Posts filed under ‘Migratie’

2018…2019…en verder

Door Tom Ronse

Nee, een goed jaar was 2018 niet. Het was een jaar van samenpakkende donderwolken. Op alle vlakken: ekonomisch, ecologisch, politiek en sociaal.

Het werd pijnlijk duidelijk dat klimaatsverandering niet enkel voor onze kleinkinderen een probleem is. De mileurampen namen toe, ook in de VS waar de president te midden van de bosbranden en overstromingen bleef beweren dat er niets aan de hand is, dat er niets drastisch moet veranderen, dat er integendeel meer steenkool moet verbruikt worden. En de nieuwe president van Brazilie zet het licht op groen voor een kaalslag in het Amazonewoud. Hallucinant.

Wat er aan de oorzaken wordt gedaan is zo ridikuul weining in vergelijking met de omvang van de bedreiging dat men kan verwachten dat het weer dit jaar niet minder extreem zal zijn en misschien nog meer ontwrichtend.

Op sociaal vlak onhou ik in de eerste plaats de zichtbare groei van de kloof tussen rijk en arm. In New York zie ik bijna dagelijks meer bedelaars terwijl steeds meer glanzende torens de wolken krabben, met luxe-appartementen die soms voor meer dan honderd miljoen dollar verkocht worden. Dit voorjaar waren we in Los Angeles, waar de tentenkampen van daklozen tientallen kilometers voetpad in beslag nemen. Ook in Belgie groeide de kloof. Het aantal armen steeg er tot 17% van de bevolking. De rijkdom nam ook toe en de groep tussen rijk en arm wordt smaller. In armere landen gaat dat proces nog sneller.

De groeiende tegenstelling is een logisch gevolg van de supply side-bestrijding van de krisis. Massale geldcreatie was de motor van de heropleving van de wereldekonomie na “the great recession”. Het gros van die triljoenen ging naar de supply side: de bedrijven, banken en investeerders. Landen die het zouden wagen om de demand side te favoriseren riskeren kapitaalvlucht en galloperende inflatie. De ‘trickle down’-theorie werkte, in zekere mate. De heropleving duurt al relatief lang. Maar als de armoede en het gevoel van bedreiging en onzekerheid al tijdens de heropleving zo sterk stijgen, wat kunnen we dan verwachten als de ekonomie weer crasht?

Dansen op de slappe koord

De heropleving begon te sputteren in 2018. De groei vertraagde overal, behalve in de VS.

Groei in Europa 2018

Maar ook daar verliest de drug van goedkoop geld en fiscale cadeau’s stilaan zijn effect. Beleggers zoeken nerveus naar veiligheid met wilde beursschommelingen tot gevolg. De ‘opkomende landen’ die de eersten waren met wind in de zeilen liggen op apegaaien. De schuldenberg wordt te hoog, er moet worden afgeremd. De centrale banken staan voor een dilemma: ze moeten het lenen intomen, de prijs ervan verhogen maar dat riskeert de recessie in gang te zetten. Maar doen ze het niet, laten ze de rentevoet dicht bij nul, dan kunnen ze de recessie wel uitstellen maar die dreigt dan uiteindelijk veel dieper te worden. En dan kunnen ze de rente ook niet meer substantieel verlagen als de recessie tot een ineenstorting dreigt te leiden. Of ze er in 2019 in slagen om de recessieslang met virtuoze fluctuaties van de rentevoet in haar mand te houden, valt nog te bezien. China wankelt al op de slappe koord. Al de officiele pronostieken (van het IMF, de OESO, de Wereldbank etc) voorzien in 2019 een lagere groei dan in 2018. Nouriel Roubini, een van de enige ekonomen die de recessie van 2008 had voorspeld, verwacht een nieuwe recessie in 2020. Dat geeft ons nog even tijd. Maar om wat te doen?

Voor politici impliceert die ekonomische context zeer weinig manoevreerruimte. Toch op het vlak van beleid. Rethoriek is iets anders. Elk land is verplicht om zich aantrekkelijk te maken voor kapitaal. Kapitaal aantrekken en behouden is nodig om kapitaal te doen groeien, om winst te maken, om tewerkstelling te creeren. Daarover zijn rechts en links het eens. Hun dispuut gaat over de fiscale afroming, hoe groot die mag zijn en hoe de opbrengst moet besteed worden. Links wil de kloof tussen rijk en arm verkleinen, rechts wil de fiscale lasten verlagen. Ze leggen andere accenten maar de ekonomische realiteit maakt de verschillen steeds kleiner. Zelfs waar een linkse partij aan de macht komt zoals Syriza in Griekenland is die verplicht om een ‘rechts’ beleid te voeren: sociale uitgaven beknotten en het fiscaal regime aantrekkelijker maken voor kapitaalbezitters.

Globalisering, automatisering, bezuinigingen, als politicus – als manager of would-be manager van de staat – kun je daar niet tegen zijn. De noodzaak om kapitaal te doen groeien zet de grote lijnen uit. Politici lullen daar maar wat rond.

Dat laatste is natuurlijk overdreven. Scherpe tegenstellingen kwamen aan bod in 2018. Over Brexit bijvoorbeeld en over Trumps handelstarieven. Een no deal-Brexit of een escalatie van de handelsoorlog tegen China zou dit jaar de recessie in gang kunnen zetten. Ik vermoed echter dat de kans groot is dat de no deal op het laatste nippertje zal vermeden worden en dat Trump zal de-escaleren. Misschien is het zijn instinkt om roekeloos de inzet van zijn pokerspel met China te verhogen maar de kapitaalmarkt zou hem snel dwingen om in te binden. Dat heeft hij al vaak moeten doen. Onlangs nog, toen hij de onmiddelijke terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Syrië aankondigde. Die is intussen op de lange baan geschoven. Trump noemde Nafta – het vrijhandelsverdrag met Canada en Mexico – herhaaldelijk “het slechtste handelsverdrag uit de Amerikaanse geschiedenis” en sloot daarna een akkoord met de buurlanden dat Nafta impliciet herbevestigde, op enkele kleine wijzigingen na. Telkens wordt Trump door wat hij zelf “the deep state” heeft genoemd terug op “het rechte pad” geduwd als hij er te ver van afwijkt. Ook Brexit en de handelsoorlog met China zullen in 2019 wellicht meer spektakel dan echte verandering blijken.

 

De zondebok

Ekonomische krisis en klimaatrampen staan voor de deur. Noch links noch rechts heeft een oplossing. Wat de klimaatkrisis betreft steekt rechts zijn kop in het zand, terwijl links ijvert voor akkoorden die zand in de wind blijven. Ook op ekonomisch en sociaal vlak hebben ze geen echt alternatief. Ze willen uitgaven A verhogen en uitgaven B verlagen en omgekeerd, alsof dat iets wezenlijks zou veranderen.

Je zou denken dat het gebrek aan keuzemogelijkheden zou leiden tot roerende eensgezindheid tussen de politici maar het tegendeel is waar. De toon van het politiek debat is in 2018 nog bitsiger geworden. Nog harder, nog leugenachtiger. Net omdat er geen wezenlijke verschillen zijn wat het essentiële sociaal-ekonomisch beleid betreft, worden de symbolische verschillen extra in de verf gezet. In 2018 en ongetwijfeld ook dit jaar werd/wordt daarvoor vooral het thema immigratie gebruikt.

Niet dat immigratie geen echt probleem is. Het feit dat zoveel mensen ertoe gedreven worden om hun vertrouwde omgeving te verlaten en bereid zijn om de grootste gevaren te trotseren om ergens te geraken waar ze enige hoop op een toekomst kunnen hebben, geeft aan hoe ellendig en uitzichtloos het leven op veel plaatsen op aarde is geworden. Dit gebeurt, onder meer, net omdat de ekonomie zo efficiënt is: dankzij de automatisering en de globalisering vereist produktie steeds minder arbeidstijd, worden steeds meer mensen “overbodig”. Natuurlijk is er een aanzuigeffect dat “overbodigen” – de meest ondernemenden onder hen – naar de landen lokt waar het kapitaal geconcentreerd is; waar er nog vraag is naar arbeidskracht.

Maar in feite bestaat er ook over dit probleem een brede consensus tussen rechts en links. Beiden aanvaarden de noodzaak van een gecontroleerde immigratie. De westerse ekonomie heeft immigranten nodig maar met mate. Iedereen is tegen open grenzen en, in theorie, tegen de mishandeling van vluchtelingen. Dat er binnen die consensus verschillen bestaan over wat dat in de praktijk betekent, is ongetwijfeld waar. Maar de grote lijnen zijn uitgezet.

