REVOLUTIE IN ROJAVA? EEN DEBAT

4-rojava

Een echt debat is het nog niet maar hier volgen alvast twee uiteenlopende meningen over wat er in Rojava, of Koerdisch Syrie, aan de gang is. Reacties zijn welkom.

 

titel-1

Door Hugo Durieux

 

Op 27 november vierde de PKK (Partiya Karkerên Kurdistan) haar 38ste verjaardag. Nou ja, vieren? De Koerdische Arbeiderspartij is op dit ogenblik op veel fronten in oorlog. In Syrië en Irak zijn haar troepen (met onder andere het vrouwenleger YJA-Star) verwikkeld in de onoverzichtelijke strijd die er woedt om grondgebied en invloed; in Turkije moet men zich meer dan ooit verdedigen in de oorlog die het regime-Erdogan voert tegen de partij en de Koerden in het algemeen.

Westerse media noemen de PKK nog steeds een terroristische en/of marxistisch-leninistische organisatie (in ieder geval iets wat ze als verwerpelijk beschouwen), maar in de gebieden waar de Koerdische Arbeiderspartij behoorlijk invloed heeft,  bouwt zij al geruime tijd aan een maatschappij die gebaseerd is op ideeën van ‘democratisch confederalisme’ of ‘libertair municipalisme’. Ik was verbaasd toen ik die termen terugvond in reportages over Koerdistan in Le monde diplomatique en ROAR magazine. Wie zou ooit de communistische terreurorganisatie van de besnorde duivel Öcalan in verband brengen met de inzichten van uitgerekend Murray Bookchin – een van de belangrijke theoretici van gedecentraliseerd zelfbeheer en sociale ecologie?

Het is blijkbaar in zijn Turkse gevangenis (waar hij levenslang uitzit) dat Abdullah Öcalan het werk van de oude anarchist Murray Bookchin leerde kennen – uitgerekend in een periode dat deze, op het einde van zijn leven (hij stierf in 2006), begon de hoop op te geven ooit nog zijn idee van sociale ecologie verwezenlijkt te zien. Maar Öcalan, die de onbetwiste leider was/is van de PKK, zag wel wat in een maatschappijvisie die het idee van de natiestaat opgaf, en in ruil zou gaan voor een basisdemocratische, pluriforme en ecologische confederatie van alle volkeren van het Midden Oosten. Na de Koerdische Arbeiderspartij stapten sinds 2005 ook de Syrische PYD (de Koerdische Democratische Unie Partij) en de Iranese  PJAK (Partij voor vrij leven in Koerdistan) in dit internationalistische project.

Tegenover het marxistische concept van klasse, is voor Bookchin hiërarchie het centrale begrip om maatschappijstructuren te doorgronden. ‘Klasse’ is voor hem te economistisch; het begrip verwijst te veel naar het bezit van eigendom en de controle over en de exploitatie van arbeid. Hiërarchie is dan een veel subtieler begrip, beter geschikt om machtsverhoudingen in de samenleving te begrijpen, omdat het ook rekening houdt met biologische factoren als leeftijd, geslacht en verwantschap, of sociale gegevens als etnische achtergrond, nationale afkomst en bureaucratische controle. Hiërarchische verhoudingen zijn de machtsverhoudingen die hij wil uitschakelen.

Het maatschappijmodel dat Bookchin voor ogen staat is dan eerder libertair, niet in de individualistisch-egoïstische zin die men in de Verenigde Staten aan het begrip geeft, maar eerder refererend aan de negentiende-eeuwse Europese anarchisten,  die streefden naar een nieuwe manier om democratisch zowel de productiemiddelen als het gemeengoed (de commons) te beheren. Hij noemt zijn model municipalistisch, omdat burgers zelf, via een systeem van assemblees, de controle uitoefenen over het beheer van publieke zaken. En het is confederalistisch, omdat het solidariteit, samenwerking en wederzijdse hulp nastreeft tussen gemeenschappen. Bookchin’s maatschappijmodel wijkt niet fundamenteel af van de ideeën die Bakunin en andere negentiende-eeuwse anarchisten daarover onderhielden (zie bijvoorbeeld ‘2. Classic anarchism’ in   Subsidiarity, anarchism, and the governance of complexity). In die zin is het dus een heel ander confederalisme dan wat de N-VA voorstaat; dat van Bookchin is gericht op het delen van kennis, kunde en mogelijkheden, eerder dan op egoïsme en het afschermen van de eigen rijkdom.

Bookchin sluit het gebruik van geweld niet uit. Om de sociaalecologische samenleving te kunnen verdedigen zal men desnoods een beroep moeten kunnen doen op volksmilities; voorbeelden vindt hij bij de Machnovsjtsjina oftewel het Zwarte Leger in Oekraïne (1918-1921) of de Catalaanse arbeiders- en boerenmilities uit de burgeroorlog (1937). Ook de Mexicaanse Zapatistas vormen een bron van inspiratie.

