Posts filed under ‘literatuur’

SO LONG, LEONARD

leonardcohen_1234962013

Tom Ronse

Het is alsof ik een vriend heb verloren. Al van de eerste mysterieuze song (in 1967) was ik verslaafd.
 
… And she feeds you tea and oranges
That come all the way from China
And just when you mean to tell her
That you have no love to give her
Then she gets you on her wavelength
And she lets the river answer
That you’ve always been her lover
And you want to travel with her
And you want to travel blind
And you know that she will trust you
For you’ve touched her perfect body with your mind…
 
Geen dichter zong beter, geen zanger dichtte beter. Voor de Nobelprijs is het nu te laat maar wat mij betreft verdiende hij er een. Over de jaren heen heeft hij me vaak getroost, betoverd, geinspireerd. Ik heb hem ooit geinterviewd. Hij was heel vriendelijk, zonder ster-allures. Hij nam zijn tijd, legde me uit hoe hij werkte, naar welke muziek hij zelf luisterde (country en klassiek), etc. Ik wou dat interview bij wijze van herdenking hier in het Salon plaatsen maar ik vind het niet meer. Het was in de tijd voor alles online stond. Misschien geeft het niet, er is momenteel geen gebrek aan interviews en andere herinneringen aan Leonard in de media. Bij wijze van herdenking volgen hier enkele flarden uit zijn songs, geillustreerd, de meeste door Mark McEvoy.

cohen-guests

from-so-long-marianne

lcquote

lcquote-2

revcohen-26

rev-cohen-20

dealer

Everybody knows

rev-cohen-2

revcohen23

cohen-bird

1000-kisses-deep

cohen-avalanche

rev-cohen-4

secret-life

revcohen24

cohen-23

 

leonard-cohen

 

november 12, 2016 at 5:58 am 1 reactie

DE ZWARTE KANT VAN BOB DYLAN

Bob Dylan in Tel Aviv in 2011

Bob Dylan in Tel Aviv in 2011

De zwarte kant van Bob Dylan: zijn steun aan Israël.

door Lucas Catherine

In 1983 bracht Dylan zijn album Infidels uit. Daar staan twee onbehagelijke liederen op: eentje tegen de vakbonden Union Sundown en eentje pro-Israël: Neighborhood Bully. In dit laatste wordt de zionistische staat afgeschilderd als slachtoffer van geweld door zijn Arabische buren:

Well, the neighborhood bully, he’s just one man
His enemies say he’s on their land
They got him outnumbered about a million to one
He got no place to escape to, no place to run
He’s the neighborhood bully.

De invasie door Israël van Libanon was toen net een jaar geleden, en het bloed was nog maar net opgedroogd in Sabra & Shatilla.
In het lied toont hij verder een grote onwetendheid over de massale militaire steun van de VS aan Israël want, zingt hij:

He got no allies to really speak of
What he gets he must pay for, he don’t get it out of love
He buys obsolete weapons and he won’t be denied

Tien jaar eerder, in 1971, schreef Anthony Scaduto in The New York Times over zijn relaties met terreurrabbijn Kahane, diens Kachpartij en de Jewish Defense league: “Dylan’s interest in Israel and Judaism led him, over a year ago, into an unexpected relationship with Rabbi Meir Kahane and the Jewish Defense League.” Dylan bezocht meermaals meetings van de fascistische Jewish Defense League en er werd zelfs gesuggereerd dat hij ze financieel steunde. Scaduto schreef een biografie van Dylan, een basiswerk.
Nu nog is Bob Dylan een fervent tegenstander van de BDS-boycotbeweging.

Gelukkig is het alleen maar de Nobelprijs voor Literatuur die hij kreeg en niet die voor de Vrede.

Lees meer:
https://electronicintifada.net/blogs/michael-f-brown/bob-dylans-embrace-israels-war-crimes

oktober 22, 2016 at 6:15 pm 1 reactie

CONGRATULATIONS, MASTER BOB

1966-poet

NOBODY WRITES, SINGS, PLAYS, BRINGS

DYLAN LIKE DYLAN

620-06-bob-dylan-73

bob

1962-bd

Bob Dylan with Get Born sign

busy

izl8x

bob78978676657

bob-kids

bob65

dylan-bw

village

layladylay

rain

foreveryoung

bobdylan_blog

inthecorner

oktober 13, 2016 at 12:42 pm Plaats een reactie

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (8)

library russia prikol.ru

door Tom Ronse

Dit is de achtste aflevering in de serie die maar niet wil sterven.

Ze begon in december 2011. De laatste afleveringen gingen niet meer over de vraag in de titel maar over de impact van de informatie-technologie op de literatuur en over de nieuwe expressievormen die ze doet ontstaan. De laatste bijdrage ging over Twitter-literatuur.

Op de vraag in de titel kwam ik na deel 5 niet meer terug. In deel 6  schreef ik: “In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden.”

 

read-321

Maar klopt dat wel?

In het laatste jaar is de verkoop van e-books achteruit gegaan en die van het papieren boek gestegen. Voorspellingen dat het alsmaar groter visuele aanbod er toe zou leiden dat er steeds minder boeken gelezen zouden worden, zijn voorlopig niet bevestigd. Integendeel, er wordt meer gelezen dan ooit en de overgrote meerderheid van de lezers verkiest boeken van papier. En een van hen ben ik.

