HET IS JULLIE TOEKOMST


De klimaatbetogingen zijn een pracht. Wat een inzet! Wat een energie! Dat jongeren nu het initiatief nemen is ronduit fantastisch maar betekent ook dat het hoog tijd was en is. Wij volwassenen hebben het tij niet kunnen keren. De meeste westerse mensen van mijn generatie (°1945) kregen het na anderhalf decennium schaarste steeds beter. Een zo geleidelijk proces dat we voorbijzagen aan de gevaren van welvaart en consumentisme. De andere volwassenen vonden de welvaart doorgaans zo vanzelfsprekend dat ook zij zich weinig of niets afvroegen. We leefden een wereld op krediet. Alles werd witgewassen, ook banken. Wie weinig steelt is een dief, wie veel steelt is een chief.

Maar halen al die verdienstelijke betogingen meer uit dan krakelende politici, partijen die jongeren en hun protest proberen in te palmen, nog een denktank die moet vaststellen wat iedereen al weet, wetenschappers die de jongeren gelijk geven maar geen oplossingen aanreiken. Zonder drastische omschakeling van mens en industrie zijn die er ook niet. Het valt niet meer terug te draaien. Het wordt behelpen. Dweilen onder een lopende kraan.

Politici zijn het verkeerde doelwit. De milieuverpesting is een planetair probleem. Op een waarheidsgetrouwe wereldkaart vind je België en zelfs Europa maar met moeite terug. Hoe moeilijk moet het zijn om de lonen en de intresten op spaargeld wat op te trekken? Hoe ondoenbaar kan het zijn om de grootste milieuvervuilers – de industrie, het vliegverkeer, de veeteelt, het autopark… – harder aan te pakken? Onmogelijk dus, de motor van de economie zou sputteren. We staan nog liever in de file. Wachtend op de zondvloed – al komt die vermoedelijk sneller dan ‘na ons’.

Ook (onze) politici kunnen het tij niet keren. Voor de verkiezingen van mei gebeurt er niets en nadien zullen veel verkiezingsbeloftes wijken voor ‘hogere’ economische belangen.

De prachtige en machtige jongerenbeweging kan misschien meer bereiken door de economie tot doelwit te maken. Dat kan door zelf als mens en consument te veranderen en in eigen gezin en op school druk uitoefenen om te veranderen. Weiger deel te nemen aan een studiereis naar Polen per vliegtuig omdat een bus duurder uitvalt (een concreet en actueel voorbeeld). Eet geen vlees meer en eis alternatieven (die er ondertussen in overvloed zijn). Herleid je smartphone tot een nuttig telefoontoestel. Blokkeer of voer actie aan hamburgertenten en winkelketens die in slavernij vervaardigde producten aan spotprijzen verkopen. Draai de verleiding- en consumptiemaatschappij terug. Offer overdaad op. Er sterven wereldwijd meer mensen aan over- dan aan ondergewicht. Overstijg jouw en onze (lands)grenzen. Mik op een internationale, planetaire beweging. Want inderdaad: het is jullie toekomst.

Gie van den Berghe

Ethicus en historicus

February 3, 2019 at 10:42 am Leave a comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

2018…2019…en verder

Door Tom Ronse

Nee, een goed jaar was 2018 niet. Het was een jaar van samenpakkende donderwolken. Op alle vlakken: ekonomisch, ecologisch, politiek en sociaal.

Het werd pijnlijk duidelijk dat klimaatsverandering niet enkel voor onze kleinkinderen een probleem is. De mileurampen namen toe, ook in de VS waar de president te midden van de bosbranden en overstromingen bleef beweren dat er niets aan de hand is, dat er niets drastisch moet veranderen, dat er integendeel meer steenkool moet verbruikt worden. En de nieuwe president van Brazilie zet het licht op groen voor een kaalslag in het Amazonewoud. Hallucinant.

Wat er aan de oorzaken wordt gedaan is zo ridikuul weining in vergelijking met de omvang van de bedreiging dat men kan verwachten dat het weer dit jaar niet minder extreem zal zijn en misschien nog meer ontwrichtend.

Op sociaal vlak onhou ik in de eerste plaats de zichtbare groei van de kloof tussen rijk en arm. In New York zie ik bijna dagelijks meer bedelaars terwijl steeds meer glanzende torens de wolken krabben, met luxe-appartementen die soms voor meer dan honderd miljoen dollar verkocht worden. Dit voorjaar waren we in Los Angeles, waar de tentenkampen van daklozen tientallen kilometers voetpad in beslag nemen. Ook in Belgie groeide de kloof. Het aantal armen steeg er tot 17% van de bevolking. De rijkdom nam ook toe en de groep tussen rijk en arm wordt smaller. In armere landen gaat dat proces nog sneller.

De groeiende tegenstelling is een logisch gevolg van de supply side-bestrijding van de krisis. Massale geldcreatie was de motor van de heropleving van de wereldekonomie na “the great recession”. Het gros van die triljoenen ging naar de supply side: de bedrijven, banken en investeerders. Landen die het zouden wagen om de demand side te favoriseren riskeren kapitaalvlucht en galloperende inflatie. De ‘trickle down’-theorie werkte, in zekere mate. De heropleving duurt al relatief lang. Maar als de armoede en het gevoel van bedreiging en onzekerheid al tijdens de heropleving zo sterk stijgen, wat kunnen we dan verwachten als de ekonomie weer crasht?

Dansen op de slappe koord

De heropleving begon te sputteren in 2018. De groei vertraagde overal, behalve in de VS.

Groei in Europa 2018

Maar ook daar verliest de drug van goedkoop geld en fiscale cadeau’s stilaan zijn effect. Beleggers zoeken nerveus naar veiligheid met wilde beursschommelingen tot gevolg. De ‘opkomende landen’ die de eersten waren met wind in de zeilen liggen op apegaaien. De schuldenberg wordt te hoog, er moet worden afgeremd. De centrale banken staan voor een dilemma: ze moeten het lenen intomen, de prijs ervan verhogen maar dat riskeert de recessie in gang te zetten. Maar doen ze het niet, laten ze de rentevoet dicht bij nul, dan kunnen ze de recessie wel uitstellen maar die dreigt dan uiteindelijk veel dieper te worden. En dan kunnen ze de rente ook niet meer substantieel verlagen als de recessie tot een ineenstorting dreigt te leiden. Of ze er in 2019 in slagen om de recessieslang met virtuoze fluctuaties van de rentevoet in haar mand te houden, valt nog te bezien. China wankelt al op de slappe koord. Al de officiele pronostieken (van het IMF, de OESO, de Wereldbank etc) voorzien in 2019 een lagere groei dan in 2018. Nouriel Roubini, een van de enige ekonomen die de recessie van 2008 had voorspeld, verwacht een nieuwe recessie in 2020. Dat geeft ons nog even tijd. Maar om wat te doen?

Voor politici impliceert die ekonomische context zeer weinig manoevreerruimte. Toch op het vlak van beleid. Rethoriek is iets anders. Elk land is verplicht om zich aantrekkelijk te maken voor kapitaal. Kapitaal aantrekken en behouden is nodig om kapitaal te doen groeien, om winst te maken, om tewerkstelling te creeren. Daarover zijn rechts en links het eens. Hun dispuut gaat over de fiscale afroming, hoe groot die mag zijn en hoe de opbrengst moet besteed worden. Links wil de kloof tussen rijk en arm verkleinen, rechts wil de fiscale lasten verlagen. Ze leggen andere accenten maar de ekonomische realiteit maakt de verschillen steeds kleiner. Zelfs waar een linkse partij aan de macht komt zoals Syriza in Griekenland is die verplicht om een ‘rechts’ beleid te voeren: sociale uitgaven beknotten en het fiscaal regime aantrekkelijker maken voor kapitaalbezitters.