Aan het eind van zijn leven was Murray Bookchin te ziek om de evolutie van de PKK actief te volgen, maar zijn weduwe, Janet Biehl, trok wel naar Koerdistan om ter plekke de werking van de gemeentelijke assemblees en hun confederale samenwerking te bestuderen. Zij publiceerde er herhaaldelijk over in boeken en op haar website. Ook het artikel The new PKK: unleashing a social revolution in Kurdistan beschrijft meer in detail de sociale ecologie van Bookchin en de manier waarop zij gestalte krijgt in Koerdistan. Kantons als Djezireh, Kobane of Afrin hebben een federale administratieve structuur opgebouwd, waarbij afgevaardigden van de lokale volksassemblees beslissen over zaken als defensie, gezondheidszorg, onderwijs of sociaal beleid. De volksassemblees zelf regelen autonoom hun landbouw- en energiebeleid vanuit een coöperatief en ecologisch standpunt. Binnen die raden en assemblees wordt ook de niet-Koerdische bevolking betrokken (jezidi’s, alevieten, Armeniërs, Turkmenen, enzovoort). Toch kan ook Janet Biehl niet verhullen dat zich problemen voordoen, zoals klimaatverandering, waarvoor op dit ogenblik basisdemocratisch confederalisme geen antwoord kan bieden. Daarvoor kan men volgens haar op dit ogenblik niet buiten de natiestaten.

kaart-irak-syrie

Carte actuelle de la Syrie et de l’Irak. En jaune dans le nord de la Syrie sont les zones contrôlées par les Kurdes de Syrie, en vert dans le nord de l’Irak sont les zones contrôlées par les Kurdes irakiens (source : Wikimedia Commons).Pour les flamands, la même chose.

Een ding is echter meteen duidelijk: het problematische om binnen een natiestaat als Turkije,  met de formele structuren van representatieve democratie, vormen van directe democratie uit te bouwen. Terwijl Koerdische politieke partijen via het parlement streefden naar meer autonomie voor hun regio’s, werden daar aan de basis alvast structuren van basisdemocratie opgezet. Zo was het althans tot voor kort. Sinds de ‘mislukte coup’ van juli 2016  en de daarop volgende gelukte staatsgreep van Erdogan, is van de Koerdische aanwezigheid in het parlement weinig meer over, en is de oorlog tegen de Koerden weer in alle hevigheid losgebarsten. Ook in Syrië kan de dreiging weer groter worden, als het regime van president Assad er in slaagt weer meer controle over het grondgebied te heroveren. Het blijft overigens de vraag of de Turkse en Syrische regimes ooit  autonome multiculturele niet-hiërarchisch georganiseerde basisdemocratische regio’s zouden aanvaarden op wat zij beschouwen als hun grondgebied.

 

 

Niet echt

Of niet?

titel-2

Door Tom Ronse

 
In de chaos van de oorlog zijn de Koerden er met Amerikaanse hulp in geslaagd om in west-Syrië een eigen proto-staat te organiseren. Eerder al was Amerikaanse steun essentieel in de totstandkoming van een de facto Koerdische staat in noord-Irak. Er is geen politieke eenheid tussen die twee onafhankelijke gebieden. Ze hebben elk hun eigen leiders, ministeries en legers. In het Koerdische gebied in west-Syrië, Rojava genaamd, is de centrale macht in handen van de PYD, de Syrische zijtak van de PKK, de ‘Koerdische Arbeiderspartij’ die haar basis heeft in Turkije.

De grote leider van de PKK, Abdullah Öcalan, zit al jaren in een Turkse gevangenis. Daar las hij boeken van de Amerikaanse anarchist Bookchin. Die inspireerden hem in die mate dat hij prompt een ideologische omslag beval. Zijn volgelingen transformeerden van de ene dag op de andere van leninisten in anarchisten. De ironie van deze massale bekering steekt de ogen uit. Bookchins doel was, zoals Hugo schrijft, “het uitschakelen van hiërarchische verhoudingen”. Maar de invoering van zijn “municipalisme” in Rojava was een op en top hiërarchische operatie. Het gebeurde, omdat Öcalan het wilde. In Rojava kom je zijn portret even vaak tegen als dat van Kim Jong Un in Noord-Korea. Er is geen twijfel wie de baas is. En je zegt maar beter geen kwaad woord over hem, wil je niet in een kerker belanden.

Maar waarom wilde hij het? Wat zag Öcalan in Bookchin?

Daarover kunnen we enkel speculeren. Ik speculeer dit:

1. Om een onafhankelijke staat in stand te houden en uit te breiden terwijl de oorlog in Syrië zijn beloop heeft, heeft de partij een ideologie nodig die de bevolking motiveert om de oorlogsellende te verdragen en de militaire operaties enthousiast en actief te ondersteunen. Als basisdemocratie dat doel ondersteunt, waarom het niet gebruiken? Öcalan is in die zin vergelijkbaar met Mao die met zijn “culturele revolutie” ook basisdemocratie gebruikte voor zijn machtsdoeleinden. In beide gevallen bleek die basisdemocratie best verzoenbaar met een extreme personencultus die toont dat, alle volksvergadereringen ten spijt, de onderliggende maatschappelijke structuur wel degelijk hierarchisch is.

2. De YPG , het leger van de PYD, is een integraal onderdeel van de Amerikaanse militaire strategie in Syrië. Zelfs als Poetin er in slaagt om Assad opnieuw in het zadel te helpen is het hoogst onwaarschijnlijk dat Washington zijn trouwste bondgenoten in Irak en Syrie, de Koerden, in de steek zou laten. Maar het helpt natuurlijk als de Koerden zelf meewerken door zich te ontdoen van ideologische bagage die wantrouwen wekt in Washington. Dus goodbye “kommunisme” en “marxisme-leninisme”, hello “municipalisme”. Dat klinkt veel minder bedreigend.

