Author Archive

ZOON VAN EEN TRAGISCHE EEUW

Is het een roman of is het geschiedschrijving, dat is niet duidelijk, maar zeker is dat  “M. De zoon van de eeuw” tot een megabestseller is uitgegroeid in Italië. Dat bewijst – voor zover dat nodig was – dat de figuur van Mussolini, want over hem gaat het boek van Antonio Scurati, de Italianen vandaag nog steeds fascineert zij het uit afkeer zij het uit bewondering.

M is – laten we het daarbij houden – de geromanceerde versie van de opkomst en ondergang van het fascisme in Italië. Het eerste deel bestrijkt de periode 1919-1924, er moeten nog twee delen volgen. Over het persoonlijke leven  van Mussolini vernemen we alleen het hoogstnoodzakelijke: geboren als de zoon van een dorpssmid in het Noorden van Italië, wonderkind, zwerver – hij slaapt in Zwitserland onder bruggen voor hij wordt uitgewezen – socialist en hoofdredacteur van het partijblad Avanti, oorlogstegenstander en vervolgens propagandist van Italiës deelname aan de eerste Wereldoorlog in 1915. De rest is bekend: hij wordt uit de partij gezet, evolueert meer en meer in rechts-nationalistische richting en verovert met zijn “Fasci di combattimento” na de legendarische Mars van de fascistische knokploegenb op Rome de absolute macht. Het eerste deel eindigt met de moord op de socialistische topman Giacomo Matteotti, die nauwgezet alle gewelddaden van de fascisten in het parlement opsomt en het zwijgen wordt opgelegd als hij een groot corruptieschandaal dreigt bloot te leggen.

Mussolini en Margherita Sarfatti

Een biografie van Mussolini kunnen we het werk dus al evenmin noemen, al worden heel wat bladzijden gewijd aan zijn verhouding met Margherita Sarfatti, een Venetiaanse erfgename van Joodse afkomst die net als hij van socialiste evolueert tot fanatieke fasciste. Ze is hoogontwikkeld, rijk, kunsthistorica en verzamelaarster en ze wordt de intellectuele mentor van Benito Mussolini genoemd. Het fascinerende van het boek ligt hem veeleer in de huiveringwekkende beschrijving van de manier waarop de fascisten aan de macht zijn gekomen. In een onderkoelde boekhoudersstijl dompelt Scurati ons bladzijde na bladzijde onder in de bewogen en tragische geschiedenis van het Italië kort na de eerste Wereldoorlog. De ontstellende armoede op het platteland – veel aandacht gaat naar de verschrikkelijke toestanden in de Povallei waar grootgrondbezitters de landloze boeren op genadeloze wijze uitpersen. Het is een vruchtbare bodem voor socialisten en communisten terwijl in de steden van het Noorden het industrieproletariaat de ene verkiezingsoverwinning na de andere behaalt. Tegelijk wordt Italië verscheurd door de erfenis van de oorlog met voor- en tegenstanders van Italiaanse deelname die ook na de wapenstilstand letterlijk met getrokken messen tegenover elkaar staan. De “Arditi” – een elitekorps van vrijwilligers in de oorlog – zullen de stoottroepen leveren voor de fascisten.

De jonge Mussolini als dandy

Niets wees er in de eerste jaren van hun opkomst op dat de fascisten stormenderhand de macht zouden veroveren in Italië. De oprichting van de eerste “Fasci die combattimento” was voor de burgerlijke Corriere de la Sera niet meer dan enkele regels waard, nauwelijks meer dan het bericht over de diefstal van drie ton zeep. Het is met dergelijke details dat de auteur ons meevoert langs de kronkelige weg die het fascisme aan de macht brengt. Scurati heeft zo te zien elk krantenbericht, elk politieverslag, elk dagboek, alle toespraken, notulen van vergaderingen en honderden brieven gelezen die als broodkruimels op die weg zijn achtergebleven. Elk kort hoofdstuk wordt gelardeerd met citaten uit die onuitputtelijke bron getuigenissen.

De fascisten kwamen aan de macht met geweld. De knokploegen zaaiden terreur op het platteland en in de industriesteden. Vakbondsleiders, linkse politici en journalisten werden omgebracht.  Gebouwen van linkse partijen en vakbonden in brand gestoken. Terreur op het platteland. Boerenleiders werden voor hun eigen achterban vernederd en afgetuigd, zo niet beestachtig vermoord. De knokploegen kregen financiële steun van industriëlen als Giovanni Agnelli, senator en  baas van Fiat, of Ettore Conti, pionier van de elektro-industrie, en de grootgrondbezitters op het platteland. Zij werden gedreven door de angst voor het Rode Gevaar. En inderdaad ook in Italië leek kort na de oorlog de Revolutie elk moment te kunnen uitbreken. In Turijn konden de arbeiders loonsverhoging, arbeiderszelfbestuur en winstdeling afdwingen. Agnelli, de grote baas van de stad, moest na de onderhandelingen daarover in Bologna bij zijn terugkeer bij Fiat onder een boog van rode vlaggen door lopen en zijn arbeiders horen schreeuwen: ‘Leve de Sovjets!’ Op zijn kantoor zag hij boven zijn bureau het met hamer en sikkel bekroonde portret van Lenin hangen.

De vraag is dan hoe het komt dat arbeiders en boeren die ei zo na de macht hadden gegrepen in Italië zo snel en zo compleet van de kaart werden gespeeld. Het geweld en het kapitaal van de heersende klasse verklaart veel, toch blijft het verbazingwekkend hoe snel het socialistische machtsbastion in elkaar zakte. Boeren die tot voor kort lid waren van linkse plattelandsvakbonden gingen massaal over naar het fascisme.

Op het station van Ferrara is degene die iedereen ‘Duce’, leider van het fascisme, is gaan noemen aangekomen in het gezelschap van twee mannen die nog geen tien jaar eerder aan het hoofd stonden van de plaatselijke opruiende socialistische Raad van Arbeid – Umberto Pasella en Michele Bianchi – en nu scharen ze zich aan de zijde van Vico Mantovani, de reactionaire leider van de Agraria [1], waar ze de boeren vóór de oorlog tegen ophitsten. Inmiddels heeft Italo Balbo hier echter met het systematische geweld en de belofte van herverdeling van de grond de kaarten opnieuw geschud. De socialistische boerenbonden beginnen massaal over te stappen naar de fascistische vakbonden.  

Talloze fascistische leiders waren tot voor kort overtuigde socialisten of anarchisten. Ook Scurati heeft geen pasklaar antwoord:

En toch blijft er aan deze onverwachte ineenstorting iets geheimzinnigs kleven. De 63 gemeenten in de provincie Rovigo, alle in handen van de socialisten, worden de een na de ander bezet zonder dat ze ooit op het idee komen zich tegen de agressor te verenigen. De Socialistische Partij, die de zeggenschap over de hele provincie had, raakt die in de loop van één enkele winter kwijt.

Al kun je tussen de regels een aantal verklaringen vermoeden: de verdeeldheid van links, de ideologische strijd tussen de pro-Moskou socialisten die later de communistische partij vormen en de reformisten, de onbeslistheid van de burgerlijke partijen, het opportunisme van de liberalen en de gematigde nationalisten, de invloed van extreemrechtse adviseurs op koning Victor Emanuel. Maar bovenal is het de wraak van de heersende klassen:

Op het Emiliaanse platteland geven de door de vernietiging van de socialistische bonden aan zichzelf overgelaten boeren zich over vanwege de honger. De landeigenaars voeren een wraakstrijd, die tientallen sociale hervormingen ongedaan maakt. De fascistische coöperaties onderhandelen rechtstreeks met de bazen en schaffen de landovereenkomsten achter elkaar af, of als dat niet kan, schorten ze het collectieve karakter van de contracten op.

Of nog: de angst die de fascisten vakkundig weten te exploiteren en omzetten in haat:

Soms, zoals in Ferrara, is een slechte oogst voldoende voor paniek. Iets heerlijks, die paniek, de verloskundige van de Geschiedenis! Cesare Rossi herhaalt steeds dat dat hun wonderbaarlijke ruil kan zijn: haat in ruil voor angst. De nieuwe fascisten zijn allemaal mensen die tot gisteren beefden van angst voor de socialistische revolutie, mensen die leefden op angst, angst aten, angst dronken, met angst naar bed gingen.

