Posts filed under ‘België’

HOLLANDSE KONGO

Hoe de Hollanders Leopold II in Kongo ondersteunden en ondervonden dat ondank ‘s werelds loon is.

Door Lucas Catherine

Als je stripverhalen leest zou je denken dat de Nederlanders niet weten waar Kongo ligt. Toen Hergé daar populair werd moest Kuifje in Kongo, Kuifje in Afrika heten.

Want wisten ze veel waar Kongo lag ? Nu, als het op koloniale geschiedenis aankomt zijn de Nederlanders inderdaad niet zo sterk in aardrijkskunde: Indië ligt volgens hen niet op het Indische subcontinent, maar in Indonesië. Hun Oost-Indië is het enige “Indië” dat ze kennen. En toen Suske en Wiske ginder in het Noorden populair werden moest het album De Tamtamkloppers niet langer in onze Kongo spelen, maar in hun Suriname. De teksten werden aangepast. Voor de tekeningen kon dit niet : daardoor dat Afrikaanse dieren als leeuwen, giraffen, olifanten, neushoorns of nijlpaarden volgens die albums ook in Suriname rondliepen. Nogal verwarrend voor de Hollandse lezertjes.

En je zal, in hun toch wel prachtige Atlas of Mutual Heritage op het internet  waarop ze al hun koloniale posten en factorijen oplijsten, nergens Boma of Banana vinden. Laat staan Kinshasha. Nochtans, de Hollanders waren voor Leopold II in Kongo. Jawel !

De Hollandse factorij in Boma

De Rotterdamse firma Kerdijk en Pincoffs startte activiteiten in Kongo vanaf 1857 en stuurde Henry Kerdijks broer Lodewijk uit als hun vertegenwoordiger ter plaatse. Hij overleed in 1861 te Boma. De firma Kerdijk & Pincoffs exporteerde katoen, kookgerief, messen, geweren, kruit en sterke drank uit Nederland en ruilde die voor Afrikaanse ivoor, palmolie en rubberKerdijk & Pincoffs waren daarvoor ook in West-Afrika actief, maar ze splitsten hun West-Afrikaanse posten af en brachten de Kongolese factorijen onder in de Afrikaansche Handelsvereeniging (1868). Daar werkten naast vrije arbeiders ook enige honderden slaven (door de Portugezen “coromanos” en door de Nederlanders “Kroo-mannen” genoemd). Pincoffs en Kerdijk waren dan ook deelnemers aan Leopolds Geografische conferentie van Brussel (1876), de eerste stap die hij zette in zijn verovering van Kongo.

 

Deze AHV investeerde mee in Leopolds Kongoproject. Het was Pincoffs die aan Leopold voorstelde een financieringscomité op te richten. Dat werd het Comité d’études du Haut-Congo . Zij werden dan ook bestuurders in dit Comité en waren naast Leon Lambert (vertegenwoordiger van de Rothschilds in België en Leopolds bankier) de tweede grootste aandeelhouders: Lambert voor 400.000 goudfrank. De AHV voor 130.000 goudfrank. Dat was meer dan bijvoorbeeld de Brusselse bankier Georges Brugmann (20.000 frank).

Het is dit Studiecomité dat Stanley engageerde (en betaalde) voor zijn expeditie op de Kongostroom. De Hollandse AHV liet Stanley en zijn materiaal (vier gedemonteerde rivierboten) kosteloos naar Banana verschepen. Van daaruit vertrok op 14 augustus 1879 zijn koloniale expeditie. Het quid pro quo was natuurlijk dat AHV een bevoorrechte positie zou krijgen in Leopolds gebied, maar doordat in 1879 de AHV  na een grootscheepse fraude failliet ging kwam daar niets van terecht. Leopold  maakte van de gelegenheid gebruik om het Comité volledig over te nemen.

Daarop werd de Nieuwe Afrikaansche Handelsvereniging opgericht. In 1884, het jaar vóór de officiële oprichting van de Kongo Vrijstaat bezat ze 69 handelsposten langs de Kongostroom. Haar hoofdkwartier was in Banana. Er was zelfs sprake van dat Nederland soevereiniteit over de Kongostroom zou krijgen. Maar Nederland herkende, na ruggespraak met de NAVH tijdens de Conferentie van Berlijn (1885) de Kongo Vrijstaat onder voorwaarde van vrijhandel, zoals de Conferentie in haar artikel 14 had bepaald.

Korte tijd lang liet onze Leopold II zich als Koning van Kongo Potorko I noemen. Een naam die we terugvinden in een knipsel uit een toenmalige Nederlandse krant

 

Venloosch weekblad, 5 september 1885

Aan het hoofd van de NAVH kwam Anton Greshoff (1). Hij vestigde zich in het dorp Kinshasa, naast Leopoldstad. Greshoff zou een luis in de pels van Leopold worden. Samen met andere handelaars verzette hij zich tegen de verdragen die de Vrijstaat afsloot met de lokale vorsten en waarin die hun soevereiniteit afstonden. Zij eisten dat die vorsten enkel handelsakkoorden zouden ondertekenden.

In 1886 en 1887 schreef Greshoff een reeks artikels in het tijdschrift Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap met felle kritiek. Onder meer dat “na vijf jaar de Vrijstaat nog niets heeft gedaan om de traditionele karavaanweg te verbeteren tot een meer fatsoenlijke weg.” Of dat hij gemerkt had dat “alle dorpen tussen de Inkisi (rivier) en Nzugu-Mbola zijn platgebrand …terwijl hier nooit enige melding van is gemaakt.” De stations van de Staat “kan je eerder stallen dan huizen noemen; zelfs is het zeer twijfelachtig of een aan een zindelijke Hollandse stal gewende koe wel zou voortgaan melk te geven, zo men haar een kamer in Leopoldstad gaf.” En: “Alles wat we van de Vrijstaat gezien hebben is lijnrecht in strijd met haar programma : menslievendheid, wetenschap, beschaving…” Eerst werd Greshoff hiervoor in 1887  in Boma voor de rechtbank gedaagd, maar gelukkig voor hem werd de zaak geseponeerd.

