Author Archive

WAAAROM DE OPENBARE OMROEP HET SONGFESTIVAL MOET BOYCOTTEN

Op 18 mei wordt in Tel Aviv de finale gevierd van het Songfestival, een organisatie van EBU, de koepel van Europese openbare omroepen. Het gebeuren vindt plaats in een stadion in Ramat Aviv, een stadsdeel dat gebouwd is op de ruïnes van het voormalige Palestijnse dorp Sheikh Muwanis. In 1947, nog vóór het uitbreken van de zogenaamde “Israëlische onafhankelijkheidsoorlog” werd het dorp aangevallen door de troepen van de Joodse militie Irgun onder leiding van de latere premier van Israël en Nobelprijslaureaat voor de vrede Menachim Begin. De bijna 2000 inwoners werden verjaagd en hun huizen opgeblazen. Op het op die manier vrijgekomen terrein werd later de universiteit van Tel Aviv gebouwd.

Ikrit, één van de meer dan 600 dorpen die vernietigd werden voor de vestiging van de Joodse staat.

Tussen 1948 en vandaag ondergingen meer dan 600 Palestijnse dorpen hetzelfde lot: één van de meest grootschalige etnische zuiveringen van de 20eeeuw. 800 000 mensen werden van hun huis en goed verdreven om plaats te maken voor een etnisch zuivere Joodse staat. Hun terugkeer of herstelbetalingen worden tot vandaag onmogelijk gemaakt,  een oorlogsmisdaad volgens internationaal recht. Het huidige Israël doet er alles aan om dat gewelddadige ontstaan van de Joodse staat uit het collectieve geheugen te wissen. Populaire cultuur kan daarbij helpen. Een evenement als het Eurovisie Songfestival is voor de Israëlische propaganda een uitgekiend middel om het land voor te stellen als een normaal, democratisch en Europees land.

Dat is de Joodse staat niet. De kerngedachte van het zionisme, de officiële staatsideologie van Israël, is dat internationaal recht, internationale verdragen, universele mensenrechten en zelfs de vonnissen van Israëlische rechtbanken ondergeschikt zijn aan de belangen en de “veiligheid” van één etnisch-religieuze groep, namelijk de Joden. Dat is Apartheid – een variant van de Zuidafrikaanse racistische ideologie. Het is deze ideologie die de Israëlische regering in staat stelt voortdurende oorlogsmisdaden, buitensporig geweld in Gaza, militaire bezetting, het opsluiten van kinderen, het gebruik van verboden wapens en munitie, discriminatie van de niet -Joodse bevolking, het doden van ongewapende betogers onder wie kinderen, hulpverleners, gehandicapten en journalisten te verantwoorden.

Na de zoveelste raketaanval tegen Palestijnse burgers in Gaza

Deze ideologie, die de grondslag uitmaakt van de staat Israël, is vorig jaar nog in verscherpte vorm in een nieuwe wet gegoten: de wet die Israël definieert als de “natiestaat van het Joodse volk.” De huidige premier van Israël, Benjamin Netanyahu, heeft onlangs nog in  niet mis te verstane woorden uitgelegd wat die wet betekent: “Israël is niet het land van zijn bewoners, maar uitsluitend van de Joden.” Hoewel de wet niets nieuws is – alleen de bevestiging van de bestaande ideologie – valt te vrezen dat hij voor de 1,8 miljoen Palestijnen in Israël – 20% van de bevolking – méér repressie, méér discriminatie en méér apartheid zal betekenen. De wet is ook een aansporing voor de meest extreme zionisten, de “settlers” van de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, om met nog meer aandrang de annexatie te eisen van bezet gebied. Een eis die meer en meer gehoor vindt bij de extreem-rechtse regering Netanyahu en haar beschermheer in Washington, president Donald Trump.

In deze omstandigheden een propagandashow, vermomd als liedjesfestival, organiseren is een zoveelste provocatie en uitdaging aan het adres van de internationale publieke opinie die zich meer en meer bewust wordt van het ware karakter van de “Joodse staat.” Door deel te nemen aan het festival kiezen de openbare omroepen partij in een conflict dat al meer dan 70 jaar aansleept en ze kiezen voor de partij die zich herhaaldelijk aan oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van de mensenrechten schuldig maakt. Onlangs nog stelde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties dat Israël mogelijk oorlogsmisdrijven of misdaden tegen de menselijkheid heeft begaan door zonder onderscheid ongewapende betogers in Gaza te doden. Daarom hebben de openbare omroepen in Europa de morele plicht hun stem te verheffen tegen de apartheid en tegen het culturele witwassen van discriminatie en oorlogsmisdaden. Wie zwijgt stemt toe.

Johan Depoortere

5 mei 2019

KIJK OP ZATERDAG 18 MEI ONLINE LIVE NAAR GLOBALVISION MET DE PALESTIJNSE RASHA NAHAS IN PLAATS VAN HET EUROVISIESPEKTAKEL:

 

https://guestlist.net/article/94260/why-we-should-watch-globalvision-not-eurovision-on-saturday-18th-may?fbclid=IwAR0U1bmiCkk3bQSWCtHRtmnlFTmE2jYqMOD8YcpfEt8jODj6I7FWvbh8tVQ

 

Een versie van dit artikel verscheennin De Morgen van 7 mei 2019

May 8, 2019 at 9:55 am 1 comment

ISRAEL: NEPVERKIEZINGEN IN EEN NEPDEMOCRATIE

Door Johan Depoortere

Morgen (9 april) worden parlementsverkiezingen gehouden in het land dat zich graag “de enige democratie in het Midden Oosten” noemt. Dat Israël een democratie zou zijn geldt voor een deel van de bevolking: de 75% Joden. Voor de Palestijnen, een kwart van de inwoners van het land, is de “democratie” een lege doos en voor velen een bittere grap. Want de Palestijnen in Israël – dat wil zeggen zij die binnen de grenzen van 1948 na de grootschalige etnische zuiveringen zijn overgebleven – hebben weliswaar stemrecht en verkozenen in de Knesseth, de kamer van volksvertegenwoordigers, maar echte politieke macht ontlenen ze daar niet aan. De partijen van de zionistische meerderheid piekeren er niet over coalities te sluiten met één van Arabische partijen die bovendien steeds het risIco lopen van het verkiezingsproces te worden uitgesloten. Israël is niet het land van al zijn inwoners. De wet die sinds vorige zomer het land definieert als de “natiestaat van het Joodse volk” heeft dat prinicpe in beton gegoten en premier Netanyahu heeft het voor alle duidelijkheid onlangs nog eens herhaald: “Israël is niet het land van zijn bewoners.” Het is zelfs niet het land van zijn Joodse bewoners maar van alle Joden ter wereld.

Benjamin Netanyahu

Partijen en politici die ervoor pleiten van Israël het land te maken van al wie daar woont lopen het risico te worden uitgesloten. Het exclusief Joodse karakter van het land ontkennen wordt in Israël gelijkgesteld met terrorisme. Dat was onlangs nog het geval toen twee Arabische partijen (‘Balad’ en de ‘Verenigde Arabische Lijst’ samen met een Joodse professor op de Arabische partij ‘Hadash’) op vraag van Likoed, de partij van premier Netanyahu, van deelname aan de verkiezingen werden uitgesloten. Netanyahu reageerde tevreden op de beslissing van het verkiezingscomité met de woorden: “Verdedigers van terrorisme hebben geen plaats in de Knesseth.” Tegelijk met de uitsluiting van de Palestijnse partijen – die later door de rechtbanken werd teruggedraaid – keurde de kiescommissie de deelname goed van de extreemrechtse partij  Otzma Yehudit (Joodse Macht), door de liberale krant Haaretz “Joods fascisme” genoemd. Niet alleen neemt deze partij deel aan de verkiezingen, Netanyahu gaat met hen in coalitie naar de stembus en beloofde hun kabinetsposten als hij de verkiezingen wint. Otzma Yehudit pleit openlijk voor segregatie en gebruik van geweld om de Palestijnse minderheid uit het land te verdrijven.

