Posts filed under ‘Groot Brittannië’

PRO-BREXIT, PRO-TRUMP EN TOCH LINKS? HET KAN!

brexit-7

Door Tom Ronse

Een spook waart door Europa en het is duidelijk niet datgene waar Marx en Engels het over hadden in hun Communistisch Manifest. Het is een zwart spook dat nationalisme predikt en xenofobie. Het wil grenzen sluiten en muren bouwen, immigranten “repatriëren”. Je zou verwachten dat het ter linkerzijde unaniem zou verafschuwd worden maar dat blijkt niet zo. Er zijn ook linksen die het spook toejuichen.

In Engeland werd de zege van Brexit niet alleen door de aanhangers van Nigel Farage en Boris Johnson gevierd maar ook door linkse vakbondsleiders zoals Mick Cash, linkse celebrities zoals Julian Assange en Tariq Ali en opiniemakers als John Pilger die Brexit  prees als “een daad van rauwe democratie”.

Naar verluidt stemde de meerderheid van de Engelse “arbeidersklasse” (hoe men die definieert is natuurlijk de vraag) voor Brexit. Volgens The Times stemde 86% van de kiesdistricten met een hoge  industriële tewerkstelling er voor. Vooral in regio’s met hoge werkloosheid had de “Leave”-campagne veel sukses. Wat die kiezers in de eerste plaats motiveerde, zo blijkt uit polls, was angst voor de toekomst: angst om door automatisering uitgestoten te worden, angst om lonen en uitkeringen te verliezen door buitenlandse concurrentie en de toevloed van miljoenen vluchtelingen,  angst door de toename van spectaculair geweld, enz.

imiagrunts

Dat zijn inderdaad goede redenen om bang te zijn maar of het VK al dan niet in de EU blijft, zal weinig aan die trends veranderen. Dit was geen referendum over automatisering of globalisering, die zullen hoe dan ook voortgaan. Over immigratie ging het evenmin. Geen haar op Boris Johnsons wilde scalp die eraan denkt om de kraan dicht te draaien of om de Polen en Pakistanen die het zwaarste werk voor de laagste lonen verrichten het land uit te zetten. Minst van al ging het over democratie. De EU mag dan een bureaucratisch monster zijn maar het VK is geen democratisch alternatief. We hebben het hier tenslotte over een land waarvan het staatshoofd (de koningin) benoemd is door God, waar een van beide kamers van het parlement (the House of Lords) bestaat uit niet verkozen edelen en bischoppen en het kiessysteem zo ondemocratisch is dat de laatste verkiezingen (2015) voor een partij (de UKIP) die 3,9 miljoen stemmen haalde één zetel opleverde terwijl een andere (de SNP) die 1,5 miljoen stemmen won 56 zetels kreeg.

Nee, niet over democratie of immigratie of globalisering ging het referendum, wel over wie de chaos het best in de hand kan houden.  Die dreigende chaos is de achtergrond van Brexit.  Als het referendum in zonniger tijden had plaats gehad dan zou men aan de uitslag niet zo zwaar getild hebben. Maar dan was de uitslag wellicht ook anders geweest. Nu werd de uitslag bepaald door een groeiend gevoel van onrust en ontevredenheid.  Een nieuwe globale recessie zou het wellicht aanwakkeren en niet alleen in Engeland.

Een golf van nostalgie

Volgens de eerder vermelde poll vinden de meeste Leave-stemmers dat het leven in Groot-Brittannië 30 jaar geleden beter was en dat de kinderen die nu opgroeien een slechter leven zullen hebben dan hun ouders. In steeds meer landen vinden steeds meer mensen blijkens opiniepeilingen dat het vroeger beter was, ongeacht het politiek regime dat toen aan de macht was. Zelfs Oostblok-regimes en brutale dictators zoals Saddam Hoessein en Khadafi wekken nostalgie op.  Pessimisme is troef. Bij gebrek aan toekomstperspectief keren de blikken zich naar het verleden. Een golf van nostalgie rolt over de wereld en maakt van de groeiende ontevredenheid vruchtbare grond voor het discours van Trump, Le Pen, Wilders en Farage.

Brexit-propaganda

Brexit-propaganda

De meeste kiesdistricten die traditioneel Labour stemden hebben voor Brexit gekozen, hoewel de partij oficieel in het Remain-kamp zat.  Dat is minder verbazingwekkend dan het misschien lijkt. Met Tony Blair aan het roer sprong Labour op de neo-liberale trein maar de vakbondsbasis van de partij bleef intussen de ontevredenheid  masseren met het verhaal waarin buitenlandse concurrentie de boosdoener is en protectionisme de oplossing.

Vandaar is de stap naar een nationalistisch wereldbeeld waarin immigranten vijanden zijn niet zo groot. Dat heeft ook Donald Trump begrepen. In zijn laatste speechen was oppositie tegen vrijhandelsverdragen zijn hoofdthema.  Dat was ook het hoofdthema van Bernie Sanders.  Volgens een Bloomberg-poll is 22 % van de supporters van Sanders van plan om voor Trump te stemmen. Trumps strategie lijkt er nu op gericht om dat percentage op te drijven. Hij hekelt de globalisering “die de elite zeer rijk heeft gemaakt  en miljoenen arbeiders in de kou liet staan”. “Hij valt Hillary Clinton aan langs links”, observeerde The New York Times.  Ook andere kranten vonden het een slimme zet, de enige manier waarop hij kan winnen.

Het ‘grootste kwaad’

In de satirische Daily Show was er onlangs een segment waarin Sanders-supporters die nu Trump steunen voor schut werden gezet als een stel idioten. Het is waar dat er op allerlei vlakken een hemelsbreed verschil is tussen Sanders en Trump. Maar de Daily Show negeerde dat er ook belangrijke raakpunten zijn tussen beiden. Genoeg volgens sommige linksen om Trumps foute standpunten door de vingers te zien.

trump 0

Een van hen is Boris Kagarlitsky. Deze publicist schreef onlangs een opiniestuk  getiteld “Who’s afraid of Donald Trump?”   dat nogal wat discussie opwekte in uiterst linkse kringen. Kagarlitsky werd bekend als een van de enige dissidenten in de USSR die het regime vanuit een marxistische invalshoek bekritiseerden. Ook in dit essay hanteert hij een soort marxisme. Tijdens de voorverkiezingen steunde hij Sanders maar nu valt hij uit tegen de tendens van links om de rangen te sluiten achter Hillary Clinton, “the lesser of two evils”. Sanders zelf heeft gezegd dat hij alles wil doen om te voorkomen dat Trump wint. Maar voor Kagarlitsky is niet Trump maar Hillary “the greater of two evils”. Zij vertegenwoordigt de neo-liberale status quo, de dominantie van het financieel kapitaal dat de wereld in 2008 in recessie dompelde en een agressieve politiek tegen de werkende bevolking voorbereidt. Trump daarentegen vertegenwoordigt de bouwsector en het industriële kapitaal die  achteruit boerden omdat hun belangen ondergeschikt werden gemaakt aan de speculatieve geldhonger van het financiële kapitaal. Net als Sanders zou Trump het financiële kapitaal dwarsbomen door de vele miljarden te blokkeren die de banken en hun omgekochte politici toelaten om te parasiteren op de  rug van de “echte” economie. Kagarlitsky ziet een globale revolte van het industriële kapitaal en juicht de trend toe. “Verandering is op komst”, voorspelt hij, “het huidige neoliberale model van kapitalisme is uitgeput. Als links er niet voor wil of kan vechten zullen het rechtse populisten zijn zoals Trump en Le Pen die het de fatale slag toebrengen”.

Trump is een kapitalist, erkent Kagarlitsky. Maar “de nederlaag van het financiële kapitaal, ongeacht wie het tot stand brengt, zou een nieuw tijdperk openen in de ontwikkeling van de westerse maatschappij, ze zou onvermijdelijk de arbeidersklasse versterken en haar organisaties nieuw leven inblazen.” Zelfs Trumps belofte om een muur te bouwen tussen de VS en Mexico vindt gratie in zijn ogen. Op zich is het “redelijk absurd”, geeft hij toe,  maar hij ziet het ook als een “keynesiaans project” dat “honderden duizenden banen zou creëren” aan beide kanten van de grens.

