrukkelijk voor werkelijkheid had genomen. Van dat soort “analisten” verlos ons Heer!

Johan Depoortere

september 20, 2016 at 9:28 am 8 reacties

NON JEF T’ES PAS TOUT SEUL

jef-lamb

NON JEF T’ES PAS TOUT SEUL

Door Jef Coeck

Het is een merkwaardig toeval dat Jef Lambrecht (68) gestorven is op een 9/11, datum waarover hij zoveel geschreven heeft – althans over de oorzaken en gevolgen ervan. Hij was een diepganger, haatte oppervlakkigheid en leugens. Die waren er over ‘zijn’ onderwerp, het Midden- en Nabije Oosten in overvloed.

Hij liet zich niet inpakken door politici, hier niet en nergens. Op reportage was hij een Einzelgänger, never embedded, ook nooit aanbeden. Als iedere journalist bij de Eerste Golfoorlog naar Bagdad trachtte te komen, bleef hij eigenzinnig en onbegrepen (ook door zijn redactie in Brussel) aan de Jordaanse grens hangen. Daar praatte hij met Iraakse vluchtelingen, met Jordaniërs ook die de voorgeschiedenis kenden en met mensen die van wanten wisten. Niet met autoriteiten, tenzij hij zeker was dat ze hem niet belazerden. Zelden dus.

Lambrecht was een ‘ouderwetse’ journalist. Hij joeg niet op scoops, terwijl zijn collega’s allemaal dezelfde nietszeggende beelden van nachtelijke groene raketontploffingen doorzonden – vanop het balkon van hun hotel.  Hij was niet enkel verslaggever maar ook wetenschapper die de geschiedenis van de streek bestudeerd had. Hij schreef er boeken over, zes in totaal. Weinigen hebben ze gelezen, de ‘specialisten’ wilden hem niet citeren  omdat ze dachten het zelf beter te weten. Niet dat zijn interpretatie onfeilbaar was. Hij ging bv. wel erg ver in de vermeende samenwerking tussen de oude Palestijnse garde en de nazi’s, in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog.
Behalve journalist was hij ook kunstenaar, literair en plastisch. Bevriend met Hugo Claus en andere authentieke artiesten. Authenticiteit was trouwwens zijn codewoord. Daar kon geen ‘primeur’ of ‘exclusiviteit’ tegenop.

Jef Lambrecht was ook occasioneel medewerker aan het Salon. We missen hem nu al.

OVER JEF

Door Johan Depoortere

Die prachtige radiostem – dat was het eerste dat me weer opviel toen ik naar aanleiding van zijn overlijden de audio- en videofragmenten hoorde en zag. Jef Lambrecht koesterde de taal en ook dat is een traditie die met hem een beetje meer verloren gaat.

Hij zou het woord wellicht verafschuwen, maar – en het is genoeg herhaald – Jef was een buitenbeentje: eigenzinnig, koppig, tegendraads, maar daardoor juist zo interessant. Hij foeterde op het rookverbod in de VRT-gebouwen en ging onverstoord door met zijn dodelijke gewoonte. Je zag hem zelden zonder zijn zelfgedraaide dunne sigaretje, ook op plaatsen waar het al lang niet meer mocht.

Nee een gemakkelijk mens was hij niet – anders zouden de kranten nu niet volstaan met de elegieën die terecht zijn vele talenten in herinnering brengen. En nee, ik was het ook niet altijd met hem eens. Zo herinner ik mij een discussie op een lange vlucht van Afghanistan naar Brussel. Jef vond Israël een legitieme natiestaat als een ander, ik noemde en noem het een koloniaal project. Maar tegen zijn eruditie en belezenheid kon ik niet op.

Zijn dood op 11 september lijkt wel een door hemzelf in scène gezette happening. Met een klap de wereld verlaten – helemaal Jef.

 

Lees hier het interview met Jef Lambrecht in Het Salon dat eerder in De Morgen was verschenen (2009). Goed om te weten is dat de wrevel van Jef over de journalistieke koers van zijn werkgever veel te maken had met het personage dat nu als kamervoorzitter lessen in de journalistiek meent te moeten geven. JD

 

september 12, 2016 at 6:51 am 2 reacties

HOE TRUMP DE ARMSTE BLANKEN VERLEIDT

door Tom Ronse

valse hoop

valse hoop

De grootste fans van de miljardair Donald Trump vind je onder de armste blanke Amerikanen.  Wat drijft hen ertoe om een keuze te maken die zo te zien tegen hun eigen belangen ingaat?  Hen afschrijven als “dom” en “achterlijk” is zelf dom. Twee nieuwe Amerikaanse bestsellers graven dieper en schetsen een levendig beeld van de wanhoop en ontreddering die een vruchtbare voedingsbodem blijken voor Trumps demagogie.