Benny Gantz, de andere Netanyahu

Voor de Palestijnen in Israël ziet de toekomst er somber uit en hun animo om aan deze pseudo-verkiezingen deel te nemen is dan ook bijzonder klein. Zij beseffen dat ze nooit als volwaardige burgers in de Joodse staat zullen worden erkend. Van Netanyahu en de andere rechtse partijen krijgen ze voortdurtend de verdachtmaking te horen dat ze “een vijfde kolonne” zijn. Ooit werden ze door een militaire opperbevelhebber vergeleken met “kakkerlakken” en een hoge ambtenaar noemde ze “een kanker in het lichaam van de staat.” Van de andere Joodse kandidaat die kans maakt op een verkiezingsoverwinning hebben ze evenmin iets goeds te verwachten: Benny Gantz, een ex-generaal die opkomt met de nieuwe partij “Blauw-Wit.” Gantz, die ooit door Netanyahu tot opperbevelhebber van het leger werd benoemd, gaat er praat op dat hij op zijn minst even flink is als zijn rivaal als het op het onderdrukken van de Palestijnen aankomt. In een campagnevideo wordt hem militaire lof toegezwaaid omdat onder zijn bevelhebberschap Gaza tot puin werd herleid in een campagne die onder andere 500 kinderen het leven heeft gekost. De video schalde met tevredenheid uit dat “Gaza naar het stenen tijdperk werd gebombardeerd.”

De keuze tussen Netanyahu en Gantz is met andere woorden voor de Palestijnen – en niet te vergeten ook voor een minderheid van progressieve Joden in Israël – een keuze tussen de pest en de cholera. In een laatste verkiezingsstunt kondigde Netanyahu aan dat hij grote delen van de bezette Westelijke Jordaanoever bij Israël zal voegen – een zoveelste blijk van minachting voor het internationaal recht en internationale verdragen. Benny Gantz heeft zich allesbehalve van dat voornemen gedistantieerd. In een bijdrage aan het VRT-journaal prevelde hij een paar vrome woorden over “vrede” en liet onmiddellijk daarop volgen dat de veiligheid van Israël zijn voornaamste zorg is. Codetaal voor het vaste besluit om de controle over de bezette gebieden op geen moment los te laten. Gantz verschilt van Netanyahu door zijn halfslachtige poging om ten behoeve van de Westerse bondgenoten de schijn van oprechte vredeswil hoog te houden. Voor Netanyahu, die de onvoorwaardelijke steun van de Amerikaanse president Trump geniet, is die hinderlijke schijnvertoning al lang overbodig.

Voor de Palestijnen in de bezette gebieden zijn deze verkiezingen meer nog dan voor hun broeders en zusters binnen de zogenaamde “driehoek” – het Israël vóór de oorlog van 1967 – een bittere farce. De 330 000 Palestijnen die in het geannexeerde Oost-Jeruzalem wonen zijn officieel inwoners van Israël maar hebben helemaal geen stemrecht. De 2,6 miljoen Palestijnen van de bezette Westelijke Jordaanoever zijn eveneens van het kiesproces uitgesloten. Israël en het militaire bestuur bepalen vrijwel alle aspecten van het leven in dat gebied: wegeninfrastructuur, de plaats waar je wel en niet mag wonen, wat je wel of – meestal – niet mag bouwen, hoe en waar je je mag verplaatsen en wie de wetten schrijft. Over dat alles hebben de Palestijnse inwoners – in tegenstelling tot de meer dan een half miljoen Joodse kolonisten die zich daar illegaal hebben gevestigd – niet de minste zeg. De bijna twee miljoen Palestijnen in Gaza komen vanzelfsprekend helemaal niet in het verkiezingsverhaal voor, hoewel ook daar Israël vrijwel alle aspecten van hun leven bepaalt: welke goederen in -en uit mogen, wie buiten en binnen mag, waar de vissers hun netten mogen uitlaten, over hoeveel water en elektriciteit ze mogen beschikken en of de ambtenaren al dan niet worden betaald.

Alles samen hebben van de  6,5 miljoen Palestijnen die onder Israëlisch bestuur leven in gebieden die geheel of gedeeltelijk door Israël worden gecontroleerd slechts 1,5 miljoen – dat is 24% percent of minder dan één op vier – stemrecht. Fraaie democratie.

April 8, 2019 at 7:18 pm Leave a comment

U ZEGT WAT WIJ DENKEN

door Johan Depoortere

‘Pretpedagogie’ is het jongste product uit het framingfabriekje van De Wever Bart, burgemeester van Antwerpen en grote leider van de Vlaams-Nationalistische rechterzijde. Net als zijn concullega Filip Dewinter is De Wever zeer bedreven in het bedenken van nieuwe of het recycleren van oude neologismen (denk aan ‘gutmensch’ of ‘omvolken’ – met dank aan de oude nazivrienden) die het debat ‘framen.’ En ook dat ‘framen’ is een (relatief) nieuw begrip dat dank zij de sociale media tot het algemen taalgebruik is gaan behoren. Het is een woord dat een negatieve bijklank heeft gekregen. Ten onrechte vindt Jan Blommaert, sociolinguist aan de universiteit van Tilburg. Immers of we het beseffen of niet we doen het allemaal en zonder ‘framing’ is een zinnig debat of zelfs zinnige communicatie niet mogelijk. Blommaert heeft aan het fenomeen een klein maar fijn boekje gewijd onder de titel: U zegt wat wij denken, een omkering van het beruchte ‘Wij zeggen wat u denkt’ van het Vlaams Blok/Belang.

Bart De Wever: ‘Marrakeshcoalitie,’ ‘pretpedagogie’ ‘opengrenzenbeleid’ ‘gutmensch’

Die slogan waarmee de extreemrechtse partij in de jaren 90 verkiezingen na verkiezingen won is zonder meer briljant, schrijft Blommaert. “De suggestie was krachtig: hier was eindelijk een partij die ónze stem zou vertolken, niet die van de politieke klasse zelve, en ook niet die van de elites die deze politieke klasse beheersten.” Het Blok/ Belang mag dan recentelijk door een politieke woestijn zijn gegaan, de slogan of een variant erop doet het nog steeds uitstekend. Het spectaculaire succes van windbuil Baudet in Nederland is voor een groot deel door dezelfde marketingtruuk te verklaren: de kiezer ervan overtuigen dat het standpunt van de politicus zijn of haar standpunt is. “Ik dacht altijd al zo maar u drukt het precies uit, u zegt wat ik altijd al dacht.” Dat heet – zegt Blommaert – ‘overtuigen’ en het middel daartoe is ‘framing.’ Is dat misschien het geheim waardoor partijen in staat zijn mensen zo massaal tegen hun eigen belangen te laten stemmen? Zie het succes van De Wever, van Trump, van Baudet.

Jan Blommaert, auteur

‘Woorden zeggen alles.’ Sterker nog: woorden zeggen meer dan wat ze ‘betekenen.’ Ze hebben ook een emotionele en morele lading. Woorden zijn dus nooit neutraal. Bovendien zijn ze ingebed in een netwerk, een kader of een ‘frame.’  ‘Werk’ is goed en leidt tot associaties met ‘werk geven’ ‘banen scheppen’ ‘activeren’ en van daar naar mensen, identiteiten: ‘hard werkend’ ‘plichtbewust’ en zo voort. ‘Werkloos’ daarentegen is slecht. En ook aan dat woord hangt een hele reeks handelingen en identiteiten met een negatieve connotatie (‘werkschuw’ ‘hangmatwerklozen’ ‘welfare queen’): een frame dat een spiegelbeeld is van het vorige.