De liberale demokratie is het politieke spiegelbeeld van de vrijemarkt-ekonomie. Grote en kleine bedrijven concurreren voor dezelfde markt, dezelfde kiezers. Ze verkopen ideologie, sentiment en personaliteiten. Ze verkopen een merk. De kleinere bedrijven zoeken hun niche. Ze willen allemaal in de eerste plaats groeien, net als gewone bedrijven. Daartoe sturen ze voortdurend hun profiel bij. De versmalling van de verschillen ten gronde doet hen grijpen naar symbolen met een sterke emotionele resonantie. Het immigratie-debat is daar zeer geschikt voor. Het wekt hevige emoties op die het kiesgedrag in niet geringe mate kunnen bepalen. Ik stel me voor dat Kongresleden in de VS of partijbureau’s in Belgie van hun pollsters een grafiek hebben gekregen die er bijvoorbeeld zo uitziet:

(De lijn “A” drukt de empathie voor immigranten uit, de lijn “B” de angst voor immigranten en de kurve het aantal stemmen dat men kan verwachten.)

Op basis daarvan kunnen ze hun slogans en symbolen kiezen. Niets illustreert het symbolisch karakter van hun geschillen beter dan de huidige politieke impasse in de VS over de muur van Trump. Voor de ongedocumenteerde immigranten zou die muur slechts één obstakel meer zijn in hun hindernissenkoers. Een ladder van 25 dollar volstaat om die klus te klaren, zoals de Mexicaanse oud-president Vicente Fox opmerkte.

Om het zogezegde doel – de illegale immigratie stopzetten – te bereiken is het een bijzonder inefficiënt middel. Voor de Amerikaanse ekonomie is dat maar goed ook want ze heeft de ongedokumenteerden nodig. Trump heeft zelf ongedokumenteerden in dienst in de keukens en op de terreinen van zijn golfclubs in Florida en New Jersey. Maar de muur is een symbool dat zegt, eigen volk eerst, vreemdelingen buiten. De muur evokeert bescherming, tegen de buitenwereld, tegen een onzekere toekomst. De muur is een vuist, een bokshandschoen, een monument voor blank Amerika. Een thermometer die de angst voor de toekomst meet.

Pieter Breugel: Met den hoofde tegen den muer

De gedeeltelijke lamlegging van de publieke sector als gevolg van dit dispuut zal de Amerikaanse ekonomie weldra meer kosten dan de 5,7 miljard dollar die Trump voor zijn muur eist . 1   Dat de Demokraten desondanks het been stijf houden toont dat de muur – die in het totaal van de begroting maar een detail is – ook voor hen een belangrijk symbool is dat hen toelaat om zich te profileren en waarden te afficheren die voor een groot deel van de bevolking belangrijk zijn: anti-racisme, empathie voor vluchtelingen, etc.

Een soortgelijk symbolisch gevecht over een niet-bindend migratiepakt leidde in België tot een regeringskrisis. Je vraagt je af of dat ook zou gebeurd zijn als die VN-conferentie in plaats van in Marrakesh in Oslo zou zijn georganiseerd.

Ik beweer niet dat symbolen geen belang hebben. Ze manipuleren de gedachten. Ze spinnen een verhaal waarin mensen willen geloven. Er bestaat een breed en diep verlangen naar een breekpunt met de status quo, naar een andere toekomst dan deze die ons te te wachten lijkt te staan. Politici hebben op dat vlak niets te bieden. Ze hebben geen plausibele strategie om uit de systemische krisis te ontsnappen. Geen wonder dus dat de tendens toeneemt om dat verlangen een mikpunt te geven, een zondebok die in de woestijn kan worden gejaagd en alle zonden met zich meeneemt. Immigranten, vooral deze met een andere huidskleur, taal en religie, zijn ideaal voor die rol.

Het is een discours dat ons leert denken in termen van “ons volk” en “de vijand”. Het is impliciete oorlogsvoorbereiding. “You will not replace us !” scandeerden Trump-fans op rechtse betogingen. Sommigen onder hen maakten daar “Jews will not replace us” van. De identiteit van de vijand kan veranderen – China maakt wat dat betreft meer kans dan de joden – maar het verhaal blijft hetzelfde.

Het doel van de politici die dit discours hanteren is uiteraard de macht veroveren en de bevolking ideologisch aan zich binden zodat ze hun gang kunnen gaan. Viktor Orban, zowat de extreemste anti-immigrant onder de Europese leiders, dacht dat hij daar zo goed in geslaagd was dat hij de Hongaarse arbeiders dwangarbeid kon opleggen. Het massale verzet dat tegen zijn “slavenwet” rees, was een van de weinige lichtpunten van 2018. Of dat verzet voldoende massaal en radikaal is om Orban te doen terugkrabbelen, valt nog te bezien.

Lichtpunt

Een groter lichtpunt was de (nog steeds niet uitgedoofde) beweging van de “gele hesjes”. De werkende bevolking ligt al vele jaren zonder al te veel tegen te stribbelen onder de stoomwals van het “neo-liberalisme”, een politiek gedreven door het systematisch zoeken naar lagere loonkosten. De Gele Hesjes-beweging is in de eerste plaats een massale weigering om die situatie te blijven ondergaan.

Zoals alle belangrijke sociale bewegingen is ze spontaan ontstaan. Geen partij of vakbond had ze voorzien of georganiseerd. Van bij het begin verzetten de gele hesjes zich tegen inmenging of controle van deze instituties. Ze tolereren geen leiders die in hun naam spreken en onderhandelen. Ze hebben voor Macron gestemd, of voor Le Pen of Melenchon, maar in hun acties maakt dat geen verschil. Hun strijd is niet “demokratisch”, hij is een afwijzing van electorale strategieen. Dat heeft hij gemeen met de pleinbezettingsbewegingen van de Indignados, Occupy Wall Street en, meer recent, Nuit Debout. Maar de Gele Hesjes-beweging is veel massaler. In hun honderden, zoniet duizenden wegenblokkades, betogingen en andere akties, ontdekten de gele hesjes banden van solidariteit. Mensen kwamen in hun buurten samen met anderen die ze vroeger negeerden. Er werd een eenheid gesmeed, ondanks de soms aanzienlijke verschillen in sociale achtergrond en politieke opinies.

De brandstoftaksen waren enkel de vonk aan de lont. Het gaat om veel meer. Er werd gezegd dat de gele hesjes zich enkel bekommeren over “einde van de maand”- problemen (koopkracht) terwijl de brandstoftaks was opgelegd uit bekommernis voor “het einde van de wereld”. Maar in Parijs en andere steden vervoegden de gele hesjes de “mars voor het klimaat”. Een grote spandoek verkondigde: “Einde van de wereld, einde van de maand: verander het systeem, niet het klimaat.” Beide problemen resulteren van dezelfde logica die mensen reduceert to handelswaar en winst het enige objektief maakt van alle produktieve aktiviteit.

En de “casseurs”? Die doen soms domme dingen en vaak proberen de minder heetgebakerde gele hesjes hen in te tomen. Maar de hesjes zien ook het geweld van de andere kant en in de konfrontaties met de “ordestijdkrachten” zijn de casseurs bij de dappersten. De regering en de gezagsgetrouwe media gebruiken hun excessen om de hele beweging voor te stellen als een bende ‘relschoppers’ (een favoriete term van onder meer De Morgen), geinspireerd en opgestookt door uiterst rechts. Maar intussen blijft de grote meerderheid van de bevolking volgens de polls de beweging steunen.

Natuurlijk zijn er onder de gele hesjes mensen die rechtse ideeen koesteren, die bvb. immigranten buiten willen. De gele hesjes zijn in dit conflict gesprongen met al de ideologische bagage die ze al hadden. De gezamenlijk strijd verandert die wel maar we mogen geen mirakel verwachten. Zeker als die strijd afzwakt – wat nu lijkt te gebeuren – zal de aanwezigheid van uiterst rechts en uiterst links wellicht prominent worden. Voor elk valt er wat te rapen als het doodbloeden van de strijd teleurgestelde gele hesjes terugdrijft naar de elektorale arena.

Is het sop de kool waard? Wat zal de beweging bereikt hebben? Konkreet niet veel, vrees ik. Maar toch was – is – het misschien een niet onbelangrijke stap naar een betere wereld. Dat is wat de gele hesjes willen. Een betere wereld, een wereld voor de mensen. Ze weten niet hoe er te geraken, ze weten alleen dat de huidige weg niet deugt. Dus waren ze eerlijk toen ze geen specifieke eisen stelden, behalve het ontslag van Macron (dit laatste alweer voor de symboliek, niet omdat dat iets zou veranderen). Maar op vele honderden gele hesjes-bijeenkomsten werd er druk gediscussieerd over hoe de wereld anders georganiseerd zou kunnen zijn. Allerlei ideeen deden de ronde en de populairste (“meer referendums!”) waren niet noodzakelijk de beste. Maar op zijn minst probeerden ze wat we , in 2019 en verder, collectief moeten doen om te overleven: ons een andere wereld inbeelden.

