ARBEIT STINKT : Ruhrtriënnale

Dinslaken-Lohberg

Dinslaken-Lohberg

door Walter Zinzen & Kris Smet

Over de opening van de Ruhrtriënnale hebben de vaderlandse kwaliteitsmedia uitvoerig bericht. Die opening had immers een hoog “Vlaams” gehalte : het NTG speelde er Accatone – een bewerking van de gelijknamige film van Pasolini uit 1961 — onder regie van zijn Nederlandse directeur Johan Simons, tevens intendant van de Triënnale. Het Collegium Vocale, eveneens uit Gent, bracht onder leiding van Philippe Herreweghe tijdens de voorstelling prachtige religieuze muziek van Bach ten gehore. Dus werden alle registers open getrokken om het gebeuren te loven en te prijzen . Ook het Duitse publiek ging uit de bol voor de kunstenaars uit de Lage Landen. Een minutenlange staande ovatie viel ze ten deel. Veel aandacht van de recensenten ging naar de locatie : een gewezen reusachtige kolensorteerloods, een paar voetbalvelden groot, met een tribune voor 1200 bezoekers, die in de immense loods kleuterachtig klein leek. De vloer is met zand bedekt, de acteurs deden letterlijk heel wat stof opwaaien. Maar waarom precies had Johan Simons deze locatie gekozen? Vanwege het stuk zelf, uiteraard. In Gent wordt Accatone op een industrieel terrein in de haven gespeeld. Pasolini’s film gaat over het subproletariaat in het naoorlogse Rome en Simons vindt dat zo’n thema niet in een klassieke schouwburg thuis hoort. Dat hebben we allemaal kunnen lezen en het is allemaal waar. Er is evenwel veel meer aan de hand , waarover we vrijwel niets vernomen hebben.

Gerard Mortier

Gerard Mortier

Vooreerst : in de Ruhrtriënnale hebben alle activiteiten plaats in verlaten fabrieken of op desolate oude mijnterreinen. “De kathedralen van de industriecultuur” noemde Gerard Mortier ze. Ha, Gerard Mortier ! De man, die de triënnale uit de grond heeft gestampt en er de eerste intendant van was. Door zijn opvolger en goede vriend Simons werd hij geëerd met een huldeconcert in de Gebläsehalle van het Landschaftpark Duisburg-Nord. Maar daarover geen woord in de zelfvoldane media van ons koninkrijk. Mortier was aangesteld door de deelstaatregering van Nordrhein-Westfalen , die besloten had de teloorgang van Duitslands belangrijkste industriegebied om te toveren tot een centrum van kunsten en cultuur. En met succes, nog steeds met dank aan Mortier. Met vele duizenden zakken ze af naar de Ruhr, onze Oosterburen, om er podiumkunsten allerhande te bekijken, maar ook tentoonstellingen en installaties te bezoeken , meestal het werk van hedendaagse kunstenaars en dat allemaal in de vergane glorie van de industriële hoogtijdagen, helemaal in de geest van Mortier. Maar op één plaats had de Triënnale-stamvader nog niets georganiseerd : de kolensorteerloods waar Simons zijn Accatone heeft opgevoerd.

Die hal ligt in een stadje dat Dinslaken heet, op een half uurtje rijden van Essen, aan de rand van het Ruhrgebied. De mijn , waar de mengloods toe behoorde, werd pas tien jaar geleden gesloten. Tegenover de mijn bevond zich wat men hier te lande een “cité” noemde : een kolonie voor de mijnwerkers en hun gezinnen. Ze heet Lohberg en wordt nog steeds bevolkt door ex-mijnwerkers en hun nakomelingen. Die mijnwerkers kwamen van zowat overal in Duitsland maar in de zeventiger jaren ook uit het buitenland : Nederland, voormalig Joegoslavië, Turkije, Korea , Hongarije. Met trots wordt in de programma-brochure van de Ruhrtriënnale herinnerd aan de belangrijke rol die de arbeiders van Dinslaken- Lohberg in 1920 hebben gespeeld in de gewapende strijd tegen de vijanden van de Weimar-republiek. Maar voor die heldendaden staat Dinslaken heden ten dage niet meer bekend. Dinslaken heeft in Duitsland een zelfde slechte naam als Oud-Molenbeek bij ons: Lohberg is een broeiplaats voor salafisten. De wijk leverde op zijn eentje al bijna dertig Syrië-strijders af. De werkloosheid is er torenhoog , de levensomstandigheden precair.

Philippe Herreweghe

Philippe Herreweghe

Maar nu komt Dinslaken dus om heel andere redenen in het nieuws : als openingsplaats van de prestigieuze Ruhrtriënnale . Je zou dus verwachten dat de bevolking opgelucht en trots zou zijn. Niets is minder waar. Zoals in het programmaboekje van Accatone met een grote zin voor understatement wordt opgemerkt : de inwoners van Lohberg hebben geen band met de Ruhr-triënnale , Bach wordt er zelden gehoord, en vele mensen gaan nooit naar het theater. De waarnemend burgemeester van Dinslaken, Eyüp Yildis, sociaal-democraat en zelf geboren in Lohberg , ontbond al zijn duivels in een open brief aan Simons. Lohberg heeft geen behoefte aan hoogcultuur, zo schreef hij, maar aan arbeidsplaatsen en aan kunst die het vacuüm vult , waar nu het salafisme in gedijt. Yildis verduidelijkte zijn standpunt nadien in een gemeenschappelijk interview met Simons in Welt am Sonntag . Het subproletariaat heeft een enorme kracht zei hij in het interview. “De mensen in Lohberg leven in economisch en cultureel erbarmelijke omstandigheden. Men moet ze moed geven, zodat ze hun leven in eigen hand nemen. Het is de wanhoop die Lohberg in haar greep houdt, die de jonge mensen daar vatbaar maakt voor salafisme. Maar als kunst authentiek is en niet naar het burgerlijke applaus hengelt , kan ze de revolutionaire kracht van het subproletariaat doen ontwaken.”

Johan Simons

Johan Simons

Het is alsof Yildis hier Accatone analyseert. Want de film van Pasolini en het stuk van Simons gaan juist over het subproletariaat. Het is een anti-arbeidstuk. Als Accatone op een bepaald moment toch uit werken gaat beschouwt hij zichzelf als een ‘martelaar’. Zo zou ook Aristoteles over werk gedacht hebben : een noodzakelijk kwaad , dat de mens niet gelukkig maakt. Zo werd op een debat voorafgaand aan de voorstelling toch gezegd door een mij verder onbekende filosoof. “Arbeit stinkt” – en adelt dus niet – staat op het schutsblad van de programmabrochure .
Net als Yildis vindt Simons dat kunst een motor van verandering kan zijn. Hij hoopte daarom dat de Lohbergers toch in groten getale naar Accatone zouden komen kijken. Toen ik dat las wist ik het zeker : de geest van Mortier is helemaal terug. Toen hij in 2001 de Ruhrtriënnale opstartte droomde hij ervan de supporters van Schalke 04 – de legendarische voetbalclub uit de Ruhr – in grote drommen naar zijn voorstellingen te lokken. Het is hem niet gelukt. Het zal – zo is te vrezen – ook Simons niet lukken, alle goede bedoelingen ten spijt. Want een beetje Pasolini of Bach zijn , naar het woord van de wakkere interviewster van Welt am Sontag , niet voldoende om van een moedeloze mens een kritische geest te maken die opgewekt naar de toekomst kijkt. Maar Simons is blijkbaar een onvermoeibare optimist. Dat blijkt ook uit het motto dat hij aan zijn triënnale meegaf : “Seid umschlungen” (Omarmt elkander) uit de Ode an die Freude van Schiller . (Beethoven heeft er in zijn gelijknamige symfonie ‘Alle Menschen werden Brüder ‘ van gemaakt) . Een boodschap die in deze tijden van opflakkerend nationalisme en afkeer van al wie vreemd is niet geschikter kon zijn. Maar die toch bij onze vriend Yildis in het verkeerde keelgat schoot. Dat had een uitnodiging aan iedereen moeten zijn, vond hij, ook aan de bewoners van het Ruhrgebied die ver van de elitaire cultuur leven . Maar de Lohbergers voelen zich niet aangesproken , vond hij. Waarop Simons naar het marktplein van Lohberg trok , er een gesprek met bewoners organiseerde en ze uitnodigde om alvast de repetities bij te wonen. Of dat gelukt is weet ik helaas niet.

