Posts filed under ‘België’

EEN ZALM DIE STROOMAFWAARTS ZWEMT

Het totemdier van De Morgen is de zalm, een vis die ervoor bekend staat dat hij onbevreesd tegen de stroom in zwemt. Helaas treft men in de krant vaak vissen in aan die met de stroom meedrijven; die braafjes de school volgen.

Een recent voorbeeld daarvan is een artikel in De Morgen van 31 oktober, breed getiteld “Anarchistische terreur steekt weer de kop op”. Daar boven: “Drie Belgische defensiebedrijven in brand gestoken, inlichtingendiensten verwachten nog aanvallen”.

Laat ons met de titel beginnen. Wat is terreur? Het woord wordt meestal gebruikt in uitdrukkingen als ‘terreur zaaien’ en terreurbewind”, wat betekent geweldpleging om angst, paniek en onderwerping te veroorzaken. De aanslagen gepleegd door groepen als Isis, Al Qaida  en de bende van Nijvel vallen daar duidelijk onder. De Saoedische, Westerse en Russische bombardementen in Afghanistan, Yemen, Syrië, enz., eveneens.  Maar de “aanslagen” waarover dit artikel gaat niet.

Laat ons aannemen dat de auteur, Yannick Verberckmoes, “terreur” als synoniem voor “terrorisme” gebruikt. Over het politiek gebruik – of beter misbruik- van dat woord heeft Noam Chomsky in zijn recent door EPO uitgegeven boek een mooi hoofdstuk geschreven. Wat onderscheidt terrorisme van militaire acties? Dat burgers het doelwit zijn, is geen bruikbaar criterium, want in oorlogen is dat ook steevast het geval. Dat het geweld politieke doeleinden heeft, eveneens.  Wat er overblijft is wie het geweld pleegt: als een staat het doet, zijn het “militaire acties”of “klandestiene operaties”, als de geweldpleger geen staat is (maar het meestal hoopt te worden) is het terrorisme. Tenzij de geweldplegers aan onze westerse, christelijke kant staan; dan zijn het geen ‘terrorists’ maar ‘freedom fighters’. Journalisten die deze Newspeak overnemen, papegaaien Big Brother.

Alleen al het woord “defensiebedrijven” dat in dit artikel wordt gebruikt om de wapenindustrie te omschrijven is Newspeak. De bedrijven in kwestie maken tanks, raketten die dienen om steden te verwoesten in het Midden Oosten, niet om België te verdedigen. Met defensie heeft dat niets te maken. Vroeger was men eerlijker, toen heette het ministerie van Defensie nog ministerie van Oorlog.

Maar terug naar de “terreur” waarover deze zalm gaat. De aanleiding voor het artikel is een brand eind september in een loods van een bedrijf in een industrieterrein in Mechelen. Dat bedrijf, Varec, maakt rupsbanden voor tanks en andere militaire voertuigen. Er waren geen slachtoffers (van de brand, wel te verstaan, hoeveel slachtoffers vielen door de wapens die Varec hielp maken weten we niet). De “aanslag” werd niet opgeeist, niet door anarchisten noch door iemand anders. Er is geen spoor van een dader. Sterker nog, het is helemaal niet zeker dat er een dader was. Ondanks de stelligheid waarmee Verberckmoes in zijn boventitel spreekt van brandstichting, vindt hij niemand die zijn hypothese wil bevestigen. Hij gaat aankloppen bij het federale parket, bij de ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie maar iedereen houdt zich op de vlakte. Het verst komt hij bij Nele Poesmans van het Mechelse parket die zegt dat de mogelijkheid dat de brand gesticht werd “niet uit te sluiten” valt. Gazet van Antwerpen schrijft: “Over de oorzaak is volgens de lokale politie nog niets bekend”.

Hoe die brand is ontstaan weet ik niet. Maar ik weet wel dat een journalist die een vermoeden voorstelt als een feit een grove beroepsfout maakt. Hij maakt ‘fake news’.

Waarop steunt Verberckmoes zich om de brand een anarchistische aanslag te noemen? Zijn eerste argument is dat er in dezelfde periode nog een brand was in een wapenbedrijf. En bij Thales Belgium, een bedrijf dat raketten en andere offensief oorlogstuig maakt (wat Verberckmoes verzuimt te vermelden), werd een geimproviseerde bom aangetroffen die zonder problemen werd verwijderd. Tussen die drie feiten moet er een verband bestaan, vindt Verberckmoes en dat verband kan volgens hem alleen “anarchistische terreur” zijn.  Zijn bewijs: De Franse website “Info Libertaire” tweette: “Genk, Herstal, Mechelen: mooi hoe panden van de militaire industrie in rook opgaan”.  Meer bewijs heeft onze onderzoeksjournalist niet nodig.

Om zijn wankele stelling te ondersteunen gaat hij te raad bij “experten” die zijn opinie over “de weer oplaaiende terreur van extreem-links” onderschrijven. Dat zijn Ben West, een analist van Stratfor, een geopolitiek consulting bedrijf dat ook bekend staat als “the Shadow CIA” en nauw aanleunt bij de echte CIA en het State Department, en Claude Moniquet, een ex-“veiligheidsagent” van de Franse CIA, de DGSE. Die trekken een lijn tussen de “aanslagen” in België en gebeurtenissen in Frankrijk, zoals het in brand steken van politiewagens en zien internationale netwerken die dat orchestreren.

Moniquet krijgt het laatste woord. “Voorlopig hebben die groepen enkel nog infrastructuur vernietigd maar het risico dat ze zich op personen gaan richten is reëel.” Voel je de koude rillingen over je ruggegraat lopen?