 

In mijn NewYorkse buurt zag je tijdens de voorverkiezingen talrijke bordjes die steun proclameerden aan Bernie Sanders en hier en daar ook enkele van supporters van Hillary Clinton. Maar als je door de streken reisde waar de armste blanke Amerikanen wonen, dan zag je overal “Trump!”-bordjes in de voortuintjes staan.  J.D Vance’s “Hillbilly Elegy” en Nancy Isenbergs “White Trash” helpen dit fenomeen begrijpen, ook al is geen van beide boeken geschreven met die expliciete bedoeling.  De auteurs komen elk uit een verschillende ideologische hoek maar toch zijn hun beschrijvingen verrassend eensluitend. Beiden focussen op de rurale blanke arbeidersklasse.

“Hillbilly Elegy” werd met lof overladen, vooral –maar niet uitsluitend- in de conservatieve pers. “You will not read a more important book about America this year”, schreef ‘The Economist’.  ‘The American Conservative’ noemde het “the most important book of 2016”. “You cannot understand what’s happening now without first reading J.D. Vance”,  volgens dit blad, Vance is zelf een conservatieve auteur, een medewerker van de rechtse “National Review”. Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn geestesgenoten schrijft hij met veel liefde over het meest misprezen segment van de Amerikaanse arbeidersklasse. “ Voor deze mensen”,schrijft Vance, “is armoede een familietraditie. Hun voorouders waren dagloners in de zuiderse slaveneconomie, landarbeiders, later mijnwerkers en fabrieksarbeiders.  Amerikanen noemen hen ‘hillbillies’, ‘rednecks’ of ‘white trash’, “ik noem hen buren, vrienden en familie”.

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

Hillbilly Elegy en auteur JD Vance

 

Chaos

Zijn boek is gedeeltelijk een autobiografie. Zijn familie was afkomstig uit de heuvels van Kentucky en emigreerde, samen met miljoenen anderen, om werk te zoeken in het meer industriële Ohio. Hij was nog een kind toen die streek, vanwege de vele fabrieksluitingen, een deel werd van wat “the rust belt” wordt genoemd. Zijn jeugd was geen pretje. Chaos, geweld, verslaving aan alcohol en drugs waren schering en inslag, niet alleen in zijn eigen familie maar ook in alle andere in zijn omgeving.  Zijn grootvader was een alcoholist, zijn moeder was verslaafd aan heroine en andere opiaten. Ze trouwde en scheidde vijf keren en had tal van vriendjes met wie ze voortdurend ruzie maakte. Ze probeerde heel hard om haar leven op het rechte pad te brengen maar mislukte telkens weer door de demonen die ze van haar eigen moeder had geërfd. De familie-incidenten die Vance beschrijft zijn soms grappig maar vaker hartbrekend.  Tegelijk beschrijft hij de hillbillies als liefdevol en loyaal, bekommerd om elkaar, fier op hun eigen cultuur. De “elites” (de autoriteiten en de begoede burgerij) behandelen hen neerbuigend en omgekeerd staan de hillbillies wantrouwend en vijandig tegenover de elites.  Zelfs progressieven voelen misprijzen voor de “white trash” volgens Vance. Hij citeert zijn “mamaw” (oma) die zei dat de hillbillies de enigen zijn waar je nog zonder schaamte op kunt neerkijken. Zonder vrees om de “politiek correcte” regels te breken door je schuldig te maken aan racisme of xenofobie.

Die mamaw was Vance’s reddende engel. Zij zorgde ervoor dat hij op school bleef, dat hij slechte vrienden vermeed (ze dreigde hen omver te rijden als hij niet uit hun buurt bleef). Onder haar impuls  nam hij dienst bij de mariniers, wat hem een studiebeurs opleverde. Hij studeerde rechten in Yale en begon aan een suksesvolle carriere. Hij vervoegde de elite.

De Trump-appeal

Wat hem een uitzondering maakte. De meeste van zijn vrienden en familieleden bleven gevangen in armoede en uitzichtloosheid. De vijandigheid tegen de elites is zo groot dat diegenen die zich proberen op te werken door anderen aanzien worden als verraders van hun gemeenschap (in arme zwarte milieus komt hetzefde voor: zij die hun best doen op school worden beschuldigd van “acting white”). Dat is volgens Vance een zelf-vernietigend aspect van de hillbilly-cultuur. Hij verwijt liberals (linksen) dat ze enkel oog hebben voor de structurele oorzaken van de armoede en negeren hoe de hillbilly-cultuur vooruitgang in de weg staat. Die cultuur is volgens hem doordrongen van een diep pessimisme, cynisme en hulpeloosheid. Hij ontkent niet dat daar structurele oorzaken voor zijn. Alleen in de decennia na de tweede wereldoorlog was er optimisme, schrijft hij. Maar door de sluiting van koolmijnen en staalfabrieken sloeg de hoop om in wanhoop.  Noch de Democraten noch de Republikeinen bieden een uitweg.

