Posts filed under ‘België’

MUSHAIDI NGELENGWA, ALIAS MSIRI, DE MAN DIE VAN GEEN BELGEN WOU WETEN

door Lucas Catherine

Op 30 juni vierden de Congolezen hun onafhankelijkheid. Al 59 jaar zijn zij geen kolonie van België meer. Tijd misschien voor een tweede verhaal over hoe die kolonisatie begon.

Schilderij Tshibumba Kanda Matulu (1974): Msiri onthoofd.

In wat nu Katanga is regeerde Mushaidi over de kopermijnen. Hij zal in 1891 worden vermoord door koloniale held Omer Bodson. De koperwinning en -handel is zeer oud in centraal Afrika. We kennen al kopergeld dat 8 eeuwen oud is.

Kopergeld

 

Hoe zag dat geld eruit? De munten die dagelijks werden gebruikt waren heel klein (1cm x 1cm), en in H-vorm. De oudste dateren uit de 13de eeuw. Dan was er het grof geld, voor belangrijke zaken, zoals het uitbetalen van bloedgeld na een moord of als bruidschat. De Koningen van die koper-koninkrijken, zoals Mushaidi, stockeerden grote staven in dubbele T-vorm. Die dateren uit de 19de eeuw en Livingstone heeft er nog mee rond gezeuld. Er liggen er nu in het Livingstone Museum (Schotland). En meezeulen is het juiste woord want ze wegen 30kg en meer. In het Africamuseum van Tervuren hebben ze er ook een.

Er was ook koperhandel met de West-Afrikaanse kust. Dit weten wij dankzij Pieter Van den Broecke die tussen 1608 en 1612 dertig maanden aan de Kongomonding handel dreef. Hij schrijft over de koning van de baKongo: ‘Hij heeft een goed inkomen en bezit huizen vol ivoor en rood koper.’ ‘De vrouwen dragen er koperen en zilveren armringen.’ In 1846 zal de Zanzibar-Swahili Said bin Habib dwars door Afrika trekken, van Zanzibar naar het gebied ten zuiden van de Kongomonding (nu Noord- Angola) – Stanley was toen een kleuter van vijf jaar! –. Hij ziet de talrijke kopermijnen in het gebied ten zuidwesten van het Tanganika-meer en vertelt dat het vandaar naar het noorden wordt uitgevoerd via de Lufira en zo naar het Kongobekken.

Uit: La Force Publique de sa naissance à 1914, Brussel, 1952

België penetreert het gebied dat nu Katanga heet via drie militaire expedities. De derde (in 1891), onder leiding van de Brit William Grant Stairs en kapitein Bodson heeft succes. Ze zullen zelfs de vorst van het gebied Mushaidi Ngelengwa (verbasterd door de Belgen tot Msiri) vermoorden. In de koloniale geschiedschrijving wordt hij afgeschilderd als een brute, gewelddadige despoot. Maar we hebben een Afrikaanse visie op hem. Zijn zoon Mukanda Bantu beschreef het leven van zijn vader in zijn memoires. Mushaidi was oorspronkelijk afkomstig uit het gebied ten oosten van het Tanganika-meer (Nu West-Tanzania). Hij was er samen met de Swahili van de kust actief in de handel in ivoor en koper, en secundair ook in slaven. Hij beslist om zich bij de kopermijnen te vestigen. Mukanda Bantu vertelt het zo:

“Bij de Luapula-rivier ontmoette Mushaidi een vorst genoemd Kazembe Kinyanta. Die zei hem: ‘Welkom hier, maar leer mij enkele van uw remedies tegen ziekten.’ Mushaidi  gaf hem remedies tegen ondermeer de pokken. Inenting was in Mushaidi’s streek van origine al bekend: je deed enkele sneetjes in de huid op het voorhoofd, waar de neus begint en smeert ze in met een mengsel van olie en etter uit een pestbuil van een zieke. Ze noemden het kutema lulindi (beschermende insnijding). Mushaidi  kende Kazembe Kinyanta want die handelde met de Zanzibari’s in ruil voor geweren, munitie en balen stof.”

“Daarna trok Mushaidi naar vorst Katanga. Die ontving hem met open armen en gaf hem twee mukuba wa matwi, lange koperen staven van 90cm lang en 6cm breed met aan de uiteinden twee dwarsstaven van ieder 20cm. Daarop installeerde Mushaidi zich bij Katanga.” Na de dood van Katanga volgde hij hem op.

“Later trok Mushaidi ook naar vorst Pande. Die was oud en voelde zijn einde naderen  en schonk hem de omande-schelp en bij het volk van de Pande, de baSanga staat die gelijk met de kroon van Europese vorsten.”

Mushaidi bouwt zijn rijk op door één voor één de kleinere bestaande gemeenschappen op te slorpen. Hij zal daarop zijn rijk organiseren. De vorsten van de opgeslorpte gebieden of hun opvolgers blijven op post, maar nu als een soort gouverneurs van Mushaidi. Zijn hoofdstad Bunkeya maakt indruk op de eerste missionarissen die arriveren en zij noemen het “Neger Londen.” Rond de stad en overal in zijn gebied worden plantages van maniok, zoete patatten en yam aangeplant. Die worden op overheidsbevel geïrrigeerd tussen januari en maart. Verder vaardigt Mushaidi wetten uit en stelt een rechtsprocedure op. Daarbij worden nutteloze en bijgelovige gewoonten afgeschaft. De doodstraf werd beperkt en kon vervangen worden door schadevergoeding te betalen aan het slachtoffer. Hij organiseerde de ivoorhandel, de zoutwinning en de mijnbouw. Op de kopermijnen werd toegezien door een vrouw, de Inafumu (Moeder van de Vorst). Zowel op ivoor, koper als zout hief hij hoge belastingen, in ruil kenden zijn onderdanen geen wetteloosheid of willekeur meer.

Het portret dat zijn zoon van hem ophangt , klopt dus helemaal niet met de koloniale geschiedschrijving. De Memoires van Mukanda Bantu werden dan ook gemarginaliseerd en zelden gebruikt. Te dissonant van de koloniale versie. Ook hoe Mushaidi aan zijn einde kwam laat ik zijn zoon vertellen:

Als de derde Belgische expeditie vraagt om zich onder de hoede en de autoriteit van Leopold II te stellen, antwoordt hij: ”Ik heb geen bescherming nodig. Ik ben de grootste koning van Afrika. Men zegt dat ik een despoot ben, maar ik regeer volgens de gewoonten van mijn volk.”

Na wat gepalaver doet hij soi-disant een toegeving: “OK, ik wil uw vlag aanvaarden, maar wat jullie bij hebben is veel te klein. Kom eens terug met een groter exemplaar”.

Het antwoord is duidelijk: “Als je onze vlag niet wil accepteren, dan zullen we je met geweld verplichten om het te doen.”.

Enkele dagen later arriveert de tweede in commando van de expeditie, Omer Bodson, aan het hof van Mushaidi.

Schilderij Tshibumba Kanda Matulu (1974): Msiri en Bodson

De blanke man Bodson kwam bij Mushaidi en zei: ‘Mushaidi, kom en sluit een vriendschapsverdrag met uw vriend hier.’ Mushaidi antwoordde: ‘Wacht ik roep mijn zonen om mij bij te staan. Ik ben een groot vorst en we zullen dat morgen regelen.’ Daarop antwoordde de blanke: ‘Neen, dat moet nu gebeuren!’  Mushaidi sprak: ‘Ik merk aan uw toon dat gij alles behalve als vriend komt, gij wilt mij doden.’  Toen ontstond er ruzie en de blanke trok zijn pistool en schoot op Mushaidi. Die probeerde nog zijn huis te bereiken maar viel dood neer. Daarop schoot een zoon van Mushaidi, Masuka de blanke dood en de soldaten die bij de blanke waren schoten daarop ook Masuka dood. Toen zond Stairs, leider van de Belgische expeditie soldaten met de opdracht om de blanke en Msiri bij hem te brengen. Ze droegen de blanke in een hangmat maar Mushaidi werd over de grond gesleept. Toen hakten ze zijn hoofd af en staken het op een stok van de pallissade van het fort van de blanken.

Graf Mushaidi in Bunkeya.

Van toen af was het koper Belgisch.

 

Lucas Catherine

(dit is een fragment uit mijn aangevulde en sterk uitgebreide Wandelen naar Kongo dat in september verschijnt)

July 10, 2019 at 10:18 am Leave a comment

De Koppensneller van Wetteren

Door Lucas Catherine

Op 30 juni vieren de Congolezen hun onafhankelijkheid. Al 59 jaar zijn zij geen kolonie van België meer. Tijd misschien voor een verhaal over hoe die kolonisatie begon.

Emile Storms, standbeeld op het prestigieuze de Meeûssquarein Brussel.

Emile Storms. Standbeeld op de prestigieuze Brusselse de Meeûssquare.

 Bij een objectieve lezing van onze koloniale geschiedenis wordt algauw duidelijk dat witte helden eigenlijk slechterikken waren en de zwarte slechterikken lokale helden.

Die witte helden kregen standbeelden. Zo Emile Storms, (geboren in Wetteren 1846) die voor de Association Internationale Africaine in 1882 naar Centraal-Afrika trok. Die AIA was een coverorganisatie van Leopold II die hij gebruikte in zijn kolonisatiepogingen. Zo organiseerde hij vijf expedities die vanuit Zanzibar naar het Tanganika-meer trokken via de grote centrale handelsroute uitgebouwd door de Swahili en Wanyamwezi handelaren. De eerste expeditie had onder leiding van Ernest Cambier aan de oostelijke oever van het Tanganika-meer Karema gesticht, de eerste Belgische kolonie in Midden-Afrika. De volgende stap zou een kolonie op de westoever worden. Dat was de taak van Emile Storms die de vierde AIA-expeditie leidde. Hij koos Mpala uit op de Marungu hoogvlakte.

