Author Archive

ALLEMAN MOO LEIVE, WIT EN ZWET. KARABOUGIA !

 Door Lucas Catherine

Op 11 november  worden de oudstrijders uit WO I herdacht. Dit is het verhaal van één van de Kongolezen die vochten aan de Ijzer: Simon Lisasi, alias Johny, de man die de Karabougia uitvond.

Herdenking van de Kongolese oudstrijders in Schaarbeek

Nadat België officieel Kongo van Leopold II had overgenomen waren de Kongolezen niet langer onderdaan van de Kongo Vrijstaat maar werden ze Belgisch onderdaan. Vanaf 1909-1910 arriveerden dan ook enkele tientallen Kongolezen in Brussel. Het waren ex-matrozen die gediend hadden op Kongoboten, boys die tijdens de vakantie van de koloniale familie waarvoor ze werkten waren gaan lopen, of ontslagen waren. Ze vestigden zich vooral in de wijk rond de Beurs en op de Vlaamse Steenweg.

Op het nummer 14 van die steenweg, op zo’n vijf huizen van de Kathelijnemarkt ontstond zelfs een soort opvangs- of doorgangs huis. Officieel woonden er François Usekebambola en Antoine Boïmbo, maar er passeerden tientallen Kongolezen die er een tijdje hun intrek namen. Eén van de Kongolezen die er verbleven was Simon Lisasi, bijgenaamd Jo(h)ny. Hij raakte verliefd op een Brussellès, Hermine Van Welde en ze wilden trouwen. Maar dit kon niet want zijn papieren waren niet in orde.

Hij leerde er ook bakker Vos kennen die iets verder op de Vlaamse steenweg woonde, op nr 146. Die fabriceerde guimauves (schuimpjes in het Nederlands) en ook wat men in het Brussels maskesvlies of nonnenbillen noemt. Simon bracht hem op het idee om de brokjes die achterbleven te hergebruiken door ze samen tot een harde, zwarte suikerplaat te bakken die gearomatiseerd werd met anijs. Die werd daarna met een hamer in brokjes geslagen. Het kreeg een swahili-naam karabougia (van kara : brok en bugia : snoep).

Karabougia

Eerst werd het verkocht op de nabijgelegen Kathelijnemarkt. Simon, zeg maar Johny, deed dat heel spectaculair. In de zomer met enkel een strooien rokje en een halsketting van schelpen en hij danste en hij prees zijn waar niet alleen in het Frans aan, maar ook in het Brussels, geleerd van zijn Hermine : Karabougia, Karabougia ! Bolle vi de valling ! Bolle vi den oest. Alleman moo leive, wit en zwet. Karabougia !

Als het kouder werd stak hij zich in kostuum en droeg een bolhoed. Een marktkramer moet opvallen. Hij werkte voor zijn brood ook als mecanicien. Lisasi kreeg veel navolging en na een tijdje werkten er tientallen Kongolese karabougiaverkopers voor Simon Lisasi in opdracht van bakker Vos.

Karabougiaverkoper

Het werd een erg populaire zoetigheid die in Brusselse cafés zal worden verkocht tot in de jaren zestig. Dat iedereen het kende mag ook blijken uit het Kuifjesalbum De Krab met de Gulden Scharen, daarin speelt de boot van kapitein Haddock een hoofdrol en die boot heet, jawel, Karaboudjan. Het werd trouwens ook door Kongolezen verkocht op de markten van de dorpen en de streek rond Brussel.

Toen de oorlog uitbrak werd Simon Lisasi, net als 32 andere Kongolezen oorlogsvrijwilliger. Hij diende ondermeer in het 9de Linie waarmee hij vocht rond Nieuwpoort . Hij vocht ook bij Lombardzijde waar hij gewond raakte en in het militair hospitaal belandde. Daarna werd hij doorverwezen naar het hospitaal in Calais. Het bleek dat zijn longen aangetast waren door de Duitse gasaanvallen.

Gifgasaanval

Na de oorlog keerde hij naar Brussel terug maar zijn oud appartement was nu door anderen bewoond en al zijn bezittingen waren verdwenen. In 1919 was hij één van de medestichters van de eerste vereniging van Kongolezen in België, L’Union Congolaise. Hij trouwde met Hermine en ze vestigden zich in de Spoormakersstraat (bij de Beurs), later in Schaarbeek, waar hij werkte als mecanicien. Hij zal er in 1929  sterven, als gevolg van zijn oorlogsverwondingen.

 

November 11, 2019 at 9:39 am 3 comments

Waarom N-VA zo vijandig staat tegenover de klimaatbeweging

Door Jan De Zuttter
Kersvers minister voor Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), gaat strenger optreden tegen klimaatspijbelaars. Tegen alle spijbelaars, maar tegen klimaatspijbelaars een beetje meer. Want spijbelen is als door een rood licht rijden; dat mag niet. Mocht dit een geïsoleerde uitspraak zijn van een overspannen excellentie, we zouden wellicht onze schouders ophalen. Dat is het helaas niet, het past in een zorgwekkende evolutie waarin klimaatbeleid in het vizier is gekomen van rechts-populisten en nationalisten die er een electoraal wingewest in zien.

HET PRIMAAT VAN DE PATRIARCH

Voor de goede orde, N-VA behoort niet tot de Europese hard core populisten; Cas Mudde noemt ze eerder een burgerlijk conservatieve partij die zo nu en dan ‘in het populistisch verweer gaat’. De uitspraak van Ben Weyts zou je als populistisch verweer kunnen beschouwen. Ze appelleert aan het conservatieve waardenkader van burgers die opgevoed werden in wat George Lakoff het ‘strikte vadermodel’ noemt, waarbij vader de regels bepaalt, absolute autoriteit heeft en kinderen die de regels overtreden, gestraft worden. Kinderen horen achter de schoolbanken te zitten en als ze dat niet doen – wat ook de reden is – moeten ze gestraft worden.

Dat waardenkader heeft het bijzonder moeilijk met pluralisme dat het gezag uitdaagt. Dat verklaart onder meer ook de voortdurende roep in N-VA-middens om het primaat van de politiek te herstellen, in Lakoffs woorden: het primaat van de patriarch. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. De afgelopen jaren verschenen er talrijke rapporten van middenveldorganisaties en zelfs van het EU Agentschap voor Fundamentele Rechten om het zogenaamde fenomeen van de shrinking space aan te klagen, het doelbewust inkrimpen van de bewegingsruimte van het burgerlijk middenveld. Het gebeurt op evidente wijze in landen als Hongarije en Polen, maar net zo goed – zij het iets voorzichtiger – in Vlaanderen, waar N-VA de aanval heeft ingezet op de middenveldorganisaties. Youth for Climate is zo’n jonge middenveldorganisatie en de waarschuwing van Weyts dat hij zal ingrijpen als ze op het ‘foute moment’ op straat komen, moet wel degelijk gezien worden in het kader van het shrinking space-fenomeen.

 

George Lakoff Foto: By Mikethelinguist – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=52124483

Tot nader orde behoort het recht om betogingen en optochten te organiseren nog steeds tot de essentie van een pluralistische democratie, een recht dat verankerd is in het Charter van de Fundamentele Rechten van de EU. Dat recht kan worden beperkt, maar enkel omwille van zeer ernstige redenen zoals de bedreiging van de openbare orde, terrorisme of het risico van witwaspraktijken.

Er zijn nog mogelijkheden om de klimaatspijbelacties te laten ophouden: door een rechtvaardig klimaatbeleid te voeren, één dat de terechte zorgen wegneemt van de grote groep mensen die vrezen dat zij zullen opdraaien voor een crisis die ze niet zelf veroorzaakt hebben. Het Vlaamse regeerakkoord stemt helaas tot pessimisme. Maar dat was misschien de bedoeling. Met klimaatscepticisme zijn immers stemmen te rapen.

STEMMEN RAPEN MET KLIMAATSCEPTICISME

De klimaatcrisis is de afgelopen jaren gestaag opgepikt door rechts-populistische en nationalistische groepen en partijen die er een punt van hebben gemaakt om zich actief te verzetten tegen klimaatactie. Ze doen dat uiteraard omdat ze beseffen dat daar stemmen mee te rapen zijn. Toch blijft het een merkwaardig fenomeen omdat rechts-populisten hun electorale basis hebben uitgebouwd door zich te focussen op migratie of minderheden.

In 2019 veroverden rechts-populistische partijen bijna een kwart van de zetels in het Europees Parlement. Een recent onderzoek van de onafhankelijke denktank Adelphi toont aan dat in het verleden deze partijen – 21 zijn het er ondertussen al – systematisch tégen Europese maatregelen stemden om de klimaatcrisis onder controle te krijgen. De helft van alle stemmen tégen resoluties van het Europees Parlement over klimaat en energie komen van rechts-populistische partijen.

Maar waarom is klimaat plots een hot issue geworden voor rechts-populisten en nationalisten? Dat is immers niet altijd zo geweest aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Eén van de eerste krachtige stemmen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering was Margaret Thatcher die in 1989 voor de Algemene Vergadering van de VN stelde dat ‘klimaatverandering ons allemaal treft en dat actie enkel effectief kan zijn als het op internationaal niveau wordt ondernomen.’ Zelfs Donald Trump, die we niet kunnen verdenken van enige sympathie voor de klimaatbeweging, was in 2009 in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen medeondertekenaar van een open brief van Amerikaanse bedrijfsleiders, gericht aan Barach Obama om dringend ingrijpende klimaatmaatregelen te nemen. ‘Als we niet meteen optreden, is het wetenschappelijk onweerlegbaar dat er catastrofale en onomkeerbare gevolgen zijn voor de mensheid en de planeet,’ vond Trump toen. Maar tijdens zijn presidentiële campagne keerde Trump zijn kar en ging hij voluit voor het klimaatsceptische discours. Hij noemde klimaatverandering zelfs een verzinsel van de Chinezen. In 2017 liet hij de VS uit de Klimaatakkoorden van Parijs stappen.