Daarom is de campagne van Trump “muziek voor hun oren”, aldus Vance. Trump bekritiseert bedrijven die  banen versluizen naar andere landen. Zijn apocalyptische  toon resoneert met hun angst voor de toekomst. Hij vindt er plezier in om de elites te kwellen, net zoals ze zelf zouden willen doen. Hij veroordeelt de oorlogen van Bush en Obama. Het leger is populair bij de rurale blanken –vele jonge hillbillies nemen dienst- maar de teleurstelling over het gebrek aan duidelijke overwinnigen en de behandeling van de oorlogsveteranen is groot. Belangrijkst van al: Trump spreekt niet zoals andere  politici. Zijn taal is slordig, hoekig, voor de vuist weg, in tegenstelling tot de gepolijste, ingestudeerde speechen van Hillary Clinton. Dat maakt het voor hillbillies makkelijker om zich met hem te identificeren.

Vance’s eigen vader is een typische Trump-supporter. “Natuurlijk weet ik dat hij onze problemen niet zal oplossen”, zei hij tegen zijn zoon, “maar hij praat er tenminste over.” Dat dit voor zijn vader en andere rurale blanken volstaat om Trump te steunen, illustreert volgens Vance hoe treurig het met de politieke conversatie in Amerika gesteld is.

the_donald_by_sharpwriter

“Blanke afval”

Nancy Isenberg vertelt geen persoonlijk verhaal. Zij is een historica maar wel een van de tegendraadse soort. Amerikanen zijn volgens haar grondig geindoctrineerd. Hun kennis van hun eigen geschiedenis is misvormd door hagiografie, mythes en vooroordelen. Op school en in de media krijgen Amerikanen opnieuw en opnieuw te horen dat ze in een uitzonderlijk land leven waar het klassensysteem is afgeschaft, waar iedereen de kans heeft om zijn “American Dream” te realiseren. In werkelijkheid was Amerika altijd een hierarchische maatschappij, gebaseerd op ras en klasse, stelt Isenberg. Voor een groot deel van de bevolking was en is de Amerikaanse droom een luchtkasteel. Dat geldt niet enkel voor de raciale minderheden maar ook voor vele blanken, in het bijzonder de rurale plattelandsbevolking.

White Trash en auteur Nancy Isenberg

White Trash en auteur Nancy Isenberg

De omschrijving “white trash” (“blanke afval”) gaat al lang mee.  De meerderheid van de Britten die in de 17de en de 18de eeuw naar de Amerikaanse kolonie verscheept werden, werden door de autoriteiten geclassifieerd als “waste people” en “rubbish” . De afval van Engeland  kon in de nieuwe wereld gebruikt worden als goedkope arbeidskracht. Velen moesten jaren in semi-slavernij werken “om hun reis af te betalen”.  De slavenhouders monopoliseerden de vruchtbare grond. De blanke armen bleven straatarm en veracht. Dat veranderde niet na de onafhankelijkheid. De min of meer heilig verklaarde “Founding Fathers” van de Amerikaanse republiek waren niet alleen zelf slavenhouders, ze koesterden ook een diepe minachting voor “the lower class”, zoals Isenberg overvloedig illustreert. De vaak geroemde president Thomas Jefferson vond dat ze beter gekweekt moesten worden, om het ras te verbeteren.  “We doen het met ons vee, waarom niet met mensen?”, schreef hij. Dat maakte hem een voorloper van de eugenetica-beweging.

Het is opvallend hoe vaak de upper class raciale termen gebruikte om de lower class te beschrijven. De blanke elite vond de plattelandsarmen een gedegenereerde soort, lager op de evolutieladder. Niet echt blank. “Hun huid heeft de kleur van vergeeld perkament”, schreef een 19de eeuwse commentator.  Eugenetica – de verbetering van het ras door het steriliseren van “gedegenereerden”-  werd populair in de 20ste eeuw. President Theodore Roosevelt was een voorstander. Tegen 1931 hadden 27 staten sterilisatiewetten goedgekeurd.  Wat toont dat sommige van Hitlers ideeen ook buiten Duitsland in zwang waren.

Isenberg exploreert ook hoe de massacultuur de vooroordelen over de “white trash” in stand hield. Zo fileert ze Hollywood-producties als “To kill a mockingbird” (1960) en “Deliverance” (1972). Dat er een traditie van racisme bestaat bij arme blanken ontkent ze niet. De oorsprong daarvan situeert ze in de burgeroorlog. Het gros van het zuiderse leger bestond uit arme blanken maar die begonnen meer en meer te deserteren. De leiders van het zuiden maakten hen toen bang dat ze op hetzelfde niveau zouden komen te staan als de slaven, als het noorden zou winnen. Politici in het zuiden hebben die taktiek sindsdien telkens opnieuw gebruikt.  Verdeel en heers.  Isenberg citeert president Johnson die over het racisme van arme blanken zei: “Als je de laagste blanke man kunt overtuigen dat hij beter is dan de beste kleurling, dan zal hij het niet merken dat je hem besteelt. Geef hem iemand om op neer te kijken en hij maakt zijn zakken leeg voor u.”

trumpist

 

Een proto-Trump

Isenberg’s beschrijving van Andrew Jackson die president was van 1829 to 1837, is fascinerend. De gelijkenis met Trump is treffend. “Het feit dat Jackson zich niet gedroeg als een conventionele politicus was een fundamenteel deel van zijn appeal”, schrijft Isenberg. Jackson was aanmatigend,grof,  opschepperig, een buitenstander die beloofde om in Washington schoon schip te maken. “Hij compenseert zijn gebrek aan argumenten met bezwerende uitspraken”, schreef een tijdgenoot.  Hij beschimpte iedereen die het niet met hem eens was. Dat zijn tegenstanders hem onbeschofte manieren verweten maakte hem alleen maar sympathieker in de ogen van het blanke proletariaat. Hij beloofde hen om de grootgrondbezitters aan te pakken maar daar kwam niets van in huis. Toch behield hij hun steun door zijn agressieve politiek tegen de indianen die hij met geweld van hun land verjaagde. Hij gaf hen iemand om op neer te kijken.