Zoals de Nazis in Duitsland een decennium later komen ook de fascisten in Italië aan de macht door medeplichtigheid van de burgerlijke partiien. De liberaal Giovanni Giolitti [2], die bekend stond als “king maker” bij de vorming van Italiaanse regeringen meende de fascisten te kunnen temmen door ze “mee in het bad te nemen.”

Giolitti, de oude vos, de regentovenaar, de oude hoer, heeft hen willen temmen, maar heeft hen gelegaliseerd; hij wilde hen gebruiken om de val van de met knuppels verpletterde socialisten te versnellen en zo zijn regering te versterken, maar hij zal een onregeerbaar parlement krijgen dat uiteengevallen is in onverenigbare partijen, in groepen die vanbinnen door vijandige, vraatzuchtige facties worden verscheurd. Kortom, de bekende oude drek, steeds dikker, steeds meer drek.

Zoals gezegd eindigt dit eerste deel in 1924 met de moord op Giacomo Matteotti, de laatste vertegenwoordiger van de socialisten die koppig weerwerk bood in het parlement. De macht van Mussolini zal vanaf dat moment vrijwel onbeperkt zijn. Maar in 1922 al liet Mussolini in een toespraak vermoeden wat de Italianen de komende jaren te wachten stond:

We verdelen de Italianen in drie categorieën: de ‘onverschillige’ Italianen, die thuis zullen blijven wachten; de ‘sympathiserende’, die rond mogen lopen; en tot slot de ‘vijandige’ Italianen, en die zullen niet rond mogen lopen.

Johan Depoortere

8 januari 2020

M. De zoon van de eeuw

Antonio Scurati, Podium Amsterdam

[1] De Agraria: het syndicaat van landeigenaars

[2] Giovanni Giolitti, voormalige premier was op dat moment 80 jaar oud. Scurati beschrijft hem als volgt: “een meter vijfentachtig bij negentig kilo, een enorme grenadiersknevel, vijf maal minister-president, een meester in parlementaire combinaties en een grondig kenner van de ministeriële bureaucratie, domineerde de laatste dertig jaar de Italiaanse politiek.

 

January 13, 2020 at 8:11 pm Leave a comment

HOLOCAUSTJODEN

Door Gie van den Berghe

In De Afspraak van 8 januari werd onder meer aandacht besteed aan de vrijheid van meningsuiting. Filosofe Tinneke Beeckman vond dat er sinds de aanslag op Charlie Hebdo, vijf jaar geleden, veel minder vrijheid is en betreurde dat. Bart Schols vroeg haar daarop of de burgemeester van Aalst dan ongelijk heeft als hij de schrapping van het Carnaval van Aalst van de werelderfgoedlijst van de UNESCO weglacht. Hierop formuleerde Beeckman een merkwaardige uitzondering op de vrijheid van meningsuiting. Dat, zei ze, ‘is een enorm verschil dat veel te weinig gemaakt wordt tussen het lachen met een geloofssysteem, zeker wanneer het radicaal fundamentalistisch is (…) wanneer het gaat om de uitwassen van zo’n systeem, en het lachen met mensen en ook in het geval van Aalst gaat het over de Holocaust, (…) een door de staat georganiseerde poging om een volk uit te roeien, (…) fundamenteel iets anders. Je mag mensen niet minachten of haten maar je moet wel kunnen kritiek geven op een geloof of een idee, dat is voor mij een fundamenteel verschil’.

Beeckman vergist zich, er werd in Aalst niet gelachen met wat zij de Holocaust noemt (een slachtofferbegrip, jodenuitroeiing, judeocide, Endlösung zijn correcter.) De praalwagen in kwestie bespotte de jodenuitroeiing niet maar wel orthodoxe joden, met shtreimes (grote hoeden in bont), pijpenkrullen, stereotiep grote neuzen, gezeten op en omringd door zakken geld en muntstukken. In De Afspraak wees niemand Beeckman op haar ‘vergissing’. Zo te zien vat vrijwel iedereen spotten met joden op als een persiflage van de ‘Holocaust’, een heiligschennis, een niet te vergeven misdaad die zelfs de vrijheid van meningsuiting ongedaan maakt.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Beeckman is niet de enige die op deze wijze in de fout gaat. Patricia Teitelbaum, een vertegenwoordigster van het International Movement for Peace and Coexistence, die begin december 2019 naar Bogota reisde om bij het UNESCOcomité voor werelderfgoed de schrapping van het Carnaval van Aalst te bepleiten, verklaarde in Het Laatste Nieuws (28 november) dat de joden op de Aalsterse praalwagen omringd waren door ratten. Dat is een allusie op de beruchte rattenstroom in de antisemitische nazifilm Der Ewige Jude (1940), maar in Aalst waren er op of rond de praalwagen géén ratten te zien.

Tijdens het carnaval had de wagen ook geen beroering gewekt, het waren joodse organisaties die achteraf klacht indienden. UNIA, een onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, vond onterecht: de wet op racisme en antisemitisme was niet overtreden.

Maar toch schrapte de UNESCO die het zeshonderd jaar oude Carnaval van Aalst in 2010 als ‘satirisch en uitbundig’ had erkend, het carnaval van de werelderfgoedlijst wegens racisme en antisemitisme. En zo illustreren joodse organisaties ongewild waar tijdens het Carnaval van Aalst de draak werd mee gestoken: de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn). Joodse organisaties en niemand anders slaagden erin het Carnaval van Aalst te schrappen van de lijst van werelderfgoed. Maar niet getreurd, de Belgische biercultuur, garnaalvissen te paard en andere zotternijen staan er wel nog op.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Carnaval’, zei Teitelbaum nog, ‘is spotten met de machtigen der aarde, maar toch niet met de kwetsbaren’. Jarenlange Israëlische propaganda en politieke exploitatie van de judeocide hebben er kennelijk voor gezorgd dat we joden en hun daden onlosmakelijk verbonden zien met en verontschuldigen door hun vreselijke maar wel degelijk voorbije slachtofferschap.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden. Israëlische joden zijn allesbehalve kwetsbaar, ze kwetsen en onderdrukken veelal andere mensen. Nogal wat orthodoxe joden spelen hierbij een rol, palmen met hun nederzettingen almaar meer Palestijns gebied in.

Kort na zijn machtsovername kondigde Trump aan dat hij de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verplaatsen. De VS ziet de Israëlische nederzettingen op de West Bank niet langer als onwettelijk. Vorige zomer zette Trump samen met Israël een eerste fase in om Palestina grondig te veranderen. Er werd vijftig miljard dollar geïnvesteerd in Palestijnse, Egyptische, Jordaanse en Libanese infrastructuur en zakelijke projecten, geld voornamelijk afkomstig uit Arabische bronnen. Details van de tweede, ‘politieke’ fase moeten nog onthuld worden. Uit betrouwbare lekken blijkt dat de VS en Israël een ‘nieuw Palestina’ willen creëren dat slechts 12% van de West Bank mag ‘omvatten’, in niet aaneengesloten kantons, met een hoofdstad in de buitensteden van Jeruzalem. Dit deel van de ministaat zou via een brug met Gaza verbonden worden en via twee landcorridors met Jordanië. Gaza zou in de noordelijke Sinaï uitgebreid worden op domeinen gehuurd van Egypte om er een industriële zone en een luchthaven te bouwen. Hamas zou zijn wapens moeten inleveren en onder de controle vallen van de Palestijnse autoriteit. De nieuwe staat zal compleet gedemilitariseerd zijn. Israël zal zijn veiligheid verzekeren, gefinancierd door de Palestijnen. Het Palestijns recht op terugkeer – volgens de VN Algemene Vergadering van 1974 een onvervreemdbaar recht – zou officieel afgeschaft worden: Palestijnse vluchtelingen zouden compensatie ontvangen van een internationaal fonds en meer rechten krijgen in de landen waar ze nu leven. Zo moet een einde gesteld worden aan alle Palestijnse rechten. Het plan volgt de principes die Westerse vredesvoorstellen van het begin af aan volgden: Palestijnse eisen blijven altijd onderschikt aan Israëls noden en wensen (Karmi, Ghada – ‘Constantly Dangled, Endlessly Receding’, London Review of Books, 5.12.2019).

