ISRAEL NEEMT DE TELEFOON NIET OP

Zijn de Verenigde Staten te goeder trouw als bemiddelaar in het conflict tussen Israël en de Palestijnen? Er is reden om daaraan te twijfelen vindt de Britse freelance correspondent in Israël, Jonathan Cook.  Na vier jaar toegevingen aan de onbuigzame Netanyahu heeft de regering Obama dringend behoefte aan een initiatief om  haar geloofwaardigheid ter zake te herstellen. Maar wil Israël ook vrede? Cook gelooft van niet: de Joodse staat blijft al decennia lang doof voor elk vredesgesprek. Wat volgt is de samenvatting van een artikel dat eerder werd gepubliceerd in The National (Abu Dhabi) en op de blog Counterpunch.

Johan Depoortere

Begin deze maand was de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken in Israël met de bedoeling het “vredesproces”  nieuw leven in te blazen. Kerry haalde een oud plan uit de kast, het zogenaamde “Arabisch Vredesinitiatief” uit 2002. Daarin belooft de Arabische wereld vrede met Israël als het zich terugtrekt binnen de grenzen van vóór 1967 – op 22% van historisch Palestina.

Kerry Netanyahu

John Kerry – Benjamin Netanyahu

Op het nieuwe Arabische bod antwoordde Israël met een oorverdovend stilzwijgen. Alleen Tzipi Levni, voormalig minster van Buitenlandse Zaken en de enige Amerikaanse bondgenoot in de regering Netanyahu had er een goed woord voor over. Premier Netanyahu hield de lippen op elkaar en liet zijn medewerkers verklaren dat het plan niets anders is dan een truc om Israël te verleiden tot “schadelijke vredesgesprekken.”

De reactie van Netanyahu verraadt het leugenachtige van één van de hardnekkigste mythes die het Palestijns-Israëlisch conflict omgeven:  namelijk dat Israël niets liever wil dan vrede en erkenning door de Arabische staten. Nog vóór Israël in 1967 de westelijke Jordaanoever en Jeruzalem bezette vond deze fictie ingang in de westerse wereld. Ze berustte op twee historische uitspraken.

Vooreerst waren er de onsterfelijke woorden van de toenmalige minister van Defensie Moshe Dayan die kort na de Zesdaagse Oorlog in 1967 liet weten dat de Israëli’s wachtten “op een telefoon van de Arabieren” – onder verstaan: om over vrede te praten.

Moshe Dayan

Moshe Dayan: “We wachten op een telefoon….”

En dan was er die andere beroemde quote van Abba Eban, minister van Buitenlandse Zaken in de jaren zeventig, dat de “Arabieren nooit de kans missen om een kans te missen.”

De historische werkelijkheid is totaal anders. Na hun vernedering in de Zesdaagse Oorlog erkenden de Arabische staten, zij het meestal stilzwijgend, het bestaan van Israël. Schlomo Ben-Ami, Israëlisch minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van de Camp-Davidakkoorden merkte op dat de Arabieren belden, maar dat aan de Israëlische kant “de lijn bezet was of dat niemand de telefoon opnam.”

De onthulling vorige maand in Wikileaks van de Amerikaanse diplomatieke correspondentie uit die periode bevestigt dat beeld. Eind 1973, na de Yom Kippur oorlog, boden de Arabieren al aan om Israël te erkennen binnen de grenzen van vóór 1967.  Ze kregen nul op rekest.

Een diplomatiek telegram uit 1975  maakt duidelijk dat de Amerikaanse diplomaten tot de conclusie zijn gekomen dat de Israëlische leiders blijk geven van een “buitengewoon gebrek aan begrip” van de Arabische bedoelingen en dat ze zich liever klaar maken voor een “vijfde, zesde of zevende Israëlisch-Arabische oorlog.” Volgens de Amerikaanse diplomaten lijden de Israëlis in hun vastbesloten wil tot zelfdestructie aan een “Samson- of Masadacomplex.

Deze context maakt duidelijk dat Israëls hardnekkige weigering om op elk vredesaanbod in te gaan niet alleen het gevolg is van de havikenmentaliteit van de regering Netanyahu, maar integendeel naadloos past in een patroon dat al tientallen jaren het gedrag van de Joodse staat kenmerkt. Het is wat de Palestijnse premier Salam Fayyad onlangs het Israëlische “bezettingsgen” noemde.

Toen de Saudi’s in 2002 voor het eerst hun vredesinitiatief voorstelden was de tweede Intifadah in volle gang. De toenmalige chef staf Moshe Yaalon, de huidige minister van Defensie,  liet toen weten dat niet “onderhandelingen Israëls prioriteit waren,” maar een militaire campagne om “de nederlaag diep in het Palestijnse bewustzijn te branden.”

In tegenstelling tot toen lijkt het huidige Arabische plan wél op de onverdeelde steun van de Amerikaanse regering te kunnen rekenen. Een ander verschil is dat dit keer het plan niet de terugkeer tot de grenzen van 67 eist, maar slechts kleinere “correcties”  en “uitwisselingen” (van grondgebied). Maar Netanyahu is zelfs niet bereid om de goede bedoelingen van de Arabieren te testen. Hij vreest naar verluidt dat de “kleine correcties” niet zullen volstaan om alle Israëlische nederzettingen in bezet gebied te behouden.

Kerry van zijn kant heeft gewaarschuwd dat het voorstel gebonden is aan een deadline van twee jaar. Dan begint president Obama aan de laatste twee jaar van zijn ambtstermijn – de zogenaamde “lame duck” periode, waarin een president niet meer in staat wordt geacht grootse plannen te verwezenlijken.

Het zal de nachtrust van premier Netanyahu wellicht nauwelijks verstoren. Hij is tenslotte de leider van een regering die onlangs haar beklag maakte over een beslissing van Google om de naam “Palestina” als zoekterm te erkennen. De zoveelste ronde in het mislukte vredesproces zal veel meer schade berokkenen aan de reputatie van Washington en de Palestijnen dan aan een Joodse staat die nooit de bedoeling had “de telefoon op te nemen.”

Jonathan-Cook-photo1-199x300

Jonathan Cook

Lees hier het volledige artikel in Counterpunch

mei 21, 2013 at 2:03 pm Een reactie plaatsen

ARME KINDEREN BLIJVEN KINDEREN VAN ARME OUDERS

KA 5

door Eric Bracke

 

Dat meer en meer jonge kinderen in de bijzondere jeugdzorg verzeilen, houdt ook verband met de toenemende kinderarmoede, beweerde Stefan Van Mulders van het Agentschap Jongerenwelzijn in De Standaard. Professor Michel Vandenbroeck (UGent) vindt het verontrustend dat de strijd tegen armoede dreigt te verschuiven naar een loutere strijd tegen kinderarmoede. ‘Zonder herverdeling creëert men ongelijke kansen voor kinderen.’