3. In navolging van Bookchin, zegt Öcalan dat hij “het idee van een natiestaat” heeft opgegeven. In praktijk wordt er wel degelijk een staatsstructuur gebouwd in Rojava maar toch is die uitspraak belangrijk. Ze impliceert dat de PKK de territoriale eenheid van Turkije niet langer in vraag stelt. Het is een verzoenend gebaar naar Ankara. Je kunt het de man niet kwalijk nemen dat hij hoopt om ooit nog vrij te worden gelaten. Natuurlijk is dat niet van aard om Erdogan mild te stemmen. Voor hem zijn de Koerden en vooral de PKK te nuttig als binnenlandse vijand om een akkoord te zoeken.

Soldaten van Rojava

Soldaten van Rojava

In zijn stuk vermeldt Hugo de oorlog nauwelijks. Nochtans zou dat het vertrekpunt van de analyse moeten zijn. Rojava is een landje in oorlog, dat gebied tracht te veroveren. Het is daarvoor afhankelijk van de grotere landen die in de Midden-Oosten oorlogen betrokken zijn, in casu de VS. Zijn strategie moet dus noodzakelijkerwijs in harmonie zijn met die van Washington. In Rojava staat alles in functie van de noden van de oorloginspanning. De ideologie die gehanteerd wordt moet in die context bekeken worden en niet als het product van een openbaring van sint- Öcalan in zijn cel.

Bookchin stierf voor hij het allemaal kon meemaken. Wat zou hij ervan gevonden hebben? Een van zijn uitspraken is mij bijgebleven: “On nationalist soil, no revolution can sprout”. En dat is precies het probleem in Rojava.

En hier.

december 10, 2016 at 6:24 am Plaats een reactie

BIJ DE DOOD VAN FIDEL

44175-004-1aa92245

Fidel Castro is gestorven en de media hebben ons de clichés niet bespaard. Met karrenvrachten werden ze over ons uitgestrooid en ook de gebruikelijke onzin mocht niet ontbreken. Zo kwam de eminente Cubakenner Herman De Croo ons in een extra Terzake kond doen van het historische feit dat hij – Herman – als jonge man in de straten van Mexico voor Fidel werd aangezien en toegejuicht. Die baard weet je wel. De Croo verklapte nog een ander geheim: Castro was een dictator die daar een “ideologie rond breide om dat te camoufleren.”

Ja Fidel werd door de enen aanbeden en door de anderen gehaat en ja hij was een monument van de 20e eeuw die zijn tijdperk heeft overleefd. Castro was een buitenmaatse persoonlijkheid met een bovenmaats ego die dan ook een sterke persoonlijke stempel op de Revolutie heeft gekleefd. Maar hij bleef ontzettend populair zeker bij de generatie die de revolutie heeft meegemaakt. Volgens Marc Frank van Reuters, één van de langst verblijvende buitenlandse journalisten op Cuba, bestaat één derde van de bevolking uit enthousiaste aanhangers van het regime, een kleine minderheid zijn politieke opposanten, de rest is een grijze zone waar mensen meer bezig zijn met de dagelijkse strijd om het bestaan dan met de slogans van La Revolución.

501279

Fidel struikelt (2004)

Tot vóór de Amerikaanse burgeroorlog aan het einde van de 19e eeuw leek het voor velen in de VS een uitgemaakte zaak dat Cuba één van de Amerikaanse staten zou worden. Vooral de slavenhouders in het Zuiden maakten daar een strijdpunt van: Met Cuba in de Unie zou het slavenhoudende Zuiden immers de balans in het voordeel van de slavenstaten doen doorwegen. Het is wellicht aan de bloedige burgeroorlog te danken dat het niet zover is gekomen, wat niet belet dat Cuba tot aan de Revolutie in de praktijk een Amerikaanse kolonie was, de goktent en het bordeel voor de superrijke yankees. Toen Cuba zich met hulp van de Verenigde Staten had losgemaakt van het Spaanse juk kwam het meteen onder een andere heerschappij terecht. Tot 1940 gaf het “Platt Amendment” de Verenigde Staten een vetorecht over belangrijke beslissingen van het Cubaanse parlement en de regering en het recht om militair tussenbeide te komen als dat “nodig mocht blijken.” Tot vandaag blijft op basis van het Platt Amendment de militaire basis van Guantanamo Amerikaans grondgebied.

dsc0093

Geen personencultus voor Fidel, wel voor Ernesto Guevara

Vriend en vijand zullen het erover eens zijn dat Fidel Castro voor Cuba eindelijk de onafhankelijkheid heeft verworven waar het eiland meer dan een eeuw lang voor heeft gestreden en bloed vergoten. Maar voor die onafhankelijkheid hebben de Cubanen een enorme prijs betaald. Het embargo heeft het eiland ei zo na economisch doodgeknepen. Politieke vrijheden en mensenrechten werden geofferd op het altaar van de “Revolutie,” bureaucratie en foute beslissingen deden de rest. Het wegvallen van de “broederhulp” uit de Sovjet-Unie en de “speciale periode” die daarop volgde maakten de economische rampspoed compleet. Zonder de levenslijn van het Chavistische Venezuela kun je je nauwelijks voorstellen hoe het regime zou hebben overleefd. Nu gaat het langzaamaan beter en dat de Cubanen ondanks alles gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen kunnen blijven genieten mag een klein wonder heten. Maar het volk mort. Bijna elke familie op Cuba heeft verwanten in Miami. Cubanen vergelijken hun levensstandaard met die van hun rijke familieleden in Florida, niet met die van het naburige eiland Haïti waar armoede en ellende de ogen uitsteken.

