WAAROM IS NEDERLANDS LEREN ZO MOEILIJK?

Elio

Knack-Nieuwsbrief denkt het antwoord op deze vraag gevonden te hebben.

Vlamingen kloppen zichzelf graag op de borst wanneer het over talenkennis gaat. Een meerderheid weet zich redelijk uit de slag te trekken in het Frans en ook op Engels wordt doorgaans vlot overgeschakeld. Doen Frans -en anderstaligen dan geen moeite om Nederlands te leren? Adriaan D’Haens, germanist aan de Ugent onderzocht voor zijn scriptie “waarom leren Nederlands is niet gemakkelijk”.

Als mensen talen leren, voltrekken er zich allerhande gecompliceerde processen in hun hersenen. Een bekend Amerikaans taalkundige, Noam Chomsky, bedacht in het midden van de vorige eeuw een theorie die de werking van deze processen verklaarde. Hij ging uit van een taalverwervingsmodule of universele grammatica in de hersenen, een soort ingebouwd systeem dat ervoor zorgt dat mensen makkelijk taal kunnen verwerven.
Door te luisteren naar de taal die om hem/haar heen gesproken wordt kan een Chinese baby dankzij deze module met evenveel gemak Chinees leren als een Vlaamse baby Nederlands.

Woordvolgorde

Of deze taalverwerkingsmodule een even belangrijke rol speelt bij het leren van een vreemde taal, is stof voor discussie. Waarom geraken anderstaligen in Vlaanderen na jaren Nederlandse les nog steeds moeilijk uit hun woorden? Volgens D’Haens is dit te wijten aan de woordvolgorde van hun moedertaal.

De Nederlandse woordvolgorde is namelijk allesbehalve eenvoudig. Wanneer we ondergeschikte zinnen maken, zetten we de werkwoorden helemaal op het einde, en als er een zinsdeel voor het onderwerp en de persoonsvorm staat, worden die nog eens omgewisseld – daar is deze zin trouwens een mooi voorbeeld van. In English ,the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say. Ook het Frans kent deze variatie aan woordvolgordes niet.

Adriaan D’Haens analyseerde een weloverwogen verzameling van Engelse en Nederlandse teksten, geschreven door Nederlandstaligen en Engelstaligen die respectievelijk Engels en Nederlands als vreemde taal leerden. Uit het onderzoek bleek dat Engelstaligen, zoals verwacht, vooral fouten maakten tegen de Nederlandse woordvolgorde. Nederlandstaligen ondervonden deze problemen niet wanneer zij Engelse zinnen maakten; hun woordvolgorde was foutloos.

Wie een moedertaal heeft met een ‘moeilijke’ woordvolgorde kan dus blijkbaar zonder problemen overschakelen op een makkelijkere variant, maar vice versa levert dat aanzienlijke problemen op. Als Elio Di Rupo in de toekomst “niet steeds kan maken even goede zinnen” mogen we het hem dus niet altijd kwalijk nemen.

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/mysterie-van-de-dag-waarom-is-nederlands-leren-zo-moeilijk/article-normal-9900.html


Noot JC:

1/ De ‘generatieve grammatica’ van Chomsky is door hemzelf lang geleden herwerkt en eigenlijk verlaten. Het zou ook verbazen als die aangeboren talenkennis alleen voor het Engels bestond, toch? Sindsdien duikt het begrip ‘universele grammatica’ op, waarmee bedoeld is dat alle kinderen waar ook ter wereld hetzelfde soort grammatica in de onvolgroeide hersenen hebben. Ook daarop komt veel kritiek. Chomsky zelf houdt zich al jaren bezig met interessantere onderwerpen zoals: hoe zit de wereldpolitiek in elkaar en waar leidt dat toe?
Het neemt niet weg dat er ‘spontane’ hersenmechanismen bestaan bij babies en jonge kinderen, om de taal die ze het meest horen het snelst te leren. Dat valt empirisch vast te stellen. Maar even goed leren ze bijna simultaan ook aandere talen, als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Toch blijft taal een te verwerven goed, het is niet een soort godsgegeven.

2/ Elio’s ‘omkeringen’ mogen we hem ‘niet altijd’ kwalijk nemen. Soms dus wel. Wanneer dan? We moeten toch niet veronderstellen dat hij het ‘soms’ doet om de Vlamingen te irriteren? Dat zou pas taalnonsens zijn.

juli 24, 2015 at 11:14 am Een reactie plaatsen

TABORA, STAD MET DE DRIE NAMEN

Tabora ex-Kaisershof

Tabora ex-Kaisershof

door Lucas Catherine


Tabora, zegt het u iets ? U denkt dat het om de Bijbelse berg Tabor gaat, zoals ik vroeger dacht? Helemaal niet.
En is er bij u ook een Taborastraat, zoals bij mij in Brussel? En is er ook een fritkot? Een wat bizar fritkot, met echte Belgische frieten, uitgebaat door een Iraniër die bij voorkeur klassieke muziek speelt. Tabora, een raadsel uit mijn jeugd dat nu al een tijdje is opgelost.

Sinds de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog weet ik dat het Belgisch-Congolees koloniaal leger daar den Duits heeft verslagen en dat we toen als beloning Ruanda en Burundi kregen. Maar het raadsel was nog niet echtig-techtig volledig opgelost. Tot ik in Tabora belandde.