Wat nog maar eens toont  dat je met “marxisme” alle kanten uit kunt.  Maar het idee dat Trump een vijand is van het financieële kapitaal is ook “redelijk absurd”. Zelfs voor een marxist. De epische strijd tussen het financiële en het industriële kapitaal bestaat alleen in Kagarlitsky’s verbeelding. In werkelijkheid zijn ze innig verwoven en trekken ze aan hetzelfde touw.  Ook Hillary en Donald.

friends

Maar Kagarlitsky  heeft geen ongelijk als hij wijst op de nauwe banden tussen de Clintons en Wall Street. Hillary weigert steevast om de inhoud van de dure speechen die ze voor Wall Street kaders gaf vrij te geven. Wat daar gezegd werd is blijkbaar niet geschikt voor mijn of jouw oren. Clinton vertegenwoordigt inderdaad de status quo.  Haar campagne is niet gebaseerd op voorstellen om de problemen anders aan te pakken maar op de belofte om de huidige rotzooi kundig te beheren. Haar voornaamste argument is dat Trump het nog veel erger zou maken.

Er is het verlangen naar verandering maar er ontbreekt een toekomstperspecief.  Kagarlitsky heeft misschien gelijk: als de verandering niet van links komt, zal ze van rechts komen.  Bij gebrek aan toekomstperspectief, wint het verledenperspectief. Maar in tegenstelling tot Kagarlitsky worden we daar niet vrolijk van.

poster

Een Trump-citaat

Een Trump-citaat

juli 5, 2016 at 5:13 am Plaats een reactie

MIGRATIE VROEGER EN NU, EERST DOORNEN DAN PAS ROZEN

M1a

door Jef Coeck


‘L’histoire se répète.’ Eens was dit een dogma. Nu klinkt het als een vloek, of toch als een bewijs van historische onkunde. De waarheid ligt, inderdaad, ergens tussenin. Soms heten ze oorlogsvluchtelingen, dan weer asielzoekers, of economische migranten, veroveraars of volksverhuizers. Alle soorten van migratie hebben zich lang geleden al in onze streken voorgedaan.

De vluchtelingenstroom die we thans beleven vanuit het zuiden en het oosten kunnen we geen volksverhuizing noemen. Nog niet, maar het laat zich aanzien dat deze instroom nog een flinke tijd door zal gaan. In de geschiedenis van Europa zijn de migratiegolven een element dat niet overschat kan worden. Ze zijn zachtjes op gang gekomen, hebben eeuwen geduurd en grotendeels bepaald hoe de Europese constellatie er nu uitziet.

Ik heb het even niet over georganiseerde displacements, die door Stalin, Tito, Mao en andere heersers werden aangewend als middel tot onderdrukking. De volksverhuizingen uit onze ‘vaderlandse geschiedenis’ waren massabewegingen van groepen mensen die zich om allerlei redenen elders wilden vestigen. Enkele van die redenen zijn: oorlog, hongersnood, natuurrampen, en demografische groei. Ook roofzucht dient genoemd te worden.

Wat we op school aan ‘volksverhuizingen’ kregen opgediend was de trek van het noorden naar het zuiden en het westen, van Germaanse en andere volkeren, van de 4de tot de 6de eeuw na Christus. De val van Rome was het einde van de Oudheid en het begin van de Middeleeuwen. Maar daar ging wel een en ander aan vooraf.

M 2 Teutonen

Het startsein – bij wijze van spreken – werd al rond 120 v’o’o r onze tijdrekening gegeven door de Cimbren en de Teutonen. Kent u ze nog? De Cimbren kwamen uit Jutland, de Teutonen uit Sleeswijk-Holstein. Hoewel ze aanvankelijk niets met elkaar te maken hadden, worden ze toch in één adem genoemd. Dat komt omdat ze allebei naar de Donau trokken en zich vervolgens lieerden tegen de Romeinen. Die bleken toch sterker, de laatste Cimber sneuvelde in de Po-vlakte rond het jaar 100 v.C.

Carcassonne stad der Visigoten

Carcassonne stad der Visigoten

De Goten, afkomstig van het eiland Gotland en Zuid-Zweden, manifesteerden zich als de volgende golf. Aan de Zwarte Zee splitsten ze zich in Visigoten en Ostrogoten. De eersten namen de Balkan in beslag. De Ostrogoten stichtten een rijk van de Baltische Zee tot Zuid-Rusland. Ze werden overrompeld door de Hunnen en volgden die dan maar op een afstand. If you can’t beat them, join them. Ze hielden het in Zuid-Frankrijk, Italië en Noord-Spanje toch nog uit tot de 6de eeuw. De Goten zijn cultureel erg belangrijk omdat ze teksten hadden, meest religieuze, en een eigen schrift, het Gotisch, dat elementen bevat van het runenalfabet.

Attila in vol ornaat

Attila in vol ornaat

Toen waren daar de Hunnen, die we ook nog kennen als het ruitervolk zonder genade. Ze kwamen uit Mongolië, waar ze China bedreigden dat zijn befaamde muur bouwde om ze buiten te houden. Dat lukte niet helemaal. Aan de andere kant joegen ze ook de Germanen op en deden invallen tot diep in het Romeinse Rijk. Het was de tijd van de beruchte leider Attila, de ‘gesel Gods’. We schrijven 5de eeuw. Attila heerste als een koning en procrreëerde als een konijn. Dat maakte de opvolging na zijn dood (453) zo goed als onmogelijk. Zijn vele rechthebbende nakomelingen maakten elkaar af voor de erfenis. Binnen relatief korte tijd waren de Hunnen uit de geschiedenis verdwenen.
Dit zijn natuurlijk slechts de grote trekken van het verhaal. Er bestonden nog tal van andere volken die rondtrokken, zich vestigden, verjaagd werden, anderen verjoegen, zich settelden of uitstierven. Een kleine selectie? De Alamannen namen het gebied van de Boven-Rijn in bezit, de Bourgondiërs vestigden zich aan de Midden-Rijn, de Angelen en de Saksen veroverden Brittania, de Alanen, Vandalen en Sueven trokken door Gallië en vestigden zich in Spanje. Van hieruit veroverden de Vandalen ook Africa.

Het woord ‘verovering’ had vaak een heel eigen betekenis. Het is bekend dat het Romeinse Rijk de vestiging van Germaanse volken toeliet, door ze in te kwartieren als een soortement hulptroepen. Ze kregen een woning per familie en een derde deel van de bodem. Zo kon het gebeuren dat nieuwkomers hun eigen taal, recht, zeden en gewoonten konden handhaven. De Romeinse beschaving had aldus een onnadrukkelijke maar grote invloed op de ‘veroveraars’, zij het dat een volledige integratie uitbleef. Daarvoor was, inderdaad, de godsdienst verantwoordelijk. De Romeinen, die intussen het officiële christendom aanhingen, botsten met het Ariaanse christendom van de migranten. De volgelingen van Arius, een opperpriester in Alexandrië, ontkenden de godheid van Christus. Daar hield de wil tot vereniging op. Het resultaat is bekend : in 476 maakte Odoaker een einde aan het keizerrijk in het Westen. Het Byzantijnse Rijk bleef nog eeuwen bestaan en al die tijd woedde de Ariaanse discussie verder.

Arius van Alexandrië

Arius van Alexandrië

Welke parallellen en verschillen vallen er te trekken met de migratiegolven vandaag?
Een verschil is alvast dat ze in vroegere eeuwen van Noord naar Zuid verliepen. Nu is het omgekeerd. Maar in beide gevallen was/is er ook een inbreng uit het Oosten. Toch was Groot-Europa toen, als nu, de scène van het gebeuren.
Een overeenkomst is de traagheid waarmee alles verloopt. In vroege eeuwen lag dat aan de manke transportmiddelen, de slechte wegen en de onherbergzame natuur. Dat lijkt geen spat veranderd. Ook vandaag verhuizen (delen van) volkeren te voet of met gammele boten, langs wouden en door woestijnen en met tegenkanting van vele zijden.

De verstandige toegeeflijkheid van de oude Romeinen lijkt op onze dagen nog lang niet bereikt. Er wordt wel veel gezwaaid met dure woorden als ‘inburgering, speciale kredieten, humanitaire zorgen’ en wat al meer. Maar het blijft grotendeels bij woorden.
Het grootste verschil lijkt mij het geloof in de terugkeer van de migranten, eenmaal ze bij ons ‘op adem’ zijn gekomen. Dat geloof is merkwaardig. Remember de eerste gastarbeiders in ons land, begin jaren zestig. Ook toen werd gezegd dat de Italianen, Turken, Marokkanen, terug zouden keren eens hun pensioentje bereikt was. Nee, dus. They are here to stay.