 

’Achter elk kind in armoede staat een vader, een moeder of een gezin dat arm is’, schreef Vlaams parlementslid Mieke Vogels (Groen) op de opiniepagina’s van de krant De Standaard. Een sociaal restaurant dat voor 1 euro een warme maaltijd serveert, zoals de Antwerpse OCMW-voorzitster Liesbeth Homans (N-VA) voorstelt, lost volgens haar niets op. ‘Een echt armoedebeleid garandeert kansen aan kinderen, zorgt voor kwalitatieve kinderopvang en onderwijs’, aldus nog La Vogels.

 KA 2 prof-michel-vandenbroeckProfessor Michel Vandenbroeck is het met die inzichten volmondig eens. Hij pleit dan ook voor een toekomstige Vlaamse kinderbijslag die de welvaart herverdeelt. Vandenbroeck zou het jammer vinden als iedere ouder na de zesde staatshervorming nog altijd  eenzelfde bedrag ontvangt per kind.

Michel Vandenbroeck is al een kwart eeuw actief op het terrein van de voorschoolse opvoeding, wat in de literatuur Early Childhood Education and Care (ECEC) heet. ‘Ik ben vooral bezig geweest met kinderopvang en opvoedingsondersteuning, maar ook met de kleuterschool, die in internationale studies eveneens onder Early Childhood Education and Care valt. Daarbinnen heb ik me de laatste vijftien jaar gebogen over thema’s als inclusie, uitsluiting en diversiteit. Naarmate de voorschoolse opvoeding meer in het vizier kwam als middel om kinderarmoede te bestrijden, ben ik mee in de discussies over kinderarmoede gerold.’

 

Voorschoolse opvoeding zou een probaat middel tegen armoede zijn. Is er voldoende onderzoek om dat te staven?

Michel Vandenbroeck: ‘De laatste twintig jaar is er een enorme stroom studies naar de effecten van voorschoolse opvoeding op de latere schoolloopbaan. De voorlopers zijn Amerikaanse onderzoekers die in de jaren zeventig peilden naar de vraag waarom zwarte kinderen het slecht deden op school. Voor Vlaanderen is dat vandaag trouwens een actuele kwestie. Onze scholen reproduceren de ongelijkheid in hogere mate dan elders in Europa. Het is dus niet zo gek om vanuit die optiek het Amerikaans onderzoek en beleid uit de jaren zeventig te bekijken.

Aanvankelijk investeerde men in de VS in lagere scholen, maar men stelde vast dat de resultaten niet veel langer duurden dan het project zelf. Dat was ontgoochelend, gezien de hoge kostprijs van die programma’s. Daarna opperden onderzoekers dat het misschien beter was op vroegere leeftijd te beginnen. Dat is later door wetenschappelijk onderzoek bevestigd, ook in Europa.’

KA 1 een-op-de-tien-kinderen-wordt-in-armoede-geboren-id4383494-620x400
Welk soort onderzoek deed men in Europa?

‘Er zijn twee genres van onderzoek in dit domein. Het eerste genre is redelijk klassiek: men vergelijkt een aantal kinderen in uitstekende voorschoolse voorzieningen met een groep kinderen uit een gelijkaardige context, die naar middelmatige of geen voorzieningen gaan. Men onderzoekt of er in het eerste leerjaar in de ene groep opvallend meer zittenblijvers zijn dan in de andere. In het zesde leerjaar meet men of de ene groep aanzienlijk beter scoort op een standaardtoets dan de andere. Er bestaat vooral veel Brits onderzoek op dit vlak. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het hoogstaand onderzoek, maar de vraag is of het maatschappelijk verantwoord is kinderen goede voorzieningen te ontzeggen om te kunnen meten.

In landen met uitstekend statistisch materiaal, zoals in de Scandinavische landen, werken onderzoekers met gedetailleerde databestanden om correlaties met de kwaliteit van de voorschoolse opvoeding op te sporen. Ook dit tweede genre onderzoek bevestigt dat voorschoolse educatie het verschil maakt. Bovendien blijkt dat verschil het sterkst te zijn voor kansarmen. Zij zijn het meest gebaat bij voorschoolse opvoeding, op voorwaarde dat die van hoge kwaliteit is.’

Hoe definieert u kwaliteit in dit geval?

‘Dat is niet gemakkelijk, maar we kunnen wel een aantal criteria geven, zoals niet te grote groepen en geen grote turn-over van het personeel, wat meteen ook relatief goede arbeidsomstandigheden veronderstelt. Degelijke materiële voorzieningen is als factor minder essentieel dan een goede interactie tussen kinderen en volwassenen en het competentieniveau van die laatsten.

Waarom dat zo is, wordt deels verklaart vanuit de neurologie. Onze hersenen ontwikkelen zich op die leeftijd veel spectaculairder dan in gelijk welke fase van ons leven. Als kinderen in deze fase in een stimulerende omgeving terechtkomen, zie je dat hun hersenen anders groeien dan die van kinderen in een weinig stimulerende omgeving. Dat is het duidelijkst met taal, maar ook met vaardigheden die het latere leren beïnvloeden, zoals nieuwsgierigheid en concentratievermogen. Uit Brits longitudinaal onderzoek blijkt dat de positieve effecten van de voorschoolse opvoeding nog altijd zichtbaar zijn als de kinderen zestien worden, zelfs als ze naar een slechte lagere school geweest zijn.’

KA 4
Ze zijn gewapend door de kwaliteit van hun voorschoolse opvoeding…

‘Precies. De Britse onderzoeker Melhuish zegt: Goede voorschoolse opvoeding is een vaccinatie tegen een slechte school. Toch blijken er twee uitzonderingen te zijn. Frankrijk heeft lang geleden de toegang tot de kleuterschool verlaagd tot 2 jaar, het laagste van Europa. Het was uitdrukkelijk de bedoeling om kansarme kinderen meer kansen te geven. Maar grootschalig onderzoek wees uit dat deze kinderen, tegen de verwachting in, niet minder dubbelden in de lagere school.

Nederland heeft dan weer stevig geïnvesteerd in de programma’s voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Maar kinderen in deze VVE-voorzieningen bleken het niet beter te doen dan lotgenoten die daar niet zaten. Vreemd genoeg blijven Nederlandse beleidsdocumenten beweren dat VVE zijn effect heeft bewezen, al is er geen enkel onderzoek dat dit bevestigt.’

Hoe verklaart u dat het in Frankrijk en Nederland niet blijkt te werken?