Filip Dewinter: ‘omvolken’

U zegt wat wij denken is niet alleen een analyse van het publieke debat en de rol van framing. Het is zoals de ondertitel luidt ook ‘een praktische handleiding voor framing,’ een oefenboekje met blanco pagina’s waar de lezer zelf kan experimenteren en oefenen in het ontdekken hoe schijnbaar alledaagse en onschuldige woorden in een frame passen. Stel bijvoorbeeld vast hoe het woord ‘vluchteling’ of ‘migratie’ verschillend kan worden geframed, naargelang van het uitgangspunt: de morele richting – goed of slecht – die we het woord toekennen. Of hoe woorden met een negatieve connotatie vervangen worden door verzachtende en omfloerste termen: het negatieve frame vervangen door iets positiefs. Dat noemen we ‘eufemismen.’ “Het ontslaan van honderden werknemers (wat niet veel mensen positief vinden) noemen we het liefst ‘rationalisering,’ ‘reorganisatie’ of ‘herstructurering.”

Blommaert herhaalt zelf de oefening voor de woorden  ‘Marrakesh,’ ‘Marrakeshregering’, ‘migratiechaos,’ ‘migratieomwenteling,’ ‘Brexit,’ ‘opengrenzenbeleid,’ ‘soevereiniteit,’ ‘migratiegolf.’ Waarbij hij noteert dat hier van een mislukt frame sprake kan zijn, een soort overkill die tot het tegenovergestelde van het gewenste resultaat leidde. “Het plotse saturatiebombardement van het woord ‘Marrakesh’ werkte bij velen op de lachspieren. Iedereen had het op de sociale media over ‘Marrakeshkoekjes,’ ‘Marrakeshfrieten,’ ‘Marrakeshschoenen’ en zo meer, allemaal vergezeld van royale hoeveelheden schaterlachende emoticons.” Bovendien was het effect van het frame in dit geval vluchtig: andere thema’s (klimaat, onderwijs) verdrongen het algauw uit de nieuwscyclus. 

Nee dan was een ander voorbeeld van framing succesvoller: het verhaal van de groep Roma  die in 2017 het Gents pand kraakten van een koppel dat in het buitenland verbleef. Media en politici namen gretig de framing over waarin het verhaal gepresenteerd werd. Kernwoorden: ‘radeloos’ (burgemeester Termont), ‘machteloos’ (de huiseigenaars en de burgemeester) ‘woedend’ (nog eens de burgemeester), ‘absurd’ (Liberaal politicus Lachaert) – allemaal woorden met een zware morele lading. Het frame: 1. ‘foute’ wetten en een rechtsmodel dat niet werkt, waardoor we machteloos staan tegenover het onrecht dat we ervaren 2. De slechte allochtoon die asociaal zijn zin doet en dingen ‘afpakt van ons’ en daarmee ongestraft wegkomt. Dat frame bepaalt de grenzen van het ‘debat’ dat daarop volgt in media en politiek. Buiten het zichtveld blijft: de complexiteit van de wet die rekening houdt met het eigendomsrecht maar ook met het recht op wonen. De ‘machteloosheid’ van de eigenaars van het kraakpand “sloeg op het feit dat ze niet bij machte waren de krakers meteen uit het huis te zetten. Ze moesten de stappen van de wet volgen.” 

Politieke debatten, zo schrijft Blommaert zijn vaak ‘botsingen van tegengestelde frames.’Een stelling die hij illustreert aan de hand van het actuele klimaatdebat. Ook hier weer een moreel oordeel als uitgangspunt: klimaatmaatregelen zijn goed/slecht. Daaruit volgen tegengestelde handelingen: uitstoot beperken/ maatregelen afwegen tegen economische belangen en concurrentiekracht en tenslotte identiteiten: groenen/klimaatrealisten. Hier is nog een interessant fenomeen in het spel: herframing. Wetenschappers worden vanouds gezien als ‘objectief’ en ‘rationeel.’ “Hun onderzoek is onafhankelijk en de resultaten ervan worden belangeloos geformuleerd vanuit een hoger doel: de wetenschappelijke waarheid.” In de klimaatdiscussie wordt die framing onderuitgehaald en omgekeerd. Wetenschappers worden nu geframed als ‘klimaatactivisten,’ ‘gelovigen.’ Klimaatwetenschap is ‘dogmatisch,’ een ‘religie,’ een ‘sekte.’

Zijn we als burger en consument van de media dan machteloos overgeleverd aan de slimme marketeers die dank zij framing hun waar aan de man brengen? Nee en dat is juist de bedoeling van dit boekje: inzicht krijgen in het mechanisme van de framing. Als we dat goed begrijpen “dan worden we minder vatbaar voor beïnvloeding en propaganda. Dan zijn we autonomer als burger, kritischer voor de eigen argumenten en die van anderen.” U zegt wat wij denken is hoop en al 76 bladzijden. Te weinig wellicht om het fenomeen van de framing exhaustief uit de doeken te doen. Wie honger heeft naar meer kan terecht bij een ouder werk van Jan Blommaert: Let op je woorden (EPO 2016) of nog Frames, Formats en selfies (zelfde uitgeverij 2018)

U zegt wat wij denken. Jan Blommaert, Uitgeverij EPO 2019

April 3, 2019 at 3:57 pm 1 comment

Honderd jaar geleden: komt na Oorlog Vrede?

 

Door Lucas Catherine

We hebben recent het einde van 100 jaar Grooten Oorlog gevierd, maar kwam er toen Vrede? Officieel werd die in 1919 in Versailles ondertekend. Vroeger, als er een honderdjarige in de straat gevierd werd moest elke buur een mooie tekst met felicitaties aan zijn deur hangen met daar rond bloemensluiers en die tekst moest kort of lang, het jaar honderd bevatten in Romeinse cijfers. Als je een woord met C had mocht er geen i, v, x, d of L meer inkomen. Ik heb er mij als kind aan dood gezwoegd.

Daarom deze tekst, maar dan zonder bloemen of getalcijfers, over dat Verdrag van Versailles.

In Europa had België de oorlog niet gewonnen. Tot nader orde vieren wij op 11 november niet de overgave van Duitsland, maar een wapenstilstand nadat Duitsland beloofd had de oorlogsschade te vergoeden.

Artikel 235 van het Verdrag heeft het over 20.000.000.000 (twintig milliard goudmark), daarvan trok mijn overgrootmoeder Lise Dubois 110 frank omdat de Duitsers haar stootkar met trekhond hadden aangeslagen, zodat ze niet langer melk en eieren in Brussel kon gaan verkopen op de markt van Sint-Kathelijne. Verplicht vervroegd pensioen.

 

 

Tot daar dit luik van het Verdrag.

Een ander luik gaat over de opdeling van de kolonies en ander Duits territorium. Dit viel dus niet onder dat artikel 235. De overwinnaars beslisten op basis van de oorlogsprestaties van hun definitieve legers, niet op basis van geleden schade. België had gewonnen en wel in Duits Oostafrika dankzij haar koloniaal leger, La Force Publique. Daarbij had het een groot deel van het huidige Tanzania veroverd. Een eerste Belgische eis was dan ook dat het heel dat stuk zou mogen inlijven. Dat vonden de andere bondgenoten teveel voor zo’n klein land en dus werd het gereduceerd tot Rwanda en Burundi en wat men even een “witte kolonie” in Europa zelf zou noemen, de Landkreise Eupen und Malmedy. Hierover gaat Artikel 27 en 34

Article 27.