Globalisering, automatisering, bezuinigingen, als politicus – als manager of would-be manager van de staat – kun je daar niet tegen zijn. De noodzaak om kapitaal te doen groeien zet de grote lijnen uit. Politici lullen daar maar wat rond.

Dat laatste is natuurlijk overdreven. Scherpe tegenstellingen kwamen aan bod in 2018. Over Brexit bijvoorbeeld en over Trumps handelstarieven. Een no deal-Brexit of een escalatie van de handelsoorlog tegen China zou dit jaar de recessie in gang kunnen zetten. Ik vermoed echter dat de kans groot is dat de no deal op het laatste nippertje zal vermeden worden en dat Trump zal de-escaleren. Misschien is het zijn instinkt om roekeloos de inzet van zijn pokerspel met China te verhogen maar de kapitaalmarkt zou hem snel dwingen om in te binden. Dat heeft hij al vaak moeten doen. Onlangs nog, toen hij de onmiddelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië aankondigde. Die is intussen op de lange baan geschoven. Trump noemde Nafta – het vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico – herhaaldelijk “het slechtste handelsverdrag uit de Amerikaanse geschiedenis” en sloot daarna een akkoord met de buurlanden dat Nafta impliciet herbevestigde, op enkele kleine wijzigingen na. Telkens wordt Trump door wat hij zelf “the deep state” heeft genoemd terug op “het rechte pad” geduwd als hij er te ver van afwijkt. Ook Brexit en de handelsoorlog met China zullen in 2019 wellicht meer spektakel dan echte verandering blijken.

 

De zondebok

Ekonomische krisis en klimaatrampen staan voor de deur. Noch links noch rechts heeft een oplossing. Wat de klimaatkrisis betreft steekt rechts zijn kop in het zand, terwijl links ijvert voor akkoorden die zand in de wind blijven. Ook op ekonomisch en sociaal vlak hebben ze geen echt alternatief. Ze willen uitgaven A verhogen en uitgaven B verlagen en omgekeerd, alsof dat iets wezenlijks zou veranderen.

Je zou denken dat het gebrek aan keuzemogelijkheden zou leiden tot roerende eensgezindheid tussen de politici maar het tegendeel is waar. De toon van het politiek debat is in 2018 nog bitsiger geworden. Nog harder, nog leugenachtiger. Net omdat er geen wezenlijke verschillen zijn wat het essentiële sociaal-ekonomisch beleid betreft, worden de symbolische verschillen extra in de verf gezet. In 2018 en ongetwijfeld ook dit jaar werd/wordt daarvoor vooral het thema immigratie gebruikt.

Niet dat immigratie geen echt probleem is. Het feit dat zoveel mensen ertoe gedreven worden om hun vertrouwde omgeving te verlaten en bereid zijn om de grootste gevaren te trotseren om ergens te geraken waar ze enige hoop op een toekomst kunnen hebben, geeft aan hoe ellendig en uitzichtloos het leven op veel plaatsen op aarde is geworden. Dit gebeurt, onder meer, net omdat de ekonomie zo efficiënt is: dankzij de automatisering en de globalisering vereist produktie steeds minder arbeidstijd, worden steeds meer mensen “overbodig”. Natuurlijk is er een aanzuigeffect dat “overbodigen” – de meest ondernemenden onder hen – naar de landen lokt waar het kapitaal geconcentreerd is; waar er nog vraag is naar arbeidskracht.

Maar in feite bestaat er ook over dit probleem een brede consensus tussen rechts en links. Beiden aanvaarden de noodzaak van een gecontroleerde immigratie. De westerse ekonomie heeft immigranten nodig maar met mate. Iedereen is tegen open grenzen en, in theorie, tegen de mishandeling van vluchtelingen. Dat er binnen die consensus verschillen bestaan over wat dat in de praktijk betekent, is ongetwijfeld waar. Maar de grote lijnen zijn uitgezet.

De liberale demokratie is het politieke spiegelbeeld van de vrijemarkt-ekonomie. Grote en kleine bedrijven concurreren voor dezelfde markt, dezelfde kiezers. Ze verkopen ideologie, sentiment en personaliteiten. Ze verkopen een merk. De kleinere bedrijven zoeken hun niche. Ze willen allemaal in de eerste plaats groeien, net als gewone bedrijven. Daartoe sturen ze voortdurend hun profiel bij. De versmalling van de verschillen ten gronde doet hen grijpen naar symbolen met een sterke emotionele resonantie. Het immigratie-debat is daar zeer geschikt voor. Het wekt hevige emoties op die het kiesgedrag in niet geringe mate kunnen bepalen. Ik stel me voor dat Kongresleden in de VS of partijbureau’s in Belgie van hun pollsters een grafiek hebben gekregen die er bijvoorbeeld zo uitziet:

(De lijn “A” drukt de empathie voor immigranten uit, de lijn “B” de angst voor immigranten en de kurve het aantal stemmen dat men kan verwachten.)

Op basis daarvan kunnen ze hun slogans en symbolen kiezen. Niets illustreert het symbolisch karakter van hun geschillen beter dan de huidige politieke impasse in de VS over de muur van Trump. Voor de ongedocumenteerde immigranten zou die muur slechts één obstakel meer zijn in hun hindernissenkoers. Een ladder van 25 dollar volstaat om die klus te klaren, zoals de Mexicaanse oud-president Vicente Fox opmerkte.

Om het zogezegde doel – de illegale immigratie stopzetten – te bereiken is het een bijzonder inefficiënt middel. Voor de Amerikaanse ekonomie is dat maar goed ook want ze heeft de ongedokumenteerden nodig. Trump heeft zelf ongedokumenteerden in dienst in de keukens en op de terreinen van zijn golfclubs in Florida en New Jersey. Maar de muur is een symbool dat zegt, eigen volk eerst, vreemdelingen buiten. De muur evokeert bescherming, tegen de buitenwereld, tegen een onzekere toekomst. De muur is een vuist, een bokshandschoen, een monument voor blank Amerika. Een thermometer die de angst voor de toekomst meet.

Pieter Breugel: Met den hoofde tegen den muer

De gedeeltelijke lamlegging van de publieke sector als gevolg van dit dispuut zal de Amerikaanse ekonomie weldra meer kosten dan de 5,7 miljard dollar die Trump voor zijn muur eist . 1   Dat de Demokraten desondanks het been stijf houden toont dat de muur – die in het totaal van de begroting maar een detail is – ook voor hen een belangrijk symbool is dat hen toelaat om zich te profileren en waarden te afficheren die voor een groot deel van de bevolking belangrijk zijn: anti-racisme, empathie voor vluchtelingen, etc.

Een soortgelijk symbolisch gevecht over een niet-bindend migratiepakt leidde in België tot een regeringskrisis. Je vraagt je af of dat ook zou gebeurd zijn als die VN-conferentie in plaats van in Marrakesh in Oslo zou zijn georganiseerd.