Jackson gebruikte wat Isenberg de “Arkansas Traveler- strategie” noemt. De naam komt van een oud volksverhaal over een politicus uit de grote stad die contact probeert te maken met een hillbilly maar op een muur van wantrouwen stoot. Maar dan neemt de “city slicker” de viool van de hillbilly en speelt er een hillbilly-wijsje op, waarop de hillbilly hem met open armen verwelkomt.

Trump heeft alvast getoond dat hij die viool kan bespelen.

 

 

J.D. Vance: Hillbilly Elegy, A Memoir of a Family and Culture in Crisis. 264 blz. Uitg. Harper

Nancy Isenberg: White Trash,The 400-Year Untold History of Class in America. 460 blz. Uitg. Viking

 

Een versie van dit artikel verscheen eerder in de boekenbijlage van De Morgen

 

 

 

september 8, 2016 at 4:03 am 1 reactie

RADICALISATIE VAN EEN BOURGEOIS: MAURICE CALMEYN IN CONGO

Calm 1

 

door Lucas Catherine

 

Een man staat in de brousse van Noord Congo. Het geweer in de hand. Zijn fox-terrier naast hem. Hij speurt naar een verre olifant. Zijn hondje kijkt hem aan. De man bekijkt de fox-terrier, die heeft: “de oortjes gespitst, de oogjes vol passie, rillingen over zijn lijfje en zijn neusje in de wind. Soms heft hij zijn kop op alsof hij mij vraagt: ‘jij die groter bent dan ik en boven het gras kan kijken, zie jij daar geen wild?’”.

Calmeyn beschrijft zijn hondje in 1908, aan de boorden van de Uele-rivier. De vergelijking met Kuifje dringt zich op, maar Bobbie zal pas twintig jaar later een stripfiguur worden. De scène komt uit  zijn boek: Au Congo.  Calmeyn, een vergeten figuur en een weggemoffeld boek. Dat hij ‘vergeten’ werd ligt misschien aan de titel van het boek dat hij in 1912 publiceerde: Au Congo belge: chasses à l’éléphant, les indigènes, l’administration. Een boek over de jacht op olifanten, maar veel meer.
Maurice Calmeyn, half Brusselaar en daar rijke bourgeois en half De Pannenaar en daar groot-grondbezitter is van opleiding landbouwingenieur en wil als toerist op olifantenjacht in Congo. In de beschrijving die hij geeft van zijn reis van acht maanden (1908) speelt de jacht de hoofdrol – een olifant schiet je het best boven het oor in de schedel, altijd prijs! , en van op 10 meter, anders ben je geen jager maar een dierenbeul- . Maar in het boek duiken vooral kritische noten over de kolonisatie op. Geen hond die er naar luisterde, behalve zijn fox-terrier.

 

Calm 2

 Ook de grote critici van de Congo Vrijstaat: Vangroenweghe met zijn Rood Rubber (1985) of Delathuy’s De Congostaat van Leopold II (1989) verwijzen niet naar Calmeyn. Nochtans vond de Bibliothèque nationale de France het de moeite waard om door Hachette het boek in facsimilé te laten heruitgeven.

Calmeyns oordeel over Leopold II is verpletterend: “Het is spijtig dat de soeverein van Congo een deel van de Belgische en buitenlandse pers heeft omgekocht, maar het is nog erger dat hij bepaalde politici heeft gedegradeerd tot zijn slippendragers en dat die nu geen enkele waardigheid of onafhankelijkheid meer tonen in het parlement. Nu ik dit schrijf weet ik dat men mij een gebrek aan loyauteit aan de koning zal verwijten. Het kan me niets schelen.” “Ministers en politici leggen het landsbelang naast zich neer en verworden tot lakeien van de Kroon. Veel van hen worden voor hun slaafse dienstbaarheid beloond met adellijke titels of postjes in de haute-finance, iets wat ze anders nooit hadden kunnen bekomen.”

Als landbouwingenieur is hij deskundig genoeg om een vernietigend oordeel uit te spreken over de rubberpolitiek: “In Bima heb ik in aanwezigheid van een landbouwinspecteur een plantage bezocht die zes jaar daarvoor was aangelegd, met duizenden aangeplante rubberlianen. Met moeite heb ik er één gevonden die nog niet was afgestorven.”