Marungu is de streek ten zuid-westen van het Tanganyikameer die de schakel vormde tussen de handelsroutes uit Katanga en de grote handelsroute naar de Indische Oceaan en de Swahili-kust. Vanuit Katanga vertrok vooral koper dat werd gedolven in de mijnen die beheerd werden door de lokale vorst Mushaidi (Msiri voor de Belgen). Op de centrale route werd naast slaven vooral ivoor verhandeld

Storms vertrok in 1882 uit Brussel en reisde via het Oost-Afrikaanse Zanzibar naar het westen, langs de handelsroute naar Tabora en zo naar het Tanganika-meer. Nog aan de oostelijke kant van het Tanganikameer vormde hij de in 1878 door Ernest Cambier gestichte AIA-post Karema om tot een versterkte burcht, die hij Fort Léopold noemde. Hij stak het meer over, naar wat nu Congo is, om er een nieuwe post uit te bouwen, Mpala, genoemd naar de lokale chef. Het vormde de toegangspoort tot Marungu en opende de weg naar Katanga. Later zou hij zich “Emile I, keizer van Tanganyika” laten noemen. Over Marungu heerste een sterke lokale vorst, Lusinga Iwa Ng’ombe. Storms beschrijft hem zo: “Je reçois la visite de Lusinga, quelle mauvaise figure ! Ce n’est peut-être pas le chef le plus important du Marungu, mais certainement celui qui est le plus craint. Il fait bon de s’en défier”

En Lusinga ziet de komst van Storms niet zitten: “vous venez au milieu de nous, vous ne pouvez pas nous mépriser. Si vous faites du mal à Mpala ou à l’un des siens, vous mourrez ; si vous lui faites la guerre, vous mourrez, tous les vôtres mourront et votre puissance finira. » Het conflict krijgt zijn beslag als Storms weigert om zoals gebruikelijk als betaling voor verkregen diensten munitie te leveren,. Het dorp van Lusinga wordt aangevallen en plat gebrand. Hijzelf wordt gedood en zijn hoofd op een spies naar fort Mpala gedragen. Nu komt Storms in volle actie en begint hij ook kleinere, lokale chefs te vermoorden waarna ook hun hoofden op de palen van de omheining van zijn fort worden gestoken. De staatsmacht van Leopold II is nu gevestigd.

De huiskamer van Storms.

Wanneer Storms in 1885 naar Brussel weerkeert heeft hij in zijn bagage massa’s buit, waaronder nogal wat kunstvoorwerpen (nu in Tervuren), onder meer een beeldje uit het huis van Lusinga dat jarenlang temidden andere trofeeën op zijn schouw in Elsene zal staan. Maar ook de schedel van Lusinga arriveert in Brussel, net als die van twee andere lokale vorsten, Maribu en Mpampa. Ze berusten nu in het Natuurhistorisch Museum van Brussel.

Dat deed Storms niet zo maar. Strauch, de nauwe raadgever van Léopold II, had hem  op 20 juli 1883 volgende raad gegeven : “Nous vous approuvons de consacrer vos loisirs à la formation de collections d’histoire naturelle. Ne vous pressez pas d’expédier en Europe vos échantillons. (…) Ne manquez pas non plus de recueillir quelques crânes de nègres indigènes si vous le pouvez sans froisser les sentiments superstitieux de vos gens. Choisissez autant que possible les crânes d’individus appartenant à une race bien tranchée, et dont le caractère n’a pas subi de modifications physiques par suite de croisements. Notez soigneusement le lieu d’origine des sujets, ainsi que leur âge quand cela est possible.”  

De schedel van Lusinga zal door antropoloog Emile Houzé (1848-1921) worden bestudeerd en hij komt tot de conclusie: “L’angle bi orbitaire est très ouvert, ce qui n’est pas un caractère pithécoïde, mais un caractère d’infériorité dans les races humaines.”

Dezelfde Houzé verdedigde toen trouwens de stelling dat Walen moreel en fysiek superieur waren aan Vlamingen.

Met dank aan onderzoeksjournalist Michel Bouffioux.

June 25, 2019 at 4:23 pm Leave a comment

VAN BLOK NAAR BELANG ZOEK DE VERSCHILLEN

Is het u ook opgevallen dat op het overwinningsfeest van het Vlaams Belang minder leeuwenvlaggen te zien waren dan we gewend zijn? De enthousiaste menigte zwaaide met vlaggetjes waarop prominent niet de Vlaamse leeuw maar het partijlogo prijkte. Dat is geen toeval lezen we in de analyse van socio-linguist Jan Blomaert die op zijn website de verkiezingsuitslag van gisteren analyseert (zie de volledige tekst hieronder.)  Zowat de meest luciede en diepstgravende analyse die ik tot dusver heb gelezen. Blommaert wijst er onder andere op dat het Belang nu ongeveer op hetzelfde niveau is terugkomen als in  het jaar van de grote doorbraak 2003: toen zoals nu 18 zetels. NVA is de grootste stemmenleverancier voor het Belang dat ook uit de traditionele partijen kiezers blijft wegzuigen. Niets nieuws onder de zon dus was het niet dat het Vlaams Belang van Van Grieken een totaal andere partij is dan die van Dewinter-Annemans destijds.

“Men ziet het Vlaams Belang van Van Grieken nadrukkelijk als gewoon een voortzetting van het oude Vlaams Blok van Dewinter en Annemans, en dat is een vergissing.” schrijft Blommaert. “De partij heeft een grondige verandering ondergaan, en het antwoord op het N-VA kannibalisme dat ik boven heb vermeld is niet zomaar een negatie of uitvergroting van dingen waarvoor N-VA staat. De partij heeft nu een heel andere en veel completer ideologie dan in 2003. Haar succes is dan ook niet enkel het gevolg van een “foert” van de kiezer tegen De Wever en Francken, maar ook het succes van een nieuw-rechts programma.”

Het Vlaams Blok is gemuteerd tot een partij die niet langer “Vlaams-nationalistisch” is (zoals De Wever beweert) maar deel uitmaakt van een internationaal netwerk van “identitairen.” “Onze mensen” zijn niet langer alleen de hardwerkende Vlamingen, maar de witte mensen – het ” blanke ras.” Daarmee zitten ze op één lijn met de Alt-rightbeweging van Steve Bannon en met het Trumpisme in de VS. In deze analyse is het groepje van Dries Van Langenhove zeker geen marginaal fenomeen, maar de kern van dit nieuwe VB. Dat deze ideologen ook het geweld niet schuwen was al te zien in de reportage over “Schild en Vrienden” van Tim Verheyden op Panorama. Veel gevaarlijker dus dan het stelletje Vlaamse-Leeuw brallende anciens van het oude Vlaams Blok.

Het zou interessant zijn te analyseren hoe de NVA zich als “fatsoenlijk rechts” tegenover dit nieuwe fenomeen positioneert. Naar mijn gevoel zijn er uiteenlopende tendensen in de partij van De Wever: de fractie Francken staat veel dichter bij de identitaire beweging dan pakweg de traditionele Vlaamsnationalisten als Bourgeois. Daar moet gedoe van komen in de interne keuken van de “Alliantie” en verkiezingsnederlagen zijn zoals we weten de gelegenheid om de messen te slijpen. Is het ook daar een kwestie van generaties? Voer voor politicologen. Het is duidelijk dat de partij sinds de Marakeschcrisis bewust in de richting van het Blok is opgeschoven en in alle commentaren liet kopstuk De Wever uitschijnen dat hij samenwerking of zelfs regeren met die partij niet uitsluit.

NVA heeft ingezet op het harde antimigratie-standpunt van Francken en verloren (al heeft de ex-staatssecretaris in zijn Vlaams Brabant de meubelen gered) . Gaan ze verder in het identitaire discours en dus in de richting van extreemrechts in de hoop hun zuidelijke flank terug te winnen of proberen ze de vermeende “Chinese Muur” die hen volgens de Wever van het Belang scheidt steviger op te bouwen?  De nabije toekomst zal het uitwijzen.

Johan Depoortere

 

Alles in perspectief

zetels 2019

Jan Blommaert

Verkiezingen zijn als mediaformat strikt een hier-en-nu aangelegenheid: men kijkt enkel naar wat zich nu voordoet, en op deze kluit. Er heerst een voorliefde voor een soort hijgerige sportverslaggeving waarbij in de 74ste minuut een mooie doelkans wordt gemist en de VAR twee keer onterecht tussenbeide komt. Zo’n formattering helpt ons niet. Dus hier volgt een poging om enkele ruimere bedenkingen te formuleren die de uitslag van 26 mei 2019 in perspectief kunnen plaatsen.

1. Het historische perspectief

Vlaanderen wordt weer overspoeld door een zwarte golf, want Vlaams Belang is de grote winnaar. En dus krijgen we de klassieke oprispingen: “kan men dit nog negeren?” “is het cordon sanitaire nog vol te houden”, “dit is een duidelijk signaal van de kiezer” etcetera.

Het is goed te beseffen dat Vlaams Belang nu gewoonweg teruggekeerd is naar z’n niveau van 2003, toen het ook 18 zetels in de Federale Kamer haalde:

zetels 2003

En ook in 2007 (na de veroordeling van het Vlaams Blok en de naamsverandering naar Vlaams Belang) won de partij de verkiezingen in percenten, zij het dat ze 1 zetel verloor.