U gaat op vakantie met booking.com, ik met Burton, Speke, Becker en Stanley. Vandaar Tabora. Want ze zijn er alle vier geweest, hebben er zelfs een paar maand gewoond. Natuurlijk kan je niet met SN Brussels naar Tabora, zelfs niet met Swiss Air. Daarvoor moet je eerst naar Dar es Salaam. Nu is Dar samen met Rabat en Brussel zo wat de enige stad waar ik me thuis voel. Sorry als ik hiermee de Antwerpenaars beledig. Mijn excuus is dat ik daar gewoond heb.

Alhoewel Dar is Dar niet meer. Heel de oude stad is niet alleen omzoomd door wolkenkrabbers, maar ook grotendeels afgebroken. Nog drie huizen uit de tijd van de Zanzibari sultan, die de stad zo’n 150 jaar geleden heeft gesticht, iets meer uit de Duitse tijd en gelukkig toch nog wat Indische art-deco gebouwen uit de jaren 1930. Die sky-scrapers, meestal door Chinese firma’s gebouwd staan grotendeels leeg. Er is daar nogal wat windhandel en foute beleggingen door pensioenfondsen in luchtkastelen. We logeerden natuurlijk in de oude stad. In zo’n hotel afgekoeld door zeewind en met een fan tegen de muggen en de malaria. Safari-inn. Het hotelletje lag vlakbij restaurant New Zahir, waar in de jaren 1960 Malcolm X en Che Guevara (vermomd als Russisch dokter) nog rondhingen. En waar ballingen van het Zuidafrikaanse ANC genoten van de lokale swahili-keuken. Ik weet niet of in ons bed iemand van hen heeft geslapen.

New Zahir

New Zahir

Niet alleen de stad is grondig veranderd, ook de sfeer in de bars. Mijn lievelingsbar is wat ze in Kinshasa een ‘terrace’ noemen. Een openlucht café. ’s Middags komen de bedienden van de omliggende firma’s er eten, en drinken en ’s avonds is het feest. Vijf jaar geleden hoorde je er alleen Afrikaanse muziek, meestal dan nog Congolese, en nu! Witter dan wit: Dolly Parton, Johnny Cash… het meest zwarte dat er te horen viel waren de Pointer Sisters (je weet wel: I want a man with a slow hand, I want a lover with an easy touch, iets wat mijn vrouw soms wel eens neuriet.)

Geef mij dan maar de bars van Tabora.
Reizen moet bij mij een doel hebben. Voor Tabora had ik er twee: grafmonumenten van de Belgisch-Congolese Force Publique en het raadsel van de stad met de drie namen oplossen. Wacht, ik heb het dadelijk over die drie namen.
Eerst in de stad geraken en dan die graven.

Je kan naar Tabora rijden, meer dan 1000 km van de kust en dat over wegen met potholes, tenzij de stukken die de Chinezen hebben gerepareerd, minstens twee dagen. De trein is ook al geen optie, want er vertrekt maar om de drie dagen een trein en die doet er ook al twee dagen over. Dan maar vliegen. Met Precision Air minder dan twee uur. En geen flauwe moppen nu, ik ken dat eens dat je een vliegtuig neemt ten zuiden van de Middellandse Zee dan hebben ze het over Insj’allah Airways en zo. Alles behalve ‘Precision’. Vergeet het. Het vliegtuig vertrok op tijd en kwam tien minuten te vroeg aan. Ik wou dat mijn trein Brussel-Oostende even betrouwbaar was. En, ik voelde mij Kuifje in Afrika. Het was nog een schroefvliegtuig. Waarom begreep ik toen we in Tabora landden. Niet alleen was het gebouw van de luchthaven kleiner dan mijn stamkroeg in Brussel, maar buiten de landingsbaan zelf die in asfalt was, moest het vliegtuig taxiën over grintpistes. Met straalmotoren zou dat nogal wat geven, na iedere landing de piste heraanleggen.

Tab 3

Tabora ligt terug in de tijd: Ons hotel was het vroegere Kaisershof. Door de Duitsers nog voor de Grooten Oorlog gebouwd in de hoop dat de Kaiser himself na de overwinning zijn Afrikaanse bezitting zou komen inspecteren. Omgeven door veel groen, bloemen, bomen, waterpartijen, heel onafrikaans. Dit trekt massaal muggen aan en malaria. Maar goed het gebouw dateert uit de tijd dat malaria werd bestreden met gin tonic en quinina-wijn. Tijdens het diner speelde een orkestje, Congolezen want op hun repertoire stond ook Marina, ja van Rocco Granata. Zeg dan nog dat de Belgische kolonisatie alleen maar kwaad heeft aangericht.

We hadden er afspraak met een lokale historicus. Gelukkig hadden we hem als gids, anders hadden we zeker niet een van de zes begraafplaatsen gevonden. We trokken zelfs tot Mabama, vijftig kilometer westwaarts van Tabora. Onze enige aanduiding was een handgeschetst kaartje uit 1924 met hun ligging langs de weg en spoorweg naar Kigoma. Die spoorweg lag er nog, maar de Chinezen hadden ondertussen wel een nieuwe weg aangelegd.
De monumenten waren in geen staat. De koperen Congosterren die ze als versiering droegen waren al decennia verdwenen, net als de naamplaten.
Dit is wat er rest van het graf van Luitenant Lambert en de onderofficieren Cipont en Enghelborgs.