Les frontières d’Allemagne seront déterminées comme il suit : Du point commun aux trois frontières belge, néerlandaise et allemande et vers le sud : 
La limite nord-est de l’ancien territoire de Moresnet neutre, puis la limite est du cercle d’Eupen, puis la frontière entre la Belgique et le cercle de Montjoie (Landkreis Monschau, nvda), puis la limite nord-est et est du cercle de Malmédy jusqu’à son point de rencontre avec la frontière du Luxembourg ; 

Article 34.

L’Allemagne renonce, en outre, en faveur de la Belgique, à tous droits et titres sur les territoires comprenant l’ensemble des cercles (Kreise) de Eupen et Malmédy.

Eupen en Malmedy krijgen een militaire gouverneur, Herman Baltia(1863-1938) afin d’organiser ces cercles (Kreise) comme un « gouverneur de colonie, mais une colonie en contact direct avec la métropole[1] Herman Baltia maakte voor zijn aanstelling als Koninklijk Hoogcommissaris deel uit van het Institut Cartographique van het leger, een instelling die Leopold II gebruikte om Belgische militairen te détacheren naar zijn koloniaal leger, La Force Publique. Hij maakte er deel uit van de commissie die de zuidelijke grens van de Kongo Vrijstaat definitief moest vastleggen in overleg met de Britten die stukken van Katanga claimden. 

De opzet was om de bewoners van de Oostkantons op te voeden tot « un peuple discipliné, travailleur et heureux d’être entré dans le giron de la Patrie belge » Net zoals in de kolonie moest de eigen geschiedenis worden uitgewist. Een van de eerste beleidsdaden van Koninklijk Hoogcommissaris Baltia was dan ook om een Commission des monuments et sites op te richten die zoveel mogelijk alle naar de Duitse geschiedenis van de streek verwijzende monumenten moest verwijderen of ‘historisch neutraal’ maken. Zo zal hij het monument dat de Pruisische oorlogen van 1864, 1866 en 1870/71 herdenkt laten ontmantelen door de Club Wallon die ook het monument voor de Duitse soldaat in Malmedy onthoofdde. Baltia zelf noemt dit ‘une révision consciente de l’histoire’ De historicus Andreas Fickers omschrijft  het eerder als een ‘amnésie ordonnée lors de cette phase coloniale. 

Tussen 1920, jaar waarin België de kantons officieel in bezit neemt en 1925 wanneer de Belgische wet er volledig is ingevoerd, zullen Eupen en Malmedy een ‘witte kolonie’ kolonie van het moederland België zijn.

 En nu? Nu loopt er een experiment in burgerdemocratie.

 


[1]: Els HERREBOUT, Generalgouverneur Herman Baltia. Memoiren 1920-1925, Bruxelles, Archives Générales du Royaume, 2011, p. 19.”

March 6, 2019 at 5:57 pm 1 comment

ZIONISME EN ANTISEMITISME

 

Door Johan Depoortere

Netanyahu en Macron in 2017 bij de herdenking van de “Rafle du Vel d’hiv”

De Israëlische premier Netanyahu omarmt drie extreem-rechtse partijen om zich op die manier van een meerderheid te verzekeren na de verkiezingen die op 9 april moeten plaats vinden. “Joods fascisme” noemt de liberale krant Haaretz  de nieuwe coalitiepartners die de premier al een post in de volgende regering heeft beloofd. De Franse president Macron misbruikt de golf van – waarschijnlijk – extreem-rechts antisemitisme in Frankrijk om antizionisme te criminaliseren en dat heeft veel te maken met de binnenlandse Franse politieke situatie. In beide gevallen – Macron en Netanyahu – zien we regeringsleiders naar de noodrem grijpen om het voortbestaan te verzekeren van hun politieke macht die nu op een precaire basis berust. Netanyahu hangt een proces wegens corruptie boven het hoofd. Macron slaagt er niet in de sociale onrust en de fronde van de gele hesjes onder controle te krijgen.

Shlomo Sand

Het is niet de eerste keer dat Macron zijn “vriend Bibi” naar de mond praat. In 2017 was Netanyahu op uitnodiging van Macron aanwezig bij de herdenking van de “rafle du Vel d’Hiv” de grote razzia waarbij de Nazis in 1942 met hulp van de Franse politie meer dan 10 000 Joden oppakten en daarna naar de concentratiekampen doorstuurden. Toen al noemde Macron “antizionisme een heruitgevonden vorm van het antisemitisme.” In een open brief die de Israëlische historicus Shlomo Sandtoen aan de Franse president schreef vroeg die zich af of “deze voormalige filosofiestudent en assistent van Paul Ricoeurzo weinig boeken over geschiedenis heeft gelezen dat hij niet weet dat zoveel Joden zich altijd tegen het zionisme hebben verzet zonder antisemitisch te zijn.”

De bankier Nathan Rothschild, één van de vele bekende Joden die zich al vroeg tegen het zionisme verzetten.

Sand citeert onder andere de beroemde bankier Nathan Rotschild, voorzitter van de Unie van Synagogen in Groot-Brittannië en de eerste Jood die de titel van Lord kreeg in het Verenigd Koninkrijk. In 1903 schrijft de bankier aan Theodore Herzl, de stichter van het zionisme: “Ik huiver bij het idee om een Joodse kolonie te stichten in de volle zin van het woord. Zo een kolonie zou een ghetto worden, met alle nadelen van een ghetto. Een heel heel kleine Joodse staat die devoot en niet liberaal zou zijn en die de christen en de vreemdeling zou verwerpen.” Nathan Rotschild, een antisemiet?

Bertzalel Smotrich: organiseerde een “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade in Jeruzalem

Eén van de partijen in de coalitie die Netanyahu heeft gesmeed, “Joods Tehuis” (HaBayit HaYehudi) is fanatiek antihomo. Betzalel Smotrich, één van de kopstukken van de partij, organiseerde in Jeruzalem de “Beestenparade” uit protest tegen de Pride Parade daar. Hij verklaart zich een voorstander van de segregatie van Joden en Palestijnen, niet alleen in de nederzettingen, maar ook in ziekenhuizen. Hij tweette: “Het is normaal dat mijn vrouw niet naast iemand zou willen liggen die zopas een baby ter wereld heeft gebracht die over een jaar of twintig haar baby zal willen vermoorden.” Smotrich wordt genoemd als de toekomstige onderwijsminister na de verkiezingen.

Moti Yogev: “Het Hooggerechtshof bulldozeren”

Moti Yogev, een ander parlementslid van “Joods Tehuis,” verklaarde dat het Hooggerechtshof beter met een bulldozer wordt platgegooid. Het Hooggerechtshof is in de ogen van veel extreme zionisten veel te toegeeflijk voor Palestijnse eisen en klachten en veel te links. “Otzma Yehudit” (“Joodse Macht”) – volgens Haaretz de Joodse tegenhanger van het Britse fascistische Nationaal Front – is de opvolger van de Kachpartij die door Meir Kahane werd opgericht . De Verenigde Staten plaatsten Kahane op de lijst van gewelddadige terroristen en ontzegden hem toegang tot het grondgebied. In Israël werd hij in 1989 gearresteerd nadat hij had opgeroepen “de Arabieren te doden” en nadat een menigte twee Palestijnse toevallige voorbijgangers had proberen te lynchen. “Joodse Macht” protesteerde in het verleden tegen “gemengde huwelijken” (tussen Joden en niet-Joden) hield provocerende optochten door Palestijnse wijken in Jeruzalem en organiseert jaarlijks herdenkingen voor Baruch Goldstein, de Joodse extremist en aanhanger van rabbijn Kahane, die in 1994 29 Palestijnen in een moskee doodschoot.

Meir Kahane, een terrorist met volgelingen tot vandaag.