January 10, 2020 at 10:54 am 3 comments

RUHIG ABWARTEN

Bilzen Foto Han Soete

Bilzen: tot voor kort was de naam van het Limburgse stadje voor mij en mijn generatiegenoten onlosmakelijk verbonden met Jazz Bilzen, de voorloper in de jaren zestig van de grote rockfestivals in Torhout en Werchter. Dat veranderde in de nacht van 10 op 11 november toen een toekomstig asielcentrum in brand werd gestoken. Voortaan staat Bilzen voor de eerste terreurdaad van dat soort in ons land, uitgerekend op de verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog en bijna dag op dag 81 jaar na de verschrikkelijke Kristallnacht waarmee in Duitsland de gewelddadige vervolging van de Joodse bevolking werd ingeluid en die zou leiden tot de massamoord op niet alleen Joden maar ook communisten, socialisten, liberalen, homo’s, zigeuners en al wie kritiek had op de nazi’s.

Kristallnacht: brandende synagoge in Baden Baden Foto: Flickr

Te veel samenloop van omstandigheden om toeval te zijn en de brand in Bilzen was dan ook de vernieuwde aanleiding tot het debat over de vraag of we ons tijdsgewricht al dan niet mogen of moeten vergelijken met de jaren dertig. De eminente historicus en kenner van de periode, Herman Van Goethem, meent dat er inderdaad voldoende parallellen zijn met de vooroorlogse jaren om ons zorgen te maken. Andere even eminente historici wijzen op de grote verschillen tussen toen en nu. Bruno De Wever bijvoorbeeld vindt dat de sociale zekerheid en de “stevig verankerde welvaartsstaat” ons kunnen behoeden voor een herhaling van de jaren dertig en de opkomst van fascisme en nazisme. Maar laat nu net die sociale zekerheid, het fundament van de welvaartsstaat onder druk van de neoliberale ideologie en rechtse regeringen steeds meer op de helling komen te staan. De lectuur van Geert Maks “Grote Verwachtingen” kan ons over de toekomst van de Europese eensgezindheid overigens alleen maar somber stemmen.

De politieke pyromanen van de jaren dertig zijn terug van nooit weggeweest schrijft Van Goethem. Hij geeft vier voorbeelden van historische tendensen die al vóór de tweede wereldoorlog aanwezig waren en die nu na decennialang min of meer sluimeren weer aan de oppervlakte komen. De leider die spreekt in naam van de massa, die zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de klassieke politieke partijen. Denk aan Orbán, Salvini, Poetin en Trump. Bij ons is er nog niet zo dadelijk een “leider” van die allure in de coulissen waar te nemen, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen maakt een breed publiek rijp voor zo een figuur. Voorts is er het sluipend gif van het nationalisme dat een externe vijand nodig heeft. Vandaag zijn dat niet alleen de moslims maar ook opnieuw de Joden. Denk maar aan de antisemitische campagne van de Hongaarse premier Orbán tegen de Joodse financier George Soros.

Tijdens de beruchte Alt-rightbetoging van augustus 2017 in het Amerikaanse Charlottesville scandeerden de extreemrechtse manifestanten: “Jews will not replace us”- President Trump noemde de betogers in Charlottesville “fijne mensen.” De ideologie van “the great replacement” van de Fransman Renaud Camus was de inspiratie voor de terreurdaden van Anders Breivik die in 2011 69 jongeren doodschoot en voor Brenton Tarrant, de blanke supremacist die in het Nieuw-Zeelandse Christchurch 51 mensen vermoordde.  Ook bij ons is de theorie populair in nieuwrechtse kringen met figuren als Van Langenhove als boegbeeld.

Charlottesville Foto|: Wikipedia Commons

Van Goethem wijst ook op de kracht van de nieuwe media. In de vooroorlogse jaren waren dat de radio en het bioscoopjournaal. Nu maken Twitter en Facebook, maar ook duistere internetkanalen het makkelijk om de boodschap van de leider “ongefilterd” op de massa los te laten. Trollenfabrieken in dienst van partijen of regeringen produceren aan de lopende band complottheorieën.  Ook de klassieke mainstreammedia zijn niet onschuldig. De Nederlandse populismespecialist Cas Mudde waarschuwt in De Volkskrant voor de normalisering van radicaalrechts populisme in de media die volgens hem de laatste jaren “steeds verder zijn gaan meebuigen met radicaalrechtse xenofobie.” Van een mediacordon is bij de Vlaamse openbare omroep intussen al lang geen sprake meer. Nadat hij in een ophefmakende documentaire van de VRT-Nieuwsdienst als een gewelddadige neofascist was ontmaskerd kon Van Langenhove doodgemoedereerd aan tafel zitten voor een debat met mainstream politici als Koen Geens en Maggy De Block. Na de brand in Bilzen kregen de politieke pyromanen als Tom Van Grieken en Jean-Marie De Decker uitgebreid de kans om het gebeuren te “duiden.”

Niemand heeft de sfeer en de geestesgesteldheid aan de vooravond van de twee wereldoorlogen beter beschreven dan de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig in zijn autobiografie “De wereld van gisteren.” Twee keer danste Europa op een vulkaan en twee keer gingen vooruitgangsgeloof en optimisme de duisterste periode van onze geschiedenis vooraf. In de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog had Zweig een indrukwekkend netwerk van vriendschappen opgebouwd in de literaire en kunstwereld over heel Europa: met de Franse pacificist Jules Romains bijvoorbeeld, met Franz Werfel (“Der Weltfreund”) in Duitsland, Camille Lemonnier, Constantin Meunier en vooral Emile Verhaeren in België. Allen geloofden ze heilig in de “broederschap der volkeren,” niemand zag de tekenen des tijds die het grote conflict aankondigden. “We vertrouwden op Jaurès, op de socialistische Internationale” schrijft Zweig, “we geloofden dat de spoorwegarbeiders eerder de rails zouden opblazen dan hun kameraden als slachtvee naar het front laten transporteren…. Ons gemeenschappelijk idealisme, ons door vooruitgang bepaald optimisme maakten dat wij het gemeenschappelijke gevaar niet zagen of onderschatten.”

Zweig moest met vertwijfeling vaststellen hoe het opgezweepte nationalisme en de oorlog de vriendschapsbanden aantastten, hoe de stilte viel in de conversatie, hoe correspondentie onbeantwoord bleef. In de jaren dertig maakte hij, na het uitbundige optimisme van het decennium daarvóór, hetzelfde mee. Zweig woonde in het Oostenrijkse Salzburg, een steenworp van Berchtesgaden net over de grens waar een zekere Adolf Hitler zich zou komen vestigen. Maar ondanks die nabijheid duurde het ook nu weer lang eer Zweig en zijn tijdgenoten de ernst inzagen van wat in Duitsland en Italië aan de gang was. Pas toen hij in Italië een aanval van een goed georganiseerde groep fascistische jongeren op een linkse betoging had meegemaakt maakte hij zich echt zorgen om wat Europa opnieuw te wachten stond. “Dit was voor mij de eerste waarschuwing dat ons Europa onder het schijnbaar rustige oppervlak vol gevaarlijke onderstromingen was.” Dat had net zo goed vandaag geschreven kunnen zijn.

Ook in Duitsland groeide pas laat – té laat – het besef dat de “agitator van de bierhallen” echt gevaarlijk kon worden. De industriëlen zagen met tevredenheid de man die ze “jarenlang in het geheim hadden gesteund aan de macht komen” en “de meest verschillende, meest tegengestelde partijen zagen deze ‘onbekende soldaat’ die elke stand, elke partij, elke richting alles beloofd had wat ze graag hoorden, als hun vriend – zelfs de Duitse joden maakten zich geen grote zorgen.” Nog op 30 januari 1933, nadat Hitler aan de macht was gekomen, schreef de voorzitter van het “Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens”,  de vereniging die in de 19e eeuw door Joodse intellectuelen was opgericht tegen het opkomende antisemitisme: “Im übrigen gilt heute ganz besonders die Parole: Ruhig abwarten!”

Johan Depoortere

24 december 2019

Deze tekst verscheen eerder als column in het decembernummer van Aktief, het blad van Het Masereelfonds

December 30, 2019 at 9:42 am 1 comment

CORBYN, LABOUR, ANTISEMITISME EN ANTIZIONISME

De campagne in de Britse media tot demonisering  van Labourleider Jeremy Corbyn is met de verkiezingen in aantocht een versnelling hoger geschakeld. Het is treurig te moeten vaststellen dat de VRT-nieuwsdienst kritiekloos meesurft op de golven van de anti-Corbyn heksenjacht. In het journaal van 26 november was te zien hoe Corbyn door een dozijn heethoofden werd verweten een racist en een antisemiet te zijn. De strekking van het nieuwsverhaal was dat Corbyn er niet in slaagt het “antisemitisme in Labour onder controle te krijgen.”