“Hele bevolkingen worden het woud in gestuurd om rubber te oogsten en kwasi permanent in het woud te kamperen, zonder nog voor zichzelf iets te kweken en dit zonder echte schuilplaats, ze zijn ondervoed.” “De lokale bevolking is niet meer in staat om rubber aan te voeren, alle lianen in de streek zijn weg, kapot geoogst en dus zal men daar tegen de bevolking een politionele actie organiseren.” “Zo een ‘politionele actie’ leidde vaak tot grote opstanden. Het is zo dat de Bangala’s de concessies van de Anversoise in de jaren 1899, 1900, 1901 in vuur en vlam hebben gezet.” “Met stelligheid kan ik beweren dat de bevolking nu veel meer afziet dan in de tijd van de Arabieren… Je mag niet vergeten dat deze ‘Arabische veroveraars’ overal plantages van allerlei voedselculturen hadden aangelegd en dat de lokale bevolking hier alle baat bij vond. Nu zijn die plantages verdwenen en is er niets in de plaats gekomen… Het is spijtig dat er nooit een onpartijdige geschiedenis is geschreven van de aanwezigheid van de Zanzibari Arabieren en van alles wat ze daar hebben gecreëerd.”

 

Calm 3

Calmeyn schrijvend in zijn tent

 

“Wij zullen nog lang en veel werk hebben om de wonden te helen die Leopold II en zijn zakenpartners hebben geslagen.”

“Miljoenen zwarten worden door het koloniaal bestuur geminacht en draaien iedere dag op voor de fouten en de onbekwaamheid van de ambtenaren, tot natuurlijk het moment komt dat ze onvermijdelijk in opstand zullen komen.”

“Na mijn twee reizen ben ik tot de conclusie gekomen dat de Vrijstaat alleen maar aan zijn onmiddellijk eigenbelang heeft gedacht en nooit aan de toekomst van Congo.” “Hier werd systematisch geplunderd door zowel de Vrijstaat als door commerciële bedrijven.”

 

Calm 4

 Maar we hebben daar toch ‘de beschaving’ gebracht, vooral dankzij de missionarissen, of niet?
“De kwestie is niet of onze morele principes superieur zijn aan die van de inboorlingen, maar wel of ze op een betere manier gaan leven als ze onze principes aannemen. Wel, ik kan u verzekeren dat geen enkel contact met missionarissen, katholiek of protestant, ze moreel beter heeft gemaakt.”

“Deze missionarissen vormen een staat binnen de staat, erger nog een staat boven de staat.”

“Ze verspillen hun tijd met de zwarten de catechismus bij te brengen en om hun mooie eigen gezangen te vervangen met van die verschrikkelijke kerkelijke hymnen. Ze zitten nog altijd in de tijd van de Reformatie en steken al hun tijd in aanvallen tegen Protestantse missionarissen of ongelovige Europeanen.”
“De staat zou eigen scholen moeten oprichten waarin de Congolezen een vak leren want zowel de staat als de firma’s hebben nood aan lokale bedienden die kunnen lezen, schrijven en rekenen, vakmensen als metsers, timmerlui, smeden of mecaniciens. Als je het resultaat van de missiescholen bekijkt dan is op dit vlak het resultaat nul.”

“Het ergste is dat de staat met geweld nog altijd kinderen naar de missiescholen brengt en de religieuzen het recht geeft om die tot hun twintig, vijfentwintig uit te buiten. En als ze vluchten stuurt men het leger op hen af.”

Calm 5

Al deze citaten dateren uit 1912 jaar waarin zijn boek verscheen. Zijn kritiek op de kolonisatiepolitiek voert hem ook naar steeds radicalere kritiek op het kapitalistische systeem in België. Hij eindigt zijn carrière als communist.
Hij sticht twee coöperatieven in De Panne en een lekenschool voor vissers- en arbeiderskinderen. Het grootste gedeelte van zijn grond aan de Westkust (118ha) schonk hij aan de gemeenschap en het Museum voor Schone Kunsten kreeg zijn collectie fauvistische schilderijen.
Net voor zijn dood wordt hij de voornaamste financier van de film Misère au Borinage (van Joris Ivens en Henri Storck). Hij zal de film nooit zien, hij sterft de dag van de première.

Wie zijn grafmonument op het kerkhof van De Panne bezoekt, – het torent hoog uit boven al de katholieke kruisen-, merkt direct dat hij Vrijmetselaar en communist was.

Een zuil met daarop de buste van een vrouw, Marianne symbool van la Liberté. Boven haar hoofd de maçonnieke driehoek, op haar borst de Soviet ster, aan haar voeten de slogan Egalité en links en rechts van haar twee grote hamer- en sikkelversieringen.

 

 Calm 6

Is hij vergeten omdat hij zo negatief deed over het ‘genie’ Leopold II of omwille van zijn communisme? Want het spook van het communisme heeft ook in Congo rond gewaard. Met de onafhankelijkheid van Congo grensde het zelfs aan blanke paranoia: Lumumba, communist! Mulele, communist! U moet er maar het propagandaboekje van het ministerie over nalezen: La Pénétration communiste au Congo door Pierre Houart (1960), prof aan de Université catholique de Louvain. Katholieken en communisten, het ging toen nog minder te samen dan in de tijd van Maurice Calmeyn.