‘In Nederland zeggen de onderzoekers dat het te maken heeft met een te grote concentratie van kansarme kinderen. Dat strookt met de bevindingen uit het grote Britse onderzoek van Melhuish. Hij stelde vast dat de positieve effecten nog sterker zijn als er een sociale mix bestaat. Kansarme kinderen moeten in gewone voorzieningen aan hun trekken komen, we mogen ze dus niet in aparte voorzieningen steken.

In Frankrijk was iets anders aan de hand. De kleuterscholen zijn daar nog altijd zeer klassikaal, met vrij grote groepen en een volwassene die niet echt opgeleid is om met jonge kinderen te werken. Kinderen van twee jaar hebben weinig aan zo een omgeving. De voorwaarden van goede kwaliteit zijn niet aanwezig.’

Amerikanen spreken over economisch rendabele investeringen…

‘De economische vertaling van dit verhaal in de VS, met zijn zwakke sociale opvang, kan niet hetzelfde zijn als hier. In de VS is de belangrijkste return on investment een besparing voor de gevangenissen. Ik heb ethische bezwaren tegen sociale investeringen die alleen steunen op economische argumenten. Zoiets is zorgwekkend voor bijvoorbeeld de bejaarden in dit land. Sociale cohesie is minstens even belangrijk, maar dat kun je niet in geld uitdrukken. Als het onderwijssysteem de ongelijkheid blijft reproduceren, zal de tweedeling nefast worden voor onze samenleving. We kunnen het ons niet permitteren daar niet mee bezig te zijn.

Wat mij ook verontrust is de verschuiving van de bestrijding van armoede naar kinderarmoede. Dat heeft mede te maken met wat Jan Vrancken (UA) het individueleschuldmodel noemt.’

KA 3 Congolese-kinderen-scheppen-hun-drinkwater-uit-een-vervuilde-poel-
Wat bedoelt men precies met dat individueleschuldmodel?

In tijden van economische crisis zijn mensen geneigd succes toe te schrijven aan eigen verdienste en niet aan geluk, terwijl ze bij gebrek aan succes individuele schuld inroepen. Het maatschappelijke draagvlak om solidair te herverdelen en te beschermen kalft af. Het kindergeld dat door de zesde staatshervorming in Vlaamse handen komt, biedt een kans om te herverdelen. De 150 euro die ik krijg, maakt geen verschil voor mijn kind, je geeft ze beter aan iemand die arm is. In dat gezin kan 300 euro heel veel betekenen voor een kind. De grote gezinsorganisaties zijn tegen, de undeserving poor mogen blijkbaar niet meer krijgen. Natuurlijk moet er een evenwicht zijn tussen verantwoordelijkheid en solidariteit, maar de laatste jaren is dat evenwichtspunt aan het schuiven en daardoor zijn de kinderen in het vizier gekomen. Kinderen kun je niet de schuld geven van hun armoede en dus pleit men voor gelijke kansen in plaats van herverdeling. Maar we vergeten dat de inkomsten van de ouders bepalend blijven voor de kansen van hun kinderen. Zonder herverdeling creëren we ongelijke kansen voor kinderen.’

Is de focus op voorschoolse educatie als middel om armoede te bestrijden dan verkeerd?

‘Het is een goede beleidsfocus, we moeten dat doen, er is evidentie voor. Maar het risico bestaat dat het een alternatief wordt voor een omvattender welvaartssysteem. Kijk naar Engeland. Onder Thatcher en Major was alles wat voorschools was de zaak van het gezin, de overheid had zich daar niet mee te bemoeien. Toen Labour in 1997 aan de macht kwam, maakte het van de strijd tegen de kinderamoede een prioriteit. Met zijn New Labour -politiek investeerde Tony Blair heel fiks in voorschoolse voorziening, herverdeling was veel minder een middel. De kinderarmoede in Groot-Brittannië is inderdaad aantoonbaar gedaald, maar ze blijft veel hoger dan bij ons en ondertussen heeft Cameron de kraan weer dichtgedraaid. Wat ik wil zeggen: die voorschoolse opvoeding is belangrijk, maar laat ons vooral niet denken dat we het daarmee gaan oplossen. Arme kinderen blijven kinderen van arme ouders. Het is goed dat het beleid een paar tandjes bij steekt voor voorschoolse voorzieningen -  er is een tekort aan kinderopvang en het zijn de kansarmen die er het slachtoffer van zijn. Maar negeer ondertussen de hefbomen van bescherming en herverdeling niet. Gebruik de zesde staatshervorming in die zin om de kinderbijslag aan te passen.’

KA 6

Eric Bracke is free-lance journalist

 

mei 17, 2013 at 10:41 am 2 reacties

ISRAEL 65: EVENVEEL JAREN TERREUR EN KOLONISATIE

israel 0 palestijnen_vlaggen

door Lucas Catherine

De kolonisatie van Palestina door Europese joden kwam echt op gang nadat de Engelsen Palestina na de Eerste Wereldoorlog als kolonie kregen. Zij zorgden voor politieke en militaire steun. En de ambities van die Europese, joodse kolonisten werden alsmaar groter: van een ‘spiritueel tehuis’, waar Einstein zich nog kon in vinden tot een kolonistenstaat, waar Einstein zich niet meer kon in vinden: Het idee van een Joodse staat met grenzen, een leger en een overheid, hoe beperkt ook, zal het judaïsme schaden… – Albert Einstein in Out of my latter years (1950).

Onmiddellijk na het einde van de Tweede Wereldoorlog stuurden de zionisten aan op het vertrek van de Britten. Zij voelden zich sterk genoeg om Palestina van hen over te nemen. Bruggen en spoorwegen werden opgeblazen, Britse officieren gegijzeld en geëxecuteerd. De grootste aanslag was een gezamenlijk actie van de Hagannah, het officiële zionistische leger en Irgun, een fascistische militie onder leiding van de latere premier Menahem Begin, die op 22 juli 1946 het King David Hotel in Jeruzalem opbliezen. Het hotel deed dienst als Brits hoofdkwartier. Er vielen 91 slachtoffers.

Het goed uitgeruste Israelische leger met tanks, 1948

Het goed uitgeruste Israelische leger met tanks, 1948

 


Tot dan toe hadden de Britten zich afgevraagd wat ze op het einde van hun mandaat op 1 augustus 1948 met Palestina zouden doen: een binationale staat achterlaten, of Palestina opdelen in een Joodse en een Arabische staat. Tijdens de Palestijnse Revolutie (1936-39) had Lord Peel, de Britse gezant, het idee geopperd om Palestina op te delen en in 1937 werd een eerste Brits verdeelplan opgesteld. In 1938 en 1946 volgden er nieuwe verdeelplannen. Maar in februari 1947 maakte Groot-Brittannië bekend dat het voor het einde van haar mandaat Palestina wilde verlaten. Daarop gingen in 1947 ook de Verenigde Naties zich met de kwestie bemoeien.