Jeremy Corbyn bij de kranslegging in Tunis (2014) Foto: Facebook page of Palestinian Embassy in Tunisia

In de duizenden artikelen en nieuwsverslagen in de Britse media waarin dezelfde kritiek wordt geuit ontbreken meestal de feiten die deze zware beschuldigingen moeten ondersteunen. Het “antisemitismeprobleem” of de “antisemitismecrisis” in Labour is een axioma waarvoor geen bewijzen meer hoeven te worden aangedragen. Zo ook in het Vrt-verslag. De aanwezigheid van Corbyn bij het eerbetoon aan “de leider van de terreurorganisatie Zwarte September” was zowat het enige concrete dat het verwijt van antisemitisme moest staven. Maar zelfs dat “feit” klopt helaas niet met de werkelijkheid. De waarheid is dat Corbyn in 2014 – toen nog een Labour backbencher – inderdaad een krans heeft neergelegd bij het moment ter herdenking van de Palestijnse slachtoffers van de Israëlische luchtaanval in 1985 op het hoofdkwartier van de PLO (Palestijnse Bevrijdingsorganisatie) in Tunis. Die Israëlische aanval werd destijds door vrijwel de hele wereld – inclusief de Verenigde Staten – veroordeeld. Op hetzelfde kerkhof waar zich het monument bevindt zijn andere vooraanstaande leden van de PLO begraven, onder hen twee die verdacht worden van betrokkenheid bij de aanslag op de Olympische Spelen in München 1972 waarbij 11 Israëlische atleten en een Duitse politieman werden gedood. De twee werden later door de Mossad (de Israëlische inlichtingendienst) zonder vorm van proces omgebracht. Het journaal deed geen moeite om de framing en het fake news van de Britse tabloids tegen het licht te houden.

Corbyn heeft ongetwijfeld veel tekortkomingen maar dat hij een racist zou zijn is een groteske beschuldiging. De man heeft zijn hele leven gestreden tegen alle vormen van racisme en antisemitisme. Ook het verwijt dat de Labourpartij een “antisemitismeprobleem” zou hebben is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. De Joods-Israëlische historicus Ilan Pappé wijst erop dat het begin van de campagne tegen de labourleider en het vermeende antisemitisme in zijn partij precies te dateren is: niet na de verkiezing van Corbyn tot labourleider maar pas nadat de tweede poging om hem tot ontslag te dwingen was mislukt. De heksenjacht begon met een nieuws-item op Sky-TV, de Britse tegenhanger van het Amerikaanse Fox News.

Is er antisemitisme in de Labourpartij? Ongetwijfeld zoals in alle partijen – niet het minst bij de conservatieven. In een rapport over antisemitisme in het Verenigd Koninkrijk vond het Commons home affairs committee “geen empirisch bewijs dat in de Labourpartij meer antisemitische stellingnames zouden voorkomen dan in enige andere partij.” [1]

Een intern onderzoek van Labour leerde dat over een periode van tien maanden 453 geloofwaardige klachten werden genoteerd van Labourleden die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan antisemitisch gedrag of commentaren online. Op ruim een half miljoen Labourleden komt dat neer op 0,08 percent. “Endemisch” of “institutioneel” antisemitisme?

Hoe dat bij de Conservatieven zit is helaas niet onderzocht. In het journaalverslag kreeg Corbyns rivaal Boris Johnson ruimschoots de kans voor een open doel te scoren. Never mind dat Johnson een lange traditie achter zich aansleept van seksistische, homofobe, islamofobe  en racistische opmerkingen. Mensen met een donkere huidskleur noemde Johnson ooit “piccaninnies” (een onvertaalbaar Amerikaans racistisch scheldwoord) met een “watermeloenglimlach” en hij vergeleek moslimvrouwen met “brievenbussen.”

Er is een verklaring voor de hevigheid van de campagne beschadiging tegen Corbyn: hij is de eerste leider van een grote Britse politieke partij die opkomt voor de rechten van de Palestijnen en zich consequent verzet tegen de Israëlische Apartheid en bezetting. Sinds het toenemende succes van de internationale BDS-actie (Boycot, Divestment, Sanctions) tegen de zionistische staat is ook het tegenoffensief van de Israëlische propaganda in alle hevigheid toegenomen. Een centrale strategie in dat tegenoffensief is het verwijt van “antisemitisme” kleven op al wie kritiek heeft op Israël en zijn staatsideologie, het zionisme.

Kenneth Stern

Dat Labour daar nu het slachtoffer van is heeft het voor een deel aan zichzelf te danken. Onder sterke interne en externe druk heeft de partij vorig jaar de definitie van antisemitisme overgenomen zoals die is geformuleerd door de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), een organisatie die gedomineerd wordt door aanhangers van het zionisme. Van de elf voorbeelden van antisemitisme die de organisatie opsomt hebben zeven betrekking niet op vooroordelen tegen Joden maar op kritiek op de staat Israël. Israël een “racistische onderneming” noemen is éen van de voorbeelden – ook al heeft de Israëlische regering vorig jaar discriminatie en racisme in steen gebeiteld met een wet die uitdrukkelijk het recht op zelfbeschikking ontkent voor de niet-Joodse bevolking van het land: de Palestijnse minderheid. Deze definitie van antisemitisme heeft tot de royering geleid van prominente Joodse Labourleden die zichzelf als antizionisten afficheerden. Eén van de auteurs van de IHRA-definitie van antisemitisme, de Amerikaanse jurist Kenneth Stern, waarschuwde vóór het Amerikaanse congres voor het gevaar dat de definitie misbruikt zou worden om de vrije meningsuiting aan banden te leggen. Net dat is wat in het Verenigd Koninkrijk – en helaas ook bij ons – aan het gebeuren is.

Johan Depoortere

27 nov 2019

[1] https://publications.parliament.uk/pa/cm201617/cmselect/cmhaff/136/136.pdf

November 28, 2019 at 11:42 am Leave a comment

ALLEMAN MOO LEIVE, WIT EN ZWET. KARABOUGIA !

 Door Lucas Catherine

Op 11 november  worden de oudstrijders uit WO I herdacht. Dit is het verhaal van één van de Kongolezen die vochten aan de Ijzer: Simon Lisasi, alias Johny, de man die de Karabougia uitvond.

Herdenking van de Kongolese oudstrijders in Schaarbeek

Nadat België officieel Kongo van Leopold II had overgenomen waren de Kongolezen niet langer onderdaan van de Kongo Vrijstaat maar werden ze Belgisch onderdaan. Vanaf 1909-1910 arriveerden dan ook enkele tientallen Kongolezen in Brussel. Het waren ex-matrozen die gediend hadden op Kongoboten, boys die tijdens de vakantie van de koloniale familie waarvoor ze werkten waren gaan lopen, of ontslagen waren. Ze vestigden zich vooral in de wijk rond de Beurs en op de Vlaamse Steenweg.

Op het nummer 14 van die steenweg, op zo’n vijf huizen van de Kathelijnemarkt ontstond zelfs een soort opvangs- of doorgangs huis. Officieel woonden er François Usekebambola en Antoine Boïmbo, maar er passeerden tientallen Kongolezen die er een tijdje hun intrek namen. Eén van de Kongolezen die er verbleven was Simon Lisasi, bijgenaamd Jo(h)ny. Hij raakte verliefd op een Brussellès, Hermine Van Welde en ze wilden trouwen. Maar dit kon niet want zijn papieren waren niet in orde.

Hij leerde er ook bakker Vos kennen die iets verder op de Vlaamse steenweg woonde, op nr 146. Die fabriceerde guimauves (schuimpjes in het Nederlands) en ook wat men in het Brussels maskesvlies of nonnenbillen noemt. Simon bracht hem op het idee om de brokjes die achterbleven te hergebruiken door ze samen tot een harde, zwarte suikerplaat te bakken die gearomatiseerd werd met anijs. Die werd daarna met een hamer in brokjes geslagen. Het kreeg een swahili-naam karabougia (van kara : brok en bugia : snoep).