 

1 Het feit dat zovele werknemers zo snel beroep moesten doen op food banks en andere liefdadigheid illustreert overigens goed wat we eerder schreven over de groeiende kloof tussen rijk en arm en de toegenomen schuldenlast van de consumenten.

January 19, 2019 at 7:16 am Leave a comment

DE TOEKOMST VAN ONS VERLEDEN

Door Gie van den Berghe

In Sapiens (2012) zette de spraakmakende Israëlische historicus Yuval Noah Harari uiteen hoe de onbetekenende apen die we zijn absolute heersers van de planeet aarde geworden zijn. In Homo Deus  (2015, HIER besproken) schatte hij de toekomstige evolutie van onze intelligentie en bewustzijn in. In 21 lessen voor de 21ste eeuw  belicht Harari hedendaagse evoluties die op vrij korte termijn mensheid en aarde bedreigen, en hoe daar mogelijk aan verholpen kan worden. 

Yuval Noah Harari

Yuval Noah Harari

We zitten in een hachelijke situatie, zoveel is duidelijk. De opwarming van de aarde veroorzaakt de ene na de andere milieuramp. Religieuze, ideologische, democratische en mensenrechtenverhalen hebben aan geloofwaardigheid ingeboet. Door de migratie richting rijke Westen en het mede daardoor opflakkerend ultranationalisme neemt de politieke onenigheid toe. Nog bedreigender vindt Harari de gecombineerde revolutie van informatie- en biotechnologie. Biologen ontcijferen onze hersenen, big-data-algoritmen doorgronden onze emoties, verlangens en gevoelens beter dan we zelf kunnen. Computers en robotten zullen almaar meer functies en beroepen van ons overnemen. Er dreigt een nieuwe klasse van ‘overbodigen’ te ontstaan. Als ‘het verouderingsproces vertraagd kan worden en ouders hun kinderen kunnen ‘upgraden’ zullen de superrijken ook nog eens creatiever, talentvoller en intelligenter worden dan de achterbuurtbewoners. De mensheid dreigt zich op te splitsen in ‘een kleine klasse van supermensen en een massale onderklasse van totaal overbodige homo sapiens’.

Harari loopt wat kunstmatige intelligentie betreft hopelijk iets te hard van stapel. Het is lang niet zeker dat machines de mens in ijltempo zullen voorbijsteken qua intelligentie, handelen en gezond verstand. Artificiële intelligentiesystemen kunnen, anders dan mensen, geen betekenis geven aan de input die ze verwerken en de output die ze voortbrengen. Ze begrijpen de situaties niet die ze meemaken. De door Harari bejubelde herkenning van gezichten en emoties bijvoorbeeld, loopt al spaak wanneer details als belichting of achtergrondkleur gewijzigd worden, iets wat mensen niet van de wijs brengt. Volg nooit blindelings je gps of je spraakprogramma! De gevolgen zijn doorgaans onschuldig maar kunnen rampzalig uitdraaien, bijvoorbeeld wanneer het automatisch landingsprogramma van een passagiersvliegtuig in de war geraakt door een zwerm spreeuwen en de piloten onvoldoende zijn opgeleid om het hoofd te bieden aan dergelijke noodsituaties. Bedenk ook dat artificiële intelligentiesystemen gehackt kunnen worden.

Harari denkt dat de mensheid alle onheil kan overleven als we onze angsten – voor anderen, voor opgeklopt terrorisme – onder controle krijgen; als we ons bewuster worden van onze privileges, religieuze en politieke vooroordelen en ons ook rekenschap geven van onze ‘ongewilde medeplichtigheid aan systematische onderdrukking’ en daar iets aan doen. Alleen dan kunnen we de handen wereldwijd in elkaar slaan, rest ons een toekomst. 

Koffiedik

21 lessen voor de 21steeeuw is zoals Harari’s vorige boeken een pageturner. De man is een hoogst origineel, messcherp denker en een begenadigd verteller. Zijn analyses van historische evoluties zijn zoals steeds verhelderend, maar waar de historicus – specialist verleden – zich aan toekomstvoorspellingen waagt, blijft het vaak bij intelligent koffiedik kijken, gissen en af en toe missen. 

Bij gebrek aan (toekomstige) bronnen en feiten denkt en voorspelt ook Harari voornamelijk vanuit de eigen mens- en wereldvisie. Centraal daarin staat dat mensen dieren zijn die in verzonnen verhalen geloven, ernaar denken en handelen. Religie, ideologie, humanisme, mensenrechten – noem maar op. Hoe simpeler het verhaal, hoe makkelijker het aanslaat. Beloftevolle verhalen heffen de existentiële eenzaamheid op, bedden je in iets in dat je overstijgt en met anderen verbindt, geven zin aan het bestaan. Wie gehoorzaamt aan paus, partijvoorzitter of Führer, wacht een betere toekomst, een hemel op aarde of in het hiernamaals. Religie (afgeleid van het Latijn voor ‘verbinden’) is van oudsher het eenvoudigste en meest hoopgevende verhaal, ware het niet dat de gelovigen veelal te vuur en te zwaard anderen willen bekeren. 

Het liberale verhaal, de verheerlijking van de menselijke vrijheid, kon niet aan de absolute verwachtingen voldoen. Weliswaar hebben nooit eerder zoveel mensen zoveel vrede en voorspoed gekend, sterven er ‘minder mensen door infectieziekten dan van ouderdom, maakt honger minder slachtoffers dan obesitas en sterven er minder mensen door geweld dan door ongelukken’, maar onze planeet wordt nog steeds voor een flink deel overheerst door tirannen en zelfs in de meest liberale landen ‘hebben veel burgers te kampen met armoede, geweld en onderdrukking’. 

Veel mensen zijn, mede door de recente financiële crisis, teleurgesteld in het liberale verhaal. ‘Muren en firewalls raken weer volop in de mode’ en ‘er komt almaar meer verzet tegen immigratie en handelsovereenkomsten’. Niet bereid de privileges op te geven die we aan toevalligheden danken als geboorteland, sociale klasse of geslacht, trekken we ons als individu en natie meer en meer op onszelf terug. De wereld, het verhaal waarin we geloofden, klopt niet meer en er dient zich niet meteen een ander verhaal, een andere wereld aan.

Eigen haard

Goedaardig nationalisme, dat mensen verenigt, ontaardt steeds vaker in ultranationalisme, dat mensen verdeelt. Vanuit vermeende superioriteit van eigen natie en volk worden buitenstaanders ongenadig afgewezen. Onverdraagzaamheid, onenigheid en gewelddadige conflicten in plaats van de broodnodige mondiale samenwerking. 

Ook Israël heeft boter op het hoofd. Israëli’s krijgen al in de kleuterschool te horen dat het jodendom ‘de superster van de menselijke geschiedenis is’ (jodendom verwijst naar de joodse godsdienst; jood is een Jood die het joodse geloof aanhangt). Nogal wat seculiere Joden denken dat ze de ‘centrale helden van de geschiedenis zijn en dat het Joodse volk de ultieme bron van menselijke moraal, spiritualiteit en geleerdheid is’. Maar het jodendom en de Joden hebben een vrij bescheiden rol gespeeld in de wereldgeschiedenis. Bij vergelijking met universele religies als het christendom, de islam en het boeddhisme is het jodendom ‘altijd een tribaal geloof geweest’, bekommerd ‘om het lot van één klein volk en één klein landje’, met ‘weinig belangstelling voor het lot van alle andere volkeren en landen’. 

Volk

Het is best merkwaardig dat de anders zo sceptische Harari vasthoudt aan het bestaan van een Joods volk, los van religie en Joodse natie, Israël. Het blijft raden welk criterium hij hiervoor hanteert. Kan men van een volk spreken zonder een beroep te doen op natie of gemeenschappelijke genetische kenmerken? Een biologisch criterium voldoet niet, Joden hebben zoals andere volkeren, naties en ‘rassen’ geen gemeenschappelijk DNA. Ook een culturele omschrijving bevredigt niet want Joden hebben zich over de hele wereld verspreid en met vele culturen geassimileerd.