Iexoa

De cijfers die in de pers geciteerd worden gaan vooral over de grootste markt, de Amerikaanse. In België stijgt de verkoop van e-books nog wel maar het aandeel van het digitale boek in de totale markt bedraagt amper 3 procent.  “Dat percentage zal nog wel blijven stijgen”,verwacht Jef Maes van Boek.be. “Maar van een scenario waarbij de verkoop van digitale boeken groter wordt dan die van papieren exemplaren is geen sprake meer. We gaan er nu van uit dat het aandeel van e-books zal stabiliseren rond de 10 procent”. (De Morgen, 26/09/2015)

Toch een paar caveats bij die vaststelling. Tot vorig jaar ging de verkoop van e-books in stijgende lijn, vooral omdat ze veel goedkoper waren dan hun papieren versies. Wat begrijpelijk is, aangezien de reproductie- en transportkosten van digitale producten minuscuul zijn. Maar dan slaagden de uitgeverijen, aangevoerd door Hachette,  er in om van de verdelers af te dwingen dat de prijzen van e-books door de uitgevers zouden worden bepaald. Het gevolg was dat die prijzen omhoog schoten en de verkoop navenant daalde. Dit werd voorgesteld als “een normalisering van de boekenmarkt”. Maar in feite is het protectionisme, bescherming van een oudere productievorm tegen een nieuwe, omdat de uitgevers met deze laatste blijkbaar minder winst kunnen maken.

Zolang de uitgevers hun greep op de verdeling van e-books kunnen handhaven, zal de opmars van de digitale boekvorm afgeremd blijven.  De vraag is hoe lang ze dat kunnen.  Dat brengt me naar mijn tweede caveat. De daling van de verkoop van e-books betekent niet dat er minder digitaal gelezen wordt, zelfs niet dat er minder digitale boeken worden gelezen. Een groot deel daarvan wordt niet verkocht maar circuleert zonder betaalportalen op het web. Dat is wellicht de grote vrees van de uitgevers: dat de kostenloze reproductie van electronische informatie ertoe zal leiden dat er met het product “boek” geen winst meer kan worden gemaakt.

books

 

Op ietwat langere termijn is die vrees gewettigd. Het aanbod van digitale producten die geen handelswaar zijn –die niet door verkoop circuleren – groeit razendsnel.  Het omvat meestal kortere teksten maar ook  boeken circuleren steeds meer electronisch.  Voor boeken waarvan het copyright is verjaard is dat uiteraard geen probleem, men kan die gratis legaal downloaden op websites als www.Gutenberg.org . Nieuwere boeken worden gepirateerd, zij het in mindere mate dan muziek en films. De strijd tegen internet-piraten is een gevecht tegen de bierkaai.  (1) De bierkaai in casu is de structuur van het internet zelf die de controle over informatieverspreiding zeer moeilijk maakt.

Maar er zijn ook steeds meer boeken die enkel langs het internet verspreid worden. Alleen als ze daar buitengewone aandacht krijgen worden ze gecommercialiseerd; worden ze papieren en digitale handelswaren.  Maar dat overkomt slechts een kleine minderheid.  Onvermijdelijk wordt een steeds groter deel van de informatie enkel electronisch en niet op papier verspreid.  In die zin zijn de berichten over de achteruitgang van e-books misleidend.  Bovendien houden ze geen rekening, wat de Amerikaanse cijfers betreft, met de e-books uitgegeven door kleinere onafhankelijke uitgeverijen die niet aangesloten zijn bij de Association of American Publishers.  En het zijn net deze die veel e-books uitgeven. Er circuleren veel meer boeklange teksten dan deze die door de gevestigde uitgeverijen verspreid worden.Boeken die misschien anders geschreven en gestructureerd zouden zijn als ze geconcipieerd waren als papieren boeken.  Wetenschappelijke boeken, politieke boeken, romans. Over deze laatste expressievorm, de digitale roman, wil ik het in de volgende aflevering hebben.

readin312879

VOETNOOT

(1) Wordt die uitdrukking nog gebruikt? Ik heb ze meermaals gebezigd zonder te weten wat er ooit op de bierkaai gebeurde. Dus heb ik het even gegoogled. Wikipedia zegt:

“De bierkaai was de kaai in Amsterdam waar de vaten met bier aankwamen en de sjouwers werkten die de zware vaten met bier laadden en losten. De Bierkade was een deel van de Oudezijds Voorburgwal, gelegen bij de Oude Kerk. De bewoners van dit deel van Amsterdam stonden bekend als onoverwinnelijke vechtersbazen. Daarvan is het spreekwoordelijke vechten tegen de bierkaai afgeleid: je inzetten voor een hopeloze zaak.”

Zo hebben we toch iets bijgeleerd vandaag.

 

juli 25, 2016 at 3:01 am 1 reactie

Heeft het papieren boek nog een toekomst? DEEL 7: TWITLIT

tweets

Tom Ronse

In de vorige aflevering van deze serie liet ik me nogal sceptisch uit over het literair potentieel van Twitter. Ik was ongehinderd door enige voorkennis want ik had nog nooit een ‘tweet’ gelezen.  Inmiddels heb ik daar iets aan gedaan. Ik ben er nog niet ingedoken maar ik heb toch al vanop de kant met mijn tenen in deze immense vijver geroerd. Genoeg om te ontdekken dat Twitter gonst van de literaire bedrijvigheid.