Kinshasa 1883

In Brussel had men op 30 april 1887 een decreet uitgevaardigd dat te land enkel de vlag van de Kongostaat nog mocht worden gehesen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de gouverneur-generaal. Op de rivier mocht men de eigen vlag hijsen aan de voorsteven, maar de vlag van de Vrijstaat moest aan de achtersteven.

Greshoff had als oranje-patriot overal de Nederlandse driekleur gehesen op al zijn factorijen en boten. Hij boycotte het decreet door ervoor te zorgen dat de vlag van de Vrijstaat steeds rond de vlaggestok bleef gerold en dat alleen de Nederlandse vlag wapperde in de wind.

Hij reisde in 1887 als eerste blanke handelaar naar de Swahili machthebber van Maniema in Kisangani, Hamed ben Mohamed al Murjebi, door de Belgen Tippo-Tip genoemd, met de bedoeling rechtstreeks bij hem ivoor te betrekken. En het lukte ! Directe concurrentie voor Leopold.

In 1889 werd de “fatale, de onvermijdelijk Greshoff”  zoals hij werd genoemd in de maand september per decreet uitgewezen uit Leopolds Kongo. Hij stak de rivier over en vestigde zich rechtover Kinshasa in Brazzaville, Na de ‘Vlaggenoorlog’ volgde nu een papieren oorlog met brochures tegen de Vrijstaat. Een citaatje : “De staat voerde in 1889 voor 4,3 miljoen frank producten uit; de NAHV kocht dat jaar voor 6,1 miljoen producten aan; als men zegt dat de NAHV van geringe betekenis is, hoe klein is dan wel de staat ?”

Maar de NAHV was nu wel haar toegang tot de monding van de Kongorivier kwijt. Anton Greshoff zou vanuit Brazzaville wel nog 12 jaar bedrijvig blijven in de Franse Kongo.

 

Greshoff aan zijn bureau in Brazzaville

Tot slot nog dit : Waarom was Leopold II zo wantrouwig tegenover de Hollandse handelaars ? Dat had wellicht te maken met zijn grote bewondering voor de Nederlandse kolonisatie in Indonesië die hij verschrikkelijk efficiënt vond. Vreesde hij te grote concurrentie ? In zijn eerste toespraak tot de Belgische senaat op 17 februari 1860, toen nog als Hertog van Brabant, sprak hij zijn bewondering al uit over die kolonisatie die “de Verenigde Provincies tot één van de belangrijkste staten van Europa” had gemaakt. Dankzij het gewin in hun kolonies.

Gedenkplaat Max Havelaar, Bergstraat Brussel

“Vorig jaar,” sprak hij, “bedroeg de nettowinst van Nederlands-Indië ongeveer 70 miljoen frank.” Zoals Sir James Brooke, die toen Sarawak bestuurde, na een onderhoud met Leopold verklaarde : “Hij is verliefd op het Hollandse systeem…Ik vond geen spoor van brede opvattingen, van liberale gevoelens; hij dacht alleen maar aan de manier waarop hij geld uit het volk kon persen… Hij lachte met de idee de rechten van de inheemsen te eerbiedigen.” Dat Hollandse systeem bestond uit het zogenaamde cultuurstelsel van gedwongen teelten, waarbij de koloniale ambtenaren gedreven werden door premies: de zogenaamde cultuurprocenten of cultuuremolumenten om de productie zo hoog mogelijk te maken en die dan tegen zeer lage prijs te leveren aan de staat via de Nederlandse Handel-Maatschapij . Leopold zou het in Kongo toepassen.

Dat zelfde jaar 1860 waarin Leopold zijn toespraak hield in de senaat verscheen de grote aanklacht tegen dit cultuurstel : Max Havelaar, of De koffijveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij. Edward Douwes-Dekker schreef het boek in Brussel, op geen vijfhonderd meter van het  Koninklijk Paleis.

(1) Zijn neef, de dichter Jan Greshoff schreef indertijd Catrijntje Afrika. Alhoewel hij zelf in Zuid-Afrika woonde speelt dit werk toch in de Kongo van zijn oom Anton.

 

Lucas Catherine

March 13, 2020 at 8:50 pm Leave a comment

KARIKATURALE JODEN

Door Gie van den Berghe

In een mooi en noodzakelijk opiniestuk (in De Standaard van 21.2.20) wijst Ludo Abicht er zeer terecht op dat nogal wat verstandige mensen dwalen als ze de zogenaamd antisemitische carnavalwagen in Aalst aan de jodenuitroeiing koppelen.

Toch vindt Ludo dat de makers van die wagen ‘ronduit fout waren door de karikatuur van de Jood – en carnaval gaat over niets anders dan karikaturen – spontaan te associëren met het beeld van de Jood dat al eeuwen de ronde doet en met het gevaarlijke idee van de geldjood’.

Lachen met volksvreemden in Aalst

Het woord ‘karikatuur’ komt uit het Italiaans en betekent letterlijk en figuurlijk ‘aanvalsactie’, het grotesk uitbeelden van autoriteiten, beroemdheden, vreemdelingen, minderheden. De uitgebeelde personen worden sterk vervormd voorgesteld, alle als negatief beoordeelde fysieke of karakteriële kenmerken worden zwaar overdreven en – als het om mensengroepen gaat – worden veralgemeend. Dat is ook wat carnavalisten doen. Dat mag, want carnaval is een tijdelijke vrijplaats om met alles en nog wat de draak te steken. Waarom zou het dan wel fout zijn om joden karikaturaal uit te beelden? Onverstandig is het in deze tijden wel, maar het is en blijft een karikatuur. Een karikatuur kan niet fout zijn, ook niet als het om joden gaat.