Karabougia

Eerst werd het verkocht op de nabijgelegen Kathelijnemarkt. Simon, zeg maar Johny, deed dat heel spectaculair. In de zomer met enkel een strooien rokje en een halsketting van schelpen en hij danste en hij prees zijn waar niet alleen in het Frans aan, maar ook in het Brussels, geleerd van zijn Hermine : Karabougia, Karabougia ! Bolle vi de valling ! Bolle vi den oest. Alleman moo leive, wit en zwet. Karabougia !

Als het kouder werd stak hij zich in kostuum en droeg een bolhoed. Een marktkramer moet opvallen. Hij werkte voor zijn brood ook als mecanicien. Lisasi kreeg veel navolging en na een tijdje werkten er tientallen Kongolese karabougiaverkopers voor Simon Lisasi in opdracht van bakker Vos.

Karabougiaverkoper

Het werd een erg populaire zoetigheid die in Brusselse cafés zal worden verkocht tot in de jaren zestig. Dat iedereen het kende mag ook blijken uit het Kuifjesalbum De Krab met de Gulden Scharen, daarin speelt de boot van kapitein Haddock een hoofdrol en die boot heet, jawel, Karaboudjan. Het werd trouwens ook door Kongolezen verkocht op de markten van de dorpen en de streek rond Brussel.

Toen de oorlog uitbrak werd Simon Lisasi, net als 32 andere Kongolezen oorlogsvrijwilliger. Hij diende ondermeer in het 9de Linie waarmee hij vocht rond Nieuwpoort . Hij vocht ook bij Lombardzijde waar hij gewond raakte en in het militair hospitaal belandde. Daarna werd hij doorverwezen naar het hospitaal in Calais. Het bleek dat zijn longen aangetast waren door de Duitse gasaanvallen.

Gifgasaanval

Na de oorlog keerde hij naar Brussel terug maar zijn oud appartement was nu door anderen bewoond en al zijn bezittingen waren verdwenen. In 1919 was hij één van de medestichters van de eerste vereniging van Kongolezen in België, L’Union Congolaise. Hij trouwde met Hermine en ze vestigden zich in de Spoormakersstraat (bij de Beurs), later in Schaarbeek, waar hij werkte als mecanicien. Hij zal er in 1929  sterven, als gevolg van zijn oorlogsverwondingen.

 

November 11, 2019 at 9:39 am 4 comments

Waarom N-VA zo vijandig staat tegenover de klimaatbeweging

Door Jan De Zuttter
Kersvers minister voor Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), gaat strenger optreden tegen klimaatspijbelaars. Tegen alle spijbelaars, maar tegen klimaatspijbelaars een beetje meer. Want spijbelen is als door een rood licht rijden; dat mag niet. Mocht dit een geïsoleerde uitspraak zijn van een overspannen excellentie, we zouden wellicht onze schouders ophalen. Dat is het helaas niet, het past in een zorgwekkende evolutie waarin klimaatbeleid in het vizier is gekomen van rechts-populisten en nationalisten die er een electoraal wingewest in zien.

HET PRIMAAT VAN DE PATRIARCH

Voor de goede orde, N-VA behoort niet tot de Europese hard core populisten; Cas Mudde noemt ze eerder een burgerlijk conservatieve partij die zo nu en dan ‘in het populistisch verweer gaat’. De uitspraak van Ben Weyts zou je als populistisch verweer kunnen beschouwen. Ze appelleert aan het conservatieve waardenkader van burgers die opgevoed werden in wat George Lakoff het ‘strikte vadermodel’ noemt, waarbij vader de regels bepaalt, absolute autoriteit heeft en kinderen die de regels overtreden, gestraft worden. Kinderen horen achter de schoolbanken te zitten en als ze dat niet doen – wat ook de reden is – moeten ze gestraft worden.

Dat waardenkader heeft het bijzonder moeilijk met pluralisme dat het gezag uitdaagt. Dat verklaart onder meer ook de voortdurende roep in N-VA-middens om het primaat van de politiek te herstellen, in Lakoffs woorden: het primaat van de patriarch. Dat is minder onschuldig dan het lijkt. De afgelopen jaren verschenen er talrijke rapporten van middenveldorganisaties en zelfs van het EU Agentschap voor Fundamentele Rechten om het zogenaamde fenomeen van de shrinking space aan te klagen, het doelbewust inkrimpen van de bewegingsruimte van het burgerlijk middenveld. Het gebeurt op evidente wijze in landen als Hongarije en Polen, maar net zo goed – zij het iets voorzichtiger – in Vlaanderen, waar N-VA de aanval heeft ingezet op de middenveldorganisaties. Youth for Climate is zo’n jonge middenveldorganisatie en de waarschuwing van Weyts dat hij zal ingrijpen als ze op het ‘foute moment’ op straat komen, moet wel degelijk gezien worden in het kader van het shrinking space-fenomeen.

 

George Lakoff Foto: By Mikethelinguist – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=52124483

Tot nader orde behoort het recht om betogingen en optochten te organiseren nog steeds tot de essentie van een pluralistische democratie, een recht dat verankerd is in het Charter van de Fundamentele Rechten van de EU. Dat recht kan worden beperkt, maar enkel omwille van zeer ernstige redenen zoals de bedreiging van de openbare orde, terrorisme of het risico van witwaspraktijken.

Er zijn nog mogelijkheden om de klimaatspijbelacties te laten ophouden: door een rechtvaardig klimaatbeleid te voeren, één dat de terechte zorgen wegneemt van de grote groep mensen die vrezen dat zij zullen opdraaien voor een crisis die ze niet zelf veroorzaakt hebben. Het Vlaamse regeerakkoord stemt helaas tot pessimisme. Maar dat was misschien de bedoeling. Met klimaatscepticisme zijn immers stemmen te rapen.

STEMMEN RAPEN MET KLIMAATSCEPTICISME

De klimaatcrisis is de afgelopen jaren gestaag opgepikt door rechts-populistische en nationalistische groepen en partijen die er een punt van hebben gemaakt om zich actief te verzetten tegen klimaatactie. Ze doen dat uiteraard omdat ze beseffen dat daar stemmen mee te rapen zijn. Toch blijft het een merkwaardig fenomeen omdat rechts-populisten hun electorale basis hebben uitgebouwd door zich te focussen op migratie of minderheden.

In 2019 veroverden rechts-populistische partijen bijna een kwart van de zetels in het Europees Parlement. Een recent onderzoek van de onafhankelijke denktank Adelphi toont aan dat in het verleden deze partijen – 21 zijn het er ondertussen al – systematisch tégen Europese maatregelen stemden om de klimaatcrisis onder controle te krijgen. De helft van alle stemmen tégen resoluties van het Europees Parlement over klimaat en energie komen van rechts-populistische partijen.

Maar waarom is klimaat plots een hot issue geworden voor rechts-populisten en nationalisten? Dat is immers niet altijd zo geweest aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Eén van de eerste krachtige stemmen om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering was Margaret Thatcher die in 1989 voor de Algemene Vergadering van de VN stelde dat ‘klimaatverandering ons allemaal treft en dat actie enkel effectief kan zijn als het op internationaal niveau wordt ondernomen.’ Zelfs Donald Trump, die we niet kunnen verdenken van enige sympathie voor de klimaatbeweging, was in 2009 in de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen medeondertekenaar van een open brief van Amerikaanse bedrijfsleiders, gericht aan Barach Obama om dringend ingrijpende klimaatmaatregelen te nemen. ‘Als we niet meteen optreden, is het wetenschappelijk onweerlegbaar dat er catastrofale en onomkeerbare gevolgen zijn voor de mensheid en de planeet,’ vond Trump toen. Maar tijdens zijn presidentiële campagne keerde Trump zijn kar en ging hij voluit voor het klimaatsceptische discours. Hij noemde klimaatverandering zelfs een verzinsel van de Chinezen. In 2017 liet hij de VS uit de Klimaatakkoorden van Parijs stappen.

WAAROM ZIJN RECHTS-POPULISTEN VAAK OOK KLIMAATSCEPTICI?

Er is te weinig onderzoek gedaan naar de verbanden tussen rechts-populisme en nationalisme enerzijds en het politieke klimaatscepticisme anderzijds om precies te kunnen verklaren waarom deze partijen zich zo actief inzetten tégen de klimaatzaak. Er zijn uiteraard al wel enkele verklaringen geformuleerd, onder meer in een publicatie uit 2018 van de Universiteit van Sussex in het magazine Environmental Politics. Die schuift twee verklaringen naar voor. De ‘structuralistische verklaring’ zoekt de oorzaak in de economische achterstelling en marginalisering van de zogenaamde slachtoffers van de globalisering, van ‘those who are left behind’. Een tweede verklaring is eerder cultureel-ideologisch van aard en bouwt verder op de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’, waarbij klimaatactie gezien wordt als een wereldwijd complot van die elite tégen het volk.