2007

Kijk ook eens naar wat andere elementen in deze grafieken. Bijvoorbeeld: het feit dat in 2003 de sp.a-Spirit, de PS, MR en de VLD zowat even groot waren als N-VA nu, en dat de CD&V in het kartel met N-VA (Leterme-De Wever) in 2007 niet minder dan 30 zetels behaalde. Merk ook op dat in 2007 de as Ecolo-Groen 12 zetels behaalde, en bekijk de electorale optater die de sp.a in 2007 krijgt.

Het is na 2003 dat de N-VA aan z’n opmars begint, en dat we het Vlaams Belang zien achteruitgaan. De twee zijn aan elkaar gerelateerd: N-VA plaatst zich doelgericht en constant deels in de electorale kavel van Vlaams Belang. In 2010, bijvoorbeeld, kregen we dan ook dit als uitslag:

zetels 2010

De andere kavel die de N-VA leegvreet is die van de Christendemocraten en Liberalen. Vergelijk de uitslagen van 2003, 2007 en 2010 even: het zijn de klassieke centrumpartijen CD&V en VLD die een dreun krijgen van de N-VA. Dit patroon zet zich gewoon door in 2014:

zetels 2014

Vanaf 2007 zijn de Vlaamse Christendemocraten en Liberalen partijen van de omvang van het Vlaams Belang in 2003, of zelfs kleiner. En hoe groter N-VA wordt, hoe kleiner Vlaams Belang wordt. Een partij die vanaf 2007 constant stemmen en zetels afgeeft aan anderen is de sp.a. Groen blijft grotendeels constant als blok.

Wat we op 26 mei 2019 hebben meegemaakt is dus enerzijds een voortzetting van de trend, en tegelijkertijd een breuk ermee. De voortzetting bestaat erin dat N-VA de Vlaamse centrumpartijen klein houdt – Christendemocraten, Liberalen en Sociaaldemocraten krijgen alweer klappen.

zetels 2019

Maar verschillende elementen zorgen voor een trendbreuk.

  1. De voornaamste is de terugkeer van Vlaams Belang, dat nu een antwoord heeft gevonden op het kannibalisme van de N-VA en terugkeert naar de omvang die het tussen 2003 en 2010 had.
  2. Een tweede trendbreuk is de groei van Ecolo-Groen; ze behalen samen 21 zetels en dus groter dan de PS en VB, en groter dan Ecolo-Agalev in het topjaar 1999 (dat tot rampzalige regeringsdeelname leidde). Vermits Ecolo en Groen een gemeenschappelijke fractie vormen in het Parlement is dit een relevante ontwikkeling.
  3. En een derde is de doorbraak van PTB-PVDA, die naar 12 zetels stijgen.

Ik ga wat dieper in op twee van deze elementen: de doorbraak van PTB-PVDA, en het nieuwe antwoord van Vlaams Belang.

2. Rode zondag

Op 21 oktober 1991 sprak men van “zwarte zondag”, want we kregen deze uitslag:

zetels 1991

Het Vlaams Blok van Dewinter en Annemans schoot plots door naar 12 zetels. Die doorbraak zette de hele zogenaamde vernieuwingsbeweging van de jaren 90 in gang, met als motief “de kloof tussen burger en politiek”. Alle Vlaamse partijen schoven naar rechts want de new kid on the block pikte nogal wat stemmen in. Dit proces is nooit gestopt.

De doorbraak van PTB-PVDA op 26 mei 2019 is precies even groot: ook Mertens en Hedebouw rijven 12 zetels binnen. Net als die van het Vlaams Blok in 1991 werd deze doorbraak gerealiseerd in een klimaat waarin de mainstream media de partij niet au serieux namen en enkel de meest minimale aandacht schonken, en overtrof ze ruimschoots de verwachtingen en de schattingen. En ze werd gerealiseerd tegen een obstakel dat Vlaams Blok niet had in 1991: de kiesdrempel.

Het is dus best dat men die linkse doorbraak even ernstig neemt als die van het Vlaams Blok destijds: PTB-PVDA heeft een rode zondag gerealiseerd. En het ligt in de lijn der verwachtingen dat de Kamerfractie van PTB-PVDA hyperactief zal zijn en een wezenlijke linkse druk zal uitoefenen op de rest, deze keer ook in Vlaanderen.

3. Vlaams Belang is gemuteerd

Men ziet het Vlaams Belang van Van Grieken nadrukkelijk als gewoon een voortzetting van het oude Vlaams Blok van Dewinter en Annemans, en dat is een vergissing. De partij heeft een grondige verandering ondergaan, en het antwoord op het N-VA kannibalisme dat ik boven heb vermeld is niet zomaar een negatie of uitvergroting van dingen waarvoor N-VA staat. De partij heeft nu een heel andere en veel completer ideologie dan in 2003. Haar succes is dan ook niet enkel het gevolg van een “foert” van de kiezer tegen De Wever en Francken, maar ook het succes van een nieuw-rechts programma.

Vlaams Belang is nu helemaal geïntegreerd in een wereldwijd netwerk van nieuw-rechtse partijen en bewegingen, in Europa zowel als in Rusland en de VS (Van Grieken ontmoette Steve Bannon, en allicht niet om over het weer te praten). Die partijen en bewegingen hebben zich grotendeels losgemaakt van de nostalgie naar een fascistisch verleden, en ze kijken uitdrukkelijk naar de toekomst. Die toekomst zien ze als revolutionair, en in de letterlijke zin van het woord: als een apocalyptische eindstrijd die op ons afkomt, waarbij het overleven van het “blanke ras” op het spel staat, en waarbij het strijdtoneel zich uitstrekt van Oostende tot Vladivostok. De helden van dit nieuw rechts heten niet Hitler, Goebbels of Franco, maar Breivik en anderen die de wapens opnamen om het “blanke ras” tegen z’n Moslimvijanden en hun linkse collaborateurs te beschermen. Schild en Vrienden is een schoolvoorbeeld van de beweging, en dus helemaal geen Fremdkörper binnen het nieuwe Vlaams Belang. Men kan er de teksten van Ico Maly op naslaan voor bewijsmateriaal.

Noteer hier dat het nationalisme van het huidige Vlaams Belang grondig anders is dan dat van Vlaams Blok, en dus ook van datgene wat N-VA aanhangt. Het gaat al lang niet meer alleen over Vlaanderen, wel over het “blanke ras”, Europa, en bij uitbreiding het hele Euraziatische plateau. Het “eigen volk” is van definitie veranderd. Haar leiders eveneens: ze zijn nu jong, netjes gekapt en geschoren en gekleed in Hugo Boss, met universitair diploma op zak, bekwaam om als intellectueel te poseren (denk aan Baudet), en niet geplaagd door parochialisme – het zijn internationalisten.

Dat alles heeft gevolgen voor hoe men de politieke actualiteit inschat. De vijand van Vlaams Belang is niet de N-VA (dus vergeet het belang van woordjes als “stront” en “paljas”), maar links, omdat links wordt gezien als de elite die doelbewust de deur voor Moslims open houdt. Noteer: links is geen politieke tegenstrever maar een volksvijand, een verrader. En om die verrader definitief te verslaan zal de beweging, wanneer het nodig is en kan, allianties aangaan met politieke tegenstrevers. De uitspraken van Van Grieken over een “pragmatische” opstelling bij coalitiegesprekken zijn tekenend. En zie ook de vorming van een nieuw-rechtse pan-Europese fractie in het Europees Parlement. Om links te vernietigen zal men ook geweld niet schuwen – zoals gezegd horen figuren als Breivik tot het pantheon van dit nieuwe extreemrechts.

Men onderschat dit nieuwe Vlaams Belang wanneer men het enkel ziet als dat extreemrechtse partijtje dat al sinds 1991 hetzelfde schreeuwt, “eigen volk eerst!” We zitten opgescheept met een Vlaams Belang dat even groot is als in de gloriedagen van Dewinter, maar dat veel meer in z’n mars heeft dan toen. Wanneer er in 1991 goede redenen waren voor een cordon sanitaire, dan zijn die er vandaag nog meer. Het feit dat men dit nieuw-rechts in de grote debatten omschrijft met onschuldige termen als “rechtse populisten” maakt ons blind voor wat ze wezenlijk zijn.

We gaan nog merkwaardige dingen zien en horen van Van Grieken en zijn kornuiten. U weze gewaarschuwd.

by-nc.eu

 

 

May 27, 2019 at 3:40 pm Leave a comment

U ZEGT WAT WIJ DENKEN

door Johan Depoortere

‘Pretpedagogie’ is het jongste product uit het framingfabriekje van De Wever Bart, burgemeester van Antwerpen en grote leider van de Vlaams-Nationalistische rechterzijde. Net als zijn concullega Filip Dewinter is De Wever zeer bedreven in het bedenken van nieuwe of het recycleren van oude neologismen (denk aan ‘gutmensch’ of ‘omvolken’ – met dank aan de oude nazivrienden) die het debat ‘framen.’ En ook dat ‘framen’ is een (relatief) nieuw begrip dat dank zij de sociale media tot het algemen taalgebruik is gaan behoren. Het is een woord dat een negatieve bijklank heeft gekregen. Ten onrechte vindt Jan Blommaert, sociolinguist aan de universiteit van Tilburg. Immers of we het beseffen of niet we doen het allemaal en zonder ‘framing’ is een zinnig debat of zelfs zinnige communicatie niet mogelijk. Blommaert heeft aan het fenomeen een klein maar fijn boekje gewijd onder de titel: U zegt wat wij denken, een omkering van het beruchte ‘Wij zeggen wat u denkt’ van het Vlaams Blok/Belang.