Ik beweer niet dat symbolen geen belang hebben. Ze manipuleren de gedachten. Ze spinnen een verhaal waarin mensen willen geloven. Er bestaat een breed en diep verlangen naar een breekpunt met de status quo, naar een andere toekomst dan deze die ons te te wachten lijkt te staan. Politici hebben op dat vlak niets te bieden. Ze hebben geen plausibele strategie om uit de systemische krisis te ontsnappen. Geen wonder dus dat de tendens toeneemt om dat verlangen een mikpunt te geven, een zondebok die in de woestijn kan worden gejaagd en alle zonden met zich meeneemt. Immigranten, vooral deze met een andere huidskleur, taal en religie, zijn ideaal voor die rol.

Het is een discours dat ons leert denken in termen van “ons volk” en “de vijand”. Het is impliciete oorlogsvoorbereiding. “You will not replace us !” scandeerden Trump-fans op rechtse betogingen. Sommigen onder hen maakten daar “Jews will not replace us” van. De identiteit van de vijand kan veranderen – China maakt wat dat betreft meer kans dan de joden – maar het verhaal blijft hetzelfde.

Het doel van de politici die dit discours hanteren is uiteraard de macht veroveren en de bevolking ideologisch aan zich binden zodat ze hun gang kunnen gaan. Viktor Orban, zowat de extreemste anti-immigrant onder de Europese leiders, dacht dat hij daar zo goed in geslaagd was dat hij de Hongaarse arbeiders dwangarbeid kon opleggen. Het massale verzet dat tegen zijn “slavenwet” rees, was een van de weinige lichtpunten van 2018. Of dat verzet voldoende massaal en radikaal is om Orban te doen terugkrabbelen, valt nog te bezien.

Lichtpunt

Een groter lichtpunt was de (nog steeds niet uitgedoofde) beweging van de “gele hesjes”. De werkende bevolking ligt al vele jaren zonder al te veel tegen te stribbelen onder de stoomwals van het “neo-liberalisme”, een politiek gedreven door het systematisch zoeken naar lagere loonkosten. De Gele Hesjes-beweging is in de eerste plaats een massale weigering om die situatie te blijven ondergaan.

Zoals alle belangrijke sociale bewegingen is ze spontaan ontstaan. Geen partij of vakbond had ze voorzien of georganiseerd. Van bij het begin verzetten de gele hesjes zich tegen inmenging of controle van deze instituties. Ze tolereren geen leiders die in hun naam spreken en onderhandelen. Ze hebben voor Macron gestemd, of voor Le Pen of Melenchon, maar in hun acties maakt dat geen verschil. Hun strijd is niet “demokratisch”, hij is een afwijzing van electorale strategieen. Dat heeft hij gemeen met de pleinbezettingsbewegingen van de Indignados, Occupy Wall Street en, meer recent, Nuit Debout. Maar de Gele Hesjes-beweging is veel massaler. In hun honderden, zoniet duizenden wegenblokkades, betogingen en andere akties, ontdekten de gele hesjes banden van solidariteit. Mensen kwamen in hun buurten samen met anderen die ze vroeger negeerden. Er werd een eenheid gesmeed, ondanks de soms aanzienlijke verschillen in sociale achtergrond en politieke opinies.

De brandstoftaksen waren enkel de vonk aan de lont. Het gaat om veel meer. Er werd gezegd dat de gele hesjes zich enkel bekommeren over “einde van de maand”- problemen (koopkracht) terwijl de brandstoftaks was opgelegd uit bekommernis voor “het einde van de wereld”. Maar in Parijs en andere steden vervoegden de gele hesjes de “mars voor het klimaat”. Een grote spandoek verkondigde: “Einde van de wereld, einde van de maand: verander het systeem, niet het klimaat.” Beide problemen resulteren van dezelfde logica die mensen reduceert to handelswaar en winst het enige objektief maakt van alle produktieve aktiviteit.

En de “casseurs”? Die doen soms domme dingen en vaak proberen de minder heetgebakerde gele hesjes hen in te tomen. Maar de hesjes zien ook het geweld van de andere kant en in de konfrontaties met de “ordestijdkrachten” zijn de casseurs bij de dappersten. De regering en de gezagsgetrouwe media gebruiken hun excessen om de hele beweging voor te stellen als een bende ‘relschoppers’ (een favoriete term van onder meer De Morgen), geinspireerd en opgestookt door uiterst rechts. Maar intussen blijft de grote meerderheid van de bevolking volgens de polls de beweging steunen.

Natuurlijk zijn er onder de gele hesjes mensen die rechtse ideeen koesteren, die bvb. immigranten buiten willen. De gele hesjes zijn in dit conflict gesprongen met al de ideologische bagage die ze al hadden. De gezamenlijk strijd verandert die wel maar we mogen geen mirakel verwachten. Zeker als die strijd afzwakt – wat nu lijkt te gebeuren – zal de aanwezigheid van uiterst rechts en uiterst links wellicht prominent worden. Voor elk valt er wat te rapen als het doodbloeden van de strijd teleurgestelde gele hesjes terugdrijft naar de elektorale arena.

Is het sop de kool waard? Wat zal de beweging bereikt hebben? Konkreet niet veel, vrees ik. Maar toch was – is – het misschien een niet onbelangrijke stap naar een betere wereld. Dat is wat de gele hesjes willen. Een betere wereld, een wereld voor de mensen. Ze weten niet hoe er te geraken, ze weten alleen dat de huidige weg niet deugt. Dus waren ze eerlijk toen ze geen specifieke eisen stelden, behalve het ontslag van Macron (dit laatste alweer voor de symboliek, niet omdat dat iets zou veranderen). Maar op vele honderden gele hesjes-bijeenkomsten werd er druk gediscussieerd over hoe de wereld anders georganiseerd zou kunnen zijn. Allerlei ideeen deden de ronde en de populairste (“meer referendums!”) waren niet noodzakelijk de beste. Maar op zijn minst probeerden ze wat we , in 2019 en verder, collectief moeten doen om te overleven: ons een andere wereld inbeelden.

 

1 Het feit dat zovele werknemers zo snel beroep moesten doen op food banks en andere liefdadigheid illustreert overigens goed wat we eerder schreven over de groeiende kloof tussen rijk en arm en de toegenomen schuldenlast van de consumenten.

January 19, 2019 at 7:16 am Leave a comment

DE TOEKOMST VAN ONS VERLEDEN

Door Gie van den Berghe

In Sapiens (2012) zette de spraakmakende Israëlische historicus Yuval Noah Harari uiteen hoe de onbetekenende apen die we zijn absolute heersers van de planeet aarde geworden zijn. In Homo Deus  (2015, HIER besproken) schatte hij de toekomstige evolutie van onze intelligentie en bewustzijn in. In 21 lessen voor de 21ste eeuw  belicht Harari hedendaagse evoluties die op vrij korte termijn mensheid en aarde bedreigen, en hoe daar mogelijk aan verholpen kan worden. 