De partij van Kahane, “Kach,” werd uiteindelijk in 1988 wegens racisme verboden. Wat niet belet dat de kleinzoon van de rabbijn ervan verdacht wordt aan het hoofd te staan van een clandestiene groep kolonisten die verantwoordelijk zijn voor een golf van aanslagen tegen Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever met onder meer de steniging van een moeder van negen. Veel ideeën van deze extremistische partijen worden door een grote groep Joodse Israëlis gedeeld. Uit een recente opiniepeiling blijkt dat bijna de helft er voorstander van is om alle Palestijnen in Israël – nu zo een 20% van de bevolking – uit te wijzen. Dat heet “transfer” een idee dat zo oud is als het zionisme zelf en dat nu gepromoot wordt door onder andere de ministers van Joods Tehuis in de huidige en wellicht toekomstige regering Netanyahu. 

Kahane had nog een reeks maatregelen voor zijn niet-Joodse landgenoten in petto: slavernij voor Arabieren en andere niet-Joden, verbod op contact tussen Joden en Arabieren met inbegrip van seksuele relaties, gesegregeerde stranden, ontbinding van gemengde huwelijken, verbod op huisvesting van niet-Joden in Joodse buurten en het uitwijzen van alle niet-Joden uit Jeruzalem. Dat laatste is intussen werkelijkheid geworden: uit het Joodse West-Jeruzalem zijn zo goed als alle Palestijnen verdreven en zelfs in het overwegend Palestijnse Oost-Jeruzalem worden de Palestijnen systematisch weggepest. In een  opiniepeiling in 2006 verklaarden 68% van de Israëlische Joden dat ze niet in een appartementsgebouw willen wonen met Palestijnse buren. 

Wie niet uitdrukkelijk afstand neemt van antisemieten – zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld van de zwarte leider Farakhan – kan terecht het verwijt krijgen zelf antisemitisch te zijn. Wat te denken van Netanyahu die geen van de racistische ‘heldendaden” van zijn huidige en nieuwe coalitiepartners veroordeelt? De premier, die overal in Europa met respect wordt ontvangen, laat niet alleen na het extremisme in zijn land te veroordelen, hij versterkt het en maakt het mainstream. Niet te verbazen dat de Israëlische premier zoete broodjes bakt met antisemieten als zijn Hongaarse tegenhanger Orban, en bijvoorbeeld ook de eerste was om de nieuwe Braziliaanse president Bolsonaro – ook niet vies van antisemitisme – geluk te wensen.

Netanyahu wil volgens de liberale Haaaretz graag vergeleken worden met Churchill, maar de vergelijking met Milosovic is méér op zijn plaats. Ook de Servische leider werd als een gematigde nationalist beschouwd tot hij zich uit cynische berekening op één lijn zette met de extreemste bondgenoten en zijn land in een bloedige oorlog stortte. Hoe kan je geloofwaardig verklaren dat antizionisme gelijk staat met antisemitisme – zo besluit de krant – als de Israëlische premier met de antisemieten aan tafel gaat zitten.

Niet alleen in Frankrijk kent de criminalisering van antizionisme een hoge vlucht. Sinds hij aan het hoofd kwam van de Britse Labourpartij wordt Jeremy Corbin door de Blairites in zijn partij en vrijwel alle mainstream media in het Verenigd Koninkrijk gedemoniseerd als antisemiet. Een echo daarvan was vorige zomer in ons land te bespeuren toen de filmmaker Ken Loach, een vriend van Corbyn, een eredoctoraat kreeg aan de Vrije Universiteit Brussel. Loach kreeg daarvoor stevig de wind van voren uit de zionistische hoek, die daarin werd gesteund door premier Michel. Gelukkig kwam er ook tegenreactie van progressieve Belgische Joden die Loach erkenden voor wat hij is: iemand die zijn hele leven lang tegen racisme en antisemitisme heeft gestreden en die ook net als Corbyn een lange staat van dienst heeft in de verdediging van de elementaire rechten van de Palestijnen.

Kenneth S. Stern, auteur van de IHRA “niet bindende definitie van antisemitsme” waarschuwt tegen heksenjacht.

Bij Jean-Jacques De Gucht evenwel is de boodschap nog niet aangekomen. De Gucht slaagde erin de senaat een resolutie te laten goedkeuren waarin kritiek op Israël gelijk wordt gesteld met antisemistisme en krijgt daarbij luidruchtig applaus van Joods Actueel, het blad van Michael Freilich, kandidaat op de NVA-lijst voor de Kamer. De resolutie strekt ertoe “bovenop de wettelijke definitie, de niet juridisch bindende werkdefinitie zoals voorbereid door de International Holocaust Remembrance Alliance te implementeren.” Aangezien de ‘werkdefinitie’ van het IHRA inderdaad ‘niet bindend’ is blijft het onduidelijk wat dat “implementeren” precies inhoudt. Wél duidelijk is dat de resolutie gebruikt kan worden om critici van de Israëlische staatsdoctrine, het zionisme, de mond te snoeren. Laat dat nu net de grote bezorgdheid zijn van één van de voornaamste auteurs van de IHRA-definitie, de Amerikaanse jurist Kenneth S. Stern. In een verklaring vóór het Amerikaanse congres veroordeelde Stern, overigens een overtuigde zionist en zeker geen linkse rakker, het aan het McCarthyisme herinnerende gebruik van de definitie om de vrijemeningsuiting aan banden te leggen.

Jean-Jacques De Gucht: auteur van een resolutie in de Belgische senaat die kritiek op Israël gelijk stelt met antisemitisme.

Ook in de Verenigde Staten woedt volop de discussie over antizionisme en antisemitisme. In 26 staten is nu al wetgeving van kracht die deelname aan de BDS-beweging tegen Israël (Boycot, Divestment, Sanctions) criminaliseert. Meestal gaat het om wetten die het de overheid mogelijk maken contracten te weigeren met personen of bedrijven die weigeren een verklaring te ondertekenen dat ze op geen enkele manier Israël zullen boycotten. Ook op federaal niveau liggen verschillende wetsvoorstellen klaar om deelname aan BDS te bestraffen, met in één geval tot 1 miljoen dollar en een minimum van 250 000 dollar en twintig jaar gevangenisstraf. Tot dusver heeft geen van die voorstellen een meerderheid achter zich gekregen, maar ze blijven op tafel.

De verklaring voor die opstoot van strijd tegen het antizionisme ligt in het succes van de BDS-beweging die vooral op Amerikaanse campussen aanslaat bij jongeren maar ook op een ruimer vlak bij liberale democraten. Recente opiniepeilingen laten zien hoe in dat segment van de Democratische partij – de basis die het meeste geneigd is op te komen bij de voorverkiezingen en geld te storten – de sympathie voor de Palestijnse kant van het conflict de laatste jaren scherp is toegenomen. De Israëlische reactie is massaal. Campagnes om BDS-activisten te discrediteren worden vanuit de Israëlische ambassade aangestuurd. De website “Canary Mission,” volgens een documentaire van Al Jazeera in het leven geroepen door de Joodse financier Adam Milstein, publiceert constant foto’s en biografische gegevens van al wie met de boycot te maken heeft. De site doet er alles aan om de pro-Palestijnse studenten in dezelfde zak te steken als de blanke supremacisten en racistisch extreem-rechts. De methodes die daarbij worden gebruikt lijken rechtstreeks uit het McCarthytijdperk te komen. 

John Hagee, felle zionist en antisemiet: “Joden moeten zich bekeren om ten hemel te worden opgenomen.”