Twitter is een “virtuele gemeenschap”, samengesteld uit schier ontelbare, elkaar overlappende  “virtuele gemeenschappen”.  Het communicatieplatform bestaat sinds 2006 en heeft inmiddels  284 miljoen  actieve en 220 miljoen passieve gebruikers.  Het maakt winst door informatie over zijn gebruikers te verkopen aan adverteerders. Niemand leest alle tweets (berichten op Twitter): op piekmomenten zijn er duizenden per seconde. Je kiest wie je volgt en “retweet” wat je goed vindt. Wat Twitter anders maakt dan andere sociale media zoals Facebook is dat “tweets” niet langer mogen zijn dan 140 lettertekens.

Kunnen tweets kunst zijn?

Doemt dat het medium tot oppervlakkigheid?  Is het tot niets anders in staat dan roddelen, sloganeren, chockeren, emotioneel ontlasten, grapjes vertellen, reclame maken en links doorgeven naar andere plaatsen op het internet waar de beperking van 140 lettertekens niet geldt?

Wakkert het de oppervlakkigheid en de short attention span nog aan?

Sommige schrijvers vinden van wel. “Twitter is murdering literature with a gun”, schreef Jonathan Franzen.  Columnist Conor Gearin is het daar niet mee eens. “A Tweet’s 140-character length does not disqualify it as literature — otherwise, we would have to throw out countless short poems that have shaped our view of the world”, schrijft hij. Tweetster en dichteres Kimmy Walters merkt op: “Lots of poetic forms also have limitations, but you’ll notice that fewer people are claiming that the sonnet is murdering literature with a gun.”

Toch besluit Gearin: “I have never seen a writer publish a book entitled “New and Selected Tweets.” I have to admit I am a bit doubtful I would read such a book.”

selected-tweets

Net op de dag waarop ik Gearins column las, zag ik de aankondiging van een boek dat volgende maand verschijnt:  “Selected Tweets”, door Mira Gonzalez en Tao Lin. De eerste is een dichteres uit LA, de tweede een romanschrijver die in New York woont. Beiden zijn verwoede tweeters die verschillende keren per dag wat er door hun hoofd spookt in tweetvorm op de wereld afvuren. Beiden zijn ook gelauwerde auteurs. Maakt dat hun tweets literatuur? Is dit kunst?

“Yes, absolutely”,antwoordt Mira Gonzalez, “ I view twitter as an art form as much as I view poetry or fiction as an art form.” 

Voor haar is Twitter een poëtisch medium maar dat wil niet zeggen dat haar tweets gedichten zijn. Literaire tweets passen niet in de categorieen van het drukperstijdvak. “The content that I post on Twitter tends to be different from the things I would write in a poem. That’s not to say one is better or more important or ‘less poetic’ than the other. I can express things on Twitter that I wouldn’t feel capable of expressing in a poem, the same way I can express things in a poem that I wouldn’t feel capable of expressing in a short story.

Wat het medium voor haar en andere literaire tweeters aantrekkelijk maakt is dat het uitnodigt tot  vluchtige, ongepolijste, onmiddelijke, compacte communicatie met een onzichtbaar publiek. Dat geeft haar als schrijfster een gevoel van vrijheid dat ze in andere media niet vindt:  “I feel comfortable tweeting things that I would never feel comfortable saying in a real life conversation, or even in other places on the internet. For reasons that I don’t fully understand, Twitter is a place where I don’t feel ashamed to say my most shameful thoughts.”

twitter 2

Ook de literaire criticus Christian Lorentzen voelt zich vrijer als tweeter, al wantrouwt hij dat gevoel. “Disposability, and ephemerality and the lack of a money factor all probably make me feel free. This is good evidence that I am delusional because tweets stay online forever unless you delete them, they can be used against you in a court of law, and twitter is a giant corporation, moneywise, whose product is all of us who use it.”

Die vrijheid –of ogenschijnlijke vrijheid-  zet vele literaire tweeters aan om de grens tussen werkelijkheid en fictie op te blazen of in vraag te stellen. Sommigen meten zich een Twitter-persona aan, een fictief karakter dat enkel op Twitter bestaat.Patricia Lockwood, een populaire dichteres en tweetster, is daar een goed voorbeeld van: “My character is a sort of surreal, postmodern Mae West: delusions of grandeur, willingness to say anything, breasts everywhere, even where they don’t belong, and made out of one-liners. I like it when women assume voices of total and even reckless comic authority. I like shocking declarations, and swinging from the chandelier, and general word-drunkenness”.

Vele literaire tweeters vinden Twitter een onmisbaar middel om contacten te leggen, gelijkgestemden en nieuwe lezers te vinden. “It’s weird and surprising and cool and frustrating to discover people so similar to you living all across the globe”, zegt Kimmy Walker. “I have probably seventy soulmates and most of them live between 1,000 and 10,000 miles away from me.”

En Mira Gonzalez : “I have met most of my best friends through Twitter, as well as countless people who have been supportive of my writing. I have also discovered a lot of my favorite writers through their twitter accounts.”   