WAAROM ZIJN RECHTS-POPULISTEN VAAK OOK KLIMAATSCEPTICI?

Er is te weinig onderzoek gedaan naar de verbanden tussen rechts-populisme en nationalisme enerzijds en het politieke klimaatscepticisme anderzijds om precies te kunnen verklaren waarom deze partijen zich zo actief inzetten tégen de klimaatzaak. Er zijn uiteraard al wel enkele verklaringen geformuleerd, onder meer in een publicatie uit 2018 van de Universiteit van Sussex in het magazine Environmental Politics. Die schuift twee verklaringen naar voor. De ‘structuralistische verklaring’ zoekt de oorzaak in de economische achterstelling en marginalisering van de zogenaamde slachtoffers van de globalisering, van ‘those who are left behind’. Een tweede verklaring is eerder cultureel-ideologisch van aard en bouwt verder op de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’, waarbij klimaatactie gezien wordt als een wereldwijd complot van die elite tégen het volk.

Volgens de onderzoekers vertoont de structuralistische verklaring nogal wat mankementen, omdat de groep mensen die rechtstreeks getroffen wordt door de uitstap uit de koolstofintensieve economie relatief klein is. De mijnwerkers uit de steenkoolindustrie, die vaak worden aangehaald als slachtoffers van klimaatactie, maken slechts 0,5% uit van de totale tewerkstelling in landen als Polen en Australië die nog sterk op steenkool aangewezen zijn en zelfs minder in de VS. Belangrijker allicht is de vrees van grote groepen mensen dat ze opgezadeld zullen worden met allerlei extra kosten om de klimaatcrisis de baas te kunnen. Dat is vooral het geval in gebieden waar de oude industrieën verdwenen zijn en de voormalige arbeiders niet hebben kunnen meeprofiteren van de nieuwe geglobaliseerde wereldeconomie. Maar zelfs dat is geen voldoende verklaring, want het electoraat van populistische partijen behoort niet noodzakelijk en niet overal tot de laagste inkomenscategorie.

Vandaar dat de cultureel-ideologische dynamiek mogelijk meer zoden aan de dijk zet. Die schuift het klassieke culturele discours van het populisme naar voor, namelijk de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’. Daar komt uiteraard een pak complotdenken aan te pas. Want er moet een aannemelijke verklaring bestaan waarom die ‘kosmopolitische elite’ een ‘onbestaande’ klimaatcatastrofe zou willen verzinnen.

Bij ons verduidelijkte N-VA, bij monde van oud-minister Johan Van Overtveldt in een opiniestuk van 27 januari 2019 in De Tijd, waarom dat wereldwijde complot bestaat. Een complot waaraan blijkbaar ook 97% van alle klimaatwetenschappers actief deelnemen: ‘De indruk dat hier een andere en bredere agenda speelt, tekent zich elke dag wat duidelijker af.’ Die agenda is volgens Van Overtveldt niet meer of minder dan de omverwerping van het kapitalisme. Dat complotdenken sloop zelfs bij de CD&V binnen toen voormalig minister voor Milieu, Joke Schauvliege, beweerde dat de acties van de klimaatjongeren helemaal niet spontaan waren. Dat had ze van de staatsveiligheid vernomen. Het was fake news, maar het wees er wel op hoe het populistische discours zich zelfs meester maakt van traditionele partijen.

De link naar Big Governement, Deep State of wereldvreemde technocraten van de EU is dan snel gemaakt. Klimaatbeleid komt zo terecht in het zog van identitaire politiek, van het Euroscepticisme dat rechts-populisten en nationalisten uitdragen en van de bedreiging van de volkseigenheid en de etnische identiteit door ‘superstaten’. Dat precies Europa aan de kar trekt van het klimaatbeleid is meteen het keiharde bewijs voor die these. Dezelfde Unie die de ‘islamisering van het Westen’ voorbereidt, of die de ‘grenzen wagenwijd openzet’, wil ook uw biefstuk afpakken en u op een dieet van bonen en sla zetten. Als je die Eurocraten hun gang laat gaan, wordt dat wellicht wormstekige bio-sla.

Dat de leiders van de klimaatbetogingen jongeren zijn – die horen hun mond te houden – van het vrouwelijk geslacht én er ‘rare’ gedragingen op na houden – ze hebben autisme of zijn genderfluïde – is extra koren op de molen. Alles wringt met het oude wereldbeeld van een door traditionele mannen gedomineerde samenleving.

KLIMAAT ALS ONDERDEEL VAN CULTUUROORLOGEN

Klimaatbeleid is op die manier een onderdeel geworden van de zogenaamde culture wars, schrijft Andrew Hoffman in How Culture Shapes the Climate Change Debate. Er is immers een overweldigende consensus in de exacte wetenschappen over de antropogene oorzaken van klimaatverandering, maar die heeft niet geleid tot een maatschappelijke consensus. Grofweg twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, groepen die in een steeds toenemende polarisatie verwikkeld zijn: zij die de wetenschappelijke feiten aanvaarden en voorstander zijn van ingrijpende maatregelen en zij die de wetenschappelijke consensus verwerpen of in twijfel trekken en zich verzetten tegen klimaatmaatregelen. Een paper gepubliceerd naar aanleiding van een klimaatcongres in Brussel in 2010 maakt duidelijk dat er in de jaren 1990 in de VS nauwelijks een verschil was tussen Republikeinse en Democratische kiezers als het over klimaatverandering ging. Tegen 2008 was dat radicaal veranderd. Bij de klimaatontkenners noemde 76% zich Conservatief en slechts 3% Democraat. Klimaatontkenners verzetten zich ook tegen herverdelingsmechanismes, armoedebestrijdingsprogramma’s, het reguleren van ondernemingen, of houden er conservatieve meningen op na als het gaat over het homohuwelijk, abortus of de beperking van de verkoop van wapens.

Klimaatverandering is op ongeveer tien jaar tijd deel gaan uitmaken van de culture wars die eerst in de VS en nadien ook in Europa van de grond kwamen. Sociale wetenschappers verduidelijken dat mensen zowat alle politieke en maatschappelijke vraagstukken bekijken vanuit hun waardenkader. Als de feiten botsen met dat waardenkader wordt niet dat laatste aangepast, maar wordt er aan de feiten gesleuteld. In het geval van klimaatverandering worden de feiten geminimaliseerd (het is minder ernstig dan wat de ‘doemdenkers’ beweren), de oplossingen vereenvoudigd (technologie zal de klus wel klaren) of wordt de ernst van de feiten in twijfel getrokken (de feiten zijn een vervalsing georganiseerd door een wereldwijd complot dat onze manier van leven onderuit wil halen).

De grote boosdoener in het debat, CO₂, is daarbij zelfs een spelbreker. CO₂ is immers geen ‘gif’ dat enkel door mensen wordt geproduceerd, het komt ook gewoon in de natuur voor en is zelfs noodzakelijk voor planten om te overleven. Het is pas schadelijk als er op de lange termijn onevenwichten ontstaan in de atmosfeer. Bovendien is het paradoxaal genoeg een graadmeter voor welvaart, want hoe hoger de CO₂-uitstoot hoe hoger de welvaart van een betrokken land. De strijd tegen CO₂ kan dan makkelijk vertaald worden naar een aanslag op ‘onze welvaart’, onze manier van leven. CO₂-uitstoot afbouwen, impliceert immers een heel nieuwe kijk op de wereld en op hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van zijn omgeving. Het stelt fundamentele waardenkaders en wereldbeelden in twijfel en geeft daarom aanleiding tot grote onzekerheid. Het gevoel dat onze eigenheid, onze identiteit en onze wereldbeelden bedreigd worden door klimaatactivisten leeft dan ook sterk bij grote delen van de bevolking. Dat die hele ‘klimaathysterie’ op z’n zachts gezegd overdreven is of misschien wel één groot complot is om onze manier van leven onderuit te halen, is dan een geruststellende gedachte.

DOORBRAAK: MEDIAPLATFORM VOOR KLIMAATSCEPTICI

Nu we het complot kennen, kunnen we er van uitgaan dat de klimaatjongeren en hun spijbelacties in het ergste geval medecomplotteurs zijn en in het beste geval de slachtoffers van hun boosaardige, welstellende, stedelijke en kosmopolitische, bakfietsrijdende ouders. Die framing wordt er in heel Europa ingelepeld. Verschillende gradaties van complotdenken passeren de revue, gaande van een wereldbeweging die financieel ondersteund wordt door Georges Soros of een rijke Zweedse mecenas in het geval van Greta Thunberg, tot de heimelijke financiering door Groen in het geval van Anuna De Wever. Maar ook bescheidenere complotten, georganiseerd door een netwerk van ‘linkse ouders’, doen het goed.

Greta Thunberg Foto Ketnet

Op Doorbraak, de mediasatelliet van het Vlaams-nationalisme, noemt auteur Michel Berger het opjutten van jongeren door hun ouders ronduit kindermishandeling. Michel Berger kan het weten, want hij is een gepensioneerd leraar die bezorgd is om het welzijn van kinderen. Hij is ook actief bij N-VA Genk, waar hij zich verkiesbaar stelde én hij is de oud-leraar van de huidig Vlaamse minister verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Hoewel, haar titulatuur vermeldt ‘Milieu’ niet langer; het is nu ‘Omgeving’: dat klinkt minder groen.