Het kan niet genoeg herhaald worden: antizionisme is geen antisemitisme. Niet alle Joden zijn zionisten, niet alle zionisten zijn Joden. De fanatiekste zionisten vind je onder de Amerikaanse evangelische christenen, vaak de échte antisemieten. Eén van hen, pastor John Hagee is de leider van de Cornerstone Church, één van de grootste mega-televisiekerken in de Verenigde Staten, met lokale tv-stations in heel het land. Ik kon Hagee enkele jaren geleden interviewen in zijn kerkcomplex in San Antonio Texas. Een weekend lang werd ik ondergedompeld in een orgie van zionistische propaganda in de vorm van toneel, gezangen en gebeden. Hagee is ook één van de bekendste vertegenwoordigers van de rapture-beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken en dat de gelovigen – de goede christenen – dan fysiek ten hemel zullen worden opgenomen, en de ongelovigen in een poel van vuur en ellende vernietigd. “Het kan zo dadelijk gebeuren,“ zei Hagee me, ‘op het moment dat ik deze kamer verlaat.” Op de vraag wat dan met de Joden zal gebeuren was het antwoord: “Ze zullen zich op het ultieme moment bekeren tot Christus.”  John Hagee, een vurige Trumpaanhanger, was één van de eregasten op de ceremonie waarbij Trump officieel de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem overbracht. 

26-02-2019

Shlomo Sand is auteur van “The invention of the Jewish People” Verso 2010

Franse filosoof 1913-2005

February 26, 2019 at 4:16 pm Leave a comment

HET IS JULLIE TOEKOMST


De klimaatbetogingen zijn een pracht. Wat een inzet! Wat een energie! Dat jongeren nu het initiatief nemen is ronduit fantastisch maar betekent ook dat het hoog tijd was en is. Wij volwassenen hebben het tij niet kunnen keren. De meeste westerse mensen van mijn generatie (°1945) kregen het na anderhalf decennium schaarste steeds beter. Een zo geleidelijk proces dat we voorbijzagen aan de gevaren van welvaart en consumentisme. De andere volwassenen vonden de welvaart doorgaans zo vanzelfsprekend dat ook zij zich weinig of niets afvroegen. We leefden een wereld op krediet. Alles werd witgewassen, ook banken. Wie weinig steelt is een dief, wie veel steelt is een chief.

Maar halen al die verdienstelijke betogingen meer uit dan krakelende politici, partijen die jongeren en hun protest proberen in te palmen, nog een denktank die moet vaststellen wat iedereen al weet, wetenschappers die de jongeren gelijk geven maar geen oplossingen aanreiken. Zonder drastische omschakeling van mens en industrie zijn die er ook niet. Het valt niet meer terug te draaien. Het wordt behelpen. Dweilen onder een lopende kraan.

Politici zijn het verkeerde doelwit. De milieuverpesting is een planetair probleem. Op een waarheidsgetrouwe wereldkaart vind je België en zelfs Europa maar met moeite terug. Hoe moeilijk moet het zijn om de lonen en de intresten op spaargeld wat op te trekken? Hoe ondoenbaar kan het zijn om de grootste milieuvervuilers – de industrie, het vliegverkeer, de veeteelt, het autopark… – harder aan te pakken? Onmogelijk dus, de motor van de economie zou sputteren. We staan nog liever in de file. Wachtend op de zondvloed – al komt die vermoedelijk sneller dan ‘na ons’.

Ook (onze) politici kunnen het tij niet keren. Voor de verkiezingen van mei gebeurt er niets en nadien zullen veel verkiezingsbeloftes wijken voor ‘hogere’ economische belangen.

De prachtige en machtige jongerenbeweging kan misschien meer bereiken door de economie tot doelwit te maken. Dat kan door zelf als mens en consument te veranderen en in eigen gezin en op school druk uitoefenen om te veranderen. Weiger deel te nemen aan een studiereis naar Polen per vliegtuig omdat een bus duurder uitvalt (een concreet en actueel voorbeeld). Eet geen vlees meer en eis alternatieven (die er ondertussen in overvloed zijn). Herleid je smartphone tot een nuttig telefoontoestel. Blokkeer of voer actie aan hamburgertenten en winkelketens die in slavernij vervaardigde producten aan spotprijzen verkopen. Draai de verleiding- en consumptiemaatschappij terug. Offer overdaad op. Er sterven wereldwijd meer mensen aan over- dan aan ondergewicht. Overstijg jouw en onze (lands)grenzen. Mik op een internationale, planetaire beweging. Want inderdaad: het is jullie toekomst.

Gie van den Berghe

Ethicus en historicus

February 3, 2019 at 10:42 am Leave a comment

DE VERDWENEN DORPEN VAN PALESTINA

Naar aanleiding van het Eurovisiesongfestival in Israël in mei van dit jaar organiseert de Academische BDS (Boycot, Divestment, Sanctions) een reeks activiteiten om te protesteren tegen deze propagandastunt van de zionistische apartheidstaat. In samenwerking met de overheidsvakbond ACOD stel ik vanaf dinsdag 29 januari mijn fotoreeks “De verdwenen dorpen van Palestina” tentoon in de gebouwen van de VRT.  Later – van 6 tot 30 mei – zullen de foto’s ook te zien zijn in De Markten in Brussel en boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen. Op 26 maart is er mogelijkheid tot een publiek bezoek aan de tentoonstelling in de gangen van de VRT, inclusief een rondleiding achter de schermen van de openbare omroep. Inschrijven kan hier: acod@vrt.be. Klik hier voor de brochure.

Johan Depoortere

De universiteit van Tel Aviv. Onder de campus liggen de resten van het vernietigde Palestijnse dorp Sheikh Muwanis.

 Als in mei volgend jaar het Eurovisiesongfestival in Israël plaatsvindt zal dat gebeuren in een arena bij de universiteit van Tel Aviv, op de grond van het verdwenen dorp Sheikh Muwanis. Alle huizen van Sheikh Muwanis zijn met de grond gelijkgemaakt, behalve één: het zogenaamde Green House, een voormalige Palestijnse patriciërswoning waar nu de faculty club is gevestigd en waar bij feestelijke gelegenheden op de campus de recepties plaatsvinden. De bittere ironie is dat dit authentieke Palestijnse huis door een Italiaanse architect in een pseudo-oriëntaalse stijl werd gerenoveerd. Sheikh Muwanis is geen alleenstaand geval, het is slechts één van de ruim 600 Palestijnse dorpen die sinds de oprichting van de staat Israël, 70 jaar geleden, zijn verdwenen.

De Faculty Club, het enige overblijvende Palestijnse huis op de campus, gerenoveerd in pseudo-oriëntaalse stijl.

Toen de zionisten onder leiding van Ben Gurion op 14 mei 1948 de oprichting van de Joodse staat afkondigden was de meerderheid van de bevolking van wat voortaan Israël zou heten niet Joods maar Palestijns-Arabisch. Geen wonder dat die meerderheid zich verzette tegen een beslissing waar ze part noch deel aan had en waarover ze geen enkele zeg had gekregen. De oorlog die daarop volgde leidde tot de overwinning van de zionistische troepen en de nederlaag van de Palestijnen en de Arabische buurlanden die hun ter hulp waren gekomen. Het gevolg was de Nakba, de Palestijnse tragedie die tot vandaag wordt herdacht. De Nakba,dat betekent om en bij de 800 000 Palestijnen die have en goed verloren en sindsdien een erbarmelijk bestaan als vluchtelingen leiden: de meesten in de Arabische buurlanden, vandaag zo een 350 000 als displaced persons in Israël zelf. 