Tab 4

Het was erg moeilijk te vinden. Je moest enige historische deductie-redenering gebruiken. De Belgische graven lagen langs de oude weg en de spoorweg Tabora-Kigoma. Die volgde de oude karavaanroute van de Zanzibari. En waarvoor waren die Zanzibari bekend? Hun swahili bijnaam is ‘manga’ omdat ze overal langs hun karavaanwegen mangobomen hebben aangeplant. Die gaven niet alleen veel schaduw, maar ook meerdere keer per jaar vruchten. Belgen en Congolezen kennende zouden die wel als ze een graf moesten delven de schaduw aan de voet van een mangoboom verkiezen. En inderdaad ons graf lag onder een eeuwoude mangoboom.

De herdenkingszuilen voor de Congolese soldaten en dragers hebben het iets beter overleefd. Eentje ligt zelfs in een goed onderhouden tuin net buiten Tabora:

Tab 5

Na een succesvolle makabere zoektocht, – terloops ons woord makaber komt net als het swahiliwoord voor begraafplaats, makaburi van het Arabisch makbara – moesten we klinken, met William Maswa Sizya onze gids. En toen kwam de naam Tabora ter sprake.
Als je er de Europese explorateurs op naslaat duiken er drie namen op voor de stad: Chemchem, Kazeh en Tabora .

De Belg Jerome Becker – hij was gouverneur van de eerste Belgische kolonie aan het Tanganyika-meer, Karema – kent er twee van: Chemchem en Kazeh.
De bevolking die er woont zijn de Nyamwezi – bij Europese explorateurs als Burton, Speke of Stanley bekend als Mensen van de Maan. Zij noemen de plek Chemchem, de waterbron. Toen vanuit Ruanda Tutsi veehouders er zich kwamen vestigen, noemden zij, volgens de lokale overlevering, de heuvel waarop ze zich vestigden Kazeh, naar de naam van hun chef. Om de verwarring nog groter te maken: kazeh betekent in het kiNyamwezi ook gewoon koninkrijk. Daar woonde trouwens de sultan van de Nyamwezi.

De verwarring was dus groot, zeker bij Stanley, toch al een kneus als het om topografie ging. Aan hem ‘danken’ we de naam van een van de grote rivieren in Noord-Oost Congo. Iedereen voor hem, de lokale bevolking, de Zanzibari handelaars noemden haar de Ituri. Nu is dat alleen nog zo voor een deel van die stroom. Ze staat vooral bekend als Aruwimi. En dat kwam zo. Stanley arriveerde er, zag twee lokale vissers op de stroom en vroeg hen in het swahili: hoe heet dat hier? Zij verstonden geen swahili en de ene visser bekeek de andere, en sprak: kent die ons? in de lokale taal: Aruwimi? Vandaar.

Ook in Kazeh had hij problemen. Hij vertelt het zelf (in How I found Livingstone). Bij zijn aankomst vraagt hij de Zanzibari gouverneur van het gebied, Said bin Salim: “Waar is Kazeh?”
“Zou ik niet kunnen zeggen.”
“Wat bedoel je. Burton, Speke en later Grant waren er in uw gezelschap! Hebben Burton en Speke niet in Kazeh gelogeerd bij Musa Mzuri (Mooie Mozes)?”
“Jawel, maar Musa woonde in Tabora”.
Het is dus in dit Kazeh dat zich vanaf 1825 Swahili’s van de kust en van Zanzibar vestigden. Dankzij hun Indische financiers in Zanzibar namen zij de ivoorhandel tussen Oost-Congo en Zanzibar over. Zij gingen zich iets later ook in Oost Congo vestigen met als belangrijke centrum Kasongo en stichtten er ondermeer de stad Kisangani.
De stad Tabora werd nu een groot centrum van karavaanhandel. Belangrijkste producten: ivoor en honig. Die honig was trouwens Jerome Becker al opgevallen, net als de massa’s bijen die er voorkwamen. Die honing is nog altijd een specialiteit. Vooral die van heel kleine bijen, nyuki wadogo, zoet maar met een nasmaak van limoen.

honig in de Souk

honig in de Souk

Jaarlijks trokken er zo’n 500.000 karavanen door de stad richting Congo of richting Zanzibar. De Nyamwezi hadden het monopolie op de job van drager. Dit gebeurde dus niet door slaven, zoals de koloniale geschiedschrijving wil, maar door betaalde werkkrachten wier loon meesteeg met de prijs van het ivoor van 8 Maria Theresia Dollar naar MT$ 20 in de jaren 1870. De meeste volwassen mannen in Unyamwezi werden daardoor drager. En al dat volk moest proviand mee nemen op zijn lange tocht. Zo zal de naam Tabora ontstaan. Grote zoete aardappelen werden gekookt, in grote schijven gesneden en dan in de zon gedroogd. Een soort frieten zonder bakken in vet. Die schijven konden maandenlang goed blijven en werden het basisvoedsel van de karavanen. Zo’n schijf heet in de taal van de Nyamwezi, tabora.
Deze Afrikaanse vorm van friet, zonder vet maar zongedroogd zijn stukken gezonder zouden de hipsters en andere leden van de Glutenkerk nu zeggen, werden dus uitgevonden zo rond 1857, jaar waarin voor het eerst een frietkot opduikt in de Belgische pers. Dit van een zeker Fritz uit Verviers, althans volgens Le Courier de Verviers.

juli 18, 2015 at 12:50 pm Een reactie plaatsen

EEN MILJONAIRSTAKS LOST NIETS OP

greed

Tom Ronse

Dit stukje is een reactie op de boekbespreking hieronderLees die dus eerst. Ze gaat over het boek van Peter Mertens (red.), De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen.