Men wil ons bang maken.

 

Tom Ronse

Dit is slechts één voorbeeld van hoe journalistiek propaganda, en meer specifiek, bangmakerij wordt.  Ik beweer niet dat dit artikel De Morgen in zijn geheel typeert; de krant publiceert ook uitmuntende journalistiek. Ik stond mee aan de wieg van De Morgen en heb er heel lang voor gewerkt en hoop er ook in de toekomst nog af en toe aan mee te werken. Of dat nog kan na een stuk als dit? We zien wel.

 

 

 

november 17, 2017 at 7:21 am Plaats een reactie

DE ZIONISTISCHE PARADOX

Door Johan Depoortere

Voor wie ook maar oppervlakkig de Palestijns-Israëlische kwestie bestudeerd heeft zijn de feiten en de namen bekend: Theodore Herzl, Sykes-Picot, Balfour, verdelingsplan, de oorlogen, het verzet. Toch is het goed en nuttig dat Lucas Catherine en Jef Coeck de geschiedenis van het Zionistische koloniale project weer onder de aandacht brengen. Zie de vorige aflevering van Het Salon van Sisyphus: PALESTINA BESTAAT MAAR NIET ALS STAAT.

Terreuraanslag in Mogadishu

Het conflict dat aan de basis ligt van heel veel wat in het Midden-Oosten en ver daarbuiten fout gaat dreigt namelijk ondergesneeuwd te worden door de actualiteit van terrorisme en oorlog: een ver-van-mijn-bed-show behalve als de bommen in ons eigen postzegelgroot landje ontploffen. Dat in Mogadishu 500 doden vallen in een terreuraanslag veroorzaakt nauwelijks een rimpeling in onze mainstream media. En toch is er ook tussen deze afgrijselijke terreurdaad en het conflict in het Midden Oosten een lijn te trekken. Het Arabische nationalisme als antwoord op de zionistische expansie is grotendeels gemuteerd tot politiek islamfundamentalisme met alle uitwassen vandien. Over de oorzaken daarvan zijn bibliotheken vol te schrijven, maar in dat verhaal nemen de oorlogen in Irak en Afghanistan een centrale plaats in.

De geschiedenis van Israël en het Palestijnse verzet is rijk aan paradoxen. Lord Balfour, die de Joden een land beloofde dat niet van hem was, stond bekend als een anti-semiet net zoals zijn premier Lloyd George. Diens regering geloofde vast in de wijdverspreide mythe dat “het internationale jodendom” de wereld beheerste en door de belofte van een “joodse staat” zouden ze dat internationale jodendom ertoe kunnen bewegen de wereldoorlog te doen kantelen in het voordeel van de geallieerden. (http://foreignpolicy.com/2010/09/08/how-anti-semitism-helped-create-israel-2/). Paradoxaal maar misschien ook niet. Zionisme en antisemitisme zijn immers elkaar spiegelbeeld. Zionisme kan niet zonder antisemitisme, de vijand aan wie het zijn bestaan te danken heeft. Niet voor niets zien hedendaagse zionisten overal ter wereld het antisemitisme heropleven. Premier Netanyahu probeerde na de aanslagen in Parijs Franse joden ervan te overtuigen dat ze slachtoffers zijn van dat “nieuwe antisemitisme” en dat ze dus beter naar Israël kunnen emigreren. Het publiek in de Parijse Grote Synagoge reageerde op Netanyahu’s speech door spontaan de Marseillaise in te zetten.

Bart De Wever met de burgemeester van Haifa. De Wever ondertekende een samenwerkingsakkoord met de zionistische staat.

Nog een paradox: de geestelijke erfgenamen van het vooroorlogse fascisme en antisemitisme zijn nu de fanatiekste verdedigers van Israël. De Antwerpse burgemeester Bart De Wever reageerde negatief toen zijn voorganger de joodse gemeenschap excuses aanbood voor de rol van zijn stad bij de jodenvervolging onder de Nazibezetting. Maar De Wever ziet er geen graten in om Israël met een officiële delegatie te bezoeken en op die manier zijn steun te betuigen aan het zionistische apartheidsregime. In een interview met Joods Actueel blaast De Wever uitvoerig de loftrompet:“De prestatie die Israël levert om vanuit dat absolute nulpunt dit land in korte tijd te ontwikkelen tot op het huidige niveau (is) ongeëvenaard impressionant.” Daarmee herhaalt hij een klassieke meme van de zionistische propaganda. Over de Palestijnen geen woord laat staan over de oorlogen tegen Gaza, de repressie, de diefstal van water en grond, de moorden zonder vorm van proces, het buldozeren van huizen, het vernietigen van olijfgaarden en de onwettige bezetting van de Westbank.