Ruhr programmaboekje

augustus 25, 2015 at 8:48 am 3 reacties

DE ZWAKTE VAN POETIN

2968

Een week of zo geleden zond Terzake een reportage uit over Tsjetsjenië, de Russische provincie die in een niet zo ver verleden in twee bloedige oorlogen haar onafhankelijkheid probeerde te bevechten. Het pakte anders uit. Vandaag is Tsjetsjenië het privédomein van dictator Ramzan Khadirov, die gedwee aan de leiband van zijn grote meester Poetin loopt. De personencultus ter ere van Khadirov en Poetin neemt in Tsjetsjenië stalinistische proporties aan. Dat zou het zoveelste bewijs kunnen lijken van de onaantastbaarheid van Poetin. Deze omhoog gevallen KGB-ambtenaar lijkt op het toppunt van zijn macht te staan. Hij kan straffeloos de Krim annexeren en oorlog voeren in Oekraïne en in eigen land lijkt hij moeiteloos een diepe economische crisis en een boycot door het Westen te overleven. Toch is niets wat het lijkt, schrijft Amanda Taub op de Amerikaanse blog “Vox.” In werkelijkheid is de korte-termijn sterkte van Poetin op lange termijn zijn zwakte. Hier volgt een samenvatting van haar analyse. De volledige Engelse tekst lees je hier.

In maart van dit jaar verdween de Russische president Vladimir Poetin enkele dagen van het toneel. Dat was genoeg om een geruchtenmolen op gang te brengen: Was Poetin ziek? Was er een staatsgreep gebeurd in het Kremlin? Toen Poetin een paar dagen later wat bleekjes weer in het openbaar verscheen gaf hij geen enkele uitleg en de geruchtenmolen verstomde. Maar de geruchten zelf waren een aanwijzing van de nervositeit onder de heersende elite – ze gaven aan hoezeer het regime – en dus ook de privileges van de elite – afhankelijk zijn van één man en dus kwetsbaar. Poetin poseert met ontbloot bovenlijf, hij annexeert straffeloos de Krim, voert oorlog in het Oosten van Oekraïne en heeft de oppositie in eigen land monddood gemaakt. Poetin lijkt onaantastbaar. In werkelijkheid zijn net het machtsvertoon en het machogedrag van de Russische leider zijn zwakheid op lange termijn.

putin.0

STABILITEIT NU VERBERGT ZWAKTE OP TERMIJN

Gesprekken in Moskou draaien algauw uit op dramatische voorspellingen over op handen zijnde rampen: van economische catastrofe tot burgeroorlog. Dergelijke overspannen dramatiek is niet ongewoon in Rusland maar ze geeft uiting aan een wijdverspreid gevoel van onzekerheid, namelijk dat het regime als los zand aaneen hangt en dat de gevolgen dramatisch zullen zijn als het ineenstort. De tactiek van Poetin verzekert hem van de macht op korte termijn maar creëert ernstige en mogelijk onoplosbare problemen voor Rusland op de langere termijn. Dat heeft tot nu toe gewerkt: de macht van Poetin is onbedreigd. Maar hoe vaker Poetin het machtspel moet spelen hoe ernstiger de toekomstige neveneffecten.

POETINS CRISIS: HIJ ONTDEKT DAT DE MACHT HEM KAN ONTGLIPPEN

In december 2011 trokken duizenden Russen door de straten van Moskou uit onvrede met het regime. De aanleiding voor de “Sneeuwrevolutie” waren de gemanipuleerde parlementsverkiezingen van dat jaar. Maar de betogers protesteerden ook tegen de corruptie, de schijndemocratie en tegen Poetin zelf. Een paar weken eerder werd Poetin – toen premier – uitgejouwd toen hij in de ring trad om een winnende bokser te feliciteren die zijn Amerikaanse rivaal had verslagen. Het boegeroep was dank zij de live uitzending op tv in heel het land te horen. Dat had Poetin nooit eerder meegemaakt, en het kwam net op het moment toen hij na een periode als eerste minister weer president wilde worden. Vier jaar later lijkt het incident totaal onbetekenend. De leiders van de protestbeweging zitten in de gevangenis of zijn naar het buitenland gevlucht. De Russische elite blijft pal achter Poetin staan en wat er nog overbleef van de burgerlijke vrijheden is zo goed als verdwenen. Maar Poetin zelf lijkt begrepen te hebben dat zijn greep op de macht niet absoluut is. Net daarom ziet hij zich verplicht de Russen de duimschroeven verder aan te draaien. “Als ik een beetje toegeef kan Rusland ernstig worden gedestabiliseerd” zou hij aan een voormalige politicus hebben gezegd.putin5.0

WAT ALS ZIJN BONDGENOTEN ZICH TEGEN HEM ZOUDEN KEREN?

In Rusland worden de gebeurtenissen in Oekraïne vorig jaar, druk besproken, met name de protestbeweging op de Maidan die tot het ontslag heeft geleid van de pro-Russische president Viktor Janoekovitsj. Algemeen wordt aangenomen dat Janoekovitisj van het toneel verdween niet zozeer onder druk van de demonstranten maar doordat de heersende elite hem liet vallen. Toen Yanoekovitsj buitensporig geweld tegen de betogers gebruikte zorgde dat voor een scheuring binnen zijn politieke achterban. Zijn bondgenoten in het parlement keerden zich tegen hem en de veiligheidsdiensten kwamen tot de conclusie dat de president niet meer in staat was hun belangen te verdedigen. Voor Poetin is de les dat protestbewegingen wellicht niet in staat zijn het regime te doen vallen maar wel dat ze de heersende elite ertoe kunnen aanzetten zich van hun beschermheer af te wenden. Poetin is voor zijn macht afhankelijk van machtige facties in de veiligheidsdiensten, de zakenwereld en de politieke elite. Zij steunen Poetin niet uit ideologische maar uit pragmatische overwegingen. Als zij voelen dat Poetin de controle verliest of dat hij hun belangen niet langer kan verdedigen zullen ze hem laten vallen net zoals de elites in Oekraïne Janoekovitsj hebben laten vallen. Poetins tekenen van macht – zijn bereidheid om geweld te gebruiken tegen protestbewegingen, zijn militaire avonturen – zijn in werkelijkheid defensieve maatregelen: een wanhopige poging om alles te verhinderen wat het vitale bondgenootschap met de politieke top, de zakenelite en de veiligheidsdiensten in het gedrang zou kunnen brengen. Want als de elites tot de conclusie komen dat Poetin tussen hen en hun belangen staat zullen ze hem verwijderen en streven naar een Poetinregime zonder Poetin.putin2.0

DE OPLOSSING: BUITENLANDSE DREIGINGEN TEGEN BINNENLANDSE ONRUST.