 

De “briljante ideeën” van de PVDA en andere linkse sociaal-democraten om de samenleving te veranderen gaan grotendeels over een herverdeling van het nationaal inkomen. Niet alleen zou dat naar een rechtvaardiger samenleving leiden, het zou ook goed zijn voor de economie, door de vraag en dus de groei aan te wakkeren. Dat lijkt logisch. De rijken worden steeds rijker en een groot deel van hun bezit wordt nergens voor gebruikt, terwijl steeds meer mensen moeite hebben om fatsoenlijk te overleven.  Waarom dus niet een deel van hun fortuin gebruiken om iets nuttigs mee te doen en zo tevens ook werkgelegenheid te creëren?

Was het maar zo simpel.

Laat ons uitgaan van het onmiskenbare feit dat we in een kapitalistische wereld leven. Dat houdt in dat er welvaart/rijkdom gecreeerd wordt als dat winst opbrengt en dat dit niet gebeurt als dat niet het geval is. Dus een economie (hetzij een bedrijf of een land) die geen winst oplevert, of minder dan wat investeerders elders kunnen bekomen, gaat kopje onder.  Het kapitaal vlucht ervan weg. Een land kan zich dus niet aan de verplichting ontrekken om kapitaalbezitters een competitieve opbrengst te garanderen.  Een serieuze miljonairstaks zou dus een averechts effect hebben.  Rechts heeft gelijk op dat punt. Sterkere landen kunnen zich een marginale miljonairstaks veroorloven maar dat zou dan ook maar een marginaal effect hebben. Wordt het serieus, dan parkeert het kapitaal zich elders. De oplossing die Thomas Piketty voor dat probleem voorstelt is een globale, internationale miljonairstaks. Maar dat is dan weer utopisch gezien de internationale concurrentie om kapitaal aan te trekken. De trend gaat de andere kant uit: alle landen proberen belastingen en loonkosten te verlagen; de kloof tussen rijk en arm wordt overal groter.

Het voorstel van een miljonairstaks getuigt van verwarring tussen geld en echte rijkdom. Sinds het einde van WW2 is het creeren van nieuw geld het middel bij uitstek om een dalende winstverwachting en dus krisis te bestrijden. Het gevolg was dat het financieel kapitaal veel sneller groeide dan de reële economie, zoals Piketty aantoont.  Als de geldmassa sneller groeit dan de waarde van de goederen en diensten die geproduceerd worden, dan leidt dat tot een ontwaarding van het geld, inflatie die, indien ze niet ingetoomd wordt door hoge rentevoeten, uitmondt in ontwrichtende hyperinflatie. Dat is echter enkel zo als dat geld in circulatie komt, in handen van consumenten.  Dat is wat in de jaren 1970 gebeurde. Maar als dat geld niet circuleert maar rechtstreeks in de koffers van banken en op bankrekeningen van rijken terecht komt, dan wordt het gesteriliseerd. Het doet dan geen goed, zoals links terecht opmerkt, maar ook geen kwaad. Als het plots zou uitgegeven worden zou het fictief karakter ervan aan het licht komen. Nu komt die enkel tot uiting in de groeiende schuldenlast van de reële economie.  De exponentieel groeiende geldcreatie, die sinds de jaren 1980 en vooral sinds 2008 de onderstutting van de waarden van financiele activa rechtstreeks als doel had, is eigenlijk een herverdeling van inkomen ten voordele van de kapitaalbezitters.  We betalen allemaal mee voor de zwellende financiële bubbel.  Wanneer die zal imploderen weet niemand maar het in circulatie brengen van opgepotte fortuinen door inkomensherverdelende maatregelen zou het proces versnellen.

Door massale geldcreatie om de waarde van kapitaal te ondersteunen wordt het probleem naar de toekomst verschoven. En wat kun je daar in feite tegen inbrengen? Aangezien het in onze maatschappij kapitaal is, wat de productiefactoren in gang zet;  aangezien het de drang en noodzaak van kapitaal om te groeien is die werkgelegenheid schept, kan een land niet anders dan het kapitaal zo goed mogelijk te dienen.

Dit is geen pleidooi voor de status quo. Integendeel.  Het is een pleidooi voor realisme, voor erkenning van het feit dat het kapitalisme een logica bezit die zich niet laat hervormen. Dat het kwaad bij de wortels moet worden gevat. Hier en daar wat snoeien helpt niet.

 

juli 12, 2015 at 5:06 am 3 reacties

DE MILJONAIRSTAKS EN ANDER LEUKS VOOR IEDEREEN

MIL 1

door Jef Coeck

Steeds minder Grieken hebben geld, zelfs de banken klagen over een tekort. Enkel nog de ortodoxe kerk en de superrijke reders weten zich (meer dan) te redden – ook al omdat ze geen of heel weinig belastingen betalen. Komt het bij ons ook zo ver? Enkele cijfers.

Het laat zich aanzien dat 2016 wereldwijd een historisch jaar wordt. Met name: het jaar waarin de 1 procent van de volwassen wereldbevolking meer vermogen zal hebben dan de 99 procent anderen. Dat is in de geschiedenis van de homo sapiens, die intussen toch al meer dan 100.000 jaren op de teller heeft staan, nooit gebeurd. Nauwelijks 1 procent van de planeet zal volgend jaaar meer bezitten dan alle andere planeetbewoners samen.