Sommigen gebruiken Twitter enkel om reclame te maken voor hun boeken. Velen hebben het gevoel dat een schrijver vandaag verplicht is om op Twitter aanwezig te zijn,  wil hij of zij niet genegeerd worden. “I particularly dislike the feeling that if I’m not on Twitter, people won’t share my work or read it, so it’s fear of missing out that keeps me on there”, klaagt de Britse schrijfster Juliet Jacques. “Obviously, this ties in with the financial collapse of the media industry. It’s all a fucking mess, basically, and terrible for the kind of introverted personality that is attracted to write.”

Voor de schrijfster Kate Zambreno was dit de reden om met Twitter te stoppen. Volgens haar zet het medium aan tot zelf-promotie in plaats van tot literaire kwaliteit. Ik kreeg er een hekel door aan mezelf, zegt ze. “Some writers have tens of thousands of followers and it’s more of a popularity contest or a cult of personality, and made me think of writing something to appeal to more readers—which I found poisonous as a writer.”  Sinds ze gestopt is, krijgt ze nog regematig emails van tweeters die haar schrijven dat ze haar missen. Dat vind ze leuk maar ook vreemd: “like you don’t exist if you’re not on social media”.

Flarden

“The best Twitter works like good eavesdropping, when you walk by a conversation and hear just a sentence that you’ll continue to think about ”, meent de literaire redacteur Spencer Madsen.

Het medium is ideaal voor aforismen, slogans in Bond zonder naam-stijl en korte poëtische observaties die op Haikus lijken, weliswaar zonder de vorm van dat Japanse genre te respecteren. “Nieuwjaarsochtend – alles staat in bloei! Ik voel me nogal gemiddeld” zou als een typisch voorbeeld van zo’n tweet kunnen gelden maar het is een haiku van de 18de eeuwse dichter Issa. Niets nieuw dus maar Twitter heeft deze superkorte kunstvormen wel een enorm speelveld gegeven en zo sterk aangewakkerd.

sadvil 3

Ook niet nieuw is wat de situationisten, geinspireerd door marxisme én surrealisme, l’art du détournement noemden. Door een commerciële of politieke slogan uit zijn context te lichten en hem in een andere te plaatsen, kun je hem tegen zichzelf keren. Dat deden ze al in mei ’68. Amerikaanse artisten zoals Barbara Kruger en Jenny Holzer waren er in de jaren 1980 ook straf in. Twitter leent zich uitstekend voor dit soort subversieve kunst.

Sommige tweeters slagen er in om in één enkele tweet een heel scenario te verpakken. Zoals Sadvil:

sadvil

Maar ook dat is eigenlijk niet nieuw. Er ie een beroemde anecdote (al dan niet echt gebeurd – dat is onduidelijk) over Ernest Hemingway. ‘Papa’ zou ooit weddingschap hebben afgesloten dat hij in zes woorden een roman met een begin, een midden en een einde kon schrijven. Dit is wat hij op een servet zou hebben gekrabbeld: “For sale: baby shoes. Never worn.”

Hemingway was de kampioen van de compactheid, van het schrappen van alles wat niet essentieel is. Zou Twitter hem gefascineerd hebben?

Sommige tweeters hebben veel meer dan zes woorden nodig en spreiden hun verhaal over verschillende tweets. De schrijver Rick Moody publiceerde in 2009 een kortverhaal bestaande uit 153 tweets.

Twitter zet aan tot schrappen, tot zoveel mogelijk zeggen met zo weinig mogelijk woorden. Dat heeft ook invloed buiten de Twittersfeer. “De communicatie wordt beknopter en dat zie je dan ook terug in de literatuur”, zegt Peter Roosendaal (“Nederland leest”) in De Morgen (25/03/2015). Essayist en tweeter Kenneth Goldsmith speculeert:  “I wonder if Knausgaard would’ve written the same books today had he been using Twitter. It wasn’t around when he was writing those books. Those books were written during the age of the blog, with its big verbiage. The landscape has completely changed today.”

Het bekendste voorbeeld van een door Twitter beinvloede auteur is wellicht Lydia Davis. Zij is een enthousiate tweeter die net als Issa en Gonzalez van kurkdroge humor houdt:

“Now that I have been here for a little while, I can say with confidence that I have never been here before.”

Ze publiceert fel gewaardeerde superkorte verhalen. Collega-tweetster en schrijfster Chloe Schama  is een fan: “Her work can sometimes read like a test of discipline or the brilliant product of a dare: You thought I couldn’t do it, didn’t you? I broke your heart in one paragraph or less.”

Zoals Hemingway.

Maar terwijl poëzie en kortverhaal in de Twittersfeer kunnen gedijen, kan de roman er zich onmogelijk thuis voelen. En, wat Kenneth Goldsmith ook moge beweren, de vraag naar romans, naar boeken die de beknoptheidsdwang aan hun laars lappen, is niet aan het verdwijnen.

Ook niet in cyberspace. Maar daarvoor moeten we elders kijken dan op  Twitter. Dat doen we in de volgende aflevering van deze serie.

 

De vorige aflevering van deze serie kun je HIER lezen.

De citaten van tweeters in dit artikel komen uit een serie van interviews door Sheila Heti in Believer Magazine. Je kunt die HIER lezen.

 

Gearins column lees je HIER.

Klikken op onderstaande links brengt je naar de Twitter-feed van enkele bekende literaire tweeters. Maar verwacht je niet aan een ononderbroken stroom van literaire hoogstandjes.