Yuval Noah Harari

Yuval Noah Harari

We zitten in een hachelijke situatie, zoveel is duidelijk. De opwarming van de aarde veroorzaakt de ene na de andere milieuramp. Religieuze, ideologische, democratische en mensenrechtenverhalen hebben aan geloofwaardigheid ingeboet. Door de migratie richting rijke Westen en het mede daardoor opflakkerend ultranationalisme neemt de politieke onenigheid toe. Nog bedreigender vindt Harari de gecombineerde revolutie van informatie- en biotechnologie. Biologen ontcijferen onze hersenen, big-data-algoritmen doorgronden onze emoties, verlangens en gevoelens beter dan we zelf kunnen. Computers en robotten zullen almaar meer functies en beroepen van ons overnemen. Er dreigt een nieuwe klasse van ‘overbodigen’ te ontstaan. Als ‘het verouderingsproces vertraagd kan worden en ouders hun kinderen kunnen ‘upgraden’ zullen de superrijken ook nog eens creatiever, talentvoller en intelligenter worden dan de achterbuurtbewoners. De mensheid dreigt zich op te splitsen in ‘een kleine klasse van supermensen en een massale onderklasse van totaal overbodige homo sapiens’.

Harari loopt wat kunstmatige intelligentie betreft hopelijk iets te hard van stapel. Het is lang niet zeker dat machines de mens in ijltempo zullen voorbijsteken qua intelligentie, handelen en gezond verstand. Artificiële intelligentiesystemen kunnen, anders dan mensen, geen betekenis geven aan de input die ze verwerken en de output die ze voortbrengen. Ze begrijpen de situaties niet die ze meemaken. De door Harari bejubelde herkenning van gezichten en emoties bijvoorbeeld, loopt al spaak wanneer details als belichting of achtergrondkleur gewijzigd worden, iets wat mensen niet van de wijs brengt. Volg nooit blindelings je gps of je spraakprogramma! De gevolgen zijn doorgaans onschuldig maar kunnen rampzalig uitdraaien, bijvoorbeeld wanneer het automatisch landingsprogramma van een passagiersvliegtuig in de war geraakt door een zwerm spreeuwen en de piloten onvoldoende zijn opgeleid om het hoofd te bieden aan dergelijke noodsituaties. Bedenk ook dat artificiële intelligentiesystemen gehackt kunnen worden.

Harari denkt dat de mensheid alle onheil kan overleven als we onze angsten – voor anderen, voor opgeklopt terrorisme – onder controle krijgen; als we ons bewuster worden van onze privileges, religieuze en politieke vooroordelen en ons ook rekenschap geven van onze ‘ongewilde medeplichtigheid aan systematische onderdrukking’ en daar iets aan doen. Alleen dan kunnen we de handen wereldwijd in elkaar slaan, rest ons een toekomst. 

Koffiedik

21 lessen voor de 21steeeuw is zoals Harari’s vorige boeken een pageturner. De man is een hoogst origineel, messcherp denker en een begenadigd verteller. Zijn analyses van historische evoluties zijn zoals steeds verhelderend, maar waar de historicus – specialist verleden – zich aan toekomstvoorspellingen waagt, blijft het vaak bij intelligent koffiedik kijken, gissen en af en toe missen. 

Bij gebrek aan (toekomstige) bronnen en feiten denkt en voorspelt ook Harari voornamelijk vanuit de eigen mens- en wereldvisie. Centraal daarin staat dat mensen dieren zijn die in verzonnen verhalen geloven, ernaar denken en handelen. Religie, ideologie, humanisme, mensenrechten – noem maar op. Hoe simpeler het verhaal, hoe makkelijker het aanslaat. Beloftevolle verhalen heffen de existentiële eenzaamheid op, bedden je in iets in dat je overstijgt en met anderen verbindt, geven zin aan het bestaan. Wie gehoorzaamt aan paus, partijvoorzitter of Führer, wacht een betere toekomst, een hemel op aarde of in het hiernamaals. Religie (afgeleid van het Latijn voor ‘verbinden’) is van oudsher het eenvoudigste en meest hoopgevende verhaal, ware het niet dat de gelovigen veelal te vuur en te zwaard anderen willen bekeren. 

Het liberale verhaal, de verheerlijking van de menselijke vrijheid, kon niet aan de absolute verwachtingen voldoen. Weliswaar hebben nooit eerder zoveel mensen zoveel vrede en voorspoed gekend, sterven er ‘minder mensen door infectieziekten dan van ouderdom, maakt honger minder slachtoffers dan obesitas en sterven er minder mensen door geweld dan door ongelukken’, maar onze planeet wordt nog steeds voor een flink deel overheerst door tirannen en zelfs in de meest liberale landen ‘hebben veel burgers te kampen met armoede, geweld en onderdrukking’. 

Veel mensen zijn, mede door de recente financiële crisis, teleurgesteld in het liberale verhaal. ‘Muren en firewalls raken weer volop in de mode’ en ‘er komt almaar meer verzet tegen immigratie en handelsovereenkomsten’. Niet bereid de privileges op te geven die we aan toevalligheden danken als geboorteland, sociale klasse of geslacht, trekken we ons als individu en natie meer en meer op onszelf terug. De wereld, het verhaal waarin we geloofden, klopt niet meer en er dient zich niet meteen een ander verhaal, een andere wereld aan.

Eigen haard

Goedaardig nationalisme, dat mensen verenigt, ontaardt steeds vaker in ultranationalisme, dat mensen verdeelt. Vanuit vermeende superioriteit van eigen natie en volk worden buitenstaanders ongenadig afgewezen. Onverdraagzaamheid, onenigheid en gewelddadige conflicten in plaats van de broodnodige mondiale samenwerking. 

Ook Israël heeft boter op het hoofd. Israëli’s krijgen al in de kleuterschool te horen dat het jodendom ‘de superster van de menselijke geschiedenis is’ (jodendom verwijst naar de joodse godsdienst; jood is een Jood die het joodse geloof aanhangt). Nogal wat seculiere Joden denken dat ze de ‘centrale helden van de geschiedenis zijn en dat het Joodse volk de ultieme bron van menselijke moraal, spiritualiteit en geleerdheid is’. Maar het jodendom en de Joden hebben een vrij bescheiden rol gespeeld in de wereldgeschiedenis. Bij vergelijking met universele religies als het christendom, de islam en het boeddhisme is het jodendom ‘altijd een tribaal geloof geweest’, bekommerd ‘om het lot van één klein volk en één klein landje’, met ‘weinig belangstelling voor het lot van alle andere volkeren en landen’. 

Volk

Het is best merkwaardig dat de anders zo sceptische Harari vasthoudt aan het bestaan van een Joods volk, los van religie en Joodse natie, Israël. Het blijft raden welk criterium hij hiervoor hanteert. Kan men van een volk spreken zonder een beroep te doen op natie of gemeenschappelijke genetische kenmerken? Een biologisch criterium voldoet niet, Joden hebben zoals andere volkeren, naties en ‘rassen’ geen gemeenschappelijk DNA. Ook een culturele omschrijving bevredigt niet want Joden hebben zich over de hele wereld verspreid en met vele culturen geassimileerd.

Het Joodse volk en de Joodse natie zijn ook relatief moderne verhalen of uitvindsels. ‘Nieuwe historici’ in Israël maken almaar duidelijker dat de Joden niet het volk zijn waarvoor ze zich uitgeven. Geen uit het beloofde land verdreven volk dat na tweeduizend jaar ronddolen (de diaspora) zijn land heeft heroverd. Dat is een door zionistische historici stukje bij beetje geconstrueerde stichtingsmythe (zie onder meer Schlomo Sand –Comment le peuple juif fut inventé,Paris, Fayard 2008). 