cuba-0410

Openbaar vervoer op Cuba

Toen ik de voorbije twee jaar het eiland van Noord tot Zuid en van Oost tot West doorkruiste kon ik met tientallen mensen praten die aan de kant van de weg stonden te liften. Door het ontbreken van een openbaar vervoer die naam waardig is liften op het eiland een nationale sport. Bijna al mijn gesprekspartners kloegen steen en been over de lage inkomsten en de hoge prijzen. Met een gemiddeld salaris van 20 euro per maand is het lastig overleven, ook al komt niemand om van de honger. Dank zij rantsoenbonnen kan iedereen aan de basisbehoeften voldoen, maar alles wat daarboven uitsteekt : schoenen, kleren, speelgoed, reizen, internet  is een luxe buiten het bereik van wie het met een officieel salarisje moet stellen. Alleen wie op de een of andere manier van het manna van de toerisme-industrie kan genieten kan zich een behoorlijke levensstandaard veroorloven. Het was opvallend hoe openlijk de meeste medereizigers zonder schroom kritiek ten beste gaven op de regering en op het “systeem.” Velen gaven openlijk lucht aan hun heimwee naar vroeger – maar daarmee werd niet de periode vóór de Revolutie bedoeld, wél de jaren vóór de instorting van het “socialistische kamp” en de erbarmelijke levensomstandigheden in de zogenaamde “speciale periode” die daarop volgde.

201_raul_castro_0429

Raúl Castro: de hardliner die hervormer werd.

De hervormingen van Raúl hebben de tweespalt in de Cubaanse maatschappij verdiept. Ook op Cuba neemt de ongelijkheid toe. Eén van de eerste beleidsdaden van Raúl Castro was het ontslag van een half miljoen werknemers uit de publieke sector. Die konden vijf maanden werkloosheidsvergoeding krijgen en moesten daarna maar zien hoe ze zich uit de slag trokken. Een maatregel die meer naar neoliberalisme dan naar communisme ruikt, al konden de ontslagen ambtenaren blijven genieten van gratis onderwijs en gezondheidszorg en konden ze in hun basisbehoeften voorzien dankzij de gesubsidieerde voedselprijzen.

cuba-110

Staatswinkel op het platteland

cuba-4275

Meer markt

Maar de toename van de privésector en de “vrije markt” zorgt voor een tweedeling in de economie en de samenleving. Het dubbele muntsysteem is daar de meest zichtbare manifestatie van. De meeste Cubanen worden betaald in peso of  “Moneda Nacional.” Eén peso is ongeveer 4 eurocent. Het gemiddelde maandloon is 500 peso – 20 euro. Basisproducten worden in peso betaald en zijn voorhanden in de staatswinkels (bonnen voor sommige producten), en op de vrije markt: de boerenmarkten, de verkopers op straat. Al de rest – alles wat wordt ingevoerd – moet betaald worden met de zogenaamde “convertibele peso” of CUC. Eén CUC is ongeveer één euro of 24 pesos in moneda nacional. Buitenlanders betalen praktisch alles in CUC, maar ook Cubanen willen waar het kan aan CUCs geraken. De hele toeristische sector draait om CUCs – vandaar dat een taxichauffeur vele keren het maandloon van een dokter kan verdienen omdat hij in CUC wordt betaald. Wie het moet stellen met het officiële loontje, de “sueldito,” leeft op of onder de armoedegrens. Wie op een of andere manier kan profiteren van de toeristen kan een aardig inkomen verdienen: als gids, taxichauffeur, schoonmaker, prostituee, verhuurder van kamers, het zijn er duizenden. Neem de “jinoteros” en de “jinoteras.” Die laatsten zijn niet noodzakelijk prostituees, maar je vindt ze in toeristische centra op elke hoek van de straat. Ze bieden diensten aan, ze gidsen je door de wirwar van straatjes, brengen je naar een restaurant, naar een hotel of naar een van de als paddenstoelen uit de grond gerezen toeristenverblijven in privéwoningen en krijgen daar een deel van de opbrengst voor.

cuba-2275

Havana, Marina Hemingway

Wie zoals wij met de boot in een Cubaanse marina aankomt krijgt met een resem inspecteurs en ambtenaren te maken. Het begint met de gezondheidsinspectie. De dokter komt aan boord en vraagt meteen of hij misschien een biertje kan krijgen. Als hij vertrekt vraagt hij of hij misschien een biertje kan meenemen voor zijn vrouw. Tussendoor ontspint zich een gemoedelijk gesprek. De dokter is pas terug van Miami waar hij de droeve opdracht had zijn vader te begraven. En dat alles daar zo vreselijk duur is. Zelf heeft hij niet te klagen al moeten veel van zijn collega’s zien rond te komen door bij te klussen als taxichauffeur, automonteur of verkoper van verf en onderhoudsproducten. De ambtenaren van de landbouwinspectie die komen controleren op vervallen etenswaren of verdachte blikken aan boord zijn twee minzame oudere heren. Bij het afscheid vragen ze discreet of ze misschien die paar blikken tonijn mee naar huis mogen nemen.En zo gaat het de hele reis door Cuba door. Heeft Fidel van zijn volk een bedlaarsvolk gemaakt vragen we ons soms af. “Heb je misschien een zeepje? Shampoo? Een balpen voor de kinderen?” De havenkapitein in Cienfuegos polst of we misschien geen oude zonnebril kunnen achterlaten. Als in Marina Hemingway de eindafrekening wordt gepresenteerd komt de aap uit de mooi: “Het is gebruikelijk om bovenop het liggeld een fooi van 10% te geven”– in het zwart uiteraard. Alles met de glimlach en de Cubaanse nonchalance, zonder de minste agressiviteit. Maar het is pijnlijk te zien hoe dit trotse volk zich op die manier verlaagt om te overleven.cuba-0003