Poetins antwoord op de golf van protest was nationalisme. De grootheid van Rusland en haar plaats in de wereldpikorde was het ordewoord. De banden met de Orthodoxe kerk werden aangehaald. Het lukte wonderwel. Poetin liet hard optreden tegen de “godslastering” toen de meidengroep Pussy Riot een act opvoerden in de kathedraal in Moskou en hij maakte het homoseksuelen en transgenders nóg moeilijker. Zo kon Poetin het sociaal-conservatieve Russen ervan overtuigen dat zij het “echte Rusland” zijn en liberalen en voorvechters van homorechten “fundamenteel on-Russisch.” En zo kon hij ook de “zuivere,” traditionele waarden van de Russen afzetten tegen die van het decadente Westen dat de ondergang van Rusland wil. Hoe meer de Russische economie achteruit ging, hoe harder Poetin op zijn anti-westerse retoriek leunde. De crisis in Oekraïne en Poetins beslissing om de Krim te annexeren deden zijn populariteit als een raket omhoog schieten, ook al kostte hem dat de goede relaties met het Westen die hij in zijn twee eerste ambtstermijnen had opgebouwd en ook al deden de economische sancties pijn. Maar de elites die het hardst door de sancties worden getroffen zijn nerveus. Zij voelen zich bedreigd in hun “stabiliteit.” Hoe harder Poetin dus in de vlucht vooruit zijn heil zoekt en zijn populariteit hoog houdt, hoe riskanter het wordt voor de groep op wie hij het meeste steunt: de elites. En hier zit Poetin met een dilemma: zich terugtrekken uit Oekraïne zou zijn populariteit schaden, maar het hoge aantal slachtoffers en de verslechterende verhouding met het Westen kunnen tot desastreuze spanningen leiden.

HET PROBLEEM KADYROV

Kadyrov.0

Poetin is er tot nu toe in geslaagd de tegenstrijdige belangen van de verschillende sectoren in zijn achterban te verzoenen. Maar de strategieën die hij daarvoor aanwendt beginnen met elkaar in conflict te komen. De achillespees is Tsjetsjenië. Ramzan Kadyrov is de onbetwiste leider van de provincie die een decennium geleden een bittere oorlog voerde tégen Rusland en vóór onafhankelijkheid. Nu loopt Poetins zetbaas Kadyrov gedwee aan de leiband van het Kremlin. Of toch niet helemaal. In april van dit jaar gaf Kadyrov, die een terreurbewind voert tegen al wie het niet met hem eens is, zijn veiligheidsdiensten bevel te schieten op “al wie zonder uw medeweten op uw turf komt.” Kadyrov bedoelde duidelijk leden van de Russische federale politie, militairen en agenten van de FSB, de Russische opvolger van de KGB. Poetins deal met Kadyrov bestaat erin dat die laatste de vrije hand heeft om op zijn manier en met massaal veel roebels uit Moskou “vrede” en “stabiliteit” te waarborgen in ruil voor de garantie dat de separatistische oprispingen in het landsdeel zullen worden onderdrukt. Het is een overeenkomst waarmee de Russische veiligheidsdiensten, die uitgesloten worden van operaties in dat deel van Rusland, het steeds moeilijker hebben. Kadyrov is namelijk met Russische hulp alsmaar rijker en machtiger geworden. Zijn eigen milities, getraind en bewapend door de federale regering krijgen meer militaire steun dan het federale leger en de veiligheidsdiensten lief is. Zolang Kadyrov zijn winstgevende criminele activiteiten tot Tsjetsjenië beperkte werden die met de mantel der liefde bedekt, maar nu hij steeds meer op Russisch terrein opereert dreigt het conflict met de FSB in de openbaarheid los te barsten. De loyauteit van Kadyrov tegenover Poetin staat buiten twijfel. De vraag is of Poetin de belangen van de Russische veiligheidsdiensten en die van Kadyrov in balans kan blijven houden.

WAT NA POETIN?

Wat als Poetin de controle verliest. Veel critici van de Russische sterke man vrezen voor chaos, rellen of zelfs burgeroorlog als zijn regime zou instorten. Poetin zelf schijnt daarop te speculeren. Het Kremlin suggereert wel vaker: “Wij zijn slecht, maar zij die na ons kunnen komen zijn nog slechter.” Op de oppositie moet in geval van het instorten van het Poetinregime niet worden gerekend: ze is verdeeld, politiek zwak en ongeorganiseerd. Poetin is erin geslaagd alle tegenstand te marginaliseren. Hij is de enige die “het systeem” in stand houdt. De mogelijke scenario’s bij een eventueel verdwijnen van Poetin zullen niet lijken op dat van Oekraïne, maar veeleer dat van Libië of Egypte. Ook daar ontbrak het aan een politiek capabele oppositie. Toen de dictators vielen volgden in Egypte jaren van geweld en instabiliteit en uiteindelijk een terugkeer naar de dictatuur. In Libië leidde de val van Khadaffi tot burgeroorlog en chaos. Rusland en de Arabische wereld verschillen in veel opzichten, maar het punt is dat een plotselinge implosie van het regime tot een heel gevaarlijke toestand kan leiden. Denk maar aan de enorme bevolking van Rusland met een machtig militair apparaat en duizenden rechts-extremisten gehard in de strijd in Oekraïne, en niet te vergeten het Russisch kernarsenaal. De ineenstorting van het Poetinregime lijkt niet voor morgen. Maar in Rusland leeft de vrees voor een implosie – misschien een gevolg van de “donkere Rusissche ziel” of een herinnering aan de chaotische jaren 90. Maar als de vrees realiteit zou worden is het niet simpelweg de vraag of Poetin dan naar zijn datsja terugkeert om de rest van zijn levensdagen te slijten. De vraag is of er een catastrofe kan volgen die niet allen Rusland maar de rest van wereld meesleurt.

 

http://www.vox.com/2015/7/8/8845635/putin-is-weak#ooid=M1cW5wdTo0hjJCQUV71cvVzLEUmvd1y5

augustus 22, 2015 at 8:42 am 2 reacties

DE NIEUWE WERKPLAATS

 

Amazon-baas Jeff Bezos

Amazon-baas Jeff Bezos

Tom Ronse

De New York Times publiceerde afgelopen zondag een reportage over de werkomstandigheden bij Amazon.com die al heel wat stof heeft doen opwaaien.  Amazon is op vrij korte tijd uitgegroeid van een bescheiden electronische boekhandel tot de grootste winkelier op aarde, dit jaar Walmart voorbijstekend. Het heeft nu een marktwaarde van 250 miljard dollar.  De stichter en CEO van Amazon, Jeff Bezos, is de vijfde rijkste mens ter wereld. Bezos dankt zijn sukses aan zijn innovatieve toepassing van informatie-technologie  (IT) in de distributiesector. Maar diezelfde IT gebruikt hij ook om zijn personeel op te jagen. Om het tot in de details te controleren en tot hogere productiviteit te dwingen, om de onderlinge concurrentie aan te wakkeren.

De lonen zijn niet slecht bij Amazon. Maar je moet er wat voor over hebben. “Vrijwel elke persoon waarmee ik gewerkt heb, heb ik zien huilen aan zijn bureau”, zo citeert de Times een ex-Amazoniër. Werkweken van 80 uren. Straffen of ontslag voor werknemers (1) die kanker krijgen. Ziekelijke competitie.  Het is een griezelverhaal, fascinerend in zijn details, maar daarvoor moet je de reportage lezen (zie link onderaan). Bezos protesteerde dat hij er zijn Amazon niet in herkent maar de Times is, zoals gewoonlijk, niet over één nacht ijs gegaan. Meer dan honderd mensen werden voor het stuk geinterviewd.

De reportage besteedt weinig aandacht aan de werkomstandigheden in Amazons gigantische magazijnen waar de arbeiders gemonitord worden door gesofistikeerde electronische systemen die meten hoeveel dozen ze per uur verwerken. (Ze vermeldt wel tussen haakjes een schandaal uit 2011, toen arbeiders in een Amazon-magazijn moesten werken in een temperatuur van meer dan 38 graden. Er was geen airco maar er stonden wel ambulances klaar om de arbeiders die bezwijmden weg te voeren.)