Harari beperkt zijn commentaar tot ultraorthodoxe joden. Over de Palestijnen schrijft hij dat ze constant in de gaten gehouden worden door ‘Israëlische microfoons, camera’s, drones of spyware’ en dat ons dat mogelijk ook te wachten staat. Over de verdrijving van de Palestijnen in 1948 en hun voortdurende onderdrukking rept hij met geen woord. Over de door Israël bezette gebieden schrijft hij alleen dat ze het land vooral opgezadeld hebben met een zware economische last en ‘fnuikende politieke risico’s’. Ook Gaza, het grootste concentratiekamp ter wereld, blijft onvermeld. Maar Harari heeft het wel even over (Palestijnse) ‘terreurcampagnes’. Uit een noot achterin blijkt dat hij hiermee op de Intifadas doelt. Maar dat waren volksopstanden, geen terreur. Verzet tegen een bezetter wordt alleen terreur genoemd door wie zich met die bezetter identificeert.

Raza al-Najjar, de medische helpster die midden 2018 door een Israëlische scherpschutter werd doodgeschoten.

Goed en kwaad

Volgens Harari is ultranationalisme geen onoverkomelijk probleem omdat nationalisme ‘pas de laatste paar duizend jaar is ontstaan – gisterochtend, in evolutionaire termen’. Het zit niet in de menselijke genen en er kan dus aan verholpen worden. Hoe dat moet gebeuren, maakt hij niet duidelijk.

De biologische gegevenheid van veel menselijke en sociale kenmerken loopt als een rode draad door het werk van deze historicus. Ook gevoelens zijn volgens Harari aangeboren en dus niet veranderbaar. Morele gevoelens als verontwaardiging, schuldgevoel en vergevingsgezindheid ‘komen voort uit neurale mechanismen die zijn geëvolueerd om samenwerking in groepen mogelijk te maken’. Dat er toch mensen bestaan ‘die moorden, verkrachten en stelen’, wijt Harari aan het oppervlakkig beeld dat ze hebben van de ellende die ze veroorzaken. Volgens hem stelen mensen ook zelden ‘als ze niet eerst een heleboel hebzucht en afgunst’ hebben opgebouwd ‘in hun hoofd’. Straatarme en schatrijke mensen denken hier vast anders over.

Volg je Harari dan bestaat er slechts één moraal. Dat is een veel voorkomende denkfout. Het Nederlands bijvoorbeeld kent geen meervoudsvorm van ‘moraal’ (al hebben we het wel over ‘onze moraal’ en ‘een dubbele moraal’). Dat terwijl morele systemen vanzelfsprekend cultuur-, klasse-, gender- en tijdgebonden zijn; dus meervoudig en onderhevig aan evolutie (denk aan de houding tegenover kinderen, vrouwen, zwarten, ras…). Maar aangezien elke moraal een instrument is ter bevordering van de sociale omgang, verschillen morele systemen niet alleen, ze hebben ook bepaalde gelijkenissen, zeg maar basisvoorwaarden om samenleven in groep mogelijk te maken. Ook ‘moralen’ zijn menselijke verhalen.

Wie stelt dat moraal (grotendeels) aangeboren is, ziet voorbij aan het feit dat ethisch bewustzijn en handelen voortvloeien uit, gebaseerd zijn op psychische vermogens als emotie en empathie. Die maken morele attituden en handelingen mogelijk, zonder ze daarom te garanderen of concreet in te vullen. Die invulling gebeurt in en door de omgeving waarin iemand terechtkomt en opgroeit. Iedereen groeit op in een beperkte sociale omgeving (kerngezin, buurt, school, streek…) en leert daarin hoe zich gedragen. ‘Goed’ gedrag – aan de sociale omgeving aangepast gedrag – en zelfbeheersing komt kinderen niet zomaar aangewaaid. Denk ook aan de zogenaamde wolfskinderen, verloren gezette en in het wild opgegroeide kinderen die een totaal andere, aan hun omgeving aangepaste moraal ontwikkelden (bijvoorbeeld Victor de l’Aveyron en Dr. Jean Itard, in 1970 door François Truffaut verfilmd als L’enfant sauvage).

Truffauts ‘enfant sauvage’

Paaseieren

‘Mensen’, schrijft Harari, ‘leren van kindsaf aan te geloven in het verhaal. Ze horen het van hun ouders, hun leraren, hun buren en hun cultuur in het algemeen, lang voor ze de intellectuele en emotionele onafhankelijkheid ontwikkelen die ervoor nodig is om vraagtekens bij zulke verhalen te kunnen zetten en ze te verifiëren’. ‘De meeste mensen’, vervolgt hij, ‘die op zoek gaan naar hun eigen identiteit zijn net kinderen die paaseieren gaan zoeken. Ze vinden alleen wat hun ouders voor ze hebben verstopt’. Alle verhalen, vervolgt Harari, zijn menselijke verzinsels en mensen geloven erin omdat hun identiteit errond werd opgebouwd. Waarom zou dit niet van toepassing zijn op morele systemen, attituden en handelingen?

Harari’s stelling dat de ‘menselijke moraal in de loop van miljoenen jaren is ontstaan en aangepast aan de omgang met de sociale en ethische dilemma’s die zich voordeden in het leven van kleine groepen ‘jagers-verzamelaars’, verklaart volgens hem ook dat we de relaties tussen miljoenen mensen niet meer kunnen overzien, waardoor ons ‘morele zintuig’ op hol slaat. Maar om dit te verklaren heb je geen biologisch gegeven, statische moraal nodig. Het spreekt voor zich dat mensen makkelijker verbanden in hun beperkte sociale omgeving kunnen overzien dan die op wereldniveau. Dat is nooit anders geweest. Maar door ontdekkingen en globalisering zijn mensen zich wel bewuster geworden van het onvermogen alles te overzien.

21 lessen voor de 21ste eeuw bevat veel behartenswaardige inzichten, maar het boek sprak me minder aan dan Harari’s vorig werk. Het lijkt haastiger, minder zorgvuldig geschreven en de auteur komt ook enkele in zijn voorwoord gedane beloftes niet na. Onbeantwoord bijvoorbeeld blijft hoe terrorisme en ultranationalisme aangepakt kunnen worden, hoe de liberale democratie verbeterd kan worden. Maar zoals uit het bovenstaande blijkt, biedt ook dit werk van Harari meer dan voldoende stof tot nadenken en discussie.

Yuval Noah Harari – 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018 – in een knappe vertaling van Inge Pieters

Dit artikel verschijnt ook in het aprilnummer van De Geus

January 9, 2019 at 5:42 pm Leave a comment

Prettige feestdagen

Het Salon van Sisyphus wenst u prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar. Traditiegetrouw eindigen we het jaar met iets lichtvoetig. Niet altijd vrolijk maar wel grappig.

 

 

December 31, 2018 at 6:23 am Leave a comment

Onder Israël ligt Palestina en onder Tel Aviv ligt Jaffa.

Door Lucas Catherine

Over Witte en Zwarte steden.