De eerstvolgende vijftig jaar – dit is een voorzichtige schatting – zullen de normale condities van leefbaarheid niet hersteld zijn in Syrië, Irak, andere landen van het Midden en Verre Oosten, een groot deel van Afrika – plus streken en landen waar de normale leefcondities verdwijnen. Om allerlei redenen, zie hierboven.

M 6 vluchtelingen

De migranten/vluchtelingen/asielzoekers… die nu met de grootste moeite een ‘beschaafd’ land hebben bereikt zullen zich settelen, hun familie laten overkomen, ingeschakeld worden in de plaatselijke economie en de droom van terugkeer naar een geboorteland in puin, laten varen. Daar kunnen we blij om zijn of triest, maar er is geen andere weg.

Doemdenkers van het type –l’histoire-se-répète- zijn meer dan triest. Zij zien het einde naderen van onze ‘mooie westerse beschaving’. Kregen niet die brave, toegeeflijke Romeinen, vriendelijk voor barbaarse migranten, de doodsteek toegediend vanwege diezelfde migranten, zodat het Romeinse Rijk in het Westen– ook zo mooi en beschaafd – voorgoed verdween?

Nee, dus. De val van Rome was alleen technisch te wijten aan Odoaker en zijn huurlingenleger. Het was een wonder dat de totaal gecorrumpeerde Romeinse klassenmaatschappij niet al eerder was ingestort. Sinds het einde van de republiek onder Caesar (1ste eeuw v.C.) ging de aftakeling van Rome in versnelde vaart.

De val van Rome

De val van Rome

Er kwamen steeds meer volksopstanden, vanwege de hardvochtige en onrechtvaardige maaatschappelijke toestanden. In feite waren er nog maar twee klassen: de armen en de rijken. Een kleine kaste aan de top verrijkte zich ten koste van het ‘gewone’ volk en van de schatkist. Groot was bovendien het misprijzen van de opperklasse, zoals bv. blijkt uit teksten van de nog steeds veelgeprezen maar in-slechte edelman Cicero. Hij beschrijft het plebs als ‘ballingen, slaven, gekken, vluchtelingen, misdadigers, ontsnapte moordenaars’. In feite had hij het over: metselaars, schrijnwerkers, winkeliers, kopiisten, glazeniers, slagers, smeden, bakkers, ververs, touwslagers, leerlooiers, kortom beoefenaars van vrije en eerbare beroepen, die door het jarenlange slechte beleid en de schatkistplundering waren vervallen tot de staat van armoedige hongerlijders. In een aantal opstanden eisten zij gesubsidieerde broodprijzen, landhervormingen, openbare tewerkstelling, schuldverlichting en controle op de huurprijzen.

Marcus Tullius Cicero

Marcus Tullius Cicero

Wat ze kregen waren massa-executies en andere vormen van repressie. En ook de zogenaamde ‘brood en spelen’. Over de decadente spelen in het Circus Maximus zullen we het niet eens hebben. Maar als er al ‘brood’ werd uitgedeeld, was dat een karig rantsoentje tarwe of maïs waar hooguit een graanbrij uit te bakken viel.

Daar is de val van Rome aan te wijten, niet aan de pseudo-welwillendheid ten aanzien van migranten. Wie dus vandaag beweert dat onze ‘mooie’ beschaving tenonder gaat aan de ‘toevloed’ van vluchtelingen en asielzoekers, moet zich nieuwe geschiedenisboeken aanschaffen.

Begin alvast met ‘De moord op Julius Caesar’, van de Amerikaanse gewezen prof en publicist Michael Parenti (EPO, 2004)

Moord op Caesar

Moord op Caesar

september 11, 2015 at 9:35 am 5 reacties

VECHT ISIS/Daish TEGEN SYKES-PICOT?

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

A day in the life of a jihadi gangster Aman Mojadidi

Arabische vrienden van mij denken dat Daish een uitvinding is van de Amerikanen, of minstens toch van Qatar, maar voor hen komt dit op het zelfde neer. Ze kunnen er niet bij dat moslims zo iets kunnen doen, ze verdringen het en spotten er mee. Wie Sykes en Picot zijn wordt in het stuk duidelijk.

door Lucas Catherine

Daish is nu wel het modewoord in het Arabisch en het gespreksonderwerp. U kent het als I.S.(is), de Islamitische Staat in Irak en Sham, Dawla islamiya fi Iraq wa al Sham en Sham is de klassieke Arabische naam voor de regio die wij nu kennen als Syrië, Libanon, Palestina/Israël, en neem er ook maar Jordanië bij. Dat is dus een naam die dateert van voor Sykes-Picot. Ook dat is een term die pas recent, na honderd jaar van weg geweest, bijna dagelijks in de media opduikt. Ik heb het nagetrokken in een krantenarchief dat terug gaat tot 1999. AFP schrijft op 13 december 2013 voor het eerst dat Isis de Sykes-Picot akkoorden wil teniet doen. Op 11 juni van dit jaar volgt Belga en twee dagen later De Standaard. De Morgen ontdekt Sykes-Picot pas op 1 juli.

Quod Sykes-Picot?

Eigenlijk zou men die akkoorden moeten herdenken in het kader van 100 jaar eerste wereldoorlog, want in de lente van 1916 kwamen de geallieerden voor het eerst bijeen om te bespreken hoe ze het Ottomaanse Rijk, na zijn nederlaag zouden opdelen. Na enkele vergaderingen en uitwisselen van diplomatieke nota’s werden de akkoorden opgesteld door Sir Mark Sykes, Georges Picot en de Tsaristische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Sazonov. Officieel heette dat toen The Anglo-Franco Russian Agreement (April-May 1916).

Waarom Sazonov nu vergeten is wordt direct duidelijk. De drie besloten de buit als volgt te verdelen: Frankrijk zou het grootste deel van Syrië krijgen, een deel van zuid Anatolië en Mosul in noord Irak. Engeland het grootste deel van Irak. Rusland zou Oost-Anatolië annexeren (het grensgebied langs de Russisch-Turkse grens), en omdat het kloosters en scholen had in Nazaret, Nabloes, Hebron en Jeruzalem claimde het ook Palestina. Maar dat laatste stonden de Britten niet toe. Daarom zou Palestina internationaal worden, maar met Russische invloed. En toen kwam de Russische Revolutie en de Bolshevieken zagen om evident ideologische redenen af van nieuw koloniaal gebied, meer nog ze maakten de akkoorden publiek en de kaart moest hertekend worden tot wat we nu kennen als Syrië, Irak, Libanon, Israël en Jordanië.

Sykes-Picot kaart

Sykes-Picot kaart

En nu wil IS dus die grenzen wegvagen. Dat kan en mag niet, dat ‘destabiliseert’ de regio, krijgt iedereen te horen die koloniale grenzen wil wegvagen in Afrika, Azië of elders en krijgt dan met de oude kolonisatoren te doen. Kijk maar naar de Arabische nationalisten en socialisten zoals Nasser die de grenzen wilden laten wegsmelten tot één Arabische staat. Ze werden met alle mogelijke middelen bestreden. Alhoewel, nu wordt er blijkbaar een uitzondering gemaakt, want als er een beweging is die Sykes-Picot van direct na WO I in vraag heeft gesteld dan is het wel het Koerdisch nationalisme dat strijdt voor een land dat zich zou moeten uitstrekken over grote delen van Irak, Syrië, Turkije en Azerbaidjan (ex-Sovietunie). Als de alliantie tegen IS nu de Koerden bewapent en inzet in de strijd dan steunen ze de groep die al het langst en het hevigst Sykes-Picot in vraag heeft gesteld. Maar zoals een Franse president zei: Et Alors…

En dan… wat ik mij afvraag is : las Abu Bakr al Baghdadi linkse literatuur?

