VECHT ISIS/Daish TEGEN SYKES-PICOT?

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

Arabische vrienden van mij denken dat Daish een uitvinding is van de Amerikanen, of minstens toch van Qatar, maar voor hen komt dit op het zelfde neer. Ze kunnen er niet bij dat moslims zo iets kunnen doen, ze verdringen het en spotten er mee. Wie Sykes en Picot zijn wordt in het stuk duidelijk.

door Lucas Catherine

Daish is nu wel het modewoord in het Arabisch en het gespreksonderwerp. U kent het als I.S.(is), de Islamitische Staat in Irak en Sham, Dawla islamiya fi Iraq wa al Sham en Sham is de klassieke Arabische naam voor de regio die wij nu kennen als Syrië, Libanon, Palestina/Israël, en neem er ook maar Jordanië bij. Dat is dus een naam die dateert van voor Sykes-Picot. Ook dat is een term die pas recent, na honderd jaar van weg geweest, bijna dagelijks in de media opduikt. Ik heb het nagetrokken in een krantenarchief dat terug gaat tot 1999. AFP schrijft op 13 december 2013 voor het eerst dat Isis de Sykes-Picot akkoorden wil teniet doen. Op 11 juni van dit jaar volgt Belga en twee dagen later De Standaard. De Morgen ontdekt Sykes-Picot pas op 1 juli.

Quod Sykes-Picot?

Eigenlijk zou men die akkoorden moeten herdenken in het kader van 100 jaar eerste wereldoorlog, want in de lente van 1916 kwamen de geallieerden voor het eerst bijeen om te bespreken hoe ze het Ottomaanse Rijk, na zijn nederlaag zouden opdelen. Na enkele vergaderingen en uitwisselen van diplomatieke nota’s werden de akkoorden opgesteld door Sir Mark Sykes, Georges Picot en de Tsaristische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Sazonov. Officieel heette dat toen The Anglo-Franco Russian Agreement (April-May 1916).

Waarom Sazonov nu vergeten is wordt direct duidelijk. De drie besloten de buit als volgt te verdelen: Frankrijk zou het grootste deel van Syrië krijgen, een deel van zuid Anatolië en Mosul in noord Irak. Engeland het grootste deel van Irak. Rusland zou Oost-Anatolië annexeren (het grensgebied langs de Russisch-Turkse grens), en omdat het kloosters en scholen had in Nazaret, Nabloes, Hebron en Jeruzalem claimde het ook Palestina. Maar dat laatste stonden de Britten niet toe. Daarom zou Palestina internationaal worden, maar met Russische invloed. En toen kwam de Russische Revolutie en de Bolshevieken zagen om evident ideologische redenen af van nieuw koloniaal gebied, meer nog ze maakten de akkoorden publiek en de kaart moest hertekend worden tot wat we nu kennen als Syrië, Irak, Libanon, Israël en Jordanië.

Sykes-Picot kaart

Sykes-Picot kaart

En nu wil IS dus die grenzen wegvagen. Dat kan en mag niet, dat ‘destabiliseert’ de regio, krijgt iedereen te horen die koloniale grenzen wil wegvagen in Afrika, Azië of elders en krijgt dan met de oude kolonisatoren te doen. Kijk maar naar de Arabische nationalisten en socialisten zoals Nasser die de grenzen wilden laten wegsmelten tot één Arabische staat. Ze werden met alle mogelijke middelen bestreden. Alhoewel, nu wordt er blijkbaar een uitzondering gemaakt, want als er een beweging is die Sykes-Picot van direct na WO I in vraag heeft gesteld dan is het wel het Koerdisch nationalisme dat strijdt voor een land dat zich zou moeten uitstrekken over grote delen van Irak, Syrië, Turkije en Azerbaidjan (ex-Sovietunie). Als de alliantie tegen IS nu de Koerden bewapent en inzet in de strijd dan steunen ze de groep die al het langst en het hevigst Sykes-Picot in vraag heeft gesteld. Maar zoals een Franse president zei: Et Alors…

En dan… wat ik mij afvraag is : las Abu Bakr al Baghdadi linkse literatuur?

Eerst iets over die man zijn naam. Met zo’n naam wordt je niet geboren. Hij heet eigenlijk Ibrahim Awwad Ibrahim Ali al-Badri al-Samarrai. Dat laatste is een bijnaam en betekent afkomstig uit Sammara, een Iraakse stad die tussen 836 en 892 hoofdstad was van de toenmalige khalief. Maar zijn nieuw gekozen naam vertelt meer. Abu Bakr al Baghdadi al-Husseini al-Quraishi. Hij wordt nu de man van Baghdad en Baghdad is natuurlijk veel bekender als khaliefen-hoofdstad dan Samarra. Zijn nieuw gekozen voornaam Abu Bakr is erg symbolisch. Abu Bakr was namelijk de eerste khalief die de profeet Mohamed heeft opgevolgd. Wanneer hij zich ook al Husseini noemt beweert hij hiermee af te stammen van de profeet Mohammed die enkel kleinzonen had via zijn schoonzoon Hussein en de Quraishi is dan weer de stam van de profeet. Liegen als een ketter zeiden ze vroeger.

de echte Abu Bakr

de echte Abu Bakr

De man werd in 1971 geboren, maar desondanks verdenk ik hem ervan gauchistische lectuur uit de jaren 1960-1970 te hebben gelezen. Misschien was zijn vader een linkse rakker van de Baath-partij met nogal wat guerilla-handboeken in zijn bibliotheek zoals die van Guevara of Vo Nguyen Giap, en dat hij die heeft gelezen. Ik verklaar mij nader. De rivaliteit om de efficiënste militaire beweging gaat nu tussen aanhangers van Al Qaida (in Syrië Jabhat al Nusra) en Dawla Islamiya, I.S. Als we de ideologie even weglaten en enkel kijken naar lange termijn strategie dan gaat het om twee tendensen. Er zijn zij die denken dat ze vanuit een klein commandocentrum (de letterlijke betekenis van Qaida) de oorlog moeten beginnen en zij die eerst een ‘bevrijd’ in dit geval ‘islamitisch’ gebied willen uitbouwen en van daaruit dan steeds verder uitzwermen. De al Qaida-strategie komt dan sterk overeen met die van Carlos Marighella (Pequeño manual de Guerilla Urbano, 1970) of nog meer met de foco-theorie die Che Guevara uiteenzet in zijn Guerra de Guerrilla (1961). Foco, letterlijk brandhaard, staat ook voor een klein centrum van strijders (honderd man volstaan om te beginnen schrijft Guevara) en is dus het equivalent van het Arabische begrip al qaida. En dan is er IS dat zich zelf niet alleen omschrijft als een staat, maar ook effectief zo’n staat uitbouwt en hier is dan de gelijkenis groot met de theorie van de Volksoorlog, eerst door Mao Ze Dong vanuit Yenan op China toegepast, later in Vietnam door Vo Nguyen Giap met zijn “Guerre du peuple, armée du peuple”. Giap is de man die de Franse kolonisator in Dien Bien Phu versloeg vanuit zijn bevrijde gebieden in Bac Bo (langsheen de Chinese en Laotiaanse grens) en in Nam Bo (langsheen de Cambodiaanse grens) en later de Amerikanen verdreef uit Zuid-Vietnam.

En daarom vraag ik mij af, wil al Baghdadi alleen maar Sykes-Picot te niet doen in het Midden-Oosten of wil hij meer? Hij gaf zelf het antwoord door de termen Iraq en Sham te laten vallen uit de naam van zijn organisatie, ze tot staat uit te roepen en zich zelf tot khalief aan te stellen.