Het Joodse volk en de Joodse natie zijn ook relatief moderne verhalen of uitvindsels. ‘Nieuwe historici’ in Israël maken almaar duidelijker dat de Joden niet het volk zijn waarvoor ze zich uitgeven. Geen uit het beloofde land verdreven volk dat na tweeduizend jaar ronddolen (de diaspora) zijn land heeft heroverd. Dat is een door zionistische historici stukje bij beetje geconstrueerde stichtingsmythe (zie onder meer Schlomo Sand –Comment le peuple juif fut inventé,Paris, Fayard 2008). 

Harari beperkt zijn commentaar tot ultraorthodoxe joden. Over de Palestijnen schrijft hij dat ze constant in de gaten gehouden worden door ‘Israëlische microfoons, camera’s, drones of spyware’ en dat ons dat mogelijk ook te wachten staat. Over de verdrijving van de Palestijnen in 1948 en hun voortdurende onderdrukking rept hij met geen woord. Over de door Israël bezette gebieden schrijft hij alleen dat ze het land vooral opgezadeld hebben met een zware economische last en ‘fnuikende politieke risico’s’. Ook Gaza, het grootste concentratiekamp ter wereld, blijft onvermeld. Maar Harari heeft het wel even over (Palestijnse) ‘terreurcampagnes’. Uit een noot achterin blijkt dat hij hiermee op de Intifadas doelt. Maar dat waren volksopstanden, geen terreur. Verzet tegen een bezetter wordt alleen terreur genoemd door wie zich met die bezetter identificeert.

Raza al-Najjar, de medische helpster die midden 2018 door een Israëlische scherpschutter werd doodgeschoten.

Goed en kwaad

Volgens Harari is ultranationalisme geen onoverkomelijk probleem omdat nationalisme ‘pas de laatste paar duizend jaar is ontstaan – gisterochtend, in evolutionaire termen’. Het zit niet in de menselijke genen en er kan dus aan verholpen worden. Hoe dat moet gebeuren, maakt hij niet duidelijk.

De biologische gegevenheid van veel menselijke en sociale kenmerken loopt als een rode draad door het werk van deze historicus. Ook gevoelens zijn volgens Harari aangeboren en dus niet veranderbaar. Morele gevoelens als verontwaardiging, schuldgevoel en vergevingsgezindheid ‘komen voort uit neurale mechanismen die zijn geëvolueerd om samenwerking in groepen mogelijk te maken’. Dat er toch mensen bestaan ‘die moorden, verkrachten en stelen’, wijt Harari aan het oppervlakkig beeld dat ze hebben van de ellende die ze veroorzaken. Volgens hem stelen mensen ook zelden ‘als ze niet eerst een heleboel hebzucht en afgunst’ hebben opgebouwd ‘in hun hoofd’. Straatarme en schatrijke mensen denken hier vast anders over.

Volg je Harari dan bestaat er slechts één moraal. Dat is een veel voorkomende denkfout. Het Nederlands bijvoorbeeld kent geen meervoudsvorm van ‘moraal’ (al hebben we het wel over ‘onze moraal’ en ‘een dubbele moraal’). Dat terwijl morele systemen vanzelfsprekend cultuur-, klasse-, gender- en tijdgebonden zijn; dus meervoudig en onderhevig aan evolutie (denk aan de houding tegenover kinderen, vrouwen, zwarten, ras…). Maar aangezien elke moraal een instrument is ter bevordering van de sociale omgang, verschillen morele systemen niet alleen, ze hebben ook bepaalde gelijkenissen, zeg maar basisvoorwaarden om samenleven in groep mogelijk te maken. Ook ‘moralen’ zijn menselijke verhalen.

Wie stelt dat moraal (grotendeels) aangeboren is, ziet voorbij aan het feit dat ethisch bewustzijn en handelen voortvloeien uit, gebaseerd zijn op psychische vermogens als emotie en empathie. Die maken morele attituden en handelingen mogelijk, zonder ze daarom te garanderen of concreet in te vullen. Die invulling gebeurt in en door de omgeving waarin iemand terechtkomt en opgroeit. Iedereen groeit op in een beperkte sociale omgeving (kerngezin, buurt, school, streek…) en leert daarin hoe zich gedragen. ‘Goed’ gedrag – aan de sociale omgeving aangepast gedrag – en zelfbeheersing komt kinderen niet zomaar aangewaaid. Denk ook aan de zogenaamde wolfskinderen, verloren gezette en in het wild opgegroeide kinderen die een totaal andere, aan hun omgeving aangepaste moraal ontwikkelden (bijvoorbeeld Victor de l’Aveyron en Dr. Jean Itard, in 1970 door François Truffaut verfilmd als L’enfant sauvage).

Truffauts ‘enfant sauvage’

Paaseieren

‘Mensen’, schrijft Harari, ‘leren van kindsaf aan te geloven in het verhaal. Ze horen het van hun ouders, hun leraren, hun buren en hun cultuur in het algemeen, lang voor ze de intellectuele en emotionele onafhankelijkheid ontwikkelen die ervoor nodig is om vraagtekens bij zulke verhalen te kunnen zetten en ze te verifiëren’. ‘De meeste mensen’, vervolgt hij, ‘die op zoek gaan naar hun eigen identiteit zijn net kinderen die paaseieren gaan zoeken. Ze vinden alleen wat hun ouders voor ze hebben verstopt’. Alle verhalen, vervolgt Harari, zijn menselijke verzinsels en mensen geloven erin omdat hun identiteit errond werd opgebouwd. Waarom zou dit niet van toepassing zijn op morele systemen, attituden en handelingen?

Harari’s stelling dat de ‘menselijke moraal in de loop van miljoenen jaren is ontstaan en aangepast aan de omgang met de sociale en ethische dilemma’s die zich voordeden in het leven van kleine groepen ‘jagers-verzamelaars’, verklaart volgens hem ook dat we de relaties tussen miljoenen mensen niet meer kunnen overzien, waardoor ons ‘morele zintuig’ op hol slaat. Maar om dit te verklaren heb je geen biologisch gegeven, statische moraal nodig. Het spreekt voor zich dat mensen makkelijker verbanden in hun beperkte sociale omgeving kunnen overzien dan die op wereldniveau. Dat is nooit anders geweest. Maar door ontdekkingen en globalisering zijn mensen zich wel bewuster geworden van het onvermogen alles te overzien.

21 lessen voor de 21ste eeuw bevat veel behartenswaardige inzichten, maar het boek sprak me minder aan dan Harari’s vorig werk. Het lijkt haastiger, minder zorgvuldig geschreven en de auteur komt ook enkele in zijn voorwoord gedane beloftes niet na. Onbeantwoord bijvoorbeeld blijft hoe terrorisme en ultranationalisme aangepakt kunnen worden, hoe de liberale democratie verbeterd kan worden. Maar zoals uit het bovenstaande blijkt, biedt ook dit werk van Harari meer dan voldoende stof tot nadenken en discussie.

Yuval Noah Harari – 21 lessen voor de 21ste eeuw, Thomas Rap, 2018 – in een knappe vertaling van Inge Pieters

Dit artikel verschijnt ook in het aprilnummer van De Geus

January 9, 2019 at 5:42 pm Leave a comment

TRUMP AAN DE SCHELDE

Bart De Wever en de strategie van de angst.

Door Johan Depoortere

Bart De Wever moet met tevredenheid terugkijken op zijn recente optreden in Terzake. De Antwerpse burgemeester kiest zijn mediamomenten zorgvuldig uit en nu was er reden genoeg om de partijcommunicatie in eigen handen te nemen. Zijn goudhaantje Franken lag serieus onder vuur, krachtpatser Jambon slaagt er niet in een geloofwaardige strategie uit te werken voor het zogenaamde “transmigratieprobleem,” “straffe madam” Zemir leek uit de bocht te gaan met haar verzet tegen een islamschool in haar thuisbasis Genk. De leiders van de coalitiepartijen roken bloed en schoten met scherp.

Maar de voorzitter trad hen in Terzake met open vizier tegemoet: het zelfvertrouwen, de assertiviteit, ja de agressiviteit spatte ervan af. De baas zou even de puntjes op de i zetten: ja de – nog op te richten – islamschool in Genk is een gevaar voor de democratie en ja Franken heeft een model op zak voor de oplossing van het migratieprobleem, het Australische namelijk dat zijn doeltreffendheid bewezen heeft: geen enkele vluchteling sterft nog op zee en de kampen op de eilanden in de Stille Oceaan zijn leeg. Nog een ideetje van de voorzitter: pak die “transmigranten” hun mobieltje af en je ziet dat ze België voortaan zullen vermijden als de pest. Probleem opgelost.