Eerst iets over die man zijn naam. Met zo’n naam wordt je niet geboren. Hij heet eigenlijk Ibrahim Awwad Ibrahim Ali al-Badri al-Samarrai. Dat laatste is een bijnaam en betekent afkomstig uit Sammara, een Iraakse stad die tussen 836 en 892 hoofdstad was van de toenmalige khalief. Maar zijn nieuw gekozen naam vertelt meer. Abu Bakr al Baghdadi al-Husseini al-Quraishi. Hij wordt nu de man van Baghdad en Baghdad is natuurlijk veel bekender als khaliefen-hoofdstad dan Samarra. Zijn nieuw gekozen voornaam Abu Bakr is erg symbolisch. Abu Bakr was namelijk de eerste khalief die de profeet Mohamed heeft opgevolgd. Wanneer hij zich ook al Husseini noemt beweert hij hiermee af te stammen van de profeet Mohammed die enkel kleinzonen had via zijn schoonzoon Hussein en de Quraishi is dan weer de stam van de profeet. Liegen als een ketter zeiden ze vroeger.

de echte Abu Bakr

de echte Abu Bakr

De man werd in 1971 geboren, maar desondanks verdenk ik hem ervan gauchistische lectuur uit de jaren 1960-1970 te hebben gelezen. Misschien was zijn vader een linkse rakker van de Baath-partij met nogal wat guerilla-handboeken in zijn bibliotheek zoals die van Guevara of Vo Nguyen Giap, en dat hij die heeft gelezen. Ik verklaar mij nader. De rivaliteit om de efficiënste militaire beweging gaat nu tussen aanhangers van Al Qaida (in Syrië Jabhat al Nusra) en Dawla Islamiya, I.S. Als we de ideologie even weglaten en enkel kijken naar lange termijn strategie dan gaat het om twee tendensen. Er zijn zij die denken dat ze vanuit een klein commandocentrum (de letterlijke betekenis van Qaida) de oorlog moeten beginnen en zij die eerst een ‘bevrijd’ in dit geval ‘islamitisch’ gebied willen uitbouwen en van daaruit dan steeds verder uitzwermen. De al Qaida-strategie komt dan sterk overeen met die van Carlos Marighella (Pequeño manual de Guerilla Urbano, 1970) of nog meer met de foco-theorie die Che Guevara uiteenzet in zijn Guerra de Guerrilla (1961). Foco, letterlijk brandhaard, staat ook voor een klein centrum van strijders (honderd man volstaan om te beginnen schrijft Guevara) en is dus het equivalent van het Arabische begrip al qaida. En dan is er IS dat zich zelf niet alleen omschrijft als een staat, maar ook effectief zo’n staat uitbouwt en hier is dan de gelijkenis groot met de theorie van de Volksoorlog, eerst door Mao Ze Dong vanuit Yenan op China toegepast, later in Vietnam door Vo Nguyen Giap met zijn “Guerre du peuple, armée du peuple”. Giap is de man die de Franse kolonisator in Dien Bien Phu versloeg vanuit zijn bevrijde gebieden in Bac Bo (langsheen de Chinese en Laotiaanse grens) en in Nam Bo (langsheen de Cambodiaanse grens) en later de Amerikanen verdreef uit Zuid-Vietnam.

En daarom vraag ik mij af, wil al Baghdadi alleen maar Sykes-Picot te niet doen in het Midden-Oosten of wil hij meer? Hij gaf zelf het antwoord door de termen Iraq en Sham te laten vallen uit de naam van zijn organisatie, ze tot staat uit te roepen en zich zelf tot khalief aan te stellen.

Nu heb je twee mogelijkheden waarom hij zich khalief laat noemen: ofwel wil hij terug naar de tijd van de ‘rechtgeleide’ khaliefen (de vier opvolgers van Mohamed), waarvan de echte Abu Bakr de eerste was, maar ik denk dat hij daarnaast ook heimwee heeft naar de laatste khalief uit de geschiedenis, de Ottomaanse sultan Abdul Mejid die door Ataturk in 1924 werd afgezet. Of beter, heimwee naar dat Ottomaanse Rijk, waar trouwens ook de Turkse president Erdogan aan leidt. Dat Ottomaanse Rijk strekte zich ooit uit tot in Algerije. En wat zien we, daar heeft de lokale afdeling van al Qaida zich in september 2014 tot het nieuwe khalifaat bekeerd, nam een nieuwe naam aan, Jund al Khalifa (Leger van de Khalief) en opdat de media het zouden geweten hebben onthoofden zij hun eerste Europeaan, de Fransman Hervé Gourdel.

L4 Atjehers

Eind negentiende eeuw had Europa trouwens al enorme schrik van de toenmalige heropleving van het khalifaat. Het historische khalifaat was geëindigd in 935, maar de Ottomaanse sultans hadden het nieuw leven in geblazen. De Ottomaanse khalief Abdul Hamid ondersteunde eind negentiende eeuw verschillende anti-koloniale bewegingen. Dat ging van Tunis, dat in 1871 weer de oude banden met het Ottomaanse Rijk wilde herstellen tot in Atjeh (Indonesië), waar moslims oorlog voerden tegen de Nederlandse kolonisator, u herinnert het zich misschien nog van bij Multatuli. Toen noemde men dat geen terrorisme, de Sultan was immers een ‘bevriend’ staatshoofd, maar panislamisme. Europa kreeg toen een heilige schrik voor “de groote internationale met het groene vaandel” zoals Christiaan Snoeck Hurgronje, Nederlands islamdeskundige en koloniaal raadgever in Indonesië (1857-1936) het noemde. Misschien zouden onze analisten en specialisten er voordeel bij hebben om die Snouck Hurgronje, de peetvader van de islamologie uit de vergetelheid te halen en zijn boekje ‘Nederland en de Islam’ uit 1911 te herlezen. Of beter nog zijn boek De Atjehers (1894), over hoe je een moslim jihad kan neerslaan.
Ik zet mij in ieder geval aan het werk.

L5 Snouck_NEW Snouck Hurgronje in Mekka, 1885

oktober 1, 2014 at 11:54 am Plaats een reactie

DE VERGETEN HELDEN VAN DE GROTE OORLOG

Tyne  Cot

Tyne Cot Cemetery in Passendale, het grootste Britse oorlogskerkhof op het continent.

Gekroonde hoofden en verkozen leiders van Europa herdenken met veel klaroengeschal en daverende toespraken het begin van de Eerste Wereldoorlog. Terecht worden de doden herdacht en het was best ontroerend hoe nabestaanden brieven en dagboekfragmenten voorlazen van hen die in Flanders’ Fields, mijn geboortestreek, begraven liggen. Maar ik hoorde geen woord over die andere helden: de dienstweigeraars en de pacifisten die zich vergeefs hebben verzet tegen de waanzin en die daar soms met hun leven voor hebben betaald.

Ze waren de dissidenten van het ogenblik. Toen de oorlogshysterie zich van het land had meester gemaakt en jonge arbeiders zich met duizenden tegelijk gingen melden voor het leger probeerden ze – vergeefs zo zou blijken – de catastrofe af te wenden. Ze kwamen uit alle lagen van de bevolking, maar het waren vooral de socialisten die tot het uiterste probeerden hun kameraden in de rest van Europa te overtuigen niet aan de waanzin deel te nemen. De bekendste was de filosoof en mathematicus Bertrand Russell, kleinzoon van een eerste minister en thuis in de hoogste kringen maar vele anderen die niet konden rekenen op de bescherming verbonden aan een klinkende naam gingen tot het uiterste omdat ze ervan overtuigd waren dat de oorlog alleen maar verliezers zou achterlaten.

James-Keir-Hardie-007

James Keir Hardie

Aan de andere kant van het spectrum: James Keir Hardie, zoon van een Schotse mijnwerker die opgroeide in bittere armoede en zich zelf opwerkte tot parlementslid en leider van de socialisten. Keir Hardie bleef tot het laatste moment hopen dat de arbeiders en hun organisaties hun landen nooit zouden toelaten met elkaar in oorlog te gaan. Samen met zijn vriend Jaurès stelde hij op een congres van de Tweede Internationale in Kopenhagen voor om een algemene staking uit te roepen in elk land dat de oorlog zou verklaren. Toen een Amerikaanse journalist hem vroeg wat het grootste gevaar was voor de 20e eeuw antwoordde hij: militarisme. Tot zijn ontzetting moest Hardie vaststellen dat de kameraden massaal naar de recruteringsbureaus trokken.