@arealliveghost

@tao_lin

@miragonz

@xlorentzen

@TriciaLockwood

@tejucole

@egabbert

@julietjacques

@lydiadavis

@chloeschama

 

 

 

april 27, 2015 at 6:53 pm 1 reactie

HEEFT HET PAPIEREN BOEK NOG EEN TOEKOMST? (6)

1.books

Tom Ronse

Zeg me niet dat dit salon geen aandachtige lezers heeft. Zoals EL die me een mail zond waarin hij Sisyphus’ noeste arbeid toejuicht, waarvoor we hem bedanken, en me er tevens op wijst dat ik een serie van essays met bovenstaande titel nooit heb afgemaakt. En hij citeert de slotzin van mijn vijfde en voorlopig laatste stuk in die reeks: “In  de volgende aflevering zoek ik antwoorden op de vraag hoe de overgang naar een wereld van electronische informatieverspreiding traditionele boek-kunstvormen zoals de roman beinvloedt”. Dat schreef ik in april 2012.  Het zou een van mijn vele onafgewerkte projecten gebleven zijn, als EL niet aan mijn mouw had getrokken. Belofte maakt schuld. Het helpt dat het onderwerp me boeit.(1) Dus duiken we er weer in. Over de vraag in de titel -of het gedrukte boek nog een toekomst heeft- hebben we het eigenlijk niet meer. In de vorige afleveringen kwamen we tot de conclusie dat het papieren boek niet zal verdwijnen maar wel marginaler zal worden. Nu gaat het over de vraag hoe de electronische drager het boek inhoudelijk verandert. Hoe zit het met de toekomst van de literatuur?

2. Late American novel

In 2011 verscheen een boek, The Late American Novel: Writers on the Future of Books, waarin 26 bekende schrijvers deze vraag trachtten te beantwoorden. De titel en de ouderwets-futuristische prent op het voorplat doen verwachten dat het e-boek er ruim aan bod in komt maar vreemd genoeg is dat niet het geval. Slechts enkele schrijvers vermelden het en dan nog meestal met enige weerzin.

 

 

3. oldandnew De uitzondering is de romanschrijver Reif Larsen die denkt dat de voorstanders van het gedrukte boek ooit zullen klinken als de Victorianen die kaarslicht zoveel beter vonden dan Edisons nieuwerwetse electrische lantaarns.  Hij probeert zich in te beelden welke nieuwe terreinen de e-boeken zullen exploreren, eens ze in hun nieuwe schulp zijn gegroeid. Ze kunen de rigide grenzen van het blad opblazen, schrijft hij enthousiast. Beelden kunnen in de tekst opdoemen of er boven zweven. Multimedia trailers in plaats van kaften. De tekst zal “zwaar gesupplementeerd” worden met multimedia zoals gesproken woord, muziek, video, opties voor interacties tussen lezers en een zijpaneel met “real-time Twitter reviews.” Vanuit het standpunt van een verhalen-verteller lijken de mogelijkheden om de lezer mee te nemen in nieuwe verhaal-werelden zowel onbeperkt als angstaanjagend, concludeert  Larsen.  De truc bestaat er volgens hem in om te weten “when to harness the power of the new media and when to let the simplicity of the text work its magic.” De verleiding om met de nieuwe media te spelen kan er echter toe leiden dat al te vaak voor het eerste wordt gekozen.

Larsen heeft zelf van zijn roman The Selected Works of T.S. Spivet  een “geamplifieerde”e-versie gepubliceerd (Penguin, 2012. De filmversie van het boek, The Young and Prodigious Spivet , was vorig jaar in de bioscopen).

4. Spivet poster

Het e-boek kun je als Ipad app downloaden.  Ipad-lezers klagen echter dat hun schermpje te klein is om al de extra’s – video, commentaren- die de e-versie bevat te tonen. Je moet ze  zelf binnen je gezichtsveld trekken. Sommige lezers vinden al die zijsprongen die het verhaal onderbreken irritant. Hoe meer toeters en bellen, hoe aantrekkelijker de rust van de simpele tekst hen lijkt.

5. reading manara

Strandscene door Milo Manara

 

Dat is ook de opinie van de Britse schrijver China Miéville. In een speech voor de Edinburgh World Writers’ conference in 2012  stelde hij dat de voorspellingen over de digitale productie van een nieuwe soort literatuur overroepen bleken. “The hypertext novel? A few interesting experiments. The enhanced ebook, with soundtrack and animation? A banal abomination.”  Ondanks alle experimenten is het volgens hem opvallend dat de traditional narrative-arc-shaped fiction goed standhoudt.  Maar terwijl de digitale productie volgens hem nog geen inhoudelijke of vormelijke revolutie van de literatuur heeft teweeg gebracht, ziet hij de digitale distributie van literatuur als een onstuitbare trend. En je kunt de distributie van de roman niet radicaal herstructureren zonder dat dit een impact heeft op zijn vorm en inhoud. Miéville erkent dat.  “We naderen niet alleen een tijdperk waarin niemand die dat niet wil voor een boek zal moeten betalen maar ook een waarin de digitale beschikbaarheid van de tekst de relatie tussen lezer, schrijver en boek zal veranderen”.

De meest ingrijpende verandering volgens Miéville: “The text won’t be closed.”

“Anyone who wants to shove their hands into a book and grub about in its innards, add to and subtract from it, and pass it on, will, in this age of distributed text, be able to do so without much difficulty, and some are already starting.”