Pastor John Hagee, leider van de Cornerstone Church

Niet alle joden zijn zionisten en niet alle zionisten zijn joden. Amerikaanse christelijke fundamentalisten behoren tot de fanatiekste verdedigers van Israël. Tijdens een bezoek aan de Cornerstone Church in San Antonio (Texas) kon ik een weekend lang genieten van kitscherig politiek toneel (gebracht door een gezelschap uit Israël), gezang en gebed alles in het teken van Israël. De Cornerstone Church is één van de grootste Amerikaanse mega-televisiekerken. De leider van de kerk, pastor John Hagee is een aanhanger van de “Rapture-”beweging: het geloof dat het einde der tijden elk moment kan aanbreken. “Het kan gebeuren op het moment dat ik dit bureau verlaat,” zei pastor Hagee me in een interview. De gelovige christenen zullen dan fysiek ten hemel worden opgenomen. De achterblijvers wacht een ellendig einde. Maar wat dan met de joden? “Die zullen zich op het fatale moment massaal tot het christendom bekeren,” verzekerde Hagee me. Ziedaar hoe christendom en zionisme te verzoenen zijn!

oktober 23, 2017 at 4:53 pm Plaats een reactie

PALESTINA BESTAAT, MAAR NIET ALS STAAT

Statue of Godfrey of Bouillon on Place Royale or Koningsplein (Royal Square) in Brussels, Belgium

door Jef Coeck

 

 

Kan u zich herinneren wanneer u voor het laatst het woord ‘Palestijn’ zag of hoorde in de mainstream media? Dus niet in specifieke publicaties over het onderwerp.Toevallig is het deze dagen wel het geval, omdat de Palestijnse rivalen Hamas en Fatah aan een toenadering bezig zijn. Maar afgezien daarvan kan het lang geleden zijn, want het lijkt erop alsof Palestina niet bestaat. Voor een deel is dat ook waar. Toch zijn er Palestijnen, ze worden gepest, gevangen gezet of gedood door hun kolonisatoren, de staat Israël. Wanneer de repressie massaal gebeurt, zoals enkele keren in Gaza, herinneren we ons plots dat er vroeger zoiets bestond als ‘het heilig land’. Vooral de hoofdstad Jeruzalem had (heeft) een bewogen geschiedenis.

Onze specialist, Lucas Catherine, heeft de bewogen Palestijnse geschiedenis opgeschreven met alle soms verbijsterende details. Palestina, dat nu Israël heet, is een kunstmatige constructie van de wereldpolitiek. De oorspronkelijke bewoners zijn grotendeels verdreven of gekneveld. Aan de basis van dit kolonialisme ligt het Zionisme, een theorie die ontworpen werd door Theodor Herzl (1860-1904). Dat volgde dan weer op de pogroms (jodenvervolging) met name in Rusland maar ook elders. Herzl vond dus dat dit racistisch gedoe pas kon ophouden als de joden over een eigen staat zouden beschikken.

Zijn idee vond aanvankelijk weinig bijval.Voor Herzl maakte het niet uit waar de joodse staat zou komen, voor zijn part in een grote lap onbewoonde Afrikaanse brousse. Daar kwam verandering in toen de rabbi’s er zich mee bemoeiden. Voor hen kon maar 1 land in aanmerking komen: het land waar de tempel had gestaan. Was dat land bewoond? Jazeker, maar dat werd ontkend, alsof Palestijnen geen mensen zijn. De mooie droom van een pluralistische staat met gelijke rechten voor iedereen, zonder geweld verworven en zonder een spat expansiedrang, kon Herzl wel vergeten. Het moest een exclusief joods-religieuze staat worden. Hij draaide bij.

Zover gekomen, begon de lobbying van alle kanten. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog waren de Ottomanen (wij noemen ze Turken) de baas in zowat het hele Midden- en Nabije Oosten. Nog voor de oorlog was afgelopen, hadden Frankrijk en Engeland al in het geheim de Turkse erfenis  onder elkaar verdeeld.  Dat was het verdrag Sykes/Picot. (1916)

België speelde daarin een niet onbelangrijke rol. Niet enkel waren ‘wij’ de erfgenamen van Godfried van Bouillon, die in 1099 de eerste christelijke koning van Jeruzalem werd. Niets om fier over te zijn, maar in zogenaamd diplomatieke kringen een argument om Palestina, die mierenhoop, aan België te geven. De Belgen vormden in Caïro – het hart van de Arabische wereld –  de belangrijkste groep na de Britten. Baron Empain had vlakbij Caïro een nieuwe stad gescticht, Heliopolis, zonnestad. Zijn eigen villa was zo gebouwd dat ze meedraaide met de zon. Ook trams en treinen kwamen uit België. De drang naar Palestina paste perfect in het Sykes-Picot akkoord, dat een apart, neutraal, internationaal regime voor Jeruzalem voorzag. Een soortement Brussel van het Midden-Oosten.

Intussen bleek de Zionistische strijd nog niet gewonnen. Er waren belangrijke tegenstanders, zoals de joodse geleerde en alom gewaardeerde Albert Einstein (1879-1955/ ontdekker van de reletiviteitstheorieën). Hij zei: ‘Ik zou liever hebben dat wij een redelijk akkoord met de Arabieren sluiten, waarin wij stellen dat wij vreedzaam naast elkaar leven, dan dat wij een Joodse Staat zouden stichten… De idee van een Joodse Staat met grenzen, een leger en een overheid, hoe beperkt ook, zal het judaïsme schaden… Wij zijn niet langer de joden uit de tijd van de Makkabeeën. Een terugkeer naar een volk in de politieke betekenis van dit woord, zou ons de spirituele erfenis die we van onze profeten hebben ontvangen, ontnemen.’

Ongeveer alle plannen werden doorkruist. België kreeg Palestina niet. Sykes-Picot werd de bodem ingeslagen door Sykes’ landgenoot, lord Balfour (1848-1930). Deze Britse minister van Buitenlandse zaken, ex-premier, gaf op eigen houtje een ver reikende verklaring uit, nota bene op een moment dat de wereldoorlog nog niet eens afgelopen was en Balfour zelf door niemand gemandateerd. De verklaring luidt dat Groot-Brittanië de kolonisatie van Palestina door Europese joden met alle middelen zou steunen. Het document was gericht aan Lord Walter Rothschild, zelf geen zionist maar een vriend van Chaim Weizmann, voorzitter van de Zionistische Federatie en wat later de eerste president van Israël. Voorts wordt de indruk gewekt dat er in Palestina weinig of geen bewoners waren. Dat is een leugen. Voor de Eerste Wereldoorlog telde Palestina 754.275 inwoners, van wie slechts 7 procent joods was.