Niemand leek bestand tegen de oorlogshysterie die zich van Europa had meester gemaakt. Russell schreef pamfletten en brieven en sprak arbeiders toe in rode gewesten als Schotland en Wales. Toen de leiders van de No-Conscription Fellowship, de grootste organisatie van gewetensbezwaarden, achter de tralies verdwenen nam hij de leiding over. Hij verdedigde gevangen gewetensbezwaarden en hielp hun families tot hij uiteindelijk zelf in de gevangenis terecht kwam. Hij was al lang een doorn in het oog van de militaire en de burgerlijke autoriteiten maar de aanleiding voor zijn arrestatie was een artikel waarin Russell voorspelde dat de Amerikaanse troepen die naar de oorlog in Europa werden gestuurd wellicht gebruikt zouden worden als stakingsbrekers, “een bezigheid waar het Amerikaanse leger in eigen land mee vertrouwd is.”

Bertrand Russell, 1951

Bertrand Russell

Russell was niet de enige high class Briton die de kant van de arbeiders koos en tegen de oorlog ageerde. Charlotte Despard kwam eveneens uit een aanzienlijke familie. Ze was de zus van Sir John French, de opperbevelhebber van de Britse troepen op het vasteland. Broer en zus hielden zielsveel van elkaar maar tussen hun beider politieke en maatschappelijke opvattingen gaapte een kloof zo groot als de Grand Canyon. Hij zat gebeiteld in de Britse militaristische traditie. Zij woonde in de Londense krottenwijk Battersea tussen de arbeiders die ze op geregelde tijdstippen voor een ontspannend weekend meenam naar het aristocratische landgoed van hun ouders. Despard ageerde tegen de oorlog en voor de suffragettes en schuwde daarbij geen gewelddadige confrontaties met de bereden politie.

dbf4918fc7050c9e861f65f3a49bd7c3

Charlotte Despard

Vele tientallen Britten wier namen vergeten zijn verkozen de gevangenis en in sommige gevallen het vuurpeloton boven het slagveld. Terwijl hun leeftijdgenoten zingend en fluitend naar de slachtbank trokken trotseerden ze de hoon en de spot van de super-patriottische pers, het gejoel van vijandige tegenbetogers, de broodroof en de constante aandacht van de inlichtingendiensten. Ook Stephen Hobhouse was een telg uit een aristocratische familie. Hij weigerde de erfenis die een rijke grootgrondbezitter van hem had gemaakt en koos integendeel voor een sober leven als Quaker.

Na een vlammende speech van Keir Hardie op Trafalgar Square, twee dagen vóór Groot-Brittanië ten oorlog te trok, besloot Stephen Hobhouse dienst te weigeren. Samen met 11 anderen werd hij tot dwangarbeid veroordeeld. Hobhouse overleefde zijn gevangenschap, anderen hadden minder geluk en werden geboeid naar het front gevoerd waar ze met de doodstraf werden bedreigd als ze voort weigerden bevelen op te volgen. Slechts dank zij intense lobbying in Londen kon een groep van 50 dienstweigeraars van het executiepeloton worden gered toen ze bij de slag aan de Somme bleven weigeren hun wapens te gebruiken. De dienstweigeraars en de pacifisten hebben de tragedie van de Eerste Wereldoorlog niet kunnen verhinderen.

In de ogen van velen van hun tijdgenoten waren ze zo niet laf dan in het beste geval naïef. Maar wie waren naïef: zij die de waanzin probeerden te voorkomen door dienst te weigeren of de duizenden die juichend en zingend naar de slachtbank trokken om hun leven te laten in een oorlog om de verdeling van de koloniale buit onder de Europese mogendheden? Op de oorlogskerkhoven in Flanders’ Fields zoek je vergeefs naar hun graven. Er zijn geen monumenten voor de dienstweigeraars als Hobhouse of de anti-oorlogsactivisten als Keir Hardie of Charlotte Despard. Zij beseften dat ze aan de verliezende kant stonden, maar vonden het desondanks nodig door te gaan met het protest. Of zoals Russell jaren later schreef: “Ik wist dat het mijn plicht was te protesteren, hoe futiel het ook mocht lijken. Ik was het aan de menselijke natuur verplicht aan te tonen dat zij die niet door de knieën gingen rechtop bleven staan.”

Johan Depoortere

5 augustus 2004

Deze bijdrage verscheen eerder in De Standaard van 9 augustus 2014

Over het verzet tegen de oorlog in Groot-Brittanië: To End All Wars, A story of Loyalty and Rebellion 1914-1918 door Adam Hochschild.

In het Nederlands vertaald als Verzet en Eendracht uitgegeven bij J.M. Meulenhof

Zie ook: https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/06/12/oorlog-om-een-einde-te-maken-aan-de-oorlog/

augustus 11, 2014 at 8:10 am 2 reacties

GRENADA: ZELFMOORD VAN EEN REVOLUTIE

10_25_2013_paratroopersOp 25 oktober was het dertig jaar geleden dat de Amerikaanse president Reagan een bezettingsmacht van 6000 man naar het Caraïbische eiland Grenada stuurde. De invasie betekende het definitieve einde van het linkse revolutionaire bewind dat vier jaar daarvóór was begonnen met de staatsgreep van de New Jewel Movement tegen het dictatoriale regime van Eric Gairy. Maar in werkelijkheid had de revolutie al een week eerder zichzelf de das omgedaan met de moord door een extreem-linkse factie op de populaire Bishop en zeven van zijn medestanders. Het merkwaardige verhaal van de zelfvernietiging van een redelijk succesvolle revolutie.

De staatsgreep van 13 maart 1979 was niet het directe gevolg van een massale volksopstand maar het werk van een kleine groep onder leiding van de jonge advocaat Maurice Bishop. De coupplegers slaagden er tot hun eigen verbazing in om in enkele uren tijd en zonder bloedvergieten het staatsapparaat in handen te krijgen. Ze maakten daarbij handig gebruik van de afwezigheid van de bizarre Eric Gairy die op het podium van de Verenigde Naties een pleidooi hield voor het bestuderen van UFO’s.

Eric_Gairy

Eric Gairy

Eric Gairy, de eerste leider van Grenada na de onafhankelijkheid in 1974, was begonnen als radicale en populaire vakbondsleider en nog onder het Britse koloniale bestuur was hij opgeklommen tot premier. In de loop van de jaren zeventig had Gairy door zijn autoritaire bewind, zijn financiële en seksuele escapades en zijn clowneske gedragingen vrijwel alle groepen op het eiland tegen zich in het harnas gejaagd: van de vakbonden over de katholieke kerk tot de kleine zakenelite. De New Jewel Movement van Maurice Bishop weerspiegelde die heterogene samenstelling van de oppositie. In haar beginselverklaring van 1973 was de beweging niet openlijk “socialistisch” – laat staan “Marxistisch” – maar had vooral aandacht voor de concrete problemen van huisvesting, gezondheid, en onderwijs. Ze eiste een programma van landhervorming, gratis onderwijs en gezondheidszorg en de nationalisatie van de bank – en verzekeringssector.  

maurice-bishop

Maurice Bishop

Bishop zelf stamt uit de middenklasse van het eiland. Hij was een briljante student die in Londen rechten kon gaan studeren en naar het eiland terugkeerde als een radicale hervormer. Ook zijn medestander en latere rivaal Bernard Coard behoorde tot de intellectuele elite van het eiland. Hij studeerde economie aan de befaamde Brandeisuniversiteit in Boston en in Sussex. Beiden ondergingen de sterke invloed van de Black Power-beweging, de Négritude van Senghor, de antikoloniale ideologie van de Algerijnse revolutie verwoord door Frantz Fanon,  en  van diens landgenoot Aimé Césaire, de dichter, filosoof en politicus uit het nabije Martinique.

De jaren zestig en zeventig waren in heel het Caraïbisch gebied een tijd van grote sociale beroering en verzet tegen het kolonialisme of de nieuwe heersende neokoloniale klasse: de “Rodney riots” in Jamaica, de “februarirevolutie” van 1970 in Trinidad en natuurlijk de Cubaanse Revolutie.   Ook in Grenada groeide het verzet tegen het regime van Gairy, die alleen nog van de Chileense dictator Pinochet wapens en steun kreeg. De “Moongoose gangs” – milities in de trant van de beruchte Tontons Macoute op Haïti – zaaiden terreur. Tijdens een van de protestbetogingen tegen Gairy midden jaren 70 werd de vader van Bishop vermoord.