Arbeiders kunnen zelden hun werkritme kiezen. Dat wordt opgelegd door de machine. Hoe sneller de lopende band, hoe harder ze moeten werken. Maar de productiviteit van kantoorpersoneel opdrijven is minder  evident.  Maar, zoals een bewonderaarster van de Amazon-ceo het uitdrukte, “Net zoals Jeff Bezos in staat was om voor alle anderen de toekomst van de e-commerce te voorzien, zo was hij in staat om een nieuwe soort werkplaats te voorzien”.

De Times schrijft: “in its offices, Amazon uses a self-reinforcing set of management, data and psychological tools to spur its tens of thousands of white-collar employees to do more and more. (…)To prod employees, Amazon has a powerful lever: more data than any retail operation in history. Its perpetual flow of real-time, ultradetailed metrics allows the company to measure nearly everything”  van wat zijn klanten en personeelsleden verrichten. “Amazon employees are held accountable for a staggering array of metrics, a process that unfolds in what can be anxiety-provoking sessions called business reviews, held weekly or monthly among various teams.”

“Data management”, heet dat. Volgens  Amazon-manager Sean Boyle, is het “ongelooflijk bevrijdend”. Want data zijn ogenschijnlijk objectief, neutraal. Dat elimineert arbitraire beslissingen. Maar ze dienen wel om de werkdruk zoveel mogelijk te verhogen. Om nieuw personeel om te vormen in “Amabots” (een samentrekking van Amazon-robots), wat betekent, “you have become at one with the system”.

Amazon is nu misschien nog een uitzondering maar de opmars van data management lijkt onstuitbaar. In het bedrijf of de dienst waar u werkt wordt het misschien ook al gebruikt. Amazon, schrijft de Times, “has just been quicker in responding to changes that the rest of the work world is now experiencing: data that allow individual performance to be measured continuously, come-and-go relationships between employers and employees, and global competition in which empires rise and fall overnight. Amazon is in the vanguard of where technology wants to take the modern office”.

Amazon is inderdaad emblematisch voor de toekomst die IT in zijn kapitalistische dwangbuis voor ons in petto heeft: steeds meer werkloosheid enerzijds – dank zij IT heeft Amazon al vele duizenden kleinhandels  gekelderd, hele winkelketens uitgeroeid-  en anderzijds steeds intensere arbeid voor hen die werk hebben. Een hel voor iedereen.

Dat is niet de schuld van IT maar van een systeem dat de illusie schept dat een dergelijk absurditeit “normaal” is.  IT opent prachtige mogelijkheden om te leven zonder armoede en met veel vrije tijd. Maar wat ze levert is armoede voor de enen en gebrek aan vrije tijd voor de anderen.  Omdat de concurrentie dwingt om ze in dienst te stellen van de opbrengst van het kapitaal, ongeacht de sociale gevolgen.

——————————————————

Lees de New York Times reportage HIER.

 (1). Ik deel de kritiek van Jan Blommaert op die Orwelliaanse term. Net als vele andere pseudo-neutrale ideologische termen is de lading het omgekeerde van wat de vlag suggereert. De termen ‘werknemers’ en ‘werkgevers’ zouden van lading moeten wisselen. Het zijn de werkenden die werk geven. De eigenaars van hun bedrijf nemen dat werk. Ze betalen er lonen voor maar hun waarde is per definitie kleiner dan die van het geleverde werk. Zo maken de eigenaars winst: door werk te nemen.

augustus 19, 2015 at 6:57 am 1 reactie

Bijltjesdag

Uit De Groene Amsterdammer:

Deze zomer is er iets geknapt in Europa. Het was op mijn Amerikaanse vakantieadres duidelijk te horen. En dan bedoel ik niet het gebroken willetje van Alexis Tsipras. Noch het gebroken ruggengraatje van Syriza.

Ewald500 door Ewald Engelen

12-08-2015

Dan bedoel ik die goudglanzende fata morgana van een verenigd Europa, die eindelijk POEF heeft gezegd.

Europese integratie is altijd een eliteproject geweest. Steile politici van het slag Mansholt en Monnet, Schuman en Spaak beloofden getraumatiseerde kiezers vrede, veiligheid en voorspoed in ruil voor wat minder nationale democratie en wat meer Europese technocratie. Zolang oorlog uitbleef, de Europese verhoudingen verder normaliseerden en werk­gelegenheid en koopkracht groeiden, kraaide geen haan naar wat de Hoge Heren in Brussel uitvraten.

Permissive consensus heet het sinds 1970 in het nieuwe, door Brussel gesubsidieerde en rijkelijk met Jean Monnet-leerstoelen besprenkelde vakgebied dat Europese Studies heet. Of in de woorden van de Duitse politicoloog Fritz Scharpf: veel outputlegitimiteit, weinig inputlegitimiteit. Waarbij wel altijd de twijfel knaagde wat nou precies de bijdrage van Brussel was.

Met het ‘Dictaat van Athene’ van 13 juli is dit impliciete sociale contract eindelijk naar de gallemiezen. Niet voor eurofielen trouwens. Die doen wat gelovigen altijd doen: de ogen sluiten voor onwelgevallige waarheden en dronken van vervoering neerknielen voor het graatmagere kalf dat Euro heet. En evenmin voor eurosceptici zoals ondergetekende. Ik zag slechts mijn eigen gelijk bevestigd en ben erdoor op z’n best nog een tikkie cynischer de Brusselse wereld in gaan blikken dan ik al deed.

Nee, de klap is vooral hard aangekomen bij dat grote contingent van trouwe eurolauwen, dat, wars van ideologie, de schaalvergroting van Euro simpelweg als gegeven en verdere verdieping en verbreding van de Europese Unie simpelweg als noodzaak beschouwde. ‘Mondialisering’, weet u wel. Of ‘opkomend China’. Of anders ‘geopolitiek’ en het ‘Russische kwaad’

Een fors deel van het electoraat heeft het he-le-maal gehad met Brussel

Als de digitale tekenen niet bedriegen heeft een fors deel van het electorale middensegment het he-le-maal gehad met Brussel. Om een potpourri van redenen, dat wel, die niet noodzakelijkerwijs de mijne zijn. Omdat de Grieken niet te vertrouwen zijn, is er een. Omdat het ons nog meer geld gaat kosten, is een andere. Omdat politici ons maar wat op de mouw hebben gespeld, is weer een andere. Omdat het schandelijk is wat de Grieken wordt aangedaan, is een vierde. Omdat dit niets te maken heeft met democratie, is een vijfde. Omdat dit haaks staat op nationale soevereiniteit, is een zesde. Omdat dit de economische beleidsvrijheid versmalt tot een stel armoedige neoliberale dogma’s, is een zevende. Omdat het botst met Europese verdragen, is een achtste. Omdat het haaks staat op de Europese gedachte, is een negende. Omdat het Griekenland er niet bovenop helpt, is een tiende.

En daaronder broeit en gist het ongearticuleerde vermoeden dat al die vroegere beloftes – vrede, veiligheid en voorspoed – door die vermaledijde euro zo langzamerhand in hun tegendeel zijn komen te verkeren. Grieken en Duitsers die elkaar onder verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog voor rotte vis uitmaken. Een onafhankelijke centrale bank die dreigt met financiële instabiliteit om een soevereine staat in het neoliberale gareel te dwingen. En huishoudens die er vijftien jaar na dato achter komen dat ze van die Euro eigenlijk geen spat wijzer zijn geworden, terwijl het grootbedrijf zwemt in de poen.

Ondertussen wordt het dictaat in het Brusselse dolhuis gevierd als demonstratie van eigen daadkracht en als bewijs van de noodzaak van meer integratie (vrijwel iedereen), van meer solidariteit (de debiteuren) en van striktere begrotingsdiscipline (de crediteuren). En buitelen staats­hoofden, ministers en presidenten over elkaar heen met houtskool­schetsen van de Europese heilstaat.