Berger mag weliswaar geen zwaargewicht zijn in de partij, zijn pennenvrucht is interessant omdat ze alle ingrediënten bevat van het klimaatsceptische discours dat breed gedeeld wordt bij het kiespubliek van N-VA. De ernst van de klimaatcrisis wordt gerelativeerd: er waren in het verleden immers zoveel dreigingen die nooit bewaarheid werden, zoals het gat in de ozonlaag of de gevolgen van Tsjernobyl. Ook dat was gewoon bangmakerij om niets. Bezorgdheid om klimaatverandering is een rancuneuze vingerwijzing naar de vorige generaties die ‘alles hebben opgesoupeerd’ terwijl het toch overduidelijk is dat die generaties gezorgd hebben voor een welvaart zoals nooit tevoren. In dat argument wordt CO₂-uitstoot gelinkt aan stijgende welvaart.

‘De echte daders zitten in de ‘linkse’ hoek, de hoek die teert op klassenstrijd, (…) op rancune tegen de bourgeoisie, de traditie, het patriarchaat en het systeem.’ Let op de bezorgdheid voor traditie en het patriarchaat – de ingrediënten van Lakoffs ‘strikte vadermodel’. Ook de verwijzing naar de vermeende hypocrisie van de klimaatjongeren komt aan bod. Je weet wel, die jongeren die beter niet met het vliegtuig op reis zouden gaan, maar zoals vroeger hun bottines moeten strikken om op trektocht te gaan, die geen rommel moeten achterlaten op festivals en beter een boek zouden lezen in plaats van computerspelletjes te spelen. De klimaatjongeren zouden verdikke blij moeten zijn dat ze naar school mogen gaan, de grootouders van Berger konden dat niet eens.

Het stukje leest als de communicatiebijbel voor populisten. Het is gedrenkt in een heimatverlangen naar het goede, strenge leven van weleer waar eenieder in korte broek en met de dikke trui van de oudere broer vele kilometers door de bittere koude naar school marcheerde, terwijl de ouders stoflongen opdeden in de koolmijn. Waar klagen die verwende jongelui toch over?

Op Doorbraak passeren ook de usual suspects de revue of worden klimaatjongeren in anonieme ‘satirische’ stukjes geschoffeerd als zijnde psychiatrische patiënten met waanbeelden. Dat niveau wordt afgewisseld met pseudo-ernstige artikels, waaronder in september de befaamde brief van 500 klimaatsceptici die vragen het klimaatbeleid stop te zetten. Bij de 19 Belgische ondertekenaars, zo berichtte Knack, was er niet één klimaatwetenschapper, en publiceerden 6 onder hen voordien reeds klimaatsceptische stukken op Doorbraak.

KLIMAATOPLOSSING BEDREIGT BESTAANSREDEN VAN N-VA

Dat het Vlaams-nationalisme op z’n zachtst gezegd vijandig staat ten opzichte van de klimaatbeweging is duidelijk. Dat die vijandigheid doorsijpelt in de communicatie van de N-VA-top mag daarom niet verbazen. De waarschuwing van Ben Weyts aan de spijbelende jongeren is dus geen geïsoleerde uitspraak, maar past naadloos in de rij klimaatsceptische uitspraken zoals die van minister voor Omgeving, Zuhal Demir, die de ‘straatprotesten welletjes vindt. We hebben het nu wel begrepen’ of van Vlaams minister-president, Jan Jambon (N-VA), die het onlangs had over klimaathysterie. Hij echode daarmee de uitspraken van de populisten van de Ware Finnen. Die doen vandaag niet aan biefstukkennationalisme zoals N-VA, maar aan worstennationalisme. Want klimaatbeleid zal de ‘worst uit de mond van de arbeider halen’. Het is zelfs erger volgens de Ware Finnen. Ook katten en honden zullen worden getroffen door de klimaatjongeren, want de prijs van een blik honden- of katteneten zal met 20 tot 40% stijgen. ‘Wat ga je zeggen tegen die kleine jongen of dat kleine meisje dat in huilen zal uitbarsten als mama en papa vertellen dat ze dat niet meer kunnen betalen?’ Minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts, is gewaarschuwd.

Dat Vlaams-nationalisten en nationalisten in het algemeen, zo vlot meegaan in het populistische discours over het klimaat heeft er uiteraard mee te maken dat hun bestaansreden zelf bedreigd wordt door de klimaatproblematiek. Die is per definitie globaal én kan enkel door supra- of postnationale instellingen aangepakt worden. Het adagium ‘wat we zelf doen, doen we beter’ klinkt dan als de uitspraak van een keizer zonder kleren. Dat geven Vlaams-nationalisten ook volmondig toe. De impact van een Vlaams klimaatbeleid is op wereldschaal verwaarloosbaar, luidt het argument. Dat klopt, maar dat geldt ook voor de strijd tegen fraude, criminaliteit, terrorisme, of voor een duurzaam migratiebeleid… afijn voor zowat elk beleidsdomein met een grensoverschrijdende impact.

De klimaatjongeren hebben begrepen dat in een geglobaliseerde wereld de solidariteit buiten de grenzen van de natiestaat moet treden om de grote uitdagingen te kunnen aanpakken. Taal- en cultuurverschillen worden overbrugd met het oog op het algemeen belang. Zelfs op Belgisch niveau slagen de Vlaamse Anuna De Wever en de Waalse Adelaïde Charlier er probleemloos in een coalitie te vormen op hetzelfde moment dat Belgische partijen zich met het mes tussen de tanden naar de onderhandelingstafel slepen. Dat is allemaal heel erg vervelend voor een partij die teert op exclusie van wie de Vlaamse identiteit niet ten volle omarmt.

COMPLEXITEIT GEEN EXCUUS

Zoals wel vaker, plugt rechts-populisme en nationalisme in op terechte zorgen en bekommernissen van een grote groep burgers. De klimaatcrisis is een ongeziene uitdaging waarvoor veel, maar lang niet alle oplossingen beschikbaar zijn. Maar iedereen die de problematiek kent, weet dat de transitie naar een koolstofneutrale economie een titanenwerk zal zijn dat bovendien een pak geld zal kosten. Het vergt bovendien een langetermijnplanning, waar politici die dat proces in gang zetten, wellicht nooit zelf electoraal van kunnen profiteren.

George Lakoff vertelt dat met die langetermijnstrategie nog een tweede probleem opduikt, namelijk dat de taal nauwelijks in staat is om die op eenvoudige manier over te brengen. Het politieke discours heeft het makkelijk met ‘directe oorzakelijkheid’, namelijk maatregelen of gebeurtenissen die een direct aantoonbaar effect hebben. Maar taal heeft het veel moeilijker met wat hij ‘systemische oorzakelijkheid’ noemt, omdat dat zo complex is dat het niet te vatten is in enkele zinnen. Om het eenvoudig te stellen: je krijgt het gewoon niet uitgelegd. Klimaatsceptici gebruiken daarom vaak directe oorzakelijkheid als ze het over klimaat hebben, bijvoorbeeld als ze tijdens een barre winterprik opmerken dat het toch wel heel erg koud is om van klimaatopwarming te kunnen spreken.

Maar de complexiteit van de dynamiek van klimaatverandering is geen reden voor verantwoordelijke politici om de kop in het zand te steken, zelfs niet als de oplossing een titanenwerk is dat handenvol geld zal kosten. Immers, niets doen zal een groter titanenwerk opleveren én bovendien méér kosten. De uitdaging vandaag, ook voor N-VA, is om de aanpak van de klimaatcrisis niet enkel georganiseerd te krijgen, maar vooral om er voor te zorgen dat die transitie rechtvaardig gebeurt en dat gewone burgers nooit de dupe zullen worden van de noodzakelijke maatregelen. Elk klimaatbeleid dat enige kans op succes wil hebben, zal moeten starten met een stevig sociaal beleid en – om het betaalbaar te maken – met eerlijke belastingen, ook en vooral voor multinationals en de superrijken. Als dat links klinkt, so be it.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit SAMPOL

October 25, 2019 at 6:23 pm Leave a comment

DE ACTUALITEIT VAN MARX

Door Johan Depoortere   

“Had Karl Marx gelijk?” vraagt “The Economist” zich af en in de herfst van 2008 toeterde de Londense Times (ook niet bepaald een links propagandablad) vanop de voorpagina: “Hij is terug!” – Hij: Karl Marx. Ruim 170 jaar terug in de tijd: in november 1847 kreeg de in Brussel verblijvende Karl Marx van de “Communistische Liga” in Londen de opdracht een basistekst te produceren voor de relatief nieuwe politieke beweging. Een paar maanden later – Marx vertoonde onverbeterbaar uitstelgedrag – moest de Centrale Autoriteit van de Liga hem een vermanende brief schrijven met het dringende verzoek nu eindelijk werk te maken van de tekst en binnen de week met iets voor de pinnen te komen. Deze keer gaf Marx gehoor aan zijn opdrachtgevers en het resultaat is een klassieker onder de klassiekers: het Communistisch Manifest.

Eén van de meest geciteerde passages uit die 170 jaar oude tekst begint als een, uit de pen van de revolutionair, bevreemdende lofzang op de bourgeoisie en haar revolutionaire verwezenlijkingen: “De bourgeoisie heeft onthuld hoe de brutale krachtuiting, die de reactie zozeer in de middeleeuwen bewondert, haar passende aanvulling vond in de traagste dagdieverij. Ze heeft als eerste bewezen wat de werkkracht van de mensen tot stand brengen kan. Zij heeft nog heel andere wonderwerken voltooid dan Egyptische piramides, Romeinse waterleidingen en Gotische kathedralen, zij heeft nog heel andere tochten volbracht dan volksverhuizingen en kruistochten.”