De ontevredenheid van vrijwel heel de bevolking verklaart allicht het gemak waarmee een veertigtal coupplegers in 1979 het regime op de knieën kregen.  Aanvankelijk kon de “Revolutionaire Volksregering” (PRG of “People’s Revolutionary Government”) op aanzienlijke successen bogen. “In 1979 was de economie van het onafhankelijke Grenada er niet beter aan toe dan die van de kolonie in 1973,” schrijft Gordon K. Lewis, de erkende autoriteit van het Caraïbisch gebied. Het was een typisch koloniale economie gebleven, steunend op de export van landbouwproducten als kruiden, muskaatnoot, bananen en cacao waarvan de (lage) prijzen werden bepaald op de exportmarkt terwijl al de rest tegen kunstmatig hoog gehouden prijzen in valuta moest worden ingevoerd. Eén derde van de bevolking was ongeletterd, blindheid was wijdverspreid, maar er waren geen oogklinieken. Tandverzorging was onbestaande behalve voor de middenklasse die zich in Trinidad of Barbados kon laten behandelen. Het lager onderwijs was op het platteland van een deplorabel niveau en werkgelegenheid buiten de landbouw uiterst beperkt. Méér beter opgeleide Grenadezen werkten in het buitenland dan op het eiland zelf en de anderen zochten hun toevlucht in illegale immigratie naar Trinidad of werkten als schoonmakers en keukenpersoneel in Londen, Boston of New York.  

De vier jaren van de revolutie waren in de woorden van Lewis “een heroïsche poging tot economische reconstructie en hervorming.” In een tijdspanne van drie jaar kwamen er nieuwe wegen, betere watervoorziening, een nieuw telefoonnet, een radiozender, een asfaltfabriek en diepvriesinstallaties voor de visserij. De openbaren financiën werden gezond gemaakt – een succes dat werd erkend door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Er werden vorderingen gemaakt op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs met een alfabetiseringscampagne naar Cubaans model.  

In de eerste jaren van de revolutie leek Grenada méér de weg van de sociaaldemocratische welvaartsstaat op te gaan dan die van de radicale Marxistische revolutie. De lokale zakenklasse kreeg een erkende rol in het nieuwe regime, waar de Kamer van Koophandel nauw samenwerkte met de regering, vooral op het vlak van het opkomende toerisme en met als centraal project de bouw van een nieuwe internationale luchthaven. Radicaal linkse waarnemers noemden het nieuwe regime in St George’s daarom een “kleinburgerlijke hervormingsregering,” een doodzonde in de ogen van de echte Marxist-Leninisten.  

Er waren schaduwzijden. Politieke oppositie werd niet gedoogd. Tegenstanders kwamen in de gevangenis terecht waar ze volgens getuigenissen van slachtoffers niet bepaald zachtzinnig werden behandeld. Ook de vrije meningsuiting werd aan banden gelegd en verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld. Op buitenlands vlak gleden de Grenadezen willens nillens in het sovjetkamp. De Koude oorlog woedde in volle hevigheid en tot ontsteltenis van veel vrienden van de revolutie stemde de revolutionare regering tegen de veroordeling in de Verenigde Naties van de Sovjetinval in Afghanistan. Het moet gezegd dat Bishop lik op stuk kreeg toen hij eerder naar toenadering met de VS en een ontmoeting met president Reagan viste.  

Waarom het uiteindelijk lelijk misliep met de revolutie op Grenada is een vraag waarop historici en politicologen dertig jaar later geen definitief antwoord hebben. Lewis, die in 1986 een voorlopige balans opmaakte, stelt dat de persoonlijke en ideologische tegenstellingen tussen Bishop en Coard en hun respectieve volgelingen vanaf het begin de kiem van de ondergang in zich droegen. Vanaf 82, drie jaar na de staatsgreep, lijkt het revolutionaire elan gebroken. De economische moeilijkheden nemen toe in plaats van af, de productie voor de exportmarkt stagneert, er is algemene revolutiemoeheid bij de bevolking, de partij is in crisis, de discipline is zoek. Een groep onder leiding van Coard zoekt de oplossing in de vlucht vooruit. Heilige marxistische teksten worden ingeroepen om de partij om te vormen in strikt Leninistische zin.

images_Caribbean_coard_bishop_000008741

Coard (links) en Bishop

In de zomer van 1983 wordt het conflict ten top gedreven. Bishop, tot dan het onbetwiste boegbeeld van de revolutie wordt gedwongen het leiderschap van de partij (en dus het land) te delen met Coard. Bishop weifelt maar weigert uiteindelijk, met als gevolg dat hij onder huisarrest wordt geplaatst. Uit protest komen op 19 oktober in de paar steden die Grenada telt duizenden mensen op straat. In de hoofdstad St George’s bevrijden de manifestanten Bishop die met een groep aanhangers naar het hooggelegen Fort Rupert trekt. Daar ontstaat een vuurgevecht met regeringstroepen, tientallen burgers komen om. Bishop en zeven anderen worden gevangen genomen door Coard-loyalisten en in koelen bloede vermoord. grenada-tm

Vijf dagen later vallen Amerikaanse troepen met eenheden uit Barbados en Jamaica het eiland binnen en bezegelen definitief het lot van een op sterven na dode Grenadese revolutie. De invasie onder de codenaam “Urgent Fury” was in werkelijkheid al weken of maanden voorbereid. 1  

De suicidale ondergang van de revolutie is niet enkel te verklaren door de persoonlijke tegenstellingen tussen de protagonisten. Achteraf is Maurice Bishop voorgesteld als de “gematigde” tegen de radicaal Bernard Coard. In werkelijkheid was Bishop net als de anderen verantwoordelijk voor de successen en het falen van de revolutie. Hij verroerde geen vin toen persoonlijke vrienden van hem om ideologische redenen in de gevangenis terechtkwamen, hij stemde net als de anderen in met de onvoorwaardelijke pro-sovjet koers en al was hij geen ideologische scherpslijper, hij verzette zich pas laat – té laat – tegen de Marxistisch-Leninistische ultra’s.

Bishop was in de ogen van de volksmassa’s (voor zover je daarover kan spreken in de context van een eiland met 100000 inwoners) de onvoorwaardelijke held. De vrees van de radicalen dat de revolutie zou ontsporen tot een populistisch éénmansregime was niet helemaal onterecht. Bishop van zijn kant was er zich van bewust dat de “voorhoede” zover vooruit liep dat de troepen – de meerderheid van de bevolking – niet meer volgden. Het was – zo schrijft Lewis – op miniatuurschaal een herhaling van het debat aan het begin van vorige eeuw tussen Lenin en de Duitse revolutionaire Rosa Luxemburg. Voor Luxemburg was de voornaamste rol in de revolutie weggelegd voor de rebellerende massa’s, Lenin gaf prioriteit aan de gedisciplineerde communistische partij als revolutionaire voorhoede. We weten intussen waartoe dat heeft geleid.  

Nu, dertig jaar later is Grenada, net als de rest van de Amerikaanse achtertuin in het Caraïbisch bassin, weer veilig teruggekeerd tot de ware schaapstal van het ongebreidelde kapitalisme met een vleugje neo-liberalisme. Elk jaar wordt de Amerikaanse invasie op 25 oktober herdacht als “Thanksgiving Day.” De invasie was naakte agressie maar dat de meerderheid van de bevolking de Amerikanen als bevrijders verwelkomden lijdt nauwelijks twijfel: de revolutie was ontaard in een gangsterregime onder leiding van een tot generaal gepromoveerde voormalige gevangenisbewaarder. De “gematigde” Maurice Bishop is in de Amerikaanse mythologie van het gebeuren na zijn dood nagenoeg heilig verklaard. De internationale luchthaven werd in 2009 tot Maurice Bishop International Airport herdoopt.

Wie nu door het eiland reist ziet geen abjecte armoede, al blijven de problemen van dertig jaar geleden onopgelost. Bijna alle Grenadezen hebben op het platteland een stukje vruchtbare grond die genoeg opbrengt om te overleven maar voor velen is emigratie is nog altijd de enige uitweg. Vrucht van de revolutie of niet: het onderwijs is op behoorlijk niveau en in St George ’s en Grenville – de tweede stad – lopen de straten vol jongens en meisjes in hun aandoenlijke Britse schooluniform.

De orkaan Ivan heeft in 2004 de economie rake klappen toebedeeld en de muskaatnootproductie, tot dan het voornaamste exportproduct, bijna totaal vernield. Toerisme is nu de belangrijkste bron van inkomsten met watersport voorop. Het eiland is een magneet voor zeilers, met goed opgeleide technici in enkele moderne scheepswerven en marina’s. Veiligheid is hier in tegenstelling tot veel andere eilanden nauwelijks een probleem.