Nu heb je twee mogelijkheden waarom hij zich khalief laat noemen: ofwel wil hij terug naar de tijd van de ‘rechtgeleide’ khaliefen (de vier opvolgers van Mohamed), waarvan de echte Abu Bakr de eerste was, maar ik denk dat hij daarnaast ook heimwee heeft naar de laatste khalief uit de geschiedenis, de Ottomaanse sultan Abdul Mejid die door Ataturk in 1924 werd afgezet. Of beter, heimwee naar dat Ottomaanse Rijk, waar trouwens ook de Turkse president Erdogan aan leidt. Dat Ottomaanse Rijk strekte zich ooit uit tot in Algerije. En wat zien we, daar heeft de lokale afdeling van al Qaida zich in september 2014 tot het nieuwe khalifaat bekeerd, nam een nieuwe naam aan, Jund al Khalifa (Leger van de Khalief) en opdat de media het zouden geweten hebben onthoofden zij hun eerste Europeaan, de Fransman Hervé Gourdel.

L4 Atjehers

Eind negentiende eeuw had Europa trouwens al enorme schrik van de toenmalige heropleving van het khalifaat. Het historische khalifaat was geëindigd in 935, maar de Ottomaanse sultans hadden het nieuw leven in geblazen. De Ottomaanse khalief Abdul Hamid ondersteunde eind negentiende eeuw verschillende anti-koloniale bewegingen. Dat ging van Tunis, dat in 1871 weer de oude banden met het Ottomaanse Rijk wilde herstellen tot in Atjeh (Indonesië), waar moslims oorlog voerden tegen de Nederlandse kolonisator, u herinnert het zich misschien nog van bij Multatuli. Toen noemde men dat geen terrorisme, de Sultan was immers een ‘bevriend’ staatshoofd, maar panislamisme. Europa kreeg toen een heilige schrik voor “de groote internationale met het groene vaandel” zoals Christiaan Snoeck Hurgronje, Nederlands islamdeskundige en koloniaal raadgever in Indonesië (1857-1936) het noemde. Misschien zouden onze analisten en specialisten er voordeel bij hebben om die Snouck Hurgronje, de peetvader van de islamologie uit de vergetelheid te halen en zijn boekje ‘Nederland en de Islam’ uit 1911 te herlezen. Of beter nog zijn boek De Atjehers (1894), over hoe je een moslim jihad kan neerslaan.
Ik zet mij in ieder geval aan het werk.

L5 Snouck_NEW Snouck Hurgronje in Mekka, 1885

oktober 1, 2014 at 11:54 am Een reactie plaatsen

GENIAAL EN SCHIZOFREEN

 

van Genk: Brooklyn Bridge, 1975

van Genk: Brooklyn Bridge, 1975

(klik op de beelden om ze groter te zien)

Tom Ronse

Een tentoonstelling van het werk van de ‘art brut’-kunstenaar Willem van Genk die vorige week opende in het American Museum of Folk Art heeft een grote weerklank gekregen in de New Yorkse kunstwereld. “Dit is een van de beste dingen die u deze herfst zult zien”, schreef The New York Times.  Dit sukses is een triomf voor het Gentse Dr. Guislain-museum dat het werk van van Genk sinds jaren chaperoneert en de expo mee organiseert.

Van Genk staat in Europa bekend als een van de grootste art brut-kunstenaars maar in de VS was hij tot nu toe vrij onbekend. Dit is zijn eerste overzicht-tentoonstelling in Amerika. “Het is opwindend om het kunstseizoen te beginnen met een diepgaande kennismaking met een buitengewone kunstenaar waar je nog nauwelijks van gehoord hebt”, schreef Roberta Smith, de doyenne van de NewYorkse kunstcritici, in The New York Times.

Het initiatief voor de expo kwam van het Guislain-museum. Het Gentse museum is in de eerste plaats gewijd aan de geschiedenis van de psychiatrie maar organiseert ook boeiende kunsttentoonstellingen. In zijn eigen collectie heeft van Genk de ereplaats. Daarnaast kreeg het museum ook de collecties van het (nu gesloten) Stadhofs-museum van Zwolle en de stichting Willem van Genk onder zijn hoede. Zo’n jaar geleden benaderde Guislain het Folk Art Museum met een voorstel voor de expo. Het New Yorkse museum reageerde enthousiast en maakte meteen ruimte in zijn programmatie.

van Genk: Keulen

van Genk: Keulen

De expo is het werk van drie tentoonstellingsmakers: Patrick Allegaert en Yoon Hee Lamot van het Guislain-museum en Valérie Rousseau van het Folk Art Museum. Het werk van van Genk werd gekoppeld aan dat van Ralph Fasanella, een New Yorkse outsider-kunstenaar die stilistisch verwant is aan van Genk.  Roberta Smith vond het “een briljante combinatie”.

Voor het Guislain-museum is het belangrijk dat de expo samenvalt met de uitreiking van de “Dr. Guislain Award” die dit jaar in New York plaatsgrijpt. Die prijs (50 000 dollar) wordt jaarlijks toegekend aan een persoon die een belangrijke bijdrage heeft geleverd in de strijd tegen de stigmatisering van psychiatrische patienten.  Zowel de Award als de van Genk-expo zijn gesponsord door Janssens Research & Development, een afdeling van de farmaceutische reus Johnson & Johnson.

Bijna tegelijk opent in Parijs een grote tentoonstelling waarin van Genk ook de hoofdrol speelt. Het Art Brut-museum Halle St. Pierre exposeert de Stadshof-collectie die door het Guislain-museum beheerd wordt. Het is jammer dat van Genk zijn internationale triomf niet meer heeft mogen meemaken. Hij stierf in 2005 op 78-jarige leeftijd. Zijn leven lang werd de Nederlander gekweld door psychische stoornissen die onder de noemer ‘schizofrenie’ vallen. Vele jaren bracht hij in instellingen door. Desondanks was hij artistiek onwaarschijnlijk productief. Hij heeft duizenden arbeidsintensieve werken nagelaten waarvan een groot deel in Gent terecht kwam.

van Genk:New York strip, 1973

van Genk:New York strip, 1973

De expo in New York geeft er een mooi overzicht van. Het sculpturaal werk bestaat uit trammetjes, gemaakt uit afvalmateriaal. Van Genk was geobsedeerd door transport. Dan is er werk dat vandaag ‘conceptueel’ zou genoemd worden: een collectie bewerkte regenjassen, voor van Genk een symbool van macht. Dat had te maken met een traumatische ervaring tijdens de tweede wereldoorlog. De kleine Willem werd toen ondervraagd en mishandeld door lang-gejaste nazi’s die op zoek waren naar zijn vader, een verzetstrijder. Maar het zijn vooral de tekeningen en schilderijen die indruk maken.  Ondanks de stilistische en thematische gelijkenissen met zijn mede-exposant Fasanella zijn er twee grote verschillen. Een is dat van Genk de betere kunstenaar is. Zijn gevoel voor kleur en compositie is subliem, zijn creatieve ingrepen zijn geniaal en gedurfd. Een ander is dat van Genk gekker was. Zijn schilderijen zijn worstelingen met zijn demonen, een gevecht van een weerloos individu tegen een verpletterende macht, een heroische poging om door kunst zin te geven aan de zondvloed van signalen die ons bestormen. Dat maakt zijn werk actueel. Je wandelt ervan weg met een gevoel van ontzag voor de complexiteit van de menselijke geest.

van Genk, great railroads of the world, 1970

van Genk, great railroads of the world, 1970

Willem van Genk: “Mind Traffic” en Ralph Fasanella: Lest We Forget” in het American Folk Art Museum, 2 Lincoln Square, New York, tot 30 november

“Sous le vent de l”art Brut: Collection De Stadshof” in Musée Halle Saint Pierre, 2 Rue Ronsard, Parijs, van 17 september tot 4 januari.

september 23, 2014 at 7:15 am Een reactie plaatsen

LITERA- EN ARCHITECTUUR HAND IN HAND

Huize Roelants met flitsende fietsers vooraan

Huize Roelants met flitsende fietsers vooraan

Architect Van Der Meeren was ‘potlood in hand’ van literaire
Mandarijn’

door Eric Bracke

Eind de jaren 1950 ging de socialistische architect Willy Van Der
Meeren doceren ‘bij de broedertjes’ van Sint-Lukas, ‘met De Standaard
als gazet en een les die begint met een mis in de kapel.’ De
modernistische grootmeester, die ijverde voor betaalbare woningen voor
iedereen, liet zich gelukkig niet inperken door ideologische grenzen.
In 1962 tekende hij de woning van de bekende katholieke schrijver en
museumconservator Maurice Roelants. De betonnen schelp op de Tomberg
in Sint-Martens-Lennik is een hoogtepunt uit de Belgische architectuur
en is samen met andere realisaties van Van Der Meeren in Lennik te
bezoeken.