Bart De Wever: ‘Marrakeshcoalitie,’ ‘pretpedagogie’ ‘opengrenzenbeleid’ ‘gutmensch’

Die slogan waarmee de extreemrechtse partij in de jaren 90 verkiezingen na verkiezingen won is zonder meer briljant, schrijft Blommaert. “De suggestie was krachtig: hier was eindelijk een partij die ónze stem zou vertolken, niet die van de politieke klasse zelve, en ook niet die van de elites die deze politieke klasse beheersten.” Het Blok/ Belang mag dan recentelijk door een politieke woestijn zijn gegaan, de slogan of een variant erop doet het nog steeds uitstekend. Het spectaculaire succes van windbuil Baudet in Nederland is voor een groot deel door dezelfde marketingtruuk te verklaren: de kiezer ervan overtuigen dat het standpunt van de politicus zijn of haar standpunt is. “Ik dacht altijd al zo maar u drukt het precies uit, u zegt wat ik altijd al dacht.” Dat heet – zegt Blommaert – ‘overtuigen’ en het middel daartoe is ‘framing.’ Is dat misschien het geheim waardoor partijen in staat zijn mensen zo massaal tegen hun eigen belangen te laten stemmen? Zie het succes van De Wever, van Trump, van Baudet.

Jan Blommaert, auteur

‘Woorden zeggen alles.’ Sterker nog: woorden zeggen meer dan wat ze ‘betekenen.’ Ze hebben ook een emotionele en morele lading. Woorden zijn dus nooit neutraal. Bovendien zijn ze ingebed in een netwerk, een kader of een ‘frame.’  ‘Werk’ is goed en leidt tot associaties met ‘werk geven’ ‘banen scheppen’ ‘activeren’ en van daar naar mensen, identiteiten: ‘hard werkend’ ‘plichtbewust’ en zo voort. ‘Werkloos’ daarentegen is slecht. En ook aan dat woord hangt een hele reeks handelingen en identiteiten met een negatieve connotatie (‘werkschuw’ ‘hangmatwerklozen’ ‘welfare queen’): een frame dat een spiegelbeeld is van het vorige.

Filip Dewinter: ‘omvolken’

U zegt wat wij denken is niet alleen een analyse van het publieke debat en de rol van framing. Het is zoals de ondertitel luidt ook ‘een praktische handleiding voor framing,’ een oefenboekje met blanco pagina’s waar de lezer zelf kan experimenteren en oefenen in het ontdekken hoe schijnbaar alledaagse en onschuldige woorden in een frame passen. Stel bijvoorbeeld vast hoe het woord ‘vluchteling’ of ‘migratie’ verschillend kan worden geframed, naargelang van het uitgangspunt: de morele richting – goed of slecht – die we het woord toekennen. Of hoe woorden met een negatieve connotatie vervangen worden door verzachtende en omfloerste termen: het negatieve frame vervangen door iets positiefs. Dat noemen we ‘eufemismen.’ “Het ontslaan van honderden werknemers (wat niet veel mensen positief vinden) noemen we het liefst ‘rationalisering,’ ‘reorganisatie’ of ‘herstructurering.”

Blommaert herhaalt zelf de oefening voor de woorden  ‘Marrakesh,’ ‘Marrakeshregering’, ‘migratiechaos,’ ‘migratieomwenteling,’ ‘Brexit,’ ‘opengrenzenbeleid,’ ‘soevereiniteit,’ ‘migratiegolf.’ Waarbij hij noteert dat hier van een mislukt frame sprake kan zijn, een soort overkill die tot het tegenovergestelde van het gewenste resultaat leidde. “Het plotse saturatiebombardement van het woord ‘Marrakesh’ werkte bij velen op de lachspieren. Iedereen had het op de sociale media over ‘Marrakeshkoekjes,’ ‘Marrakeshfrieten,’ ‘Marrakeshschoenen’ en zo meer, allemaal vergezeld van royale hoeveelheden schaterlachende emoticons.” Bovendien was het effect van het frame in dit geval vluchtig: andere thema’s (klimaat, onderwijs) verdrongen het algauw uit de nieuwscyclus. 

Nee dan was een ander voorbeeld van framing succesvoller: het verhaal van de groep Roma  die in 2017 het Gents pand kraakten van een koppel dat in het buitenland verbleef. Media en politici namen gretig de framing over waarin het verhaal gepresenteerd werd. Kernwoorden: ‘radeloos’ (burgemeester Termont), ‘machteloos’ (de huiseigenaars en de burgemeester) ‘woedend’ (nog eens de burgemeester), ‘absurd’ (Liberaal politicus Lachaert) – allemaal woorden met een zware morele lading. Het frame: 1. ‘foute’ wetten en een rechtsmodel dat niet werkt, waardoor we machteloos staan tegenover het onrecht dat we ervaren 2. De slechte allochtoon die asociaal zijn zin doet en dingen ‘afpakt van ons’ en daarmee ongestraft wegkomt. Dat frame bepaalt de grenzen van het ‘debat’ dat daarop volgt in media en politiek. Buiten het zichtveld blijft: de complexiteit van de wet die rekening houdt met het eigendomsrecht maar ook met het recht op wonen. De ‘machteloosheid’ van de eigenaars van het kraakpand “sloeg op het feit dat ze niet bij machte waren de krakers meteen uit het huis te zetten. Ze moesten de stappen van de wet volgen.” 

Politieke debatten, zo schrijft Blommaert zijn vaak ‘botsingen van tegengestelde frames.’Een stelling die hij illustreert aan de hand van het actuele klimaatdebat. Ook hier weer een moreel oordeel als uitgangspunt: klimaatmaatregelen zijn goed/slecht. Daaruit volgen tegengestelde handelingen: uitstoot beperken/ maatregelen afwegen tegen economische belangen en concurrentiekracht en tenslotte identiteiten: groenen/klimaatrealisten. Hier is nog een interessant fenomeen in het spel: herframing. Wetenschappers worden vanouds gezien als ‘objectief’ en ‘rationeel.’ “Hun onderzoek is onafhankelijk en de resultaten ervan worden belangeloos geformuleerd vanuit een hoger doel: de wetenschappelijke waarheid.” In de klimaatdiscussie wordt die framing onderuitgehaald en omgekeerd. Wetenschappers worden nu geframed als ‘klimaatactivisten,’ ‘gelovigen.’ Klimaatwetenschap is ‘dogmatisch,’ een ‘religie,’ een ‘sekte.’

Zijn we als burger en consument van de media dan machteloos overgeleverd aan de slimme marketeers die dank zij framing hun waar aan de man brengen? Nee en dat is juist de bedoeling van dit boekje: inzicht krijgen in het mechanisme van de framing. Als we dat goed begrijpen “dan worden we minder vatbaar voor beïnvloeding en propaganda. Dan zijn we autonomer als burger, kritischer voor de eigen argumenten en die van anderen.” U zegt wat wij denken is hoop en al 76 bladzijden. Te weinig wellicht om het fenomeen van de framing exhaustief uit de doeken te doen. Wie honger heeft naar meer kan terecht bij een ouder werk van Jan Blommaert: Let op je woorden (EPO 2016) of nog Frames, Formats en selfies (zelfde uitgeverij 2018)

U zegt wat wij denken. Jan Blommaert, Uitgeverij EPO 2019

April 3, 2019 at 3:57 pm 1 comment

Honderd jaar geleden: komt na Oorlog Vrede?

 

Door Lucas Catherine

We hebben recent het einde van 100 jaar Grooten Oorlog gevierd, maar kwam er toen Vrede? Officieel werd die in 1919 in Versailles ondertekend. Vroeger, als er een honderdjarige in de straat gevierd werd moest elke buur een mooie tekst met felicitaties aan zijn deur hangen met daar rond bloemensluiers en die tekst moest kort of lang, het jaar honderd bevatten in Romeinse cijfers. Als je een woord met C had mocht er geen i, v, x, d of L meer inkomen. Ik heb er mij als kind aan dood gezwoegd.

Daarom deze tekst, maar dan zonder bloemen of getalcijfers, over dat Verdrag van Versailles.

In Europa had België de oorlog niet gewonnen. Tot nader orde vieren wij op 11 november niet de overgave van Duitsland, maar een wapenstilstand nadat Duitsland beloofd had de oorlogsschade te vergoeden.

Artikel 235 van het Verdrag heeft het over 20.000.000.000 (twintig milliard goudmark), daarvan trok mijn overgrootmoeder Lise Dubois 110 frank omdat de Duitsers haar stootkar met trekhond hadden aangeslagen, zodat ze niet langer melk en eieren in Brussel kon gaan verkopen op de markt van Sint-Kathelijne. Verplicht vervroegd pensioen.

 

 

Tot daar dit luik van het Verdrag.

Een ander luik gaat over de opdeling van de kolonies en ander Duits territorium. Dit viel dus niet onder dat artikel 235. De overwinnaars beslisten op basis van de oorlogsprestaties van hun definitieve legers, niet op basis van geleden schade. België had gewonnen en wel in Duits Oostafrika dankzij haar koloniaal leger, La Force Publique. Daarbij had het een groot deel van het huidige Tanzania veroverd. Een eerste Belgische eis was dan ook dat het heel dat stuk zou mogen inlijven. Dat vonden de andere bondgenoten teveel voor zo’n klein land en dus werd het gereduceerd tot Rwanda en Burundi en wat men even een “witte kolonie” in Europa zelf zou noemen, de Landkreise Eupen und Malmedy. Hierover gaat Artikel 27 en 34

Article 27.

Les frontières d’Allemagne seront déterminées comme il suit : Du point commun aux trois frontières belge, néerlandaise et allemande et vers le sud : 
La limite nord-est de l’ancien territoire de Moresnet neutre, puis la limite est du cercle d’Eupen, puis la frontière entre la Belgique et le cercle de Montjoie (Landkreis Monschau, nvda), puis la limite nord-est et est du cercle de Malmédy jusqu’à son point de rencontre avec la frontière du Luxembourg ; 

Article 34.