 

Meer over Maurice Calmeyn in : Lucas Catherine, Kongo een voorgeschiedenis, dat in het najaar bij uitgeverij EPO verschijnt.

september 5, 2016 at 4:13 am Een reactie plaatsen

TRUMP, RECHTS EN EXTREEMRECHTS

_90921553_pepe-trump

De duistere kanten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn genoegzaam bekend. Om er maar enkele te noemen: de buitenproportionele invloed van het grote geld, de lobbygroepen, partijdigheid van de media, de hertekening van de kiesdistricten in het voordeel van de zittende meerderheid, de wollige beloften en de persoonlijkheidscultus, de machinaties om grote groepen (meestal gekleurde) kiezers uit te sluiten. Maar de campagne van de vastgoedmagnaat en “reality”- showfiguur Donald Trump heeft de grenzen mijlenver verlegd in de richting van het voorheen ondenkbare. De laatste weken, nu de campagne van Trump het spoor lijkt bijster te zijn, gaat het in een steeds onrustbarender richting: nauwelijks bedekte doodsbedreigingen aan het adres van zijn democratische rivaal Hillary Clinton en toenemende invloed van groepen en figuren, die min of meer openlijk uitkomen voor racisme en antisemitisme, voor de ideologie van de blanke superioriteit, voor totalitaire staatsvormen en het verwerpen van de democratie.

Onlangs verving Trump zijn controversiële campagneleider Paul Manafort door de niet minder controversiële Stephen Bannon. Manafort slaagde er niet in om de chaotische campagne weer op het spoor te krijgen na een reeks rampzalige blunders van Trump die het onder andere bestond om de islamitische familie van een gesneuvelde oorlogsheld te schofferen. Officieel waren het zijn duistere lobby-activiteiten ten voordele van pro-Russische Oekraïeners, maar ook figuren als Mobutu en de voormalige Filippijnse dictator Marcos die Manafort de das omdeden. In werkelijkheid zou Trump zijn campagneleider de bons hebben gegeven omdat die vergeefse pogingen deed om zijn baas ertoe te bewegen minder onberekende en wilde uitspraken te doen en zijn toon te matigen.

2559

Stephen Bannon, Trumps nieuwe campagneleider is een oudgediende van Goldman-Sachs en uitgever van de extreemrechtse blog Breitbart News.

Manaforts vervanger Stephen Bannon was tot voor kort uitgever van de extreemrechtse internetpublicatie Breitbart News. Deze blog is zowast het verzamelpunt geworden van wat zich alt-r noemt, voluit: “alternative right,” alternatief rechts dat de tea-party gedeeltelijk overlapt en vervangt als uitdager van rechts voor het Republikeinse establishment. Alt-r moet niets hebben van de traditionele conservatieven die smalend “cuckservatives” worden genoemd – naar “cuckold,” ”hoorndrager” – en die, machteloos en corrupt, al te zeer bereid zouden zijn om compromissen te sluiten met de multiculturele samenleving en de democratie: verraders als het ware van de authentieke rechterzijde. Huffington Post probeert deze definitie: “hard-core racisten die geloven in een globale samenzwering en die zich verzetten tegen de gangbare politieke processen en instellingen. Ze verwerpen beide politieke partijen die ze als een bedreiging zien voor de nationale veiligheid en de Eurocentrische tradities van de natie en die medeverantwoordelijk zijn voor de ‘blanke genocide”. Ze hebben met Europees extreem rechts hun afkeer gemeen van immigratie en globalisering. Iemand als de Britse populist en anti-immigratie goeroe Nigel Farage, was – niet te verbazen – eregast op één van de verkiezingsbijeenkomsten van Trump.

Screen Shot 2016-08-31 at 11.38.50

The Daily Stormer, één van de tientallen internetfora van alt-r.

Alt right is geen gestructureerde beweging maar een amorf geheel van voornamelijk internetactivisten en Trump zou wel gek zijn om het etiket op zijn campagne te laten plakken. Maar de bijval die hij uit die hoek krijgt is onmiskenbaar. Zo verzette Trump zich eerst niet dan wel tegen de steun van David Duke, de voormalige “grand wizard” van de Ku Klux Klan. Andere figuren uit de hoek van alt right zijn onder andere de neo-Nazi Andrew Anglin, uitgever van de Daily Stormer (“The World’s most visited Alt-right website”) met bijdragen als: “Rejoice! Anti-semitism is on the rise”. Een andere voormalige “klansman,” Don Black, (what’s in an name) is oprichter van de website “Stormfront,” een internetforum met tentakels in Vlaanderen en Nederland. De website die tegenwoordig geblokkeerd lijkt noemt zich de spreekbuis van de “White Nationalist Community” en is volgens het Southern Poverty Law Center de eerste grote haatsite op het internet met – in mei vorig jaar – meer dan 300000 geregistreerde leden. Het publiek dat dagelijks Breitbart en andere alt-r internetfora bezoekt evenaart volgens de New York Times dat van gevestigde media als The Washington Post en Yahoo. Ontevreden medewerkers die Breitbart de rug hebben toegekeerd verwijten Bannon dat hij nog vóór hij door Trump in dienst werd genomen de website had omgevormd tot een campagne-instrument voor de Republikeinse kandidaat.