Voor veel dorpelingen moet het een soort UFO geweest zijn, dat
betonnen gevaarte dat in de winter van 1962-1963 verrees op de nog
onbebouwde Tomberg. De bewoner keek er uit op de glooiende Brabantse velden en bossen. In de verte tekenden zich tegen het zwerk de Lennikse
kerkspitsen en de kantelen van ‘zijn’ kasteel van Gaasbeek af. ‘Het perceel
was op geen enkele manier omheind’, schrijft architectuurcriticus Mil De
Kooning in de publicatie *Willy Van Der Meeren en Maurice Roelants *die
over een paar weken verschijnt. ‘Roelants wilde niet een lap grond, maar
het ganse landschap bewonen. Aanvankelijk werd de tuin zelfs voor een deel als landbouwgrond gebruikt, zodat de ploegvoren soms tot vlak bij de woning werden getrokken.’

Mandarijn

De bewoner van deze moderne bunker was geen jonge beeldenstormer, maar een gepensioneerde ambtenaar en een beroemd schrijver. In 1927 had Maurice Roelants (1895, Gent-1966, Sint-Martens-Lennik) naam gemaakt met zijn debuutroman *Komen en gaan*, die door critici een mijlpaal in onze
literatuurgeschiedenis werd genoemd. De jonge schrijver introduceerde
zogezegd de psychologische roman in Vlaanderen, al komt die eer veeleer toe aan Willem Elsschot met *Villa des Roses* (1913). Amper drie jaar na *Komen en gaan,* en na de novelle *De Jazzspeler,* kreeg de auteur de
driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza.

Toch was schrijven voor Roelants niet het begin en het einde, naar eigen zeggen was hij meer een man van de actie. Hij gebruikte zijn reputatie van bekend schrijver, redacteur van literaire tijdschriften, jurylid van allerlei prijzen en journalist om deuren te openen en zelfs die van de paleizen gingen voor hem op een kier. In de herfst van zijn carrière wist hij als conservator van het kasteel van Gaasbeek de
Belgische en Nederlandse vorsten zover te krijgen dat ze hem op 1 juni 1960 met een bezoek vereerden. Bij zijn stukken voor *Het Laatste Nieuws* en diverse Nederlandse bladen valt zijn voorkeur op voor het zogenaamde
auto-interview, waarbij de journalist-criticus zijn eigen vragen
beantwoordde. In culturele gezelschappen ontpopte hij zich tot een
luidruchtige mandarijn en ‘arrangeur’ en wekte door zijn verstikkende
alomtegenwoordigheid de weerzin op van jonge schrijvers-publicisten als
Julien Weverbergh en Paul de Wispelaere. Maar met Herman Teirlinck, Richard Minne, Menno ter Braak en E. du Perron onderhield hij lange tijd oprechte vriendschapsbanden en ook de Brabantse schilders Jean Brusselmans, Edgard Tytgat en Hippolyte Daeye mocht hij tot zijn vrienden rekenen. Hij pakte ook graag uit met zijn amicale contacten met vooruitstrevende architecten. Allereerst Henry van de Velde en bij de volgende generatie ook Léon Stynen, Hugo Van Kuyck en Victor Bourgeois. Maar voor het huis op de Tomberg in Sint-Martens-Lennik koos hij uiteindelijk de jongere architect Willy Van Der Meeren (1923-2002)

Le Corbusier

Maurice Roelants heeft zich altijd ook een beetje een bouwmeester gevoeld.
Eerder had hij al twee woningen laten optrekken in het Brusselse en ook in
het kasteel van Gaasbeek zat hij niet stil (in het eerste huis, op de
Windberg in Wemmel, is later Johan Verminnen opgegroeid). Maar het was pas op zijn 67-ste dat hij samen met Van Der Meeren echt grenzen verlegde. Hij koos Van Der Meeren, die toen ook via radio en televisie bekendheid genoot, omdat hij in hem een volgeling van de Frans-Zwitserse grootmeester Le Corbusier zag. De *Modulor* van Le Corbusier, een menselijke schaal voor architectonische verhoudingen, is inderdaad te bespeuren in vele verwezenlijkingen van Van Der Meeren, zoals het zogenaamde CECA-huis (1954) een moderne, geprefabriceerde arbeiderswoning. Ook zijn eenvoudige meubels, waarvan sommige ontwerpen nu opnieuw op de markt zijn gebracht, beantwoorden tot op zekere hoogte aan de Modulor.

Bracke 2
Van Der Meeren was een socialistische architect, maar hij liet zich niet
inperken door religieuze of ideologische grenzen. Enkele jaren voor hij de
opdracht van Roelants aanvaardde, begon hij zelfs te doceren ‘bij de
broedertjes’ van Sint-Lukas, ‘met *De Standaard* als gazet en een les die
begint met een mis in de kapel

Opvallend is dat Van Der Meeren de verdienste voor de woning Roelants voor een groot stuk bij de schrijver zelf legt. Volgens de architect wist
Roelants zijn eisen ‘in korte zinnetjes’ te verwoorden, ‘als een
dicteermachine’. Als architect voelde hij zich ‘het potlood in zijn hand’.
‘Ik kwam tot een raar resultaat, een soort bunker met afgesneden segmenten en maakte hiervan een pover maketje in karton (…). Maurice vond het precies zijn tweede vel dat ik aan elkaar gebreid had.’ Van Der Meeren trok er zijn lessen uit en vroeg toekomstige bouwheren sindsdien om via een vragenlijst grondig na te denken over hun levensbehoeften.

Bracke 3

Bedreigde galerie

Mil De Kooning, die doctoreerde op Van Der Meeren en ook diens archieven
beheert, noemt het huis op de Tomberg ‘architectuur die gemaakt is op de
maat van het verlangen’. Samen met Ronny De Meyer, collega-professor aan de UGent, stelt hij een tentoonstelling samen over veertien realisaties van
Willy Van Der Meeren in de periode 1958-1985. Vijf gebouwen zijn in die
periode opgetrokken in Lennik. Een ervan is het complex Verhoeven: een
appartementsgebouw met drie winkels en een ondergrondse galerie. In die
ondergrondse galerie vindt straks de expositie plaats. ‘De complexe
opdracht Verhoeven is een onbekend gebleven, maar waardevol voorbeeld van integratie-architectuur in een historisch centrum’, zegt De Kooning. ‘Net als in de woningen zijn de door Van Der Meeren geconcipieerde interieurs en meubels zo goed als volledig bewaard. Uniek is ook dat Van Der Meeren voor sommige interieurs samenwerkte met Pieter De Bruyne. Jammer genoeg is het voortbestaan van de ondergrondse galerieruimte bedreigd. Er zijn condensatieproblemen en het wapeningsijzer in de betonnen balken ligt hier en daar bloot. De expositie op deze plaats is tegelijk een oproep om het gebouw te bewaren en te beschermen.’
Voor De Kooning is de expositie in Lennik een tussenstap naar een grote
expositie over Van Der Meeren in 1923, honderd jaar na diens geboorte.
Tegen die tijd wil hij ook een omvattend naslagwerk publiceren met
bijdragen van critici en historici uit binnen- en buitenland.