Maar dan de andere kant van de medaille: “Waar de bourgeoisie aan de macht is gekomen, heeft ze alle feodale, patriarchale, idyllische verhoudingen vernietigd. Zij heeft de bontgeschakeerde feodale banden, die de mensen met hun ‘natuurlijke meerderen’ verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen andere band tussen mens en mens overgelaten dan het naakte eigenbelang, dan de van alle gevoelens verstoken ‘gangbare betaling.” En dan volgt die zin als een mokerslag:  Zij heeft de heilige siddering van de vrome dweperij, van de ridderlijke geestdrift, van de kleinburgerlijke weemoed verdronken in het ijskoude water van egoïstische berekening.”

Wat Marx beschrijft is het afscheid van het traditionele vaste kader dat eeuwenlang de interne verschillen tussen mensenlevens hiërarchisch heeft gestructureerd. Het verdwijnen van die traditie heeft een groot deel van de samenleving, vooral dan de jongeren, in een crisis gestort. Dat is het thema van een klein maar fijn boekje van de Franse filosoof Alain Badiou. In “Het Ware Leven, of Waarom de Jeugd gecorrumpeerd moet worden” geeft Badiou een aantal mogelijke antwoorden op die crisis – een soort handleiding voor het leven ten behoeve van de jeugd als het ware.

Vroeger was het simpel: “De voornaamste dualiteiten, zoals die tussen jongeren en ouderen, vrouwen en mannen, armoedzaaiers en machthebbers, mijn groep en de anderen, vreemdelingen en eigen volk, ketters en gelovigen, gewone burgers en edelen, stad en palatteland, hoofd-en handarbeiders, werden in de heersende taal, in de mythes, de ideologieën en de religieuze moraal behandeld volgens ordenende structuren, die iedereen een gecodeerde plaats gaven binnen complexe hërarchische systemen.. Zo stond een adelijke dame in lager aanzien dan haar echtgenoot, maar in hoger aanzien dan een man uit het gewone volk, en moest een rijke burger buigen voor een hertog, maar zijn personeel voor hem.”

Wat in de plaats is gekomen van die traditie is volgens Badiou “een gewelddadige reële dwang onder het juk van de economie, toegerust met rekenformules die alleen de honger van een kleine minderheid dienen.” Kortom: het ijskoude water van egoïstische berekening. Het gevolg – zo schrijft Badiou – “is een historische crisis van de symbolisering, een crisis die de huidige jeugd moet bekopen met desoriëntering.”

Daar zijn volgens Badiou twee mogelijke antwoorden op, twee wegen die allebei tot een impasse leiden. De eerste weg is die van “de grenzeloze apologie van het kapitalisme met zijn lege ‘vrijheden.” De bewering dat er niets beters bestaat en kán bestaan dan ons liberale, ‘democratische maatschapijmodel.” De “superioriteit van onze samenleving” in de woorden van Gwendolyn Rutten of het TINA – There is no Alternative – van figuren als De Wever, al gaan De Wever en de N-VA steeds duidelijker de andere – eveneens doodlopende – weg op: die van “het reactionaire verlangen naar een terugkeer van de traditionele, dus hiërarchische symbolisering.” Naar de Belgische situatie vertaald: de weg van het populisme en van extreemrechts en, in een E­­uropees kader, de identitaire beweging van onder andere Schild en Vrienden die in uiterste consequentie tot de geweldexplosies kan leiden van een Anders Breivik of Brenton Tarrant, de moordenaar van Christchurch.  Dat is, schrijft Badiou, “een fascistoïde reactie, die een terugkeer naar de oude hiërarchieën voorstaat en met spectaculair geweld moet verhullen dat ze in feite machteloos is.”

Wat is dan de juiste weg? Daarop antwoordt Badiou met een roekeloos voorstel, namelijk wat hij de “egalitaire symbolisering” of nog “het communistische Idee” noemt. Roekeloos omdat het na het “voorlopige historische failliet van het staats-‘communisme” in de sovjet-Unie en China van buitengewoon lef getuigt om het “communisme” als oplossing te verdedigen. Maar het kan niet anders zegt Badiou. Een coalitie van ouderen en jongeren – een politieke alliantie tussen een deel van de middenklasse, met name de intellectuelen – en de straatarmen zal moeten zorgen voor “de collectivisering van de rijkdommen, voor de effectieve afschaffing van de ongelijkheden, voor de erkenning van de verschillen op subjectieve voet van gelijkheid, en tenslotte voor het afsterven van de afzonderlijke etatistische overheden.” Na het afsterven van de staat staan we, aldus Badiou, voor de keuze tussen “communisme of barbarij.”[1]

Het “ijskoude water van de egoïstische berekening” heeft in het licht van de dreigende klimaatcatastrofe nog een heel andere, sinistere betekenis. De eindeloze cyclus van “creatieve destructie” die het kapitalisme zo succesvol maakte botst op de grenzen van de draagkracht van de planeet. De obsessie met economische groei is niet verenigbaar met een klimaatbeleid dat de planeet van de ondergang moet redden. Het BNP als graadmeter van menselijk welzijn: het is waanzin zegt de Britse milieu-activist George Monbiot. Om de planeet te redden moeten we naar de kern van het probleem en het hudige systeem treffen in het hart en dat is: het kapitalisme bestrijden. Zeg dat Marx het gezegd heeft.

[1] In een interview met de NRC legt Badiou nader uit wat hij bedoelt met de “communistische gedachte:” (…) wat voor revolutie geldt, geldt ook voor de communistische gedachte: het is de naam van een mislukking geworden. En dat begrijp ik goed, en ook dat de term daardoor aan zeggingskracht heeft verloren. Maar… eigenlijk houd ik van het woord, en wil ik niet dat mijn ideologische tegenstander mij de mond snoert door het woord aan een mislukking te verbinden en daarmee een alternatief voor het kapitalisme ondenkbaar te maken. Ik wil het hebben over een nieuw communisme, dat gaat over de mogelijkheid van een wereld buiten de heerschappij van de markt. Volgens mij is dat het communisme zoals het bedoeld is: een visie hebben over wat we gemeen hebben, wat ons menselijk maakt.” https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/26/filosoof-alain-badiou-zoek-een-weg-die-de-wereld-verandert-a3968340

Een versie van dit artikel verscheen eerder als column in Aktief, het driemaandelijks tijdschrift van Het Masereelfonds.

October 20, 2019 at 3:29 pm Leave a comment

Oostendse Kapers en Brusselse Bankiers als slavendrijvers.

Door Lucas Catherine

Ze hebben dan wel Gorée niet gesticht of de eerste slavenmarkt van New-York geopend, maar hun verhaal wil ik u toch niet onthouden.

Het huis van bankier en slavenhandelaar Frederic Romberg in Brussel (Nieuwe Graanmarkt)

Na de afscheiding van de Noordelijke Nederlanden werd in Holland de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht en later de West-Indische compagnie, die zich richtte op de Amerika’s en op West-Afrika.

Dit was een doorn in het oog van de financiële elite in de Zuidelijke  Nederlanden. Wanneer zij Oostenrijks worden in 1715 vinden zij steun bij de Gevolmachtigd Minister en dus de eigenlijke gouverneur, de Marquis de Prié. Hij zal het ‘Belgisch’* kapitaal stimuleren om met de VOC te gaan wedijveren en later aan de basis liggen van de oprichting van de Oostendse Compagnie.

De Marquis zal zelf de meeste aandelen in die Compagnie verwerven (150) daarna volgen vooral Brusselse adel, waaronder de hertog van Arenberg (120) en bankiers uit Brussel, waaronder de tweede grootste aandeelhouder Corneel Walckiers met 121 aandelen. Walckiers was een bankier die voor bewezen diensten tot raadgever van keizer Karel VI werd benoemd en tot algemeen belastingontvanger van Vlaanderen.

 De eerste boot die eind september 1718 vanuit Oostende vertrekt richting Afrika om zijn part in de koloniale handel op te eisen heet dan ook Le Marquis de Prié (100 ton, 22 bemaningsleden en zes kanonnen.) De reder was de Oostendenaar Jean de Schonamille. De familie Schonamille was met Jeans broer, François al van 1690 actief in de kaapvaart. Wanneer de boot twee maand later het anker uitgooit aan de monding van de Rio Sestro op de Peperkust (nu Liberia) wordt hij door twee fregatten van de VOC gekaapt. Zij verwijderen de Keizerlijke Oostenrijkse vlag en voeren de bemanning als criminelen mee naar hun grote slavenfactorij Elmina op de Côte d’Or/ Goudkust (nu Ghana). Elmina zal tussen 1637 en 1872 Hollands blijven. Vergeet niet dat de Nederlanders tot de eerste grote slavenhandelaars behoorden. Zij hebben ook het bekende slaveneiland Gorée gesticht. Eigenlijk Goeree (naar het gelijknamig Zeelandse eiland), later verbasterd in het Frans tot Gorée. En in 1646 openden zij de eerste grote slavenmarkt in Nieuw-Amsterdam (nu New-York).

De kapitein van de Marquis de Prié, Jan Willemsen overleefde de gevangenneming niet en de bemaning werd gedwongen aan te monsteren op Hollandse slavenschepen. Een jaar later werd het zusterschip La Marquise de Prié het zelfde lot beschoren. Ook hiervan was de reder een Oostendenaar, François Woelaert net als de kapitein, De Winter. Pieter-François Woelaert was toen thesaurier van de stad Oostende en reder. De bemanning werd in Elmina vast gehouden maar kapitein De Winter kreeg toestemming om met het jacht Commany  naar Europa terug te keren om daar de situatie uit te leggen°. De Winter wist in Dover te ontsnappen en aangekomen in Oostende zorgde hij ervoor dat hij  met de hulp van de Oostendse admiraliteit de Commany kon kapen zodra ze de Engelse wateren had verlaten. De lading werd aangeslagen: 150 Goudmark, olifantstanden ter waarde van 20.000 pond en nogal wat peper. Als repressaille werd in Holland het Brugse schip Flandrina binnen de Hollandse wateren gekaapt.