Meer dan 600 Palestijnse dorpen zijn sinds de oprichting van de zionistische staat in 1948 verdwenen, de meeste kort voor, tijdens en na de oorlog van 1948-49, een aantal na de Zesdaagse Oorlog in 1967. In de meeste gevallen werden de bewoners verdreven en de huizen en gebouwen met de grond gelijkgemaakt. Volgens de officiële zionistische versie werden de dorpen veroverd en verwoest als gevolg van de oorlog. Maar uit de Israëlische archieven die in de jaren 80 en 90 werden opengesteld blijkt dat de verdrijving van de Palestijnen en de vernietiging van hun woonplaatsen beantwoordde aan een vooropgesteld plan voor de verwijdering van de Arabische meerderheid uit wat een zuiver Joodse staat moest worden. Ilan Pappé, één van de Israëlische historici die de archieven bestudeerden – “nieuwe historici” werden ze genaamd – noemt de operatie de grootschalige etnische zuivering van Palestina.

Palestijnse inwoners werden verdreven na de militaire verovering van hun dorp of stad. Maar massale slachtpartijen door zionistische terreurgroepen als Irgun (van de latere premier en Nobelprijswinnaar voor de vrede Menachim Begin) of het openlijk fascistische Lehi (of Stern van de eveneens latere premier Yitzhak Shamir) moesten de anderen ervan overtuigen dat de vlucht de enige kans was op overleven. De meest beruchte van die massamoorden vond plaats in Deïr Yassin bij Jeruzalem onder leiding van Menachim Begin. Het preciese aantal slachtoffers is omstreden. Het Rode Kruis telde 117 doden maar om het effect van de terreurdaad te versterken overdreef Begin het “succes” van zijn militie. De Israëlische militaire radio sprak van 254 doden. Benny Morris, een andere “nieuwe historicus” maakt melding van onthoofdingen en verkrachtingen.

Bijna 800 000 Palestijnen werden verjaagd om plaats te maken voor Joodse kolonisten die op het grondgebied van de verdwenen dorpen Kibboetsen (collectieve boerderijen), Moshavs (coöperatieve ondernemingen) en steden oprichtten. In veel gevallen werd de oorspronkelijke Arabische naam verjoodst. Soms bleef een moskee, een islamitische begraafplaats of een kerk overeind maar meestal werd elke herinnering aan de vroegere Palestijnse bewoners uitgewist. Om te verhinderen dat de verdreven bewoners terug zouden komen werden strenge wetten uitgevaardigd. Grond werd in beslag genomen en wie uit de buurlanden “illegaal” de grens overstak werd als “infiltrant” beschouwd en kon ter plekke worden doodgeschoten. Veel Palestijnen die zo naar hun vroegere woonplaats probeerden terug te keren vonden op die manier de dood. Ook de dorpsbewoners die naar Palestijnse steden in Israël zelf waren gevlucht verloren het recht om naar hun huis en woonplaats terug te keren. De “Wet op de aanwezige afwezigen ” – zo werden de binnenlandse vluchtelingen genoemd –  bepaalde dat wie 24 uur niet op zijn woonplaats aanwezig was het eigendomsrecht op huis en grond verloor. Dorpen en huizen vernietigen en verhinderen dat bewoners terugkeren is een internationaal erkende oorlogsmisdaad.

Cactussen wijzen op de aanwezigheid van een voormalig Palestijns dorp. De plant die door de Palestijnen als omheining werd gebruikt is een bijna niet te verwoesten overlever. Nu een symbool van de Palestijnse wil om als volk te overleven.

Vernietiging van de dorpen was voor de opeenvolgende zionistische regeringen niet genoeg. Op de ruïnes werden bomen geplant om elke heropbouw onmogelijk te maken. Bekende personaliteiten, staatshoofden en regeringsleiders van bevriende landen werden uitgenodigd om symbolisch een boom te planten. Velen gingen op de uitnodiging in: koning Boudewijn van België, zijn opvolger Albert, koningin Wilhelmina van Nederland, koningin Elisabeth van het Verenigd Koninkrijk, Belgische ministers als Jean Gol en Didier Reynders. De ruïnes van drie christelijke dorpen in de buurt van Nazareth liggen nu begraven onder het Koning-Boudewijnbos. Twee christelijke kerkjes hebben de kaalslag overleefd; ze liggen nu op een toeristisch wandel- en fietspad door het Boudewijnbos. Zou de vrome koning beseft hebben dat zijn bos de resten van een christelijk dorp moest bedekken?

 

Eén van de twee christelijke kerkjes die de kaalslag en de etnische zuivering van het dorp Maalul in de omgeving van Nazareth hebben overleefd.

Resten van het islamitische kerkhof van het verdwenen dorp Maalul. Op de ruïnes van het dorp heeft onder andere de Belgische koning Boudewijn symbolisch een boom geplant in wat nu het Koning-Boudewijnbos heet.

In een paar zeldzame gevallen werden de bewoners verjaagd maar de huizen gespaard. Het Palestijnse dorp Ayn Hawd (nu: Ein Hod) in de buurt van Haifa is nu een kunstenaarskolonie voor Joodse kunstenaars. Ook hier i­s er een Belgische link. Het dorp is het initiatief van de Roemeens-Joodse kunstenaar Marcel Janco die samen met de Belg Marcel Duchamp de dadabeweging stichtte. De voormalige moskee van Ayn Hawd is nu een café waarvan het (wat vervallen) interieur is geïnspireerd op dat van Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging werd opgericht.

Het bekende kunstenaarsdorp Ayn Hawd waar Joodse kunstenaars de gestolen woningen van de voormalige Palestijnse bewoners hebben ingenomen.

De voormalige moskee is nu een bar waarvan het interieur een kopie zou zijn van het beroemde Café Voltaire in Zürich waar de dadabeweging ontstond.

Ook van Lifta, een dorp in de onmiddellijke buurt van Jeruzalem zijn de huizen grotendeels bewaard gebleven. Projectontwikkelaars staan te popelen om de site om te toveren tot luxewoningen en appartementen. Tot dusver konden actievoerders – architecten, milieu-activisten en voormalige bewoners – de plannen verhinderen. Het dorp staat op de lijst van kanshebbers om tot UNESCO-werelderfgoed te worden verklaard, maar doordat de regering Netanyahu zich uit die VN-organisatie heeft teruggetrokken dreigt die mogelijke bescherming weg te vallen.

Lifta

Sommige dorpen kenden een extra tragische geschiedenis. Ikrit, in het overwegend Arabisch-Palestijnse Galilea ligt op een boogscheut van de grens met Libanon. De meeste bewoners van Ikrit zijn christelijke Palestijnen. Ze zijn tijdens de oorlog in het dorp gebleven en hebben geen verzet gepleegd. Maar de zionistische regering besluit in 1948 dat het grensgebied “Arabierenvrij” moet worden gemaakt. In oktober van dat jaar krijgen de inwoners van de militaire autoriteiten het bevel het dorp te verlaten. Het is “een voorlopige maatregel,” ze mogen na een paar weken terugkeren zo wordt hun gezegd. De mensen van Ikrit gaan gewillig op het bevel in, ze verlaten het dorp en trekken in bij familieleden en kennissen in de naburige dorpen. Maar de weken worden maanden en van terugkeren is geen sprake. Dan gaan de inwoners van Ikrit een lange juridische strijd aan die tot vandaag voortduurt. In juli 1951 oordeelt het Israëlische hooggerechtshof dat de uitwijzingsprocedure illegaal was en dat de militaire autoriteiten de terugkeer van de bewoners niet mochten verhinderen. Daarop verklaarden de militairen het dorp tot “gesloten zone” en op kerstnacht van dat jaar – uitgerekend die nacht – kwamen de bulldozers om het dorp plat te leggen. Vandaag staat alleen nog de kerk overeind en elke eerste zaterdag van de maand komen de overlevende inwoners van Ikrit en hun nakomelingen daar de mis vieren.