Jeroen Dijsselbloem op 16 juni in zijn sollicitatiebrief voor een tweede termijn als voorzitter van de eurogroep; François Hollande in le JDD op 19 juli in zijn hommage aan Jacques Delors; Wolfgang Schäuble op 25 juli in Der Spiegelmet zijn oproep voor een Europese minister van Financiën; Pier Carlo Padoan op 28 juli in The Financial Times met zijn oproep voor een Europese werkloosheidsregeling; en natuurlijk op 22 juni de vijf Europese presidenten met hun poging het Europese project ‘te voltooien’, waar ik op 24 juni op deze plaats over schreef. En al eerder had Mario Draghi in een speech voor het Europees Parlement gepleit voor meer gedeelde soevereiniteit om de monetaire unie de politieke ruggensteun te geven die zij nodig heeft om te overleven.

Midden jaren negentig hadden we het tobberig over een ‘kloof’ die zou gapen tussen politiek en burger. Twintig jaar later is het een afgronddiep ‘ravijn’ geworden.

Ik verheug me nu al op de verkiezingen. Het ruikt naar bijltjesdag.

augustus 14, 2015 at 12:18 pm Een reactie plaatsen

EEN WANDELAAR DIE GEEN VOETGANGER WIL ZIJN

Miniring

Miniring

door Lucas Catherine

Wat is een stad? Heel veel huizen, veel straten en veel stank van auto’s. Als dat een stad was zou ik er niet willen wonen. Maar een stad is vooral heel veel verhalen. Elke straat die ik neem vanaf mijn voordeur heeft een verhaal en ook elk gebouw. Een stad is dan ook een bibliotheek vol verhalen. Geen dorp kan daar tegen op, ook al staan daar tegenwoordig ook veel huizen, langs veel straten, maar ik geef toe het stinkt er minder naar de uitlaatgassen.
In Brussel hebben we nu een soort dorp, een voetgangerszone langs de centrale lanen waar vroeger de burgerij defileerde. Er is daar nu veel minder lawaai en het stinkt er niet meer naar uitlaatgassen, maar de verhalen zijn gebleven. Toch zijn 21 comité’s tegen. Een bizarre bende: van PvdA’ers tot een miljonair die net een Grieks eiland kocht.

Ook ik ben tegen, niet omwille van die voetgangerszone, maar omdat al die auto’s nu langs onze huizen scheren door straatjes die nog voor paardenkarren waren ontworpen. Dat noemen ze dan ‘de miniring’. Die voetgangerszone heeft het stadsbestuur ondertussen ook al herdoopt tot stadssalon. Andere hebben het dan weer over le Boulevard des Clochards, omdat nogal wat daklozen er nu rustig kunnen slapen en kamperen. En ik ben tegen, ook een beetje omwille van het publiek dat ze door de centrale lanen willen laten defileren. Toeristen. Eigenlijk willen ze een soort Damrak – horesco referens als ik er ieder keer door rijd, op weg naar mijn Amsterdamse dochter – die de Grote Markt met het de Brouckèreplein verbindt. Dat plein zien ze als Time Square. Om van de Beurs nog te zwijgen. Die diende dit jaar als voorgeborchte voor Tomorrowland. En ik heb het niet gehoord, wel gemerkt: gepist in de portieken, ook dit van ons, een losse tegel door de ruit van mijn stamcafé, voor de fun, idem dito iets verder op. Bloemen uitgerukt uit de plantenbakken van de stad, en uit de rozentuin op het terras van het restaurant onder mijn raam. En maar met vlaggen zwaaien, en niet met de populairste: stars & stripes, de Davidster etcetera. Het is voorbij. Het is weer stil.
Ik stap mijn deur uit op het Zaterdagplein – door Marc Didden in De Morgen gepopulariseerd tot Place du Samedi-. Hier heeft ooit Moulay Hassan de Bei van Tunis nog gelogeerd als gast van Keizer Karel en Theodoor Verhaeghen, stichter van de ULB woonde er in zijn jonge jaren en er werd een tijdje de aardappelmarkt gehouden. Ik loop door de Augustijnenstraat. Waar vroeger de Augustijnenkerk stond, afgebroken in 1893 voor de aanleg van de centrale lanen en het de Brouckèreplein. Ze had een mooie voorgevel. Hij werd dan ook bewaard als voorgevel voor de Drievuldigheidskerk in Elsene. Bij mijn weten de eerste vorm van façade-architectuur in Brussel. Geen auto’s meer op de Brouckère, alla we zijn in Brussel, dus eigenlijk concreet: geen auto’s meer aan één kant van het plein. Het is er nu wel stiller. Bijna hoor ik er de liedjes van vroeger:
De Place de Brouckère,
D’as Brussel, Petit Paris.
Brussel g’het main hèt gestolen
Van de Nord tot de Midi

Zongen ze er vroeger in het Brussels en Brel vertaalde dit als:

Place de Brouckère on voyait des vitrines
Avec des hommes des femmes en crinoline
Place de Brouckère on voyait l’omnibus
Avec des femmes des messieurs en gibus.

En sommige Marokaanse vrouwen verhaspelden in de jaren 1970 Brouckère tot Bou Bakr, dat was makkelijker uit te spreken en Abou Bakr kenden ze als schoonvader van de Profeet.

Ik draai mijn memorie vijftig jaar terug. Voor u is dit niet zo makkelijk, daarom deze dubbelfoto:
LC 2 Brouckère2Ver_NEW

Bemerk op de foto onderaan de vele vijfhoeken. Brussel-stad is namelijk de Pentagone, je weet wel zoals Frankrijk de Hexagone is. Brussel Petit Paris, de natte droom van Leopold II, de vader van deze centrale lanen.
Rechtvoor staat wat overblijft van een van de eerste grote en chique hotels, het Grand Hôtel Cosmopolite met zijn Café Continental, nu kantoren van de stad. Op de oude foto links zie je de wegwijzer Pôle Nord. Dat was me wat die Pole Nord ! Bij de opening in de winter van 1893 was het een van de grootste schaatsbanen van Europa en in de zomer werd het een Palais d’Eté met onder meer een Music Hall voor al wie rijk en elegant was. En in 1899 werd er op initiatief van Leopold II het eerste autosalon van Brussel georganiseerd. Het eerste wereldwijd was een jaar daarvoor in Parijs geopend en Leopold had daar zijn eerste auto gekocht, een Panhard-Levassor. Maar dat viel tegen. Niet omdat de auto niet voldeed, maar toen kocht je samen met je auto de chauffeur die tegelijkertijd mecanicien was (garagisten bestonden nog niet) en die van Leopold was een républicain. Zo dus kocht hij daarom een jaar later liever een auto in Brussel.
De Pôle Nord lag parallel met de centrale laan, waar nu Parking 58 huist en achter wat nu een van de lelijkste flatgebouwen van Brussel is, maar toen het Grand Hotel.