_DSC0022

Grenada Marine – één van het half dozijn jachthavens en scheepswerven op het eiland


_DSC0020

“Greene,” één van de uitstekende boottechnici

_DSC0055

Traditionele visserij is voor veel Grenadezen een manier om te overleven

Was de revolutie op Grenada een interludium in de koloniale en neokoloniale geschiedenis van het Caraïbisch gebied of heeft ze ondanks alles een blijvende betekenis? De revolutionaire periode was te kort om blijvende sporen na te laten. Revolutie in een land met de bevolking van een kleine Amerikaanse provinciestad met een achterlijke economie en infrastructuur was wellicht van meet af aan tot mislukken gedoemd. Daarom is de blijvende betekenis van de Grenadese revolutie volgens auteur Lewis hooguit van symbolische aard: de heroïsche strijd van een David tegen een oppermachtige Goliath, te vergelijken met de slavenopstand die op Haïti tot de eerste zwarte republiek ter wereld leidde, of de Filipijnse revolte die aan het begin van vorige eeuw het land bevrijdde van de Amerikaanse kolonisator. De Grenadese David daarentegen leed een pijnlijke nederlaag.

Johan Depoortere

  “Grenada, The Jewel Despoiled” Gordon K. Lewis   1986 Johns Hopkins University Press

november 17, 2013 at 4:02 pm Plaats een reactie

IRAK IS EEN MILITAIR TSJERNOBYL

Iraqi children take cover from sand in Basra 2

by John Pilger

Het zandstof waait vanuit de Iraakse woestijn langs de vingerige eindeloze wegen. Het nestelt zich in je ogen, neus en keel; het dwarrelt neer op markten en scholen, het dringt zich op aan voetballende kinderen. Dit zand bevat, volgens Dr. Jawad Al-Ali, ‘het zaad van de dood’. Ali is een hooggeacht kankerspecialist aan het Sadr medisch studiecentrum in Basra.

Dr. Ali waarschuwde me al in 1999, vandaag is zijn argumentatie onweerlegbaar. ‘Voor de Golfoorlog hadden we twee of drie kankergevallen per maand. Nu zijn er 30 tot 35 kankerdoden per maand’, aldus Ali. ‘Onze studies wijzen uit dat 40 tot 48 procent van de plaatselijke bevolking kanker zal krijgen: het zal nog zo’n vijf jaar duren tot het goed doorbreekt en wanneer het ophoudt is niet te voorzien. Het gaat hier dus om de helft van alle inwoners. Mijn meeste familieleden hebben het, en er is geen sprake van genetische aanleg. Dit is Tsjernobyl: de genetische effecten zijn nieuw voor ons, de paddestoelen groeien mateloos, zelfs de druiven in mijn wijngaard zijn gemuteerd en oneetbaar geworden.’

Dokter Ginan Ghali Hassen, pediater, toont me haar fotoboek van kinderen die ze heeft trachten te helpen. Vele hebben neuroblastoma. ‘Voor de oorlog hadden we één geval van deze ongewone tumor in twee jaar tijds. Nu zijn er talloze gevallen, meestal zonder familiale voorgeschiedenis. Ik heb bestudeerd wat er in Hiroshima is gebeurd. De plotse toename van deze aangeboren afwijking is hier dezelfde.’

Bij de artsen die ik geïnterviewd heb bestaat er geen twijfel over dat de kankerplaag te wijten is aan de munitie met verlaagd uranium die Amerikanen en Britten in de Golfoorlog gebruikten.  Een Amerikaanse militaire fysicus die na de Golfoorlog de boel moest helpen opruimen in Koeweit zei me: ‘Elke geschutsronde van een A-10 Warhog attack aircraftbevatte meer dan 4.500 gram vast uranium. Ruim 300 ton uranium is daar gebruikt. Het was een regelrechte kernoorlog.’

Hoewel het verband met kanker altijd moeilijk te bewijzen is, zeggen Iraakse dokters ronduit dat ‘de epidemie voor zichzelf spreekt’. De Britse kankerdeskundige Karol Sikora, hoofd van het kankerprogramma van de WHO (Wereld Gezondheidsorganisatie) in de jaren 90, schreef in het Britse Medical Journal:  ‘De vereiste apparatuur voor radiotherapie, chemotherapeutische pillen en pijnstillende middelen, worden voor Irak systematisch geblokkeerd door de Amerikaanse en Britse adviseurs.’ Tegen mij zei hij: ‘De WHO zegt ons uitdrukkelijk niet te praten over heel die Iraakse affaire. De WHO wil zich ver van de politiek houden.’

Irak is niet langer nieuws, nu we er officieel weg zijn. Toen vorige week 57 Irakezen in één dag gedood werden, is er niet over bericht in de Britse pers. Natuurlijk wel over de moord op die ene (1) Britse soldaat in Londen.

Het hele verhaal van John Pilger leest u hier:

www.johnpilger.com

http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2013/may/26/iraqis-cant-turn-backs-on-deadly-legacy

Over Tsjernobyl leest u op deze weblog:https://salonvansisyphus.wordpress.com/2011/03/17/verjaardag-tsjernobyl-25-jaar-geen-paniek/

mei 28, 2013 at 9:28 am Plaats een reactie

CHURCHILL: MYTHE EN REALITEIT

_46311101_chruchill_ap

Hij wordt de Grootste Brit Aller Tijden genoemd en soms lijkt het of hij in zijn eentje de oorlog tegen Hitler heeft gewonnen. Maar in recente revisionistische geschiedschrijving komt Winston Churchill naar voren als een incompetente bullebak, die door zijn blunders en eigengereidheid de oorlog langer heeft laten duren en méér slachtoffers heeft laten maken dan nodig was. Churchill was onwrikbaar in zijn verzet tegen Hitler, maar evenzeer zo tegen de onafhankelijkheid van India en de Britse  kolonies. Zijn palmares als minister en regeringsleider is op zijn zachtst gezegd gemengd en zijn critici noemen hem in hoge mate verantwoordelijk voor de ineenstorting van het imperium en de rampzalige economische toestand na de oorlog.  In Churchill, zijn  magistrale biografie uit 2001, gaat Roy Jenkins de controverse niet uit de weg, maar hij noemt  Churchill één van zijn grootste helden. Nigel Knight, hoofddocent aan het Churchill College in Cambridge, maakt de Churchillmythe met de grond gelijk. De titel van zijn kritische biografie zegt het helemaal: Churchill, The Greatest Briton Unmasked.

winston-churchill

De jonge Churchill zocht militaire glorie en naambekendheid

Winston Spencer Churchill werd in 1874 geboren in een aristocratische Britse familie als één van de nazaten van de hertog van Marlborough. Zijn moeder was Amerikaanse, zijn vader, Randolph een welbespraakt politicus met een korte en controversiële carrière. Na een periode in het koloniale imperiale leger in India en een spectaculaire ontsnapping uit een Zuid-Afrikaans gevangeniskamp gaat Winston net als zijn vader in de politiek. Hij schopt het tot minister in het liberale kabinet Asquith waar hij First Lord of the Admiralty – minister van Marine – wordt.

In 1915  is Churchill de grote promotor van een plan om de oorlog te beëindigen door Turkije, een bondgenoot van de As, met een doorbraak in de Dardanellen uit te schakelen. Het wordt een ongelooflijke ramp en  één van de grootste tragedies van de Eerste Wereldoorlog. In de negen maanden durende gevechten vallen 140000 slachtoffers aan de kant van de geallieerden. De Gallipoli-campagne zal de oorlog alleen maar langer doen aanslepen, geen enkel strategisch doel wordt bereikt. In zijn memoires over de periode  The World Crisis schuift Churchill de verantwoordelijkheid voor de catastrofe op alles en iedereen behalve hemzelf.

gallipoli1915

Kanonnenvoer in de Gallipolicampagne 1915

Gallipoli maakt voor de eerste keer een einde aan Churchills carrière als minister, maar zoals later zal blijken trekt hij uit het debacle geen lessen. Integendeel, “Gallipoli” wordt een patroon in zijn strategisch denken: in plaats van frontaal aan te vallen gelooft hij rotsvast in grote omsingelende bewegingen om de vijand te verzwakken door eerst zijn bondgenoten uit te schakelen. Ondanks het verzet van zijn eigen legerleiding en admiraals herhaalt hij het Gallipoli-experiment in 1940. Dit keer door een mislukte poging om Hitler vóór te zijn en Noorwegen te bezetten. Het resultaat was het omgekeerde van wat Churchill beoogde: de Duitse bezetting van Noorwegen en een bittere nederlaag voor de Britse vloot.