Lucas Catherine beschrijft in detail de leugens, de gewapende milities, het geweld, de massamoorden en dito deportaties. In de meer dan dertig boeken die hij totnutoe schreef, ontpopt Catherine zich als een begenadigd verteller, de meester van de anecdote. Hier zien we hem op een heel andere wijze aan het werk. Niet dat hij de anecdote heeft afgezworen, maar zijn stijl is hier veel soberder, afgestemd op feiten – zonder dat hij zijn sympathie voor de Palesstijnen verloochent. Toch is het boek evenwichtig. Het laat ook ruimte voor de arme en vervolgde joden die zich soms al na korte tijd bedrogen voelden door de loze beloften van het Zionisme.

De geschiedenis van Palestina in de vorm van Israël is nog kort, sedert 1948. Toch zijn er al drie Arabisch-joodse oorlogen geweest, waaruit Israël steeds sterker  en groter tevoorschijn kwam. Van kritiek, door de VN, door organisaties voor mensenrechten, door afzonderlijke staten, trekt het zich niets aan. Het is hun land, door god gegeven (Gott mit uns!, riepen de kruisvaarders al in hun taal: Deus vult). Intussen gaat de decimering van de Palestijnse bevolking onverminderd door. Israël heeft geen grondwet, dat zou maar een hinder zijn! En de gewone wetten zijn gesneden op maat van de Apartheid. Israëli’s hebben alle rechten, Palestijnen hoofdzakelijk het recht om onderdrukt te worden.

Komt er ooit een einde aan deze surrealistische trein van de apocalyps? Velen twijfelen er aan. Een ding staat vast: het geweld dat we de jongste twintig jaar kennen vanuit het Midden en nu ook al Verre Oosten, houdt op een bijna mystieke wijze verband met het tragische lot van de Palestijnen. Ook als er een redelijke verdeling van Israël/Palestina zou gebeuren, kunnen de wreedheden uit het verleden nooit worden uitgegomd. Inclusief, inderdaad, de Shoah.

*Lucas Catherine, Palestina, Geschiedenis van een kolonisatie, Berchem, EPO, 2017

oktober 19, 2017 at 3:56 pm Plaats een reactie

HET MEDEDOGEN VAN ALEXANDER DE CROO

Walter Zinzen en Alexander De Croo in De Afspraak van 16 december 2016. http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2846467

Door Johan Depoortere

“Mededogen” synoniem volgens van Dale voor “barmhartigheid,” een christelijk geladen term die in het debat over immigratie en asiel zelden wordt gebezigd. Oud-journalist Walter Zinzen introduceerde het woord tijdens een debat in “De Afspraak” op 16 december 2016. Hij kreeg – zo leek het op het eerste gezicht – flink lik op stuk van zijn gesprekspartner, vice-premier Alexander De Croo. Op hoge toon beweerde De Croo dat zijn rechts-liberale regering op dat stuk niets te verwijten valt. Immers – zo heette het – België toonde méér mededogen dan de buurlanden door 65000 Syriërs asiel te verlenen. Letterlijk zegt De Croo: “Het mededogen is dat ons land 65000 Syriërs opgevangen heeft.” De Croo zegt er niet bij over welke periode hij het heeft, maar het heeft er alle schijn van dat de vice-premier hier een beetje zat te jokken. De cijfers van het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen zijn op hun website makkelijk terug te vinden. In 2016 dienden een totaal van 18710 vluchtelingen een asielaanvraag in. Daarvan kwamen er 6500 uit Afghanistan, Syrië en Irak. Ruim de helft van de asielaanvragen kregen een positieve eindbeslissing. Voor de Syriërs (samen met de Afghanen en de Irakezen) dus minder dan één tiende van het cijfer dat De Croo hanteert.

Woorden zeggen niet alles, maar wel heel veel. De immigratiepolitiek van deze regering is er geen van “mededogen” maar van verdediging tegen wat wordt voorgesteld als een “toestroom,” een “vloedgolf” en andere metaforen die de burger angst moeten aanjagen voor de “vreemdeling,” of – erger nog – de “gelukszoeker.” Voorbeelden van hoe dat ook anders kan waaien ons soms toe uit onverwachte hoek. Wie kent bijvoorbeeld Toomas Hendrik Ilves, tot voor kort president van het Baltische Estland? Ilves is de zoon van vluchtelingen. Zijn ouders zijn tijdens de bezetting van Estland door de Sovjetunie van Stalin naar Zweden en later naar de Verenigde Staten gevlucht. Daar is de toekomstige president, die in Stockholm is geboren, opgegroeid. Op 2 februari 2016 sprak Ilves als staatshoofd het Europese parlement in Straatsburg toe. Walter Zinzen – hij weer – laat er ons kennis mee maken met een artikel in MO, waarin hij uitvoerig uit de toespraak van Ilves citeert.