LC 3 Grandhotel2_NEW

Naast dit hotel lag een van de eerste visrestaurants, het Parc aux Huitres. Een menu kostte er vier uur werkloon van een geschoold arbeider. Nu zijn er minstens vier kebab-zaken op minder dan veertig meter. De stad wil die nu weg. Ze willen terug naar de tijd van toen. Qua prijzigheid van eten en drinken dan toch.
Het is niet makkelijk lopen in deze voetgangerszone, want fietsers zijn er nog en zij zijn gevaarlijker dan auto’s. Dat zeg ik niet, maar de Franse schrijver Octave Mirabeau: “Zodra een man – ook al is hij nog zo aardig – een fiets bestijgt, wordt hij een paard, met alle grillen, al het hinderlijk gespring, alle dodelijke domheid die daarbij hoort – maar dan veel gevaarlijker. Hij houdt met niets of niemand rekening, zeker geen voetgangers. Hij is heer en meester over de weg. Je ziet hem met zijn handen in zijn zakken en zijn pet achter op zijn hoofd heen en weer slingeren en bochten, spiralen en zigzagbewegingen maken met als enig doel je voor de voeten te rijden.” De tekst is van 1907 en sedert hipsters met bakfietsen terreur zaaien is het nog erger.
Onder deze centrale laan liep vroeger de Zenne. De mythe wil dat die werd overwelfd omwille van hygiëne. Nu brak er in 1866 indertijd wel een grote cholera epidemie in Brussel uit, maar de plannen dateren van twee jaar eerder en de definitieve beslissing viel in oktober 1865.
Hoofdreden was dat Leopold II, en burgemeester Anspach een petit Paris wilden, maar dan zonder Seine of Zenne. Die Zenne diende namelijk als drijfkracht voor de Brusselse industrie die toen nog op stoommachines draaide en de Zenne dus nodig had. Al dat werkvolk moest weg – het werd verdreven naar Molenbeek – en plaats maken voor de burgerij. Duizend honderd huizen werden afgebroken, en ook ateliers en opslagplaatsen.

Brussel, Petit Paris

Het was de droom van Leopold II. Burgemeester Jules Anspach zal hem waar maken.

LC 4 Augustins2_NEW

De lanen zijn letterlijk gekopieerd op die van Haussmann in Parijs. De hoofdlaan vertakt zich aan het de Brouckèreplein en een van die takken loopt naar het Noordstation, exact zoals de as gevormd door de boulevard de Sébastopol en de boulevard de Strasbourg in Parijs doodliep op het Gare de l’Est. De centrale lanen lopen ook evenwijdig met een reeks winkelstraten: Zuidstraat, Kleerkopersstraat, Nieuwstraat. In Parijs zijn die winkelstraten de rue Saint-Denis en de rue Saint-Martin. Niet alleen het tracée is afgekeken van Parijs, ook de bouw van grote huizenblokken met onderaan winkels en daarop vijf verdiepingen appartementen, elk met een balkon. Alleen zijn die blokken in Parijs enkele etages hoger. De Brusselaars noemden Anspach dan ook een Haussmann met te korte beentjes, un Haussmann au petit pied.

Het was dan ook een Parijse aannemer, Jean-Baptiste Mosnier die deze appartementsblokken in Brussel kwam bouwen. Het werden er een zestigtal. Er staan er nog heel wat. De grond kreeg hij gratis van de stad. Hij bouwde ook het al vernoemde Grand Hotel. De burgerij moest worden overgehaald om zich in de benedenstad te komen vestigen, vandaar dat men niet alleen de appartementen bouwt, maar ook hotels en restaurants. De meeste van die restaurants hadden maar effectief succes vanaf 1890. Ze droegen prachtige namen als Parc aux Huitres, Filet de Sole, Grand Hotel, Taverne de Londres, Café Riche.Ze werden allemaal afgebroken, de laatste eind jaren 1970. De appartementsgebouwen hadden weinig of geen succes. De opvolger van burgemeester Anspach, Charles Buls, schrijft hierover in zijn L’Esthétique des Villes: “In tegenstelling tot de Parijzenaars of de Latijnse volkeren houden wij niet van grote woonkazernes die in appartementen zijn opgedeeld en die aan de lanen en straten van Parijs hun uniforme aanblik verlenen.” En inderdaad, de Franse aannemer ging failliet bij gebrek aan kopers, en Buls kan schrijven: “De enorme huizen die een Franse speculant langs onze centrale lanen heeft gebouwd, hebben hem geruïneerd; onze mensen kwamen er maar niet toe er hun intrek te nemen…” Het zal beteren met de uitvaardiging van de wet op het mede-eigendom, die stelt de Brusselaar gerust dat zijn appartement wel degelijk helemaal van hem alleen is
.
Normaal moest Leopold persoonlijk de lanen komen inhuldigen op 30 november 1871. Dat was zonder het werkvolk gerekend. De week voordien leidt de links-liberaal (de Socialistische partij zal pas vijftien jaar later worden gesticht) Jules Bara een grote betoging en komt het tot woelige incidenten. De Brusselse burgerwacht onder leiding van burgemeester Anspach kan de situatie met moeite meester blijven. Op 29 november 1871, de avond voor de festiviteiten, loopt het echt uit de hand: arbeiders en de studenten van de Vrije Universiteit gaan voor het paleis betogen. Zij onthalen de vorst op een fluitconcert, zingen de Marseillaise, roepen Vive la République en A bas le roi de carton. De koning durft ‘s anderendaags zijn paleis niet uit. Officieel omdat het stortregende.

Op het sluitstuk van de grote centrale laan, waar de Boulevard Centrale zich opsplitste in Boulevard de la Senne (Jacquemainlaan) en Boulevard du Nord kwam later de Anspachfontein met een obelisk – namaak weliswaar uit Zweeds graniet. In 1981 werd ze overgeplaatst naar het eindpunt van de Kaaien achter de Vismarkt. Ook de lange centrale laan werd naar Anspach genoemd.
Via de Anspachlaan lopen we naar de Beurs langs gebouwen die ‘modern’ zijn, dit wil zeggen gebouwd door architecten die inspiratie vonden in een doos met lego-blokjes en hier en daar nog restanten van die grote 19de eeuwse architectuur waar Leopold II van droomde.

De Beuzze, La Bourse

Ik moet u iets bekennen. Als kind dacht ik dat het om een groot openbaar toilet ging. Dat heeft niets te maken met de Brusselse uitspraak van de naam voor dit gebouw, maar omdat als ik, aan het handje van mijn vader daar arriveerden wij beiden altijd dringend moesten pissen. We waren immers onze tocht door Brussel begonnen aan het Rogierplein, in Café Bij Jan van Aolst en daar had mijn vader enkele ‘pjeirekes’ gedronken en ik Spontin. Pjeirekes, paardjes was Horse-Ale een Brussels bier van hoge gisting (zoals nu Palm), later overgenomen door Inbev en Spontin was limonade uit de Walen.
Aan de linker- en rechter kant, onder de twee leeuwen die voor de Beurs staan had je de ingang van prachtige openbare toiletten. Links voor de vrouwen, rechts voor de mannen. Vandaar. Die zijn nu weg. Nu pissen ze in Brussel in portieken en tegen gevels.

LC 5 Beurs2_NEW
En na zaan’k meug en goune ‘k noe de Vismet iene drinke.

(de ‘mini-ring’ is een enscènering door het Kunstenfestivaldesarts;
de oude foto’s komen uit het Brusselse Stadsarchief,
de recente zijn van L.C.)

augustus 7, 2015 at 12:07 pm Een reactie plaatsen

STOP DE NONSENS, MINISTERS

ScreenHunter_27 Oct. 11 19.25

“Liegen tot je blauw ziet” was nooit zo letterlijk te nemen als met deze blauwe regering. Alle regeringen liegen, schrijft Jan Blommaert in zijn blog “De Nieuwe Socialist,” maar met deze ploeg loopt het de spuigaten uit. Lees hier waarom:

 Door Jan Blommaert 

Alles heeft zijn grenzen, zelfs mijn tolerantie voor nonsens tijdens de zomermaanden. Nochtans ben ik een groot en levenslang fan van Monty Python en kan ik best tegen een absurde grap. Maar ik zie die grappen liefst komen van professionele grappenmaker, of minstens verdienstelijke amateurs, en ik zie die grappen liefst aangeboden als grappen en niet als feiten die ik zou moeten aannemen. Dat laatste noemen we trouwens best geen “grap”, wel een “leugen”. En wat de Regering-Michel de laatste weken heeft opgedist kan wat dat betreft echt wel tellen. Zodanig zelfs dat het mijn tolerantiedrempel ruim overschrijdt.