L’Allemagne renonce, en outre, en faveur de la Belgique, à tous droits et titres sur les territoires comprenant l’ensemble des cercles (Kreise) de Eupen et Malmédy.

Eupen en Malmedy krijgen een militaire gouverneur, Herman Baltia(1863-1938) afin d’organiser ces cercles (Kreise) comme un « gouverneur de colonie, mais une colonie en contact direct avec la métropole[1] Herman Baltia maakte voor zijn aanstelling als Koninklijk Hoogcommissaris deel uit van het Institut Cartographique van het leger, een instelling die Leopold II gebruikte om Belgische militairen te détacheren naar zijn koloniaal leger, La Force Publique. Hij maakte er deel uit van de commissie die de zuidelijke grens van de Kongo Vrijstaat definitief moest vastleggen in overleg met de Britten die stukken van Katanga claimden. 

De opzet was om de bewoners van de Oostkantons op te voeden tot « un peuple discipliné, travailleur et heureux d’être entré dans le giron de la Patrie belge » Net zoals in de kolonie moest de eigen geschiedenis worden uitgewist. Een van de eerste beleidsdaden van Koninklijk Hoogcommissaris Baltia was dan ook om een Commission des monuments et sites op te richten die zoveel mogelijk alle naar de Duitse geschiedenis van de streek verwijzende monumenten moest verwijderen of ‘historisch neutraal’ maken. Zo zal hij het monument dat de Pruisische oorlogen van 1864, 1866 en 1870/71 herdenkt laten ontmantelen door de Club Wallon die ook het monument voor de Duitse soldaat in Malmedy onthoofdde. Baltia zelf noemt dit ‘une révision consciente de l’histoire’ De historicus Andreas Fickers omschrijft  het eerder als een ‘amnésie ordonnée lors de cette phase coloniale. 

Tussen 1920, jaar waarin België de kantons officieel in bezit neemt en 1925 wanneer de Belgische wet er volledig is ingevoerd, zullen Eupen en Malmedy een ‘witte kolonie’ kolonie van het moederland België zijn.

 En nu? Nu loopt er een experiment in burgerdemocratie.

 


[1]: Els HERREBOUT, Generalgouverneur Herman Baltia. Memoiren 1920-1925, Bruxelles, Archives Générales du Royaume, 2011, p. 19.”

March 6, 2019 at 5:57 pm 1 comment

2018…2019…en verder

Door Tom Ronse

Nee, een goed jaar was 2018 niet. Het was een jaar van samenpakkende donderwolken. Op alle vlakken: ekonomisch, ecologisch, politiek en sociaal.

Het werd pijnlijk duidelijk dat klimaatsverandering niet enkel voor onze kleinkinderen een probleem is. De mileurampen namen toe, ook in de VS waar de president te midden van de bosbranden en overstromingen bleef beweren dat er niets aan de hand is, dat er niets drastisch moet veranderen, dat er integendeel meer steenkool moet verbruikt worden. En de nieuwe president van Brazilie zet het licht op groen voor een kaalslag in het Amazonewoud. Hallucinant.

Wat er aan de oorzaken wordt gedaan is zo ridikuul weining in vergelijking met de omvang van de bedreiging dat men kan verwachten dat het weer dit jaar niet minder extreem zal zijn en misschien nog meer ontwrichtend.

Op sociaal vlak onhou ik in de eerste plaats de zichtbare groei van de kloof tussen rijk en arm. In New York zie ik bijna dagelijks meer bedelaars terwijl steeds meer glanzende torens de wolken krabben, met luxe-appartementen die soms voor meer dan honderd miljoen dollar verkocht worden. Dit voorjaar waren we in Los Angeles, waar de tentenkampen van daklozen tientallen kilometers voetpad in beslag nemen. Ook in Belgie groeide de kloof. Het aantal armen steeg er tot 17% van de bevolking. De rijkdom nam ook toe en de groep tussen rijk en arm wordt smaller. In armere landen gaat dat proces nog sneller.

De groeiende tegenstelling is een logisch gevolg van de supply side-bestrijding van de krisis. Massale geldcreatie was de motor van de heropleving van de wereldekonomie na “the great recession”. Het gros van die triljoenen ging naar de supply side: de bedrijven, banken en investeerders. Landen die het zouden wagen om de demand side te favoriseren riskeren kapitaalvlucht en galloperende inflatie. De ‘trickle down’-theorie werkte, in zekere mate. De heropleving duurt al relatief lang. Maar als de armoede en het gevoel van bedreiging en onzekerheid al tijdens de heropleving zo sterk stijgen, wat kunnen we dan verwachten als de ekonomie weer crasht?

Dansen op de slappe koord

De heropleving begon te sputteren in 2018. De groei vertraagde overal, behalve in de VS.

Groei in Europa 2018

Maar ook daar verliest de drug van goedkoop geld en fiscale cadeau’s stilaan zijn effect. Beleggers zoeken nerveus naar veiligheid met wilde beursschommelingen tot gevolg. De ‘opkomende landen’ die de eersten waren met wind in de zeilen liggen op apegaaien. De schuldenberg wordt te hoog, er moet worden afgeremd. De centrale banken staan voor een dilemma: ze moeten het lenen intomen, de prijs ervan verhogen maar dat riskeert de recessie in gang te zetten. Maar doen ze het niet, laten ze de rentevoet dicht bij nul, dan kunnen ze de recessie wel uitstellen maar die dreigt dan uiteindelijk veel dieper te worden. En dan kunnen ze de rente ook niet meer substantieel verlagen als de recessie tot een ineenstorting dreigt te leiden. Of ze er in 2019 in slagen om de recessieslang met virtuoze fluctuaties van de rentevoet in haar mand te houden, valt nog te bezien. China wankelt al op de slappe koord. Al de officiele pronostieken (van het IMF, de OESO, de Wereldbank etc) voorzien in 2019 een lagere groei dan in 2018. Nouriel Roubini, een van de enige ekonomen die de recessie van 2008 had voorspeld, verwacht een nieuwe recessie in 2020. Dat geeft ons nog even tijd. Maar om wat te doen?

Voor politici impliceert die ekonomische context zeer weinig manoevreerruimte. Toch op het vlak van beleid. Rethoriek is iets anders. Elk land is verplicht om zich aantrekkelijk te maken voor kapitaal. Kapitaal aantrekken en behouden is nodig om kapitaal te doen groeien, om winst te maken, om tewerkstelling te creeren. Daarover zijn rechts en links het eens. Hun dispuut gaat over de fiscale afroming, hoe groot die mag zijn en hoe de opbrengst moet besteed worden. Links wil de kloof tussen rijk en arm verkleinen, rechts wil de fiscale lasten verlagen. Ze leggen andere accenten maar de ekonomische realiteit maakt de verschillen steeds kleiner. Zelfs waar een linkse partij aan de macht komt zoals Syriza in Griekenland is die verplicht om een ‘rechts’ beleid te voeren: sociale uitgaven beknotten en het fiscaal regime aantrekkelijker maken voor kapitaalbezitters.

Globalisering, automatisering, bezuinigingen, als politicus – als manager of would-be manager van de staat – kun je daar niet tegen zijn. De noodzaak om kapitaal te doen groeien zet de grote lijnen uit. Politici lullen daar maar wat rond.

Dat laatste is natuurlijk overdreven. Scherpe tegenstellingen kwamen aan bod in 2018. Over Brexit bijvoorbeeld en over Trumps handelstarieven. Een no deal-Brexit of een escalatie van de handelsoorlog tegen China zou dit jaar de recessie in gang kunnen zetten. Ik vermoed echter dat de kans groot is dat de no deal op het laatste nippertje zal vermeden worden en dat Trump zal de-escaleren. Misschien is het zijn instinkt om roekeloos de inzet van zijn pokerspel met China te verhogen maar de kapitaalmarkt zou hem snel dwingen om in te binden. Dat heeft hij al vaak moeten doen. Onlangs nog, toen hij de onmiddelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië aankondigde. Die is intussen op de lange baan geschoven. Trump noemde Nafta – het vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico – herhaaldelijk “het slechtste handelsverdrag uit de Amerikaanse geschiedenis” en sloot daarna een akkoord met de buurlanden dat Nafta impliciet herbevestigde, op enkele kleine wijzigingen na. Telkens wordt Trump door wat hij zelf “the deep state” heeft genoemd terug op “het rechte pad” geduwd als hij er te ver van afwijkt. Ook Brexit en de handelsoorlog met China zullen in 2019 wellicht meer spektakel dan echte verandering blijken.

 

De zondebok

Ekonomische krisis en klimaatrampen staan voor de deur. Noch links noch rechts heeft een oplossing. Wat de klimaatkrisis betreft steekt rechts zijn kop in het zand, terwijl links ijvert voor akkoorden die zand in de wind blijven. Ook op ekonomisch en sociaal vlak hebben ze geen echt alternatief. Ze willen uitgaven A verhogen en uitgaven B verlagen en omgekeerd, alsof dat iets wezenlijks zou veranderen.

Je zou denken dat het gebrek aan keuzemogelijkheden zou leiden tot roerende eensgezindheid tussen de politici maar het tegendeel is waar. De toon van het politiek debat is in 2018 nog bitsiger geworden. Nog harder, nog leugenachtiger. Net omdat er geen wezenlijke verschillen zijn wat het essentiële sociaal-ekonomisch beleid betreft, worden de symbolische verschillen extra in de verf gezet. In 2018 en ongetwijfeld ook dit jaar werd/wordt daarvoor vooral het thema immigratie gebruikt.