Toomas Hendrik Ilves, voormalige president van Estland

“De grote aantallen vluchtelingen mogen ons niet afschrikken”, zo betoogde Ilves in het Europees parlement, want “we hebben veel erger mee gemaakt. In het Europa van 1946 waren er in Duitsland alleen 12 miljoen binnenlandse vluchtelingen en nog eens 12 miljoen ontheemden met 20 verschillende nationaliteiten. De toenmalige UNRRA (United Nations Relief and Rehabilitation Administration), besteedde toen, omgerekend in hedendaags geld, 50 miljard euro om dit probleem op te lossen. Ik citeer dit getal om aan te tonen hoe ontzaglijk de taak was waar onze grootouders voor stonden in een tijd dat Europa nog geen instellingen had, en er soms zelfs geen soevereine regeringen waren.”

Die prestatie van toen moet ons inspireren voor de problemen van vandaag vindt Ilves: ‘We zullen deze migratiecrisis oplossen als we dezelfde vastberadenheid als onze voorouders aan de dag leggen.” Maar de president – zo schrijft Zinzen in zijn commentaar op de toespraak – is niet blind voor de problemen van vandaag. Zijn speech kwam niet zo lang na de aanslagen in Parijs en hij beseft dat het terrorisme populisten en extremisten in de kaart speelt. Hij reageert: ‘We kennen het argument dat we geen vluchtelingen kunnen accepteren omdat het terroristen zijn, gemakshalve vergetend dat de vluchtelingenstroom naar Europa juist bestaat uit mensen die op de loop zijn gegaan voor hetzelfde regime, dezelfde brutaliteit en moordzucht die we in Parijs hebben gezien.”

“Hoe komt het dat zo weinig politieke leiders dat standpunt delen? vraagt Zinzen zich af. “Behalve Ilves zelf (die dus ondertussen president af is) en Merkel ken ik er maar één: de Canadese premier Trudeau. Maar Merkel en haar aanhang worden steevast afgebrand, belachelijk gemaakt en bespot door de Bart De Wevers, de Jean-Marie De Deckers, de Theo Franckens en Maarten Boudry’s van deze wereld. Wie vindt dat vluchtelingen recht hebben op een menselijk onthaal wordt door deze heren weggezet als gutmensch.”

Of als “cultuurmarxist” zou je er kunnen aan toe voegen. En Zinzen besluit met een andere historische parallel. “Toen de nazi’s aan de macht kwamen in Duitsland en nadien een groot deel van Europa bezetten, sloegen honderdduizenden joden op de vlucht. Maar niemand wilde ze hebben. Het “neutrale” Zwitserland sloot zijn grenzen,het fascistische Portugal en Spanje deden hetzelfde. In Zuid-Amerika werd schepen boordevol vluchtelingen de toegang tot het vasteland geweigerd, ja zelfs in Palestina – toen nog onder Brits bestuur – waren Joodse vluchtelingen niet welkom.

Yuval Noah Harari verhaalt in zijn wereldwijde bestseller Homo Deus hoe de Portugese consul in Bordeaux tegen de wil in van zijn bazen visa afleverde aan 30.000 Franse joden, zodat ze Portugal binnen konden. Aristides de Souza Mendes heette de man. Hij werd ontslagen omdat hij zijn orders niet had opgevolgd. Hij heeft wel 30.000 mensenlevens gered. Een gutmensch dus, of, wie weet, een cultuurmarxist. Nietwaar, heren van de joods-christelijke traditie.”

Het volledige MO-artikel kun je hier lezen

oktober 12, 2017 at 1:22 pm 1 reactie

EPPINK SLAAT DE BAL MIS

Donald Trump

In zijn tweewekelijkse column voor De Morgen, slaagt Derk Jan Eppink erin om op subtiele wijze het “gedachtengoed” van Donald Trump de mainstream binnen te smokkelen. Eppink levert milde kritiek op de tactiek van Trump die “niet tijdig in de gaten had” dat “in Amerika niets gevoeliger is dan ‘ras.” Vervolgens maakt Eppink een vergelijking met Obama, die eveneens de gevoeligheden zou hebben onderschat maar die geblunderd zou hebben in de andere richting, namelijk door niet of te aarzelend islamterrorisme te veroordelen. Eppink spuit op die manier vakkundig mist om de kern van de zaak te verhullen, namelijk dat aan het hoofd van de Westerse wereld een man staat met diep ingewortelde vooroordelen tegen alles wat niet hagelwit is. 

Neo-Nazis in Charlottesville

De naakte waarheid: Trump is een onverbeterlijke onversneden racist. De eerste reactie van Trump op de gebeurtenissen van afgelopen week waarin hij het fascistische geweld minimaliseerde liet zijn ware aard zien. Twee dagen later en na zware druk van zijn omgeving kon hij het opbrengen om met veel meel in de mond een verklaring van de telepromptor af te lezen waarin hij racisme veroordeelde. Zijn lichaamstaal schreeuwde luid: “Dit doe ik om mijn politieke hachje te redden maar ik meen het niet.” De dag erop liet de president weer de ware Trump in hem los om in de bekende stijl wild om zich heen te slaan en fascisten met antifascisten over dezelfde kam te scheren.

charlottesville-social-media.jpg.size.custom.crop.1086x721

Onder de fascistische betogers bevonden zich volgens Trump ook “fijne mensen.”