Bracke 4

De tentoonstelling in Galerij Verhoeven, Markt 2 te Lennik is voor
iedereen toegankelijk tot 19 oktober op zaterdag en zondag, van 10 tot 17 uur.
Ook de woning van schrijver Maurice Roelants , Oude Brusselsestraat 15,
Sint-Martens-Lennik is op Open Monumentendag te bezichtigen.

Foto bovenaan: Wim van Nueten
De andere foto’s: Archieven WVDM, coll. A & D 50

NOOT : Dit is de oorspronkelijke tekst van auteur Eric Bracke, ‘bewerkt’ verschenen in De Morgen van 10 september. Een eindredacteur die het woord ‘mandarijn’ niet kent en het daarom maar schrapt, is een nachtmerrie voor elke rechtgeaarde krantenman/vrouw. Om maar iets te noemen. (jc)

september 14, 2014 at 7:16 am Een reactie plaatsen

NA FIDEL

raul_and_fidel_castro_wait_for_pope

De gebroeders Castro

De Revolutie is niet meer wat ze gewest is. Fidel Castro, ontelbare malen door zijn vijanden dood verklaard, is nog steeds onder de levenden, maar voor Cuba is het post-Fideltijdperk al een poosje begonnen. Raúl, de andere Castro, heeft de touwtjes nog stevig in handen maar acht jaar na het terugtreden van Fidel is het revolutionaire eiland onmiskenbaar veranderd. Fidel Castro, die straks 88 wordt, leidt een teruggetrokken bestaan en de meningen zijn verdeeld over hoever zijn invloed nog reikt: staat hij op de rem voor de hervormingen van zijn broer of is ook hij tot het besef gekomen dat de “oude vormen en gedachten” niet langer houdbaar zijn? De hervormingen van Raúl zijn hoe dan ook onomkeerbaar en de vraag is alleen of ze de “Revolutie” zullen redden dan wel liquideren.

Beweging in Havana en Miami

Ook aan de andere kant van de Straat van Florida, in Miami, evolueren de geesten. Voor het eerst blijkt een meerderheid van Cubaans-Amerikanen voorstander te zijn van een opheffing van het halve eeuw oude embargo tegen het Caraïbische eiland. De zonen en dochters van de Cubanen die vijftig jaar geleden Cuba ontvluchtten zijn niet langer geobsedeerd door Fidel. Zij zien in het Cuba van vandaag vooral business opportunities en proberen – voorlopig vergeefs – de beleidsmakers in Washington tot een meer realistische koers te bewegen. Een kleine maar uiterst invloedrijke groep hardliners blijft zwaar wegen op de Cubapolitiek van de president en de hoogste Amerikaanse regeringskringen.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.30.35Cuba blijft in de Amerikaanse publieke opinie een hot topic, getuige de stroom boeken die over het eiland blijven verschijnen. Without Fidel van Ann Louise Bardach is rijk aan anekdotiek over Fidel en Raúl. Bardach maakte eerder naam met Cuba Confidential: Love and Vengeance in Miami and Havana (2002) over de gecompliceerde relaties tussen de twee Cubaanse hoofdsteden en vooral de krabbenmand van de Cubaanse gemeenschap in Miami en haar relatie met Washington.

Schermafbeelding 2014-09-03 om 10.39.12Marc Frank is één van de weinige Westerse journalisten die ook in Cuba wonen. Hij is de auteur van Cuban Revelations: Behind the Scenes in Havana, een journalistiek verslag van de recentste ontwikkelingen op Cuba. Frank woont al sinds 1990 in Havana en is met een Cubaanse getrouwd. Daardoor kent hij het dagelijks leven en de dagelijkse zorgen van de Cubanen zeer goed en hij schrijft met kritische sympathie over de Cubaanse Revolutie.

Fidel Castro en de Cubaanse Revolutie hebben tien Amerikaanse presidenten, talloze moordpogingen en het einde van de Sovjetunie overleefd. Internationaal staat Cuba vandaag minder geïsoleerd dan ooit. Bevriende regimes in Venezuela, Brazilië, Ecuador en Nicaragua hebben de vroegere paria weer geïntroduceerd in inter-Amerikaanse fora zoals de OAS, de Organisatie van Amerikaanse, decennia lang de exclusieve speeltuin van Washington. In 2008 schrapte de Europese Unie alle sancties die ze had opgelegd na de arrestatie van 73 dissidenten in 2003 al blijft de Unie politieke hervormingen eisen als voorwaarde voor verdere economische samenwerking.

Hamburgers van bananenschillen

Het succes op het buitenlandse politieke toneel staat in schril contrast tot de penibele toestand op het eiland zelf. Cuba kruipt langzaam overeind uit het diepe economische dal na de val van de Sovjetunie en het wegvallen van de royale Russische steun. De ”speciale periode” van oorlogseconomie in vredestijd ligt elke Cubaan nog vers in het geheugen. “We maakten hamburgers van pompelmoes- en bananenschillen; we maakte schoon met sap van limoenen en zure sinaasappels en we gebruikten het zwarte poeder uit batterijen als haarvferf en make-up” herinnert zich een verpleegster uit de kennissenkring van Marc Frank.

Toen de nood het hoogst was verscheen als een deus ex machina Hugo Chavez op het toneel die de Cubaanse economie van het failliet redde. Chavez leverde olie tegen voorwaarden ver onder de marktprijs en hij betaalde cash voor de artsen die Cuba massaal naar Venezuela stuurde. In. 2004 bijvoorbeeld ontving Cuba 5 miljard dollar voor medische en andere technische assistentie aan Venezuela. De relatie tussen Cuba en Venezuela leek vooral gebaseerd op de persoonlijke vriendschap tussen Fidel en Hugo Chavez en toen Raúl Castro in 2006 de teugels van zijn broer overnam vreesden velen dat de vriendschap tussen de twee landen zou bekoelen. Maar onder Raúl namen de Venezolaanse investeringen in de Cubaanse olie-industrie nog toe en zelfs de dood van Chávez in 2013 heeft daar niets aan veranderd.

De reddingsboei die Chávez de Cubaanse economie toegooide had als gevolg dat Fidel Castro in 2002 de hervormingen begon terug te draaien die hij in de jaren 90 noodgedwongen had doorgevoerd. Er kwam strengere controle op de invoer van buitenlandse deviezen en de samenwerking met buitenlandse investeerders werd teruggeschroefd. Fidel zette een nieuwe ideologische campagne op onder de slogan: “De slag om de ideeën” en een nieuw internationalistisch programma: “Plan Mirakel” dat voorzag in gratis gezondheidszorg voor Latijns-Amerikaanse buurlanden en in medische opleiding voor tienduizenden jongeren uit die landen. En toen struikelde de Líder Máximo.