Met de Palestijnse belangen werd in de plannen van de VN weinig of geen rekening gehouden. In 1947 bezaten de Joden amper 7% van de grond en vormden ze een derde van de bevolking (608.000 op een totaal van 1.835.000). Toch wees het VN-verdeelplan hen 56% van het grondgebied toe. Volgens het plan zouden in de Joodse staat 498.000 Joden en 407.000 Arabieren leven. Dit laatste cijfer was fout, want men ‘vergat’ er de 105.000 Arabische bedoeïenen bij te tellen. In feite zou de ‘Joodse’ staat dus vanaf de start een Arabische meerderheid gehad hebben. De Arabische deelstaat zou 10.000 Joodse inwoners tellen en 725.000 Arabieren. Het plan voorzag ook een internationale zone, het corpus separatum Jeruzalem, waarin 100.000 Joden naast een kleine meerderheid van 105.000 Arabieren zouden wonen. De drie gebieden zouden verenigd blijven in een economische en monetaire unie, een soort federale staat dus.

De Palestijnen vonden dit verdeelplan onrechtvaardig en konden het niet aanvaarden.

Ook in de VNzelf was er niet veel enthousiasme voor het plan, en de Belgische vertegenwoordigers waren tegen. De kabinetchef van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde in november: ‘Wij zullen ons bij de stemming in de commissie onthouden. Het verdeelplan vertoont teveel ernstige fouten en leemten: de twee geplande staten zijn erg verbrokkeld en om een continu territorium te krijgen moet men overal corridors voorzien. Men wou etnisch homogene blokken bekomen, maar dit is niet gelukt. Daarom denken wij dat er weinig kans op slagen is, ook al wordt dit bijgestuurd door een economische unie. En wij zijn er van overtuigd dat dit verdeelplan niet het hoofddoel zal bereiken, namelijk vrede in de regio.’


Op 26 november 1947 stemde de Algemene Vergadering van de VN over het Verdeelplan. Belgisch vertegenwoordiger Van Langenhove uitte niets dan twijfels over het plan: ‘De Palestijnse kwestie grijpt ons, Belgen, ten zeerste aan. Wij hebben moeite om de bedoelingen van de zionisten te begrijpen. Onze Joodse landgenoten hebben hun nationaal tehuis bij ons in België. Niemand van ons heeft ze ooit zo behandeld dat zij een ander tehuis zouden gaan zoeken in Palestina. Tijdens de oorlog hebben zij met ons mee gestreden en veel Belgen hebben hun leven gewaagd voor hun Joodse landgenoten, zodat onze nationale eenheid er versterkt uitkwam… Wij zijn helemaal niet zeker dat het verdeelplan rechtvaardig is, wij twijfelen eraan of het uitvoerbaar is, en wij vrezen dat het vreselijke gevolgen zal hebben… Maar wat is het alternatief? Het alternatief is: geen oplossing, dat wil zeggen nog meer gevechten en nog meer chaos.’


Er wordt nogal eens beweerd dat VN-resolutie nr.181, waarin het verdeelplan beschreven staat, een beslissing van de internationale gemeenschap was, en daardoor de legitimatie van de uitroeping van de staat Israël. Dat klopt niet. Met deze resolutie gaf de Algemene Vergadering een aanbeveling aan de mandaatmacht Groot-Brittannië en aan alle lidstaten om dit verdeelplan te laten toepassen door de toekomstige regering van Palestina. Verder was deze aanbeveling niet onvoorwaardelijk geldig. De twee deelstaten waren verplicht om Jeruzalem een internationaal statuut te geven en om een economische unie te vormen.

Vanuit zionistische hoek wordt altijd beweerd dat de Joden het verdeelplan wel hebben aanvaard. En pro forma deden zij dat ook. Maar tegelijkertijd ageerden ze voor een Joodse staat in heel Palestina. Met het gevolg dat al in maart 1948 het probleem Palestina weer naar de Algemene Vergadering werd verwezen.

Israelische soldaten voor een verwoest Arabisch dorp, 1948

Israelische soldaten voor een verwoest Arabisch dorp, 1948

 


Het officiële zionistische leger, de Haganah begon aan een militaire tereurcampagne waarbij ze grote delen veroverde van het gebied dat volgens het  Verdeelplan Arabisch moest blijven: Haifa en omgeving, veroverd  op 21 april. Jaffa en omgeving veroverd op 27 april, Centraal Galilea op 28 april, Tiberias, Safad en Oost-Galilea op 3 mei, Beisan en de vlakte eronder op 11 mei, Akka en West-Galilea op 14 mei, West-Jeruzalem op 14 mei. En daarna riepen de zionisten op 15 mei eenzijdig de staat Israël uit. Ben Goerion werd de eerste premier en in de onafhankelijkheidsverklaring weigerde hij grenzen (ook niet die van het VN-plan te erkennen), onder het motto ‘de toekomst kan ons nog verder brengen”.


Het is pas na 15 mei dat de ‘Arabische legers’ Palestina binnen vallen. En die Arabische legers moet je met een korrel zout nemen. Libanon en Syrië, net onafhankelijk van Frankrijk hadden nog niet echt een leger en dat van Egypte en Jordanië stond onder Brits commando. In het totaal ging het om 20.000 man, terwijl aan zionistische kant het om 120.000 man ging. Zes tegen een dus, in het voordeel van de Zionisten. Je zal deze cijfers nooit vermeld zien in de Israëlische propaganda.

Palestijnen vluchten uit Arabisch Jaffa, 1948

Palestijnen vluchten uit Arabisch Jaffa, 1948

 


Daarop stuurde de VN een bemiddelaar om de situatie recht te trekken, namelijk niet alleen de zionisten terug te drijven naar de ‘grenzen’ van het verdeelplan, maar ook om het verdeelplan aan te passen. Het werd Graaf Bernadotte.

Bernadotte was een lid van de Zweeds koninklijke familie en voorzitter van het Internationaal Rode Kruis. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog had hij duizenden joden en verzetsstrijders uit Nazi-Duitsland kunnen redden.

Hij werd bijgestaan door generaal Lundström, commandant van de UNO-troepen en persoonlijk vertegenwoordiger van Bernadotte.