Volgens de onderzoekers vertoont de structuralistische verklaring nogal wat mankementen, omdat de groep mensen die rechtstreeks getroffen wordt door de uitstap uit de koolstofintensieve economie relatief klein is. De mijnwerkers uit de steenkoolindustrie, die vaak worden aangehaald als slachtoffers van klimaatactie, maken slechts 0,5% uit van de totale tewerkstelling in landen als Polen en Australië die nog sterk op steenkool aangewezen zijn en zelfs minder in de VS. Belangrijker allicht is de vrees van grote groepen mensen dat ze opgezadeld zullen worden met allerlei extra kosten om de klimaatcrisis de baas te kunnen. Dat is vooral het geval in gebieden waar de oude industrieën verdwenen zijn en de voormalige arbeiders niet hebben kunnen meeprofiteren van de nieuwe geglobaliseerde wereldeconomie. Maar zelfs dat is geen voldoende verklaring, want het electoraat van populistische partijen behoort niet noodzakelijk en niet overal tot de laagste inkomenscategorie.

Vandaar dat de cultureel-ideologische dynamiek mogelijk meer zoden aan de dijk zet. Die schuift het klassieke culturele discours van het populisme naar voor, namelijk de tegenstelling tussen ‘het volk’ en de ‘kosmopolitische elite’. Daar komt uiteraard een pak complotdenken aan te pas. Want er moet een aannemelijke verklaring bestaan waarom die ‘kosmopolitische elite’ een ‘onbestaande’ klimaatcatastrofe zou willen verzinnen.

Bij ons verduidelijkte N-VA, bij monde van oud-minister Johan Van Overtveldt in een opiniestuk van 27 januari 2019 in De Tijd, waarom dat wereldwijde complot bestaat. Een complot waaraan blijkbaar ook 97% van alle klimaatwetenschappers actief deelnemen: ‘De indruk dat hier een andere en bredere agenda speelt, tekent zich elke dag wat duidelijker af.’ Die agenda is volgens Van Overtveldt niet meer of minder dan de omverwerping van het kapitalisme. Dat complotdenken sloop zelfs bij de CD&V binnen toen voormalig minister voor Milieu, Joke Schauvliege, beweerde dat de acties van de klimaatjongeren helemaal niet spontaan waren. Dat had ze van de staatsveiligheid vernomen. Het was fake news, maar het wees er wel op hoe het populistische discours zich zelfs meester maakt van traditionele partijen.

De link naar Big Governement, Deep State of wereldvreemde technocraten van de EU is dan snel gemaakt. Klimaatbeleid komt zo terecht in het zog van identitaire politiek, van het Euroscepticisme dat rechts-populisten en nationalisten uitdragen en van de bedreiging van de volkseigenheid en de etnische identiteit door ‘superstaten’. Dat precies Europa aan de kar trekt van het klimaatbeleid is meteen het keiharde bewijs voor die these. Dezelfde Unie die de ‘islamisering van het Westen’ voorbereidt, of die de ‘grenzen wagenwijd openzet’, wil ook uw biefstuk afpakken en u op een dieet van bonen en sla zetten. Als je die Eurocraten hun gang laat gaan, wordt dat wellicht wormstekige bio-sla.

Dat de leiders van de klimaatbetogingen jongeren zijn – die horen hun mond te houden – van het vrouwelijk geslacht én er ‘rare’ gedragingen op na houden – ze hebben autisme of zijn genderfluïde – is extra koren op de molen. Alles wringt met het oude wereldbeeld van een door traditionele mannen gedomineerde samenleving.

KLIMAAT ALS ONDERDEEL VAN CULTUUROORLOGEN

Klimaatbeleid is op die manier een onderdeel geworden van de zogenaamde culture wars, schrijft Andrew Hoffman in How Culture Shapes the Climate Change Debate. Er is immers een overweldigende consensus in de exacte wetenschappen over de antropogene oorzaken van klimaatverandering, maar die heeft niet geleid tot een maatschappelijke consensus. Grofweg twee groepen staan lijnrecht tegenover elkaar, groepen die in een steeds toenemende polarisatie verwikkeld zijn: zij die de wetenschappelijke feiten aanvaarden en voorstander zijn van ingrijpende maatregelen en zij die de wetenschappelijke consensus verwerpen of in twijfel trekken en zich verzetten tegen klimaatmaatregelen. Een paper gepubliceerd naar aanleiding van een klimaatcongres in Brussel in 2010 maakt duidelijk dat er in de jaren 1990 in de VS nauwelijks een verschil was tussen Republikeinse en Democratische kiezers als het over klimaatverandering ging. Tegen 2008 was dat radicaal veranderd. Bij de klimaatontkenners noemde 76% zich Conservatief en slechts 3% Democraat. Klimaatontkenners verzetten zich ook tegen herverdelingsmechanismes, armoedebestrijdingsprogramma’s, het reguleren van ondernemingen, of houden er conservatieve meningen op na als het gaat over het homohuwelijk, abortus of de beperking van de verkoop van wapens.

Klimaatverandering is op ongeveer tien jaar tijd deel gaan uitmaken van de culture wars die eerst in de VS en nadien ook in Europa van de grond kwamen. Sociale wetenschappers verduidelijken dat mensen zowat alle politieke en maatschappelijke vraagstukken bekijken vanuit hun waardenkader. Als de feiten botsen met dat waardenkader wordt niet dat laatste aangepast, maar wordt er aan de feiten gesleuteld. In het geval van klimaatverandering worden de feiten geminimaliseerd (het is minder ernstig dan wat de ‘doemdenkers’ beweren), de oplossingen vereenvoudigd (technologie zal de klus wel klaren) of wordt de ernst van de feiten in twijfel getrokken (de feiten zijn een vervalsing georganiseerd door een wereldwijd complot dat onze manier van leven onderuit wil halen).

De grote boosdoener in het debat, CO₂, is daarbij zelfs een spelbreker. CO₂ is immers geen ‘gif’ dat enkel door mensen wordt geproduceerd, het komt ook gewoon in de natuur voor en is zelfs noodzakelijk voor planten om te overleven. Het is pas schadelijk als er op de lange termijn onevenwichten ontstaan in de atmosfeer. Bovendien is het paradoxaal genoeg een graadmeter voor welvaart, want hoe hoger de CO₂-uitstoot hoe hoger de welvaart van een betrokken land. De strijd tegen CO₂ kan dan makkelijk vertaald worden naar een aanslag op ‘onze welvaart’, onze manier van leven. CO₂-uitstoot afbouwen, impliceert immers een heel nieuwe kijk op de wereld en op hoe de mens zich verhoudt ten opzichte van zijn omgeving. Het stelt fundamentele waardenkaders en wereldbeelden in twijfel en geeft daarom aanleiding tot grote onzekerheid. Het gevoel dat onze eigenheid, onze identiteit en onze wereldbeelden bedreigd worden door klimaatactivisten leeft dan ook sterk bij grote delen van de bevolking. Dat die hele ‘klimaathysterie’ op z’n zachts gezegd overdreven is of misschien wel één groot complot is om onze manier van leven onderuit te halen, is dan een geruststellende gedachte.

DOORBRAAK: MEDIAPLATFORM VOOR KLIMAATSCEPTICI

Nu we het complot kennen, kunnen we er van uitgaan dat de klimaatjongeren en hun spijbelacties in het ergste geval medecomplotteurs zijn en in het beste geval de slachtoffers van hun boosaardige, welstellende, stedelijke en kosmopolitische, bakfietsrijdende ouders. Die framing wordt er in heel Europa ingelepeld. Verschillende gradaties van complotdenken passeren de revue, gaande van een wereldbeweging die financieel ondersteund wordt door Georges Soros of een rijke Zweedse mecenas in het geval van Greta Thunberg, tot de heimelijke financiering door Groen in het geval van Anuna De Wever. Maar ook bescheidenere complotten, georganiseerd door een netwerk van ‘linkse ouders’, doen het goed.