Dat het allemaal zover is moeten komen daarvoor is de Duitse bondskanselier Angela Merkel verantwoordelijk: de toestroom van vluchtelingen, de Brexit, de “destabilisatie van de Duitse democratie” – allemaal de schuld van het “Wir schaffen das.” De keizer van Antwerpen klopte zich luidruchtig op de borst: Had hij het immers niet allemaal precies zo voorspeld? En hij haalde er zijn beste Engels voor boven: “I hate to say I told you so.”

Helaas helaas blijkt er met de “oplossingen” uit de koker van de keizer een en ander loos te zijn en lijden de beweringen van De Wever onder een hoog Trumpgehalte. Dat Merkel verantwoordelijk zou zijn voor de “toestroom” van vluchtelingen en alle ellende die daarmee gepaard gaat wordt door de feiten tegengesproken. Onderzoek door het Duitse kwaliteitsblad Die Zeit en de Britse universiteit van Oxford leert dat de vluchtelingenstroom uit Syrië al in 2012 op gang is gekomen, drie jaar vóór de uitspraak van Merkel. Niet de beroemde zin van de Duitse bondskanselier maar de opflakkering van de oorlog in Syrië was daarvan de oorzaak. Na het “Wir schaffen das” is het aantal vluchtelingen in Europa niet toe- maar afgenomen. De opkomst van Alternative für Deutschland waar De Wever naar schijnt te verwijzen is behalve door de immigratiepolitiek van Merkel nog door tal van andere oorzaken te verklaren. De manier bijvoorbeeld waarop de Duitse eenmaking is verlopen die een economische kaalslag heeft veroorzaakt in de voormalige DDR en die een groot deel van de Oostduitse bevolking met diepe frustraties heeft achtergelaten. Sympathiseren met de anti-migratiestandpunten van extreem-rechts en tegelijk krokodillentranen plengen over de teloorgang van de democratie: ziedaar de spagaat van de NVA.

 

Vluchtelingen op het eiland Nauru “Isle of Despair”

Zowel De Standaard als Terzake brachten de dag na het interview met De Wever verhalen over de werkelijke toestand op de eilanden die volgens de NVA-voorzitter “ontruimd” zouden zijn en dus het succes zouden bewijzen van de Australische vluchtelingenaanpak. Het gaat om de eilanden Nauru (in de Stille Oceaan) en Manus op Papoea-Nieuw-Guinea. Daar worden sinds 2013 kandidaat-asielzoekers opgesloten die per boot Australië proberen te bereiken. De levensomstandigheden in de detentiekampen zijn onmenselijk. Het kamp op Manus werd inderdaad eind vorig jaar gesloten, maar de bewoners zijn niet verdwenen; ze dolen rond op het eiland, worden bedreigd door de plaatselijke bevolking en kunnen nergens naartoe, tenzij ze zich bereid verklaren terug te keren naar het land dat ze om veel redenen zijn ontvlucht. “Op Nauru zitten honderden kinderen vast zonder utizicht op een toekomst,” schrijft De Sandaard Dat leidt tot depressies en zelfmoordpogingen. ‘Sommige kinderen zitten er al zo lang dat ze niet langer praten of eten’, zei Daniel Webb van het Human Rights Law Center in Melbourne deze week aan de Washington Post.Tot zover het Australische succesverhaal.

De Wever haalde  nog een tovermiddel uit zijn hoed om de problemen van transmigratie op te lossen: Pak de migranten hun mobieltjes af. De keizer van Antwerpen ziet zich als “minister van binnenlandse zaken, van justitie en nog wat meer” merkte justitieminister Koen Geens sarcastisch op. Hij had eraan toe kunnen voegen dat de NVA-voorzitter zich ook met de wetgevende macht lijkt te vereenzelvigen. Maar een nieuwe wet is blijkbaar niet nodig om de migranten te pesten: nu al klagen tientallen van hen dat de politie hun mobieltje afpakt: de levenslijn in hun precaire omstandigheden. Daar blijft het overigens niet bij: getuigenissen over hondenbeten, verwondingen en agressief gedrag door politiemensen zijn schering en inslag. Niets van dat alles zal wanhopige mensen ervan weerhouden om in of via België een menswaardig bestaan te zoeken. Volgens professor Mirjam van Reisen, voorzitter van het adviesorgaan Europe External Policy Advisors, werkt het afpakken van smartphones om mensensmokkel te stoppen zelfs volledig averechts: “Om mensenhandelnetwerken in kaart te brengen, heb je het vertrouwen nodig van de slachtoffers” zegt ze tegen Apache (maar dat is dan weer een “lasterlijk medium” volgens De Wever).5

In dit gebouw zou een islamitische school moeten komen. Niet als het van de NVA afhangt.

Tenslotte is er de controverse over het voornemen van de organisatie Milli Görüs om een islamitische school op te richten in Genk. Volgens De Wever is Milli Görüs een gevaar voor de democratie. De Duitse veiligheidsdiensten zien “banden met de Sharia, het verheerlijken van terreur en het salafisme” beweerde De Wever in Terzake. Alweer volgens De Standaard blijken die Duitse Veiligheidsdiensten een veel genuanceerder beeld te hebben van de organisatie die overigens haar banden met Turkije wil versoepelen. De Standaard: ‘De leden van de organisatie mogen niet meer in hun geheel tot het extremistisch milieu gerekend worden’, staat in rapporten van de federale (Duitse – jd) inlichtingendienst.’ De alarmkreten van Demir en De Wever zijn dus op zijn minst voorbarig maar passen perfect in de strategie van de angst waarmee de NVA op electoraal succes rekent: angst voor de islam, angst voor migranten, angst voor de drugsmaffia, angst dat uw kinderen geen fatsoenlijk onderwijs zullen krijgen, angst voor Borgerhout, angst voor de Turnhoutse Baan – de lijst is eindeloos. Om de angst op te poken zijn alle middelen goed, inclusief platte leugens en demagogie.

 

1 Zie Knack 12-01-2017 “Factcheck: bracht Merkel met ‘Wir schaffen das’ de vluchtelingenstroom op gang”

2 Zie: https://salonvansisyphus.wordpress.com/2018/09/06/chemnitz-het-lelijke-gezicht-van-duitsland/

3 De Standaard 21-09-2018 Factcheck ‘De opvangkampen zijn leeg’

4 Ibid

6 De Standaard 22-09-2018 Bart De Wever in Terzake: ‘Volgens de Duitse veiligheidsdiensten doet Milli Görüs zich gematigd voor, maar is ze tegen de westerse waarden’

September 22, 2018 at 5:47 pm 4 comments

VERDEELD DUITSLAND

Topvoetballer Mesut Özil heeft in Duitsland over migratie en integratie een debat uitgelokt dat tot vandaag in de media, op kantoor, in de huiskamer en in de Stammkneipe blijft nazinderen. “Ik ben Duitser als we winnen, maar ik ben een immigrant als we verliezen,” zei Özil een paar weken geleden en wakkerde daarmee de controverse aan die al eerder was ontstaan door een foto waarop de voetballer te zien was in het gezelschap van de Turkse leider Erdogan. De mediastorm die daarop volgde deed veel Duitsers van Turkse of andere buitenlandse origine zich afvragen of ze na twee-drie generaties echt wel zo goed geïntegreerd zijn en als Duitsers aanvaard worden als ze tot nu toe dachten. Özil zelf zei vaarwel tegen de Mannschaft, die het ook al hard te verduren kreeg na de bedroevende prestatie op het wereldkampioenschap. Maar – zo schreef Der Spiegel – 58% van de Duitsers vinden niet dat Özil respectloos of racistisch behandeld werd en slechts 27% betreurt dat hij uit de nationale ploeg is verdwenen.

Özil met Erdogan. De foto deed een verhit debat losbarsten.

Het Özildebat komt bovenop de scherpe Duitse verdeeldheid over de migratieproblematiek. Ook in Duitsland worden de grenzen van het fatsoen voortdurend opgeschoven, ook in Duitsland wordt extreem-rechts en racistisch taalgebruik mainstream. Woorden die ons bekend in de oren klinken of hun Duitse variant worden bij onze Oosterburen steeds vaker in de mond genomen: “asieltoerisme,” “open-grenzenlobby” (“Anti-Abschiebe-Industrie.”), “Gutmenschen.” In talkshows worden moslims steevast geassocieerd met bedreiging of criminaliteit en op een Pegidabetoging in Dresden werden migranten uitgenodigd te “verzuipen” (“Absaufen.”)