Ludo Abicht

Ludo Abicht schrijft ook dat je van de makers van die carnavalwagen niet kunt verlangen dat ze een geleerd boek gelezen hebben over het Kerkelijke verbod om munt te slaan uit het lenen van geld, waardoor de rol van ‘bankier’ aan niet-christenen, onder meer aan joden toeviel. Maar toch kun je volgens Ludo die carnavalisten verwijten dat ze het wijdverspreide beeld van de jood als ‘geldjood’ overgenomen hebben.

Da’s vreemd, want hoe je het ook draait of keert, Europeanen konden zeer lange tijd alleen bij (bepaalde) joden terecht om te lenen. Joden zaten, hoe  ongewild ook, in een monopoliepositie. Historisch onderzoek naar de verhouding tussen welwillende en kwaadwillende joodse geldleners kan waarschijnlijk niet, maar het spreekt voor zich dat deze machtspositie tot problemen heeft geleid. Christenen die hun lening niet volledig konden terugbetalen en daarom beroofd werden van hun schamele bezittingen kwamen er makkelijk toe om joden als bevolkingsgroep te veroordelen. Door joden als godsmoordenaars, hostieverkrachters, kindermoordenaars en dergelijk voor te stellen had de Kerk dit trouwens serieus in de hand gewerkt. Woekerende joodse geldschieters – want die waren er, zoals in alle mensengroepen – zullen deze vooroordelen en jodenhaat alleen maar versterkt hebben. Het stereotiepe beeld van de ‘geldjood’ gaat hoe dan ook deels terug op bepaalde historische verhoudingen, visies en gebeurtenissen. Daar kunnen joden noch christenen iets aan verhelpen.

Dergelijke stereotiepen buiten hun historische context gebruiken is in deze tijden niet verstandig. Maar is een gebrek aan verstand niet juist kenmerkend voor menigten, massa’s en massavertoningen? Worden vijandige stereotiepen dan niet bijna altijd klakkeloos overgenomen? Mag dat tijdens de zeer tijdelijke vrijplaats die carnaval is? Van mij wel, al spreken dergelijke uitspattingen me persoonlijk niet aan. Maar dan moet je consequent zijn, met alles de draak durven steken. Ook met de N-VA, het koningshuis, Aalst, Vlaanderen, carnaval en – constructiever – met het in de steek laten van miljoenen vluchtelingen en mensen in nood (Idlib, Lesbos, concentratiekampen in het Mexicaans-Amerikaanse grensgebied…) Zet eens een maatschappijkritische zotskap op!

Lees over hetzelfde thema ook:  OVER KARIKATUREN EN ISRAËL door Lucas Catherine

 

February 23, 2020 at 10:44 pm 1 comment

OVER KARIKATUREN EN ISRAËL

Door Lucas Catherine

Niet alleen de cultuursector lijdt onder besparingen en vallen er projecten stil. Ook de Vismooil’n hadden vorig jaar in Aalst geen geld voor een nieuwe praalwagen. Ze lasten een sabbatjaar in en ze recycleerden dan maar oude poppen. Sabbat = joden. Geen geld ? Wie heeft er geld volgens de antisemitische traditie? De joden. En hoe zien joden eruit ? Met een haakneus, een shtremel en pajes en lange zwarte jassen.

Een verschrikkelijke karikatuur, met de nadruk op verschrikkelijk.

Zo’n karnavalstoet loopt vol karikaturen, net zoals (vroeger) stripverhalen. Racistische karikaturen : ‘Arabieren zijn sheiks die rijden op een kemel in de woestijn’. In de realiteit willen alle Marokkanen die ik ken rijden met een Peugeot, maar soit.

‘Chinezen hebben niet alleen spleetogen, maar zijn niet te betrouwen : in hun restaurants laten ze ons ratten en katten eten.’ Nu is de Chinese keuken stukken beter dan, pakweg, de Hollandse.

‘Afrikanen hebben dikke lippen, grote witte oogballen, kunnen goed dansen, zijn grote kinderen, maar niet al te snugger en liever lui dan moe. Wat ze nodig hebben is een strenge vader die ze aan het werk zet’ zeiden de Belgische kolonialen. Maar studies wijzen uit dat de gemiddelde Congolese Belg beter is opgeleid dan de gemiddelde witte Belg. Toch moeten ze werk doen beneden hun niveau. Ik zie het dagelijks in Brussel.

Maar goed de joden. Er zijn orthodoxen en anderen. Die ‘anderen’ vormen de meerderheid. In Brussel wonen iets meer joden dan in Antwerpen, alleen weinig orthodoxen en ze vallen dus minder op.

De meerderheid in Brussel zijn afstammelingen van joodse vluchtelingen uit de jaren dertig. Dit is bvb het verhaal van mijn vriend Jacques R. Oorsponkelijk woonden zijn ouders in Roemenië. Roemenië was erg antisemitisch (nu nog trouwens) en ‘s zondags preekte men tegen de joden in de kerk, na de dienst trokken met stokken en messen gewapende benden door de stad op zoek naar joden. Jacques’ ouders besloten te emigreren: naar Polen, maar daar was het nog erger. Dus besloten ze zekere dag om te voet van Polen naar Brussel te trekken. Zo kwam Jacques hier terecht. En waren die Oost-Europese joden rijk? De overgrote meerderheid was werkman of ambachtsman. Ze hadden dan ook hun eigen vakbond gesticht : Bund Yiddischer Arbeter en ze waren linkser dan toendertijd bijvoorbeeld Emile Vandervelde.