Het werd een diplomatieke warboel en de Oostendse Companie werd in 1727 opgeheven.

Windwijzer in de vorm van een schip op het huis Romberg. De boot is van het zelfde type als die van de Oostendse Companie.

Wanneer Oostende een vrijhaven wordt (1781-1783) zal Brussel van daaruit opnieuw de slavenhandel activeren.

In 1782 doet de Brusselse bankier Joseph Chapel een oproep om de slavenhandel te ontwikkelen. Hij heeft dan net met bankier Frederik Romberg, die kantoor houdt op de Brusselse Nieuwe Graanmarkt (het huis is nu een school, zie foto), de Société Romberg, Bapts & Cie gesticht.. Deze Société zal samenwerken met partners in Le Havre, toen een van de grote thuishavens van slavenhandelaars, om zo een nieuwe boycot van Holland of Engeland te ontlopen.

 Ook de familie Walckiers is van de partij. Zij waren een van de grote, rijke families, afstammelingen van de al genoemde Corneel Walckiers. Adrien-Ange Walckiers bouwt in 1765 het kasteel van Helmet met grote Engelse Tuin waar nu het Walckierspark een restant van is (nu beschermd erfgoed). Zo zal Eduard Walckiers (1721-1799), eigenaar van de grootste bank in de Zuidelijke Nederlanden, het Belvédère kasteel bouwen (nu deel van het Koninklijk Domein van Laken).

Beaulieu kasteel

De broers Jean-Joseph en Josse-Jean Walckiers worden partner van Frederik Romberg. Zij zullen alle drie samen het kasteel van Beaulieu (nu aan de Woluwelaan) overkopen. Jean-Joseph richt ook het huidige domein Drie Fonteinen in als Engelse tuin.

In 1786 stuurt Romberg & Cie boten naar San Domingo en start er een financiële operatie. De bank geeft leningen als voorafbetaling op de oogst aan een zestigtal kolonisten die slaven inzetten op hun plantages. Bedoeling is dat Romberg in exclusiviteit hun produkten in Europa mag commercialiseren. De colons houden zich niet echt aan de afspraak en zo wordt Romberg niet terug betaald en wanneer in 1791 een grote slavenopstand plaats vindt, gaat dit project in 1793 failliet.

Naar Afrika zelf zal de Société Romberg, in opdracht van Slavenhandelaars in Le Havre et La Rochelle, elf slavenboten uitrusten. Enkele namen : Etats de Brabant, Comte de Flandre, Le Négrier Impérial, of Le Cheval Marin Flamand en Le Roy du Congo die in het gebied rond de monding van de Kongostroom slaven opkochten. Maar in 1783 vaardigt Frankrijk een verbod uit op niet-Franse slavenboten en de Brusselse slavenhandel van Romberg & cie zal langzaam wegkwijnen.

In 1818 vaardigt Koning Willem I een algeheel verbod op slavenhandel uit.

Wet tegen de slavenhandel

Het wordt nu wachten op een nieuwe manier om zwarte arbeidskracht uit te buiten. Leopold II zal die introduceren in Kongo. Hij wordt de nieuwe Roy du Congo.

* De Noordelijke Nederlanden werden in het Latijn Belgica Foederata genoemd, de Oostenrijkse Belgium Austriacum.

 ° Een jacht was toen een snel, klein oorlogsschip.

October 4, 2019 at 9:49 pm Leave a comment

DE OORLOG IN EEN KLEIN DORP

Door Johan Depoortere

75 jaar geleden, op 7 september 1944, werd mijn geboortedorp Westrozebeke (bekend van die slag in 1382) door Poolse troepen bevrijd. De eerste Shermantanks met leden van het 10e Regiment Pantsers rolden rond half tien het dorp binnen. Het enthousiasme van de bevolking was enorm: de tanks en vrachtwagens werden met bloemen overladen, jonge mannen en vrouwen reden in triomf op de tanks door de dorpsstraat. Maar de oorlog was niet voorbij. Nauwelijks een uur later botsten de bevrijders op hevig Duits verzet in het nabijgelegen Hooglede. In het gehucht Sleihage, tussen Westrozebeke en Hooglede vielen de eerste drie doden onder de Polen. Dat was nog maar een begin: de bevrijding van Hooglede kostte nog eens het leven aan 7 Poolse militairen en 20 Duitsers. Er vielen ook 2 burgerslachtoffers en er werden 200 krijgsgevangenen gemaakt. Duitse scherpschutters werden ter plekke afgemaakt en in een massagraf gegooid. (1)

Duits soldatenkerkhof Hooglede. Hier liggen de Duitse gesneuvelde soldaten uit de twee wereldoorlogen.

Dat was twee en een halve maand vóór mijn geboorte. Ook de naweeën van de bevrijding en de “repressie” heb ik niet bewust meegemaakt. Alles wat ik me ervan herinner was het besmuikt praten daarover door de volwassenen. En toch hebben zich in mijn prille levensjaren ook bij onze directe buren dramatische gebeurtenissen voorgedaan. Onze overbuurman Henri was een timmerman, of preciezer een wagenmaker met een groot gezin. Eén van de zonen was “fabriekswachter,” een kleine garnaal in de collaboratie dus. Toch werd bij de bevrijding het hele hebben en houden van Henri, inclusief zijn timmeratelier en de machines, kort en klein geslagen door – volgens mijn vader – de verzetslui van het laatste moment.

Ik herinner me nog dat mijn vader er schande van sprak dat de dorpspastoor geen vin uitstak om het geweld te doen stoppen. Later, het moet 48 of 49 geweest zijn, verdween plotseling Isolde (2), mijn beste vriendinnetje, een kleindochter van Henri. Ze was met haar moeder plotsklaps naar Brussel verdwenen, zo werd me uitgelegd. Een jaar of zo geleden kwam ik bij een begrafenis na meer dan 70 jaar Isolde weer tegen. Ze was niet bereid of in staat veel details mee te delen over die plotselinge verhuizing. Ze wist me alleen te vertellen dat haar vader, een zekere Vanhaver – met wie ze nooit veel contact heeft gehad – in de gevangenis zat of was vrijgekomen. Het laat zich raden waarom de man was opgepakt.

Euforie bij de bevrijding van Westrozebeke

In het dorp kwam kort na de bevrijding ook Godelieve Van Opbroecke (“Lieveke”) terug, de weduwe van een verzetsman die samen met nog een andere in de laatste maanden van de oorlog was gedeporteerd naar het concentratiekamp van Bergen-Belsen en was omgekomen op één van de dodenmarsen in april 1945. Haar man, Gilbert Hallein, was koster van de parochiekerk en actief in de verzetsgroep Nola, die onder andere Britse piloten hielp onderduiken. Van Opbroecke zelf had het concentratiekamp Ravensbrück overleefd, maar had door de ontberingen en de ellende haar zoontje (een paar dagen na mij geboren) verloren. Later werd het kind plechtig herbegraven in Westrozebeke, van de verzetslui zijn de resten niet teruggevonden (3). Oorlogsdrama in een klein dorp.

Mijn familie is van dat drama grotendeels gespaard gebleven al had mijn vader de reputatie veeleer “Duitsgezind” te zijn. Hij sprak bijvoorbeeld met grote bewondering over Reimond Tollenaere, de beruchte propagandist voor het Oostfront. Hij moet de man gekend hebben tijdens zijn studiejaren aan het Klein Seminarie van Roeselare waar Tollenaere een jaar of zo hoger zat dan hij. Na de oorlog kreeg mijn vader, die toen bij de post werkte, een “blaam” omdat collega’s hem hadden betrapt op het lezen van de Brüsseler Zeitung! Hij kwam er dus met weinig kleerscheuren van af. Zijn “Duitsgezindheid” was blijkbaar beperkt tot het lezen van een Duitse krant al had hij wel sympathie voor de nieuwe orde, maar ik vermoed dat hij gemengde gevoelens had over de bezetting en de nazis.

Mijn vader, Geerard Depoortere, speelde als amateur de rol van dorpsfotograaf en hij legde de intocht van de bevrijders vast op grote zwart-witnegatieven (6x9cm). De foto’s zijn niet bijzonder scherp: de filmgevoeligheid lag in die dagen lang niet zo hoog als nu en 7 september was een druilerige sombere dag. Maar het zijn historisch waardevolle beelden die nu worden tentoongesteld in de Christus-Koningkerk in de wijk Sleihage tussen Westrozebeke en Hooglede. (4) Daar zijn nog meer historische documenten over de bevrijding te bewonderen. Daarbij het tragikomisch verhaal van de „Engelse piloot“ die in Staden als bevrijder werd gehuldigd, maar die in werkelijkheid een Poolse SS-er was die bij een plaatselijke boer was ondergedoken. In de verwarde dagen aan het einde van de oorlog was alles mogelijk.

De man in het witte hemd is de vermeende Engelse piloot, in werkelijkheid een ontsnapte kampbewaker.

 

  1. Met dank aan Wilfried Deraeve
  2. Sommige namen zijn pseudoniemen
  3. Zie: Gilbert Coghe Westrozebekenaars in de Tweede Wereldoorlog (2010). Uitgave in eigen beheer.
  4. Nog tot 29 september

September 23, 2019 at 4:20 pm 1 comment

WIJST PORTUGAL DE WEG?