Dat Trump de meest extreme programmapunten van alt-right, instelling van een erfgelijke monarchie bijvoorbeeld, publiekelijk tot de zijne zou maken is onwaarschijnlijk, maar hij laat bewust onduidelijkheid bestaan door warm en koud te blazen over campagnethema’s als immigratie, het massaal verwijderen van illegalen uit de VS, toegang tot het grondgebied weigeren voor moslims en zo meer. Hillary Clinton hamert er niet ten onrechte op dat Trump met zijn retoriek de thema’s en de filosofie van alt-right acceptabel maakt voor een groot publiek. “”Hij smokkelt– zo zei ze tegen Anderson Cooper op CNN – “”de haatbeweging de mainstream binnen.”

20877980465_12fbc1c4c4_z

Donald Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News.

Voor de protagonisten van alt-r zelf is Trump ondanks zijn vaak tegenstrijdige stellingnames de voornaamste hoop op het realiseren van hun doelstellingen. Of zoals één van hen het uitdrukte: “Donald Trump zou wel eens de laatste president kunnen zijn die goed is voor het blanke volk.” Maar velen in alt-r kijken nu al verder dan de komende presidentsverkiezingen. Een nederlaag van Trump wordt met de dag waarschijnlijker, maar dat is voor alt-r verre van het einde. Plan b lijkt de vorming van een Trump media-imperium met Trump TV en met de internetaanwezigheid waar alt-r nu al sterk in staat. Het behoeft weinig verbeeldingskracht om te zien hoe Trump TV het nu al zo invloedrijke Fox News in ranzigheid en leugens zal overtreffen. Er lijkt overigens een samenwerking in de maak tussen Trump en Roger Ailes, de voormalige baas van Fox News die moest opstappen vanwege beschuldigingen over seksueel wangedrag. Ailes is nu één van de adviseurs van Trump. De agenda van een Trump media-conglomeraat laat zich makkelijk raden: de Republikeinen verder laten opschuiven naar rechts en een systematische aanval tegen immigranten, vakbonden en alles wat naar progressieve ideeën ruikt: feminisme, gezinsplanning, homorechten, rassengelijkheid en democratie. De Washington Post waarschuwde niet voor niets in een hoogst uitzonderlijke stellingname dat Trump noch min noch meer een gevaar is voor de Amerikaanse democratie.

Johan Depoortere

31-8-2016

 

september 1, 2016 at 8:32 am 1 reactie

HAPPY BIRTHDAY, BIKINI

doyou

Door Tom Ronse

In de zomer van 1946 -krek 70 jaar geleden- maakte de bikini zijn – of is het haar? – intrede.  De bikini werd uitgevonden door de Parijse ontwerper Louis Réard. Hij noemde het naar het  eilandje in de Stille Zuidzee dat in het nieuws was omdat de Amerikanen er net een atoombom hadden doen ontploffen. Réard vond het een leuke naam omdat hij exotisch was en de  “bi” naar de tweedeligheid van het kledingstuk refereert. Het badpak leek toen zo gewaagd dat Réard geen mannequins vond die aldus uitgedost op de catwalk wilden defileren en beroep moest doen op strippers.Het Vaticaan bestempelde het badpak als “zondig”. In de daarop volgende jaren werd de bikini verboden op de stranden van Spanje, Portugal, Italië, aan de Franse Atlantische kust, In Australië en in verscheidene staten van de VS . Onderstaande foto toont een Italiaanse politieagent die een bikini-draagster beboet op het strand van Rimini in 1957.

Bikini rimini

In datzelfde jaar schreef het modeblad Modern Girl Magazine “it is hardly necessary to waste words over the so-called bikini since it is inconceivable that any girl with tact and decency would ever wear such a thing”. Het zou nog tot halverwege de jaren zestig duren vooraleer de bikini als min of meer normale strandkledij werd beschouwd in zuid-Europa. Dan raakte het topless zonnebaden in zwang. Ook dat was aanvankelijk (en soms nu nog) schandalig en leidde tot politie-interventies en boetes.

topless

Vandaag zijn het de burkini-draagsters  die worden beboet, van het strand verjaagd of gedwongen om zich lichter te kleden. Zoals hier in Nice.

French-police-FORCE-Muslim-woman-to-remove-burkini-at-Nice-beach-.

De zeden en de mode zijn geevolueerd maar de neiging van de mannenmaatschappij om  vrouwen de les te spellen niet. Er bestaat een lange traditie op dat vlak. Al in de zesde eeuw voor Christus vaardigde de Atheense dictator Solon wetten uit die bepaalden hoe vrouwen zich moesten kleden. Ik heb geen idee waarom maar van Solon mochten ze in het openbaar niet meer dan drie verschillende kledingstukken dragen.