Inderdaad kan men op het web al heel wat sites vinden waar mensen zich literair uitleven door nieuwe avonturen te bedenken voor personnages uit bekende romans en films (verder meer daarover). Op  muzikaal vlak is de invloed van de digitale distributie nog veel duidelijker. Het  remixen van bestaande albums is al heel gewoon worden en heeft op zijn beurt nieuwe songs en composities beinvloed die dan weer door anderen als grondstof worden gebruikt voor nieuwe combinaties. Men zou kunnen zeggen dat de hele muziekwereld er “democratischer” door werd, alleszins meer collectief en interactief.  Elke tiener kan zijn eigen mix maken en online zetten en vele doen dat ook.  Waarom zou de literaire wereld aan die trend ontsnappen?  Is het te vermijden dat er online tal van “redacteurs” opduiken met hun eigen versie van het werk van anderen?

Vele auteurs vinden dat vooruitzicht natuurlijk een nachtmerrie.  Hun werk is hun privé-eigendom dat anderen mits betaling mogen lezen, beluisteren of bekijken en er verder hun poten moeten van afhouden. Maar wat doe je eraan?  Repressie –nieuwe wetten en politie-acties tegen “piraterij”, vervolging van ‘sharers”, enz. – roeit tegen de tijdsstroom in; het is een achterhoede-gevecht. Miéville  heeft er geen good woord voor over: “It’s disingenuous, hypocritical, ineffectual, misunderstands the polyvalent causes and effects of online sharing, is moribund, and complicit with toxicity.”

6. China Mieville

China Mieville

 

Hij bekritiseert zijn eigen vakbond, de Creators’ Rights Alliance, die een manifest uitgaf waarin ze onder meer opriep om “het intellectueel eigendomsrecht” in de scholen te propageren: “All schoolchildren should be encouraged in the habit of using the © symbol with their work, whether it be an essay or a musical composition. The concept behind copyright is so simple that a child can understand it: “I made it: it’s mine.”‘

Miéville vindt dat advocating the neoliberalisation of children’s minds. That is scandalous and stupid. The text is open. This should – could – be our chance to remember that it was never just us who made it, and it was never just ours.”

“Mijn werk” was nooit mijn werk alleen en het was nooit alleen van mij. We hebben altijd cultuur geproduceerd op een collectieve manier.  De informatie-technologie herleidt alles tot fragmenten die op verschillende manieren geassambleerd kunnen worden maar zo was het eigenlijk vroeger ook. Cultuur is informatie en informatie bestaat slechts als inhoud van communicatie. De technologische revolutie in de distributie van informatie heeft het collectieve, interactieve karakter op de spits gedreven. Dat botst  met de maatschappijvorm die steunt op individueel bezit.  Om van digitale goederen individueel bezit en dus koopwaar te maken, moet het doorgeven van informatie bij wet worden ingeperkt.  Maar de aard van het internet, van de digitale technologie, maakt de controle erover moeilijk, zo niet onmogelijk. Niemand kan nog tegenhouden wat er op het web verschijnt. Natuurlijk is er ook een hele industrie die zich erop toelegt om informatie ontoegangelijk te maken voor niet-betalers maar het blijft een permeabele muur, zo standvastig als die van Berlijn.

Dit heeft een krisis veroorzaakt in de muziek-industrie en het uitgeversbedrijf. Maar de muziek en de literatuur lijken te floreren. Een van de duidelijkste gevolgen van de kostenloze reproductie van informatie is dat er ontzaglijk veel meer gepubliceerd wordt.  Niemand hoeft nog aan de normen van uitgevers of muziekbazen te voldoen om zijn/haar werk online te verspreiden. Iedereen kan zich auteur noemen, zelfs van cd’s en gedrukte boeken: dank zij de electronische technologie is self-publishing goedkoop geworden en het is niet zo moeilijk om opgenomen te worden in de cataloog van massa-distributiebedrijven als Amazon.

7. reading stand

Zelfs zij de hunkeren naar vroeger kunnen niet ontkennen dat de trend positieve aspecten heeft.  Online wordt een schat aan informatie beschikbaar gemaakt die zonder het internet verborgen zou blijven of zelfs niet zou bestaan.  Een goed voorbeeld is de scherpe stijging van vertalingen, vooral in het Engels, waardoor literatuur een wijder speelveld kreeg. Opmerkelijk is dat heel wat vertalingen tot stand komen door de gezamenlijke inspanningen van vrijwilligers, uit liefde voor een werk dat geen kans maakt op commercieel sukses.

Men zal opwerpen dat de kwantitatieve stijging van het informatie-aanbod vooral een stijging van het aanbod van rotzooi was. Dat de verminderde rol van uitgeverijen en muziekbedrijven betekent dat er minder op kwaliteit wordt geselecteerd. Dat het informatie-aanbod krioelt van teksten die schreeuwen om een bekwame redacteur. Dat valt niet te ontkennen. Maar het is ook waar dat er in het aanbod van de mooi gedrukte boeken van de traditionele uitgeverijen ook veel rotzooi zit. Literaire kwaliteit en commercieel sukses zijn twee verschillende dingen. Soms vallen ze samen maar vaak doen ze dat niet.