Overal in Europa is centrum-links in de verdrukking. De sociaaldemocratie lijkt de weg kwijt, verleid door het neoliberalisme en verdwaald in het bos van de soberheidspolitiek.  Verkiezingen na verkiezingen gaat de afkalving verder en in Frankrijk zijn de sociaaldemocraten zo goed als van de kaart geveegd. Maar als er één lichtpunt is waar de socialisten zich aan kunnen verwarmen dan heet het Portugal.  Sinds 2015 is daar een coalitie aan de macht van socialisten, communisten en groenen onder leiding van de sociaaldemocraat António Costa, de voormalige burgemeester van Lissabon. Na jaren soberheidspolitiek, besparingen en dictaten van de “trojka” (Internationaal Muntfonds, Europese Centrale Bank en de Europese Commissie) gooide de linkse regering het roer om. En met succes. In 2011 zat Portugal nog in hetzelfde laatje als Spanje en Griekenland; een wurgend overheidstekort (méér dan 7% van het BNP – brutto nationaal product) een torenhoge buitenlandse schuld: 78 miljard dollar. Twee jaar later kon de linkse regering een schitterend palmares voorleggen: werkloosheid geslonken van 16,2% in 2013 tot 6,3% in 2019 (onder het Europees gemiddelde) een economische groei van 2,8% per jaar en een openbare schuld teruggedrongen tot vrijwel nul.  Portugal, de beste leerling van de Europese klas.

 Onder de voorgaande rechtse regeringen en dank zij de recepten van de trojka zagen de meeste Portugezen  hun inkomen drastisch zakken. Het minimumloon van 485 euro bruto per maand ging in werkelijkheid naar beneden door een verhoging van de sociale bijdragen. Pensioenen en ambtenarensalarissen werden gekort, evenals de overheidsuitgaven voor bijvoorbeeld openbaar vervoer. Duizenden Portugezen zagen enkel een uitweg in emigratie. In een omgekeerde historische beweging trokken ze massaal naar de voormalige kolonies waar ze een betere toekomst zagen dan in het moederland. Een half miljoen, vooral jongeren en beter opgeleiden verlieten het land, een ware aderlating. Nu is er een tekort aan geschoold personeel. Onder de nieuwe linkse koers steeg het minimumloon tot 600 euro per maand pensioenen en salarissen in de openbare sector gingen langzaam omhoog tot het niveau van vóór de “soberheidspolitiek.” De werkloosheid is spectaculair gedaald, de economische groei boven alle verwachtingengestegen en de begroting in evenwicht.

 Applaus op alle banken, zou je dan denken. Nee, niet zo snel. Er is een donkere keerzijde aan het Portugese mirakel. De regering António Costa probeert sociale politiek met de neoliberale orthodoxie te verzoenen, maar als het erop aankomt kiest ze meestal voor het behoud van haar “internationale geloofwaardigheid” ten koste van de broodnodige investeringen en het herstel van de koopkracht van de gewone Portugezen die zwaar hebben geleden onder de politiek van haar rechtse voorgangers. Hoe duister die andere kant van de medaille oogt blijkt onder andere uit een analyse van Le Monde Diplomatique, waarvan hier een samenvattende vertaling.

Johan Depoortere

DE DUISTERE KANT VAN HET PORTUGESE MIRAKEL

 Le Monde Diplomatique, september 2019

Door Mickaël Correia

10 politiemensen waren nodig om de 83-jarige  Maria Nazaré Jorge uit haar huis in het centrum van Lissabon te zetten. Tot voor kort betaalde ze 200 euro huur per maand, maar door de liberalisering en de explosie van de vastgoedprijzen in de hoofdstad kan de eigenaar een veelvoud vragen en krijgen. De oude vrouw heeft nu voorlopige huisvesting gekregen in Castelo, waar ze verkommert en vereenzaamt in één van de meest bezochte toeristische trekpleisters van Lissabon. Het enige openbare vervoer daar is de beroemde tram 28, die helemaal door de toeristen wordt ingenomen.

De iconische tram op lijn 28, voor de toeristen een attractie voor de inwoners een noodzaak.

De lberalisering van de vastgoedmarkt en de ontwikkeling van het toerisme was een eis van de Trojka, in ruil voor een noodlening van 78 miljard euro. Met fiscale gunstvoorwaarden voor wie minstens 500000 kon besteden trok de rechtse regering investeerders in de vastgoedsector aan. Ook gepensioneerden uit andere Europese landen die zich een woning in Portugal aanschaffen kunnen genieten van belastingvoordelen. Een wet uit 2014 maakt het voor eigenaars mogelijk tot 3000 euro per maand te verdienen door aan Airbnb een appartement of huis te verhuren dat op de reguliere woningmarkt slechts 300 euro zou opbrengen. Gevolg: in sommige wijken in het centrum is één woning op twee aan Airbnb verhuurd. Het aantal huurpanden in de toeristische sector is in 10 jaar met 3000% gestegen en per hoofd van de bevolking zijn er in Lissabon nu méér Airbnb-panden te huur dan in Barcelona of Parijs.

De historische wijk Alfama dreigt een Disneyland voor toeristen te worden, onbetaalbaar voor de meeste hoofdstedelingen.

De linkse regering die sinds november 2015 aan de macht is lijkt niet van plan ver van die neoliberale recepten af te wijken. Sinds juli dit jaar kunnen uitgeweken Portugezen die willen terugkeren een belastingvoordeel van 50% genieten. De bedoeling is jonge gediplomeerden aan te moedigen om in het moederland te investeren, een buitenkans die niet is weggelegd voor hen die in de periode van de soberheidspolitiek niet de middelen hadden om elders hun geluk te zoeken.

Vijf jaar geleden was Lissabon nog een stad in verval, nu een eldorado voor projectontwikkelaars.

De burgerbeweging Stop Despejos (Stop de Uitzettingen) ziet met lede ogen hoe hun stad Lissabon in een toeristisch pretpark dreigt te veranderen. Onlangs heeft het stadsbestuur het Sint-Helenapaleis, een architecturale parel uit de 16eeeuw in de historische wijk Alfama verkocht aan Stone Capital, één van de belangrijkste projectontwikkelaars van de stad. De twee Franse broers aan het hoofd van de groep hebben er luxe-appartementen van gemaakt, onbetaalbaar voor de doorsnee bewoner van de hoofdstad. Voor een ander project in hetzelfde historische Alfama moet een antiek pleintje met bomen – groene long – plaats maken voor nog een luxeproject.

De Franse groep Stone veranderde het historische Santa Helenapaleis in luxeappartementen. https://www.santahelena.pt

Ook elders in de stad rijzen de prestigeprojecten als paddestoelen uit de grond. Lissabon is het mekka geworden van de investeerders die vastgoed transformeren tot financiële instrumenten, speculatie zeg maar. De politiek die privé-investeerders moet lokken verbergt één van de grootste zwaktes van de huidige coalitie: het uitblijven van investeringen in de openbare sector. Portugal is met zijn linkse regering de zwakste publieke investeerder van de hele eurozone. De reden voor die politieke keuze: de obsessie van de regering om binnen de lijntjes te kleuren van de begrotingsregels die Europa heeft opgelegd. De economische heropleving heeft daardoor niet in de eerste plaats gediend om de levensomstandigheden van de Portugese man en vrouw te verbeteren maar om het gat in de begroting te dichten en een schuld van 120% van het BNP af te lossen.

Geen breuk met het verleden

De huidige minister van financiën, de liberale econoom Mário Centeno heeft een doploma van Harvard op zak en is momenteel voorzitter van de Eurogroep. Tot grote woede van de communisten en de radicaal-linkse oppositie heeft de minister onlangs de failliete bank Novo Banco 1,9 miljard uit de schatkist toegestopt. Volgens hen verkiest de minister een privébank te redden ten koste van de noodzakelijke investeringen waaraan het land dringend behoefte heeft.

2015: Protest van gedupeerde spaarders bij een bank in Porto.

De universtietiten staan op het randje van het faillissement, de gezondheidszorg kreunt onder het gebrek aan mensen en materiaal, 60% van de spoorwegen bevinden zich in slechte of middelmatige staat. Sociale woningen vormen slechts 2% van het totaal. Investeren in sociale woningen kan niet omdat dat “de liberalisering van de vastgoedmarkt in het gedrang zou brengen,” aldus premier António Costa.

Portugese student in traditionele outfit. Ook de universiteiten hebben zwaar te lijden onder het neoliberale bewind van de rechtse regeringen.

Een recente staking van het onderwijzend personeel was een symptoom van de spanning tussen budgettaire discipline en sociale politiek. De pensioenen van de onderwijzers en leraars waren negen jaar lang bevroren vanwege de besparingspoltiek.  Een inhaalbeweging kon ondanks de economische heropleving niet want dat zou volgens de premier “een budgettaire bom” betekenen die de “internationale geloofwaardigheid” van het land zou aantasten en het evenwicht in de openbare financiën zou verstoren. De stakers kregen slechts een gedeeltelijke herberekening van hun pensioenen.

“Precariaat”

De spectaculaire daling van de werkloosheidscijfers verbergt een andere realiteit: nog nooit waren er zo veel tijdelijke en precaire banen: 73000 meer dan in 2011. In 2018 werd de helft van de overuren niet betaald. 65% van de jongeren moeten het stellen met een tijdelijk contract, een stijging van 10% in tien jaar.

De export is tussen 2009 en 2018 van 27% naar 43% van het BNP gestegen. De havens zijn een belangrijke factor in de economische heropleving, maar hun concurrentievermogen berust op “flexibiliteit” en korting op de lonen. De dokwerkersvakbond SEAL (Sindicato dos Estivadores e da Actividade Logística) lanceerde in 2018 een staking uit solidariteit met de havenarbeiders van Setúbal op een vijftigtal kilometer van Lissabon, waar 90% van de werknemers met dagcontracten werkten. “Deze arbeiders en bedienden hebben noch vakantie noch recht op sociale bescherming in geval van ziekte of arbeidsongeval. Sommigen kunnen twee keer in één dag worden aangenomen en afgedankt om aan 16 uur werk te komen,” zegt António Marano, voorzitter van de vakbond. Setúbal is de strategische uitvoerhaven van Autoeuropa, de autofabriek van de Volkswagengroep die 100000 auto’s per jaar uitvoert en van The Navigator Company, een wereldleider in de papierindustrie.