Dat is niet het hele verhaal. Want binnen die 1 procent zijn er nog enorme verschillen. De toplaag van de aller-rijksten wordt gevormd door de UHNWI, de ultra high-net-worth individuals. Kortweg de ULTRA’S, lieden met een persoonlijk vermogen van meer dan 25 miljoen euro. Die elite van ultra’s bestaat uit 200.000 mensen of nauwelijks 0,004 procent van de volwassen wereldbevolking.

Volgens het recente jaarrapport van de vermogensbeheerder UBS telt België nu 870 ultra’s, goed voor naar schatting 84 miljard euro. Dat is een gemiddeld vermogen van 96 miljoen Euro per Belgische ultra. De kern van deze ultra’s bestaat uit nauwelijks tachtig families. Die tachtig families bezitten vandaag evenveel vermogen als de 3,5 miljard armste mensen ter wereld. Dat blijkt uit de ramingen van vermogensbeheer Credit Suisse, volgens de nu wereldbekende expert Piketty.

Moeten miljonairs dan zomaar beroofd worden, alle bezit afgepakt en zijzelf in de gevangenis of op zijn minst aan de klaagmuur? Nee, natuurlijk niet. Dat zou even ondemocratisch en tegen de mensenrechten zijn als de reeds jarenlange verpaupering van pakweg Afrika.

Hoe ziet de miljonairstaks er dan uit? Die taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eerste woning met een waarde tot 500.000 euro. Het is een progressieve belasting, met een maximumaanslagvoet van 3 procent: één procent belasting op het deel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, twee procent op het deel boven 2 miljoen, en drie procent op het deel boven 3 miljoen euro.

De miljonairstaks laat dus alle vermogens lager dan 1 miljoen euro ongemoeid. Bovendien wordt de woning die de ‘kleine’ miljonair betrekt vrijgesteld voor een bedrag van 500.000 euro. Anders gezegd: ook met een miljonairstaks blijft een schijf van 1,5 miljoen onbelast.

Stel dat iemand een vermogen bezit van 3,2 miljoen euro. Dan betaalt hij een miljonairstaks van 31.000 euro, zijnde een belastingvoet van nauwelijks O,97 procent. Hij houdt dan nog steeds ongeschonden zijn 3,169 miljoen euro over die hij naar hartenlust kan beleggen. Of uitdelen aan goede werken. De veelgehoorde bewering dat miljonairs nog ‘slechts’ 999.999 euro van hun kapitaal zouden mogen behouden, is dus klinkklare nonsens.

Op deze manier wordt de (Griekse, Belgische, Vlaamse,…) schatkist bijgevuld en finaal gered. We zullen niet langer moeten schrapen op de bodem om te voldoen aan de vaak onredelijke eisen van internationale bestuurders, bankiers, managers, beursgoeroes. Daarmee zijn het land en de wereld nog niet gered. Want het vergaarde belastinggeld moet zo goed mogelijk worden aangewend, tot baat van de gemeenschap.

Nog meer noodzakelijke ingrepen

Neem de energievoorziening. Daar is een Wende, een revolutie eigenlijk, hoognodig. In sommige steden van Duitsland en Denemarken heeft die al plaatsgevonden. De inwoners gaan de klimaatcrisis te lijf met eigen initiatieven. Ze richten energiecoöperaties en steeds meer staatsbedrijven op. Ze willen de stroomvoorziening weer in eigen handen nemen om een snelle omslag naar een klimaatneutrale toekomst van onderuit mogelijk te maken.

Staatsbedrijven? Dan krimpen oude ratten al in elkaar van afschuw. Dat betekent toch ‘corruptie en favoritisme’? Die is goed. Als corruptie en favoritisme ergens te vinden zijn in de huidige wereld, is het toch bij de internationale instellingen, de ongecontroleerde banken en multinationals, de grondstoffenjagers, de sjoemelaars met voedsel en medicamenten, en een hele boel andere individu’s of groepen? De wapenhandel, om maar iets te noemen.

Wat van openbaar nut is, moet ook openbaar bezit zijn. Niet dat de hele wereld verstaatst moet worden (inclusief controle door de burgercomités), maar een flink deel ervan wel. Gezondheidszorg, onderwijs, voedselcontrole en –bedeling, energie, en nog veel meer.

Ja, dat hebt u goed geraden. Deze ideeën komen voor in een boekje van Peter Mertens samen met een vijftiental andere leden van de studiedienst of mandaathouders van de PVDA+. Communisten? So what? We hebben al onze islamofobie. Nu nog een communistofobie hoeft niet. Wie iets wil leren, leest bij voorkeur over dingen die hij/zij NIET kent.

Lees dit boekje. Het is dun en zeer begrijpelijk geschreven. Met de hand op het hart (ik ben geen communist) : het is de allereerste keer dat ik een geloofwaardige win-winsituatie tegen het lijf ben gelopen. Ik heb het dan met name over de miljonairstaks. Wat winnen de miljonairs er zelf aan, zult u vragen? Zij kunnen genieten van het goed gevoel dat ze hun land- en andere lotgenoten een grote dienst hebben bewezen, c.q. van de ondergang gered. Zonder dat dit moet gebeuren in een sfeer van 19de eeuwse liefdadigheid en Dickensiaanse uitdeling van de kruimels. Sommige Amerikaanse multimiljonairs (Bill Gates?) hebben dat al begrepen. Nu onze eigen ultra’s nog.