Hetzelfde geloof in de “onrechtstreekse aanval” bracht Churchill in Wereldoorlog II op een aanvaringskoers met de Amerikaanse bondgenoot. Roosevelt en de Amerikaanse generaals zetten vanaf het begin van hun deelname aan de oorlog in op een aanval tegen Duitsland door een landing op de Franse kusten. Churchill geloofde rotsvast in de theorie van de “zachte onderbuik” van de naziheerschappij in Europa. Die ‘zachte onderbuik” was Italië. Maar na de val van Mussolini stuurde Hitler Duitse troepen naar Italië onder leiding van de bekwame generaal Kesselring die de opmars van de geallieerden tot staan bracht. Churchills omsingelingsstrategie was andermaal buitengewoon kostbaar aan mensenlevens en tijd: de landing in Normandië werd uitgesteld en de verwoestende campagne in Italië had nauwelijks een verzwakking van de Nazistrijdkrachten  tot gevolg.

We zullen ons eiland verdedigen, wat het ook zal kosten, we zullen vechten op de stranden, We zullen vechten op de landingsplaatsen, we zullen vechten in de velden en op de straten, we zullen vechten in de heuvels. We zullen ons nooit overgeven. Onsterfelijke woorden van de grote communicator die Churchill was. Na de Duitse inval in Frankrijk in het voorjaar van 1940 stond Groot-Brittannië helemaal alleen in de strijd tegen het Naziregime en Churchills bevlogen toespraken hebben ongetwijfeld de Britse bevolking gesterkt in het verzet tegen wat een overmachtige vijand leek. Maar volgens Nigel Knight was Churchill in hoge mate verantwoordelijk voor de belabberde toestand van de Britse defensie aan de vooravond van de oorlog. Als minister van Financiën vanaf 1925 had hij zwaar gesnoeid in de defensieuitgaven, net  toen de Nazi’s in Duitsland op weg waren naar de macht.

6a00d83451db7969e2014e5fbef3fd970c-800wi

Neville Chamberlain: “Peace for our time”

Na de verschrikkingen van de eerste Wereldoorlog was de bevolking zowel in Groot-Brittannië als in Frankrijk oorlogsmoe en geneigd tot pacifisme. Zelfs na Hitlers aanhechting van Oostenrijk en de inval in Tsjechoslawakije was militaire actie tegen Duitsland niet aan de publieke opinie te verkopen.  Toen Neville Chamberlain na de beruchte ontmoeting met de Führer in Munchen in Londen terugkwam en met het beruchte papiertje zwaaide dat volgens hem “peace with honour, peace for our time” bracht werd hij luid toegejuicht. Churchill was een roepende in de woestijn toen hij die andere gevleugelde woorden uitsprak: “We have sustained a total and unmitigated defeat” en exact voorspelde hoe het Naziregime de rest van Oost-Europa zou opslorpen. Maar  Churchill zat niet in de regering en het is niet duidelijk wat Groot-Brittannië en Frankrijk – zo ze het al eens werden – op dat moment militair tegen Hitler hadden kunnen ondernemen.

pic08churchill2
Churchill in het door Duitse bommen geteisterde Londen

De slag om Groot-Brittannië – The Battle of Britain – was Winston Churchill’s “finest hour.” Met grote persoonlijke moed doorstond hij de verschrikkelijke bombardementen op Londen. Groot-Brittannië stond er alleen voor: Frankrijk was verslagen, Stalin had een pact gesloten met Hitler en de VS waren nog niet in oorlog tegen Japan en Duitsland. Churchills retoriek was van doorslaggevend belang om de “appeasers” – zij die geneigd waren een deal te sluiten met Hitler – de pas af te snijden en de bevolking voor te bereiden op een lange en bittere strijd. Maar later ging hij zich meer en meer met de dagelijkse oorlogsvoering bemoeien tot wanhoop van de generaals en admiraals die zijn wilde strategische en vaak onrealistische en tegenstrijdige plannen moesten uitvoeren. Toen de Amerikanen  in de oorlog betrokken werden zag Churchill met lede ogen hoe hijzelf en Groot-Brittannië steeds meer tot een tweederangsrol werden gereduceerd. Het kwam tot ernstige conflicten met de Amerikaanse generaal Marshall die zo snel mogelijk tot een frontale aanval tegen Duitsland op het continent wilde overgaan. Churchill stond voortdurend op de rem maar werd later toch als de held van de invasie in Normandië gevierd.

Mohandas+Karamchand+Gandhi

Mohandas Karamchand Gandhi

Dezelfde verbetenheid waarmee Churchill tegen Hitler en de Nazis streed legde hij ook aan de dag in zijn verzet tegen de vrijheidsstrijd van India en de Britse kolonies. Voor Mahatma Ghandi had hij niets dan misprijzen: “Het is alarmerend en walgelijk,” zo schreef hij “te zien hoe Meneer Gandhi (…) als een fakir halfnaakt de trappen van het paleis van de Vice-koning bestijgt om als gelijke te onderhandelen met de vertegenwoordiger van de Koning-Keizer.” Churchill kon zich niet verzoenen met de gedachte dat de tijd van het Britse Imperium was afgelopen. Ook dat was een bron van conflicten met zijn “vriend” Franklin Roosevelt.Dat het Groot-Brittannië van voor de oorlog nooit meer zou terugkomen drong pas laat tot Churchill door. In de eerste verkiezingen na de oorlog leed hij een verpletterende nederlaag. Zijn rol was uitgespeeld, al werd hij nog twee keer premier. Zijn falende gezondheidstoestand werd voor het publiek verborgen gehouden. Maar nog één keer kwam hij met zijn retorisch talent in de geschiedenisboeken terecht. De fameuze toespraak in 1946 aan de bescheiden Amerikaanse universiteit van Fulton (de Alma Mater van president Truman) waarin hij de term “Ijzeren Gordijn” lanceerde wordt zowat als het begin van de Koude Oorlog beschouwd. Maar volgens zijn critici was het net Churchill die verantwoordelijk was voor het “Ijzeren Gordijn” door in Jalta Stalin de controle te geven over Oost-Europa in ruil voor de belofte dat Griekenland in de Westerse invloedssfeer zou blijven.

Winston Churchill was een reus van de 20e eeuw. Hij was een man met grote talenten en even grote gebreken.  Met zijn retoriek tilde hij het moreel van de Britten op, maar zijn politieke en militair-strategische keuzes leidden vaak tot catastrofes. Hij beschouwde zichzelf als een strategisch genie, maar dreef met zijn wisselende inzichten en stemmingen de professionele militairen tot vertwijfeling. Ook politiek was hij moeilijk onder één noemer te vatten: als een kameleon verkleurde hij van Conservatief tot Liberaal en daarna weer tot Conservatief. In zijn wereldbeeld was het Britse Imperium eeuwig en de het Britse volk vanzelfsprekend superieur. Roy Jenkins noemt hem “the greatest human being ever to occupy 10 Downing Street.”  Maar het is – ironie van de geschiedenis – aan Hitler te danken dat Churchill in onze herinnering zulke mythische proporties heeft aangenomen. Zonder Hitler, zo schrijft Nigel Knight, zou Churchill nooit minister van de Marine, laat staan premier zijn geworden. Hij zou, net als zijn vader in de eeuw daarvóór, zijn carrière in 1929 hebben beëindigd als minister van Financiën. Maar dat is natuurlijk wijsheid achteraf. Hoe de geschiedenis er zonder Hitler en zonder Churchill zou hebben uitgezien kan geen mens zeggen.

Johan Depoortere

Churchill

Roy Jenkins

Macmillan 2001

Churchill, The Greatest Briton Unmasked.

Nigel Knight

David & Charles 2008

 The Rise and Fall of the Third Reich

Willian L. Shirer

Rosettabooks, NY 2011

http://www.guardian.co.uk/books/2001/oct/14/biography.politicalbooks

http://news.bbc.co.uk/today/hi/today/newsid_8234000/8234106.stm

april 8, 2013 at 6:47 pm 1 reactie


Categorieën

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.307 andere volgers