Bernadotte herzag het verdeelplan, waarbij Akka, Haifa en Lydda tot de Arabische staat zouden behoren, net als het grootste deel van Galilea en de Negeb. En Jeruzalem, ook west-Jeruzalem zou uit de joodse staat worden gelicht. Daarnaast beval hij de oprichting aan van een speciaal UNO-organisme voor de Palestijnse vluchtelingen die door het Israëlisch leger waren verdreven. Alleen dit laatste zal postuum worden uitgevoerd. Het organisme bestaat nog onder de naam UNRWA (United Nations Relief Works Agency). Een van de zionistische militaire commandanten, de latere generaal en minister Ygal Allon schrijft dan ook (in zijn geschiedenis van het Israëlisch leger, Shield of David): “Israël was geschokt en dacht er niet aan dit soort voorstel maar in overweging te nemen… maar gelukkig, voordat hier sprake kon van zijn werd Bernadotte vermoord.”

Militaairen betogen tegen Bernadotte, kort voor hij werd vermoord

Militairen betogen tegen Bernadotte, kort voor hij werd vermoord

 


Bernadotte werd inderdaad op 17 september 1948 door zionistische extremisten vermoord. Dat gebeurde in de wijk Qatamun. Het UNO-konvooi bestond uit meerdere autos. De auto voor die van Bernadotte werd bestuurd door de Belgische majoor Massart, lid van de VN-troepen. Hij was later een van de belangrijkste getuigen, naast generaal
Lundström, die verklaarde: “Ik ben ervan overtuigd dat dit een weloverwogen en zorgvuldig geplande moord was. De plek waar ze de auto’s van het konvooi tot stilstand lieten komen was welbedacht. En de moordenaars wisten niet alleen in welke auto graaf Bernadotte zat, maar ook op welke zetel in de auto hij zat.” De twee politieke verantwoordelijken voor die moord waren Yitzhak Shamir (later premier) en Natan Yalin Mor (nu lid van Vrede Nu). De drie moordenaars verklaarden lid te zijn van Khazit HaMoledit, Het Vaderlandfront, een tot dan toe onbekende organisatie, die later ook nooit meer van zich liet spreken. Maar bizar is wel dat Michael Bar Zohar, de officiële biograaf van de toenmalige zionistische leider en eerste premier, Ben Goerion, schrijft:

“In Ben Goerions dagboek vond ik op datum van 19 september de namen van de drie moordenaars. Een van hen werd later een intieme vriend van Ben Goerion.” (p.180-181).

De staat Israël en zijn grenzen werden dus niet opgericht door de UNO, maar door terreur en geweld, als onderdeel van een expansionistische kolonisatie-ideologie.


De Belgische politici stonden dan ook zeer weigerachtig om deze expansionistische staat te erkennen.
Paul-Henri Spaak, toen Eerste Minister en Minister van Buza, en socialist verklaarde dan ook op 3 juni in de Senaat: “…la création d’un Etat juif, avec une immigration non limitée de Juifs, présente pour le monde arabe un très sérieux problème  et même un danger…de s’ étendre au détriment des autres Etats arabes. » Geef toe, dat onze politici wel doorhadden wat er gebeurde, alleen wilden zij niet ingrijpen. De de jure erkenning van Israël zal trouwens op zich laten wachten tot 16 januari 1950! Pas dan komt er een officiële vertegenwoordiging in Tel Aviv, en dan nog zal onze minister van Buza, ditmaal een katholiek, Van Zeeland de Israëli’s erop wijzen dat “ cet acte du gouvernement belge ne signifiait pas que la Belgique reconnait les limites territoriales d’Israël.” Maar dat zijn onze ministers ondertussen al lang ‘vergeten’. Nu erkennen zij zelfs de facto de bezetting van heel Palestina.

 


Lucas Catherine
is historicus van Vergeten Zaken.

mei 14, 2013 at 9:29 am 1 reactie

DE JOURNALISTIEK IN NEDERLAND IS MORSDOOD

AA040013

door Bert Brussen

Indrukwekkende column van Max Pam vandaag in de Volkskrant. Pam verhaalt over zijn vader die in de oorlog werkloos journalist werd omdat hij als jood werd kaltgestellt door de Kulturkammer. Van de 2500 journalisten vonden 1500 het geen enkel bezwaar om zich te laten muilkorven en op commando te likken en schikken voor de bezetter. In een merkwaardige laatste alinea verwijst Pam naar het Bevrijdingsdagconcert op de Amstel van afgelopen 5 mei en het ‘blasfemische’ lied dat Nick & Simon voor de nieuwe koning ten gehore brachten, met daarbij de vraag: ‘Of het gros van de journalisten moediger is dan toen, daarvoor durf ik mijn hand niet in het vuur te steken’.

Ik kan Max Pam beslist aanraden zijn hand hiervoor niet in het vuur te steken want als er één beroepsgroep is die niet moedig is, dan is het wel het Nederlandse journaille. Ik zou haast zeggen dat sinds de Tweede Wereldoorlog journalisten in Nederland vooral naïever, dwazer, banger en laffer zijn geworden en meer dan ooit bereid zijn te schikken, likken, knipmessen en buigen voor iedereen die misschien wel een bedreiging vormt voor hun salaris en voor iedereen die de juiste hoeveelheid status en macht voor de journalist in het vooruitzicht kan stellen.

Verering
We zagen dat natuurlijk tijdens de maar liefst veertien (14!) uur durende geheel kritiekloze ‘verslaggeving’ (lees: op Noord-Koreaanse leest geschoeide verering en bejubeling) van de abdicatie en inhuldiging van de nieuwe koning en koningin door de ‘objectieve’ en ‘kleurloze’ door publieke middelen betaalde NOS.

We zagen dat natuurlijk aan het chronische gebrek aan kritiek op de NOS, op die geestdodende, oersaaie programmering waarin nietszeggende deskundigen nietszeggende dingetjes kwamen vertellen in een glazen studio, daags na die dag waarop Nederland zoveel trekken had van Pyong Yang (inclusief dociele conformistische burgers die als zombies op de Dam met hun oranje vlaggetjes stonden te wapperen, maar daarover heeft Jan Bennink al zo goed geschreven dat ik daar niet meer overheen kan).

We zien dat aan de hoofdredacteur van de Volkskrant die, daags voor de troonswisseling, zichzelf maar alvast in zeven punten excuseert voor het brengen van truttige maar kritiekloze blabla over het koningshuis en het volk alvast voormasseert toch maar vooral van de monarchie te houden.

Joanna

We zagen dat natuurlijk aan het feit dat op de kroningsdag van álle NOS-verslaggevers alleen Eelco Bosch van Rosenthal de enige was die vragen stelde bij de ongrondwettelijke aanhouding en verwijdering van republikeinse studente Joanna.

We zien het natuurlijk, God zal het onze kinderen vergeven, bij de kritiekloze massa studenten journalistiek (hbo en universiteit) die vier jaar lang, zonder ook maar de minste kritiek te leveren of docenten en hun lesmethoden te bevragen, op hun madrassa leren om ‘correcte en fatsoenlijke journalistiek’ te bedrijven (liever niet online natuurlijk), en vooral zo hard mogelijk moeten ontkennen dat er beslist geen baan voor ze is na hun studie, al helemaal niet als presentator van een bekend televisieprogramma.