501279

De val van Fidel. De auteur van de video die de dramatische val vastlegde leeft nu in de VS

Raúl komt uit de coulissen

Castro viel op 20 oktober 2004 toen hij van het podium afdaalde na een speech in de centrale provincie Villa Clara. Hij brak zijn knieschijf en zijn bovenarm, maar dat was pas het begin van een lange lijdensweg die Fidel een paar keer aan de rand van de dood bracht en die twee jaar zou leiden tot de tijdelijke overname van zijn functies door zijn jongere broer Raúl en nog eens twee jaar later tot zijn officieel aftreden als president en partijleider. Toen Raúl op het toneel verscheen was hij voor de meeste Cubanen, laat staan voor buitenlandse pundits en waarnemers, weinig méér dan een schimmige figuur aan het hoofd van het leger. Velen waren van mening dat Raúl een handpop zou zijn, gemanipuleerd door zijn oudere broer.

raul-castro-1-sized

De jonge Raúl Castro

Raúl Modesto Castro Ruz werd geboren op 3 juni 1931, de jongste zoon van Angel Castro en Lina Ruz. Raúl stond altijd in de schaduw van zijn zes jaar oudere broer Fidel die hij mateloos bewonderde. De jongste Castro miste de intellectuele nieuwsgierigheid en de atletische fysiek van Fidel, maar hij was de lieveling van zijn moeder en van het gezin. In de kring van intimi staat hij bekend om zijn humor, zijn charme en zijn empathie. Maar politiek stond Raúl altijd de harde lijn voor en hij wordt in de eerste plaats verantwoordelijk geacht voor de honderden, volgens sommigen duizenden executies van politieke tegenstanders tijdens de guerrillastrijd tegen het Battistaregime en in de eerste jaren van de revolutie. Des te opmerkelijker is het dat Raúl Castro zich algauw ontpopte tot de hervormer. Hij maakte meteen schoon schip van de bevlogen plannen van Fidel: exit de Slag om de Ideeën en Plan Mirakel. Pragmatisme werd de nieuwe marsrichting.

Het volk mort

De hervormingen van Raúl kwamen er niet uit ideologische overwegingen, maar uit pure noodzaak. Het volk morde en de toekomst van de Revolutie stond op het spel. Toen Raúl in 2006 tijdelijk de leiding had overgenomen had hij de Cubanen uitgenodigd tot een groot debat. Het gevolg was een stortvloed aan klachten en aanbevelingen, vooral over de staat van de economie. Een eerste reeks klachten ging over de kloof tussen inkomen en prijzen. De Cubanen worden betaald in pesos, maar veel goederen en diensten zijn alleen te krijgen in de zogenaamde “deviezenwinkels” waar betaald moet worden in CUC , de Convertibele peso die ongeveer 24 keer meer waard is. Dat systeem van de dubbele munt maakt levensnoodszakelijke producten voor de meeste Cubanen zo goed als onbetaalbaar. Zo kost een fles keukenolie 2 CUC, het equivalent van 48 pesos, een bedrag waar de gemiddelde Cubaan drie dagen voor moet werken.

Een andere klacht ging over de achteruitgang van het veel geroemde systeem van gratis gezondheidszorg. Dit had voor een deel te maken met het tekort aan dokters en verplegend personeel. Veel hoog opgeleide gezondheidswerkers werden uitgestuurd naar het buitenland waar ze geld opbrachten voor de schatkist of ze verkozen te werken in de informele economie waar ze een veelvoud konden verdienen van hun staatsinkomen. Veel anderen verkozen gewoon het land te verlaten en een lucratieve carrière op te bouwen in het buitenland.

Een derde reeks klachten ging over de bureaucratie, de corruptie en de regelneverij van de overheid. De wet bijvoorbeeld die Cubanen de toegang ontzegde tot toeristenhotels, tot het internet en mobiele telefoons, de reisbeperkingen, het verbod op het kopen en verkopen van huizen en auto’s.

Kortom, bij het aantreden van Raúl waren de verwachtingen in alle lagen van de bevolking hooggespannen. Voor het eerst gaven de officiële media ook uiting aan de klachten en de aanbevelingen van de bevolking. Boven het verslag van een uiterst kritisch congres van Cubaanse schrijvers en kunstenaars blokletterde Granma, het officiële orgaan van de Cubaanse Communistische Partij: We moeten ons voorbereiden op een nieuwe toekomst voor ons land.

De hervormingen van Raúl

Raúl Castro had goed naar de verzuchtingen van de Cubanen geluisterd en bijna op dag één van zijn aanstelling in februari 2008 maakte hij werk van een hele reeks hervormingen die over de jaren het leven van de eilandbewoners ingrijpend zouden veranderen. Het begon met het openstellen van de markt voor computers en dvd’s. Kort daarop konden de Cubanen voor het eerst mobiele telefoons kopen. Enkele jaren later waren 1,5 miljoen mobieltjes en in omloop en vandaag zie je in het straatbeeld van Havana en andere Cubaanse steden net zoveel mensen met een smartphone aan het oor als waar ook ter wereld. Toegang tot het internet blijft beperkt en duur.

De hervormingen in de landbouw hadden grote invloed op het dagelijks leven van de Cubanen. De boerenmarkten die her en dar oogluikend werden getolereerd werden gelegaliseerd. Privéboeren kunnen nu overal hun producten rechtstreeks aan de consument verkopen. De staat gaf de boeren ook hogere prijzen voor melk, kaas en vlees en braakliggend land van de staat werd onder duizenden kleine boeren en coöperaties verdeeld. De privésector die nog altijd slechts een fractie van de landbouwgrond bezit produceert nu 70% van de landbouwproducten die naar de consument gaan. Zelf kon ik vaststellen dat je in alle grote steden nu zonder problemen een grote variatie aan vlees, groenten en fruit kunt vinden zowel op de openbare markten als aan de honderden stalletjes van verkopers op straat.

Een auto kopen en verkopen, een eigen huis bezitten, vrij reizen naar het buitenland (of zelfs van de provincie naar de hoofdstad): het was allemaal taboe zo lang Fidel het voor het zeggen had. Sinds 2011 kunnen auto’s en huizen van eigenaar wisselen zonder de bijna onoverkomelijke bureaucratische rompslomp die tot dan toe gepaard ging met de “ruil” van woning of auto. De maatregel bracht de bestaande zwarte markt en de corruptie die ermee gepaard ging bovengronds. Voortaan kunnen Cubanen ook naar het buitenland reizen en terugkeren zonder het risico te lopen dat in hun afwezigheid hun bezittingen geconfiskeerd worden.

marino_murillo

Marino Murillo, vice-president en hervormingstsar wordt vaak geciteerd als mogelijke opvolger van Raúl

Taboes sneuvelen en ongelijkheid neemt toe.

De hervormingen van Raúl en zijn economietsaar Marino Murillo lijken zo uit het receptenboekje van het IMF geplukt en in zijn toespaken klinkt Raúl af en toe als een neo-liberale hervormer. Het idealistische en paternalistische en sterk gepersonaliseerde revolutionaire project van Fidel Castro heeft zijn tijd gehad en moet vervangen worden door een meer realistische benadering die rekening houdt met het eigenbelang – zo omschrijft Frank de nieuwe marsrichting. Of in de woorden van Raúl: “Het komt erop aan de foute en onhoudbare opvattingen over socialisme te transformeren, die in de loop van de jaren in brede lagen van de bevolking diep wortel hebben geschoten en die het gevolg zijn van een té paternalistische, idealistische en egalitaire benadering door de Revolutie.” “We moeten voorgoed af van het idee dat Cuba het enige land ter wereld is waar mensen kunnen leven zonder te werken,” verklaarde Raúl bij een andere gelegenheid.

De gevolgen voor het dagelijks leven van de Cubanen waren immens. 500000 werknemers worden uit de loonlijsten van de staat geschrapt. Die moeten voortaan hun eigen boontjes doppen in de privésector of zelfstandige ondernemers worden. De werkloosheidvergoeding die de pil moet verzachten is beperkt tot maximum vijf maanden. Honderdduizenden Cubanen dreigen daarmee tussen twee stoelen te vallen en in de slechtste van twee werelden terecht te komen: een autoritair communistische regime gecombineerd met het onzekere bestaan van de vrije markt.