*Peter Mertens (red.), De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen, EPO, 160 blz., 15 euro

Grafzerkje voor miljonair (bewoonbaar, niet te huur)

Grafzerkje voor miljonair (bewoonbaar, niet te huur)

juli 10, 2015 at 1:47 pm 4 reacties

SOMMIGEN ZIJN MINDER GELIJK

Mensen met een donkere huid of een “Arabisch” profiel worden in Frankrijk zes tot acht keer méér staande gehouden voor controles dan anderen. Vooral jongeren zijn het slachtoffer van deze ethnische profilering, een praktijk die overigens niet tot Frankrijk beperkt is. Wat dat met die jongeren doet heeft de Amerikaanse sociaal geëngageerde fotograaf Ed Kashi vastgelegd in een serie portretten en getuigenissen van slachtoffers, maar ook van politiemensen en ambtenaren. Onder de titel “Égalité Trahie” worden de foto’s en interviews op verkiezingsborden tentoongesteld op de Place de la République in Parijs. 

“Het gebeurt dat ik drie keer in dezelfde week wordt gecontroleerd,” zegt Omer Mas Capitolin, gemeenteraadslid in Parijs, en één van de initiatiefnemers van de tentoonstelling. “Dan vraag ik me af wat de voorbijgangers denken, of ze denken dat ik een misdaad heb begaan of iets illegaals heb uitgespookt, vooral als het gebeurt in de wijk waar ik werk. Het valt me ook op hoe mensen hun tas aan de andere kant hangen als ik voorbij kom.” Ed Kashi ging na wat de impact is van deze willekeurige identiteitscontroles op leden van minderheden en immigranten en hoe ze omgaan met discriminatie, stigma en uitsluiting.

Nog tot 12 juli. 

Ed Kashi Parijs-39

Ed Kashi Parijs-63

Omer Mas Capitolin, één van de initiatiefnemers: “Het gebeurt dat ik drie keer in dezelfde week word gecontroleerd,”

Ed Kashi Parijs-360

Bij de vernissage van de tentoonstelling op 9 juni

Ed Kashi Parijs-365

Ed Kashi Parijs-69

Vandalisme of politiek protest van extreem rechts

Ed Kashi Parijs-53

Ed Kashi Parijs-95

Ed Kashi Parijs-68

Ed Kashi Parijs-001Ed Kashi Parijs-377

Ed Kashi Parijs-399 Ed Kashi Parijs-409 Ed Kashi Parijs-437 Ed Kashi Parijs-438 Ed Kashi Parijs--2

Ed Kashi Parijs-375

 

 

 

 

 

 

juli 7, 2015 at 7:08 pm 1 reactie

RED DE BRUSSELSE MEDIA

Anne Brumagne

Anne Brumagne

door Walter Zinzen

Brussel deze Week is zonder twijfel één van de weinige kwaliteitskranten in ons land. Complexloos Nederlandstalig met een open vizier voor de vele gemeenschappen die onze hoofdstad rijk is, met aandacht voor cultuur , sport en de jongere lezer, kritisch voor de beleidsmakers waar nodig. Kortom een journalistiek topproduct.

Of dat zo zal blijven is bijzonder twijfelachtig. Want Brussel deze Week behoort sedert enige tijd tot een gemeenschappelijke vzw , samen met TV-Brussel, de nieuwssite brusselnieuws.be en FM Brussel. Deze nieuwe vzw, Vlaams Brusselse Media genoemd, heeft vele bedoelingen maar het bevorderen van goede journalistiek is daar niet bij. In het rumoer dat ontstaan is door de , ijlings ingetrokken , afschaffing van FM Brussel , is onderbelicht gebleven dat de hoofdredacteur van Brussel deze Week , Anne Brumagne ontslagen is. Op brusselnieuws.be werd ze in deze termen uitgewuifd : “Ze is een uitstekende hoofdredacteur, een hoofdredacteur met visie op degelijke journalistiek en met een zeer grote menselijkheid. Anne ging voor journalistieke en maatschappelijke relevantie en niet voor perceptie en de schone ogen van de macht.”

Laten deze kwalificaties nu net de reden zijn geweest voor haar ontslag want journalistieke en maatschappelijke relevantie is wel het laatste wat de bazen van VBM willen. Dat blijkt al uit de samenstelling van de Raad van Bestuur : 12 uitsluitend politiek benoemde leden , van wie slechts 2 met een journalistiek profiel. Alle anderen zijn marketeers of reclamemensen, te beginnen met voorzitter Marc Michils, bekend van de Liga tegen Kanker , maar zonder enige media-ervaring. Dat geldt ook voor de algemeen directeur ,Michel Tubbax, ondertussen alweer ontslagen maar nog altijd werkzaam in het verborgene. Hij werd benoemd op 13 oktober 2014. “Hij heeft, zo staat in het verslag van de Raadsvergadering letterlijk te lezen, uitgesproken ervaring met change, het leiden van een groep, coachen.” Ervaring met media? Met journalistiek? Daar was geen behoefte aan. Wel aan een plan om de Brusselse media op een nieuwe leest te schoeien. Daar moest Jan Callebaut voor zorgen.