Niet dat immigratie geen echt probleem is. Het feit dat zoveel mensen ertoe gedreven worden om hun vertrouwde omgeving te verlaten en bereid zijn om de grootste gevaren te trotseren om ergens te geraken waar ze enige hoop op een toekomst kunnen hebben, geeft aan hoe ellendig en uitzichtloos het leven op veel plaatsen op aarde is geworden. Dit gebeurt, onder meer, net omdat de ekonomie zo efficiënt is: dankzij de automatisering en de globalisering vereist produktie steeds minder arbeidstijd, worden steeds meer mensen “overbodig”. Natuurlijk is er een aanzuigeffect dat “overbodigen” – de meest ondernemenden onder hen – naar de landen lokt waar het kapitaal geconcentreerd is; waar er nog vraag is naar arbeidskracht.

Maar in feite bestaat er ook over dit probleem een brede consensus tussen rechts en links. Beiden aanvaarden de noodzaak van een gecontroleerde immigratie. De westerse ekonomie heeft immigranten nodig maar met mate. Iedereen is tegen open grenzen en, in theorie, tegen de mishandeling van vluchtelingen. Dat er binnen die consensus verschillen bestaan over wat dat in de praktijk betekent, is ongetwijfeld waar. Maar de grote lijnen zijn uitgezet.

De liberale demokratie is het politieke spiegelbeeld van de vrijemarkt-ekonomie. Grote en kleine bedrijven concurreren voor dezelfde markt, dezelfde kiezers. Ze verkopen ideologie, sentiment en personaliteiten. Ze verkopen een merk. De kleinere bedrijven zoeken hun niche. Ze willen allemaal in de eerste plaats groeien, net als gewone bedrijven. Daartoe sturen ze voortdurend hun profiel bij. De versmalling van de verschillen ten gronde doet hen grijpen naar symbolen met een sterke emotionele resonantie. Het immigratie-debat is daar zeer geschikt voor. Het wekt hevige emoties op die het kiesgedrag in niet geringe mate kunnen bepalen. Ik stel me voor dat Kongresleden in de VS of partijbureau’s in Belgie van hun pollsters een grafiek hebben gekregen die er bijvoorbeeld zo uitziet:

(De lijn “A” drukt de empathie voor immigranten uit, de lijn “B” de angst voor immigranten en de kurve het aantal stemmen dat men kan verwachten.)

Op basis daarvan kunnen ze hun slogans en symbolen kiezen. Niets illustreert het symbolisch karakter van hun geschillen beter dan de huidige politieke impasse in de VS over de muur van Trump. Voor de ongedocumenteerde immigranten zou die muur slechts één obstakel meer zijn in hun hindernissenkoers. Een ladder van 25 dollar volstaat om die klus te klaren, zoals de Mexicaanse oud-president Vicente Fox opmerkte.

Om het zogezegde doel – de illegale immigratie stopzetten – te bereiken is het een bijzonder inefficiënt middel. Voor de Amerikaanse ekonomie is dat maar goed ook want ze heeft de ongedokumenteerden nodig. Trump heeft zelf ongedokumenteerden in dienst in de keukens en op de terreinen van zijn golfclubs in Florida en New Jersey. Maar de muur is een symbool dat zegt, eigen volk eerst, vreemdelingen buiten. De muur evokeert bescherming, tegen de buitenwereld, tegen een onzekere toekomst. De muur is een vuist, een bokshandschoen, een monument voor blank Amerika. Een thermometer die de angst voor de toekomst meet.

Pieter Breugel: Met den hoofde tegen den muer

De gedeeltelijke lamlegging van de publieke sector als gevolg van dit dispuut zal de Amerikaanse ekonomie weldra meer kosten dan de 5,7 miljard dollar die Trump voor zijn muur eist . 1   Dat de Demokraten desondanks het been stijf houden toont dat de muur – die in het totaal van de begroting maar een detail is – ook voor hen een belangrijk symbool is dat hen toelaat om zich te profileren en waarden te afficheren die voor een groot deel van de bevolking belangrijk zijn: anti-racisme, empathie voor vluchtelingen, etc.

Een soortgelijk symbolisch gevecht over een niet-bindend migratiepakt leidde in België tot een regeringskrisis. Je vraagt je af of dat ook zou gebeurd zijn als die VN-conferentie in plaats van in Marrakesh in Oslo zou zijn georganiseerd.

Ik beweer niet dat symbolen geen belang hebben. Ze manipuleren de gedachten. Ze spinnen een verhaal waarin mensen willen geloven. Er bestaat een breed en diep verlangen naar een breekpunt met de status quo, naar een andere toekomst dan deze die ons te te wachten lijkt te staan. Politici hebben op dat vlak niets te bieden. Ze hebben geen plausibele strategie om uit de systemische krisis te ontsnappen. Geen wonder dus dat de tendens toeneemt om dat verlangen een mikpunt te geven, een zondebok die in de woestijn kan worden gejaagd en alle zonden met zich meeneemt. Immigranten, vooral deze met een andere huidskleur, taal en religie, zijn ideaal voor die rol.

Het is een discours dat ons leert denken in termen van “ons volk” en “de vijand”. Het is impliciete oorlogsvoorbereiding. “You will not replace us !” scandeerden Trump-fans op rechtse betogingen. Sommigen onder hen maakten daar “Jews will not replace us” van. De identiteit van de vijand kan veranderen – China maakt wat dat betreft meer kans dan de joden – maar het verhaal blijft hetzelfde.

Het doel van de politici die dit discours hanteren is uiteraard de macht veroveren en de bevolking ideologisch aan zich binden zodat ze hun gang kunnen gaan. Viktor Orban, zowat de extreemste anti-immigrant onder de Europese leiders, dacht dat hij daar zo goed in geslaagd was dat hij de Hongaarse arbeiders dwangarbeid kon opleggen. Het massale verzet dat tegen zijn “slavenwet” rees, was een van de weinige lichtpunten van 2018. Of dat verzet voldoende massaal en radikaal is om Orban te doen terugkrabbelen, valt nog te bezien.

Lichtpunt

Een groter lichtpunt was de (nog steeds niet uitgedoofde) beweging van de “gele hesjes”. De werkende bevolking ligt al vele jaren zonder al te veel tegen te stribbelen onder de stoomwals van het “neo-liberalisme”, een politiek gedreven door het systematisch zoeken naar lagere loonkosten. De Gele Hesjes-beweging is in de eerste plaats een massale weigering om die situatie te blijven ondergaan.

Zoals alle belangrijke sociale bewegingen is ze spontaan ontstaan. Geen partij of vakbond had ze voorzien of georganiseerd. Van bij het begin verzetten de gele hesjes zich tegen inmenging of controle van deze instituties. Ze tolereren geen leiders die in hun naam spreken en onderhandelen. Ze hebben voor Macron gestemd, of voor Le Pen of Melenchon, maar in hun acties maakt dat geen verschil. Hun strijd is niet “demokratisch”, hij is een afwijzing van electorale strategieen. Dat heeft hij gemeen met de pleinbezettingsbewegingen van de Indignados, Occupy Wall Street en, meer recent, Nuit Debout. Maar de Gele Hesjes-beweging is veel massaler. In hun honderden, zoniet duizenden wegenblokkades, betogingen en andere akties, ontdekten de gele hesjes banden van solidariteit. Mensen kwamen in hun buurten samen met anderen die ze vroeger negeerden. Er werd een eenheid gesmeed, ondanks de soms aanzienlijke verschillen in sociale achtergrond en politieke opinies.

De brandstoftaksen waren enkel de vonk aan de lont. Het gaat om veel meer. Er werd gezegd dat de gele hesjes zich enkel bekommeren over “einde van de maand”- problemen (koopkracht) terwijl de brandstoftaks was opgelegd uit bekommernis voor “het einde van de wereld”. Maar in Parijs en andere steden vervoegden de gele hesjes de “mars voor het klimaat”. Een grote spandoek verkondigde: “Einde van de wereld, einde van de maand: verander het systeem, niet het klimaat.” Beide problemen resulteren van dezelfde logica die mensen reduceert to handelswaar en winst het enige objektief maakt van alle produktieve aktiviteit.

En de “casseurs”? Die doen soms domme dingen en vaak proberen de minder heetgebakerde gele hesjes hen in te tomen. Maar de hesjes zien ook het geweld van de andere kant en in de konfrontaties met de “ordestijdkrachten” zijn de casseurs bij de dappersten. De regering en de gezagsgetrouwe media gebruiken hun excessen om de hele beweging voor te stellen als een bende ‘relschoppers’ (een favoriete term van onder meer De Morgen), geinspireerd en opgestookt door uiterst rechts. Maar intussen blijft de grote meerderheid van de bevolking volgens de polls de beweging steunen.

Natuurlijk zijn er onder de gele hesjes mensen die rechtse ideeen koesteren, die bvb. immigranten buiten willen. De gele hesjes zijn in dit conflict gesprongen met al de ideologische bagage die ze al hadden. De gezamenlijk strijd verandert die wel maar we mogen geen mirakel verwachten. Zeker als die strijd afzwakt – wat nu lijkt te gebeuren – zal de aanwezigheid van uiterst rechts en uiterst links wellicht prominent worden. Voor elk valt er wat te rapen als het doodbloeden van de strijd teleurgestelde gele hesjes terugdrijft naar de elektorale arena.