Ook hier behaalden de bonden een gedeeltelijke overwinning met het afdwingen van een collectieve arbeidsovereenkomst. Maar volgens Mariano blijven 25 à 30% van de havenarbeiders in het land onderbetaald en in een precaire situatie. “De dokwerkers zijn niet de enigen in die situatie,” zegt hij, “De staat wil de productiviteit opvoeren door de onderhandelingspositie van de vakbonden te breken.”

Bosbranden geen natuurverschijnsel

Pedrógão Grande is een klein dorp in het centrum van Portugal, moeilijk bereikbaar in het centrum van een desolaat landschap. In 2017 hebben gigantische bosbranden 30000 hectare bos in de as gelegd en de dood van 66 personen veroorzaakt. De meesten van hen kwamen om toen ze probeerde weg te komen via de hoofdweg die de autoriteiten te laat hadden afgesloten. Het was de dodelijkste brand in de geschiedenis en volgens velen was de catastrofe te wijten aan het gebrek aan menselijke en materiële middelen. De brandweerlui zijn meestal vrijwilligers die slecht zijn opgeleid en het communicatiesysteem Siresp een publiek-private onderneming is al een tiental jaren ondermaats.

Pedrógão Grande: een historische bosbrand met 66 doden tot gevolg. Foto: https://www.theportugalnews.com/news/ten-to-be-tried-for-pedrogao-grande-forest-fire-deaths/50049

De regering Costa heeft de soberheidspolitiek van haar voorgangers voortgezet: zwakke investeringen in de openbare sector, ontmanteling van de bosbouwdiensten, privatisering van de brandbestrijding via de lucht en het snoeien in de budgetten voor bosbeheer. Het aantal boswachters is tussen 2006 en 2016 met één derde verminderd – waanzin in een land dat voor 32% uit bos bestaat en waar elk jaar 100000 hectare bos door brand verloren gaat.

De intensieve eucalyptuskweek wordt eveneens aangeklaagd. Deze boom van Australische origine verarmt de grond en de biodiversiteit en is bovendien uiterst brandbaar. Maar hij is populair bij de kleine bosbezitters omdat hij weinig onderhoud vraagt en uiterst snel groeit. De papierfabrieken van The Navigator Company zijn gretige afnemers. Het bedrijf zorgt voor 3% van de totale Portugese uitvoer en de eucalyptus wordt beschouwd als de motor van de economie, “de groene olie” voor de staat. Dank zij een wet van de vorige rechtse regering konden de lokale autoriteiten de eucalyptuscultuur ook voor kleine percelen liberaliseren. Het gevolg is dat 80% van het bosoppervlak nu uit eucalyptusbomen bestaat wat volgens milieuactivisten van Portugal “Eucalyptogal“  heeft gemaakt.

Na de tragedie van 2017 heeft de regering het aantal mensen op terrein verhoogd, de middelen voor bestrijding door vliegtuigen opgetrokken en het communicatiesysteem Siresp voor 7 miljoen euro van de privésector teruggekocht. Maar aan het hoofd van het landelijke  agentschap dat verantwoordelijk is voor de bestrijding van de bosbranden heeft de premier een voormalig kaderlid van The Navigator Company benoemd. De regionale plannen voor bosbeheer die dit jaar in werking treden geven nog altijd de voorkeur aan de aanplanting van eucalyptus op 95% van het grondgebied. Er is volgens de Liga voor de Bescherming van de Natuur “geen enkele ambitie om het huidige scenario te veranderen. Het is ‘business as usual.”

Sinds vorig jaar wijzen tekenen erop dat de economische boom in Portugal zijn adem aan het verkiezen is. De toename van het aantal toeristen bedroeg in 2018 3,8% tegen 9,1% het jaar daarvóór. In juni waarschuwde de Banco de Portugal voor een bruuske omslag in de speculatieve hausse op de vastgoedmarkt en voor dit jaar wordt een economische groei van slechts 1,7% verwacht tegen 2,8% twee jaar geleden.

De regering Costa probeert sociale maatregelen te verzoenen met budgettaire discipline. De vraag is of ze daarmee niet veeleer een luchtspiegeling dan een mirakel heeft gecreëerd.

Het volledige artikel is te vinden achter de betaalmuur van Le Monde Diplomatique: https://www.monde-diplomatique.fr/2019/09/CORREIA/60350

 Zie ook:

Au Portugal, la gauche essaye: https://www.monde-diplomatique.fr/2017/10/DARCY/58000

De Standaard 12 september 2018: Portugal, een salonsocialistisch wonder https://www.standaard.be/cnt/dmf20180912_03738301

September 15, 2019 at 11:47 am 1 comment

Requiem voor homo sapiens

Door Gie van den Berghe

De openingszin van De onbewoonbare aarde liegt er niet om: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger’. Ook de titels van de hoofdstukken laten weinig aan de verbeelding over: hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke natuurrampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting. Kettingreacties die elkaar aanzwengelen. David Wallace-Wells, milieu- en wetenschapsjournalist bij het New York magazine, beschrijft en documenteert deze door de mens veroorzaakte rampen op overtuigende wijze.

Eunice Foote

Het is een verpletterend verhaal over de toekomst die ons te wachten staat als we niet razend snel, hier en nu, drastische maatregelen nemen, onze welvaart serieus terugschroeven. Daar wil niemand aan. De onhoudbaarheid van de situatie zal vermoedelijk pas ten volle doordringen als er niet meer aan te ontkomen valt. Dat omslagpunt is volgens nogal wat klimaatwetenschappers al bereikt of in elk geval vlakbij. The sky is nogal letterlijk the limit geworden. We zullen het geweten hebben. In 1856 – u leest het goed – al publiceerde de Amerikaanse wetenschapster Eunice Foote de resultaten van haar experimenteel onderzoek waaruit bleek dat koolstofdioxide een broeikasgas is en dat bij toename ervan het klimaat steeds verder opwarmt. Dichter bij ons, in 1972, maakte het rapport van de Club van Rome duidelijk dat er grenzen aan de groei zijn. Economie, industrie, wereldbevolking en voedselproductie kunnen niet eindeloos groeien. We konden niet blijven doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wereldwijde actie was geboden. Twintig jaar later maakte een vervolgonderzoek duidelijk dat De grenzen voorbij waren. Te weinig politici en mensen hadden en hebben oren naar de ongemakkelijke waarheid (An Inconvenient Truth, 2006).

Al Gore, An Inconvenient Truth

Na het in 1992 als beslissend bedoelde klimaatverdrag van de Verenigde Naties nam de uitstoot van koolstofdioxide alleen maar versneld toe. In volle bewustzijn hebben we in minder dan drie decennia ‘net zo veel ellende aangericht’ als toen we ‘nog in onwetendheid verkeerden’. In het vrij bescheiden Akkoord van Parijs (2015) spraken veel landen af de temperatuurstijging ruim onder de 2°C (t.o.v. de temperatuur vóór de industrialisatie,) liefst onder de 1,5°C te houden. Enkele weken later overschreed de CO2 concentratie in de atmosfeer een rode lijn die nooit gehaald had mogen worden. Vier jaar later zit niet één land op schema. Het smelttempo van Antarctica is ondertussen verdrievoudigd.

Twee graden opwarming lijkt nu het ‘beste waarop we kunnen hopen’ maar vrijwel zeker niet haalbaar. Een opwarming met twee graden in plaats van anderhalve graad zal aan miljoenen mensen het leven kosten. Honderdvijftig miljoen alleen al door de luchtvervuiling. Vijfentwintig keer het aantal slachtoffers van de Endlösung, de jodenuitroeiing door de nazi’s. Willen we dit voorkomen dan moet niet alleen de CO2 -uitstoot aanzienlijk verminderen, maar moeten er veel meer bossen komen en technologieën die broeikasgassen uit de atmosfeer halen. De plannen hiervoor zijn niet verder gevorderd dan de tekentafel en financieel niet haalbaar.

Onheil

De door de mensheid veroorzaakte ‘natuur’ramp is niet meer op mensenmaat. Het blijft Jobstijdingen regenen. De Earth Overshoot Day, de dag in een kalenderjaar waarop de mensheid meer bronnen heeft geconsumeerd dan ze produceren kan, viel in 1993 op 12 oktober, in 2018 op 1 augustus en in 2019 op 29 juli.

Een greep uit de onheilstijdingen voor de maand augustus. Grote delen van het Amazonewoud worden in brand gestoken. Indonesië geeft zijn vervuilde en zinkende hoofdstad Jakarta op en zal een nieuwe bouwen op het veiliger Borneo. Honderden steenrijke toeristen maken op een Russische nucleaire ijsbreker een luxe cruise door het Noordpoolgebied. In west-Siberië vertrekt een drijvende kerncentrale voor een tocht van vijfduizend kilometer door die regio om de olie-ontginning in oost-Siberië van energie te voorzien. In Noordpoolsneeuw en -ijs zitten microplastics. Die minuscule deeltjes zijn er aangewaaid. Plastic zit dus niet alleen in zeedieren, voedsel en drinkwater, we ademen het in. Vanaf september 2019 zal de VS de Endangered Species Act (1973) minder streng toepassen en economische overwegingen (mijnbouw, bosontginning…) zullen mee bepalen of een diersoort bescherming ‘verdient’.