Ikrit vóór de verwoesting

De resten van de huizen van Ikrit

Nog schrijnender is het verhaal van de verdwenen dorpen Huj en Najd waar nu de Israëlische stad Sderot ligt, vlakbij Gaza. In de jaren vóór de oorlog van 1948 leefden de islamitische Palestijnen van Huj in goede verstandhouding met hun Joodse buren. In 1946 hadden ze zelfs leden van de Hagannah (het ondergrondse Joodse leger onder het Britse mandaat) beschermd tegen de Britten die naar hen op zoek waren. Dat kostte uiteindelijk het leven aan de mukhtar (burgemeester) en zijn broer. Tijdens een bezoek aan Gaza een jaar later werden ze door een menigte als collaborateurs herkend en vermoord. Maar toen het jaar daarop de Hagannah bedreigd werd door een oprukkende Egyptische eenheid besloot de Negevbrigade van het Joodse leger de bewoners van het dorp uit te wijzen naar Gaza en alle huizen op te blazen. Tot vandaag leven ze met de lotgenoten van het buurdorp Najd en hun nakomelingen in ellendige omstandigheden in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook. Hun verhaal was voor goed vergeten had de Israëlische historicus Benny Morris het een paar jaar geleden niet wereldkundig gemaakt.

De vernietiging van de Palestijnse dorpen is geen geschiedenis die in 1948 gelijk met de oorlog is beëindigd: het is een proces dat tot vandaag voortduurt. Na de verovering van de Golanhoogte op Syrië in de oorlog van 1967 vernietigde het Israëlische leger 195 Syrische dorpen en werden 130 000 inwoners verdreven. In hun plaats zijn Joodse kolonisten gekomen die er onder andere de befaamde Yardenwijn produceren. Wie Yarden koopt steunt de illegale bezetting van de Golan. 

In dezelfde “Zesdaagse oorlog” veroverde het Israëlische leger drie dorpen in de Jordaanse enclave Latrun dicht bij Jeruzalem. De dorpen Imwas, Yalu en Beit Nuba werden gebulldozerd en hun inwoners verdreven. De brigade die de operatie leidde stond onder leiding van de latere Nobellaureaat voor de vrede Yitzhak Rabin. De bewoners kregen nauwelijks de tijd om een paar spullen mee te nemen. Soldaten schoten met scherp net boven de hoofden van de vluchtende mensen om ze tot spoed aan te zetten. Vandaag is Latrun een natuurpark, beplant met naaldbomen grotendeels gefinancierd door rijke Canadese Joden. Van de dorpen in dit “Canadapark” zijn alleen de resten van een moslim heiligdom en het puin van de huizen over.

Het “Canadapark” waar met Canadees Joods kapitaal bomen zijn geplant op het grondgebied van drie Palestijnse dorpen in de voormalige Jordaanse enclave Latrun.

De resten van het dorp Imwas (Latrun)

Op de Westelijke Jordaanoever worden op vandaag 70 dorpen met vernietiging bedreigd. Vaak gaat aan de vernietiging een campagne van agressie en terreur door Joodse kolonisten vooraf. Het normale leven van de Palestijnse bewoners wordt onmogelijk gemaakt, bouwvergunningen worden zelden of nooit toegekend en “illegaal gebouwde” huizen gedynamiteerd. Dorpen van de halfnomadische bedoeïenen worden niet als zodanig erkend en blijven verstoken van infrastructuur als water en elektriciteit. Ze zijn gedoemd tot “autodestructie.”

Illegale Joodse nederzettingen sluiten stilaan het cordon rondom het Palestijnse Oost-Jeruzalem. Palestijnse dorpen aan de rand van de stad worden langzaam maar zeker doodgeknepen of worden rechtstreeks met vernietiging bedreigd. Dat is recent het geval met het dorp Silwan waar de 700 inwoners al zestien jaar een juridische strijd voeren om te mogen blijven ondanks de toenemende druk van de Joodse kolonisten die de grond van het dorp opeisen. Hoewel de eisen van de settlers volgens het hooggerechtshof juridisch aanvechtbaar zijn besliste het hof dat ze de gronden mochten blijven bezetten. De extreemrechtse kolonisten en hun organisatie Ateret Cohanim krijgen nu de weg vrij om zich in het centrum van Silwan te vestigen met hun door de regering betaalde gewapende milities. Dat betekent op termijn het einde van het Palestijnse dorp Silwan. Het hooggerechtshof verwierp ook het beroep van een Palestijnse familie uit het dorp Sheikh Jarrah eveneens in Oost- Jeruzalem. Die beslissing maakt de weg vrij voor de uitwijzing van tientallen andere Palestijnse families. Volgens de Israëlische mensenrechtenbeweging B’Tselem gaat het over de grootste campagne van etnische zuivering sinds de oorlog van 1967. Dit keer niet meer alleen met bulldozers en dynamiet maar met even doeltreffende bureaucratische en juridische middelen.

Het Etzel House op de grens tussen Jaffa en Tel Aviv. In de ruïnes van het enige overblijvende Palestijnse huis van de verdwenen wijk Al Manshieh is een museum gebouwd gewijd aan de overwinnaars: de terroristische militie Etzel (Irgun) van de latere premier en Nobelprijswinnaar Menachim Begin.

Op de tentoonstelling zijn de foto’s te zien zijn van een tiental verdwenen Palestijnse dorpen, maar ook van Jaffa, de voormalige Palestijnse culturele en economische hoofdstad die nu een verwaarloosde wijk is van Tel Aviv. De foto’s zijn in oktober van vorig jaar op een rondreis door Israël-Palestina gemaakt. Ze tonen de vaak vergeten getuigen van een verleden dat de zionistische staat het liefst wil begraven, maar dat ondanks alles levendig wordt gehouden. Daarvoor zorgen onder andere de Joods-Palestijnse organisaties Zochrot (Hebreeuws voor “Herinneren”) en Decolonizer, beide opgericht door Eitan Bronstein die opgroeide in een kibboets en pas op latere leeftijd ontdekte dat de ruïnes waar hij als kind ging spelen de resten waren van het Palestijnse dorp Qaqun dat door de zionisten was vernietigd en de bewoners verjaagd. Beide NGO’s proberen Joodse Israëlis bekend te maken met het Palestijnse verleden van het land. Ze organiseren daarvoor uitstappen naar de verdwenen dorpen met Joodse en Arabisch-Palestijnse Israëlis – vaak ook met deelname van vluchtelingen uit de dorpen die dikwijls voor het eerst in tientallen jaren de resten te zien krijgen van het huis waar ze ooit woonden en zijn opgegroeid. De foto- en videoreeks kwam tot stand met medewerking van onder andere Eitan Bronstein en Jonathan Cook, een Britse journalist in Nazareth die eveneens informatiereizen naar de verdwenen dorpen organiseert en begeleidt.

Qaqun

Meer informatie over de verdwenen dorpen:

https://www.de-colonizer.org

https://zochrot.org

http://www.palestineremembered.com/index.html

https://www.adalah.org/en

Interactieve kaart van de verdwenen dorpen: https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Kaart van Palestina vóór 1948: 

https://www.citylab.com/life/2018/05/mapping-palestine-before-israel/560696/

https://palopenmaps.org/?blm_aid=22581#/

Over BDS: 

https://www.bacbi.be/htm/Cult_NL39.htm

http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/11/29/acod-vrt-steun-de-boycot-eurovision-in-israel

Over de Nakba:

https://www.palestine-studies.org/books/expulsion-palestinians-concept-transfer-zionist-political-thought-1882-1948-0

https://www.standaardboekhandel.be/seo/nl/boeken/politiek/9791097502096/eleo-merza-bronstein/nakba

 

January 24, 2019 at 6:02 pm 2 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,579 other followers