Een ander gevolg is de toegenomen ongelijkheid, zichtbaar in het straatbeeld. Rijke Cubanen kunnen zich vrijwel alles veroorloven in de deviezenwinkels, wie het met zijn karige loon in pesos moet stellen heeft nauwelijks genoeg om te overleven. De cijfers bevestigen het beeld. Cuba is nog steeds de meest egalitaire samenleving in Latijns Amerika, maar sinds de jaren negentig neemt de ongelijkheid toe ten voordele van hen die toegang hebben tot buitenlandse valuta. Volgens een interne studie heeft de top tien van de rijksten tot 15 keer méér koopkracht dan de tien onderaan de ladder. Een andere studie schat dat 20% van de hoofdstedelijke bevolking behoeftig is en nog eens 30% “kwetsbaar.”

En Fidel?

Wat vindt Fidel vindt van de richting die de Revolutie is ingeslagen? Af en toe schrijft hij een kritische kolom in het partijblad Granma, maar het is onduidelijk of hij zijn broer en de ploeg hervormers een stok in de wielen kan of wil steken. Op de vraag van een Amerikaanse journalist of het Cubaanse model nog voor export vatbaar antwoordde Fidel: “Het Cubaanse model werkt zelfs niet meer voor Cuba.” Eerder (in 2005) had Fidel al voor blokletters in de internnationale pers gezorgd toen hij zei: “de grootste fout die we begaan hebben was denken dat iemand werkelijk wist wat socialisme is.”

Het Socialisme.2 van Castro nummer twee is in volle beweging. Wat het wordt is koffiedik kijken maar zeker is dat de tijd van de romantische Revolución voorgoed voorbij is.

Johan Depoortere

CUBAN REVELATIONS

Mark Frank

University Press of Florida 2013

 

WITHOUT FIDEL

Ann Louise Bardach

Scribner New York 2009

 

BLOGS OVER CUBA:

The Cuban Triangle

De dissidente Yoani Sánchez: Generation Y

Cubaanse jongeren: La Jóven Cuba

In het Nederlands:

Cuba

september 9, 2014 at 5:55 am Een reactie plaatsen

DE TIJD VAN TOEN…

Israeli Army announce constriction of separation barriers

door Lucas Catherine

6/9/69 is een speciale datum voor mij. Er zijn mensen die hun verjaardag belangrijk vinden, ik deze datum. Ik zat toen tegen een muurtje gehurkt met kramp in de darmen. Hij heeft van bij zijn geboorte altijd ‘gevoelige darmen’ gehad, placht mijn moeder te zeggen. Dat muurtje stond op de bezette Golan hoogte. Hoe ik daar kwam is een te lang verhaal. Alleen dit. Wij waren daar op fed 1 bolexh16de nacht aan het wachten om door Israël bezet gebied in te trekken. Ik met een camera Paillard Bolex 16mm, bouwjaar 1956 om te filmen. Zij om een basis van het Israëlisch leger aan te vallen.

In het totaal ging het om 80 fedayin. Het aanvalsplan was de dag voordien opgesteld: twee groepen die iets meer noordelijk en zuidelijk gelegerd waren zouden als afleidingsmanoeuvre eerst aanvallen. Bij de zuidelijke groep was ook mijn kompaan Paul, met zijn Paillard. De aanvalslijn liep over twintig kilometer. De Israëli’s zouden eerst in Tel al Ahmar en Bir Ajam worden beschoten, kwestie om ze daar bezig te houden en te verhinderen dat ze zich rond hun hoofdkwartier in Kunaitra konden concentreren. Iets later zouden wij, het gros van de strijders dan effectief aanvallen. Alle fedayin leefden op de toppen van hun zenuwen en ik was niet meer de enige die regelmatig achter een muurtje zijn broek liet zakken. In plaats van nachtkijkers hadden de Israëli’s beter strontdetectoren ontworpen. Dat had ze beter geholpen.

We hebben het overleefd, zelfs onze kamera. Net als 78 andere fedayin. Twee zijn gesneuveld. Hun foto hing de dag later in alle Palestijnse vluchtelingenkampen, want het ging om een belangrijke militaire operatie. Ze stond uitvoerig beschreven in alle Arabische kranten. Ik heb nog de voorpagina van de krant Al Destour.

fed 2 Destour_NEW

Destour wil zeggen Grondwet. En zo’n titels die naar democratie en Franse Revolutie verwezen waren toen nog in de mode in de Arabische wereld. De operatie werd opgedragen aan Ho Chi Minh, de toen pas overleden Vietnamese leider. We hebben trouwens ginder op de Golan een foto van hem achtergelaten, samen met een rode vlag. Die fedayin, vertaal maar als commando’s hadden het voor die man, net als voor zijn generaal Vo Nguyen Giap, de man die in Dien Bien Phu de Franse kolonisator versloeg. Zijn boekje, La Guerre du Peuple, armée du Peuple had ik in het Frans gelezen bij deze commando’s stond het in Arabisch vertaald in hun bibliotheek, net als La Guerra de Guerrilla van Che Guevara en de Volksoorlog van Mao. Raar volk die fedayin van toen. Een van hen die toen meevocht vertaalde in zijn vrije tijd Der Schloss van Franz Kafka. Bizarre Arabische bibliotheek trouwens, met geen enkel boekje waar Allah in de titel stond.

fed 3Fedayin_NEW
Zo’n militaire operaties konden toen nog. Kalashnikovs, goryunov’s en katioeshka-raketten die nog niet gedetecteerd en beschoten werden door electronische drone’s. De Israëli’s moesten zich toen beperken tot vuurpijlen die aan kleine parachutes boven ons hoofd dwarrelden en schoten met vuurkogels om het dorre gras van de Golan in brand te schieten en ons zo te detecteren. En voor ze het wisten moesten ze enkele katioeshka’s incasseren. Vijf en veertig jaar geleden.
Die fedayin en hun organisaties zijn opgedoekt. Na Oslo, en vervangen door de Palestijnse autoriteit. Die heeft nu een ander soort leger, ‘veiligheidstroepen’ opgeleid, gecontroleerd en gefinancierd door de VS. Troepen die samenwerken met het Israëlische leger en de Israëlische geheime dienst Shin Beth. Wat de Palestijnse academicus en voormalig lid van het Israëlisch Parlement, Azmi Bishara de uitspraak ontlokte: ‘Vroeger zouden we dat collaborateurs hebben genoemd, nu moeten wij ze onze vertegenwoordigers noemen’. En de lectuur van die nieuwe leiding bestaat eerder uit handboeken voor ‘succesvolle CEO’s’. Nuyen Giap lezen ze niet meer, zelfs Kafka niet.

En wat is er gebeurd met de generatie waarvan de vader fedayin was. In de pseudo-Palestijnse hoofdstad Ramallah leven ze in een grote economische luchtbel, welvaart opgeblazen met donorgeld. Anderen zijn geëmigreerd naar de Eeuw van de Profeet. Soms zijn ze letterlijk naar een van de meest achterlijke gebieden van het Midden-Oosten getrokken. Ik spreek van ondervinding.

Een Palestijn die ik nog als baby heb gekend, viertalig met twee universitaire diploma’s vindt nu zijn heil, en de oplossing van het probleem in de hadith (gezegden en tradities) van de profeet. Ik citeer uit zijn laatste mail:
“Dit is allemaal al voorspeld door de Profeet Mohammed (sallallahu a’leyhi wa salâm), dertien eeuwen voor de opdeling van de Arabische wereld door de Europeanen: “De vijandelijke naties van verre gebieden zullen naar u komen en zich bij u nederzetten als waren zij uitgenodigd op een diner waar ze zich te goed kunnen doen” (Abu Daud, Sunan n°4297, als authentiek bevonden door Ibn Asakir en Sheikh al Albany). En deze voorspelling is dus uitgekomen. De grote koloniale machten hebben zich zelf uitgenodigd bij de moslims en plunderen nu hun rijkdom, waaronder aardolie. De profeet (aleyhi al-salâm) voorspelde ook dat de moslims zich zonder verzet zouden laten verslinden.”

fed 4Mohammed_NEW

Wie dacht dat een zekere Lenin de definitie van ‘Imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme’ heeft uitgevonden, zit dus fout. Mijn verstand gaat hierbij op nul. Er past hierna enkele een lege blanco.