Greta Thunberg Foto Ketnet

Op Doorbraak, de mediasatelliet van het Vlaams-nationalisme, noemt auteur Michel Berger het opjutten van jongeren door hun ouders ronduit kindermishandeling. Michel Berger kan het weten, want hij is een gepensioneerd leraar die bezorgd is om het welzijn van kinderen. Hij is ook actief bij N-VA Genk, waar hij zich verkiesbaar stelde én hij is de oud-leraar van de huidig Vlaamse minister verantwoordelijk voor klimaatbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Hoewel, haar titulatuur vermeldt ‘Milieu’ niet langer; het is nu ‘Omgeving’: dat klinkt minder groen.

Berger mag weliswaar geen zwaargewicht zijn in de partij, zijn pennenvrucht is interessant omdat ze alle ingrediënten bevat van het klimaatsceptische discours dat breed gedeeld wordt bij het kiespubliek van N-VA. De ernst van de klimaatcrisis wordt gerelativeerd: er waren in het verleden immers zoveel dreigingen die nooit bewaarheid werden, zoals het gat in de ozonlaag of de gevolgen van Tsjernobyl. Ook dat was gewoon bangmakerij om niets. Bezorgdheid om klimaatverandering is een rancuneuze vingerwijzing naar de vorige generaties die ‘alles hebben opgesoupeerd’ terwijl het toch overduidelijk is dat die generaties gezorgd hebben voor een welvaart zoals nooit tevoren. In dat argument wordt CO₂-uitstoot gelinkt aan stijgende welvaart.

‘De echte daders zitten in de ‘linkse’ hoek, de hoek die teert op klassenstrijd, (…) op rancune tegen de bourgeoisie, de traditie, het patriarchaat en het systeem.’ Let op de bezorgdheid voor traditie en het patriarchaat – de ingrediënten van Lakoffs ‘strikte vadermodel’. Ook de verwijzing naar de vermeende hypocrisie van de klimaatjongeren komt aan bod. Je weet wel, die jongeren die beter niet met het vliegtuig op reis zouden gaan, maar zoals vroeger hun bottines moeten strikken om op trektocht te gaan, die geen rommel moeten achterlaten op festivals en beter een boek zouden lezen in plaats van computerspelletjes te spelen. De klimaatjongeren zouden verdikke blij moeten zijn dat ze naar school mogen gaan, de grootouders van Berger konden dat niet eens.

Het stukje leest als de communicatiebijbel voor populisten. Het is gedrenkt in een heimatverlangen naar het goede, strenge leven van weleer waar eenieder in korte broek en met de dikke trui van de oudere broer vele kilometers door de bittere koude naar school marcheerde, terwijl de ouders stoflongen opdeden in de koolmijn. Waar klagen die verwende jongelui toch over?

Op Doorbraak passeren ook de usual suspects de revue of worden klimaatjongeren in anonieme ‘satirische’ stukjes geschoffeerd als zijnde psychiatrische patiënten met waanbeelden. Dat niveau wordt afgewisseld met pseudo-ernstige artikels, waaronder in september de befaamde brief van 500 klimaatsceptici die vragen het klimaatbeleid stop te zetten. Bij de 19 Belgische ondertekenaars, zo berichtte Knack, was er niet één klimaatwetenschapper, en publiceerden 6 onder hen voordien reeds klimaatsceptische stukken op Doorbraak.

KLIMAATOPLOSSING BEDREIGT BESTAANSREDEN VAN N-VA

Dat het Vlaams-nationalisme op z’n zachtst gezegd vijandig staat ten opzichte van de klimaatbeweging is duidelijk. Dat die vijandigheid doorsijpelt in de communicatie van de N-VA-top mag daarom niet verbazen. De waarschuwing van Ben Weyts aan de spijbelende jongeren is dus geen geïsoleerde uitspraak, maar past naadloos in de rij klimaatsceptische uitspraken zoals die van minister voor Omgeving, Zuhal Demir, die de ‘straatprotesten welletjes vindt. We hebben het nu wel begrepen’ of van Vlaams minister-president, Jan Jambon (N-VA), die het onlangs had over klimaathysterie. Hij echode daarmee de uitspraken van de populisten van de Ware Finnen. Die doen vandaag niet aan biefstukkennationalisme zoals N-VA, maar aan worstennationalisme. Want klimaatbeleid zal de ‘worst uit de mond van de arbeider halen’. Het is zelfs erger volgens de Ware Finnen. Ook katten en honden zullen worden getroffen door de klimaatjongeren, want de prijs van een blik honden- of katteneten zal met 20 tot 40% stijgen. ‘Wat ga je zeggen tegen die kleine jongen of dat kleine meisje dat in huilen zal uitbarsten als mama en papa vertellen dat ze dat niet meer kunnen betalen?’ Minister voor Dierenwelzijn, Ben Weyts, is gewaarschuwd.

Dat Vlaams-nationalisten en nationalisten in het algemeen, zo vlot meegaan in het populistische discours over het klimaat heeft er uiteraard mee te maken dat hun bestaansreden zelf bedreigd wordt door de klimaatproblematiek. Die is per definitie globaal én kan enkel door supra- of postnationale instellingen aangepakt worden. Het adagium ‘wat we zelf doen, doen we beter’ klinkt dan als de uitspraak van een keizer zonder kleren. Dat geven Vlaams-nationalisten ook volmondig toe. De impact van een Vlaams klimaatbeleid is op wereldschaal verwaarloosbaar, luidt het argument. Dat klopt, maar dat geldt ook voor de strijd tegen fraude, criminaliteit, terrorisme, of voor een duurzaam migratiebeleid… afijn voor zowat elk beleidsdomein met een grensoverschrijdende impact.

De klimaatjongeren hebben begrepen dat in een geglobaliseerde wereld de solidariteit buiten de grenzen van de natiestaat moet treden om de grote uitdagingen te kunnen aanpakken. Taal- en cultuurverschillen worden overbrugd met het oog op het algemeen belang. Zelfs op Belgisch niveau slagen de Vlaamse Anuna De Wever en de Waalse Adelaïde Charlier er probleemloos in een coalitie te vormen op hetzelfde moment dat Belgische partijen zich met het mes tussen de tanden naar de onderhandelingstafel slepen. Dat is allemaal heel erg vervelend voor een partij die teert op exclusie van wie de Vlaamse identiteit niet ten volle omarmt.

COMPLEXITEIT GEEN EXCUUS

Zoals wel vaker, plugt rechts-populisme en nationalisme in op terechte zorgen en bekommernissen van een grote groep burgers. De klimaatcrisis is een ongeziene uitdaging waarvoor veel, maar lang niet alle oplossingen beschikbaar zijn. Maar iedereen die de problematiek kent, weet dat de transitie naar een koolstofneutrale economie een titanenwerk zal zijn dat bovendien een pak geld zal kosten. Het vergt bovendien een langetermijnplanning, waar politici die dat proces in gang zetten, wellicht nooit zelf electoraal van kunnen profiteren.

George Lakoff vertelt dat met die langetermijnstrategie nog een tweede probleem opduikt, namelijk dat de taal nauwelijks in staat is om die op eenvoudige manier over te brengen. Het politieke discours heeft het makkelijk met ‘directe oorzakelijkheid’, namelijk maatregelen of gebeurtenissen die een direct aantoonbaar effect hebben. Maar taal heeft het veel moeilijker met wat hij ‘systemische oorzakelijkheid’ noemt, omdat dat zo complex is dat het niet te vatten is in enkele zinnen. Om het eenvoudig te stellen: je krijgt het gewoon niet uitgelegd. Klimaatsceptici gebruiken daarom vaak directe oorzakelijkheid als ze het over klimaat hebben, bijvoorbeeld als ze tijdens een barre winterprik opmerken dat het toch wel heel erg koud is om van klimaatopwarming te kunnen spreken.