Aan de andere kant van het spectrum heb je iemand als kardinaal Reinhard Marx die de christendemocraten Seehofer en Söder de mantel uitveegt wegens hun ruk naar rechts en hun populistisch taalgebruik. De stem van Marx, aartsbisschop van München en voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie, heeft gewicht in een land waar de christendemocratie nog altijd de dienst uitmaakt. Maar juist een partij die het woord “christelijk`’ in haar titel voert heeft volgens Marx bijzondere verplichtingen ten aanzien van de armen en de onderdrukten en dus ook van mensen die op de vlucht zijn voor armoede en vervolging. Dat spoort volgens de bisschop helemaal niet met de richting die CDU maar vooral de Beierse zusterpartij CSU uitgaat. Zo laakte de bisschop minister van binnenlandse zaken Horst Seehofer, die er prat op ging dat hij zijn 69e verjaardag had gevierd door 69 uitwijzingen te ondertekenen. “Hoogst ongepast” vindt de bisschop. En dat de Beierse minister-president Markus Söder het woord “Asieltoerisme” in de mond neemt kan Marx evenmin smaken. “Nationalist zijn en katholiek zijn dat gaat niet samen,” stelde de aartsbisschop zonder omwegen in een interview met het weekblad Die Zeit. Kom daar eens om bij onze zwijgzame bisschoppen die vooral de kool en de geit willen sparen.

Kardinaal Reinhard Marx: “Nationalist zijn en katholiek zijn dat gaat niet samen.”

Kardinaal Marx is niet de enige die door gevoelens van solidariteit en medeleven wordt bewogen. Volgens een enquête in opdracht van het ministerie voor gezinszaken engageren zich nu nog 20% van alle Duitsers met een of andere vorm van hulp aan vluchtelingen: financieel, met materiële hulp of met bijvoorbeeld taalondericht. Sedert 2015 was zowat de helft van de bevolking op een of andere manier bij de hulpverlening betrokken. Maar in een klimaat van angst en haat dreigt deze spontane stroom aan hulpverleners op te drogen. Ook economisch kan het kerende tij in Duitsland zware gevolgen hebben. In Der Spiegel maakt een vrouwelijke bedrijfsleider zich grote zorgen omdat van de twaalf immigranten die ze als werknemer heeft aangenomen de helft met uitwijzing wordt bedreigd. Meer dan 100 ondernemingen ijveren nu met een initiatief voor de legalisatie van hun vluchtelingen-werknemers.

Joe Kaeser, de baas van Siemens, het grootste Duitse industrie-en technologiebedrijf, is bezorgd om de toenemende verruwing van het debat. Toen Alice Weidel, de fractievoorzitster van de extreem-rechtse AfD het in de Bondsdag had over “hoofddoekmeisjes” en “mesmannen” antwoordde Kaeser op twitter: “Liever hoofddoekmeisjes dan Bund deutscher Mädel 1. Met zulke woorden beschadigt mevrouw Weidel het aanzien van ons land in de wereld, daar waar de voornaamste bron van de Duitse welvaart ligt.” Dat een industriemagnaat als Kaeser de parallel trekt tussen de Bondsrepubliek en de Nazitijd is hoogst uitzonderlijk. Maar ook toen, zo betoogde Kaeser in München, hebben teveel mensen te lang gezwegen. Zijn oom is in Dachau vermoord omdat hij weigerde aan te sluiten bij de Hitlerjugend.

Dat extreem-rechts nu in de Bondsdag zit is één ding, erger wellicht is dat partijen die tot het democratische centrum worden gerekend meer en meer in die richting opschuiven. Zoals bij ons figuren als Hendrik Bogaert of Gwendolyn Rutten het taalgebruik en ideeën van extreemrechts salonfähig maken, zo gaan Duitse christendemocraten en liberalen de populistische rand opzoeken. Of zoals een Duitse zakenvrouw van Turkse origine het in Der Spiegel verwoordt: “Met elk succes van de populisten laten de democratische partijen zich aan de neusring door de manege slepen. Dat kost hun alleen maar stemmen want wie volks-nationalistisch ingesteld is kiest voor het origineel en niet voor het afgietsel.”

Markus Söder, minister-president van Beieren (CSU)

De peilingen lijken haar gelijk te geven: de almachtige CSU met Markus Söder aan het hoofd van de regering in Beieren stevent in de Landsdagverkiezingen van 14 oktober aanstaande op een historische nederlaag af. De harde taal van Söder levert niet hem maar de concurrentie op rechts stemmen op. In de peilingen komt de AfD nu op de derde plaats, maar de grote winnaars lijken de Groenen te worden die met de 33-jarige Katharina Schulze een stemmenkanon in huis hebben. Daarom wordt nu al openlijk gespeculeerd over een “Groen-zwarte” coalitie in Beieren en wellicht met dat vooruitzicht matigt Söder in de campagne zijn anti-immigratierethoriek. Maar in de jongste geschiedenis hebben de verkiezingen in de Duitse deelstaten alleen dit gemeen: alle peilingen zaten glad verkeerd.

Johan Depoortere

1De vrouwenorganisatie van de Nazis

August 17, 2018 at 11:22 am 2 comments

LINKS, RECHTS, TRUMP, VOORUIT!

Goya: Als de rede slaapt

Door Tom Ronse

Veronderstel dat een linkse militant in 1978 in een diepe slaap werd gedompeld en pas veertig jaar later wakker werd. “Wie is er nu president van Amerika?”, is een van zijn eerste vragen en met een diepe zucht antwoord je: “Trump”.

En wat doet die ? ”

Hij neemt protectionistische maatregelen waar de vakbonden al lang voor pleiten. Hij stelt het nut van de NATO in vraag en zoekt toenadering tot Rusland en verzoening met Noord-Korea. Hij heeft een boon voor de Russische leider, een ex-KGB-er. Hij veroordeelt de militaire politiek van zijn voorgangers en noemt de invasie van Irak “een domme vergissing”. Hij valt uit tegen de FBI en de CIA. Hij vecht tegen wat hij “de diepe staat” noemt, de gevestigde machten die zijn verkiezing volgens hem ongedaan willen maken.”

De militant uit 1978 straalt. “Fantastisch!”, zegt hij, “Is hij een kommunist? Of op zijn minst een socialist?”

Hij is wellicht de meest rechtse president die Amerika ooit heeft gehad.”

De militant schudt zijn hoofd. “Dit zijn vreemde tijden”, zegt hij verbijsterd. En daarin kun je hem geen ongelijk geven.

Wat maakt hem dan zo rechts?” wil hij weten.

Het is niet alleen zijn politiek. Hij geeft de rijken belastingscadeaus, valt de milieubescherming, de gezondheidszorg en de sociale voorzieningen aan, benoemt konservatieve rechters, maar dat is klassiek rechts, daarin onderscheidt hij zich niet van zijn voorgangers. Wat hem anders maakt is dat hij in zijn hart een fascist is.”

Is de VS een fascistisch land geworden?” vraagt de militant verschrikt.

Nee. Maar als de president zijn gang kon gaan…

Hij vertoont veel gelijkenissen met de fascistische leiders van de vorige eeuw. Hij is een charismatische bullebak. Hij is een narcist, wilt voortdurend in het middelpunt van de belangstelling staan, en eist van zijn medewerkers blinde gehoorzaamheid. Hij heeft propagandisten op radio en tv die de cultus rond zijn persoon aanblazen. Hij geeft het volk een zondebok, in casu de immigranten. Hij wakkert haat en wraaklust aan. Hij is een hypernationalist. Hij marchandeert in samenzweringstheorieen. Hij is medogenloos. Hij misprijst vrouwen, anders gekleurden en journalisten. Hij scheldt, hij schreeuwt, hij bluft, hij liegt. En hij doet dat allemaal schaamteloos. Zijn speechen zijn vaak een aaneenrijging van demonstreerbare leugens maar elke kritiek is als water op een eend; hij blijft zijn leugens herhalen tot ze voor zijn gelovigen feiten worden en al de rest “fake news” is.

Durf en schaamteloosheid zijn cruciale factors in het sukses van een fascistoide leider. Zo ontreddert hij zijn tegenstanders, zet hen op het verkeerde been, en brengt hij zijn aanhangers in verrukking.

Trump, Erdogan, Orban, Duterte, etcetera… wat betekent die opmars van politieke leiders met fascistoide trekken in demokratische staten? Ze zijn geen dictators die erop gebeten zijn om de parlementaire demokratie zo snel mogelijk op te heffen. Integendeel, ze spelen het verkiezingsspel met groot enthousiasme. De democratie lijkt eerder een instrument voor hen dan een obstakel (bovendien zitten de demokratische spelregels in de VS zo in elkaar dat je, zoals Trump, kunt verliezen en toch winnen).