Niets is nog het zelfde. Het wapentuig is efficiënter en dodelijker geworden. Het zinloos geweld van een koloniaal bezettingsleger zien we nu op tv zonder dat er ook maar door een land wordt ingegrepen. En de woorden Revolutie en Democratie zijn vervangen door Allah en Jihad. Giap en Guevarra zijn vervangen door Abu Dawud en andere sunna-geleerden uit de negende eeuw.
Alleen ik heb nog altijd ‘gevoelige darmen’.

september 6, 2014 at 10:57 am 2 reacties

DOOD AAN HET KALIFAAT MAAR HOE?

JL 1 IS

door Jef Lambrecht

Het was aangekondigd maar met een griezelig gevoel voor timing, iets later dan verwacht, slachtte een man met het masker van de moordenaar Steven Sotloff. Sinds Foley is de wereld opnieuw ontwaakt voor het Kwaad zoals het daar in 2001 voor ontwaakte na de aanslagen van 11 september. Er waren gekeelde Amerikaanse journalisten nodig om voor het grote publiek de middeleeuwse praktijken te openbaren die de militie al anderhalf jaar toepast, exposities van mensenhoofden, voetbalwedstrijden met afgehakte hoofden, kruisigingen, onthoofdingen, stenigingen… Vandaag beschikt het kalifaat over de beste wapens, een schatkist om u tegen te zeggen en een uitgestrekt territorium. Een misdaadsyndicaat op steroïden. De huiveringwekkende wrake Gods doet eensgezind oproepen om deze ‘kanker’ uit te roeien. Er is haast mee gemoeid want de agressieve metastase is territoriaal en digitaal. IS schrijft een van de zwartste bladzijden in de geschiedenis.

Vredesprijswinnaar Obama ziet zich verplicht tot wat hij absoluut wilde vermijden, nieuwe luchtaanvallen en steeds meer soldaten in Irak. Duitsland stuurt voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog wapens naar een conflictgebied. De kerken verlaten het pacifisme en geven groen licht voor een ‘rechtvaardige oorlog’. Erfvijanden belanden in hetzelfde kamp. Iran aan de kant van Israël, dat al jaren de Koerden helpt met militaire raad en daad. Amerika zij aan zij met Rusland, dat de piloten levert voor de bombardementen van de Iraakse luchtmacht omdat de eigen piloten de onlangs geleverde toestellen niet kent. IS veroorzaakt zelfs een voorzichtige dooi tussen de Saoedische monarchie en de ayatollahs in Teheran. Tot het front tegen het kalifaat behoort uiteraard ook de paria Bashar al-Assad want al wordt het officieel ontkend, het heeft er alle schijn van dat Washington de informatie van zijn verkenningsvluchten boven Syrië doorgeeft aan Damascus.
JL 2 bashar-al-assad
Wat voor oorlog dit zal worden weet niemand. Maar als het Obama menens is –IS zal alles doen om daarvoor te zorgen- dan wordt een interventie in Syrië onvermijdelijk en zullen er al dan niet Amerikaanse grondtroepen aan te pas komen. Dit is een nieuwe, dramatische ommezwaai van de Arabische Lente die bijzonder rijk is aan onverwachte wendingen en wrange vruchten.
De aantrekkingskracht van IS op jong kanonnenvlees is zijn radicalisme en zijn wreedheid, naast het bestaan van een ‘staat’ met een grondgebied, een revanchistisch kalifaat nog wel. Het inspireert Boko Haram om er ook een te stichten in Nigeria en ongemerkt grote stukken van het noorden te veroveren. Het is viraal. IS was echter niet nodig om menig Arabisch land te wekken voor het islamistisch gevaar. Wanneer John Kerry regionale bondgenoten ronselt voor de strijd met het kalifaat zal hij die vinden in Saoedi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten, eerder dan bij andere goede vrienden als Turkije en Qatar. De recente bombardementen op islamistische stellingen in de Libische hoofdstad Tripoli door gevechtsvliegtuigen uit de Emiraten met steun van Egypte, tonen wat de Arabische leiders denken. Ze willen de politieke islam, meer specifiek de Moslimbroederschap en zijn extremistische uitwassen als IS, al-Qaeda en tutti quanti, met wortel en tak uitroeien. In Egypte gebeurt dat zonder grootschalig misbaar.
John Kerry

Twee partijen staan tegenover elkaar. Aan de ene kant het steenrijke Qatar met zijn zender al-Jazeera, het enige Arabisch land (bijna 300.000 inw.) dat nog gelooft in de Moslimbroederschap. Tot het kamp van Qatar, ‘cet ami qui nous veut du mal’, zoals de Franse onderzoeksjournalisten Nicolas Beau en Jacques-Marie Bourget schreven, behoort het Turkije van Erdogan die zichzelf ziet als de evenknie van Ataturk en ervan droomt de sultan te worden van een herboren kalifaat. Tegenover deze coalitie staan Egypte, het grootste Arabisch land met de steenrijke Golfmonarchieën Saoedi-Arabië, de Emiraten en Bahrein die de ondergang zweren van de broeders, Hamas, de Palestijnse tak ervan, inbegrepen. Ze dreigen met de verstoting van Qatar uit hun selecte club, de Gulf Cooperation Council. Ook Jordanië, Algerije en Marokko zijn de broeders liever kwijt dan rijk. In Libië en Tunesië is de broederschap op zijn retour en vecht een strijd op leven en dood.
JL 4 Erdogan-angry-600x360

Er zijn voor ons, geciviliseerde, democratische, mensenrechtenminnende, vrijheidlievende, verwende westerlingen maar weinig regimes die door de beugel kunnen, in welk Arabisch land ook. Het moment lijkt echter aangebroken om wissels te trekken.
Welke partner zal het ‘westen’ kiezen? De broeders en hun beschermers die aan de wieg stonden van IS, Erdogan dus en het rijke, koopzieke Qatar (PSG, de truitjes van Barca, het modehuis Valentino, Volkswagen, Porsche., Crédit Suisse, LVMH, de beurs van Londen, de kunstmarkt…)? In elk geval zijn Arabische partners nodig wil niet de indruk worden versterkt dat het westen een kruisvaart ontketent tegen de islam.
Wees verder niet verbaasd als de crisis over Oekraïne luwt. Als de prioriteit van het westen het einde van de Islamitische Staat is, dan heeft het ook Poetin nodig. Blijft de confrontatie met het Kremlin echter duren, dan krijgt het westen twee oorlogen, waarvan een koude die warm kan worden, voor de prijs van één.

JL 5 Poetin

september 4, 2014 at 11:24 am 13 reacties

THE PROPHET: DYAB ABOU JAHJAH

Dyab

door Jef Coeck

‘Dit Brussel zal bruisen, welvarend zijn en nog meer investeringen aantrekken en over meer financiële middelen beschikken. De stadsvlucht zal stoppen en nieuwe immigratie richting het stadcentrum zal plaatsvinden. Gentrificatie is dan geen toepasselijk concept meer, omdat het geheel van de stad door de opkomende middenklasse gegentrificeerd zal zijn. Er zullen wijken ontstaan waar rijkdom aanzienlijk toeneemt, met als gevolg dat de prijzen van woningen er zullen stijgen, buurten waar de jetset zich nestelt en het exclusieve uitgangsleven plaats vindt. Maar die wijken zullen etnisch gemengd zijn, net zoals gebieden waar de middenklasse leeft en ook de volkswijken.