Is het sop de kool waard? Wat zal de beweging bereikt hebben? Konkreet niet veel, vrees ik. Maar toch was – is – het misschien een niet onbelangrijke stap naar een betere wereld. Dat is wat de gele hesjes willen. Een betere wereld, een wereld voor de mensen. Ze weten niet hoe er te geraken, ze weten alleen dat de huidige weg niet deugt. Dus waren ze eerlijk toen ze geen specifieke eisen stelden, behalve het ontslag van Macron (dit laatste alweer voor de symboliek, niet omdat dat iets zou veranderen). Maar op vele honderden gele hesjes-bijeenkomsten werd er druk gediscussieerd over hoe de wereld anders georganiseerd zou kunnen zijn. Allerlei ideeen deden de ronde en de populairste (“meer referendums!”) waren niet noodzakelijk de beste. Maar op zijn minst probeerden ze wat we , in 2019 en verder, collectief moeten doen om te overleven: ons een andere wereld inbeelden.

 

1 Het feit dat zovele werknemers zo snel beroep moesten doen op food banks en andere liefdadigheid illustreert overigens goed wat we eerder schreven over de groeiende kloof tussen rijk en arm en de toegenomen schuldenlast van de consumenten.

January 19, 2019 at 7:16 am Leave a comment

Onder Israël ligt Palestina en onder Tel Aviv ligt Jaffa.

Door Lucas Catherine

Over Witte en Zwarte steden.

Tijdens de kolonisatie heeft Europa zijn cultuur opgedrongen aan de landen en volkeren die het overheerste. Dat is ook te merken aan de koloniale architectuur. Europa exporteerde zijn toenmalige architectuur naar Afrika en het Midden-Oosten. Dit gebeurde op verschillende manieren, maar grotendeels kwam het hier op neer: Vaak negeerde men de bestaande lokale stad en bouwde er een nieuwe witte, Europese stad naast. Kon men de lokale cultuur niet echt negeren dan vond men volgens de koloniale ideologie die minderwaardig of onvolmaakt en men ging de stad een nieuw, ‘mooier’ uitzicht geven. Vooral de Fransen waren hierin actief. In Noord-Afrika bouwden ze volledig nieuwe steden, meestal in Art Deco, zoals Dakar, Kenitra of Casablanca. Casablanca telt nu nog 2.000 art-deco gebouwen.

Art Deco Dakar

 

Casablanca

Kenitra

Maar ze bouwden ook in Arabiserende stijl, Arabisances. Dat kwam zo: Gustave Le Bon, de eerste grote Franse specialist in Arabische kunst schreef in 1884 La Civilisation des Arabes. Hij vond dat de Arabische kunst, en dus ook de architectuur verstard was en moest vernieuwd worden. Die beschaving moest weer op gang worden getrokken en dat was dan ook de taak van de Fransen. En zo ontstond Arabisances. In Rabat, maar ook in Tunis zijn er talrijke voorbeelden van. In feite is het een vorm van Art Deco maar de decoratieve elementen gaat men zoeken in de architectuur van het Midden-Oosten. Zo vind men in Rabat gebouwen met gevels geïnspireerd op vroegere Egyptische architectuur. Zelfs benzinestations werden in die stijl gebouwd.

Rabat

Een ander voorbeeld van zo’n mengeling tussen Art Deco en Arabisances is Heliopolis door de Belg Empain naast Cairo gebouwd. De Belgen zelf hielden het in Congo bij gewone Art  Deco

Heliopolis

Kinshasha Leopoldville

 De Britten hebben minder architecturaal ingegrepen in hun kolonies, alhoewel. Zo vonden zij dat Zanzibar te Swahili en te Indiaas was en te weinig Arabisch. De meest Arabisch uitziende gebouwen in die stad zijn dan ook van de hand van J.H.Sinclair (°1871) en Majoor E.A.T. Dutton. Zij bouwden ondermeer het Kibweni Paleis en Beit el Amani.

Beit el Amani Zanzibar

 

Zowel de Fransen, de Britten als Empain zondigden hierbij tegen basisregels van de Arabische architectuur: geen ramen aan de buitengevels en gaanderijen liepen langs de binnenkoeren, niet langs de straatkant. Al deze Witte steden zijn ondertussen overgenomen door de voorheen gekoloniseerden en de kolonisator heeft zijn greep op de stad verloren.


Er is een uitzondering: de Witte Stad, Tel Aviv die de vroegere ‘zwarte’ stad Jaffa opslorpte en die nog altijd typevoorbeeld is van hoe de Europese zionisten Palestina koloniseerden. Jaffa was de politieke en economische hoofdstad van de Palestijnen.Tel Aviv begon als een voorstad van Jaffa. Het werd pas in 1934 een aparte stad.

Jaffa, of de Bruid van de Zee verkracht

أذكر يوماُ كنت بيافا

خبرنا خبر عن يافا

Ik herinner mij dat ik ooit in Jaffa was

Vertel mij over Jaffa…

(Chanson van Fairuz, op de LP Al Quds fi al Bal, Jeruzalem in mijn gedachten)

Jaffa was in de negentiende eeuw in volle expansie. Het was een van de belangrijkste havens in het Midden-Oosten. De Palestijnen noemden haar Urus al Bahr, Bruid van de ZeeVanaf 1850 installeren Russische, Franse, Britse en Duitse consuls zich in het land. Zij geven ons een tamelijk heldere beschrijving van de economie. Uit hun rapporten blijkt dat Palestina nogal wat producten uitvoert. Vanuit Jaffa vertrekken zeep, olijfolie, fruit en groenten naar Egypte; sesamzaad, olijfolie, granen en katoen naar Frankrijk, gierst naar Groot-Brittannië en wordt er verder ook nog geëxporteerd naar Syrië, Griekenland, Italië en Malta. De Palestijnse economie kent in de jaren 1850 een sterke opgang in de graanteelt, in de jaren 1860 gevolgd door de katoenteelt.

En dan zijn er de sinaasappels. Vanaf de achttiende eeuw stond Palestina echt bekend om zijn sinaasappelen. Na het einde van de Krimoorlog in 1856 raakte de export van appelsienen in een stroomversnelling. Jaffa zelf had grote plantages (zie kaart uit 1905) maar was ook de uitvoerhaven voor de plantages in heel de streek tot Gaza, vandaar dat dit de merknaam werd. In 1873 – het zionisme moest nog worden uitgevonden – telde de streek rond Jaffa al 420 sinaasappelplantages met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Na 1875 veroveren de Jaffasinaasappelen onder die merknaam de Europese markt. In een rapport uit 1880 noteert de Britse consul in Jeruzalem dat de beste belegging in Palestina de citrusplantages zijn. In 1886 vestigt de Amerikaanse consul Henry Gillman in een rapport aan Washington de aandacht op de geavanceerde enttechnieken van de Palestijnse boeren: ‘Het zou nuttig zijn dezelfde technieken in Florida toe te passen.’ Een andere Britse consul rapporteert in 1893: ‘De sinaasappelbomen uit Palestina zijn superieur aan die in de andere kolonies. Zowel in Zuid-Afrika als in Australië zou men er goed aan doen boompjes uit Jaffa te importeren.’

In 1858 bedroeg de waarde van de export uit Jaffa 12.244 Turkse pond (Palestina was tot WO I onderdeel van het Turks-Ottomaanse Rijk). In 1882 was dit verdrievoudigd tot 37.802 Turkse pond. En de bevolking groeide aan. De haven bood werk. Er ontstonden nieuwe wijken in de stad. Ten noorden, rond de haven groeide vanaf WO I de wijk Manshieh. Ze ontwikkelde zich in het duinengebied langs de zee.

Er arriveerden zelfs Europese christelijke sekten. De Duitse protestantse sekte van de Tempeliers sticht in 1871 haar eerste kolonie, Sarona net ten noordoosten van Jaffa en nu ook onderdeel van Tel Aviv (Hakiryat). Zij kwamen uit Schwaben en noemden zich naar de Orde der Tempeliers die aan de kruistochten deelnamen.

Maar er arriveerden ook de eerste Europese joden. Zij vestigden zich eerst binnen de stad Jaffa in wijken die ze hebreeuwse namen gaven: Neve Zedek (Huis der Rechtvaardigen,1887) en Neve Shalom (Huis van Vrede). Die grensden aan Manshieh. Wanneer na 1897 de eerste Europese zionistische kolonisatoren arriveren kopen die van groot-grondbezitters tuinen en plantages op die meer landinwaarts lagen, achter de duinen. Een spilfiguur hierbij was de in Jaffa geboren bouwondernemer, Yosef Chelouche. Er arriveerden ook Jemenitische joden, aangetrokken door de economische bloei van Jaffa. Zo ontstond in 1904 de meest noordelijke joodse wijk, Mahane Israël (nu Kerem Hateimanim, ‘De Jemenitische Wijngaard’). Het was een soort buitenwijk van Manshieh. Hier lag de basis van wat later Tel Aviv zou worden. De mythe zal later willen dat het een andere wijk was, het vijf jaar later gestichte Ahuzat Bayit. (zie infra).

De Witte stad, gebouwd op de Duinen.

De eerste joodse wijk in wat later Tel Aviv zou worden was dus de Jemenitische wijk van Manshieh. In 1906 stichten Europees-joodse kolonisten de vereniging Ahuzat Bayit (Thuis-stad). Zij zullen via stromannen om de Ottomaanse overheid te misleiden, een strook land van 4ha aankopen en de 60 plots onder elkaar verloten. Daarvoor hadden zij inderdaad duinengebied uitgekozen. Alhoewel, de plek heette in het Arabisch Karm Jebali (Wijngaard op de Heuveltop) en het heeft drie jaar geduurd eer de bedoeïenen die er semi-permanent verbleven konden worden weggewerkt. Deze wijk Ahuzat Bayit slorpte in 1909 drie voorheen gestichte kolonies op: Neve Tzedek, Neve Shalom en Mahane Yehuda (Het Joodse Kamp) en de nieuwe entiteit koos voor de naam Tel Aviv.