Fascistoide leiders onderscheiden zich van andere politici in hun cultivering van een mythisch verleden. “Make America great again”. In dat mythisch verleden was er rust, orde, zekerheid. Je had vast werk. Je hoefde je als blanke Amerikaanse man nergens voor te schamen. Fascistoide leiders mikken op de emoties, eerder dan op het verstand. Op verlangens, op frustraties, op de nood aan zekerheid.

Je kunt het ironisch of voorspelbaar noemen maar ze doen de onzekerheid juist nog toenemen. Verdragen worden opgezegd. Allianties in vraag gesteld. Partners bedreigd. Alles staat op losse schroeven. Nieuwe breuklijnen verschijnen.

Die breuklijnen lopen niet meer simpelweg tussen links en rechts. Ook binnen de partijen woedt een strijd. Zelfs in de Republikeinse partij en in Trumps regering. De partij volgt hem wel als het over belastingsvermindering, meer geld voor het Pentagon en afschaffing van milieuregels gaat. Maar ze is ook traditioneel pro-globalisering en anti-Rusland. Trumps protectionisme, zijn bromance met Poetin en zijn harde aanpak van immigranten gaan voor velen in zijn eigen partij te ver.

Wat Trump nodig heeft, als fascistoide leider, is een fascistoide partij die hem op handen draagt en door dik en dun verdedigt. Daarom is hij de eerste Amerikaanse president die breekt met de traditie dat de president geen kandidaat steunt in de voorverkiezingen van zijn eigen partij. Trump doet dat wel omdat hij de Republikeinse partij wil veroveren. Hij steunt trumpisten soms tegen de kandidaten van de lokale partijleiders in. Anderzijds hebben de Koch broers, pro-globalisten en de grootste geldschieters van de Republikeinen, aangekondigd dat ze 400 miljoen dollar willen besteden om anti-trumpisten te steunen. The game is on.

Inzake de Kongresverkiezingen in november wordt vooral gespeculeerd over de vraag of de Demokraten erin zullen slagen een of beide kamers te heroveren. Maar de vraag welke soort Republikeinen verkozen wordt is misschien even belangrijk voor de tweede helft van Trumps ambtstermijn.

Trump heeft de wind in de zeilen omdat de Amerikaanse ekonomie lekker lijkt te draaien. Maar volgens Ben Bernanke, oud-voorzitter van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, valt de wereldekonomie in 2020 van een klif. Dat is het jaar waarin Trump kandidaat zal zijn om zichzelf op te volgen. Meer dan ooit zal hij een zondebok nodig hebben.

August 13, 2018 at 9:38 pm 4 comments

NOT OUR AMERICA!

Honderdduizenden Amerikanen hebben dit weekend betoogd tegen het wreedaardige immigratiebeleid van de Trump-regering. Onder meer in New York. Jacqueline Goossens was erbij. In de foto-reportage hieronder besteedt ze vooral aandacht aan de zelfgemaakte borden van de demonstranten die de heftigheid van de emoties illustreren. Mocht u zich afvragen waar “ICE” op slaat: dat is de immigratiepolitie (“Immigration and Customs Enforcement”).






July 2, 2018 at 5:54 am 1 comment

OPEN GRENZEN!

Tom Ronse

Niemand, ook niet ter linkerzijde, pleit voor open grenzen, lees ik herhaaldelijk in reacties op Bart De Wevers beruchte opiniestuk over migratie. “Misschien dat u hier of daar nog een overjaarse anarchist kan opduikelen maar dat is het dan ook”, aldus Louis Tobback in De Morgen. Noem me een overjaarse anarchist zo u wil maar hier volgt een dissonante noot in dat eenstemmig koor. Een pleidooi voor, onder meer,  open grenzen.

De Wever verwijt links hypocrisie maar hij is zelf hypocriet. Hij beroept zich op de ‘gouden regel’  -behandel je naaste zoals je zelf zou willen behandeld worden- maar voegt er snel aan toe: “Maar hoe nabij moet die naaste zijn?” Hij beweert “oprecht moreel mededogen” te voelen maar … ‘grenzen bakenen onze impliciete solidariteit af’. Mededogen dat stopt aan de grens is een pleidooi om mensen die vluchten voor oorlog en honger te laten verdrinken in de zee en op te sluiten in kampen en gevangenissen zoals nu al volop gebeurt. Het is helemaal geen mededogen. Barts vriendin heet Tina, kort voor “There is no alternative”.  Het verhaal: de harde Francken-politiek is de enige mogelijke, anders ontstaat er een aanzuigeffect dat ons zal overrompelen, dat chaos en sociale afbraak zal veroorzaken. Intussen helpt zijn partij de sociale afbraak organizeren. Uit mededogen met onze eigen landgenoten  ongetwijfeld.

Links replikeert dat er een gulden tussenweg is tussen het cynisch standpunt van De Wever en het utopisch lijkende idee van ‘open grenzen’. Volgens links is er wel degelijk financiële ruimte om een meer sociaal beleid te voeren, om vluchtelingen een menswaardige opvang te geven. Het aanzuigeffect kunnen we bestrijden door  de economische  ontwikkeling te bevorderen in de landen waar de migranten uit wegvluchten, door informatiecampagnes om hen te overtuigen dat hen hier ook alleen maar ellende wacht en door een buitenlands beleid te voeren dat oorlog ontmoedigt in plaats van zoveel mogelijk wapens te proberen verkopen en bommenwerpers naar het Midden Oosten te sturen.

Maar links maakt het er zich al te gemakkelijk van af. Laat ons iets verder kijken dan onze neus lang is naar de trends die de evolutie van de wereld bepalen en dus ook de kontekst van het debat over migratie.

 

Perfect storm

Ten eerste: automatisering. Die dient om arbeidstijd uit te sparen. Het kan dan ook niet anders dan dat veel arbeidspotentieel overbodig wordt. De informatica-omwenteling  integreert en stoot uit. Alles wordt deel van de globale markt, wat we consumeren is het product van een global assembly line. Tegelijk is er een uitstotingsproces: de global assembly line wordt steeds automatischer, steeds efficienter. Miljoenen worden ‘nutteloos’ en hebben niet langer een pre-kapitalistische economie om op terug te vallen. Dit is nu al de realiteit in vele landen in de periferie waar de effectieve werkloosheid meer dan 50 % bedraagt. Wat niet wil zeggen dat die al werklozen niet werken. Als je tien uur per dag aan een kruispunt snoep en sigaretten staat te verkopen heb je ook een zware werkdag.

Ten tweede: een nieuwe, diepe recessie is hoogstens enkele jaren ver. De schuldenberg zal blijven groeien. In het Engels zeggen we: they kicked the can down the road. Ze schopten het blik wat verder de straat op en deden alsof het weg was. De schulden groeien omdat er, globaal genomen, niet genoeg winst wordt gemaakt. Winstpotentieel bepaalt in onze maatschappij wat geproduceerd wordt. De schuldengroei is nodig om de boel draaiend te houden, om de winstmarge te onderstutten. Daarom hebben de financiële autoriteiten op de great recession van 2008 –die zelf door schuldenlast in gang werd getrapt-  gereageerd door vele biljoenen dollars, euros, yens, RMBs, etc. in de banken en grote bedrijven te pompen en door de rentevoet tot bijna nul te duwen. Dat laatste was een cruciale factor in de huidige heropleving (de zwakste weliswaar sinds de tweede wereldoorlog)  want de lage rentekost maakt krediet bijna gratis. Niet voor iedereen natuurlijk.  Maar rijken konden makkelijk rijker worden door spotgoedkoop geleend geld in de beurs te investeren. De regel – lage rente voor de rijken maar hoge rente voor de armen- is logisch, aangezien lenen aan armen een groter risico inhoudt. Dat geldt zowel voor individuen als voor landen. Het is dus ook logisch dat de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. En dat landen een harde concurrentiestrijd moeten voeren om kapitaal aan te trekken, door hun sociale lasten te verminderen en fiscale premies te geven.

Maar onvermijdelijk komt ook de lage rente van de rijken onder druk te staan.  De spanning tussen de groeiende schuldverplichtingen en de dalende winstverwachting maakt dan een nieuwe inzinking onvermijdelijk.  Omdat de schuldenlast van bedrijven en regeringen nu veel groter is dan in 2008 zal de recessie wellicht dieper zijn.  Hoe ver de kettingreactie van failissementen zal gaan valt moeilijk te voorspellen. Maar zeker is dat, op alle markten, de zwakste concurrenten de hardste klappen zullen krijgen.