Racistische karikaturen berusten op onwetendheid en je bestrijdt ze door die onwetendheid op te heffen. Dat geldt ook voor karikaturen van zwarte Afrikanen, Chinezen of Arabieren. En wat opvalt is dat de groepen die het ergst onder zo’n racisme te lijden hebben, juist de grootste slachtoffers waren van de gruwel door Europeanen aangericht in naam van ‘onze Westerse beschaving’.

Spleetogen vormden het Gele Gevaar en waren een Gele Draak die bestreden moest worden. Ze ondergingen dan ook in China koloniale oorlogen en in Hiroshima de meest gesofisticeerde produkten van onze beschaving.

Zwarten werden met miljoenen door Hollanders, Portugezen, Fransen en Engelsen uit Afrika weggevoerd en in Afrika zelf ondergingen ze een Belgische beschaving die graag gebruik maakte van de chicote (bullepees) en handafhakkingen.

De Palestijnse Arabieren worden nog altijd gekoloniseerd en geterroriseerd.

De Christusmoordenaars werden al sedert de dag dat Godfried van Bouillon door de Rijnvallei trok op weg naar Palestina massaal vermoord. De Nazi’s industrialiseerden zijn praktijken op een miljoenenschaal.

Een tweede zaak die opvalt is dat de racistische Kuifjes, Nero’s (Moea-Papoea, de Woefwasserij,..) en Susken en Wiskes (De Tam-Tamkloppers, De Witte Uil) ondertussen al een halve eeuw oud zijn.

En ook Karnavalskarikaturen moeten aangepakt worden, want zoals de Union des Progressistes Juifs schrijft : Aujourd’hui, ricaner à propos des Juifs, des Noirs ou des Musulmans en répercutant les pires poncifs les concernant et alors que ceux-ci sont les cibles principales des crimes racistes, cela ne peut plus être considéré comme une innocente plaisanterie. Ces images ont un impact qui dépasse largement les trois jours du carnaval et elles ont un effet direct sur ceux qui décident de passer à l’acte.

Maar heeft u al een woordvoerder van die progressieve joden in onze media gehoord? (Er zijn er nochtans bij die Nederlandstalig zijn.)

Neen, wel spreekbuizen van Israël zoals Hans Knoop of hun minister van Buitenlandse zaken. Die blazen die domme en misplaatste en van grove onwetendheid getuigende karikatuur op tot een aanval op de Holocaust en een bewijs dat België doordrongen is van antisemitisme. De Holocaust rendeert, want, zoals de eertijdse Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Aba Eban zei : ‘There is no business like Shoah-business.’ De huidige minister van Buitenlandse Zaken Yisrael Katz doet het op zijn manier. Nadat hij een paar jaar geleden ( 2016) al de ‘chocolade etende Belgen’ verweet slechte democraten te zijn, heeft die minister van de koloniale apartheidsstaat Israël het over: “Belgium has positioned itself as one of the Security Council member states most hostile toward Israel.” België had, als tijdelijk voorzitter van de Veiligheidsraad in het kader van een briefing over kinderrechten een NGO uitgenodigd die actief is in Palestina, en wat gebeurde er : De dag voor Carnaval schreef De Standaard :

De NGO Defence of Children Palestine komt maandag (de dag na Carnaval) niet spreken op een briefing van de VN veiligheidsraad. België als tijdelijk voorzitter heeft de invitatie uitgesteld onder druk van Israël. De nummer twee van onze Ambassade in Israël, Pascal Buffin, werd twee keer op het matje geroepen door Buitenlandse Zaken in Jeruzalem.

Yisraël Katz. Foto Wikipedia

Over die meneer Yisraël Katz valt nog dit te zeggen :

Deze Litouwse  jood bracht zijn jeugd door in de kolonie Kafr Ahim, toen pas gesticht op het Palestijnse dorp Qastiniya. Het werd op 29 juni 1948 verwoest door het Israëlisch leger volgens wat de Israëlische historicus Benny Morris noemt ‘‘liquidation‘ (hisul) en ‘burning’(bi’ur.) De woorden tussen haakjes zijn de Hebreeuwse termen. Het dorp bezat grote boomgaarden waarop ze de befaamde Jaffa appelsienen kweekten, later overgenomen door de zionistische kolonisten.

Yisraël Katz wil dit soort verhalen niet geweten hebben. Palestina is zogezegd altijd Hebreeuws geweest. Als toenmalig minister van verkeer liet hij een wet stemmen waardoor in de bewegwijzering alleen nog maar de Hebreeuwse uitspraak mocht worden weergegeven van Arabische plaatsnamen als Nazareth, Jaffa, Jeruzalem…

Dezelfde Yisraël Katz pleitte tijdens de Gaza-oorlogen voor “targeted killings” en hij bepleitte dezelfde liquidatie-tactiek tegenover vreedzame opposanten van de Israëlische kolonisatie, zoals bepleiters van BDS (zie de mensenrechten organisatie Al Haq, 16 november 2019).

En voor zo iemand zwicht onze Belgische diplomatie. Waar een domme antisemitische karikatuur in Aalst al toe kan leiden.

PS. En er zijn natuurlijk ook niet-racistische karikaturen. Brusselaars hebben een ballonnekeskop, een moustache, een bierbuik en een dikke nek. En soms klopt dat : u moet maar eens een foto van mij googlen.

February 23, 2020 at 10:43 pm 3 comments

“DE MACHT VAN JODEN” (een repliek)

Tom Ronse

Het is in dit salon al vaak betoogd: antisemitisme en antizionisme zijn niet hetzelfde. Integendeel: wie konsekwent gekant is tegen racisme en dus antisemitisme kan niet anders dan ook verzet aantekenen tegen de discriminerende en koloniserende politiek van de Israelische staat. Het omgekeerde geldt ook: wie de racistische politiek van Israel verwerpt, moet zich ook konsekwent kanten tegen alle uitingen van antisemitisme.