Dat de racistische reactie van Trump meer is dan een uitschuiver blijkt uit talloze eerdere verklaringen en gedragingen, teveel om hier op te noemen. Het volstaat te verwijzen naar de campagne die de basis was voor zijn latere gooi naar het presidentschap: de hardnekkig verspreide racistische leugen dat Obama geen “echte Amerikaan” kan zijn omdat hij niet in de VS maar in Afrika geboren zou zijn. Minder bekend is het bloedstollende verhaal van de “Central Park Five” waarin Trump alweer de rol op zich nam van racistische diehard-scherprechter. Vijf jonge Afro-Amerikanen en hispanics werden in 1990 tot lange gevangenisstraffen veroordeeld voor de gruwelijke verkrachting van een jonge vrouw in het New Yorkse Central Park. De vijf hadden onder druk bekend maar hun bekentenissen weer ingetrokken. Donald Trump betaalde bijna 100000 dollar voor een paginagrote advertentie in alle grote kranten van New York – waaronder The New York Times – waarin hij herinvoering van de doodstraf eiste voor de veroordeelde tieners, die hij “wilde criminelen” noemde. Twaalf jaar later bekende de ware dader van de verkrachting, een bekentenis die door DNA-onderzoek werd bevestigd. De vijf oorspronkelijk veroordeelden kwamen na twaalf jaar onterechte opsluiting vrij en kregen een gezamenlijke schadevergoeding van 40 miljoen dollar. Dat belette presidentskandidaat Donald Trump allerminst om nog in 2016 te herhalen dat de Central Park Five zoals ze intussen waren gaan heten schuldig waren en dus in de gevangenis thuishoorden.

Yusself Salaam, één van de Central Park Five, werd tot 13 jaar gevangenis veroordeeld voor een misdaad die hij niet heeft begaan.

 

De betaalde advertentie waarin Trump oproept de doodstraf uit te voeren.

Woorden vertellen alles, zij het niet altijd luidop maar fluisterend als subtekst. Eppink imiteert achteloos – zo lijkt het – het woordgebruik van Trump. De onuitgesproken boodschap luidt dat fascisten en antifascisten zich moreel op hetzelfde vlak bevinden. De door Trump geïntroduceerde term “alt-links” als spiegelbeeld van “alt-right” komt als sluipend gif het taalgebruik binnen. Maar “alt-links” bestaat niet, het is een hersenspinsel van Trump dat Eppink en anderen geloofwaardigheid verlenen door het kritiekloos te herhalen en op die manier de mainstream binnen te smokkelen.

Het moge duidelijk zijn: de heer Eppink is geen “waarnemer” of “analist” maar een ideologische scherpslijper die aan den brode komt als werknemer van een instelling die de Republlikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet. Eppink, die een vaak geziene gast is in programma’s als Terzake en De Afspraak,  is geen journalist maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur. Van deze boer geen eieren.

Johan Depoortere

18 augustus 2017

augustus 18, 2017 at 8:45 am 2 reacties

JAMBON EN DE ZESTIG IMAMS

 

door Lucas Catherine

10 juli bij de Brusselse Beurs, een plek waar het stadsbestuur normaal een betogingsverbod handhaaft. Maar nu wordt er betoogd, door zestig imams onder leiding van minister Jan Jambon. Er staan zeker dubbel zoveel flikken opgesteld en een honderdtal nieuwsgierigen. Ik haast mij naar Le Suisse voor een sandwich en nog voor die op is zijn de imams verdwenen.

 

Zijn ze verdwenen zoals indertijd de dansende moslims van Jambon? Ik zoek duiding.

Het tv-nieuws laat twee imams aan het woord –duidelijk geen Belgen- en interviewt ook een rabbijn, Avi Tawil. Wat die man daar doet wordt niet gezegd. Ook in de krant word ik niet veel wijzer, behalve dan dat de Vlaamse Leeuw soms naar links en soms naar rechts klauwt. We zijn 11 juli.
Ik bekijk de foto’s van het evenement op internet en wie staat daar naast Jan Jambon? Marek Halter, volgens het onderschrift de organisator van het evenement. De man heeft trouwens ook gespeecht.

 

 

Dat heb ik verdorie gemist, want die kerel ken ik van vroeger. Pseudo-linkse intellectueel, propagandist voor Israël, indertijd bewonderaar van Golda Meir en Ariel Sharon. Steunde Nicolas Sarkozy met een verkiezingsspotje en is vooral bekend als leugenaar. Zo zegt hij geboren te zijn in het ghetto van Warschau en er via de riolering uit te zijn ontsnapt. Iets wat de historicus Michel Borwitz in het joodse blad, Unser Wort al in 1980 als compleet verzonnen af deed. Wie had het weer over de ‘uitbuiting van de holocaust’ en lanceerde de vroegere Israëlische minister van BuZa, Abba Eban niet de witz: “There’s no business like ‘Shoah’ business.” ?
Halter organiseerde de mars samen met Hassen Chalgoumi, ‘voorzitter van de Conférence des Imams de France’ een schimmige organisatie die niet erkend is door de wel representatieve Conseil Français du Culte Musulman. Maar dat melden de media niet. Die laatste organisatie weigerde trouwens voor de mars op te roepen en blijkbaar heeft Chalgoumi ook bij de Belgische moslims geen goeie naam, want waar een maand geleden nog gesproken werd dat er enkele duizenden moslim sympathisanten zouden opdagen aan de Beurs, stonden daar zo’n 120 mensen, waaronder veel toeristen. Chalgoumi is zowat de ‘imam de service’ van Israël, vooral sinds hij samen met Alain Finkelkraut en op kosten van de Israëlische ambassade in 2012 de zionistische staat bezocht.

De mars kadert dus blijkbaar in de Israëlische propaganda. Zo stelt hun propagandahandboek, Fighting the Media War for Israel:  ‘Verwijs er steeds naar dat zowel Israël als het Westen bedreigd worden door het terrorisme.’