Nee, Cuba is niet het paradijs van de “Nieuwe Mens” waar Che Guevara van droomde, noch de hel zoals die in de geesten en de propaganda van de Cubaanse ballingen in Miami’s Little Havana bestaat. Misschien is de beste samenvatting nog die van Irene Aloha Wright, een Amerikaanse historica en journaliste die in 1910 schreef: “Wie langer dan tien jaar op Cuba heeft gewoond laat alle dogma’s en doctrines over dat land achter zich. Het eiland wordt niet voor niets het land van “ondersteboven” genoemd.“

Johan Depoortere

november 29, 2016 at 10:54 am 7 reacties

HONGER IN HET LAND VAN OVERVLOED

thanksgiving

 

Door Jacqueline Goossens

Elke vierde donderdag van november wordt Thanksgiving gevierd in de VS. Het is een uniek-Amerikaanse feestdag waarop arm en rijk god en vaderland danken voor de overvloed die hen in mindere of meerdere mate te buurt valt. Het is het familie-smulfeest bij uitstek. Het middelpunt van een traditionele Thanksgiving-maaltijd is de gevulde kalkoen. Volgens de National Turkey Federation werden dit jaar ruim 46 miljoen kalkoenen verorberd op Thanksgiving. Een met verse ingrediënten goed bereide klassieke Thanksgiving-maaltijd dwingt mijn respect af. De kalkoen kan opgevuld zijn met brood, kastanjes, selder, appels en okkernoten, met worst en appels of met gerookte oesters. Daarbij horen ajuinringen in room, spruitjes (‘Brussels sprouts’ heet dat hier), zoete aardappels, sperziebonen, rode kool en wolkige puree van aardappels, pompoenen, raapjes, pastinaak en knolselder. Steevast zijn er een grote kom veenbessen en warm maisbrood om de saus van de kalkoen mee op te soppen. En om dat alles af te ronden moeten er pecannoten- en pompoenvlaaien met vanille-ijs en grote klodders room zijn. Ouderwetser kan het niet. En groot voordeel van deze hoorn des overvloeds: vegetariers komen volop aan hun trekken.

Hoe meer er op tafel komt hoe meer resten er overblijven. Volgens het USDA (United States Department of Agriculture) belandt jaarlijks 35 procent van het Thanksgiving-kalkoenvlees –ruim 92,5 miljoen kg –  in de vuilnisbak. Voeg daarbij nog de miljoenen tonnen onaangeraakte groenten en fruit. Dat in een land waar 18 procent van de bevolking voedselonzekerheid rapporteert waaronder 5 procent chronisch.

salinas-sla-oogsten

 

Op Thanksgiving verscheen in The New York Times een schrijnend artikel over de tienduizenden landarbeiders die in de Californische Salinas Valley werken op de immense velden waar groenten zoals broccoli, selder, bloemkool, spinazie en sla worden gekweekt. Velen van hen eten zelden van de groenten die ze oogsten. Volksgezondheids-experten in California spreken van een ware crisis van armoede en ondervoeding onder de landarbeiders en hun gezinnen. Meer dan een derde van de kinderen in de Salinas City Elementary School zijn dakloos; diabetes neemt gestadig toe en 85 procent van de arbeiders is zwaarlijvig, omdat goedkoper eten vaak meer calorieen bevat en ongezond is.

91 procent van de arbeiders is in het buitenland geboren, de meerderheid in Mexico. De helft daarvan zijn illegale immigranten die geen ziekteverzekering hebben en vaak wachten om naar een dokter te gaan tot hun symptomen acuut zijn geworden.

Door de combinatie van hoge huren en lage lonen -gemiddeld 10 tot 15 dollar- houden arbeiders vaak niet genoeg over om gezonde voeding te kopen.

Armoede en verwaarlozing bij de landarbeiders zijn niets nieuw, aldus The New York Times: “Een van de beroemdste inwoners van de Salinas Valley, de auteur John Steinbeck schreef in de jaren 1930 over de ‘vreemde houding tegenover een groep die onze landbouw succesvol maakt’. ‘De migranten zijn nodig en ze worden gehaat’, schreef hij, een sentiment dat volgens bewoners hier is heropgeleefd door de verkiezing van Trump als president en zijn beloften om arbeiders zonder papieren het land uit te zetten.”

november 26, 2016 at 3:03 am 3 reacties

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

Het wordt vaste prik: de opiniepeilers die er een potje van maken. Vorige zondag weer: in de voorverkiezingen voor de Franse “Républicains” zet François Fillon de peilers een neus door de kanshebber Juppé te verslaan en Sarkozy met KO uit te schakelen. Wie is die François Fillon? Een “gematigde” als we la Doornaert in De standaard mogen geloven. Freddy De Pauw, jarenlang buitenlandspecialist voor dezelfde krant ziet dat helemaal anders. Hieronder zijn analyse die eerder in De Uitpers verscheen.