De ontginning van het Noordpoolgebied, waar door de klimaatopwarming het eeuwenoud ijs en de permafrost smelten, gaat steeds sneller. Binnen de noordpoolcirkel zit veel olie en gas (naar schatting 13 en 30% van de wereldvoorraad), vraag is alleen wanneer het economisch rendabel wordt om het te ontginnen. Van een verbod om dat te doen, kwestie van de kwetsbare natuur van het poolgebied te beschermen, is geen sprake. Groenland delft grondstoffen, Canada heeft interesse, grootmachten als de VS, Rusland en China (dat zichzelf voor de gelegenheid een ‘near Arctic state’ noemt) zijn wakker geschoten. Trump wil Groenland kopen. Er wordt volop gespeculeerd over noordelijke, kortere zeeroutes. Al zijn die voorlopig nog niet goed te gebruiken, China en Rusland weigeren nu al om ze als internationale vaarroutes te beschouwen. De Noordpool is voor Rusland een topprioriteit geworden, zowel economisch als militair.

Begin augustus liet het klimaatbureau van de VN er geen twijfel over bestaan dat als men de opwarming enigszins binnen de perken wil houden niet alleen de uitstoot van industrie en verkeer moet worden beperkt maar ook het gebruik van land, voedselproductie en consumptie ingrijpend moet veranderen. Een kwart van het door mensen gebruikt land is waardeloos geworden door kunstmest, chemicaliën, droogte, intensieve regenval, bebouwing en asfaltering. Door ontbossing, massale drooglegging van veengebieden en verstedelijking verdwijnen tevens de natuurlijke landprocessen die onze uitstoot voor een derde absorbeerden. Bij het kappen en droogleggen komen miljoenen tonnen koolstofdioxide vrij. Bodems stoten tegenwoordig CO2 uit in plaats van die op te nemen. Als we niet op staande voet duurzamer omspringen met land en voedsel komt de voedselvoorziening in het gedrang, zeker met de exponentiële toename van de wereldbevolking. Arme landen in Afrika, Azië, Latijns Amerika en de Cariben zullen het eerst en het zwaarst getroffen worden. Landen die het minst uitstoten en eeuwenlang geplunderd werden door het zich verrijkend Westen. Landen waar overleven een dagtaak is. Meer dan 10% van de wereldbevolking is ondervoed. De migratiestromen zullen onbeheersbaar worden en de rijke landen zullen Fort Europa steeds hoger optrekken.

De morele onaanvaardbaarheid, de onmenselijkheid van dit egocentrisme ontgaat ons, in beslag genomen als we zijn door eigen volk, welvaart, geïnfantiliseerde televisieprogramma’s en de consumptie van wat bij gebrek aan intelligentie smart wordt genoemd. En is een mensenleven niet veel te kort en te druk? Je moet toch zorgen voor het dagelijks vlees, eigen bloedjes en kleinkinderen? Hoe kun je je dan nog bekommeren om mensen aan het ‘andere eind’ van de wereld en achterachterkleinkinderen die je nooit zult zien?

Moreel verwerpelijk

In een noot achterin stelt Wallace-Wells dat wie zich niet inzet tegen de klimaatcrisis moreel verwerpelijk is. Een straffe uitspraak. Elders vraagt hij zich even af of het ‘in dit klimaat moreel verantwoord is om kinderen te krijgen, of we dat de planeet en, misschien wel belangrijker, de kinderen wel kunnen aandoen’. Toch is hij tijdens het schrijven van dit boek vader geworden, in volle besef dat er klimaatrampen zitten aan te komen die ook zijn kind zullen treffen. Geen probleem, die gruwel staat nog niet vast. En wie weet, misschien loopt het goed af. Stel je niet in ‘op een treurige toekomst die is veroorzaakt door anderen die zich minder druk maken over klimaatleed’. Anderen, hij niet, maar elders in het boek schrijft hij dat hij tonnen eten weggooit, zo goed als nooit afval sorteert en de airco altijd laat aanstaan.

Wallace-Wells vindt dat westerlingen ook niet moeten gaan leven als de armen in de wereld. Minder rundvlees eten, meer elektrisch rijden en minder vliegen – volgens hem haalt het allemaal niets uit. In het minst slechte geval recycleren we het afval dat we als consument produceren. Erger nog: onze door schaamte en nieuwe deugdzaamheid ingegeven milieubewuste acties sussen het geweten, wiegen ons in slaap. Uitgesloten is dat niet. De rekken in warenhuizen liggen niet alleen vol in plastic verpakt vlees maar ook met vega- en bio-alternatieven. Er werd een bijkomende markt aangeboord. Alles blijft bij hetzelfde, alleen uitgebreid. Met zijn allen de e-fiets op, maar waar komen die elektriciteit, lithium en kobalt voor de batterijen vandaan, in welke mensonterende omstandigheden worden die gewonnen en waar zullen we alles blijven halen?

Denk ook aan onze voortplanting. Wallace-Wells besteedt genoeg aandacht aan de bevolkingsgroei om te weten dat de aarde er nog onbewoonbaarder door wordt. Zestig jaar geleden leerde ik op school dat er 3,5 miljard mensen leefden, nu is dat meer dan het dubbele. Zeven miljard toen Wallace-Wells zijn boek schreef, 7,7 miljard toen ik het negen maanden later besprak – de tijd van een zwangerschap. Homo sapiens verspreidt zich als een schimmel over de aardkorst.

Wallace-Wells voert niet één argument aan om nog een consument en potentiële ouder toe te voegen aan de zieltogende wereld. Hij verwijst alleen naar een artikel in Jacobin Magazine (1) dat zeer overtuigend zou aantonen dat kinderen maken geen probleem is. Maar in dit artikel wordt alleen gefulmineerd tegen de tendens zwangerschap uit te stellen tot je als vrouw carrière hebt gemaakt. Wetens en willens een kind verwekken in het rijke deel van de wereld in plaats van een kind uit het arme deel adopteren, vind ik moreel verwerpelijk.

Optimist tot in de kist

Wallace-Wells blijft optimistisch, al zegt hij te weten dat klimaatoptimisten nog nooit gelijk hebben gekregen. ‘Als mensen verantwoordelijk zijn voor het probleem,’ schrijft hij, ‘moeten ze ook in staat zijn om het op te lossen’. Helaas volgt het één niet logisch uit het andere – denk aan geboorte, moord of genocide.

David Wallace-Wells

Individuele levensstijlkeuzes leveren volgens hem niets op (het vermenigvuldigingseffect laat hij buiten beschouwing). Ze werken alleen door als er een politieke omslag komt waardoor een alternatieve levensstijl op grote schaal wordt doorgevoerd. Maar geef de hoop niet op, gooi de handdoek niet in de ring. Engageer je, ga stemmen, zet de politiek onder druk!

Te oordelen naar ons consumptie- en stemgedrag en de – gezien de dringendheid – vrij lachwekkende maatregelen van de overheid valt daar niet veel van te verwachten. Politici weten maar al te goed dat we op middellange termijn afstevenen op een milieuramp, maar ze zijn zozeer gekneveld door alles overheersende economische belangen op kortere termijn, zo afhankelijk van elkaar en andere naties, zo verlamd door verkiezingsresultaten, dat ze niets drastischer durven en kunnen ondernemen dan even het podium delen met klimaatspijbelaars. Wij kiezers zijn al even kortzichtig. In Australië werd onder druk van de straat een efficiënte belasting op CO2 afgeschaft en moest de milieubewuste premier, die de akkoorden van Parijs wou uitvoeren, aftreden. Ook in 2018 stemden de kiezers van de staat Washington een CO2 -belasting weg en in Frankrijk kwamen mensen massaal op straat om een belasting op benzine tegen te houden.

Wallace-Wells stelt ook niet één concreet, laat staan doeltreffend actiemiddel voor. Zeker, dat is niet het onderwerp van zijn boek maar als je zo optimistisch bent als hij en alles van actie verwacht, blijf je als lezer toch op je honger zitten.

Moreel verantwoord

Na lectuur van dit ontstellend boek en behoorlijk wat artikels en rapporten zie ik geen reden meer tot hoop. Maar natuurlijk zal ik, ondanks Wallace-Wells’ pessimisme op dit vlak, kritisch blijven stemmen en me blijven inspannen om mijn ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Maar, vraag ik me af, is het gezien de onontkoombaarheid van de ondergang van miljarden mensen, niet veel belangrijker ervoor te zorgen dat wie nu leeft dat op een menswaardiger manier kan? Is mensen helpen die hier en nu ternauwernood overleven niet veel dringender, haalbaarder, menselijker en logischer?

Hebben onze voorvaderen niet massaal goud en zilver, oogsten en mensen geroofd uit de continenten die zovelen nu ontvluchten? Komen migranten niet naar hier omdat wij daar waren? Is de hedendaagse migratie geen vreselijk achterblijvertje van ons kolonialisme? Waarom verplichten welvarende landen er zich niet toe om migranten op te nemen in verhouding tot hun uitstoot en de rijkdommen die ze uit de kolonies hebben gestolen? Waarom geen koolstoftaks opleggen waarvan de opbrengst naar de arme landen gaat? Waarom schreeuwt men moord en brand als derdewereldlanden op hun beurtoerbossen plat branden? Kun je het ontwikkelingslanden kwalijk nemen dat ze de welvaart nastreven die wij op hun kosten vergaard hebben? De vragen stellen, is ze beantwoorden.

31 augustus 2019

David Wallace-Wells –The Uninhabitable Earth. A story of the future,Allen Lane, 2019

– De onbewoonbare aarde,Amsterdam, De Bezige Bij, 2019

  1. Meer over “kinderen krijgen:”
    Overall, Christine – ‘Think before you breed‘, in Catapano, Peter & Critchley, Simon – Modern Ethics in 77 Arguments, New York / London, Liferight (Norton & Company), 2017, p. 351-355
    Singer, Peter – ‘Should this be the last generation?‘, Ethics in the real world. 82 Brief essays on things that matter, New Jersey, Princeton, 2016, p. 30-34

September 6, 2019 at 10:34 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,618 other followers