Opdat ze maar snel bij de NOS mogen gaan werken zodat ze tijdens de dagen dat de NOS propaganda uitzendt de hele dag elkaars complimenten kunnen retweeten en op het moment dat er dan één (1!) columnist is in de ‘kwaliteitscourant’ die wel (terecht) kritiek heeft op de NOS via Twitter laten weten hun abonnement op die courant daarom op te zeggen.

Ego
En natuurlijk zien we het bij het stuitende gebrek aan initiatief en ondernemerschap bij gevestigde journalisten. Liever nog vechten ze elkaar in hun eigen vakbond de tent uit en schrijven ze hun ledenblaadjes vol rancunestukjes omdat een andere journalist hun ego heeft gekwetst dan dat ze zich bezig houden met het stellen van kritische vragen of het innoveren van hun eigen vakgebied. Een vaste baan, een Cao-salaris en maar jammeren dat je pensioen tekort schiet en dat het aan het internet ligt. ‘Initiatief nemen’ in Nederland ten voeten uit.

Dát is het ‘gros van de journalisten’ van nu, die inderdaad niet moediger zijn dan toen. Integendeel. De journalistiek in Nederland is morsdood. En per krant zijn er 150 man nodig om het ontbonden lijk te begraven.

Wie dat nu nog niet heeft gezien leeft in dezelfde weerzinwekkende droomwereld als waarin de Oranjes leven. Ook op uw kosten, inclusief een eigentijdse Kulturkammer.

Bert Brussen is columnist van de Volkskrant en runt een eigen blog The Post

http://www.thepostonline.nl/author/bert-brussen/

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/11484/Bert-Brussen-bespreekt/article/detail/3438443/2013/05/08/Als-er-een-beroepsgroep-is-die-niet-moedig-is-dan-is-het-wel-het-Nederlandse-journaille.dhtml

 

mei 9, 2013 at 1:07 pm 1 reactie

ORANJE ANJERS VOOR GEKKE NEDERLANDERS

Oranje 3

door Lucas Catherine

Ook die oranjegekte meer dan beu ? Al dat fake gedoe met al die vieze, oranje attributen. Waarom eigenlijk dat oranje? Omdat de Hollanders het woord Orange niet kunnen uitspreken.


Dat kon de man die de dynastie stichtte Wilhelm von Nassau wel. Deze Duitse prins erfde op 11-jarige leeftijd van zijn neef René de Chalon het prinsdom Orange in wat nu Frankrijk is en dat werd hierdoor onderdeel van het Duitse Rijk. Zijn soeverein, Keizer Karel stelde wel een voorwaarde om de erfenis te erkennen: prins Willem van Nassau moest bij hem aan het hof in Brussel komen wonen. En onze Duitse puber werd dus Brusselaar. Hier werd hij opgevoed en leerde hij ook Brabants-Nederlands. Willem zal de meeste jaren van zijn leven doorbrengen in zijn Hof van Nassau, waar nu de Koninklijke Bibliotheek staat, maar waarvan zijn hofkapel nog altijd deel uitmaakt (de Nassaukapel).

Wanneer de Brussels bevolking in opstand komt tegen de zoon van Keizer Karel, Filips II en hierbij door een deel van de adel wordt gesteund, wil Willem eerst de kat uit de boom kijken en zwijgt, vandaar zijn bijnaam, Willem de Zwijger. Als Lutheraan wou hij wel tegen Alva vechten, maar niet tegen de koning. U kent wel het vers uit het Wilhelmus: Een prinse van Oranje, ben ik vrij onverveerd. Den koning van Hispaniën heb ik altijd geëerd. Een tekst van zijn mede-stander en mede-Brusselaar Marnix van Sint Aldegonde, geboren waar nu het Centraal-Station staat en later woonachtig in de Hoogstraat. Lutheranen als Willem waren monarchisten. Wanneer in 1567 de hertog van Alva voor de poorten van de stad verschijnt vlucht Willem naar het Noorden. De graaf van Egmont wil hem nog ompraten, maar kreeg als repliek de gevleugelde woorden: “Liever een prins zonder land, dan een graaf zonder hoofd.” 

De tijden veranderen. Wanneer de Brusselaars die dan overwegend Calvinistische republikeinen zijn, in 1576 de Geuzenrepubliek uitroepen, keert hij terug en wordt Willem door hen tot stadhouder benoemd. Hij wordt dan maar republikein uit opportunisme. Lang zal het niet duren want in 1577 gaat hij weer op de loop.

De looser van Brussel, wordt een Hollandse held. En ginder wordt de geschiedenis herschreven. Zo wordt zijn lijfspreuk Je Maintiendrai vertaald als Ik zal Standhouden (onderverstaan tegen Spanje) en zowel Beatrix als haar zoon Willem-Alexander hebben in hun speeches deze week regelmatig het werkwoord standhouden gebruikt als referentie naar die lijfspreuk. Alleen is het een foute vertaling, want de oorspronkelijke spreuk luidde: Je maintiendrai Orange, begrijp: ik zal Orange behouden voor het Duitse Rijk en nooit afgeven aan Frankrijk. Wat hij dus inderdaad niet heeft gedaan. Het is pas na hem Frans geworden.

Oranje 1 

En er is nog een ander fake symbool verbonden met dat Nederlandse koningshuis. Zo is er de bekende Anjerdag en de Anjer als symbool van de monarchie. Prins Bernhard is die bloem tijdens de Tweede Wereldoorlog gaan dragen als vorm van verzet, Je Maintiendrai, weet je wel, en daarbij greep hij terug naar, weeral de stichter: Willem van Oranje.

De anjer heeft een merkwaardige geschiedenis. Het verhaal wil dat toen Keizer Karel en de Brusselse adel Tunis gingen belegeren in 1535 en de stad daarna effectief veroverden, zij daar een bloem vonden die ze absoluut mee naar huis wilden nemen – het was de tijd van de eerste botanische tuinen – de anjer. En eens terug thuis werd die aangeplant in de Brusselse stadstuinen van de adel, in de grote tuin van het paleis van Egmont (nu nog het Egmontpark) en ook Willem werd een bewonderaar van die bloem en zo werd ze zijn symbool.