Zoals de beruchte anti-joodse praalwagen in de Aalsterse karnavalstoet van vorig jaar. Plaatsvervangende schaamte is wat ik voelde toen ik daar beelden van zag. Sindsdien zijn allerlei argumenten aangevoerd om die weerzinwekkende vertoning te vergoelijken: de karnavalstoet lacht met alles, wie niet kan meelachen heeft lange tenen of is tegen de vrije meningsuiting, de praalwagen hekelt niet alle joden, enkel sommige, etcetera.

Bullshit. De gelijkenis tussen de Aalsterse karikaturen van geldbeluste joden -met hun geldzakken, hun graaiende handen, lelijke kromme neuzen en een rat op de schouder – en de haatcampagnes van de nazi’s van vroeger en nu, is onmiskenbaar.

Lachen met volksvreemden in Aalst

 

Nazi-propaganda

 

Het spijt me dan ook dat historicus Gie Van den Berghe, wiens originele artikels in dit salon ik ten zeerste waardeer, in zijn jongste bijdrage dit Aalsters racisme helpt goedpraten. Volgens hem stak de praalwagen in kwestie de draak met “de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn)”. Zo simpel is dat: je laat het lidwoord vallen en alles is in orde. Je bezondigt je dus niet aan racisme als je spreekt over “de domheid van zwarten”, zolang je het maar niet over “de zwarten” hebt. De praalwagen van de “vismooil’n” spotte niet met “dé joden” maar specifiek met orthodoxe joden die behalve hun religie, hun excentrieke kledij en haardracht, ook geldzucht gemeen hebben volgens de Aalsterse karnavalgroep. Van den Berghe weet beter dan de meesten dat dit stereotiep op eeuwen kristelijke laster steunt maar knijpt een oogje dicht vanwege de rol die orthodoxen spelen in de kolonisatiepolitiek van Israel. Ook dat is een veralgemening. Er zijn heel wat orthodoxen die deze politiek niet steunen en er zich zelfs actief tegen verzetten.

Het is fout om alle orthodoxen, laat staan alle joden, over één kam te scheren. Er zijn zionistische en anti-zionistische orthodoxen, er zijn rijken en armen onder hen. Maar volgens het stereotiep denken ze allen hetzelfde en hebben ze allemaal veel geld en macht. Die macht werd volgens Van den Berghe geillustreerd door het feit dat klachten van joodse organisaties ertoe geleid hebben dat het Aalsters karnaval geschrapt werd uit Unesco’s werelderfgoedlijst.

Het concept zelf van “de macht van joden” impliceert een ‘naar antisemitisme neigende veralgemening’. Ik heb nog nooit iemand over “de macht van kristenen” horen praten, hoewel die ontegensprekelijk veel groter is dan die van joden. Het idee dat alle mensen met een kristelijke achtergrond dezelfde ideeen en belangen hebben lijkt immers bespottelijk maar als het over joden gaat (of moslims, of andere minderheden) is het voor velen niet meer het geval.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden”, schrijft Gie. Maar vandaag zijn alle minderheden kwetsbaar en elk jaar zijn ze dat meer. In heel de wereld waait een wind van haat en onverdraagzaamheid tegen minderheden die kan aanzwellen tot een storm van uitsluiting en geweld. Het is in die context dat de Aalsterse praalwagen gesitueerd moet worden. Dit was geen satire op de politiek van Israel.

De laatste paragraaf van Van den Berghe’s artikel is een harde aanklacht tegen die politiek. Zo verbindt hij de verdediging van een antisemitische praalwagen met antizionisme. Ik hoor de zionisten al glunderen: “Zie je wel?”

 

ratten en ander ongedierte

 

 

January 12, 2020 at 4:52 am 9 comments

HOLOCAUSTJODEN

Door Gie van den Berghe

In De Afspraak van 8 januari werd onder meer aandacht besteed aan de vrijheid van meningsuiting. Filosofe Tinneke Beeckman vond dat er sinds de aanslag op Charlie Hebdo, vijf jaar geleden, veel minder vrijheid is en betreurde dat. Bart Schols vroeg haar daarop of de burgemeester van Aalst dan ongelijk heeft als hij de schrapping van het Carnaval van Aalst van de werelderfgoedlijst van de UNESCO weglacht. Hierop formuleerde Beeckman een merkwaardige uitzondering op de vrijheid van meningsuiting. Dat, zei ze, ‘is een enorm verschil dat veel te weinig gemaakt wordt tussen het lachen met een geloofssysteem, zeker wanneer het radicaal fundamentalistisch is (…) wanneer het gaat om de uitwassen van zo’n systeem, en het lachen met mensen en ook in het geval van Aalst gaat het over de Holocaust, (…) een door de staat georganiseerde poging om een volk uit te roeien, (…) fundamenteel iets anders. Je mag mensen niet minachten of haten maar je moet wel kunnen kritiek geven op een geloof of een idee, dat is voor mij een fundamenteel verschil’.

Beeckman vergist zich, er werd in Aalst niet gelachen met wat zij de Holocaust noemt (een slachtofferbegrip, jodenuitroeiing, judeocide, Endlösung zijn correcter.) De praalwagen in kwestie bespotte de jodenuitroeiing niet maar wel orthodoxe joden, met shtreimes (grote hoeden in bont), pijpenkrullen, stereotiep grote neuzen, gezeten op en omringd door zakken geld en muntstukken. In De Afspraak wees niemand Beeckman op haar ‘vergissing’. Zo te zien vat vrijwel iedereen spotten met joden op als een persiflage van de ‘Holocaust’, een heiligschennis, een niet te vergeven misdaad die zelfs de vrijheid van meningsuiting ongedaan maakt.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Beeckman is niet de enige die op deze wijze in de fout gaat. Patricia Teitelbaum, een vertegenwoordigster van het International Movement for Peace and Coexistence, die begin december 2019 naar Bogota reisde om bij het UNESCOcomité voor werelderfgoed de schrapping van het Carnaval van Aalst te bepleiten, verklaarde in Het Laatste Nieuws (28 november) dat de joden op de Aalsterse praalwagen omringd waren door ratten. Dat is een allusie op de beruchte rattenstroom in de antisemitische nazifilm Der Ewige Jude (1940), maar in Aalst waren er op of rond de praalwagen géén ratten te zien.