Johan Depoortere

FILLON EN DE FRANSE WEDREN NAAR RECHTS

door Freddy De Pauw

nicolas-sarkozy-et-francois-fillon-4_4939147

François Fillon met zijn voormalige baas Nicolas Sarkozy

 

De ‘primaire’ van de Franse rechterzijde heeft één grote verliezer, gewezen president NicolasSarkozy die slechts een vijfde van zijn eigen kamp achter zich kreeg. Dat is op zichzelf reden tot opluchting, ware het niet dat de al even sinistere ex-premier François Fillon nu wellicht de kandidaat van rechts wordt bij de presidentsverkiezingen van mei 2017. Andere grote verliezers: de opiniepeilers wier prognoses mijlenver van de uitslag zaten. En ook een beetje Marine Le Pen van het Front National die aan Fillon een zwaardere concurrent heeft dan ze aan Sarkozy zou hebben gehad.

Primaire

Sarkozy had vorig jaar met enig gemak de strijd om het leiderschap over de rechtse UMP, intussen Les Républicains (LR), gewonnen. Het was een springplank naar de ‘primaire’ die de kandidaat van rechts moest aanwijzen. Grote concurrent was ex-premier Alain Juppé, met op de achtergrond nog vijf andere kandidaten onder wie Fillon, premier tijdens het presidentschap van Sarkozy (2007-2012).

Die ‘primaire’ is uitgedraaid op een wedstrijd om elkaar rechts voorbij te steken. Zelfs Juppé, de ex-premier van president Jacques Chirac die zich opwierp als de grote gematigde verzoener, ging in rechtse versnelling. Sarkozy spitste zijn campagne toe op ‘l’identité’ française, zelfs verwijzend naar de Gallische wortels… en beloofde bij herverkiezing een referendum over immigratie en een over veiligheid. Hij was blijkbaar nog altijd geïnspireerd door zijn vroegere uiterst-rechtse goeroe Patrick Buisson die hem in het Elysée bijstond.

Kwezels

In die wedren naar rechts bleef Juppé wel enig verschil maken, gesteund door de centrumrechtse UDI. Alle peilingen gaven hem gewonnen, tot het derde debat aan de vooravond van de primaire zelf. Ineens sprintte Fillon naar voor, van 12 naar 29% in sommige peilingen. Er kwam 44 % uit de bus waarin 4 miljoen Fransen hun stem uitbrachten.

Fillon kon in die eindsprint rekenen op de mobilisatie van de “cathosphère”, de katholieke integristen die met succes honderdduizenden Fransen op de been hadden gebracht in de Manif pour tous, de massademonstraties tegen het homohuwelijk.

Want ook al werd Sarkozy, als president die moet waken over scheiding tussen kerk en staat, erekanunnik van de basiliek Sint-Jan-in-Lateranen in Rome, toch steekt Fillon hem inzake kwezelarij voorbij. Fillon is in alle opzichten radicaal rechts: in alle mogelijke ethische kwesties zit hij op dezelfde golflengte als Marion Maréchal-Le Pen, de nicht van Marine Le Pen die in kwesties als het homohuwelijk rechts van haar tante staat. Fillon is een ultra-neo-liberaal, al waren alle andere concurrenten – Juppé inbegrepen – dat ook.

Thatcheriaan

Fillon heeft het meest drastische “soberheidsplan”. Hij wil de overheidsuitgaven met 110 miljard euro inkrimpen. Onder meer door flink te snijden in de sociale zekerheid: pensioenleeftijd optrekken tot 65 jaar, knippen in de gezondheidssector, 500.000 openbare ambten opdoeken, de 39-urenwerkweek in de openbare diensten.. Anderzijds wil hij 40 miljard euro minder “lasten” voor de bedrijven en de bedrijfsbelasting verlagen tot 25%. Voeg eraan toe dat hij de nu al beperkte invloed van de vakbonden in de bedrijven wil beknotten, en men weet waarom hij de Franse Thatcher wordt genoemd.

4768082_6_ac6e_alain-juppe-lors-d-une-conference-a-lille_c4d468de6cb8e8caa756c01156865631

Alain Juppé, burgemeester van Bordeaux

Juppé hoopt in de tweede ronde op “een nieuwe verrassing”, maar de kans dat hij Fillon vloert is bijzonder klein. Sarkozy heeft alvast opgeroepen om te stemmen voor Fillon met wie hij nochtans een zeer slechte verhouding heeft maar die politiek dichter bij hem staat. Fillon heeft tijdens de campagne voor de primaire Sarkozy voor de voeten geworpen dat hem enkele rechtszaken boven het hoofd hangen. Libië viel tussendoor ook enkele keren, waarmee “subtiel” werd verwezen naar de beschuldigingen dat wijlen de Libische leider Kadhafi in 2007 Sarkozy’s campagne financierde, wat misschien meespeelde in de hardnekkigheid waarmee Franse diensten Kadhafi in 2011 opjaagden.