Dat die anjer bij ons terecht kwam via Ottomaans Tunis mag blijken uit de oude benamingen: Dodoens noemt ze de Tunisbloeme, ook nog Barbarica (Berbers) of herbam Tunicam, Tuniskruid. In het Italiaans van toen heet ze Tunizi, en in het Frans Oeillet de Turquie. Oeillet betekent oogje, omdat op de blaadjes van de bloem oogvormige tekeningen te zien zijn. Dat Franse woord is een vertaling van wat de Arabieren toen ‘anya’ (oogje) noemden, en dat gaf ons woord anjer. Een Arabische bloem, voor het eerst door Willem de Zwijger gekweekt in zijn Brusselse tuin, nu een symbool voor de Hollandse monarchie.

Niets zo fake als histories rond monarchieën, en dat niet alleen in de ‘boekskes’.


Lucas Catherine
is Historicus van het Vergeten Verleden en

Lid van De Republikeinse Kring, Cerle républicain, der Republikanischer Kreis
http://www.crk.be/?-Republikeinse-Kring-

Bornem - Kasteel van Marnix van St.-Aldegonde

Bornem – Kasteel van Marnix van St.-Aldegonde

mei 2, 2013 at 12:42 pm 6 reacties

WIE KRONEN WIL, MOET KREUNEN

aaa1

Koning in crisistijd

Stel je voor dat zich in het koninklijk paleis en directe omstreken een soort zaak-Greet Hofmans voordeed, een kwestie met een tragische menselijke oorzaak die zich tot een nationaal schandaal ontwikkelde. Zou de monarchie dat in deze tijd overleven?


door H.J.A. Hofland

 

Greet Hofmans was een gezondheidsbidderes die tot de directe omgeving van koningin Juliana had weten door te dringen. Een van haar dochters, prinses Christina, had een oogafwijking, misschien veroorzaakt doordat de koningin tijdens de zwangerschap rode hond had gehad. Greet Hofmans slaagde erin de koningin wijs te maken dat de kwaal door veel bidden kon worden genezen. Bovendien koesterde ze bijzondere inzichten op het gebied van de buitenlandse politiek. In profane taal hield ze er neutralistische denkbeelden op na.

In 1952 ging het koninklijk paar op staatsbezoek in de Verenigde Staten. Daar heeft de koningin zeventien redevoeringen gehouden. In de meeste gevallen was de invloed van Greet Hofmans duidelijk merkbaar. De Koude Oorlog was in volle ontwikkeling, in Korea woedde de hete oorlog en Nederland was een trouwe bond­genoot van Amerika. Natuurlijk baarden de politieke inzichten van ons staatshoofd hier opzien. Het werd duidelijk dat minister Stikker van Buitenlandse Zaken ruzie met het staatshoofd had gekregen. Maar verreweg de meeste media wisten de kwestie op de een of andere manier goed te praten. Alleen Het Parool was kritisch. De krant vroeg zich af of de geesten van Krishnamurti en Nehroe over haar vaardig waren geworden.

Wat we nu de zaak-Greet Hofmans noemen, was de oorzaak van een ongelooflijk nationaal schandaal. Het rumoer woedde voort, de eerste jaren vooral ondergronds. In 1956 kwam Der Spiegel met vrijwel het volledige verhaal. Dit nummer werd niet geïmporteerd. In Den Haag werd een commissie van wijze mannen benoemd die er ten slotte in slaagde de hele zaak glad te strijken, zoals dat Nederlandse wijze mannen betaamt.

Intussen zijn we meer dan een halve eeuw verder. Ik wil allerminst suggereren dat nu ten hove een nieuwe zaak-Greet Hofmans broeit, maar het volk en de media zijn veranderd, drastisch. In de jaren vijftig gingen we behoedzaam en eerbiedig met het koningshuis om. De grootheid in de publiciteit die we nu de Bekende Nederlander noemen, bestond nog niet. Nu is iedereen die een paar keer op de televisie is geweest een Bekende Nederlander. In het openbaar vervoer wordt hij aangestaard, aangesproken, op straat lopen wildvreemden met hem mee, ze willen met hem op de foto. En de Bekendste Nederlanders zijn straks de koning en de koningin.

BN’er zijn is tot een beroep geworden dat zich automatisch naast het hoofdberoep ontwikkelt. In eerste instantie produceren de media gezamenlijk de bekendheid. Die wordt dan door het publiek als een product genoten. Maar op welke manier? Dat hangt van de BN’er af. Je hebt voetballers die hun leven lang een onkwetsbare bewondering zullen wekken. Johan Cruijff. Er zijn BN’ers die als misdadiger zijn begonnen, maar wier beruchtheid langzamerhand in hun voordeel is geëindigd, dusdanig dat ze zelfs tot columnist werden benoemd. Willem Holleeder. Er zijn BN’ers die veelbelovend begonnen, onder de lofprijzingen werden bedolven, tot ze een fout maakten die van de ene dag op de andere een volkswoede wekte. Jeroen Dijsselbloem. Het leerzame in dit geval is dat het volk zich had vergist. En ten slotte de BN’ers die automatisch een soort volksrazernij veroorzaken. Ik noem geen namen; het gaat in deze gevallen om veroordeelde misdadigers die bij het volk een wilde woede, soms moordlust opwekken. Voor wie daar meer over wil weten, raadpleeg internet.

Hoe zullen onze twee Bekendste Nederlanders zich na 30 april gedragen? In de tijd die straks tot zijn vorig leven zal horen is Willem-Alexander een keurige, en gegeven de beperkingen van zijn functie, een gereserveerde zo niet bescheiden man geweest en prinses Máxima was voor de camera’s altijd een charmante, voorbeeldige echtgenote. Wat wil je meer. Op het eerste gezicht valt er voor de republikeinen aan dit koninklijk paar geen eer te behalen. Maar het is crisis. Nederland heeft 620.000 werklozen, 7,5 procent van de beroepsbevolking, en iedere maand komen er een twintigduizend bij. Nu heeft het Nieuw Republikeins Genootschap het salaris van de nieuwe koning aan de orde gesteld. Dat is 850.000 euro per jaar. De nieuwe koningin ontvangt straks 327.000 euro.

Ik heb geen idee wat ze van dat geld allemaal moeten betalen. Paleizen, personeel, auto’s, wat er verder bij een hofhouding komt kijken. Ik wil het ook niet weten. Maar ik ben er zeker van dat onder de omstandig­heden van de crisis dit bedrag te hoog is. Ik lees de discussies op internet en ik zie de volkswoede dagelijks toenemen. In deze tijd kan de vorst zich niet meer als een particulier aan de samenleving onttrekken. We zijn meer dan een halve eeuw verder. Hoogheid, pas uw beloning aan.

http://www.groene.nl/2013/16/koning-in-crisistijd

NASCHRIFT JC:

Wat is Henk Hofland toch een beschaafd geslepen, een gematigde en verdraagzame criticus van het bestel. Niet dat er iets is tegen beschaving of verdraagzaamheid. Laten we hem toch maar vertellen wat onze Saksen-Coburgs jaarlijks uit de Belgische staatskas slepen. De bedragen zouden onlangs lichtjes zijn ‘bijgesteld’ naar beneden toe.