Tijdens het carnaval had de wagen ook geen beroering gewekt, het waren joodse organisaties die achteraf klacht indienden. UNIA, een onafhankelijke openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijke kansen bevordert, vond onterecht: de wet op racisme en antisemitisme was niet overtreden.

Maar toch schrapte de UNESCO die het zeshonderd jaar oude Carnaval van Aalst in 2010 als ‘satirisch en uitbundig’ had erkend, het carnaval van de werelderfgoedlijst wegens racisme en antisemitisme. En zo illustreren joodse organisaties ongewild waar tijdens het Carnaval van Aalst de draak werd mee gestoken: de macht van joden (niet van ‘dé joden’ want dat zou een naar antisemitisme neigende veralgemening zijn). Joodse organisaties en niemand anders slaagden erin het Carnaval van Aalst te schrappen van de lijst van werelderfgoed. Maar niet getreurd, de Belgische biercultuur, garnaalvissen te paard en andere zotternijen staan er wel nog op.

Foto: Carnaval Aalst foto-en videoblog

Carnaval’, zei Teitelbaum nog, ‘is spotten met de machtigen der aarde, maar toch niet met de kwetsbaren’. Jarenlange Israëlische propaganda en politieke exploitatie van de judeocide hebben er kennelijk voor gezorgd dat we joden en hun daden onlosmakelijk verbonden zien met en verontschuldigen door hun vreselijke maar wel degelijk voorbije slachtofferschap.

Joden zijn niet kwetsbaar of niet kwetsbaarder dan andere minderheden. Israëlische joden zijn allesbehalve kwetsbaar, ze kwetsen en onderdrukken veelal andere mensen. Nogal wat orthodoxe joden spelen hierbij een rol, palmen met hun nederzettingen almaar meer Palestijns gebied in.

Kort na zijn machtsovername kondigde Trump aan dat hij de VS ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verplaatsen. De VS ziet de Israëlische nederzettingen op de West Bank niet langer als onwettelijk. Vorige zomer zette Trump samen met Israël een eerste fase in om Palestina grondig te veranderen. Er werd vijftig miljard dollar geïnvesteerd in Palestijnse, Egyptische, Jordaanse en Libanese infrastructuur en zakelijke projecten, geld voornamelijk afkomstig uit Arabische bronnen. Details van de tweede, ‘politieke’ fase moeten nog onthuld worden. Uit betrouwbare lekken blijkt dat de VS en Israël een ‘nieuw Palestina’ willen creëren dat slechts 12% van de West Bank mag ‘omvatten’, in niet aaneengesloten kantons, met een hoofdstad in de buitensteden van Jeruzalem. Dit deel van de ministaat zou via een brug met Gaza verbonden worden en via twee landcorridors met Jordanië. Gaza zou in de noordelijke Sinaï uitgebreid worden op domeinen gehuurd van Egypte om er een industriële zone en een luchthaven te bouwen. Hamas zou zijn wapens moeten inleveren en onder de controle vallen van de Palestijnse autoriteit. De nieuwe staat zal compleet gedemilitariseerd zijn. Israël zal zijn veiligheid verzekeren, gefinancierd door de Palestijnen. Het Palestijns recht op terugkeer – volgens de VN Algemene Vergadering van 1974 een onvervreemdbaar recht – zou officieel afgeschaft worden: Palestijnse vluchtelingen zouden compensatie ontvangen van een internationaal fonds en meer rechten krijgen in de landen waar ze nu leven. Zo moet een einde gesteld worden aan alle Palestijnse rechten. Het plan volgt de principes die Westerse vredesvoorstellen van het begin af aan volgden: Palestijnse eisen blijven altijd onderschikt aan Israëls noden en wensen (Karmi, Ghada – ‘Constantly Dangled, Endlessly Receding’, London Review of Books, 5.12.2019).

January 10, 2020 at 10:54 am 3 comments

RUHIG ABWARTEN

Bilzen Foto Han Soete

Bilzen: tot voor kort was de naam van het Limburgse stadje voor mij en mijn generatiegenoten onlosmakelijk verbonden met Jazz Bilzen, de voorloper in de jaren zestig van de grote rockfestivals in Torhout en Werchter. Dat veranderde in de nacht van 10 op 11 november toen een toekomstig asielcentrum in brand werd gestoken. Voortaan staat Bilzen voor de eerste terreurdaad van dat soort in ons land, uitgerekend op de verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog en bijna dag op dag 81 jaar na de verschrikkelijke Kristallnacht waarmee in Duitsland de gewelddadige vervolging van de Joodse bevolking werd ingeluid en die zou leiden tot de massamoord op niet alleen Joden maar ook communisten, socialisten, liberalen, homo’s, zigeuners en al wie kritiek had op de nazi’s.