Rechtse concurrentie

De kans is dus zeer reëel dat Fillon volgend jaar de arena ingaat als de kandidaat van rechts – of van een deel ervan. François Bayrou, al eerder kandidaat van centrum-rechts, zei eerder dat als Sarkozy kandidaat zou zijn, hij ook zou meedoen – maar Juppé zou hij steunen. Hij heeft niet gedacht aan Fillon, maar daar deze zeker niet minder rechts is dan Sarkozy, zou hij normaal volgend jaar kandidaat zijn.

En dan is er natuurlijk Marine Le Pen voor wie Fillons zege niet zo een goed nieuws is. Haar Front National (FN) en Fillon vissen in dezelfde reactionaire vijvers – vooral bij het publiek achter Manif pour tous scoort Fillon goed, mogelijks beter dan Marine Le Pen die zich op afstand hield van deze Manif.

Stevenen we dan af op een tweede ronde van de presidentsverkiezingen met een match Le Pen-Fillon? Een detail: zowel Fillon als Le Pen willen goede vrienden zijn met Moskou. De rechterzijde van rechts en het FN zijn bewonderars van de Russische president Vladimir Poetin, een man van orde en goede zeden.

We kunnen na de afgang van de peilers beter voorzichtig zijn, kiezers kunnen erg onvoorspelbaar en wispelturig zijn. En er kan nog zoveel gebeuren in de komende zes maanden. Indien het inderdaad dit duel wordt, dan zitten we voor links met een nog triestiger situatie dan in 2002. Toen nam vader Jean-Marie Le Pen het in de tweede ronde op tegen president Jacques Chirac. Veruit de meeste linkse kiezers knepen hun neus dicht en stemden voor Chirac. Maar Chirac is een progressief vergeleken bij Fillon.

Links?

Links in de hele brede zin van het woord heeft een duel Le Pen-Fillon dan wel grotendeels aan zichzelf te wijten. De neoliberale politiek van president Hollande en premier Valls heeft de Franse sociaaldemocratie in een wezenlijke crisis gestort. Wat links ervan staat, is erg verdeeld (zie Uitpers http://www.uitpers.be/index.php/europa/1066-links-zelfvernietigend-op-weg-naar-elysee).

emmanuel-macron-a-contacte-francois-bayrou-et-jean-lassalle-ces-dernieres-semaines

Emmanuel Macron, “noch links, noch rechts”

Intussen is daar de kandidatuur bijgekomen van “noch-links-noch-rechtse” Emmanuel Macron. Terwijl de groenen van EELV in een primaire kopstuk Cécile Duflot wandelen zonden ten gunste van Yannick Jadot die dus als groene kandidaat aantreedt. Naast de andere linkse kandidaten: twee van uiterst-links (Artaud – Lutte Ouvrière – en Poutou –NPA), Jean-Luc Mélenchon van la France insoumise, de nog aan te duiden kandidaat van de PS en misschien ook nog een kandidaat van de communistische PCF. Vanuit de linkse hoek hoeft rechts dus niet veel te vrezen, die schakelt zichzelf uit voor de tweede ronde.

november 22, 2016 at 8:30 pm Plaats een reactie

SINT-DYNASTIE

 

leopold15nov_new

door Lucas Catherine

15 november: dag der dynastie, ingesteld door Leopold II op de dag van zijn patroonheilige.

De Heilige Leopold is onder meer de patroonheilige van de Overspelige Echtgenoten. Op aanwijzing van de Heilige Maagd vond de Heilige Leopold de sluier van zijn vrouw terug in een bos.

Vandaar deze foto van onze Leopold II en zijn bekendste maitresse: Blanche ook bekend als de barones de Vaughan.

november 15, 2016 at 10:02 am 1 reactie

SO LONG, LEONARD

leonardcohen_1234962013

Tom Ronse

Het is alsof ik een vriend heb verloren. Al van de eerste mysterieuze song (in 1967) was ik verslaafd.
 
… And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind…
 
Geen dichter zong beter, geen zanger dichtte beter. Voor de Nobelprijs is het nu te laat maar wat mij betreft verdiende hij er een. Over de jaren heen heeft hij me vaak getroost, betoverd, geinspireerd. Ik heb hem ooit geinterviewd. Hij was heel vriendelijk, zonder ster-allures. Hij nam zijn tijd, legde me uit hoe hij werkte, naar welke muziek hij zelf luisterde (country en klassiek), etc. Ik wou dat interview bij wijze van herdenking hier in het Salon plaatsen maar ik vind het niet meer. Het was in de tijd voor alles online stond. Misschien geeft het niet, er is momenteel geen gebrek aan interviews en andere herinneringen aan Leonard in de media. Bij wijze van herdenking volgen hier enkele flarden uit zijn songs, geillustreerd, de meeste door Mark McEvoy.

cohen-guests

from-so-long-marianne

lcquote

lcquote-2

revcohen-26

rev-cohen-20

dealer

Everybody knows

rev-cohen-2

revcohen23

cohen-bird

1000-kisses-deep

cohen-avalanche

rev-cohen-4

secret-life

revcohen24

cohen-23

 

leonard-cohen

 

november 12, 2016 at 5:58 am 1 reactie

SERIEUS, AMERIKA?