Eeuwenlang werd aan vrouwen verboden om in plaats van een rok of jurk een broek te dragen. In Parijs mocht dat pas vanaf het einde van de 18de eeuw. Maar je had er wel een speciale toelating van de politie voor nodig.

Strandtoerisme werd pas in de 20ste eeuw populair.  Dat leidde al snel tot maatregelen tegen vrouwen die “te veel huid” lieten zien.  De VS kenden een ultra-puriteinse  periode, waarin zelfs de consumptie van bier illegaal was (de “Prohibition”, van 1919 tot 1933). Onderstaande foto’s tonen vrouwen die  in 1922  in Chicago gearresteerd werden vanwege hun “schaamteloze” badpakken.  Niet iedereen liet zich zonder verzet in de dievenwagen stoppen.

1922

swimsuit-arrests chicago 1922

De regel was dat hoogstens 6 inches  (15 cm) bloot vel boven de knie zichtbaar mocht zijn. Op de volgende foto meet een parkwachter op een strand aan de Potomac in Washington DC of de dames aan de norm voldoen.

1922 DC

Die preutsheid bleek taai. Toen we in de jaren ’90 Sarasota bezochten, een kuststad in Florida, rijk aan mooie stranden, bleek daar een gemeentereglement te bestaan dat bepaalde dat de badpakken minstens  twee derden van de billen moesten bedekken.  Ook in sommige ander badplaatsen in Florida en in staten zoals Tennessee en Utah zijn kleine bikini’s (tangas, etc.) verboden.

Topless zwemmen en zonnebaden blijft in vele Amerikaanse badplaatsen verboden. Tenminste voor vrouwen.

burkini police

 

In een maatschappij die de mensenrechten echt respecteert, die de individuele vrijheid niet enkel op papier belijdt, zouden alleen de vrouwen zelf beslissen hoe zij zich willen kleden. Niet de priester, niet de imam, niet de vader of echtgenoot, niet de burgemeester of het parlement.

Strandkledij zou geen politie-aangelegenheid zijn.

Dus dames, dik of dun, kies zelf hoe u er op het strand wilt bijlopen.

In een burkini:

burkini

In een klassiek eendelig badpak:

one-piece-swimsuit_2

In een bikini:

bikini-fat-woman

In een monokini:

monokini

In een microkini:

microkini

In een nokini:

nokini

Of hoe dit ook moge heten…

wat is dit

Heren, respecteer hen, ongeacht hun keuze. Geniet van zon en zee en van vrouwelijk schoon in al zijn variëteiten. En als je je kwaad moet maken, maak je dan kwaad over echte problemen!

gif vrouwenkleren

augustus 30, 2016 at 4:33 am 1 reactie

WEG MET DE ANTI-BURKINI FASCISTEN

Meer verdraagzaamheid op een strand in Tunesie

Meer verdraagzaamheid op een strand in Tunesie

Ik krijg er wat van, van die Europeanen die denigrerende opmerkingen maken over de “achterlijke Amerikanen” vanwege het sukses van Donald Trump en die het intussen toejuichen als  politieagenten naar de stranden worden gestuurd om boetes uit te delen aan vrouwen wiens kledij “niet gepast is in onze samenleving” , zoals NVA-woordvoerster Nadia Sminate het uitdrukte.

Iemand moet me maar eens uitleggen hoe je vrouwen bevrijdt door hen te beboeten.

Het is waar dat Trump een crypto-fascist is. Maar  de aanhangers van het burkini-verbod zijn dat ook, ook als ze behoren tot zogenaamd democratische partijen zoals de Franse PS en de NVA.

De”burkini” is overigens zo zeldzaam op Europese stranden dat het offensief ertegen subliem ridicuul is.  Er spelen andere motieven: de aandacht afleiden van de echte problemen en met symbolische acties kiezers heroveren op extreem-rechts. Dit laatste is ongetwijfeld een belangrijk oogmerk van de NVA die een deel van zijn aanhang ziet terugkeren naar het VB.

boerkini

Maar het is erger dan dat.  De burkini-haters eisen voor de staat het recht op om te bepalen hoe de burgers zich kleden. Dat maakt van die onzin een gevaarlijk precedent. Van verboden kledij naar verboden gedachten is het maar een kleine stap. De aanhangers van het burkini-verbod zijn vijanden van de vrije meningsuiting. Ze doen in feite net hetzelfde als de islamofascisten die vrouwen verplichten om burkinis te dragen op hun stranden. Ze zijn hun spiegelbeeld. Zoals de Nazi’s wakkeren ze cynisch de haat aan tegen wat “volksvreemd” is en vinden ze het doodnormaal dat de staat de individuele vrijheden verplettert.

En ze maken zich onsterfelijk belachelijk. Bent u de Engelse taal machtig, lees dan deze grappige commentaar in The Guardian over de “burkini madness”. Five reasons to wear a burkini

Tom Ronse

Een burkini te koop by Marks & Spencer

Een burkini te koop by Marks & Spencer

Burkinis  "van bij ons"

Burkinis “van bij ons”

 

augustus 20, 2016 at 6:58 am 10 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.172 andere volgers