Maar de complexiteit van de dynamiek van klimaatverandering is geen reden voor verantwoordelijke politici om de kop in het zand te steken, zelfs niet als de oplossing een titanenwerk is dat handenvol geld zal kosten. Immers, niets doen zal een groter titanenwerk opleveren én bovendien méér kosten. De uitdaging vandaag, ook voor N-VA, is om de aanpak van de klimaatcrisis niet enkel georganiseerd te krijgen, maar vooral om er voor te zorgen dat die transitie rechtvaardig gebeurt en dat gewone burgers nooit de dupe zullen worden van de noodzakelijke maatregelen. Elk klimaatbeleid dat enige kans op succes wil hebben, zal moeten starten met een stevig sociaal beleid en – om het betaalbaar te maken – met eerlijke belastingen, ook en vooral voor multinationals en de superrijken. Als dat links klinkt, so be it.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit SAMPOL

October 25, 2019 at 6:23 pm Leave a comment

DE ACTUALITEIT VAN MARX

Door Johan Depoortere   

“Had Karl Marx gelijk?” vraagt “The Economist” zich af en in de herfst van 2008 toeterde de Londense Times (ook niet bepaald een links propagandablad) vanop de voorpagina: “Hij is terug!” – Hij: Karl Marx. Ruim 170 jaar terug in de tijd: in november 1847 kreeg de in Brussel verblijvende Karl Marx van de “Communistische Liga” in Londen de opdracht een basistekst te produceren voor de relatief nieuwe politieke beweging. Een paar maanden later – Marx vertoonde onverbeterbaar uitstelgedrag – moest de Centrale Autoriteit van de Liga hem een vermanende brief schrijven met het dringende verzoek nu eindelijk werk te maken van de tekst en binnen de week met iets voor de pinnen te komen. Deze keer gaf Marx gehoor aan zijn opdrachtgevers en het resultaat is een klassieker onder de klassiekers: het Communistisch Manifest.

Eén van de meest geciteerde passages uit die 170 jaar oude tekst begint als een, uit de pen van de revolutionair, bevreemdende lofzang op de bourgeoisie en haar revolutionaire verwezenlijkingen: “De bourgeoisie heeft onthuld hoe de brutale krachtuiting, die de reactie zozeer in de middeleeuwen bewondert, haar passende aanvulling vond in de traagste dagdieverij. Ze heeft als eerste bewezen wat de werkkracht van de mensen tot stand brengen kan. Zij heeft nog heel andere wonderwerken voltooid dan Egyptische piramides, Romeinse waterleidingen en Gotische kathedralen, zij heeft nog heel andere tochten volbracht dan volksverhuizingen en kruistochten.”

Maar dan de andere kant van de medaille: “Waar de bourgeoisie aan de macht is gekomen, heeft ze alle feodale, patriarchale, idyllische verhoudingen vernietigd. Zij heeft de bontgeschakeerde feodale banden, die de mensen met hun ‘natuurlijke meerderen’ verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen andere band tussen mens en mens overgelaten dan het naakte eigenbelang, dan de van alle gevoelens verstoken ‘gangbare betaling.” En dan volgt die zin als een mokerslag:  Zij heeft de heilige siddering van de vrome dweperij, van de ridderlijke geestdrift, van de kleinburgerlijke weemoed verdronken in het ijskoude water van egoïstische berekening.”

Wat Marx beschrijft is het afscheid van het traditionele vaste kader dat eeuwenlang de interne verschillen tussen mensenlevens hiërarchisch heeft gestructureerd. Het verdwijnen van die traditie heeft een groot deel van de samenleving, vooral dan de jongeren, in een crisis gestort. Dat is het thema van een klein maar fijn boekje van de Franse filosoof Alain Badiou. In “Het Ware Leven, of Waarom de Jeugd gecorrumpeerd moet worden” geeft Badiou een aantal mogelijke antwoorden op die crisis – een soort handleiding voor het leven ten behoeve van de jeugd als het ware.

Vroeger was het simpel: “De voornaamste dualiteiten, zoals die tussen jongeren en ouderen, vrouwen en mannen, armoedzaaiers en machthebbers, mijn groep en de anderen, vreemdelingen en eigen volk, ketters en gelovigen, gewone burgers en edelen, stad en palatteland, hoofd-en handarbeiders, werden in de heersende taal, in de mythes, de ideologieën en de religieuze moraal behandeld volgens ordenende structuren, die iedereen een gecodeerde plaats gaven binnen complexe hërarchische systemen.. Zo stond een adelijke dame in lager aanzien dan haar echtgenoot, maar in hoger aanzien dan een man uit het gewone volk, en moest een rijke burger buigen voor een hertog, maar zijn personeel voor hem.”

Wat in de plaats is gekomen van die traditie is volgens Badiou “een gewelddadige reële dwang onder het juk van de economie, toegerust met rekenformules die alleen de honger van een kleine minderheid dienen.” Kortom: het ijskoude water van egoïstische berekening. Het gevolg – zo schrijft Badiou – “is een historische crisis van de symbolisering, een crisis die de huidige jeugd moet bekopen met desoriëntering.”

Daar zijn volgens Badiou twee mogelijke antwoorden op, twee wegen die allebei tot een impasse leiden. De eerste weg is die van “de grenzeloze apologie van het kapitalisme met zijn lege ‘vrijheden.” De bewering dat er niets beters bestaat en kán bestaan dan ons liberale, ‘democratische maatschapijmodel.” De “superioriteit van onze samenleving” in de woorden van Gwendolyn Rutten of het TINA – There is no Alternative – van figuren als De Wever, al gaan De Wever en de N-VA steeds duidelijker de andere – eveneens doodlopende – weg op: die van “het reactionaire verlangen naar een terugkeer van de traditionele, dus hiërarchische symbolisering.” Naar de Belgische situatie vertaald: de weg van het populisme en van extreemrechts en, in een E­­uropees kader, de identitaire beweging van onder andere Schild en Vrienden die in uiterste consequentie tot de geweldexplosies kan leiden van een Anders Breivik of Brenton Tarrant, de moordenaar van Christchurch.  Dat is, schrijft Badiou, “een fascistoïde reactie, die een terugkeer naar de oude hiërarchieën voorstaat en met spectaculair geweld moet verhullen dat ze in feite machteloos is.”

Wat is dan de juiste weg? Daarop antwoordt Badiou met een roekeloos voorstel, namelijk wat hij de “egalitaire symbolisering” of nog “het communistische Idee” noemt. Roekeloos omdat het na het “voorlopige historische failliet van het staats-‘communisme” in de sovjet-Unie en China van buitengewoon lef getuigt om het “communisme” als oplossing te verdedigen. Maar het kan niet anders zegt Badiou. Een coalitie van ouderen en jongeren – een politieke alliantie tussen een deel van de middenklasse, met name de intellectuelen – en de straatarmen zal moeten zorgen voor “de collectivisering van de rijkdommen, voor de effectieve afschaffing van de ongelijkheden, voor de erkenning van de verschillen op subjectieve voet van gelijkheid, en tenslotte voor het afsterven van de afzonderlijke etatistische overheden.” Na het afsterven van de staat staan we, aldus Badiou, voor de keuze tussen “communisme of barbarij.”[1]

Het “ijskoude water van de egoïstische berekening” heeft in het licht van de dreigende klimaatcatastrofe nog een heel andere, sinistere betekenis. De eindeloze cyclus van “creatieve destructie” die het kapitalisme zo succesvol maakte botst op de grenzen van de draagkracht van de planeet. De obsessie met economische groei is niet verenigbaar met een klimaatbeleid dat de planeet van de ondergang moet redden. Het BNP als graadmeter van menselijk welzijn: het is waanzin zegt de Britse milieu-activist George Monbiot. Om de planeet te redden moeten we naar de kern van het probleem en het hudige systeem treffen in het hart en dat is: het kapitalisme bestrijden. Zeg dat Marx het gezegd heeft.

[1] In een interview met de NRC legt Badiou nader uit wat hij bedoelt met de “communistische gedachte:” (…) wat voor revolutie geldt, geldt ook voor de communistische gedachte: het is de naam van een mislukking geworden. En dat begrijp ik goed, en ook dat de term daardoor aan zeggingskracht heeft verloren. Maar… eigenlijk houd ik van het woord, en wil ik niet dat mijn ideologische tegenstander mij de mond snoert door het woord aan een mislukking te verbinden en daarmee een alternatief voor het kapitalisme ondenkbaar te maken. Ik wil het hebben over een nieuw communisme, dat gaat over de mogelijkheid van een wereld buiten de heerschappij van de markt. Volgens mij is dat het communisme zoals het bedoeld is: een visie hebben over wat we gemeen hebben, wat ons menselijk maakt.” https://www.nrc.nl/nieuws/2019/07/26/filosoof-alain-badiou-zoek-een-weg-die-de-wereld-verandert-a3968340

Een versie van dit artikel verscheen eerder als column in Aktief, het driemaandelijks tijdschrift van Het Masereelfonds.

October 20, 2019 at 3:29 pm Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,628 other followers