Tijdens de kolonisatie heeft Europa zijn cultuur opgedrongen aan de landen en volkeren die het overheerste. Dat is ook te merken aan de koloniale architectuur. Europa exporteerde zijn toenmalige architectuur naar Afrika en het Midden-Oosten. Dit gebeurde op verschillende manieren, maar grotendeels kwam het hier op neer: Vaak negeerde men de bestaande lokale stad en bouwde er een nieuwe witte, Europese stad naast. Kon men de lokale cultuur niet echt negeren dan vond men volgens de koloniale ideologie die minderwaardig of onvolmaakt en men ging de stad een nieuw, ‘mooier’ uitzicht geven. Vooral de Fransen waren hierin actief. In Noord-Afrika bouwden ze volledig nieuwe steden, meestal in Art Deco, zoals Dakar, Kenitra of Casablanca. Casablanca telt nu nog 2.000 art-deco gebouwen.

Art Deco Dakar

 

Casablanca

Kenitra

Maar ze bouwden ook in Arabiserende stijl, Arabisances. Dat kwam zo: Gustave Le Bon, de eerste grote Franse specialist in Arabische kunst schreef in 1884 La Civilisation des Arabes. Hij vond dat de Arabische kunst, en dus ook de architectuur verstard was en moest vernieuwd worden. Die beschaving moest weer op gang worden getrokken en dat was dan ook de taak van de Fransen. En zo ontstond Arabisances. In Rabat, maar ook in Tunis zijn er talrijke voorbeelden van. In feite is het een vorm van Art Deco maar de decoratieve elementen gaat men zoeken in de architectuur van het Midden-Oosten. Zo vind men in Rabat gebouwen met gevels geïnspireerd op vroegere Egyptische architectuur. Zelfs benzinestations werden in die stijl gebouwd.

Rabat

Een ander voorbeeld van zo’n mengeling tussen Art Deco en Arabisances is Heliopolis door de Belg Empain naast Cairo gebouwd. De Belgen zelf hielden het in Congo bij gewone Art  Deco

Heliopolis

Kinshasha Leopoldville

 De Britten hebben minder architecturaal ingegrepen in hun kolonies, alhoewel. Zo vonden zij dat Zanzibar te Swahili en te Indiaas was en te weinig Arabisch. De meest Arabisch uitziende gebouwen in die stad zijn dan ook van de hand van J.H.Sinclair (°1871) en Majoor E.A.T. Dutton. Zij bouwden ondermeer het Kibweni Paleis en Beit el Amani.

Beit el Amani Zanzibar

 

Zowel de Fransen, de Britten als Empain zondigden hierbij tegen basisregels van de Arabische architectuur: geen ramen aan de buitengevels en gaanderijen liepen langs de binnenkoeren, niet langs de straatkant. Al deze Witte steden zijn ondertussen overgenomen door de voorheen gekoloniseerden en de kolonisator heeft zijn greep op de stad verloren.


Er is een uitzondering: de Witte Stad, Tel Aviv die de vroegere ‘zwarte’ stad Jaffa opslorpte en die nog altijd typevoorbeeld is van hoe de Europese zionisten Palestina koloniseerden. Jaffa was de politieke en economische hoofdstad van de Palestijnen.Tel Aviv begon als een voorstad van Jaffa. Het werd pas in 1934 een aparte stad.

Jaffa, of de Bruid van de Zee verkracht

أذكر يوماُ كنت بيافا

خبرنا خبر عن يافا

Ik herinner mij dat ik ooit in Jaffa was

Vertel mij over Jaffa…

(Chanson van Fairuz, op de LP Al Quds fi al Bal, Jeruzalem in mijn gedachten)

Jaffa was in de negentiende eeuw in volle expansie. Het was een van de belangrijkste havens in het Midden-Oosten. De Palestijnen noemden haar Urus al Bahr, Bruid van de ZeeVanaf 1850 installeren Russische, Franse, Britse en Duitse consuls zich in het land. Zij geven ons een tamelijk heldere beschrijving van de economie. Uit hun rapporten blijkt dat Palestina nogal wat producten uitvoert. Vanuit Jaffa vertrekken zeep, olijfolie, fruit en groenten naar Egypte; sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk, gierst naar Groot-Brittannië en wordt er verder ook nog geëxporteerd naar Syrië, Griekenland, Italië en Malta. De Palestijnse economie kent in de jaren 1850 een sterke opgang in de graanteelt, in de jaren 1860 gevolgd door de katoenteelt.

En dan zijn er de sinaasappels. Vanaf de achttiende eeuw stond Palestina echt bekend om zijn sinaasappelen. Na het einde van de Krimoorlog in 1856 raakte de export van appelsienen in een stroomversnelling. Jaffa zelf had grote plantages (zie kaart uit 1905) maar was ook de uitvoerhaven voor de plantages in heel de streek tot Gaza, vandaar dat dit de merknaam werd. In 1873 – het zionisme moest nog worden uitgevonden – telde de streek rond Jaffa al 420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Na 1875 veroveren de Jaffasinaasappelen onder die merknaam de Europese markt. In een rapport uit 1880 noteert de Britse consul in Jeruzalem dat de beste belegging in Palestina de citrusplantages zijn. In 1886 vestigt de Amerikaanse consul Henry Gillman in een rapport aan Washington de aandacht op de geavanceerde enttechnieken van de Palestijnse boeren: ‘Het zou nuttig zijn dezelfde technieken in Florida toe te passen.’ Een andere Britse consul rapporteert in 1893: ‘De sinaasappelbomen uit Palestina zijn superieur aan die in de andere kolonies. Zowel in Zuid-Afrika als in Australië zou men er goed aan doen boompjes uit Jaffa te importeren.’

In 1858 bedroeg de waarde van de export uit Jaffa 12.244 Turkse pond (Palestina was tot WO I onderdeel van het Turks-Ottomaanse Rijk). In 1882 was dit verdrievoudigd tot 37.802 Turkse pond. En de bevolking groeide aan. De haven bood werk. Er ontstonden nieuwe wijken in de stad. Ten noorden, rond de haven groeide vanaf WO I de wijk Manshieh. Ze ontwikkelde zich in het duinengebied langs de zee.

Er arriveerden zelfs Europese christelijke sekten. De Duitse protestantse sekte van de Tempeliers sticht in 1871 haar eerste kolonie, Sarona net ten noordoosten van Jaffa en nu ook onderdeel van Tel Aviv (Hakiryat). Zij kwamen uit Schwaben en noemden zich naar de Orde der Tempeliers die aan de kruistochten deelnamen.

Maar er arriveerden ook de eerste Europese joden. Zij vestigden zich eerst binnen de stad Jaffa in wijken die ze hebreeuwse namen gaven: Neve Zedek (Huis der Rechtvaardigen,1887) en Neve Shalom (Huis van Vrede). Die grensden aan Manshieh. Wanneer na 1897 de eerste Europese zionistische kolonisatoren arriveren kopen die van groot-grondbezitters tuinen en plantages op die meer landinwaarts lagen, achter de duinen. Een spilfiguur hierbij was de in Jaffa geboren bouwondernemer, Yosef Chelouche. Er arriveerden ook Jemenitische joden, aangetrokken door de economische bloei van Jaffa. Zo ontstond in 1904 de meest noordelijke joodse wijk, Mahane Israël (nu Kerem Hateimanim, ‘De Jemenitische Wijngaard’). Het was een soort buitenwijk van Manshieh. Hier lag de basis van wat later Tel Aviv zou worden. De mythe zal later willen dat het een andere wijk was, het vijf jaar later gestichte Ahuzat Bayit. (zie infra).

De Witte stad, gebouwd op de Duinen.