En zo komen we terecht bij Rabijn Avi Tawil die o.a. op het VRT-nieuws werd geïnterviewd. De man is ‘executive director’ van het European Jewish Community Center.

 

Deze lobbygroep organiseerde samen met de European Coalition for Israel een meeting onder de titel What EU can Learn from Israel (8 dec.2016). Een van de iniatiefnemers was Bas Belder van de Staatkundig Gereformeerde Partij – Zijn partij ijvert voor een ‘godsregering op basis van de Bijbel’-, lid van de Alliantie van Europese Conservatieven en Hervormers (AECH),  vice-voorzitter van de Commissie voor de Betrekkingen EU-Israël, columnist bij Israël Aktueel. Ook de NV-A is lid van die AECH. Zou Bas Belder een goed woordje hebben gedaan bij Jan Jambon om dit evenement mee te sponseren? Of werd het ingefluisterd door onze lokale Marek Halter, Zevi (Michael) Freilich?

juli 17, 2017 at 9:54 am Plaats een reactie

Twee menu’s voor wie de kolonisatie van Kongo nog niet heeft verteerd

Kongoboot Albertville

 

door Lucas Catherine

Menu1

Onderzoeksjournalistiek baseert zich nu op documenten die en stoemelings maar zijn te vinden. Moeilijk werk, vraag het maar aan de mensen van Apache. Vroeger was het anders. Dan kon je aan de hand van op het eerste zicht onbelangrijke documenten waren veel te weten komen.

Hierbij het voorbeeld van twee menu’s uit Antwerpen. Ze dateren uit 1898. Een belangrijk jaar in de geschiedenis van Kongo: Toen werd niet alleen de eerst trein daar officieel in gebruik genomen, maar arriveerden er ook de eerste toeristen en journalisten met hun net klantvriendelijk gemaakte Kodak. Om het bij Antwerpen te houden: La Metropole (met Vaes), Le Matin (met Henrion), De Nieuwe Gazet (met Moortgat) en het Handelsblad (met De Mey).
Hier dus mijn eerste spijskaart, zoals men dat toen in Antwerpen noemde, maar in druk heette het wel menu. Bourgeois oblige. In dit geval de Kamer van Koophandel. Het diner was ter ere van Leopold II die toen La Métropole bezocht en de illustraties vertellen veel. Je leest ze net als de gerechten van boven naar onder.
Heel bovenaan links, de vlag van de Kongo Vrijstaat en rechts de Kongostroom met op de oever twee olifanten. Dat laatste is een kleine leugen. De olifanten waren aan de Kongostroom zelf al uitgestorven, men moest ze in het hoge noordoosten gaan jagen. Maar, zoals de Leeuw stond voor België, zo stond de Olifant symbool voor Kongo.

In het midden, links een bundel voorwerpen die de eerste toeristen ginder graag kochten: schilden, speren, werpmessen en maskers. Rechts daarvan op de achtergrond de eerste trein in Kongo, Matadi-Kinshasa die toen net officieel was ingehuldigd.

Daaronder de rivierboot Brabant die het jaar daarvoor (1897) in Antwerpen door Cockerill Yards was gebouwd. Die scheepswerf lag toen midden in de stad. Ze bouwden ongeveer alle boten die op de Kongo vaarden. De Brabant was een raderboot en mat 45 meter op 9 meter met een stoommachine die 125 pk kon ontwikkelen. Daarmee konden 150 ton vracht vervoerd worden en er waren cabines voor 32 passagiers. Op zijn proefvaart op de Schelde ontwikkelde hij een snelheid van 7,5 knopen (14 km/u)

Links onderaan een gravure van Nieuw-Antwerpen, een handelspost die Camille Coquillhat had gesticht. Coquillhat kreeg daarom in Antwerpen een straat (in 1891) en een standbeeld in het Albertpark (1895).

In het centrum onderaan: het wapen van de Kongo Vrijstaat met als devies Travail et Progres, bekroond met de gevleugelde helm van Mercurius, de god van handel en reizen. En ook de patroon van de Antwerpse Kamer van Koophandel.

Rechts onderaan dan de Albertville, de toenmalige Kongoboot Antwerpen-Matadi (bouwjaar 1896).De gangen op het menu zijn minder interessant, net zoals die trouwens op het tweede menu.

 

Hier iets minder illustraties: rechts onder nog maar eens de Albertville en links dé uitvoerproducten uit Kongo: ivoor (slagtanden) en balen rubber. Die producten konden Antwerpen bereiken, niet alleen dankzij de Kongoboot, maar ook dankzij de spoorweg Matadi-Kinshasa. Het symbool van de spoorweg zie je dan ook uiterst links: een gevleugeld wiel. Het was jaren lang ook het symbool van de NMBS. Mijn vader, cheminot net als mijn grootvader, droeg het op de kraag van zijn vest. Het was in koper- uit de Kongo.