Jan Callebaut ! Een man die al tientallen keren heeft bewezen dat journalistiek hem geen lor interesseert. “De eindgebruiker heeft altijd gelijk” beet hij de protesterende redacties toe. Zijn plan maakt integere journalistiek onmogelijk. En dat is ook de bedoeling. In zijn beleidsbrief geeft voogdijminister Gatz de Brusselse media de opdracht te berichten over de Vlaamse Gemeenschap en haar Brusselse Commissie alsmede over de Nederlandstalige verenigingen en organisaties. “Een missie voor een communicatiedienst, geen journalistieke missie” noemde Bart Eeckhout dat – terecht – in De Morgen.
Ondertussen smijten de dames en heren marketeers met overheidsgeld dat het een lieve lust is. De fusie heeft vorig jaar alleen al 180.000 € gekost, daarvan 20.000 voor het rekruteren van de algemeen directeur, die een wedde van om en bij de 7000 € kreeg (krijgt?). De studie van Jan Callebaut kostte 60.000 €. En zo gaat dat maar door. Maar personeelsleden moeten wel afvloeien. Degenen die blijven moeten ‘cross-mediaal’ werken , dat wil zeggen voor vier media tegelijkertijd werken. Verbetering van de kwaliteit ? Neen, verbetering van de “efficiëntie”.

De verantwoordelijke politici , de heren Van Hengel, Smet en Gatz moeten beseffen dat het geld voor de Brusselse media niet hun eigen geld is maar dat van ons allemaal. Die media staan dus niet in hun dienst, maar in die van ons. Ze moeten zonder politieke inmenging kunnen werken. Daarom moet de huidige Raad van Bestuur van partijpolitieke handpoppen verdwijnen en vervangen worden door onafhankelijke competente mensen , moet Anne Brumagne in ere worden hersteld , en moet een heel nieuwe , op kwaliteit en relevante informatie gerichte visie worden ontwikkeld.

Walter Zinzen is gewezen bestuurslid van Brussel deze Week.
http://www.standaard.be/

juni 24, 2015 at 1:51 pm 1 reactie

DE KASSEIEN VAN DE KORENMARKT

SAM_2957; Gujarat, Rajasthan, India; 05/22/2008, INDIA-11398

Een opiniestuk zoals u er in uw krant geen zult lezen.

Tom Ronse

Immobiel zijnde na een operatie, heb ik de laatste weken veel Vlaamse televisie geconsumeerd. Ik heb heel wat knappe documentaires gezien en af en toe ook knappe fictie. De grootste teleurstelling was het Journaal. Ik vond de toon en inhoud vaak gezagsgetrouw, chauvinistisch, navelstarend, schandaalbelust, impliciet racistisch en oppervlakkig. Het is waar dat die adjectieven ook toepasselijk zijn op soortgelijke programma’s in Amerika maar de navel waar men daar naar staart is op zijn minst ietwat groter dan de Vlaamse. Wat er zich buiten het zakdoekje Vlaanderen afspeelt is blijkbaar vaak niet de moeite waard om in het Journaal te rapporteren.

Tenzij er een of andere connectie met Vlaanderen is. Liefst iets dat in de schandaalsfeer kan worden getrokken. Zo komt het onderwerp kinderarbeid en hongerlonen in India in de kijker als blijkt dat de stad Gent -die zich graag een progressief imago aanmeet-  zijn Korenmarkt heeft laten bedekken met kasseien die in dergelijke ellendige omstandigheden werden gemaakt.  Genant voor burgemeester Termont, gniffel gniffel. Het is een lelijke puist waar snel een pleister opgekleefd moet worden. Laat ons eens kijken, wat valt er aan te doen? Strengere controle op de naleving van de wet op kinderarbeid in India.  Europese en Amerikaanse invoerders onder druk zetten om van hun leveranciers in de “derde wereld”  te eisen dat ze zonder kinderarbeid werken en hun personeel fatsoenlijk betalen. Dat was het zo ongeveer, wat de tv- en krantencommentatoren erover te zeggen hadden.

Uit blogpot Donviona

Uit blogpot Donviona

De grondstoffen voor kasseien vind je in zowat alle werelddelen maar ze worden op zeer verschillende manieren geproduceerd. Grofweg zijn er twee methoden. De eerste is kapitaalintensief. Wie ooit een steengroeve bezocht in een hoog ontwikkeld land, zal het opgevallen zijn hoe weinig mensen je er aan het werk ziet. Bijna alles wordt gedaan met grote machines die vaak bestuurd worden door computers. Heel anders is de kasseiproductie in een land als India. Daar krioelt het van het werkvolk, groot en klein, die de stenen met voorhamers en ander lowtech alaam te lijf gaan. Natuurlijk is de productiviteit van zo’n Indisch bedrijf  veel lager. Om te kunnen concurreren met hightech steengroeven moeten de arbeidskosten er dus veel lager zijn.  Kinderarbeid en hongerlonen zijn daarvan het logisch gevolg. Schakel die uit, dan stijgen de productiekosten en daalt dus de winst. Tenzij de prijs van het product stijgt maar dan wordt het minder concurrentieel waardoor zijn markt zal krimpen.  Het kapitaal dat in deze ondernemingen geinvesteerd is, zal dus in beide gevallen gestimuleerd worden om naar elders te versluizen.

Een reportage in The New York Times illustreert het probleem goed. Ze betrof een vrouw in Zambia die lange dagen zwoegde om met een voorhamer rotsen in kleine stukjes te slaan. De keitjes werden gebruikt voor opritten van de villa’s van Zambiaanse rijken. Die rijken konden ook keitjes kopen van bedrijven die machines hadden om rotsen te verpulveren.  Zo’n machine deed in enkele minuten wat de vrouw een hele dag kostte. Geen wonder dus dat die dame nog geen 2 euro per dag verdiende.  Een ‘fatsoenlijk loon’ is dat niet.  Maar als ze een menswaardige vergoeding zou vragen, zou ze voor haar keitjes geen kopers meer vinden.