De eerste joodse wijk in wat later Tel Aviv zou worden was dus de Jemenitische wijk van Manshieh. In 1906 stichten Europees-joodse kolonisten de vereniging Ahuzat Bayit (Thuis-stad). Zij zullen via stromannen om de Ottomaanse overheid te misleiden, een strook land van 4ha aankopen en de 60 plots onder elkaar verloten. Daarvoor hadden zij inderdaad duinengebied uitgekozen. Alhoewel, de plek heette in het Arabisch Karm Jebali (Wijngaard op de Heuveltop) en het heeft drie jaar geduurd eer de bedoeïenen die er semi-permanent verbleven konden worden weggewerkt. Deze wijk Ahuzat Bayit slorpte in 1909 drie voorheen gestichte kolonies op: Neve Tzedek, Neve Shalom en Mahane Yehuda (Het Joodse Kamp) en de nieuwe entiteit koos voor de naam Tel Aviv.

Wat het huidige Tel Aviv betreft is het duidelijk als je kaarten uit 1898, 1905 en 1917 vergelijkt dat het grootste gedeelte van het oude Tel Aviv is gebouwd op wijngaarden, tuinen en boomgaarden en dat Arabisch Manshieh op duinzand werd gebouwd. De Israëlische architect Sharon Rotbard heeft het overtuigend aangetoond in zijn boek White City, Black City waaruit ik trouwens ook erg veel andere informatie heb gehaald.

Baedecker 1905

De kaart van Baedecker is erg duidelijk, waar collines de sablestaat kwam Arabisch Manshieh daarachter lagen vignobles/wijngaarden en verder grote stukken brande/schorren. Schorren zijn begroeide, overstromingsgevoelige stukken land waarop aan landbouw of veeteelt kan worden gedaan. Denk aan het Brusselse Schaarbeek dat eigenlijk (en in het Brussels nog altijd) Schorrebeek heet. Het dorp Summeil en zijn tuinen lag op zo’n schorre en ook het gehucht Abdel Nebi. De citrusplantages lagen rond het dorp Abu Kebir.

Onder het Ottomaans bewind waren er nog geen grote problemen omdat de overheid de Europese kolonisatie afremde. De problemen kwamen er echt nadat de Britten na WOI het bestuur over Palestina overnamen en de zionistische kolonisatie officieel steunden. Toen ontstond ook het eerste verzet. In 1909 was in Jaffa trouwens al de antizionistische krant Filastin verschenen. Er volgden revoltes tegen de kolonisatie in de jaren 1920 en 1930. Telkens was Jaffa één van de centra.

Daarop besloten de kolonisten om Tel Aviv van Jaffa de facto af te scheiden. De immigratie werd opgedreven en in de jaren 1920 vertwintigvoudigde de bevolking van Tel Aviv (van 2.804 naar 42.000 inwoners). Ze begonnen ook met de aanleg van een eigen haven, apart van Jaffa.

Na WOII wilden de zionisten niet langer een staat in de staat zijn, maar hun eigen staat creëren. Dat gebeurde met geweld en moord. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest en de bevolking verdreven. En Tel Aviv deed mee. In 1948 slorpte de stad alle Arabische buurdorpen van Jaffa op: Summeil, Ajami, Jabaliya, Abu Kebir en Sheikh Muwanis. Al die dorpen werden grondig verwoest en gebulldozerd, nadat hun Palestijnse inwoners manu militari werden verjaagd, net zo in Jaffa, dat in 1954 een deelstad van Tel Aviv werd.

Summeil-Masudiya

Die aanval tegen de buurdorpen werd al ingezet, nog voor de staat Israël op 15 mei werd uitgeroepen en ondanks het feit dat die dorpen zich alles behalve vijandelijk opstelden. In december 1947 vergaderden de mukhtars (burgemeesters) van onder meer Sheikh Muwanis en Summeil met de zionistische militie en stelden zich vriendschappelijk op. Toch werden deze dorpen in februari 1948 al vernietigd en etnisch gezuiverd. Op de plek waar eens Sheikh Muwanis lag staat nu de Universiteit van Tel Aviv.

De eerste dichtbevolkte wijk van Jaffa, Al Manshieh werd vanaf 25 april veroverd door Etzel, de zionistische militie die sympathiseerde met Mussolini en die onder leiding stond van de latere premier Menahem Begin.

Manshieh 1948

Abu Kabir

Daarna volgde Jaffa zelf dat voor 75% werd gebulldozerd en de inwoners verdreven, op zo’n 3.650 na die werden samengedreven in de zuidelijke wijk Ajami. In 1954 werd Jaffa herleid tot een hippe wijk van Tel Aviv.Van Jaffa blijven nu nog enkele kleine relicten over, voor toeristisch gebruik: De Sint-Pieterkerk, de moskee, het kanon van Napoleon, de Andromeda-rots en een pseudo-historische wijk, eerder een tourist-trap. De verovering van Jaffa verliep erg gewelddadig. Zwaar mortiergeschut dat hele woonwijken plat bombardeerde. Massaal gebruik van terreur: vanaf de heuvels werden ‘barrel bombs’ naar beneden gerold. Zo rolden twee leden van Etzel, Chelbi ben David en Shaul Bador zo’n bomvat binnen in café Venezia naast de Al Ahamra-cinema die veertig burgerdoden maakte. Die terroristen zijn nu Israëlische nationale helden.Dan volgde het plunderen. Om mij te beperken tot een zionistische bron:

De Irgun (Etzel) soldaten begonnen te plunderen. Eerst kleren, bloesjes en juwelen voor hun liefje, maar daarna begonnen ze systematisch te plunderen, alles wat maar kon meegezeuld worden: meubels, tapijten, schilderijen, huisraad, serviezen, bestek… en wat ze niet konden meenemen werd systematisch vernietigd: ramen, piano’s, lusters, een ware vernielorgie.“ Jon Kimche, Seven Fallen Pillars, Londen 1950.

Sheikh Muwanis is nu Ramat Aviv, Salama: Kfar Shalem, Manshieh: the City, Summeil: Givat Amal en Jamassin: Bavli.Ter eer en glorie van deze fascistische Etzel-militie werd Etzel House opgericht op het puin van het enige overblijvende huis van Arabisch Manshihe. Over het puin werd een grote glazen kubus gebouwd.

Etzel House, het museum van de overwinnaars.

Om de tekst te citeren op de gedenkplaat binnen: “from the shattered walls of the old building grow dark glass walls… An attempt to freeze the special moment and time of the day that Jaffa was liberated.” Maar over hoe Jaffa werd ‘bevrijd’ geen woord. Sharon Rotbard vergelijkt het architectonisch concept van dit museum met de Ruinenwerttheorie “Waarde van Ruïnes”-theorie van Albert Speer. En concludeert over dit Etzel-museum: “Never before in the history of architecture has such an ugly truth been displayed in such a false, spruced up manner.”

De Bauhaus-stad

 

In 2003 voegde Unesco Tel Aviv toe aan de lijst van het Werelderfgoed: “The White City of Tel Aviv is a synthesis of outstanding significance of the various trends of the Modern Movement in architecture and townplanning in the early part of the 20th century.”