Ten derde: klimaatrampen zullen toenemen. Er iets wezenlijks aan doen kost te veel, dat wil zeggen, het is niet winstgevend. Aangezien de economie op winst en concurrentie gebaseerd is, kunnen we niets meer verwachten dan holle verdragen, en windmolens, zonnepanelen en electrische auto’s als pleisters op een etterend been. We weten heel goed dat een drastische globale verandering in productie en consumptie nodig is om te voorkomen dat de levens van miljoenen door klimaatverstoring zullen ontwricht worden maar we kunnen enkel handenwringend toekijken terwijl het drama zich ontvouwt.

Ten vierde: oorlogen zullen niet verdwijnen, integendeel. De ontwrichting, veroorzaakt door economische krisis en klimaatrampen,  schept opportuniteiten voor kleine en grote imperialisten, voor kriminelen, voor war lords en grootmachten. Droogte en overstromingen doen conflicten ontstaan over schaarse middelen.  Massale werkloosheid zorgt voor een overvloedig aanbod van kanonnenvlees.

 

Neem die vier factoren samen en je hebt het recept voor een perfect storm. Een storm die ook in de rijkere landen tot sociale afbraak zal leiden (om de winstmarge te onderstutten, om kapitaalvlucht tegen te gaan) en in de armere landen miljoenen zal doen vluchten. De gelijktijdigheid van de stijgende verarming en de komst van steeds meer migranten zal door rechts worden aangegrepen om het eerste voor te stellen als het gevolg van het tweede. Door het tweede te bestrijden zal men niet alleen de indruk wekken dat men iets doet aan het eerste maar ook kiezers  paaien die voor hun ontevredenheid een zondebok zoeken. Links, zo mogen we hopen, zal dat cynische spel niet meespelen. Maar het zal ook duidelijk worden dat links inderdaad geen alternatief heeft. Linkse regeringen zullen net als rechtse de sociale uitgaven verlagen en hardere maatregelen nemen om migranten buiten houden. Misschien minder extreem, meer druppels plengend op de gloeiende plaat, maar het verschil zal vooral rethorisch zijn. Kijk naar de linkse Syriza-regering in Griekenland, die doet in wezen niets anders dan de rechtse regering die haar voorafging: de bevelen van de kapitaalbezitters uitvoeren.

In Bart De Wevers opiniestuk krijg je de indruk dat die storm nu al woedt. In de filmversie stel ik me Bart voor, rechtstaande in reddingsboot “De Natiestaat”, met zijn roeispaan kloppend op de vingers van de drenkelingen die zich aan de bootrand vastklampen.  Links probeert hem in te tomen, bewerend dat er nog wel degelijk plaats is in de boot. Maar er zijn zoveel drenkelingen… de triage wordt steeds moeilijker. Geen van beiden vraagt zich af wat de storm veroorzaakt.

We zijn eraan gewend dat de economie, net als het klimaat, wordt voorgesteld als een kracht die ons van buitenaf overkomt. Die we wel kunnen proberen manipuleren maar waar we uiteindelijk aan onderworpen zijn. Dat bakent de politieke ruimte af, dat zet de parameters neer van het debat tussen links en rechts. We kunnen slechts doen wat de economie mogelijk maakt om te doen.  Als het slecht gaat, met de economie of het klimaat, kunnen we niets anders dan schuilen, wachten tot het overwaait en een traan plengen voor diegenen die geen schuilplaats vinden. We vergeten dat de economie door mensen wordt gemaakt en door mensen kan worden veranderd. Dat mensen kunnen beslissen om de economie te onderwerpen aan hun noden, in plaats van hun noden te onderwerpen aan de archaische spelregels van de economie. De sociaal-democratische opiumpijp fluistert dat we allebei tegelijk kunnen doen.

 

De fundamentele Tina

Dat is de kern van de zaak: de perceptie dat de huidige manier om aan de menselijke noden tegemoet te komen, de enige mogelijke is. Dat productie en consumptie wel moeten steunen op kopen en verkopen van arbeidstijd en van al de rest. Dat het hoofddoel van de maatschappij niets anders kan zijn dan kapitaal doen groeien, ongeacht de gevolgen voor het welzijn van de mensheid.  Want dat gedrag is ingebakken in de menselijke natuur, zoals  Adam Smith beweerde. Ook al is de door de markt georganiseerde economie nog maar enkele honderden jaren oud en ontstond ze slechts op één subcontinent, toch lijkt ze voor de eewigheid bestemd. Volgens Francis Fukoyama hebben we “het einde van de geschiedenis” bereikt.  Vanaf nu zijn enkel variaties op het vaste thema mogelijk.  Buiten dit kader is er niets, behalve  onefficiente  staatskapitalistische dictatuur. Dat is de ‘Tina’ waar rechts en links voor buigen. De gevolgen moeten we aanvaarden als  “het nieuwe normaal”, ook als een groot deel van de wereld erdoor dreigt te vergaan.

Een onbevooroordeelde buitenaardse bezoeker die onze wereld zou verkennen, zou ons gek verklaren. Hij zou het absurd vinden dat bij ons 81,2 procent van het globale inkomen naar de rijkste 20 procent van de bevolking gaat terwijl de armste 40 procent het met 3,8 procent moet stellen. En dat de rijkste één procent, wiens inkomen even groot is als dat van de armste 53 procent (3,5 miljard mensen), zij die meer bezitten dan wat ze in duizenden jaren zouden kunnen uitgeven, koortsachtig blijven streven naar meer bezit. En dat wij geloven dat die pathologische bezitsdrang noodzakelijk is om de maatschappij in stand te houden.

Hij zou niet begrijpen dat we onze ecologie kapot maken, dat we weten dat we het doen maar niet kunnen stoppen.

Hij zou onbeschrijfelijk veel pijn in onze wereld aantreffen en wat zijn hart zou breken is dat zoveel van die pijn vermijdbaar is.  Dat miljoenen omkomen door geneesbare ziekten, dat miljoenen van honger vergaan terwijl we gigantische hoeveelheden voedsel weggooien, dat miljarden in slums wonen terwijl wij, in plaats van hen huisvesting te geven, steeds meer wapens maken en hele steden verwoesten, dat bij ons de enen zich moeten kapot werken en de anderen gedwongen worden tot niets doen, dat onze economie met overproductie kampt terwijl de ongelenigde noden zo groot zijn…

En de enige uitleg die we hem zouden geven is alweer Tina, there is no alternative, iets anders kunnen we ons niet voorstellen.

 

Imagine

Een wereld zonder geld, zonder oorlogen, zonder criminaliteit, zonder honger, zonder grenzen, een wereld voor iedereen, dat tart de collectieve verbeelding. Alleen Tobbacks overjaarse anarchist gelooft dat het kan. En John Lennon, wiens anthem “Imagine” nog vaak gespeeld wordt. Maar misschien luistert men niet goed naar de tekst:

Imagine there’s no countries
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion, too
Imagine all the people
Living life in peace…

Imagine no possessions
I wonder if you can
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Imagine all the people
Sharing all the world…

Is het echt onvoorstelbaar dat we samen, op lokaal en globaal vlak, zouden overleggen wat we maken en er voor zorgen dat niemand op aarde nog honger lijdt of verstoken blijft van ziektezorg, huisvesting en andere nodige voorzieningen, dat het natuurlijk milieu hersteld wordt, en dat we er een prioriteit van maken om produceren zo aangenaam mogelijk te maken?  Dat we dit kunnen zonder geld, zonder grenzen, zonder logge bureaucratie omdat mensen, bevrijd van de dwangbuis van geld verdienen en winst maken, een ongelooflijke creativiteit aan de dag zullen leggen? Dat vele miljoenen die nu hun bestaan als zinloos ervaren er heel veel zin in zullen krijgen?

Daar valt nog veel meer over te zeggen maar misschien heb je al hoofdschuddend geconcludeerd dat mijn visie radicaal, extremistisch  en utopisch is. Radicaal is ze zeker. Het woord komt, zoals Bart DW kan bevestigen, van het latijnse “radix”, wortel. Daar is het inderdaad waar het probleem zit, het volstaat niet om te proberen de rotte vruchten weg te snoeien. Extremistisch? Kijk om u heen: de extremisten zijn al aan de macht.  Utopisch? Is het niet eerder utopisch om te verwachten dat de huidige  maatschappijvorm zich eindeloos kan in stand houden, dat het zijn toenemende contradicties kan bllijven overleven?

Je mag me een dromer noemen, zong John Lennon.

 

But I’m not the only one
I hope someday you’ll join us
And the world will live as one

February 15, 2018 at 10:22 pm 6 comments

Older Posts


Categories

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 1,590 other followers