Kristallnacht: brandende synagoge in Baden Baden Foto: Flickr

Te veel samenloop van omstandigheden om toeval te zijn en de brand in Bilzen was dan ook de vernieuwde aanleiding tot het debat over de vraag of we ons tijdsgewricht al dan niet mogen of moeten vergelijken met de jaren dertig. De eminente historicus en kenner van de periode, Herman Van Goethem, meent dat er inderdaad voldoende parallellen zijn met de vooroorlogse jaren om ons zorgen te maken. Andere even eminente historici wijzen op de grote verschillen tussen toen en nu. Bruno De Wever bijvoorbeeld vindt dat de sociale zekerheid en de “stevig verankerde welvaartsstaat” ons kunnen behoeden voor een herhaling van de jaren dertig en de opkomst van fascisme en nazisme. Maar laat nu net die sociale zekerheid, het fundament van de welvaartsstaat onder druk van de neoliberale ideologie en rechtse regeringen steeds meer op de helling komen te staan. De lectuur van Geert Maks “Grote Verwachtingen” kan ons over de toekomst van de Europese eensgezindheid overigens alleen maar somber stemmen.

De politieke pyromanen van de jaren dertig zijn terug van nooit weggeweest schrijft Van Goethem. Hij geeft vier voorbeelden van historische tendensen die al vóór de tweede wereldoorlog aanwezig waren en die nu na decennialang min of meer sluimeren weer aan de oppervlakte komen. De leider die spreekt in naam van de massa, die zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de klassieke politieke partijen. Denk aan Orbán, Salvini, Poetin en Trump. Bij ons is er nog niet zo dadelijk een “leider” van die allure in de coulissen waar te nemen, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen maakt een breed publiek rijp voor zo een figuur. Voorts is er het sluipend gif van het nationalisme dat een externe vijand nodig heeft. Vandaag zijn dat niet alleen de moslims maar ook opnieuw de Joden. Denk maar aan de antisemitische campagne van de Hongaarse premier Orbán tegen de Joodse financier George Soros.

Tijdens de beruchte Alt-rightbetoging van augustus 2017 in het Amerikaanse Charlottesville scandeerden de extreemrechtse manifestanten: “Jews will not replace us”- President Trump noemde de betogers in Charlottesville “fijne mensen.” De ideologie van “the great replacement” van de Fransman Renaud Camus was de inspiratie voor de terreurdaden van Anders Breivik die in 2011 69 jongeren doodschoot en voor Brenton Tarrant, de blanke supremacist die in het Nieuw-Zeelandse Christchurch 51 mensen vermoordde.  Ook bij ons is de theorie populair in nieuwrechtse kringen met figuren als Van Langenhove als boegbeeld.

Charlottesville Foto|: Wikipedia Commons

Van Goethem wijst ook op de kracht van de nieuwe media. In de vooroorlogse jaren waren dat de radio en het bioscoopjournaal. Nu maken Twitter en Facebook, maar ook duistere internetkanalen het makkelijk om de boodschap van de leider “ongefilterd” op de massa los te laten. Trollenfabrieken in dienst van partijen of regeringen produceren aan de lopende band complottheorieën.  Ook de klassieke mainstreammedia zijn niet onschuldig. De Nederlandse populismespecialist Cas Mudde waarschuwt in De Volkskrant voor de normalisering van radicaalrechts populisme in de media die volgens hem de laatste jaren “steeds verder zijn gaan meebuigen met radicaalrechtse xenofobie.” Van een mediacordon is bij de Vlaamse openbare omroep intussen al lang geen sprake meer. Nadat hij in een ophefmakende documentaire van de VRT-Nieuwsdienst als een gewelddadige neofascist was ontmaskerd kon Van Langenhove doodgemoedereerd aan tafel zitten voor een debat met mainstream politici als Koen Geens en Maggy De Block. Na de brand in Bilzen kregen de politieke pyromanen als Tom Van Grieken en Jean-Marie De Decker uitgebreid de kans om het gebeuren te “duiden.”

Niemand heeft de sfeer en de geestesgesteldheid aan de vooravond van de twee wereldoorlogen beter beschreven dan de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig in zijn autobiografie “De wereld van gisteren.” Twee keer danste Europa op een vulkaan en twee keer gingen vooruitgangsgeloof en optimisme de duisterste periode van onze geschiedenis vooraf. In de jaren voorafgaand aan de eerste wereldoorlog had Zweig een indrukwekkend netwerk van vriendschappen opgebouwd in de literaire en kunstwereld over heel Europa: met de Franse pacificist Jules Romains bijvoorbeeld, met Franz Werfel (“Der Weltfreund”) in Duitsland, Camille Lemonnier, Constantin Meunier en vooral Emile Verhaeren in België. Allen geloofden ze heilig in de “broederschap der volkeren,” niemand zag de tekenen des tijds die het grote conflict aankondigden. “We vertrouwden op Jaurès, op de socialistische Internationale” schrijft Zweig, “we geloofden dat de spoorwegarbeiders eerder de rails zouden opblazen dan hun kameraden als slachtvee naar het front laten transporteren…. Ons gemeenschappelijk idealisme, ons door vooruitgang bepaald optimisme maakten dat wij het gemeenschappelijke gevaar niet zagen of onderschatten.”

Zweig moest met vertwijfeling vaststellen hoe het opgezweepte nationalisme en de oorlog de vriendschapsbanden aantastten, hoe de stilte viel in de conversatie, hoe correspondentie onbeantwoord bleef. In de jaren dertig maakte hij, na het uitbundige optimisme van het decennium daarvóór, hetzelfde mee. Zweig woonde in het Oostenrijkse Salzburg, een steenworp van Berchtesgaden net over de grens waar een zekere Adolf Hitler zich zou komen vestigen. Maar ondanks die nabijheid duurde het ook nu weer lang eer Zweig en zijn tijdgenoten de ernst inzagen van wat in Duitsland en Italië aan de gang was. Pas toen hij in Italië een aanval van een goed georganiseerde groep fascistische jongeren op een linkse betoging had meegemaakt maakte hij zich echt zorgen om wat Europa opnieuw te wachten stond. “Dit was voor mij de eerste waarschuwing dat ons Europa onder het schijnbaar rustige oppervlak vol gevaarlijke onderstromingen was.” Dat had net zo goed vandaag geschreven kunnen zijn.