Wat het huidige Tel Aviv betreft is het duidelijk als je kaarten uit 1898, 1905 en 1917 vergelijkt dat het grootste gedeelte van het oude Tel Aviv is gebouwd op wijngaarden, tuinen en boomgaarden en dat Arabisch Manshieh op duinzand werd gebouwd. De Israëlische architect Sharon Rotbard heeft het overtuigend aangetoond in zijn boek White City, Black City waaruit ik trouwens ook erg veel andere informatie heb gehaald.

Baedecker 1905

De kaart van Baedecker is erg duidelijk, waar collines de sablestaat kwam Arabisch Manshieh daarachter lagen vignobles/wijngaarden en verder grote stukken brande/schorren. Schorren zijn begroeide, overstromingsgevoelige stukken land waarop aan landbouw of veeteelt kan worden gedaan. Denk aan het Brusselse Schaarbeek dat eigenlijk (en in het Brussels nog altijd) Schorrebeek heet. Het dorp Summeil en zijn tuinen lag op zo’n schorre en ook het gehucht Abdel Nebi. De citrusplantages lagen rond het dorp Abu Kebir.

Onder het Ottomaans bewind waren er nog geen grote problemen omdat de overheid de Europese kolonisatie afremde. De problemen kwamen er echt nadat de Britten na WOI het bestuur over Palestina overnamen en de zionistische kolonisatie officieel steunden. Toen ontstond ook het eerste verzet. In 1909 was in Jaffa trouwens al de antizionistische krant Filastin verschenen. Er volgden revoltes tegen de kolonisatie in de jaren 1920 en 1930. Telkens was Jaffa één van de centra.

Daarop besloten de kolonisten om Tel Aviv van Jaffa de facto af te scheiden. De immigratie werd opgedreven en in de jaren 1920 vertwintigvoudigde de bevolking van Tel Aviv (van 2.804 naar 42.000 inwoners). Ze begonnen ook met de aanleg van een eigen haven, apart van Jaffa.

Na WOII wilden de zionisten niet langer een staat in de staat zijn, maar hun eigen staat creëren. Dat gebeurde met geweld en moord. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest en de bevolking verdreven. En Tel Aviv deed mee. In 1948 slorpte de stad alle Arabische buurdorpen van Jaffa op: Summeil, Ajami, Jabaliya, Abu Kebir en Sheikh Muwanis. Al die dorpen werden grondig verwoest en gebulldozerd, nadat hun Palestijnse inwoners manu militari werden verjaagd, net zo in Jaffa, dat in 1954 een deelstad van Tel Aviv werd.

Summeil-Masudiya

Die aanval tegen de buurdorpen werd al ingezet, nog voor de staat Israël op 15 mei werd uitgeroepen en ondanks het feit dat die dorpen zich alles behalve vijandelijk opstelden. In december 1947 vergaderden de mukhtars (burgemeesters) van onder meer Sheikh Muwanis en Summeil met de zionistische militie en stelden zich vriendschappelijk op. Toch werden deze dorpen in februari 1948 al vernietigd en etnisch gezuiverd. Op de plek waar eens Sheikh Muwanis lag staat nu de Universiteit van Tel Aviv.

De eerste dichtbevolkte wijk van Jaffa, Al Manshieh werd vanaf 25 april veroverd door Etzel, de zionistische militie die sympathiseerde met Mussolini en die onder leiding stond van de latere premier Menahem Begin.

Manshieh 1948

Abu Kabir

Daarna volgde Jaffa zelf dat voor 75% werd gebulldozerd en de inwoners verdreven, op zo’n 3.650 na die werden samengedreven in de zuidelijke wijk Ajami. In 1954 werd Jaffa herleid tot een hippe wijk van Tel Aviv.Van Jaffa blijven nu nog enkele kleine relicten over, voor toeristisch gebruik: De Sint-Pieterkerk, de moskee, het kanon van Napoleon, de Andromeda-rots en een pseudo-historische wijk, eerder een tourist-trap. De verovering van Jaffa verliep erg gewelddadig. Zwaar mortiergeschut dat hele woonwijken plat bombardeerde. Massaal gebruik van terreur: vanaf de heuvels werden ‘barrel bombs’ naar beneden gerold. Zo rolden twee leden van Etzel, Chelbi ben David en Shaul Bador zo’n bomvat binnen in café Venezia naast de Al Ahamra-cinema die veertig burgerdoden maakte. Die terroristen zijn nu Israëlische nationale helden.Dan volgde het plunderen. Om mij te beperken tot een zionistische bron:

De Irgun (Etzel) soldaten begonnen te plunderen. Eerst kleren, bloesjes en juwelen voor hun liefje, maar daarna begonnen ze systematisch te plunderen, alles wat maar kon meegezeuld worden: meubels, tapijten, schilderijen, huisraad, serviezen, bestek… en wat ze niet konden meenemen werd systematisch vernietigd: ramen, piano’s, lusters, een ware vernielorgie.“ Jon Kimche, Seven Fallen Pillars, Londen 1950.

Sheikh Muwanis is nu Ramat Aviv, Salama: Kfar Shalem, Manshieh: the City, Summeil: Givat Amal en Jamassin: Bavli.Ter eer en glorie van deze fascistische Etzel-militie werd Etzel House opgericht op het puin van het enige overblijvende huis van Arabisch Manshihe. Over het puin werd een grote glazen kubus gebouwd.

Etzel House, het museum van de overwinnaars.

Om de tekst te citeren op de gedenkplaat binnen: “from the shattered walls of the old building grow dark glass walls… An attempt to freeze the special moment and time of the day that Jaffa was liberated.” Maar over hoe Jaffa werd ‘bevrijd’ geen woord. Sharon Rotbard vergelijkt het architectonisch concept van dit museum met de Ruinenwerttheorie “Waarde van Ruïnes”-theorie van Albert Speer. En concludeert over dit Etzel-museum: “Never before in the history of architecture has such an ugly truth been displayed in such a false, spruced up manner.”

De Bauhaus-stad

 

In 2003 voegde Unesco Tel Aviv toe aan de lijst van het Werelderfgoed: “The White City of Tel Aviv is a synthesis of outstanding significance of the various trends of the Modern Movement in architecture and townplanning in the early part of the 20th century.”

Daarop lanceerde men in Israël de mythe dat Tel Aviv niet alleen een witte stad was, maar ook een Bauhaus-stad, een stad van de International Style. De witte elite van Israël bestaat vooral uit Askenazi joden, en dat woord betekent in het Hebreeuws: Duits. In het jiddish-Duits heten ze Yekkes. Het zijn zij die in 1933 met de nazi’s een samenwerkingsakkoord afsloten waarin een transfer van mensen en kapitaal werd vastgelegd. ‘Transfer’ is in het Hebreeuws ‘ha’avara’. Als gevolg van deze Ha’avara-akkoorden kregen tussen 1933 en 1939 16.000 kapitaalkrachtige Duitse joden toestemming om naar Palestina te emigreren en om 31.570.000 toenmalige ponden (nu miljarden euro) te transfereren. Zij werden de economische elite. Een van de bedrijven die ze oprichtten was de Nesher cementfabriek, de grootste industrie van toenmalig Palestina. Nesher is Hebreeuws voor Adler, Adelaar. Alles wat Duits is, is kwaliteit vinden de Yekkes en zij schreven dan ook de geschiedenis van Tel Aviv. Een Witte Stad met Duitse origine, dankzij een link met Bauhaus, de befaamde architectuurschool in Dessau. En het verhaal dat Tel Aviv een soort annex van de Duitse cultuur zou zijn werd in Duitsland zelf gretig overgenomen.

Maar klopt dat? Tel Aviv zou een witte stad zijn, maar eigenlijk is het een blanke stad. Veel wit zie je niet. Toen de bekende Franse architect Jean Nouvel in 1995 de stad bezocht was hij zwaar ontgoocheld: Men heeft mij verteld dat dit een witte stad is. Zie jij ergens wit? Ik niet.” Het is een grijze, vale stad.

Is het een Bauhaus stad? Nu zijn er wel vier Israëli’s die aan de Bauhaus-school hebben gestudeerd: Shlomo Bernstein, Munio Weinraub-Gitai, Shmuel Mechtekin en Aryeh Sharon. Maar zij hebben nooit een groep gevormd of samen gewerkt onder de naam Bauhaus, want zei Aryeh Sharon in een interview: “Bauhaus is geen concept, laat staan een uniforme instelling.” En vooral, ze werkten na WO II, terwijl de gebouwen die nu in Tel Aviv “Bauhaus-Style” worden gecatalogiseerd dateren uit de jaren 1920.

Maar de overgrote meerderheid van de architecten die volgens de “Bauhaus Style” in Tel Aviv actief waren hebben in Frankrijk of België gestudeerd en werden niet door Bauhaus beïnvloed maar door de Franse koloniale architectuur van ondermeer Le Corbusier, daarom dat Tel Aviv zo gelijkt op Algiers of Casablanca. In België studeerden: Haim Casdan (Brussel), Benjamin Ankstein (Brussel) en een van de bekendste Israëlische architecten, Dov Karmi (Universiteit Gent, 1929.)

Om tot slot nog eens Sharon Rotbard te citeren: “In tegenstelling tot Tel Aviv zijn de witte regeerders uit Casablanca, Algiers of Dakar vertrokken en blijven nog alleen hun gebouwen over. In Tel Aviv overheerst nog altijd de cultuur van de witte regeerders en nu meer dan ooit. Tel Aviv is dan ook een voorbeeld tot wat Casablanca, Algiers of Dakar waren geworden als de Franse kolonisatie was blijven verder duren.”

 

Lucas Catherine, vanuit zijn art-deco appartement in Brussel.

December 20, 2018 at 11:51 am Leave a comment

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,581 other followers