 Kinderarbeid in Myanmar

Kinderarbeid in Myanmar

Hetzelfde geldt voor de Gentse ‘kinderkopkes’.  Schaf de kinderarbeid daadwerkelijk af, betaal hogere lonen en vele van de steengroeven van Rajasthan die Gent hebben bevoorraad zullen hun werkzaamheden stopzetten. En dat in een streek waar er vrijwel geen alternatieve tewerkstelling is.

Kan Fair Trade een oplossing bieden? “Fair Trade” betekent dat de klanten hogere arbeidskosten absorberen en dus een prijs boven de geldende marktprijs betalen. Gezien de steeds bitsigere prijzenslag op de globale markt kan het dus hoogstens een marginaal fenomeen zijn. Per definitie een uitzondering, nooit de regel. Zeker niet in de huidige crisiscontext.

Kapitaal zoekt altijd op zijn minst de modale winstvoet en als het kan meer. Het heeft geen enkele reden om te blijven waar de winstverwachting ondermaats is.  Dat is ook het probleem in Griekenland. Het bedrijf  ‘Griekenland’ heeft een te lage winstverwachting om kapitaal aan te trekken.  Dus moeten zijn productiekosten verkleinen. Dat betekent meer sociale bezuinigingen en meer belasting. Dat betekent lagere lonen. De regering staat er voor de keuze: ofwel het desastreuze beleid van zijn voorgangers verder zetten ofwel de ‘Grexit’. De laatste mogelijkheid lijkt steeds dichterbij te komen. Beide opties leiden naar een pauperisatie van de reeds zwaar getroffen werkende en werkloze bevolking. De laatste wellicht het snelst.

Het is een ijzeren logica waar geen Syriza tegen opgewassen is: ofwel maak je het kapitaal naar zijn zin ofwel vlucht het weg. Je kunt het niet tegenhouden.  En zonder sta je nergens in een kapitalistische wereld. De crisis-context versnelt de tendens.  Het kapitaal zoekt een veilige haven en Griekenland  is dat niet.

grexit-comic

Zelfs als er geen krisis zou zijn, zouden de vooruitzichten somber zijn voor de kasseihakkers van Rajasthan, voor de Grieken en uiteindelijk voor ons allemaal.  Welke richting gaat de geschiedenis uit? Veel is onvoorspelbaar maar zeker lijkt dat de opmars van de informatie-technologie zal verder gaan. Nog meer dan vandaag zal de automatisering de productiekosten van kasseien en al de rest verlagen. Om concurrentieel te blijven zullen lowtech bedrijven in landen als India  niet anders kunnen dan nog lagere lonen te betalen. Hongerlonen die ouders dwingen hun kinderen te verhuren of te verkopen.  Daar kunnen campagnes tegen kinderarbeid en tegen mensenhandel niet aan verhelpen.

De automatisering (niet alleen van productie maar ook van diensten) impliceert dat ook in de meest ontwikkelde landen meer en meer banen zullen verdwijnen. Maar voorlopig is het vooral de minder concurrentiele rest van de wereld waar vele miljoenen mensen niet winstgevend en dus “overbodig” worden. Een van de gevolgen is dat duizenden aanspoelen op Europa’s kusten. Ze zijn slechts een voorhoede.

Ook daar hebben de politici geen oplossingen voor tenzij krankjorum ideeen zoals het bombarderen van boten waarvan men vermoedt dat ze gebruikt worden door smokkelaars. Alles wat ze voorstellen, of het nu over kinderarbeid gaat of over Griekenland of over bootvluchtelingen of over klimaat-opwarming, zijn pleisters op een houten been. Struisvogels zijn het, met hun kop diep in het zand.

Men heeft geen oplossingen. Evenmin voor de globale economische krisis. In de voorbije jaren is men ze te lijf gegaan met bezuinigingen en met stimulerende maatregelen maar niets kon beletten dat de globale schuldenlast steeds zwaarder werd. De economie is niet winstgevend genoeg om die last te dragen dus moeten de schulden groeien om de ineenstorting naar de toekomst te verschuiven. “Het verleden verslindt de toekomst”, zoals Thomas Piketty opmerkte. De impotentie van die uiteenlopende politieken geeft aan dat het hier niet zozeer gaat over een krisis die het gevolg is van een verkeerd beleid dan wel om een systeemskrisis, zelfs een beschavingskrisis. Fundamentele kenmerken van onze beschaving – hoe en waarom we dingen doen en maken, hoe we omgaan met anderen, onszelf, de natuur, de andere dieren- zijn in konflikt met de krachten die deze beschaving in het leven heeft geroepen. Anders gezegd: productie voor de markt, voor winst, en alles wat ermee samenhangt, wordt steeds minder verzoenbaar met de menselijke drang om te overleven, om zich te ontplooien.

Uit de puinen van dit konflikt zal misschien een nieuwe beschaving verrijzen. Hoe die er uit zal zien, kunnen we nog niet weten. Zoals “Het Zesde Metaal” zingt:

 

“Miskien is’t nog te vroeg,

Miskien is’t nog niet donker genoeg”.

 

 

juni 19, 2015 at 11:44 pm 2 reacties

Oudere berichten


Categorieën

  • Blogroll

  • Feeds


    Volg

    Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

    Doe mee met 824 andere volgers