Als iedereen een schrijver kan worden wat blijft er dan over van de speciale status van de auteur? Een vaak gehoorde klacht van gevestigde auteurs is dat het internet het schrijversvak devalueert en daar hebben ze geen ongelijk in. Het schrijversvak is inderdaad gedevalueerd: reken maar uit hoeveel de gemiddelde schrijver per uur verdient. Er zijn natuurlijk uitzonderingen en extreme uitzonderingen maar de gemiddelde schrijver is een armoezaaier. Zijn/haar werk wordt ondergewaardeerd. “Well, yes”, zegt Miéville.  “Just like the work of nurses, teachers, public transport staff, cleaners, social workers, which has been undervalued a vast amount more for a whole lot longer. We live in a world that grossly and violently undervalues the great majority of people in it.”

8 read

En dat wordt steeds erger omdat het logisch is om te bezuinigen op wat geen winst opbrengt. Miéville’s voorstel om de situatie te behelpen door “serieuze schrijvers” een door de staat betaald salaris te geven, lijkt dan ook een luchtkasteel. Omdat het gros van de menselijke activiteit door de hoepel van de winstgevendheid moet springen en die winstgevendheid in het gedrang komt, wordt steeds meer menselijke activiteit ontredderd. Ook het schrijversvak.

Er is natuurlijk nog altijd een circuit dat leidt van noeste eenzame arbeid naar commercieel sukses en rijkdom. Als schrijver kun je daarvan dromen, daarop mikken. Vele Amerikaanse schrijvers structureren hun romans met het oog op hun eventuele verfilming. Als je in een taal als het Nederlands schrijft, en je markt dus beperkt is door de bescheiden omvang van je taalgebied, is de kans dat je ooit van de opbrengst van je literaire kunst zult kunnen overleven bijzonder klein. Al lijken ze in Scandinavie wel een formule te hebben gevonden.

Iedereen die zich aan het schrijven zet weet dat. Iedereen die een tekst op een blog of een website plaatst, weet dat hij of zij er niet rijk van zal worden. Toch houdt dat besef miljoenen niet tegen om literatuur te produceren. Misschien koesteren ze een fantasie waarin ze ondekt zullen worden, zoals elke basketter droomt van de NBA. Maar eigenlijk weten ze het best, hun product is niet verkoopbaar want het is niet winstgevend. Ze doen het toch, niet om te verkopen maar om weg te geven. Om te communiceren. Ze schrijven collectief. Er ontstaat een cultuur van geven en nemen die haaks staat op de klassieke rolpatronen, ook die van de literatuurproductie.

Toch lijkt ook de literatuur die rechtstreeks voor digitale distributie is gemaakt de klassieke vormen niet in vraag te stellen. De roman, het gedicht, het kort verhaal: ze zijn zo taai als kakkerlakken, zoals Miéville opmerkt. Er zijn nieuwe vormen, zoals verhalen die interactief tot stand komen via Twitter maar die hebben, voor zover ik weet, voorlopig weinig indruk gemaakt. De Twitter-vorm (maximaal 140 leestekens per tweet) biedt mogelijkheden voor Haiku-dichters als Herman Van Rompuy maar anderen vinden het een keurslijf. Er is geen Twitter-roman. En de nood om romans te schrijven en te lezen lijkt ook in het internet-tijdperk springlevend.

In de volgende aflevering van deze serie bekijk ik enkele literaire producten van het internet van wat dichterbij.

 

10 patti      11 inprint

(1) Al sinds lang: mijn eindthesis aan de universiteit was getiteld: “De toekomst van de massa-media” (1972). Kun je nagaan hoe leuk het is om dat vandaag te herlezen.

 

https://salonvansisyphus.wordpress.com/2012/04/10/heeft-het-papieren-boek-nog-een-toekomst-5/

http://www.amazon.com/The-Late-American-Novel-Writers/dp/1593764049

http://www.theguardian.com/books/2012/aug/21/china-mieville-the-future-of-the-novel

 

 

maart 25, 2015 at 6:35 am 1 reactie

EEN KOSTSCHOOL IS SCHRIJVERSGOUD

Brouwers-Jeroen-foto-Annaleen-Louwes

door Jef Coeck

Er is een nieuwe Jeroen Brouwers. Jaaaa! En hij gaat over mishandeling van jongetjes in de kostschool. O Neee!! Moeten we nu weer door de pedofielenzeik waden? Na de kranten, de weekbladen, de televisie, de radio, de facebooks en –crooks, na pastoors, bisschoppen en de paus zelve zullen we nu ook nog onze beste schrijvers zich laten corrumperen met letterlijk uitgemolken onderwerpen?

Er is één troost: het is een roman, want dat staat er buiten op en hij heeft het ook al in tien interviews gezegd. Dit is niet autobiografisch, de schrijver zelf is destijds nooit sexueeel misbruikt geworden, althans niet op de kostschool. En nog een: het gaat maar matig over sexueel misbruik, en heel veel over fysieke, intellectuele en morele mishandeling door de dienaren gods. Dat klinkt al beter, hoewel de vergrotende trap van ‘goed’ hier alles behalve toepasselijk is.