Met de tijd zal de diversiteit nog meer toenemen, vooral omdat Brussel zich als Europees gebied profileert en zich openstelt voor alle mogelijke invloeden van buitenaf. De Brusselse identiteit zal zich tweetalig in het Frans en het Engels uitdrukken. Het eerste referentiekader is de stad zelf, haar territorium en haar straatbeeld, maar vooral ook het verhaal dat Brussel uitdraagt en uitstraalt. Immigratie zal gevierd worden als een belangrijke component van deze identiteit, zonder de eigen Brusselse geschiedenis te verloochenen. Sociologisch gezien zal een Brusselaar een kosmopoliet zijn, een polyglot die ook het Frans en het Engels beheerst naast een of meerdere andere talen. Die Brusselaar is vooruitstrevend en tolerant, tegelijk strijdbaar en laat niet met zich sollen. Hij is rebels en eerder progressief dan conservatief, maar geniet ook van de consumptiemaatschappij. De Brusselaar werkt en produceert en heeft ook dat zuiderse temperament om te feesten en uit te gaan.

Deze nieuwe Brusselse identiteit zal kenmerken hebben van al haar componenten. Dat bewustzijn zal zo sterk groeien dat er spoedig een generatie zal aankomen voor wie de oorspronkelijke etnische verschillen niet meer zijn dan een erfenis. Haar enige echte identiteit zal Brussels zijn. Dit is nu al in wording en zal nog uitgediept worden. Deze Brusselaar kan Mohammed of Jan heten, Layla of Virginie of Agneshka, blank of zwart zijn, meestal iets daar tussenin. Hij zal in de eerste en de laatste plaats een kind zijn van zijn stad. De inwijkelingen zullen ook snel deel willen uitmaken van de Brusselse droom.

Segregatie zal onmogelijk worden als gemeenschappelijke idealen en identiteit onvermijdelijk leiden tot een genetische mix waardoor vanzelf een Brussels type zal ontstaan. Een meerderheid van de Brusselaars zal dan tegen 2050 een gemengde achtergrond hebben. Ultraortodoxe gemeenschappen zullen blijven bestaan, maar tegen 2050 zal een salafistische moslim in Brussel even zeldzaam zijn als een ortodoxe jood. Babylon zal het niet zijn, maar Rome.’

———————
Deze profetische woorden, of noem ze utopisch of visionair, komen uit het nieuwe boek van Dyab Abou Jahjah, ‘De stad is van ons/Manifest van de nieuwe meerderheid’.

Deze Libanese immigrant werd in 2002 verdacht van het aanstoken van rellen in Borgerhout, terwijl hij juist trachtte ze te sussen. Toch werd hij met ‘pomp and circumstance’ gearresteerd – met fanfare dus, geblazen en voorafgegaan door een aankondiging in het Parlement door premier Verhofstadt. Anders gezegd: de premier had het gerecht de opdracht gegeven die arrestatie te verrichten – wat in strijd is met de Belgische grondwet, die voorziet in de scheiding der machten. De politiek mag zich niet met de rechtsgang bemoeien.

Dyab zat enkele maanden en werd dan, vrijgesproken van alles, weer vrijgelaten. De commissaris die hem arresteerde en eerst beschuldigde, herzag zijn mening en bood excuses aan. Ook zelden gezien.

Dyab liet het hierbij en keerde terug naar zijn vaderland Libanon, waar het zoveelste gewapende konflikt aan de hand was. Hij stond aan de kant van Hezbollah, tegen Israël, maar zonder de wapens te hanteren. Ook daar was het dus niet de plaats om een rustige oude dag tegemoet te zien of veel te betekenen voor de mensheid. Dyab kwam, vorig jaar, weer terug naar België. Hij kon, zo dacht hij, zich beter dienstbaar maken door zinnige oplossingen te bedenken voor de toenemende migratie in België en Europa. Hij had tenslotte uitvoerig van beide walletjes gegeten.

Zijn jongste boek is een theoretisch, filosofisch werk met modellen. Hij verlegt het zwaartepunt van Antwerpen naar Brussel. Voor de hoofdstad van Vlaanderen/België werkt hij drie scenario’s uit, of noem het profetieën. De eerste twee, die ik niet citeer, zijn uiterst pessimistisch op het doemdenken af, of voorbij. De derde staat in een lang citaat hierboven weergegeven – het is een positief model, dat kàn omdat het moet.
—————————–
Waar haalt Dyab Abou Jahjah de praktijk van de profetie vandaan?
Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met zijn landgenoot Khalil Gibran.

Dyab the.prophetKhalil Gibran (1883-1931) (spreek uit: Challil Zjibraan) was een Libaese dichter en kunstenaar die meende over buitengewone esoterische kwaliteiten te beschikken. Toen zijn haring in eigen land niet braadde, ging hij naar Amerika, waar hij in de kortste keren (dank zij de crisis?) een ware profeet en succesauteur werd.
—————————

Ik wil Dyab niet echt met Gibran vergelijken. De eerstgenoemde zoekt oplossingen in het hiernumaals, niet in de metafysica. Dat hij toch enige aanleg voor poëtische verwoording heeft, mag blijken uit dit laatste fragment over de Nieuwe Meerderheid:

‘Wij zijn de nieuwe meerderheid. Mensen in de steden, maar ook mensen buiten de steden met stedelijke reflexen. Wij zijn blank en bruin en geel en zwart. We komen in alle smaken en in alle geuren en in alle kleuren voor. We spreken duizend talen en vertellen duizend verhalen. Wij zijn dragers van de geschiedenis en makers van een nieuwe geschiedenis. Dragers van cultuur en makers van nieuwe cultuur. We hebben diepe wortels, vast verankerd in ons verleden, maar onze takken groeien naar boven, naar de lucht en de zon. We zijn kwetsbaar, zoals een pasgeboren kind, maar de kracht straalt uit onze ogen. We praten al in onze wieg, we zijn een mirakel in wording. We zijn losser en serener, we hebben meer temperament maar minder paniek, we zijn enthousiast maar bedachtzaam. We zijn mooier, hipper, moderner, meer in tune, up to date, global, nooit neutraal. We hebben een kleur en een smaak.

We zijn strijders maar niet waar het niet nodig is. We zijn ernstig, maar niet waar we kunnen lachen. We relativeren onszelf, alvorens we anderen relativeren; we bespotten onzelf voordat we anderen bespotten,maar apologetisch zijn we niet, bedeesd zijn we niet, bang voor een confrontatie zijn we niet. We gaan ervoor, we zijn scherp, kritisch maar niet cynisch noch defaitistisch.

Wij zijn geen teken van een einde, maar een begin. We geloven, zonder noodzakelijk een god te hebben. En we hebben goden zonder die op aarde te vertegenwoordigen. We beseffen dat we allemaal gelijk zijn, in onze geboorte en in onze dood, en dus in de waarde van wat we tussen die twee absolute waarheden zijn en worden.’

dyab khalil-gibran-biography

Uit: Dyab Abou Jahjah, De stad is van ons/Manifest van de nieuwe meerderheid, Pelckmans, Kalmthout, 2014
(Pelckmans was in het verleden een bij uitstek katholieke uitgever, en heeft zich nadien toegelegd op filosofische werken van alle gezindten)

september 2, 2014 at 11:55 am 3 reacties

Oudere berichten


Categorieën

  • Blogroll

  • Feeds


    Volg

    Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

    Doe mee met 675 andere volgers