Voorafgaandelijk: ik besef dat elke regering liegt over allerhande zaken. Meer nog, ik wil zelfs aannemen dat elke regering moét liegen om op gezette tijden haar ondergang af te wenden, de goedkeuring van belangrijke derden te verkrijgen of de afkeuring ervan te vermijden. Een zittende regering moet trouwens liegen in drie richtingen: één, naar het verleden door haar volk te doen aannemen dat ze de gemaakte verkiezingsbeloften uitvoert; twee, naar de toekomst, want er komen spoedig nieuwe verkiezingen aan; en drie, naar het heden, om ons te doen geloven dat ze alles onder controle heeft en dat elk lid van de regering een uitzonderlijk begaafd, bevlogen en integer persoon is. Ik neem dat aan en ben ter zake wel wat gewoon – van elke regering overigens, ongeacht of ze “links” dan wel “rechts” dragend is. Een regering moét liegen en doet dat dus heel erg vaak.

Maar er zijn grenzen. Een bepaald soort leugens houdt immers ook een veronderstelling in over de doelgroep: dat die dom genoeg is, zo ontstellend dom, dat een bepaald niveau van verdraaiïng wel zal kunnen. En ik verzet me tegen die suggestie van extreme domheid, die deze regering haast dagelijks in haar mededelingen uitdraagt. Ze gelooft blijkbaar echt, en diep, dat het volk dat ze regeert in overweldigende mate ernstige geestelijke tekortkomingen vertoont. Toegegeven: de verkiezingsuitlagen wijzen in die richting, maar overgeneraliseringen zijn altijd uit den boze.

Ik geef twee voorbeelden van hoe men ons als oenen afschildert.

De Regering gaat ervan uit dat we niet kunnen rekenen.

We krijgen allerhande berichten, los van mekaar gelanceerd en afzonderlijk beargumenteerd, die allemaal te maken hebben met ons inkomen. En men lijkt er van uit te gaan dat wij niet kijken naar wat er aan het begin, in het midden en op het einde van de maand op onze bankrekening staat. We hebben dus een indexsprong te slikken gekregen – we gaan dus, simpel samengevat, minder verdienen terwijl onze kosten stijgen – en men poogt ons wijs te maken dat we meer gaan overhouden op het einde van de maand. Dat “meer” is zelfs precies bepaald: 100 Euro per maand. Tot zover het deel van de mededeling dat men luidkeels doet. Vervelende vragen van journalisten worden op een iets zachtere toon beantwoord: die bonus zal er niet zijn niet voor iedereen. En nog stiller: ook niet meteen, wel “tegen het einde van de legislatuur”. En dan, nauwelijks hoorbaar: “maar we weten nog niet precies hoe we dat gaan doen en voor wie we dit zullen toepassen”.

Er is voor dat soort beloftenmakers een leuke Amerikaanse uitdrukking: “snake-oil salesmen”, kwakzalvers die beloven dat de aankoop van hun brouwsels elke aandoening – fysiek en geestelijk – meteen en zonder omhaal zal genezen. “Beloof maar iets”, want de belofte op zichzelf zal mensen je product doen kopen. De controle van die belofte, die maken we allicht toch niet meer mee, we zitten al in een ander stadje dan, waar anderen onze slangenolie zullen kopen.

Los daarvan: we gaan minder verdienen, maar meer overhouden. Fantastisch. Hoe dan? Door een stijging van de electriciteitsrekening met ongeveer een kwart? Verhoging van de waterprijs? Verhoging van de prijs van het openbaar vervoer, de ziekenhuiskosten, het inschrijvingsgeld voor studenten, de lokale voorzieningen zoals zwembaden, bibliotheken, opvangcentra allerhande? Want al die kosten zullen stijgen. En waarom? niet omdat de overheidsschuld versneld wordt afgebouwd – ze stijgt – of omdat de begroting in evenwicht is – ze vertoont aardige deficits. Wél omdat deze regering absoluut “belastingen wil verlagen”. En dat doet ze door facturen te verhogen (laat ons dit nu “pestfacturen” noemen, toch?), terwijl de lonen niet stijgen. Ze verlaagt dus de belastingen door ons te verarmen.

En terwijl ze dat doet denkt ze dat de gewone burgers z’n centen niet telt, niet schrikt van de binnengekomen facturen, en de echte koopkrachtdaling niet ervaart en aanvoelt, en vaak zelfs tot op de cent na becijfert. Ze denkt dus dat die burgers oliedom zijn. En dat, dames en heren Ministers, is héél dom.

De Regering gaat ervan uit dat wij niet begrijpend kunnen lezen

Onze Regering lijkt er ook van uit te gaan dat de berichten die wij lezen niet overdacht worden, aan mekaar worden gekoppeld, en in verband met mekaar in vraag worden gesteld – dat we met andere woorden niet tussen de lijntjes kunnen lezen. Deze competenties vormen nochtans de eindterm “begrijpend lezen” waaraan elke Belg die een normaal scholingstraject heeft gelopen moet voldoen.

We krijgen zo te lezen dat “het aantal werklozen daalt”. En in de daarop volgende paragraaf merken we plots het adjectief “uitkeringsgerechtigde” bij “werklozen”. Het gaat dus niet om werklozen in de zin van “mensen die geen plaats hebben op de arbeidsmarkt”, wel over “mensen die geen uitkering genieten terwijl ze geen plaats hebben op de arbeidsmarkt”. We weten intussen allemaal dat het aantal RVA-schorsingen dramatisch is gestegen, en dat die “daling” in de werkloosheidsstatistieken dus grotendeels een effect is van schorsingen van werklozen, niet van nieuw geschapen arbeidsplaatsen waarin werklozen eindelijk aan de slag kunnen. Als we wat verder lezen, zien we trouwens dat het aantal mensen met een OCMW-leefloon sterk is gestegen. We snappen dus dat die mooie werkloosheidscijfers eigenlijk het resultaat zijn van uitstoting van mensen, die vervolgens in de armoede belanden en dus van de bijstand moeten leven. Mooi resultaat!

Als Kris Peeters dan nog net dié gegevens aanhaalt om te opperen dat dit een zeer gunstig signaal is, en dat “de crisis stilaan achter ons ligt”, dan wordt het echt wel wat te veel. Want het zonet geschetste fenomeen is precies een verdieping van de crisis: mensen die uit een circuit van werkloosheidsuitkeringen vallen en terechtkomen in een ander systeem, deze keer van structurele en vaak langdurige armoede (wie de voorwaarden voor OCMW-steun kent, weet dat die steun wordt voorafgegaan door de liquidatie van alle eigen middelen). De werklozen zijn armen geworden. En dat fenomeen zouden we moeten beschouwen als een gunstig signaal, een signaal van herstel, een signaal dat “de” crisis stilaan ten einde is. Wiens crisis dan wel?

Als ik zoiets lees kan ik me niet ontdoen van de indruk dat degene die dat soort leugens debiteert een hedendaagse uitgave is van Baron von Munchausen, die er daarenboven vanuit gaat dat wij zodanige idioten zijn dat we de krankzinnige logica van dit soort redeneringen niet doorzien. Ook dat is heel erg dom.

Domheid zonder grenzen: men zoekt ze bij ons terwijl ze best bij zichzelf gezocht wordt. We leven al enkele jaren in een cultuur waarin men ons tracht te doen geloven dat onze welvaart verzekerd wordt wanneer we met veel minder mensen veel harder werken aan een veel lager loon, en bovendien veel hogere uitgaven moeten trotseren. Dat de werkloosheid bestreden wordt wanneer we het personeelsbestand van de grootste werkgever – de staat – drastisch verlagen. Dat er op miraculeuze wijze 135.000 nieuwe arbeidsplaatsen in de privé zullen worden geschapen door middel van publiek gefinancierde schenkingen aan bedrijven, die rechtsreeks in winsten worden omgezet, niet in investeringen in banen.