Cartoon door David Rowe

Cartoon door David Rowe

calvin-post-trump

Tom Ronse

Ik zit nog wel met enkele vragen na deze verkiezingen. Zoals: waarom speelt Trump op het einde van zijn meetings altijd “You can’t always get what you want”, ondanks Mick Jaggers verzoek om daarmee op te houden? Is dat ironie of sarcasme? En: is de nieuwe president een psychopaat of is hij een sociopaat?

Net als Brexit toont zijn verkiezing dat de ontevredenheid en angst van een groot deel van de bevolking de laatste jaren enorm is toegenomen.  Daar zijn goede redenen voor: door de onstuitbare opmars van de automatisering en de harde concurrentie op de globale arbeidsmarkt zijn steeds meer mensen onzeker of ze morgen nog een baan zullen hebben, de kloof tussen rijk en arm groeit, de armoede en oorlogen jagen miljoenen op de vlucht, de klimaatrampen worden erger…en het zal er niet op verbeteren. Volgens een recente studie zal de armoede in de VS in de komende jaren fel toenemen.  Zie: http://www.cbsnews.com/news/80-percent-of-us-adults-face-near-poverty-unemployment-survey-finds/2/ 

Je zou denken dat dit een vruchtbare voedingsbodem zou zijn voor links. Maar het is rechts die de verbeelding van de massa verovert. Rechts, vermomd als anti-elitair. Trump noemde zijn campagne “een opstand tegen de elite”.  Dat hijzelf tot de elite behoort is geen bezwaar,  integendeel, zo kent hij “het systeem beter dan wie dan ook”, zoals hij zelf zegt. Belangrijker is wat hij zegt en hoe hij het zegt.  Het straffe aan deze verkiezingen is dat al de gebreken van de winnaar (zijn gebrek aan politieke ervaring, zijn beperkte kennis, zijn lompheid, zijn agressiviteit, zijn hoogmoed, zijn sexisme en racisme, zijn ijskoude relatie met de leiders van zijn eigen partij en ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan) in zijn voordeel werkten. Hij won omdat een niet-politiek correcte anti-politicus voor velen meer vertrouwen inboezemt dan een product van het Washington establishment, gesteund door Wall Street, de vakbonden, de meeste media, etc.

Ook links Amerika steunde Clinton, Bernie Sanders op kop. Grotendeels uit afkeer voor Trump. Toch is het merkwaardig om linksen zoveel enthousiasme aan de dag te zien leggen voor de kandidaat van Wall Street. Sommigen zelfs klakkeloos de propaganda weergalmend dat, in tegenstelling tot wat Trump beweerde, Amerika het nog nooit zo goed had, wat hen nog meer vervreemt van hen die iets anders ervaarden.

collage: Leone Ermer

collage: Leone Ermer

De triomf van Trump zaait paniek ter linkerzijde. “Binnen een jaar is Amerika een smeulende puinhoop”, “het zal geen half jaar duren voor hij een oorlog ontketent” en andere sombere voorspellingen zijn niet uit de lucht.  Even bedaren mag wel.

Trump heeft veel beloofd. Hij gaat de goede jobs, vast werk voor een fatsoenlijk loon, terugbrengen.  Niet alleen in de metropolissen van de East en West Coast, waar de economie relatief goed draait maar ook in het uitgestrekte gebied tussen in, waar de vooruitzichten donkerder zijn.  Hij zal dat doen door de ongedocumenteerde immigranten te deporteren, een muur aan de Mexicaanse grens te bouwen, belangrijke handelsverdragen te schrappen. Een wansmakelijk recept, inderdaad. Maar zal de soep zo heet worden verorberd als ze tijdens zijn campagne werd opgediend?

De president van Amerika is een machtig man maar toch ook niets meer dan een rader in een machine.  De inherente dynamiek van die machine kan hij niet ombuigen. Daarom zullen de globalisering en de automatisering ook onder Trump blijven toenemen. Kapitaal zoekt winst, dat is het grondprincipe.  De middelen daartoe zijn globalisering en automatisering, met alle gevolgen vandien.  Vandaar de nostalgie die Trump hielp winnen. Maar het betekent ook dat Trump niet in staat zal blijken om zijn beloften waar te maken. De goede jobs keren zullen niet terugkeren,  de illegale immigranten, onmisbaar onderdeel van de Amerikaanse economie, zullen blijven, zelfs de muur komt er wellicht niet.

Zijn overwinning werd door sommige linksen zelfs vergeleken met die van Hitler.  Maar Trump is geen Hitler. Zelfs geen Mussolini, al vertoont zijn mimiek wel een gelijkenis. Een betere vergelijking is Andrew Jackson, de Amerikaanse president in de vroege 19de eeuw.  We hadden het eerder over hem HIER.  Net als Trump was hij anti-politiek correct, lomp en agressief. Net als Trump won hij dank zij een ontevreden blanke arbeidersklasse. Net als Trump was hij gul met populistische beloften die hij niet kon noch wou waar maken.

Om de steun van zijn kiezers te behouden had Jackson nood aan een vijand, een mikpunt voor de frustraties.  De slachtoffers van dienst waren de indianen die Jackson massaal liet deporteren.  Nog een vraag waarmee ik zit: wie wordt het mikpunt als de mislukking van zijn beleid voor Trump de nood aan een vijand doet rijzen?

donald-trump-middle-finger-to-the-lord

 

 

 

 

november 10, 2016 at 7:42 am 9 reacties

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.205 andere volgers