Hier een bericht uit De Tijd van december vorig jaar.

‘De dotatie aan het koningshuis stijgt volgend jaar met bijna 300.000 euro tot ruim 11,5 miljoen euro. Dat blijkt uit de begroting voor 2013 die de regering heeft ingediend in het parlement.

De koning krijgt elk jaar een som voor de uitoefening van zijn functie, de zogenaamde civiele lijst. Dat bedrag stijgt volgend jaar met 2,5 procent en wordt dus aangepast aan de inflatie.

De regering-Di Rupo beloofde in het regeerakkoord nochtans dat de dotaties voor de leden van de koninklijke familie twee jaar lang bevroren zouden worden, dit en volgend jaar dus. Die belofte komt de regering na voor de kinderen van de koning en voor koningin Fabiola, maar niet voor de koning. Wettelijk kan de regering aan de civiele lijst immers niet raken, want die dotatie geldt voor de regeringsduur van de koning.

Voor dit jaar deed de koning wel een geste. Met zijn ‘opslag’ beloofde hij de renovaties aan zijn residenties te betalen, uitgaven waar de regering normaal voor instaat. Ook in 2013 zou hij zijn extraatje daarvoor gebruiken.’

Nog niet tevreden? Hier is Knack in voorjaar 2011:

Het Belgische koningshuis is dubbel zo duur als gedacht. Naast de gekende jaarlijkse dotatie van 13,7 miljoen euro, betaalde de overheid vorig jaar nog eens 16,8 miljoen euro aan koning Albert en zijn familie. Totale kostprijs: 30,5 miljoen euro.

De totale begrotingskost zit verstopt in tal van begrotingsposten – gaande van Binnenlandse Zaken over Defensie tot Wetenschapsbeleid. Het meest kost de koninklijke familie bij Binnenlandse Zaken. Vorig jaar voerde de politie 271 escortes uit en ruim 250 agenten stonden voltijds in voor de beveiliging. Kostprijs in 2010: 14,5 miljoen euro.

Zowel koning Albert als koningin Fabiola, Filip, Laurent en Astrid kunnen op een hele entourage rekenen. Elk met hun eigen secretariaat, een chauffeur, adviseurs en ook een algemene chef protocol. Ook zij staan een voor een op de loonlijst van Defensie. Prijskaartje: 1,8 miljoen euro.

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/nieuws/mensen/koninklijke-familie-kost-de-staat-30-miljoen-euro/article-1194960286641.htm?utm_source=Newsletter-28-02-2011&utm_medium=Email&utm_campaign=Newsletter-Site-Knack-NL-nl


http://www.tijd.be/nieuws/politiek_economie_belgie/Dotatie_koningshuis_stijgt_tot_11_5_miljoen.9284292-3136.art?utm_medium=email&utm_source=SIM&utm_campaign=MORNING_COMMENT

je maintiendrai mes privileges_catalogus

april 29, 2013 at 4:13 pm 4 reacties

KEITH HARING: EEN KUNSTENAAR MET EEN BOODSCHAP

_DSC0078Keith Haring was net geen 32 toen hij in1990 stierf aan de gevolgen van Aids, maar in zijn korte kunstenaarscarrière had hij bij leven al een stevige internationale reputatie opgebouwd. Samen met Andy Warhol en Roy Lichtenstein was hij  een icoon van de pop art: kunst in het tijdperk van de reproduceerbaarheid en kunst voor de massa. Hij was pas 28 toen hij werd uitgenodigd op de artistieke hoogmis Documenta in Kassel.

Zelf scheen hij zich toen te hebben afgevraagd of hij daarmee was gerecupereerd door “het systeem,” dat hij jarenlang had bevochten in zijn graffiti, tekeningen, collages, en installaties. Haring was – kom daar tegenwoordig nog eens om -  een wereldverbeteraar, maker van kunst met een niet mis te verstane boodschap: tegen het kapitalisme, de dwang van de religie, de verdwazing van de massamedia, de kernoorlog, het consumentisme. Hij nam actief deel aan acties tegen de Apartheid in Zuid-Afrika en aan campagnes voor veilige seks. Dat alles in de context van de Reaganjaren, op een moment dat geëngageerde kunstenaars zeldzaam worden.

Haring verliet het schildersatelier en maakte kunst op straat en in de metro. Hij werkte ontzettend snel en dat moest ook wilde hij de politie vóór zijn als hij in de metrogangen van New York zijn graffiti aanbracht. De middelen die hij gebruikt staan in fel contrast tot de overmacht van de reclame en de massamedia: pen, papier, krijt, simpele symbolen (als pictogrammen of volgens Le Monde: hiëroglyfen) die voortdurend terugkeren in telkens andere composities. Hij weigert te schilderen op doek en gebruikt in plaats goedkoop geplastifieerd zeildoek en hij werkt samen met anonieme straatkunstenaars.

Naarmate – oh contradictie – de sponsors toestromen en de middelen toenemen  maakt  hij grotere en grotere installaties: op autowegen, op de campus van de universiteit of op de gevel van een ziekenhuis – niet alleen in de VS maar ook in Italië, Spanje en Frankrijk, waar hij reusachtig populair was en is. Van het overweldigend oeuvre dat hij naliet  is nu een retrospectieve tentoonstelling te bezichtigen  in Parijs, onder de duidelijke titel: “Keith Haring, The Political Line.

Johan Depoortere

_DSC0066

De meeste werken van Haring hebben geen titel: de interpretatie staat de toeschouwer vrij, maar de boodschap laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

_DSC0076-001

_DSC0052

_DSC0067

David van Michelangelo in de interpretatie van Haring. Een iconisch beeld uit de kunstgeschiedenis wordt graffitikunst

_DSC0075

Hetzelfde gebeurt met etnische kunstvoorwerpen als Afrikaanse maskers of faraograven.

_DSC0063

_DSC0051_DSC0052

_DSC0036

_DSC0037

“De Tien Geboden”

_DSC0041

_DSC0033

Haring’s geliefkoosde thema’s komen terug in zijn monumentale structuren: de hond als symbool van agressie, het doorboorde individu.

_DSC0065

_DSC0032

De tentoonstelling in Parijs is op twee plaatsen te vinden: Het Musée d’Art Moderne en het kunstencentrum 104 waar de grotere werken zijn tentoongesteld.  Nog tot 18 augustus.

april 23, 2013 at 2:12 pm Een reactie plaatsen

Oudere berichten


Categorieën

  • Blogroll

  • Feeds


    Volg

    Get every new post delivered to your Inbox.

    Join 467 other followers