Daarop lanceerde men in Israël de mythe dat Tel Aviv niet alleen een witte stad was, maar ook een Bauhaus-stad, een stad van de International Style. De witte elite van Israël bestaat vooral uit Askenazi joden, en dat woord betekent in het Hebreeuws: Duits. In het jiddish-Duits heten ze Yekkes. Het zijn zij die in 1933 met de nazi’s een samenwerkingsakkoord afsloten waarin een transfer van mensen en kapitaal werd vastgelegd. ‘Transfer’ is in het Hebreeuws ‘ha’avara’. Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Zij werden de economische elite. Een van de bedrijven die ze oprichtten was de Nesher cementfabriek, de grootste industrie van toenmalig Palestina. Nesher is Hebreeuws voor Adler, Adelaar. Alles wat Duits is, is kwaliteit vinden de Yekkes en zij schreven dan ook de geschiedenis van Tel Aviv. Een Witte Stad met Duitse origine, dankzij een link met Bauhaus, de befaamde architectuurschool in Dessau. En het verhaal dat Tel Aviv een soort annex van de Duitse cultuur zou zijn werd in Duitsland zelf gretig overgenomen.

Maar klopt dat? Tel Aviv zou een witte stad zijn, maar eigenlijk is het een blanke stad. Veel wit zie je niet. Toen de bekende Franse architect Jean Nouvel in 1995 de stad bezocht was hij zwaar ontgoocheld: Men heeft mij verteld dat dit een witte stad is. Zie jij ergens wit? Ik niet.” Het is een grijze, vale stad.

Is het een Bauhaus stad? Nu zijn er wel vier Israëli’s die aan de Bauhaus-school hebben gestudeerd: Shlomo Bernstein, Munio Weinraub-Gitai, Shmuel Mechtekin en Aryeh Sharon. Maar zij hebben nooit een groep gevormd of samen gewerkt onder de naam Bauhaus, want zei Aryeh Sharon in een interview: “Bauhaus is geen concept, laat staan een uniforme instelling.” En vooral, ze werkten na WO II, terwijl de gebouwen die nu in Tel Aviv “Bauhaus-Style” worden gecatalogiseerd dateren uit de jaren 1920.

Maar de overgrote meerderheid van de architecten die volgens de “Bauhaus Style” in Tel Aviv actief waren hebben in Frankrijk of België gestudeerd en werden niet door Bauhaus beïnvloed maar door de Franse koloniale architectuur van ondermeer Le Corbusier, daarom dat Tel Aviv zo gelijkt op Algiers of Casablanca. In België studeerden: Haim Casdan (Brussel), Benjamin Ankstein (Brussel) en een van de bekendste Israëlische architecten, Dov Karmi (Universiteit Gent, 1929.)

Om tot slot nog eens Sharon Rotbard te citeren: “In tegenstelling tot Tel Aviv zijn de witte regeerders uit Casablanca, Algiers of Dakar vertrokken en blijven nog alleen hun gebouwen over. In Tel Aviv overheerst nog altijd de cultuur van de witte regeerders en nu meer dan ooit. Tel Aviv is dan ook een voorbeeld tot wat Casablanca, Algiers of Dakar waren geworden als de Franse kolonisatie was blijven verder duren.”

 

Lucas Catherine, vanuit zijn art-deco appartement in Brussel.

December 20, 2018 at 11:51 am Leave a comment

BIJ DE VAL VAN EEN REGERING

Door Johan Depoortere

De persconferentie van Bart De Wever gisteravond (zaterdag 8 december 2018) gaf ons een inzicht in wat we de komende maanden kunnen verwachten. De Wever toonde zich in zijn favoriete rol van slachtoffer, Calimero: “Niet wij hebben de val van het kabinet veroorzaakt, wij worden eruit geduwd omdat ons geen gezichtsbesparend compromis in de kwestie van het immigratiepact werd gegund.” Dat is een merkwaardige omkering van de feiten. De NVA-ministers in de regering Michel – die voortaan Michel 1 zal heten – hebben tot na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober met geen woord voorbehoud gemaakt bij de afspraak om dat fameuze pact goed te keuren. Sterker: begin oktober nog vond het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jambon dat het pact gepromoot moest worden bij ”derde landen” omdat de tekst het terugsturen van migranten zonder verblijfsvergunning makkelijker zou maken. (http://www.standaard.be/cnt/dmf20181129_03998994.

De magere resultaten van de gemeentraadsverkiezingen voor de NVA en het succes van het Vlaams Belang deden de partij van de Wever naar de noodrem grijpen. En wat is beter om het twijfelende kiespubliek te bewerken dan een portie angst voor de vreemdeling, de chaos, de “overrompeling van onze grenzen.” Het voorbeeld van Wilders, Baudet, Orban en Salvini wenkt: rechts populisme zit in de lift en de NVA ziet haar kans schoon om op die golf mee te surfen. Een walgelijke leugencampagne tegen het migratiepact was nog maar het begin. Ja de campagne werd vrijwel onmiddellijk offline gehaald (en prompt overgenomen door De Winter) maar de boodschap was intussen overgekomen. Kijk naar de vele reacties op Facebook en je merkt dat het hondenfluitje gehoord is door wie het moest horen: Marrakesh = de grenzen open en de “invasie” van vluchtelingen en “gelukzoekers.”

Op zijn persconferentie ging De Wever op dat elan verder. De verkiezingscampagne is begonnen en de grote leider bracht behendig maar niet zo subtiel het codewoord aan: Marrakesh. De coalitiepartijen die doorgaan in dit kabinet zijn de “Marrakeshpartijen” en de regering de “Marrakeshregering.” Je kunt er donder op zeggen dat het de komende weken en maanden tot walgens toe zal worden herhaald. Niet gehinderd door enige verantwoordelijkheid zal Theo Franken zijn inwendige twitterende Trump ongeremd loslaten. De twee persona’s in De Wever zullen moeten kiezen tussen de burgemeester van Antwerpen die wil besturen met de vermaledijde socialisten en de partijvoorzitter die voluit wil gaan in het opbod met de extreem-rechtse concurrentie.

Een andere uitspraak van De Wever gisteravond verdient meer aandacht dan ze tot nu toe in de media heeft gekregen. “Het parlement is vóór Marrakesh, de bevolking is tégen,” beweerde de NVA-voorzitter, annex burgemeester, annex volksvertegenwoordiger. Dat is rechts-populisme pur sang. Niet alleen liet De wever na duidelijk te maken hoe hij dat wist, hij herhaalde wat zijn voorbeelden Orban, Wilders en Le Pen voortdurend erin hameren: “Niet de elite van verkozen politici weet wat het volk wil, wij weten dat.” Het zal in alle toonaarden tussen nu en de verkiezingen in mei gezongen worden.

De Belgische regering is gevallen, met of zonder zal het Global Compact for Migration worden goedgekeurd en internationaal de basis vormen voor samenwerking op het vlak van migratie. Dat is een goede zaak al hoeven we er geen wonderen van te verwachten. Niet één migrant/vluchteling zal door deze internationale intentieverklaring méér of minder naar Europa komen. Maar de discussie over het pact binnen het kabinet en in het parlement was verworden tot een pure symbolenkwestie waar de inhoud met al zijn nuances ver naar het achterplan was gedreven. De regering is niet gevallen over de dringende problemen van deze tijd: de klimaatcrisis, onze dichtslibbende wegen, betaalbare gezondheidszorg, energievoorziening en nog veel meer. Dat Michel 2 deze problemen zou aanpakken lijkt helaas alles behalve waarschijnlijk.

Voor wie het zou interesseren, dit is de volledige tekst van het Global Compact for Migration.

December 9, 2018 at 12:00 pm 3 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,566 other followers