Ook in Duitsland groeide pas laat – té laat – het besef dat de “agitator van de bierhallen” echt gevaarlijk kon worden. De industriëlen zagen met tevredenheid de man die ze “jarenlang in het geheim hadden gesteund aan de macht komen” en “de meest verschillende, meest tegengestelde partijen zagen deze ‘onbekende soldaat’ die elke stand, elke partij, elke richting alles beloofd had wat ze graag hoorden, als hun vriend – zelfs de Duitse joden maakten zich geen grote zorgen.” Nog op 30 januari 1933, nadat Hitler aan de macht was gekomen, schreef de voorzitter van het “Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens”,  de vereniging die in de 19e eeuw door Joodse intellectuelen was opgericht tegen het opkomende antisemitisme: “Im übrigen gilt heute ganz besonders die Parole: Ruhig abwarten!”

Johan Depoortere

24 december 2019

Deze tekst verscheen eerder als column in het decembernummer van Aktief, het blad van Het Masereelfonds

December 30, 2019 at 9:42 am 1 comment

ALLEMAN MOO LEIVE, WIT EN ZWET. KARABOUGIA !

 Door Lucas Catherine

Op 11 november  worden de oudstrijders uit WO I herdacht. Dit is het verhaal van één van de Kongolezen die vochten aan de Ijzer: Simon Lisasi, alias Johny, de man die de Karabougia uitvond.

Herdenking van de Kongolese oudstrijders in Schaarbeek

Nadat België officieel Kongo van Leopold II had overgenomen waren de Kongolezen niet langer onderdaan van de Kongo Vrijstaat maar werden ze Belgisch onderdaan. Vanaf 1909-1910 arriveerden dan ook enkele tientallen Kongolezen in Brussel. Het waren ex-matrozen die gediend hadden op Kongoboten, boys die tijdens de vakantie van de koloniale familie waarvoor ze werkten waren gaan lopen, of ontslagen waren. Ze vestigden zich vooral in de wijk rond de Beurs en op de Vlaamse Steenweg.

Op het nummer 14 van die steenweg, op zo’n vijf huizen van de Kathelijnemarkt ontstond zelfs een soort opvangs- of doorgangs huis. Officieel woonden er François Usekebambola en Antoine Boïmbo, maar er passeerden tientallen Kongolezen die er een tijdje hun intrek namen. Eén van de Kongolezen die er verbleven was Simon Lisasi, bijgenaamd Jo(h)ny. Hij raakte verliefd op een Brussellès, Hermine Van Welde en ze wilden trouwen. Maar dit kon niet want zijn papieren waren niet in orde.

Hij leerde er ook bakker Vos kennen die iets verder op de Vlaamse steenweg woonde, op nr 146. Die fabriceerde guimauves (schuimpjes in het Nederlands) en ook wat men in het Brussels maskesvlies of nonnenbillen noemt. Simon bracht hem op het idee om de brokjes die achterbleven te hergebruiken door ze samen tot een harde, zwarte suikerplaat te bakken die gearomatiseerd werd met anijs. Die werd daarna met een hamer in brokjes geslagen. Het kreeg een swahili-naam karabougia (van kara : brok en bugia : snoep).

Karabougia

Eerst werd het verkocht op de nabijgelegen Kathelijnemarkt. Simon, zeg maar Johny, deed dat heel spectaculair. In de zomer met enkel een strooien rokje en een halsketting van schelpen en hij danste en hij prees zijn waar niet alleen in het Frans aan, maar ook in het Brussels, geleerd van zijn Hermine : Karabougia, Karabougia ! Bolle vi de valling ! Bolle vi den oest. Alleman moo leive, wit en zwet. Karabougia !

Als het kouder werd stak hij zich in kostuum en droeg een bolhoed. Een marktkramer moet opvallen. Hij werkte voor zijn brood ook als mecanicien. Lisasi kreeg veel navolging en na een tijdje werkten er tientallen Kongolese karabougiaverkopers voor Simon Lisasi in opdracht van bakker Vos.

Karabougiaverkoper

Het werd een erg populaire zoetigheid die in Brusselse cafés zal worden verkocht tot in de jaren zestig. Dat iedereen het kende mag ook blijken uit het Kuifjesalbum De Krab met de Gulden Scharen, daarin speelt de boot van kapitein Haddock een hoofdrol en die boot heet, jawel, Karaboudjan. Het werd trouwens ook door Kongolezen verkocht op de markten van de dorpen en de streek rond Brussel.

Toen de oorlog uitbrak werd Simon Lisasi, net als 32 andere Kongolezen oorlogsvrijwilliger. Hij diende ondermeer in het 9de Linie waarmee hij vocht rond Nieuwpoort . Hij vocht ook bij Lombardzijde waar hij gewond raakte en in het militair hospitaal belandde. Daarna werd hij doorverwezen naar het hospitaal in Calais. Het bleek dat zijn longen aangetast waren door de Duitse gasaanvallen.

Gifgasaanval

Na de oorlog keerde hij naar Brussel terug maar zijn oud appartement was nu door anderen bewoond en al zijn bezittingen waren verdwenen. In 1919 was hij één van de medestichters van de eerste vereniging van Kongolezen in België, L’Union Congolaise. Hij trouwde met Hermine en ze vestigden zich in de Spoormakersstraat (bij de Beurs), later in Schaarbeek, waar hij werkte als mecanicien. Hij zal er in 1929  sterven, als gevolg van zijn oorlogsverwondingen.

 

November 11, 2019 at 9:39 am 4 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,653 other followers