‘Het Hout’ van de titel is een stokachtig en hard voorwerp, een soort borstel zonder haren, waarmee de jongens gekasteid worden als hun ‘opvoeders’ daar zin in hebben. Wat het verhaal nog prangender maakt is, dat het zich afspeelt in een kloosterschool vlakbij de Duitse grens, Zuid-Limburg (Ned.), begin jaren vijftig dus vrij kort na de oorlog en dat de Opper-houtslagmeister een Duitse franciskaan is. Zo speelt de auteur zich een mooie troef in handen: hij kan hele stukken dialoog of de korte weergave ervan in een soort Duits-Nederlands omzetten. En reken maar dat het werkt, soms op de lachspieren dan weer op de ruggewervel. Terloops, de franciscanen waren vanaf de 13de eeuw de favoriete pauselijke uitvoerders van de inquisitiebesluiten. Maar dat soort leuke details hoef je geen Jeroen Brouwers te vertellen.

Het gaat dus weer zoals (bijna) altijd met een boek van Brouwers. Ik begin erin te lezen en het steekt me goed tegen: het onderwerp, de woordkeuze, de verhaallijn, de contextuele details, alles. Nee, hier heb ik geen zin in, denk ik dan, als ik wil walgen ken ik fijnere methoden, ik drink gewoon een glas wijn teveel onder het kijken naar een B-film met bijvoorbeeld Eddy Murphy. Maar Brouwers laat me niet los. Want ik wéét natuurlijk dat ik, twintig bladzijden verder, niet meer los kàn van het boek. Stijl en verhaal zijn dan zo dwingend geworden, dat je ervoor op zou blijven om het uit te lezen. Aldus geschiedt.

De hoofdfiguur, de jonge broeder Bonaventura – geen incarnatie van Brouwers, dus – ondergaat en onderneemt zowat alle dingen die des mensen zijn. Hij is per ongeluk en tegen maar ook toch wel met zijn zin in het klooster versukkeld geraakt, doet daar nu zijn devotie tussen de kostschooljongens en de fraters in. Hij bekleedt dus een uitstekende observatiepost en is een meer dan geschikte persoon om te weten wie van het hout kreeg als hij het zelf al niet was. Ouders die van hun zoontjes te horen kregen dat ze mishandeld waren, reageerden: Je zal het er wel naar hebben gemaakt. De broeders weten heus wel wat goed en rechtvaardig is. Er spande zich een membraan van angst over het leven binnen de muren.

Brouwers schrijft in een ritme waaraan niet te ontsnappen valt. Een cello-suite van Bach. Ook als de klankkleur je niet helemaal aanstaat, blijf je toch luisteren. Zo lees je, beschaamd maar leergierig door in een vijf pagina’s-lange verkrachtingsscène waarin schoolhoofd Mansuetus, de mof, maar geen greep krijgt op het steeds kleiner wordende geslacht van het jongetje dat soms helemaal uit zijn handen glipt. Hij wordt met ether buiten bewustzijn gebracht; zo verrukkelijk moest sterven zijn. Hoe dramatisch en walgelijk ook, het hele verhaal is hilarisch, alsof Bach zelf met zijn cello door de lucht klieft terwijl hij rustig doorspeelt.

Het is een soort klassenstrijd die het instituut op stelten zet en almaar harder gevoerd wordt. De middenfiguur Bonaventura tracht eerst nog neutraal te blijven, of noem het objectief, of loyaal aan iedereen. Maar dat wordt van langsom minder mogelijk. Uiteindelijk kiest hij voor de onderkant, tegen de machtigen. Maar het loopt niet uit op een revolutie, zelfs niet op een Groote Stooringhe. Bonaventura is geen Rodenbach, laat staan een Karl Marx. De opstand gaat vanzelf over: De kloosterling raakt verliefd.

Het derde boekdeel is van een ongemene tederheid, vaak gecamoufleerd in spitse formuleringen (van haar, ene Patricia) of in opperste klunsigheid (van hem). Je zou denken: nu kan hij het klooster wel achter zich laten, ze willen het allebei, maar hij zal het moeten doen. Hij is te laf. Hij leest haar gesmokkelde brieven op de ouderwetse patersplee, waar de stank en de vliegen niet te harden zijn, maar het is de enige plaats met wat privacy. Bij zo’n treurigheid blijven je ogen niet droog. Hij mag niet durven wat hij zou willen durven. Hij scheurt haar brief in duizend snippers, dumpt ze in de excrementen, een moeras van stront. “Wat ben ik aan het doen, wat doe ik hier. Alles aan mijn lichaam, alles in mijn overhoop geploegde hersens hunkert naar jou.”

Tot slot moet Bonaventura op het matje bij overste Benedictus. Die heeft een nieuw soort Nederlands ontworpen om iemand uit te kafferen. Brouwers inventor. Bonaventura moet als straf naar de missies, Nieuw-Guinea, streek Fakfak. De beklaagde, die eigenlijk Eldert Haman heet, denkt fukfuk. Dat is denken. Maar doen?

De rest mag ik niet prijsgeven, om het lezersplezier niet te bederven. Maaar het is Pasen, het feest van de wederopstanding. U zal er nog van opkijken, van dit slot van Brouwers’ laatste roman. Allerlaatste? Dat is tenminste wat hij zegt, althans suggereert, maar ja wie kent de toekomst? En het zou ons verbazen als hij niet al een ideetje had voor zijn volgende boek. Het zal niet over de kostschool gaan, denk ik.

*Jeroen Brouwers, Het hout, Roman, uitg. Atlas/Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2014

oktober 10, 2014 at 1:43 pm Plaats een reactie


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.288 andere volgers