 

Dit tweede banket had een maand na het bezoek van Leopold II plaats en werd door de Kamer van Koophandel georganiseerd voor hun leden die door Leopold waren benoemd in de Leopoldsorde – een al langer bestaande orde – maar vooral in de Kroonorde. Die had de Heerser van de Kongostaat een jaar eerder opgericht om iedereen te huldigen die ‘verdienste had voor de Beschaving van Afrika’. En de Kroon verwijst hier dan ook naar het Kroondomein, dat deel van de Vrijstaat waar enkel Leopold economisch actief was. Met de namen van de genodigden kan je de geschiedenis van de kolonisatie schrijven. Ze staan in alfabetische volgorde, maar de eerste in de rij, Bunge was toen misschien de belangrijkste en dankzij Kongo ook de rijkste. Antwerpenaren kennen misschien het Instituut Bunge, nu onderdeel van de UIA en de domeinen Oude Gracht en De Uitlegger (in Kapellen en Brasschaat), vroeger privé-domeinen van de familie Bunge. Ze kwamen oorspronkelijk uit Zweden, maar hun rijkdom kwam uit Kongo. Eduard Bunge commercialiseerde al het ivoor dat uit Kongo arriveerde. Tussen 1888 en 1893 ging dit om 509.573 ton –vraag me niet hoeveel olifanten dat maakt – Het leverde Bunge meer dan één miljoen Euro op. Verder was Bunge geïmpliceerd in de twee grote rubbermaatschappijen ABIR en Anversoise, beiden berucht om hun politiek van afgehakte handen. Leopold II noemde Eduard Bunge dan ook ‘mon grand ami anversois’ en Leopold hield van Antwerpen: “Anvers peut être, et mon désir est qu’Anvers soit la plus grande ville commerciale du continent”. Een citaat uit zijn speech in Antwerpen tijdens het vorige diner.
De tweede in de lijst is een mindere figuur Edgard Castelein, stichter van de krant La Métropole die de politiek van Leopold II verdedigde. Een van zijn journalisten reisde in 1898 naar Kongo om er de inhuldiging van de trein Matadi-Kinshasa te verslaan. De trein die de echte economische ontsluiting van Kongo mogelijk maakte.

Emile Ceulemans, een commerçant die het later bracht tot Consul Generaal van de Kongo Vrijstaat in Lissabon.

Charles Corty, voorzitter van de Kamer van Koophandel. De ondervoorzitter was Louis Criquillon.

Maar laten we het bij de grote kleppers houden.
Alexis De Browne de Tiège: medestichter van de beruchte rubbercompagnie Abir en voorzitter van de Anversoise. Die maatschappijen maakten ongelooflijk veel winst. In sommige jaren vijfmaal het eigen kapitaal. Waar Abir actief was slonk de bevolking met de helft, en dat kwam niet alleen door afgehakte handen. De Browne de Tiège was ook een stroman van Leopold II en hielp hem in 1895 om de Belgische staat geld af te troggelen via een zogezegde lening. Hij zat ook in Bell Company, de Antwerpse maatschappij die de eerste telefoonlijnen in Kongo aanlegde. Zijn kapitaal is opgegaan in de Dexia bank.

Emile en Ernest Grisart zetelden ook in Bell en waren aandeelhouders in de rubbermaatschappijen.
Alexis Mol was alweer een goede vriend van Leopold II met belangen in Abir en Bell en verder in de koffie- en cacao-import uit Kongo.

 

Naast Leopold II was vooral Albert Thys actief in de plundering van Kongo. Hij was stichter of aandeelhouder van 33 koloniale maatschappijen. Hij was de man die in 1898 de eerste trein Matadi-Kinshasa deed rijden. De bankier Alfred Osterrieth was een van de genodigden bij de inauguratie van de spoorweg. Osterrieth was de leidende figuur in Les Produits du Congo, een van de maatschappijen van Thys. Verder zat hij in Abir en importeerde Kongolese cacao. Zijn kapitaal is ook opgegaan in de Dexia Bank.
Ook Eduard de Roubaix zat in die Produits du Congo van Thys.

Dan is er Arthur Van den Nest, voorzitter van rubbermaatschappij ABIR. Hij zetelde daarnaast in Bell Telephone en tijdens het diner waarop deze tweede menu slaat, opperde hij het idee om met de Kamer van Koophandel een monument te bouwen ter ere van de Kongolese handel. Hij werd hierbij gesteund door burgemeester Jan van Ryswyck. Het werd, met enige jaren vertraging de Kongozuil in het Stadspark.

 

Jan Van Rijswijck was een fervent verdediger van de koloniale politiek van Leopold II. Hij organiseerde in 1894 de Antwerpse Expo waarin meer dan 100 Kongolezen werden ‘tentoongesteld’ in het zogenaamde Vivi aan de Schelde. Maar hij sympatiseerde ook met de kolonisatiepoging van Leopold in China. In 1900 riep hij zelfs op om een expeditiekorps naar China te sturen om de anti-koloniale Boxersopstand (Yihetuan-beweging) neer te slaan.

En, ik zou het haast vergeten op die menu’s staat dus ook wat er te eten viel:

 

Schotse oesters

Ossenstaartsoep

Ganzenlever in een korstje

Forel uit Dieppe

Royale Rundsfilet

Kapoen zoals in Le Valois van Le Mans (toen een erg bekend restaurant).

Champions en croute

Hazerug Grand Veneur

Patrijs in wijnbladeren

Abrikozencompote

Kreeft Belle-Vue

En tot slot: sla’s, gebak, ijs en fruit.

En daarbij champagne en aangepaste dure wijn.

Een dagtaak, zo’n maaltijd en tijd genoeg om over zakendoen in Kongo te praten.

 

En hoe ben ik aan deze menu’s gekomen? Wel in de jaren zeventig maakte een farmaceutische firma reproducties van deze menu’s. Ze waren onder de indruk van de zware maaltijd die werd aangeboden en op de achterzijde maakten ze reclame voor een poeder tegen een zware maag. En dat stuurden ze als publiciteit naar alle huisdokters.

 

Lucas Catherine

Liefhebber van Matadi en ander koloniaal gebak.

 

juni 5, 2017 at 12:32 pm Plaats een reactie

Oudere berichten


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.337 andere volgers