Dat ondernemingen die te lage lonen mogen uitbetalen goed zijn voor de koopkracht. Dat de middenklasse de ene keer begint bij mensen die 1500 Euro per maand verdienen, de andere keer bij mensen die twee miljoen Euro spaargeld hebben liggen. Dat minder pensioen aan minder mensen uitkeren de beste manier is om ons pensioen te verzekeren. Dat de modale Griek erop vooruitgaat wanneer hij/zij 45% minder inkomen verdient. Dat onzekerheid op de arbeidsmarkt de beste manier is om een rijk leven vol “uitdagingen” te leiden.

Dat sociale rechten “privileges” zijn die bovendien “ouderwets” zijn en een kenmerk van “verstarring” zijn. Dat hier residerende superrijken een zegen zijn voor ons land, onze economie en ons statuut in de wereld, en een eerbewijs aan onze bevolking – en dat ze dan ook prompt tot baron moeten worden verheven. Dat de verkoop van lokale bedrijven aan Chinese speculant best gezien wordt als “directe buitenlandse investeringen” en dus een prima zaak voor alle betrokkenen. Dat noodleningen aan een doodzieke en frauduleuze bank “activa” zijn die dus – ooit, ergens – geld zullen opleveren voor de belastingbetaler. Dat een loon betaald wordt, niet in ruil voor een aantal uren gepresteerde arbeid maar in ruil voor een hele persoon en een heel leven. En dat wie het krijgt alle rechten moet opgeven en blij moet zijn dat hij/zij dat loon ontvangt; het is immers een daad van menslievendheid vanwege de werkgever.

En, de grootste nonsens van al, dat het “algemeen belang” gediend wordt door enkel het private belang te dienen van een uiterst kleine elite, die eindeloos wordt geknuffeld en aanhoudend met groot vertoon van voor wijsheid gesleten zelfgenoegzaamheid z’n licht mag laten schijnen op de zaken des werelds.

Dames en Heren Ministers, ik schrijf dit alles niet zonder respect. Ik besef zeer goed dat leugens tot de geijkte politieke instrumenten behoren, en ik respecteer dat feit. U bent maar een professional in Uw vak wanneer U behoorlijk en regelmatig kan liegen. Maar er zijn gradaties in liegen, en die gradaties zijn geen details, want ze gaan uit van een beledigend beeld van zij tegen wie U loopt te liegen. Geef ons dus eens wat gewone leugens. En hou toch op, alsjeblieft, met onzin van dit kaliber. Want ook wij verdienen enig respect. Dank zij datgene wat U voluit aan het afbouwen bent – de welvaartstaat – zijn we allemaal lang naar school kunnen gaan. We hebben daar allemaal leren rekenen en lezen. Doe asjeblief niet alsof we dat nooit hebben geleerd.

Dit stuk is overgenomen uit De Nieuwe Socialist.

juli 31, 2015 at 5:51 pm 2 reacties

WAAROM IS NEDERLANDS LEREN ZO MOEILIJK?

Elio

Knack-Nieuwsbrief denkt het antwoord op deze vraag gevonden te hebben.

Vlamingen kloppen zichzelf graag op de borst wanneer het over talenkennis gaat. Een meerderheid weet zich redelijk uit de slag te trekken in het Frans en ook op Engels wordt doorgaans vlot overgeschakeld. Doen Frans -en anderstaligen dan geen moeite om Nederlands te leren? Adriaan D’Haens, germanist aan de Ugent onderzocht voor zijn scriptie “waarom leren Nederlands is niet gemakkelijk”.

Als mensen talen leren, voltrekken er zich allerhande gecompliceerde processen in hun hersenen. Een bekend Amerikaans taalkundige, Noam Chomsky, bedacht in het midden van de vorige eeuw een theorie die de werking van deze processen verklaarde. Hij ging uit van een taalverwervingsmodule of universele grammatica in de hersenen, een soort ingebouwd systeem dat ervoor zorgt dat mensen makkelijk taal kunnen verwerven.
Door te luisteren naar de taal die om hem/haar heen gesproken wordt kan een Chinese baby dankzij deze module met evenveel gemak Chinees leren als een Vlaamse baby Nederlands.

Woordvolgorde

Of deze taalverwerkingsmodule een even belangrijke rol speelt bij het leren van een vreemde taal, is stof voor discussie. Waarom geraken anderstaligen in Vlaanderen na jaren Nederlandse les nog steeds moeilijk uit hun woorden? Volgens D’Haens is dit te wijten aan de woordvolgorde van hun moedertaal.

De Nederlandse woordvolgorde is namelijk allesbehalve eenvoudig. Wanneer we ondergeschikte zinnen maken, zetten we de werkwoorden helemaal op het einde, en als er een zinsdeel voor het onderwerp en de persoonsvorm staat, worden die nog eens omgewisseld – daar is deze zin trouwens een mooi voorbeeld van. In English ,the subject and the verb stay in the same position, no matter what you do or what you say. Ook het Frans kent deze variatie aan woordvolgordes niet.

Adriaan D’Haens analyseerde een weloverwogen verzameling van Engelse en Nederlandse teksten, geschreven door Nederlandstaligen en Engelstaligen die respectievelijk Engels en Nederlands als vreemde taal leerden. Uit het onderzoek bleek dat Engelstaligen, zoals verwacht, vooral fouten maakten tegen de Nederlandse woordvolgorde. Nederlandstaligen ondervonden deze problemen niet wanneer zij Engelse zinnen maakten; hun woordvolgorde was foutloos.

Wie een moedertaal heeft met een ‘moeilijke’ woordvolgorde kan dus blijkbaar zonder problemen overschakelen op een makkelijkere variant, maar vice versa levert dat aanzienlijke problemen op. Als Elio Di Rupo in de toekomst “niet steeds kan maken even goede zinnen” mogen we het hem dus niet altijd kwalijk nemen.

http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/mysterie-van-de-dag-waarom-is-nederlands-leren-zo-moeilijk/article-normal-9900.html


Noot JC:

1/ De ‘generatieve grammatica’ van Chomsky is door hemzelf lang geleden herwerkt en eigenlijk verlaten. Het zou ook verbazen als die aangeboren talenkennis alleen voor het Engels bestond, toch? Sindsdien duikt het begrip ‘universele grammatica’ op, waarmee bedoeld is dat alle kinderen waar ook ter wereld hetzelfde soort grammatica in de onvolgroeide hersenen hebben. Ook daarop komt veel kritiek. Chomsky zelf houdt zich al jaren bezig met interessantere onderwerpen zoals: hoe zit de wereldpolitiek in elkaar en waar leidt dat toe?
Het neemt niet weg dat er ‘spontane’ hersenmechanismen bestaan bij babies en jonge kinderen, om de taal die ze het meest horen het snelst te leren. Dat valt empirisch vast te stellen. Maar even goed leren ze bijna simultaan ook aandere talen, als de omstandigheden daarvoor gunstig zijn. Toch blijft taal een te verwerven goed, het is niet een soort godsgegeven.

2/ Elio’s ‘omkeringen’ mogen we hem ‘niet altijd’ kwalijk nemen. Soms dus wel. Wanneer dan? We moeten toch niet veronderstellen dat hij het ‘soms’ doet om de Vlamingen te irriteren? Dat zou pas taalnonsens zijn.

juli 24, 2015 at 11:14 am Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Categorieën

  • Blogroll

  • Feeds


    Volg

    Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

    Doe mee met 914 andere volgers